Bijlage 2a - Bestemmingsplan III Woensel buiten de Ring I 2017
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan
III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59)
Mei 2023
III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59)
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Het plangebied
8
1.3
Voorgaande plannen
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied
11
2.1
Historisch perspectief en gebiedsbeschrijving
11
2.2
Beschrijving plangebied
11
2.3
Beoogde ontwikkeling
12
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader
15
3.1
Inleiding
15
3.2
Rijksbeleid
15
3.3
Provinciaal beleid
17
3.4
Gemeentelijk beleid
20
3.5
Volkshuisvesting
22
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
28
3.7
Verkeer en parkeren
32
3.8
Groen
35
3.9
Kabels, leidingen en straalpaden
41
3.10
Windhinder, privaatrechtelijke belemmering en bezonning
41
Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf
43
4.1
Milieueffectrapportage
43
4.2
Bedrijven en milieuzonering
44
4.3
Geluid
45
4.4
Luchtkwaliteit
47
4.5
Externe veiligheid
49
4.6
Duurzaamheid
51
4.7
Bodem
55
4.8
Natuur
56
4.9
Explosieven
57
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf
59
5.1
Inleiding
59
5.2
Beleid
59
5.3
Eindhovense klimaattoets
64
5.4
Beschrijving watersysteem plangebied
66
5.5
Toekomstige situatie van het watersysteem
68
2 erslaan 59)
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coend
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving
71
6.1
Algemeen
71
6.2
Planmethodiek
71
6.3
Verbeelding
71
6.4
Planregels
71
Hoofdstuk 7 Handhaving
75
7.1
75
Handhavingsnota Leefomgeving 2018-2021
Hoofdstuk 8 Financiële aspecten
77
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
79
9.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro
79
9.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
79
9.3
Inspraak
79
9.4
Zienswijzen
80
Bijlagen bij de toelichting
81
Regels
83
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
85
Artikel 1
Begrippen
85
Artikel 2
Wijze van meten
91
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
93
Artikel 3
Groen
93
Artikel 4
Verkeer - Verblijfsgebied
95
Artikel 5
Wonen
97
Hoofdstuk 3 Algemene regels
101
Artikel 6
Anti-dubbeltelregel
101
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
103
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
105
Artikel 9
Overige regels
107
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
109
Artikel 10
Overgangsrecht
109
Artikel 11
Slotregel
111
Bijlagen bij de regels
113
Bijlage 1
Actualisatie Nota Parkeernormen (2019)
114
Bijlage 2
Lijst van bedrijfsactiviteiten bij wonen
168
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59) 3 Gemeente Eindhoven
4 erslaan 59)
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coend
Gemeente Eindhoven
Toelichting
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59) 5 Gemeente Eindhoven
6 erslaan 59)
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coend
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens 36 wooneenheden te realiseren aan de Generaal Coenderslaan 59 in Eindhoven. Tot op heden heeft deze locatie altijd een buurtfunctie gehad met basisschool de Phoenix en scouting Jong Nederland Rapenland met 't Generaaltje (inmiddels gesloopt). Vanwege demografische veranderingen in de stad met bijkomende woonbehoeften wordt deze locatie getransformeerd naar een woonlocatie. Het plan omvat de ontwikkeling van één alzijdig solitair appartementengebouw, waarin het gewenste woonprogramma is onder gebracht.
Het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'Woensel buiten de Ring I 2017' biedt geen ruimte voor de realisatie van voornoemd planvoornemen binnen het plangebied. Om het plan te realiseren, dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld voor de locatie. Het nieuwe bestemmingsplan heet 'III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. De Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59)'.
Dit bestemmingsplan 'III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59)' bestaat uit een digitale en analoge verbeelding met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is deze toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.
Figuur 1.1: Luchtfoto globale ligging plangebied (plangebied rood omcirkeld)
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59) 7 Gemeente Eindhoven
1.2
Het plangebied
Het plangebied is gelegen in de Generalenbuurt in stadsdeel Woensel-Zuid. Tot op heden heeft deze locatie altijd een buurtfunctie gehad met basisschool de Phoenix en scouting Jong Nederland Rapenland met 't Generaaltje. Beide gebouwen zijn inmiddels gesloopt.
Het plangebied wordt in grote lijnen begrensd door De Generaal Coenderslaan aan de oostzijde, het Generaal Vetter- en Collaertpad aan de zuid- en noordzijde en het Generaal Berenschotpad aan de westzijde.
Figuur 1.2: Luchtfoto ligging plangebied (plangebied rood omkaderd)
1.3
Voorgaande plannen
Het bestemmingsplan 'III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59)' vervangt deels het bestemmingsplan 'Woensel buiten de Ring I 2017', vastgesteld door de gemeenteraad op 2 oktober 2018.
Ingevolge dit bestemmingsplan zijn de gronden binnen plangebied bestemd tot 'Maatschappelijk' en 'Verkeer – Verblijfsgebied'. Het bestemmingsplan laat de bouw van de gewenste functies niet toe. Het bestemmingsplan biedt geen binnenplanse afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden om de ontwikkeling mogelijk te maken, zodat een nieuw juridisch-planologisch kader benodigd is. Dit nieuwe bestemmingsplan voorziet daarin.
