CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a - Bestemmingsplan II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan)

Raadsvergadering 7 mei 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan)28.007 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

36

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

In ruil voor het verlaagde percentage aan sociale huurwoningen worden er nu wel sociale woningen gerealiseerd voor een specifieke doelgroep (woon-werk/ startende ondernemers) die volledig aansluiten bij de buurtvoorzieningen aan de Edisonstraat. Voor deze doelgroepen (sociale woningbouw) is grote behoefte aan dit type woningen in Eindhoven. Dit bouwplan sluit aan op deze vraag en op de drie voornoemde ambities van het woonprogramma. Gelet op het voorgaande voorziet dit plan dan ook in een deel van de (kwalitatieve) woningbehoefte. 3.5.3

Kamerverhuur en woningsplitsing

Op 24 mei 2022 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing 2021' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende projectgebied.

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

37

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1

Archeologie

Wettelijk en beleidsmatig kader Nationaal Beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld wanneer andere belangen zwaarder wegen, dan moeten de waarden worden opgegraven en daarmee ex situ worden behouden. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente het bevoegd gezag op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen en het toekomstig omgevingsplan houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie.

Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld. Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. De geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en - na inwerkingtreding van de Omgevingswet - het omgevingsplan. Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingswaarden binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden de op dit bestemmingsplangebied van toepassing zijnde categorieën (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde - Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld.

Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen.

Archeologisch kader De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het 'restveen' - blijken vaak een waardevol archeologisch gegevensbestand te bevatten. Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en 38

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

nieuwe tijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn. Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale, regionale en landelijke geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger.

Uitsnede archeologische waardenkaart

Toetsing Het plangebied is op basis van de de Archeologische Waardenkaart aangewezen als 'Terrein van archeologische waarde' en 'attentiegebied'.

Archeologisch (voor)onderzoek Toetsing aan de archeologische verwachtingen- en waardenkaart heeft ertoe geleid dat een archeologisch vooronderzoek door middel van een bureauonderzoek is uitgevoerd. Deze rapportage is als bijlage 1 toegevoegd bij deze toelichting, de resultaten zijn navolgend weergegeven. Doordat er geen aanwijzingen zijn dat het plangebied gelegen is geweest in de buurt van open water en er ook geen vondsten uit het Paleolithicum en Mesolithicum in de omgeving van het vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

39

plangebied aangetroffen zijn is de archeologische verwachting voor resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum is laag. De ligging van het plan-gebied op een dekzandvlakte met een vermoedelijk diepe grondwaterstand maakt dat het plangebied een ge-schikte vestigingslocatie voor landbouwers was. In de buurt zijn echter maar een klein aantal meldingen uit de perioden Neolithicum – Vroege Middeleeuwen bekend (mogelijk is dit niet representatief) die grotendeels be-horen tot breed gedateerde vondsten die qua datering doorlopen tot in de Nieuwe tijd. Eén vondst is in het Neolithicum gedateerd, een stenen bijl. De archeologische verwachting voor resten uit het Neolithicum – Vroege Middeleeuwen is daarom middelhoog, de aanwezigheid kan niet worden uitgesloten. De bewoning in het dorp Woensel, waar het plangebied in lag, gaat terug tot in ieder geval de 12e eeuw, waarschijnlijk ouder, en de kern hiervan ligt op 525 meter ten noordoosten van het plangebied. Bij gravende onderzoeken op 300 meter ten oosten van het huidige plangebied zijn archeologische resten aangetroffen die teruggaan tot de 13e eeuw en bij een opgraving op 365 meter ten noordoosten van het plangebied zijn archeologische resten aangetroffen die teruggaan tot de 14e eeuw.

Uitgaande van het historisch kaart materiaal ligt het plangebied vanaf het eind van de 18e eeuw aan een weg (voorloper huidige Marconilaan) en in de eerste helft van de 19e eeuw aan twee wegen (ook aan de voorloper van de huidige Edisonstraat). In de tweede helft van de 19e eeuw is het deels bebouwd wat in de jaren ’30 van de 20e eeuw vervangen wordt door de huidige bebouwing. Uitgaande van de archeologische gegevens en het historisch kaartmateriaal is de archeologische verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd hoog. Door ploegen, plant- en rooiwerkzaamheden en bouw- en sloopactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan. De bebouwing uit de jaren ’30 van de 20e eeuw, en de voorafgaande sloop, en de aanleg van kabels en leidingen, hebben waarschijnlijk eventuele vindplaatsen aangetast dan wel opgeruimd. In hoeverre dit gebeurd is kan niet uit het bureauonderzoek worden opgemaakt. Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek na bovengrondse sloop van de huidige bebouwing.

Tot die tijd geldt ter plaatse van het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3' waarmee de eventueel aanwezige archeologische waarden in de grond beschermd blijven.

3.6.2

Cultuurhistorie

Op 29 november 2022 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven geactualiseerd. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart bestaat uit twee deelwaardenkaarten, te weten de waardenkaart historisch cultuurlandschap en de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed. Op de waardenkaart historisch cultuurlandschap zijn aangegeven en gewaardeerd de historische landschappelijke gebieden (incl. historische nederzettingslocaties) en elementen (landschapselementen infrastructuur, waterstaat, opgaand groen, religie en funerair erfgoed en reliëf), die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven. Op de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed zijn aangegeven de beschermde rijksen gemeentelijke monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke archeologische monumenten, cultuurhistorisch waardevolle objecten, historisch waardevolle kunstwerken, historische wegen en waterlopen, historisch-stedenbouwkundige structuren en waardevol aangelegd groen en bomen, die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven.

40

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

Uitsnede uit de Cultuurhistorische Waardenkaart

Toetsing Het plangebied ligt in een stedenbouwkundig waardevol gebied bestaande uit 'aan de weg gerelateerde bebouwing' en binnen een historisch stedenbouwkundige structuur. De historische stedenbouwkundige structuur heeft betrekking op de woonbuurt 't Lijntje, ontworpen in 1929 in opdracht van woningbouwvereniging Thuis Best. De herkenbaarheid van de historische wegenstructuur de Edisonstraat wordt in belangrijke mate bepaald door de bebouwing. Karakteristiek is de perceelsgewijze opbouw, pand voor pand. De typologie was gevarieerd en kleinschalig, buiten de stad overwegend één laag met kap, incidenteel afgewisseld met hogere panden. Voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling is behoud van deze karakteristiek van belang. De Marconilaan staat op de cultuurhistorische waardenkaart aangegeven als een historische wegstructuur na 1900. Er lag al een weg die, tijdens de uitbreidingsplannen na de annexatie van de randgemeenten in 1920 onderdeel werd van de nieuwe stedenbouwkundige infrastructuur; de Ring De Ring werd in het uitbreidingsplan van Cuypers en Kooken uit 1918 ontworpen als verbinding tussen de staddelen en in gewijzigde vorm voltooid in 1957. Kop Edison ligt op knooppunt van de twee verschillende tijdslagen. Het voorliggend plan verbindt beiden en anticipeert op de context.

De nieuwe bebouwing aan de Marconilaan herstelt de oorspronkelijke gevellijn en verhoudt zich in maat en schaal met de stedenbouwkundige korrel aan de ring. De bebouwing aan de Edisonstraat wordt teruggezet in de rooilijn en anticipeert op de kleinere stedenbouwkundige korrel en de (private) voorruimten zoals deze kenmerkend zijn het gehele straatbeeld. In 2010 is het koppenplan gemaakt. Een visie op de Edisonstraat waarbij de kop- en hoekstenen architectonische en programmatisch verbijzonderd worden vanuit een herinterpretatie van het historisch beeld. Kop Edison draagt bij een nieuwe hoeksteen die die toegang tot de Edisonstraat, en daarmee de wijk, accentueert. Kop Edison staat in maat en schaal in verhouding met het accent aan de andere zijde van de Edisonstraat, het waaggebouw. Gezamenlijk vormen ze een sterke verbeelding en dragen bij aan de veelkleurigheid van de wijk.