8 erslaan 59)
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coend
Gemeente Eindhoven
Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Woensel buiten de Ring I 2017' (plangebied blauw omkaderd) (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt Hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied en het planvoornemen gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en zo nodig de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is de wijze beschreven waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in Hoofdstuk 6. In Hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in Hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid (met name de resultaten van het gevoerde overleg en de samenspraak/inspraak).
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59) 9 Gemeente Eindhoven
10 erslaan 59)
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coend
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2
Beschrijving plangebied
In dit hoofdstuk worden zowel het gebied waar de ontwikkeling is beoogd als het project zelf beschreven. Tevens wordt ingegaan op de stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten van het project.
2.1
Historisch perspectief en gebiedsbeschrijving
Het plangebied is gelegen in de Generalenbuurt (voorheen Rapenland-Oost) in stadsdeel Woensel-Zuid. Een naoorlogse buurt die gebouwd is volgens het principe van de wijkgedachte (Uitbreidingsplan in Onderdelen 'Rapenland'1964-1965). In de Generalenbuurt zijn complexen georganiseerd rond twee groene ruimtes. In het noorden ligt de groene ruimte aan de hoofdwegenstructuur, terwijl in het zuiden (waar het plangebied zich bevindt) de groene ruimte in het hart van de complexen ligt.
Het plan voor de Generalenbuurt kwam voort uit ruimtelijke kaders die waren opgesteld voor een groter gebied: het stadsdeel Woensel (Structuur- of Uitbreidingsplan in Hoofdzaken 'Woensel', 1959). Hierin werd het stadsdeel Woensel opgedeeld in vier wijken met elk een wijkcentrum. De wijken worden weer verdeeld in buurten met elk hun eigen buurtcentrum. De huidige Generalenbuurt is zo tot stand gekomen.
Kenmerkend voor de Generalenbuurt is de ruimtelijke hoofdopzet die voor een groot deel uit orthogonale stempelstructuren bestaat. Stroken, stempels, hoven en vrijstaande midden-hoogbouw zijn typologieën die veel naast elkaar voorkomen. Deze clusters van woningen zijn duidelijk zichtbaar in de buurt. Laagbouw is met name georganiseerd binnenin en midden-hoogbouw langs de hoofdwegen.
Een kernkwaliteit van deze buurt is de ruime opzet en de grote hoeveelheid groen. De complexen zijn omringd door ruim opgezette groenstructuren. Dit zorgt voor openheid, helderheid en duidelijke zichtlijnen. De wijkvoorzieningen bevinden zich aan de hoofdwegen en groenstructuren.
2.2
Beschrijving plangebied
Het plangebied is gelegen in een beeldbepalend wederopbouwcomplex (gebied omkaderd door Generaal Pattonlaan, Generaal Coenderslaan en Generaal Van der Duynlaan). In de orthogonale verkavelingsstructuur (stempelpatroon) worden voorkanten ontsloten door voet- en fietspaden en achterkanten sluiten aan op een gescheiden circuit voor auto's. Dit levert een grote bijdrage aan de woonkwaliteit in dit gebied.
De fijnmazige en veilige voetgangersstructuur sluit aan op een centrale groene zone. De buitenruimte is eenvoudig maar waardevol door de grote bomen die in plukken en rijen staan. Het langgerekte plantsoen wordt aan beide uiteinden afgesloten door bijzondere bebouwing. In het plangebied was dat voorheen een schoolgebouw. De bomenstructuur is daarentegen doorgezet tot buiten het wederopbouwcomplex. Het groene karakter is ook aanwezig aan de overzijde van de Generaal Coenderslaan. Voor de woonkwaliteit en stedenbouwkundige opzet van de wijk is het van belang dat de ruimtelijke samenhang tussen groengebieden behouden blijft en versterkt wordt. vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59) 11 Gemeente Eindhoven
Aan één zijde grenst het plangebied aan de Generaal Coenderslaan; een van de hoofdwegen in de buurt. Langs deze hoofdweg bevinden zich gebouwen die zich onderscheiden van de monofunctionaliteit van wonen. In het complex ten zuiden van het plangebied bevindt zich detailhandel in de plint. Aan de overkant van de Generaal Coenderslaan is ten noordoosten van het plangebied Landrijt (een zorgcentrum van Archipel) gesitueerd. Daarnaast heeft het plangebied zelf altijd een maatschappelijke functie gehad met de basisschool de Phoenix en scouting Jong Nederland Rapenland met 't Generaaltje (inmiddels gesloopt).
2.3
Beoogde ontwikkeling
Het beoogde planvoornemen ziet op de realisatie van een appartementengebouw met 36 wooneenheden. Het betreft een alzijdig solitair gebouw dat naadloos overgaat in de omgeving en daarmee de buurt verrijkt.
Het gebouw heeft binnen de wijk een bijzondere positie op de kop van het park, met de hoofdentree naar de stedelijke, levendige en drukke Generaal Coenderslaan. Aan de andere zijde loop je direct het rustige park in. De hoofdentree is de plek waar alle vervoersmiddelen (auto's en fietsen) gestald worden.
Tussen het Generaal de Collaertpad en het Generaal Berenschotpad ligt het langgerekte plantsoen dat aan beide uiteinden wordt afgesloten door bijzondere bebouwing. De beoogde ontwikkeling brengt daar verandering in door de, kwalitatief hoogwaardige en verbindende, sluitsteen te zijn voor het park. De beplanting rondom het gebouw zal de kwaliteit en de ecologische natuurwaarde van het park versterken. Door de strategische plaatsing van het gebouw ontstaat een natuurlijke entree naar het park en wordt de ruimtelijke samenhang en de verbinding met de groengebieden er omheen verstevigd.