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

41

3.7

Verkeer en parkeren

De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld en recent geactualiseerd (Actualisatie Eindhoven op weg 2022. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het plangebied II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) beschreven. 3.7.1

Verkeer

Het plangebied is gelegen nabij de Marconilaan (Ring). Dit betreft een gebiedsontsluitingsweg. Daarmee is het plangebied goed bereikbaar voor alle verkeersmodaliteiten. Wat betreft openbaar vervoer is station Eindhoven Strijp-S op korte afstand gelegen en zijn op korte afstand o.a. aan de Boschdijk bushaltes aanwezig voor verbindingen naar het zuiden en noorden. Het plangebied wordt ontsloten via de Edisonstraat. Uitgaande van 3,6 keerbewegingen per appartement per dag (ingevolge normering CROW publicatie 381), genereert deze ontwikkeling een verkeersintensiteit van ca 173 motorvoertuigbewegingen per etmaal (worst-case). Voor commerciële dienstverlening binnen sterk stedelijk gebied geldt een verkeersgeneratie van 11,8 verkeersbewegingen per 100 m² bvo. In totaal wordt ca 225 m² aan commerciële ruimte gerealiseerd. Dit komt neer op ca. 27 verkeersbewegingen per etmaal. Deze verkeersbewegingen kunnen goed verwerkt worden binnen de huidige infrastructuur. De realisatie van maximaal 48 wooneenheden zal ten opzichte van de voorgaande situatie niet tot een dusdanige toename van het aantal verkeersbewegingen leiden dat dit voor problemen zal zorgen op de omliggende wegen.

3.7.2

Parkeren

Autoparkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een bouwplan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Daarbij dienen de parkeernormen uit de Actualisatie nota parkeernormen (2019) gehanteerd te worden. Flexibele parkeernormen maken ontwikkelingen mogelijk die goed zijn voor de stad. Ook is het wenselijk dat er niet meer parkeerplekken worden gerealiseerd in de stad dan nodig. Dan blijft er meer ruimte over voor bijvoorbeeld groen of recreatie. Tot slot wordt duurzame mobiliteit gestimuleerd, dus meer lopen, fietsen en openbaar vervoer-gebruik. Ontwikkelingen op locaties die goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer, die goede voorzieningen hebben voor fietsers en bijvoorbeeld deelauto's aanbieden, hebben minder ruimte nodig voor parkeren. Dat betekent ook dat bewoners op zo'n nieuwe locatie geen recht hebben op een gemeentelijke parkeervergunning of bezoekersregeling indien betaald parkeren wordt ingevoerd. Zo wordt meer mogelijk gemaakt en wordt gezorgd voor een goede leefbaarheid in wijken en buurten. Op basis van de rekentool-parkeerbehoefte-auto (zie bijlage 2 blijkt dat de ontwikkeling een parkeerbehoefte kent van 28 parkeerplaatsen.

Omdat de gemeente alle bestaande parkeerplaatsen in de stad zo goed mogelijk wil benutten, kan de parkeeropgave ook (deels) ingevuld worden met private of openbare ongebruikte parkeerplaatsen. Bij elke nieuwe ontwikkeling mogen er maximaal 10 parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden opgevangen. Om de aanwezigheid van de daarvoor benodigde restparkeercapaciteit in de openbare ruimte te bepalen is een parkeerdrukmeting uitgevoerd (zie bijlage 2). 42

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

Er worden 15 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Uit het parkeeronderzoek blijkt dat er op het drukste moment nog een restcapaciteit van 7 parkeerplaatsen is. Dat is niet voldoende om 10 parkeerplaatsen op te vangen in openbaar gebied. Om een sluitende parkeeroplossing te krijgen kunnen 7 openbare parkeerplaatsen worden gebruikt. Voor de overige 6 parkeerplaatsen zal initiatiefnemer een afkoopsom storten in het mobiliteitsfonds. Vanuit het mobiliteitsfonds wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van stadsbrede duurzame alternatieve mobiliteitsvoorzieningen. Hiermee wordt voldaan aan de Actualisatie nota parkeernormen (2019).

Schetsontwerp stedenbouwkundig plan

Fietsparkeren Op basis van de rekentool-parkeerbehoefte-fiets van de gemeente Eindhoven is er in de nieuwe situatie een parkeerbehoefte van 125 fietsenstallingen. Het plan voorziet in een collectieve fietsenstalling voor 135 fietsen. Daarbij zal worden voldaan aan de 'Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen'.

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

43

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.

Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen. Het Groenbeleidsplan 2017 omschrijft het beleid voor de combinatie van verdichten en vergroenen.

Dit betekent dat voor iedere woning die wordt toegevoegd, er wordt gestreefd naar 8 m² toegevoegd groen. Ook kent de gemeente een regeling voor groencompensatie (Beleidsregel groencompensatie), die kortweg inhoudt dat groen, dat plaats moet maken voor een ontwikkeling, door de ontwikkelende partij moet worden gecompenseerd, fysiek en/of financieel.

44

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

Uitsnede kaart Groebeleidsplan 2017 (plangebied in 'Stad, rood beeldbepalend')

Beoordeling plan Het projectgebied is in het Groenbeleidsplan 2017 aangeduid als 'Stad, rood beeldbepalend' in een groenarm gebied. In dit gebied wordt als ordeningsprincipe de volgende strategie(en) aangehouden: Strategie 1: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal. In de huidige situatie is het plangebied 100% verhard in de vorm van bebouwing en asfalt.

Groenplan In bijlage 3 is het groenplan opgenomen. Onderdeel van het bouwplan is de realisatie van een groenvoorziening op de daken.

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

45

Bovenaanzicht groenplan planvoornemen

Er wordt met dit plan ca. 419 m² groen toegevoegd. Dat is meer dan op basis van het Groenbeleidsplan 2017 minimaal aanwezig moet zijn bij de realisatie van maximaal 48 wooneenheden (= 384 m2, uitgaande van 8 m² per woning). Meer ruimte om te kunnen voorzien in groenvoorzieningen is binnen het plangebied nagenoeg niet mogelijk. Het plangebied is namelijk klein van omvang waarbij is gekozen om deze te verdichten met een markant woongebouw conform de uitgangspunten voor de transformatie van de wijk Woensel West. Juist deze hoekpanden moeten de Edisonstraat een steviger karakter, een sterkere ruggengraat geven. Met het beoogde planvoornemen wordt wel een waardevolle toevoeging gedaan aan het creëren van een kwalitatieve buitenruimte en verschillende groene daken die ook op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezonde leefomgeving een toegevoegde waarde zijn.

Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen. Hierboven is reeds ingegaan op de groenmaatregelen die toegepast worden in het projectgebied en de buitenruimte.

46

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

3.8.2

Beleid Bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels Bomen is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021 Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing.

Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen. Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig.

Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofdgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m². De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers.

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

47

Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald.

Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'.

Beoordeling plan In het plangebied zijn geen bomen aanwezig.

3.9

Explosieven

Aan de hand van uitgebreid historisch archiefonderzoek is in de gemeente Eindhoven geïnventariseerd welke locaties mogelijk kans hebben op de aanwezigheid van niet-gesprongen conventionele explosieven (zogenaamde blindgangers). Voor de gebieden die 'explosieven-verdacht' zijn wordt een nader onderzoek gewenst geacht. Uit zo'n nader onderzoek moet dan blijken of een feitelijk explosieven onderzoek nodig is. Er is een 'Vooronderzoek Na-Conflictperiode en Risico Analyse Ontplofbare Oorlogsresten uitgevoerd'. Het concluderende advies is navolgend beknopt weergegeven. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage 4. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Het onderzoeksgebied was in de oorlog reeds bebouwd. De woonhuizen aan de Marconilaan 28-30 en de woonhuizen aan de Edisonstraat 150-156 zijn allen vooroorlogs gebouwd en reeds aanwezig. In het onderzoeksgebied zijn naoorlogs enkele nieuwe stukjes bebouwing bijgekomen. Er liggen diverse naoorlogs aangelegde ondergrondse infra als kabels & leidingen en riolering; Binnen het onderzoeksgebied is er verdachtheid op Britse brisantbommen GP van 250 en 500 lb.

en MC bommen van 500 lb.; Ook is er verdachtheid op submunitie in de vorm van Britse brandbommen van 30 lb.; De Britse brisantbommen kunnen worden aangetroffen van 17,8 m+NAP tot 14,3 m+NAP; De Britse brandbommen kunnen worden aangetroffen van 17,8 m+NAP tot 17,3 m+NAP. De conclusies met betrekking tot de ontplofbare oorlogsresten voor de sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden zijn samengevat op een Opsporingsadvieskaart, deze is navolgend opgenomen.

48

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

Uit het onderzoek blijkt dat op basis van de beoordeelde feiten er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Een nader en specifiek onderzoek is nodig voordat er daadwerkelijk werkzaamheden kunnen plaatsvinden. Dit onderzoek zal na sloop van de bestaande bebouwing en vóór aanvang van de bouwwerkzaamheden uitgevoerd worden.

3.10

Kabels, leidingen en straalpaden

Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen of straalpaden aanwezig. Het planvoornemen wordt dan ook niet belemmerd door de aanwezigheid van kabels, leidingen en straalpaden.

3.11

Windhinder, privaatrechtelijke belemmering en bezonning

3.11.1

Windhinder

Op basis van artikel 3.1. Wro dient in het kader van de zorg voor een goede ruimtelijke ordening bij het opstellen van ruimtelijke plannen windhinder of windgevaar te worden meegenomen in de afwegingen, indien aard of omvang van de bebouwing en van de omgeving hiertoe aanleiding geeft. Gemeente Eindhoven heeft 26 mei 2020 de beleidsregels gemeentelijke normen windhinder vastgesteld. Voor windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving bestaat een landelijk privaatrechtelijke norm (NEN 8100:2006). In deze norm worden vooral de toepassingscriteria beschreven. Zo is in de norm beschreven wanneer onderzoek naar wind bij bouwwerken nodig is, hoe het onderzoek moet worden uitgevoerd, aan welke eisen moet worden getoetst en hoe rapportage moet plaatsvinden. Als een bestemmingsplan bebouwing met een bouwhoogte van 30 meter of hoger mogelijk maakt, moet onderzoek plaatsvinden naar de windhinder. Onderhavig planvoornemen blijft onder de 30 meter en is tevens gelegen in een in een stedelijk gebied in Eindhoven. De directe omliggende bebouwing is voornamelijk woningbouw, met in de plint commerciële vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

49

functies, overwegend 3 en 4 laags, met de hoogste bebouwing circa 15 m hoog. Op circa 75 tot 100 meter zijn hogere gebouwen aanwezig. Het grootste deel van het plan slechts 4 bouwlagen hoog, de maximale hoogte van het hoogbouwdeel is ca 29 meter, die aan de Edisonstraat meer in de diepte is gelegen en niet direct aan de straatzijde.

Hoogbouwgedeelte in diepte aan Edisonstraat.

Gezien de maximale bouwhoogtes, de ligging is beschut gebied en de massa in de diepte wordt er in de directe omgeving wordt geen windgevaar dan wel onaanvaardbare windhinder verwacht ten gevolgen van de geplande nieuwbouw. 3.11.2

Privaatrechtelijke belemmeringen

Uit jurisprudentie blijkt dat eigendomsverhoudingen uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening in beginsel niet van doorslaggevende betekenis zijn. Hieraan kan slechts betekenis toekomen, indien privaatrechtelijke verhoudingen van een dusdanig evident belemmerende aard zijn dat in verband daarmee de realisering van het planvoornemen binnen de planperiode niet aannemelijk is. Met het planvoornemen is geen sprake van een privaatrechtelijke belemmering. Ten opzichte van de huidige situatie vinden er geen belangrijke veranderingen plaats die mogelijk privaatrechtelijk tot belemmeringen zouden kunnen leiden. 3.11.3

Bezonning

Er bestaan geen wettelijke normen die zien op een minimum aantal zonuren per dag in een woning of op een balkon. De wetgever heeft ervoor gekozen regulering hiervan over te laten aan bestuursorganen. Dit betekent dat bestuursorganen op dit onderwerp beleidsruimte hebben. Deze beleidsruimte heeft de gemeente Eindhoven ingevuld door in 2017 de 'beleidsregels voor bezonning woningen' vast te stellen. Volgens deze beleidsregels is ten aanzien van zonlicht in de woning onder andere het volgende bepaald: In de periode van 19 februari t/m 21 oktober moet minimaal 2 uur zonneschijn per dag aanwezig kunnen zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank van het raam van de woonkamer. In de gemeentelijke beleidsregels ten aanzien van zonlicht op het balkon is het volgende 50