Het gebouw is door de positionering van het volume in de ruimte een onderdeel geworden van het park en zet de aanwezige groenstructuur voort. Doordat het gebouw op afstand staat van de Generaal Coenderslaan, het Generaal Vetterpad en het Generaal de Collaertpad komt het volledig vrij te liggen van de doorgaande infrastructuur en is het een helder element in het groen. Hierdoor ontstaat er een groene buffer tussen het gebouw en de omliggende bebouwing. Dit zorgt ervoor dat er vanuit het gebouw geen inkijk is bij de omliggende bebouwing en vice versa.
12 erslaan 59)
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coend
Gemeente Eindhoven
Figuur 2.1: 3D-situatieschets planvoornemen (bron: MR. STIR)
Richting het park wordt het gebouw trapsgewijs afgebouwd en dit programma is toegevoegd aan de andere kant als een 5e laag. Hierdoor ontstaat er een aangename overgang van het groene park naar de stedelijkheid van de volumes aan de Generaal Coenderslaan. De buitenruimtes van het gebouw staan in contact met het park. Door de randen van de getrapte achterzijde groen te maken wordt het park als het ware het gebouw ingetrokken.
Figuur 2.2: Situatieschets planvoornemen (bron: MR. STIR)
De buitenruimtes op de begane grond gaan visueel soepel over in het park. Door strategisch geplaatste perken met bloemen- en kruidenrijke grassen ontstaat, een subtiele overgang vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59) 13 Gemeente Eindhoven
zonder hoge erfafscheidingen en met toegevoegde waarde voor zowel de omgeving als de nieuwe bewoners. Dit zorgt voor een gezonde verstedelijking.
Op het gebouw worden groene terrassen gerealiseerd en zal op verschillende delen voorzien worden van een sedumdak. Het gebouw is daardoor onderdeel van het park en daarmee is het park onderdeel van het duurzame systeem van het gebouw. De positionering tussen de bomen zorgt voor natuurlijke schaduw, het beste middel tegen hittestress. Deze combinatie van elementen zorgt voor een duurzaam en toekomstbestendig gebouw.
Figuur 2.3: Sfeerimpressie planvoornemen (bron: MR. STIR)
In het plan is het parkeren voor alle mobiliteitssystemen integraal opgenomen. Het gebouw herbergt 36 appartementen waarvoor voldoende parkeerplaatsen voor auto's en stallingen voor fietsen worden voorzien. De losse fietsenberging is goed bereikbaar en staat strategisch tussen het gebouw en de Generaal Coenderslaan. Vanaf het gebouw lopen wandelroutes richting zowel de OV-halte aan de Generaal Coenderslaan als de HOV-halte Generaal Pattonlaan.
14 erslaan 59)
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coend
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3 beleidskader
3.1
Uitgangspunten, randvoorwaarden en
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving.
In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio’s toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal.
De NOVI is op 9 september 2020 vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.
Toetsing In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen.
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59) 15 Gemeente Eindhoven
3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten.
Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal NatuurNetwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen (zie ook paragraaf 3.3.2) waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd.
Toetsing Het plangebied ligt niet nabij de hoogspanningsleiding of NNN. Het is dan ook niet noodzakelijk om op deze zaken afzonderlijk nader in te gaan. Dit geldt ook voor het luchtvaartterrein omdat het plangebied niet ligt in het obstakelbeheergebied. 3.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Hierin is het volgende aangegeven: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”
Met artikel 3.1.6 lid 2 Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren.
Toetsing Stedelijke ontwikkeling Allereerst is hier de vraag aan de orde in hoeverre hier sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro (artikel 1.1.1, lid 1, onder i) is voor stedelijke ontwikkeling een definitie opgenomen: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijk e voorzieningen”.
Het begrip 'andere stedelijke voorzieningen', zoals opgenomen in de definitie is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Gelet op de vaste rechtspraak over dit aspect is deze ontwikkeling te kwalificeren als een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 lid 2 Bro en tevens is deze ontwikkeling aan te merken als een ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied. Hierdoor is een beschrijving van de behoefte aan deze ontwikkeling noodzakelijk.
Beschrijving van de behoefte Dit bestemmingsplan voorziet in het realiseren van maximaal 36 woningen in de vorm van appartementen. Het betreft 14 sociale koopwoningen en 22 (middel)dure koopwoningen. 16 erslaan 59)
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coend
Gemeente Eindhoven
Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde woningbouw op deze locatie betreft gemeente Eindhoven. Hierbij wordt opgemerkt dat in de gehele regio Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) de woningvraag groter is dan de totale harde plancapaciteit.
De komende tien jaar groeit de totale woningvraag in Eindhoven sterk, tot circa 133.990 woningen in 2031. Op basis van de provinciale woningbehoefteprognose prognose zal de woningvraag tot 2031 toenemen met circa 19.325 woningen. In Eindhoven biedt de harde plancapaciteit ruimte voor circa 7.750 woningen. Wanneer de woningvraag (19.325 woningen in de periode 2021-2031) wordt geconfronteerd met de harde plancapaciteit (7.750 woningen), dan resteert een woningbehoefte van circa 11.575 woningen.
Daarmee kan voor dit plan met een toevoeging van maximaal 36 woningen ruimschoots in een (kwantitatieve) woningbehoefte voorzien. In paragraaf 3.5.3 wordt nader ingegaan op de kwalitatieve woningbehoefte.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie
De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd.
In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. 3.3.2
Interim omgevingsverordening
De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening verordening natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59) 17 Gemeente Eindhoven
De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving).Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen.
In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Interim Omgevingsverordening voor de volgende thema’s rechtsreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming.
Binnen het plangebied zijn rechtstreekse regels van toepassing voor grondwateronttrekking. Volgens Kaart 1: Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is het plangebied in zijn geheel aangeduid als 'Diep grondwaterlichaam' en 'Geen attentiezone waterhuishouding'. Volgens artikel 2.20 van de Interim omgevingsverordening is de onconventionele winning van koolwaterstoffen verboden boven, in of onder een diep grondwaterlichaam. Artikel 2.21 regelt dat onder bepaalde voorwaarden geen vergunning tot het onttrekken van grondwater ten behoeve van een bodemenergiesysteem, bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, onder b, Waterwet, is vereist als sprake is van de zone 'Geen Attentiezone waterhuishouding'.
Instructieregels Dit zijn de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant. De regels zijn gekoppeld aan de aanduidingen die op de verschillende kaarten van de Interim omgevingsverordening zijn opgenomen.
18 erslaan 59)
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coend
Gemeente Eindhoven
Figuur 3.1: Uitsnede Interim Omgevingsverordening Kaart 3 (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Toetsing Het plangebied is gelegen in 'Concentratiegebied' in 'Stedelijk gebied'. Hiervoor gelden de volgende regels.
Artik el 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.
Het planvoornemen behelst een duurzame stedelijke ontwikkeling. In dit geval is sprake van een binnenstedelijke ontwikkeling, waarbij het beoogde planvoornemen, een vrijkomende binnenstedelijke locatie met een voormalige buurtfunctie wordt benut. Dit is een goed voorbeeld van zorgvuldig ruimtegebruik. Daarbij is veel aandacht voor groen, duurzaamheid, mobiliteit en water. Zie hiervoor de paragrafen 3,7, 3.8, 4.5 en hoofdstuk 5 (waterparagraaf). Wat betreft mobiliteit wordt voldaan aan het gemeentelijke beleid (paragraaf 3.7), dat gericht is op duurzame mobiliteit. Het plan voldoet aan en past binnen de beleidsregels zoals deze zijn opgesteld in de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59) 19 Gemeente Eindhoven
3.3.3
Ontwerp omgevingsverordening Noord-Brabant
De provincie heeft als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. De belangrijkste wijzigingen zijn: Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen. De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wav-kaarten) is vervallen. De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen. Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels. Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing.
Toetsing In de omgevingsverordening Noord-Brabant zijn geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de interim omgevingsverordening die relevant zijn voor onderhavig plangebied.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Eindhoven
Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad.
De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant' (versie 1.0), die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen.
Deze omgevingsvisie (versie 1.0) is gebaseerd op het bestaand beleid. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie versie 2.0 wordt de interim structuurvisie wel ingetrokken.
Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur 20 erslaan 59)
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coend
Gemeente Eindhoven
én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden.
Ambities Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra.
Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen.
Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59) 21 Gemeente Eindhoven
tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven.
Toetsing Met het planvoornemen wordt ingezet op de realisatie van maximaal 36 woningen. Deze ontwikkeling draagt bij aan de gezonde groei van de stad. Het plan is onderdeel van een transformatieopgave die ambities bevat die ook in de Omgevingsvisie terugkomen, zoals veel groen, veel openbare ruimte en klimaatadaptieve oplossingen. Het planvoornemen past goed binnen het opgestelde beleidskader van de gemeente Eindhoven.
3.5
Volkshuisvesting
3.5.1
Regionaal beleid
Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 36 wooneenheden. Het betreft 14 sociale koopwoningen als 22 (middel)dure koopwoningen. Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde woningbouw op deze locatie betreft de gemeente Eindhoven. Samen met de acht omringende gemeenten (Best, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen. Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre) vormt Eindhoven het Stedelijk Gebied Eindhoven. In dit verband werken de gemeenten samen aan regionale opgaven op het gebied van wonen. Het SGE is een subregio van de Metropoolregio Eindhoven, die in totaal 21 gemeenten omvat.
Afsprakenkader wonen 2017-2022 Zowel in de gemeente Eindhoven als in de overige SGE-gemeenten is de woningbehoefte groter dan de totale harde plancapaciteit. De sterke economische groei in de Brainportregio stelt de gemeenten in het SGE voor de dubbele opgave om voldoende woningen toe te voegen om de groei van de bevolking te kunnen opvangen, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Om dit te realiseren, besloten de negen gemeenten in 2017 woningbouwafspraken te maken en de woningbouwproductie programmatisch af te stemmen vanuit een gezamenlijke visie op wonen. In het Afsprakenkader wonen 2017 hebben de SGE-gemeenten vastgelegd dat zij majeure en nieuwe projecten gefaseerd en gezamenlijk ontwikkelen, zodat deze elkaar versterken en niet beconcurreren. Ook is in het Afsprakenkader Wonen opgenomen dat hierbij bij voorkeur gekozen wordt voor inbreiding en transformatie. Nieuwe uitbreidingslocaties worden in principe de komende jaren niet meer toegevoegd.