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

bepaald: In de periode van 21 maart t/m 21 september moet minimaal 2 uur zonlicht aanwezig kunnen zijn op enig punt op het balkon. Zonlicht op het balkon mag in de nieuwe situatie in tijdsduur niet meer dan 50% verminderen dan in de bestaande situatie. In dit geval is er een schaduwstudie uitgevoerd. Deze studie maakt onderdeel uit van het schetsontwerp (bijlage 5). De conclusie is dat voor alle woningen geldt dat aan de norm wordt voldaan van ten minste 2 uur zonlicht op de gevel. Tevens wordt geconcludeerd dat voor alle woningen geldt dat de inval van zonlicht in de achtertuin in tijdsduur niet meer dan 50% vermindert ten opzichte van de bestaande situatie. Hiermee wordt voldaan aan het beleid.

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

51

52

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

Milieuparagraaf

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Wettelijk kader

Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. In dit kader zijn met name 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang.

Het gaat daarbij om: D 11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen; Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bij een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient aan de hand van de volgende aspecten te worden beoordeeld of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben: 1. de kenmerken van de activiteit (aard, omvang, cumulatie met andere ontwikkelingen); 2. de locatie van de activiteit (kenmerken van het plangebied en de kwetsbaarheid van de omgeving); 3. de mogelijke gevolgen van de activiteit. De woningbouwontwikkeling wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De in dit plan besloten ontwikkeling wordt in het algemeen niet gezien als een m.e.r.-plichtige activiteit omdat deze pas geldt bij: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. In dit kader is beoordeeld of 11.3 van onderdeel D (de uitbreiding van een industrieterrein) van vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

53

de bijlage van het Besluit m.e.r. van toepassing is op onderhavig plan. 4.1.2

Conclusie

Het antwoord op de vraag of sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit mer, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. In onderhavig geval is qua ruimtebeslag geen sprake van een toename van de bebouwingsmogelijkheden. Tevens is niet aannemelijk dat het gebruik vergeleken met het al toegestane gebruik, zo'n andere verkeersaantrekkende werking heeft – en daarmee zulke milieugevolgen - dat de ontwikkeling aangemerkt moet worden als een stedelijk ontwikkelingsproject. Van belang is in dit geval ook nog dat het project in een hoogstedelijk gebied ligt met een gemengd karakter en waar op grond van het bestemmingsplan al wonen en gemengde functies toegestaan zijn. Kortom: het gebruik van het plangebied in planologisch opzicht (en qua ruimtebeslag) verschilt niet veel van het op grond van het bestemmingsplan toegestane gebruik. De uitgevoerde onderzoeken tonen aan dat het realiseren van woningen op de locatie voldoet aan de wettelijke eisen en een verantwoorde situatie inhoudt vanuit milieuoogpunt. Om die reden kan gesteld worden dat geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Er hoeft in dit kader dan ook geen vormvrije m.e.r. te worden opgesteld.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

4.2.1

Inleiding

Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in de richtafstandentabel gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied.

54

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

4.2.2

Beoordeling plan

Dit bestemmingsplan voorziet in maximaal 48 wooneenheden met commerciële plint en bijbehorende voorzieningen zoals parkeerplaatsen en groen. In de directe omgeving zijn een veelvoud aan verschillende functies aanwezig. Het plangebied is omringd door woningen en en commerciële functies met wonen op verdieping. Rondom het plangebied zijn o.a. winkels, horecavoorzieningen en een dierenkliniek aanwezig. Aangezien de omgeving bestaat uit verschillende functies is het gebied te typeren als 'gemengd gebied'. In navolgende toetsing is de richtafstand met één afstandsstap verlaagd. De functies in de directe omgeving van het plangebied zijn allen te categoriseren in milieucategorie 1 en 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 0 of 10 meter. Aan deze richtafstand wordt in de huidige situatie reeds voldaan, hier zal met de voorgenomen ontwikkeling geen verandering in worden gebracht. Gelet op het voorgaande zal het plan niet zorgen voor een verslechtering van het woon- en leefklimaat binnen en in de omgeving van het plangebied. Anderzijds brengt het planvoornemen geen hinder teweeg voor de bedrijfsvoering van niet-woonfuncties. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

4.3

Geluid

4.3.1

Wettelijk kader

De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte, mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.

De voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 48 wooneenheden. Deze zijn geluidsgevoelig in de zin van de Wgh. Omdat het plangebied tevens gelegen is binnen de geluidszone van de spoorlijn Eindhoven - Best en de Boschdijk, Kronehoefstraat en Marconilaan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Deze maakt als bijlage 6 onderdeel uit van deze toelichting. 4.3.2

Weg- en railverkeerslawaai

Het plangebied ligt binnen de geluidszone van de spoorlijn Eindhoven - Best en de Boschdijk, Kronehoefstraat en Marconilaan. In het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing zijn tevens de nabijgelegen 30 km/uur wegen (Edisonstraat, Frankrijkstraat en Johannes van der Waalsweg) onderzocht. Als gevolg van de Marconilaan treedt een overschrijding op van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 68 dB (vervangende nieuwbouw) wordt niet overschreden. Als gevolg van de spoorweg treedt een overschrijding op vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

55

van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 55 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 68 dB wordt niet overschreden. Voor de Marconilaan en de spoorweg is een afweging van geluidsreducerende maatregelen noodzakelijk. Vanwege de Edisonstraat is de geluidsbelasting hoger dan 48 dB. Voor de Edisonstraat kan vanwege het ontbreken van zone geen hogere waarden worden aangevraagd. Desalniettemin is in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging van geluidsreducerende maatregelen wenselijk. Het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen is niet doelmatig. Vanwege de Marconilaan en spoorweg dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Op basis van het gemeentelijk beleid zullen de appartementen die een geluidbelasting hoger dan 53 dB voor wegverkeer of 55 dB voor railverkeer hebben zullen ook minimaal één geluidluwe zijde moeten hebben. Op de gevels waar de cumulatieve geluidbelasting hoger dan 68 dB is zullen er dove gevels worden toegepast. Voor de woningen dient het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) te worden gegarandeerd.Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen zal een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels worden uitgevoerd. 4.3.3

Industrielawaai

Het plangebied ligt niet in de geluidzone van een industrieterrein. Het aspect industrielawaai is dan ook niet aan de orde bij dit bestemmingsplan. 4.3.4

Luchtvaartlawaai

Het projectgebied ligt op hemelsbreed op ruim 5 kilometer van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militair vliegveld met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). Vanaf 1 november 2009 geldt de Wet luchtvaart. Deze wet omvat een nieuw stelsel van besluitvorming en normen voor alle luchthavens, met uitzondering van Schiphol. Conform de systematiek van deze wet is voor luchthaven Eindhoven één luchthavenbesluit vastgesteld met een militaire geluidsruimte voor militair vliegverkeer en een burgergeluidsruimte voor het commercieel burgermedegebruik. Het luchthavenbesluit is op 26 september 2014 vastgesteld. Met dit besluit is de 35Ke-geluidszone rond de luchthaven vastgelegd als grens van de geluidsbelasting van het gezamenlijke militaire en civiele vliegverkeer. Het projectgebied ligt niet binnen deze vastgestelde geluidszone (35Ke-contouren). Deze geluidszone werkt daarom niet belemmerend voor dit bestemmingsplan.

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Wettelijk kader

Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.

56

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

4.4.2

Besluit niet in betekenende mate bijdragen

In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor: woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg; woningbouwlocaties die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 1 ontsluitingsweg en kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen.

Samengevat Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL. 4.4.3

Besluit gevoelige bestemmingen

Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als een 'gevoelige bestemmingen' wordt mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als 'gevoelige bestemming': scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien.

In aanvulling op het Besluit gevoelige bestemmingen is er een Brabantse “Handreiking gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit” opgesteld (maar in Eindhoven (nog) niet vastgesteld). Deze Handreiking heeft als uitgangspunt geheel nieuwe bestemmingen voor kinderen en ouderen (conform de AmvB gevoelige bestemmingen) niet te situeren binnen 50 meter van de wegrand van drukke gemeentelijke wegen (als eerstelijns bebouwing) of binnen 300 meter van snelwegen, ongeacht de berekende concentraties.