Sinds de vaststelling van het afsprakenkader in 2017 is de druk op de woningmarkt verder toegenomen. Het afsprakenkader is daarom in 2022 geactualiseerd. Het uitgangspunt blijft om bij de woningbouwproductie regionaal samen te werken en zoveel mogelijk in te zetten op inbreiding. De belangrijkste doelstelling van het Afsprakenkader wonen 2022 is om tempo te maken en volop in te zetten op nieuwe woon- en leefkwaliteiten, alsmede behoud en versterking van leefmilieus met een gevarieerd woningaanbod voor alle doelgroepen.
Woondeal 2019-2023 Op 7 maart 2019 heeft Eindhoven, samen met de andere SGE-gemeenten en de provincie Noord-Brabant, een Woondeal gesloten met de minister van Binnenlandse Zaken (BZK). De Woondeal is gericht op het versnellen van de woningbouwproductie in het SGE. Deze 22 erslaan 59)
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coend
Gemeente Eindhoven
versnelling moet in de periode tot 2024 zo'n 27.000 woningen opleveren. Voor Eindhoven komt dit neer op een productie van 15.000 woningen, gemiddeld 3.000 per jaar. Dit komt overeen met de in het onderzoek Marktmechanismen op de Eindhovense woningmarkt (2018) geraamde behoefte.
In navolging van het Afsprakenkader Wonen SGE 2017, is in de Woondeal vastgelegd dat de ontwikkeling van groen-stedelijke woonmilieus zich zal concentreren op de negen prioritaire locaties: Aarle, Brandevoort, Blixembosch, Ekenrooi Zuid, Nuenen West, Meerhoven, Tongelrese Akkers, Waalre Noord en Zilverackers. Het zwaartepunt voor de realisatie van centrum-stedelijke woonmilieus ligt in Eindhoven binnen de Ring. Naast het Afsprakenkader is de Brabantse Agenda Wonen een belangrijke leidraad bij de uitvoering van de Woondeal.
Visie op wonen stedelijk gebied Eindhoven 2019 In de Visie op wonen stedelijk gebied Eindhoven uit april 2019 geven de SGE-gemeenten een kwalitatieve invulling aan het Afsprakenkader 2017. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van twee conceptuele handvatten: de kwadrantenbenadering en de uitgewerkte Brainport Principes. De kwadrantenbenadering bevordert de diversiteit bij nieuwe woningbouwprojecten door in te zetten op de eigenheid en kwaliteiten van alle afzonderlijke plekken binnen het SGE. De Brainport Principes zijn algemene kwaliteitscriteria waaraan ieder woningbouwproject wordt getoetst. Zo houden de regiogemeenten zichzelf scherp in het maken van unieke woongebieden die van toegevoegde waarde zijn op het bestaande palet in de regio.
Regionaal woningbehoefteonderzoek 2021 In 2020 hebben de gemeenten in het SGE gezamenlijk opdracht gegeven aan Stec Groep voor de uitvoering van een regionaal woningbehoefteonderzoek voor de periode tot 2040.
Kwantitatieve opgave In het in mei 2021 gereedgekomen Regionaal woningbehoefteonderzoek voor het stedelijk gebied Eindhoven wordt onderbouwd dat het aantal huishoudens in het SGE tot 2040 naar verwachting met circa 48.700 zal toenemen. Daarnaast is er een opgave om het huidige woningtekort in te lopen. De totale woningbouwopgave voor het SGE komt daarmee uit op 53.900 woningen tot 2040.
In de gemeente Eindhoven zouden volgens dit onderzoek tot 2040 ongeveer 35.280 extra woningen moeten worden gerealiseerd. De behoefte aan extra woningen is vooral fors in de periode 2020-2025. In de eerst komende 5 jaar is er regionaal een uitbreidingsbehoefte van circa 16.400 woningen, circa 30% van de woningbehoefte tot 2040. In de MIRT-afspraken met het Rijk is vastgelegd dat de gemeenten in het SGE tot 2040 de bouw van 62.000 woningen faciliteren.
Kwalitatieve opgave Het Regionaal woningbehoefteonderzoek voor het stedelijk gebied Eindhoven geeft ook inzicht in de (ontwikkeling van) de kwalitatieve woningbehoefte. De verwachte groei van het aantal huishoudens is volgens dit onderzoek terug te zien in alle leeftijdsgroepen, maar vooral onder 65-plussers. Waar gezinnen nu nog het merendeel van alle huishoudens in het SGE vormen, bestaat in 2040 het grootste gedeelte van de huishoudens uit alleenstaanden en stellen van 65 jaar of ouder.
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59) 23 Gemeente Eindhoven
Afhankelijk van de mate van doorstroming in de woningmarkt gaat 41% tot 55% van de regionale woningvraag tot 2040 uit naar een appartement. De vraag naar appartementen is op lange termijn structureel hoog. Het overige deel van de vraag gaat uit naar grondgebonden woningen. Vooral in de eerst komende jaren is de vraag naar grondgebonden woningen groot. Op lange termijn neemt deze opgave naar verwachting wel af. Een opvallende bevinding van het onderzoek is dat woningzoekenden tot 35 jaar de voorkeur geven aan een (betaalbare) grondgebonden koopwoning, maar in de praktijk vaker (dan gewenst) verhuizen naar een huurappartement. Dit zien we zowel in de sociale als in de vrije huursector. Voor stedelijke doelgroepen geldt dit tot en met de hoge inkomens, voor suburbane en landelijke doelgroepen primair voor de middeninkomens.
De woningbehoefte in Eindhoven is voornamelijk stedelijk georiënteerd. Het overgrote deel van de woningbehoefte gaat uit naar een grondgebonden woning in een stedelijk woonmilieu buiten het centrum. Opvallend is dat een klein deel van de behoefte aan grondgebonden koopwoningen in een centrum stedelijk milieu landt. Deze vraag kan worden opgevangen door het realiseren van een meer hybride woonvorm, zoals gezinsappartementen in het centrum van Eindhoven.
Specifieke doelgroepen De toename van het aantal 65-plus huishoudens zorgt ook voor een groeiende behoefte aan woningen die geschikt zijn voor zelfstandig wonen met ondersteuning en zorg aan huis. In de periode tot 2040 wordt een sterke toename verwacht van het aantal inwoners met een indicatie voor langdurige zorg. Door het extramuraliseringbeleid van de rijksoverheid zal het aanbod van intramurale verzorgingsplaatsen naar verwachting niet evenredig meegroeien.
Een specifieke woningvraag is verder te verwachten van studenten. In de gemeente Eindhoven wordt tot het collegejaar 2027-2028 een groei van 120 tot 660 uitwonende studenten verwacht. In de gemeente Helmond blijft het aantal uitwonende studenten tot het collegejaar 2027-2028 naar verwachting stabiel. Voor de andere gemeenten in het SGE is geen informatie beschikbaar over de woningbehoefte van studenten.
De vraag van kennismigranten (expats) maakt onderdeel uit van de totale woningvraag in het SGE. Deze groep woningzoekenden richt zich met name op de gemeente Eindhoven. Volgens onderzoek van het PON zijn in het Stedelijk Gebied Eindhoven daarnaast bijna 20.500 arbeidsmigranten werkzaam, die veelal productiewerk verrichten.
In november 2020 stelden de SGE-gemeenten het Afsprakenkader Huisvesting Arbeidsmigranten Stedelijk Gebied Eindhoven vast. De regionale ambitie is om in de periode 2021 tot en met 2024 circa 4.000 humane huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten te realiseren. Er zijn geen afspraken over specifieke aantallen per gemeente, maar iedere gemeente heeft passend bij de aard en omvang een eigen verantwoordelijkheid. In het afsprakenkader wordt onderscheid gemaakt tussen twee typen huisvesting: tijdelijke huisvesting (korter dan 2 tot 3 jaar) en permanente huisvesting (arbeidsmigranten die zich definitief vestigen in Nederland). Hierbij is bekend (op basis van ervaring) dat zo'n 80% van de arbeidsmigranten in de regio er op tijdelijke basis is en zo'n 20% zich definitief vestigt. De woningbehoefte van arbeidsmigranten die zich definitief in het SGE willen vestigen, maakt onderdeel uit van de totale regionale woningbehoefte.
Brainport principes 24 erslaan 59)
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coend
Gemeente Eindhoven
Alle nieuwe woningbouwontwikkelingen dienen te worden ontwikkeld aan de hand van 7 Brainport Principes. De basis voor deze principes is vastgelegd in het regionale Afsprakenkader. Deze gelden voor alle gemeenten die deel uitmaken van het Stedelijk Gebied Eindhoven. Koesteren van Identiteit (1), Ruimte voor Innovatie (2) en Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor (3) Het gebouw heeft binnen de wijk een bijzondere positie op de kop van het aangrenzende park. De beoogde ontwikkeling betreft een kwalitatief hoogwaardige en verbindende, sluitsteen voor het park. De beplanting rondom het gebouw zal de kwaliteit en de ecologische natuurwaarde van het park versterken. Door de strategische plaatsing van het gebouw ontstaat een natuurlijke entree naar het park en wordt de ruimtelijke samenhang en de verbinding met de groengebieden er omheen verstevigd. Het parkeren (zowel (deel)auto's als fietsen) wordt op eigen terrein opgelost.
De nieuwbouwwoningen zullen gasloos worden gebouwd en worden deels voorzien van groene daken. In tegenstelling tot de bestaande bebouwing worden hogere isolatiewaarden gebruikt en zal een wadi worden gerealiseerd. Wat betreft openbaar groen wordt de totale groenoppervlakte uitgebreid ten opzichte van de huidige situatie. Invloed voor bewoners (4) De toekomstige bewoners zijn op dit moment nog niet bekend. Invloed van bewoners in deze fase van het project is er dus niet. De beoogde ontwikkeling beschikt over twee entreezones. Beide plekken zijn aantrekkelijk om te verblijven en om elkaar te ontmoeten. De bewoners krijgen hiervoor een aantal fijne voorzieningen. Bij beide entrees worden banken geplaatst. Aan de parkzijde komen ook twee picknicktafels. Deze picknicktafels zijn voor de bewoners en de buurt en nodigen uit om elkaar te ontmoeten in de buitenlucht. Vraaggericht ontwikkelen (5) en Benutting regionaal schaalniveau (6) Het betreft sociale koopwoningen als (middel)dure koopwoningen. Uit het recente regionaal woningmarktonderzoek blijkt dat er nog een grote behoefte is aan sociale woningen. Verder biedt het aantal woningen op stedelijk niveau een belangrijke bijdrage aan het verminderen van het tekort aan woningen in Eindhoven. Tenslotte is het plan een inbreidingsplan waardoor het de druk op woningbouw in uitbreidingslocaties wat verlicht.