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

57

4.4.4

Goede ruimtelijke ordening

Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden. 4.4.5

Planbeschrijving en toetsing

Het planvoornemen ziet op de realisatie van maximaal 48 woningen. Het aantal te realiseren woningen ligt ver beneden de drempelwaarde van 1.500 woningen in de situatie met één ontsluitingsweg. Dit plan zal dan ook een 'niet in betekenende mate bijdrage' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Het project mag dan ook zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Aangezien woningen in de zin van het Besluit gevoelige bestemmingen niet als een gevoelige bestemming worden gezien, hoeft niet aan dit besluit getoetst te worden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van van Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Marconilaan, direct ten zuiden van het plangebied. Uit de CIMLK-kaart blijkt dat in 2022 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2022; 23,5 ìg/m³ voor NO2, 19,6 ìg/m³ voor PM10 en 11,8 ìg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 ,bedroeg 7 dagen. Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan ten aanzien van luchtkwaliteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. 4.4.6

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit plan.

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen (inrichtingen, transportroutes en buisleidingen). Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Hierbij wordt ook een beschrijving gegeven van het wettelijk kader op gebied van externe veiligheid. Tot slot wordt het groepsrisico verantwoord in een beknopte verantwoording.

58

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

4.5.1

Wettelijk kader

Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt; april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2011). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen het Plaatsgebonden risico en het Groepsrisico. Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'. Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. 4.5.2

Gemeentelijk beleid: Visie Externe Veiligheid

De Gemeente Eindhoven heeft in mei 2009 de Visie externe veiligheid vastgesteld. Daarin is onder meer vastgelegd hoe in de stad nabij risicobronnen wordt omgegaan met het veilig stellen van een acceptabel niveau voor risico's in het kader van externe veiligheid en de beheersbaarheid ervan. Ook is in de visie voor de gebieden buiten invloedsgebieden van risicobronnen (o.m. het gebied > 200m van de weg) een verantwoording van het groepsrisico uitgewerkt. In de Visie wordt aangegeven waar ruimte bestaat voor nieuwe risicovolle bedrijvigheid en onder welke veiligheidscondities dat mogelijk is. Tevens wordt aangegeven waar in de stad geïnvesteerd dient te worden in een beter niveau van beheersbaarheid. Tot slot wordt beschreven waar de veiligheid in de bestaande woonomgeving door het treffen 'aanpakken' van bestaande knelpunten kan worden verbeterd. In de visie is een aantal aanvullende maatregelen bij functies nabij risicobronnen (wonen, werken, recreatie) opgenomen. Om de risico's zo klein mogelijk te houden, komen er aanvullende beschermingsmaatregelen voor de veiligheid van kwetsbare functies in de buurt van risicobronnen. Nieuwe kwetsbare functies moeten op een afstand van minimaal 30 meter van het spoor en de rijkswegen worden gesitueerd.

In een gebied van 200 meter rondom een risicovolle transportas worden geen functies toegestaan voor personen die verminderd zelfredzaam zijn (zoals kinderdagverblijf, basisschool, bejaardenhuis, verpleeghuis, ziekenhuis e.d.). De verantwoording van het groepsrisico wordt gedaan door de raad van de gemeente Eindhoven, waarbij een afweging wordt gemaakt tussen het belang van de ruimtelijke ontwikkeling ten opzichte van het risico dat een groep mensen komt te overlijden als gevolg van een ramp of incident met gevaarlijke stoffen.

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

59

Uitsnede risicokaart 4.5.3

Beoordeling plan

Aan de hand van de risicokaart is bekeken of binnen of in de nabijheid van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn. Hieruit blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen of buisleidingen in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn. Het plangebied ligt ook niet binnen het plasbrandaandachtsgebied, de plaatsgebonden risicocontour, of het invloedsgebied van wegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Een verdere verantwoording van het groepsrisico is dan ook niet aan de orde. 4.5.4

Conclusie

Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.6

Duurzaamheid

De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Onderstaande tekst legt concreet uit wat we als stad willen en waar dat op gebaseerd is. 1. CO2 reductie Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt 60

vastgesteld II Woensel West 2013 (Edisonstraat-Marconilaan) Gemeente Eindhoven

daarbij is de emissie in het jaar 1990. De gemeenteraad heeft in het Klimaatplan 2021-2025 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13945064/3