Gezonde verstedelijking (7) De gedachte daarbij is dat gezonde mensen de basis vormen van een gezonde stad. Andersom draagt een gezonde leefomgeving bij aan een gezonde leefstijl. Dat inzicht raakt direct aan stedelijke ontwikkelingen. Verdichting is daarbij een effectief middel in het streven naar een gezonde verstedelijking.
Onderhavig planvoornemen voorziet in buitenruimtes die in contact staan met het park. De buitenruimtes op de begane grond gaan visueel soepel over in het park. Door strategisch geplaatste perken met bloemen- en kruidenrijke grassen ontstaat, een subtiele overgang zonder hoge erfafscheidingen en met toegevoegde waarde voor zowel de omgeving als de nieuwe bewoners. Dit zorgt voor een gezonde verstedelijking. vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59) 25 Gemeente Eindhoven
Op het gebouw worden deels groene terrassen (daken) gerealiseerd en zal op verschillende delen voorzien worden van een sedumdak. Het gebouw is daardoor onderdeel van het park en daarmee is het park onderdeel van het duurzame systeem van het gebouw. De positionering tussen de bomen zorgt voor natuurlijke schaduw, het beste middel tegen hittestress. Deze combinatie van elementen zorgt voor een duurzaam en toekomstbestendig gebouw.
Toetsing Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 36 wooneenheden. Het betreft 14 sociale koopwoningen als 22 (middel)dure koopwoningen. Het planvoornemen past binnen de kwantitatieve prognose voor Eindhoven, zoals hierboven is beschreven, alsook in paragraaf 3.2.3 (Ladder voor duurzame verstedelijking).
Bovendien is de locatie gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals aangegeven in de Interim omgevingsverordening. Daarmee past het binnen de regionale afspraken voor woningbouwontwikkelingen. 3.5.2
Lokaal beleid
Woonvisie 2015 Op 15 december 2015 heeft de gemeenteraad van Eindhoven de Woonvisie 2015 vastgesteld. De woonvisie geeft inzicht in de gemeentelijke ambities op het gebied van bouwen en wonen en steunt op drie pijlers: Eindhoven als ambitieuze stad, als solidaire stad en als innovatieve stad.
Ambitieuze stad Eindhoven groeit en wil verder verstedelijken, in het bijzonder in het gebied binnen de Rondweg (Ring). Tot 2030 wil de gemeente minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen dit gebied realiseren. Hierbij wordt gestreefd naar een gemengde en gevarieerde woonomgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En die tegelijkertijd ook groen en gemoedelijk blijft.
Solidaire stad De gemeente wil dat Eindhoven een inclusieve en solidaire samenleving is. De meeste inwoners kunnen hierin zelf hun plek vinden. Minder zelfredzame inwoners worden hierbij ondersteund. Door de vergrijzing en de decentralisatie van de langdurige zorg, neemt de vraag naar passende huisvesting voor ouderen en bijzondere doelgroepen toe. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie van bijzondere doelgroepen in bepaalde wijken is ongewenst.
Innovatieve stad De gemeente Eindhoven daagt ontwikkelaars van nieuwe woningen uit om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. Ook in de aanpak van de bestaande woningvoorraad en in de transformatie van kantoren en zorgvastgoed is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Voor inwoners die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte, die snel beschikbaar en financieel bereikbaar is, worden in Eindhoven flexwoningen ontwikkeld. Dit biedt tevens kansen voor transformatie van leegstaand 26 erslaan 59)
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coend
Gemeente Eindhoven
vastgoed. Verder wil de gemeente Eindhoven dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door (collectief) particulier opdrachtgeverschap. Daarnaast wil de gemeente dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor huishoudens met een hoger inkomen.
Woonprogramma Eindhoven 2021-2025 Vanwege de hoge dynamiek op de woningmarkt heeft de gemeenteraad op 15 december 2020 het Woonprogramma 2021-2025 vastgesteld. Het Woonprogramma sluit aan bij eerder vastgesteld beleid voor wonen en de fysieke leefomgeving. De ambities uit de Woonvisie 2015 blijven cruciaal voor de ontwikkeling van de stad, maar komen door de snelle prijsstijgingen in de afgelopen jaren in een ander daglicht te staan. Met het oog daarop kiest de gemeente voor een accentverschuiving richting de volgende ambities: 1. forse groei van de woningvoorraad (binnen én buiten de ring) om de grote groei van woningen te kunnen opvangen; 2. een evenwichtig woningaanbod, zodat alle inwoners een betaalbare woning kunnen vinden; 3. voldoende geschikte woningen voor kwetsbare inwoners. Eindhoven streeft ernaar om jaarlijks minimaal 3.000 extra woningen aan de voorraad toe te voegen. Voor de stad als geheel is voor de periode 2020-2022 de onderstaande differentiatie leidend:
Tabel 3.1: Aandeel per categorie in nieuwbouwprogramma
Deze percentages hoeven niet bij elk woningbouwproject gerealiseerd te worden. De exacte invulling op projectniveau is onder meer afhankelijk van het (beoogde) woonmilieu en de bestaande woningvoorraad in het betreffende gebied. Het streefpercentage van 20% sociale huur is opgenomen in het Collegeprogramma 2018-2022. Voor de periode daarna voorzien we vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59) 27 Gemeente Eindhoven
een noodzakelijke groei naar 30%.
Toetsing Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 36 wooneenheden. Het betreft 14 sociale koopwoningen als 22 (middel)dure koopwoningen.
Gelet op het bovenstaande passen de appartementen in ieder geval binnen de kwalitatieve behoefte van de huidige (regionale) woningmarkt. In de Visie op Wonen geeft Stedelijk Gebied Eindhoven aan dat ze wil inzetten op het aantrekken van instromers en dat ze tevens starters en doorstromers wil vasthouden voor de regio. De appartementen kunnen interessant zijn voor met name starters of doorstromers.
Gelet op het voorgaande voorziet dit plan dan ook in een deel van de (kwalitatieve) woningbehoefte. 3.5.3
Kamerverhuur en woningsplitsing
Op 24 mei 2022 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing 2021' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied.
Toetsing Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen.
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
3.6.1
Archeologie
Wettelijk en beleidsmatig kader Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld wanneer andere belangen zwaarder wegen, dan moeten de waarden worden opgegraven en daarmee ex situ worden behouden. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente het bevoegd gezag op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen en het toekomstig omgevingsplan 28 erslaan 59)
vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coend
Gemeente Eindhoven
houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie. Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld.
Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer.
De geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en – na inwerkingtreding van de Omgevingswet – het omgevingsplan.
Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden deze (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen.
Toetsing
Figuur 3.2: Uitsnede Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (plangebied rood omkaderd) (bron: Berkvens/Arts 2022)
Archeologisch (voor)onderzoek Toetsing aan de archeologische verwachtingen- en waardenkaart (er is sprake van een hoge verwachting voor het plangebied) heeft ertoe geleid dat een archeologisch vooronderzoek door vastgesteld III Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. de Collaertpad 2-Gen. Coenderslaan 59) 29 Gemeente Eindhoven
middel van een bureauonderzoek is uitgevoerd. Op basis van de resultaten heeft onderzoeksbureau Arcure een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze rapportage maakt in bijlage 1 onderdeel uit van deze toelichting.
Resultaten uitgevoerd bureauonderzoek Het plangebied ligt grotendeels op een dekzandrug ten westen van het Dommeldal. Vanaf de (vroege) steentijd kunnen hier kampementen van jagers/verzamelaars gelegen hebben; vanaf het neolithicum zijn er nederzettingen van sedentaire (plaatsvaste) boerensamenlevingen te verwachten. In de late middeleeuwen verdween de mogelijk aanwezige bewoning en verplaatste zich naar de westrand van de dekzandrug. Het plangebied en directe omgeving ging toen deel uitmaken van een groot akkergebied, dat door plaggenbemesting verder opgehoogd raakte. Pas eind jaren 60 van de vorige eeuw werd het overbouwd, door de Eindhovense uitbreidingswijk Woensel-Zuid. In het plangebied kwamen (school)gebouwen te staan die inmiddels gesloopt zijn. De geplande nieuwbouw zal bodemingrepen met zich mee brengen, in de vorm van bouwputten en leidingtracé's. Onbekend is in hoeverre het bouwrijp maken en de bouw zelf in de jaren 60 tot bodemverstoringen hebben geleid. Dit geldt ook voor de recente sloop.
Hoewel het bouwontwerp nog niet definitief is en in detail nader uitgewerkt moet worden, is al wel te voorzien dat het plan de ondergrenzen van het aanstaande Eindhovense archeologiebeleid zal overschrijden: bij bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 0,30 m -Mv dienen middels archeologisch onderzoek mogelijk aanwezige archeologische waarden in kaart gebracht te worden en veilig gesteld door opgraving of inpassing dan wel fysieke bescherming. Arcure adviseert om een archeologisch verkennend booronderzoek uit te laten voeren. Dit om de bodemopbouw en intactheid in kaart te brengen.
Verk ennend booronderzoek Uit het archeologisch booronderzoek (zie bijlage 2) blijkt dat de bodemopbouw in het plangebied niet meer intact is/ verstoord is tot in de C-horizont. Gezien de verstoring van de bodem tot in de C-horizont, is de kans op de aanwezigheid van behoudenswaardige sporen van kampementen uit de (vroege) steentijd en vindplaatsen uit de periode nieuwe steentijd tot en met de volle middeleeuwen (tot ca. de 13e eeuw) laag. Diepere sporen zoals waterputten zouden eventueel wel bewaard kunnen zijn gebleven.
Op basis hiervan kan het plangebied vrijgegeven worden wat betreft archeologie. Er hoeft dus geen verder onderzoek plaats te vinden. Op basis van deze conclusie zal een selectiebesluit opgesteld worden.
Conclusie De rapportage van het archeologisch bureauonderzoek en het Plan van Aanpak (PvA) voor verkennend booronderzoek zijn beide ter beoordeling voorgelegd aan de bevoegde overheid en akkoord bevonden. Nu dat het PvA is geaccordeerd, zal het verkennend booronderzoek worden uitgevoerd. Nadat het veldwerk is uitgevoerd, wordt aanbevolen de onderzoeksresultaten van het bureauonderzoek en booronderzoek te integreren in één rapport. Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek neemt de gemeente een besluit over de vervolgstappen. Deze vervolgstappen kunnen bestaan uit vrijgave, vervolgonderzoek, behoud van archeologische resten in de bodem, of een combinatie hiervan. Het archeologische onderzoek is pas afgerond als alle archeologische rapportages door de 30 erslaan 59)