CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a 1 (openbare versie) - Locatieonderzoek

Raadsvergadering 10 maart 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Rijksmuseum Eindhoven2.809 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

project

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven datum

13 november 2025

projectnummer

2024.312

referentie

AJ0691/Gt/Te

Locatieonderzoek 1

LOCATIESTUDIE

1.1

uitgangspunten

De functionele ambities voor het Rijksmuseum Eindhoven paviljoen zijn in een vroeg stadium vertaald naar een globaal programma van eisen. Dit is gedaan om de ruimtebehoefte en het verwachte bouwvolume in beeld te krijgen ten behoeve van een locatiestudie. Er is uitgegaan van een conservatieve aanname van gemiddeld 150.000 bezoekers per jaar en 1.000 m² aan tentoonstellingszalen. Dit komt bij elkaar uit op een gebouw van 2.500 tot 3.000 m² aan brutovloeroppervlakte (BVO). Naast de tentoonstellingszalen gaat het programma van het Rijksmuseum uit van publieksvoorzieningen zoals een atrium, horeca en educatie, ruimte voor de eigen organisatie en ook diverse ruimten voor logistiek. Voor de benodigde kavelgrootte voor het gebouw, met name de voetprint, is aan de gemeente aangegeven uit te gaan van een gebouw in twee bouwlagen, of te wel een voetprint van circa 1.500 m². 1.2

conceptstudie

De gemeente Eindhoven heeft ambtelijk eind 2024 een conceptstudie van locaties aangereikt. Deze conceptstudie is als bijlage 1 bijgevoegd. In de studie wordt uitgegaan van een groter bouwvolume dan aangegeven is door het Rijksmuseum, namelijk 9.000 m² BVO in de plaats van 2.500 – 3.000 m² BVO, maar de voetprint van 1.500 m² komt wel overeen met het ruimteprogramma van het Rijksmuseum.

1/18

De gemeente heeft meerdere locaties bestudeerd in verschillende delen van de stad, waaronder 5.1.2b

5.1.2b

In de studie wor-

den diverse relevante parameters voor de locatiekeuze getoetst. Behalve passende omvang van het kavel is dit onder andere de eigendomssituatie, de bereikbaarheid (nadruk op OV), de termijn waarop een locatie beschikbaar is, het vigerende omgevingsplan, gemeentelijk beleid en ook de aard en omvang van toekomstige ontwikkelingen in de (nabije) omgeving. Alle voorgestelde locaties zijn, voor zover toegankelijk, ook door het Rijksmuseum bezocht en onderzocht en beoordeeld. Daarbij is onder meer ter aanvulling op de criteria in de gemeentelijke studie ook gekeken wat het karakter van een locatie, nu en in de toekomst, doet met de potentie van een paviljoen in de stedenbouwkundige context en omgekeerd: waar kan een paviljoen optimaal van meerwaarde zijn? En wat is nodig om de omgeving om het slagen van een Rijksmuseum Eindhoven kansrijk te laten zijn? De toetsing van de verschillende locaties is weergegeven in de conceptpresentatie (AJ0135) die als bijlage 2 is bijgevoegd. 5.1.2b

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven – Locatieonderzoek – 2024.312/AJ0691/Gt/Te

2/18

5.1.2b

Hoewel op meerdere locaties het ruimteprogramma fysiek ingepast zou kunnen worden, is geen van de locaties geselecteerd als uitgangspunt voor het haalbaarheidsonderzoek. Per locatie, voor zover nog beschikbaar en ook door de gemeente kansrijk geacht, is dat om verschillende redenen. Leidend voor de conclusies is de mate waarin een locatie kwalitatief past bij de visie voor het Rijksmuseum Eindhoven, nu, en in gebieden die ontwikkeld zullen worden op termijn, in de toekomst. De parameters en potentie van verschillende locaties zijn onder meer in het brede gezamenlijke projectoverleg op 4 april 2025 in CollectieCentrum Nederland besproken. Het Rijksmuseum heeft een aantal andere locaties nader verkend en periodiek teruggekoppeld aan de gemeente Eindhoven voor een indruk van de haalbaarheid. De initiële selectie van locaties is hierdoor in een aantal ronden aangevuld en verfijnd tot drie locaties. Uit deze nadere verkenning, hebben zich twee richtingen afgetekend: vanuit de gemeente Eindhoven de kans om het paviljoen op te nemen in de ontwikkeling van Knoop XL en de wens van het Rijksmuseum voor een locatie met uitstekende bereikbaarheid in een groene, natuurrijke en parkachtig landschap, onder andere geïnspireerd door de uitstraling en kwaliteit van het Stadswandelpark en waarvan uit verbindingen gelegd kunnen worden.

Een dergelijke locatie lijkt te zijn gevonden in de Dommelvallei.

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven – Locatieonderzoek – 2024.312/AJ0691/Gt/Te

3/18

2

VERKENNING ‘DOMMELVALLEI’

2.1

ruimtelijke studie KCAP

5.1.2b

5.1.2b

In het kader van de strikte vertrouwelijkheid die voor deze verkennende fase geldt, is dat gedaan zonder de aanleiding of concrete vraagstelling het aan hen mee te geven. KCAP heeft eerder de Ontwikkelvisie en ontwikkelkader Fellenoord, Internationale Knoop XL in opdracht van de gemeente Eindhoven opgesteld. Hieronder is een luchtfoto van het gebied weergegeven (Google Earth).

De studie van KCAP van 4 september 2025 met daarin voorstellen voor een cultuurgebouw in de Dommelvallei is als bijlage 3 bijgevoegd. De studie gaat in op de kansen die de toekomstige ontwikkelingen binnen het gebied bieden voor de toevoeging van een culturele bestemming aan het ontwikkelprogramma.

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven – Locatieonderzoek – 2024.312/AJ0691/Gt/Te

4/18

5.1.2b

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven – Locatieonderzoek – 2024.312/AJ0691/Gt/Te

5/18

5.1.2i

Hieronder is in luchtfoto’s de locatie met de blauwe cirkels aangeduid (Google Earth). De rode lijn is de as voor voetgangers.

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven – Locatieonderzoek – 2024.312/AJ0691/Gt/Te

6/18

5.1.2b

2.2

alternatief zoekgebied Rijksmuseum

Het idee echter, om de groene stook en een potentieel toekomstig nieuw stadspark, te verrijken met een culturele bestemming, is een aantrekkelijke gedachte en is als kansrijk beoordeeld. De visie van het Rijksmuseum gaat immers uit van een locatie in een groene, landschappelijke setting.

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven – Locatieonderzoek – 2024.312/AJ0691/Gt/Te

7/18

Ook gaat de visie uit van het leggen van verbindingen, ruimtelijk en functioneel, met de omgeving waarin het paviljoen gerealiseerd wordt. Hierdoor is het gebied dat KCAP in beeld geeft gebracht, nader onderzocht. Uit dit nadere onderzoek, onder andere bestaand uit een meer uitgebreid bezoek van het Rijksmuseum ter plaatse, is een zoekgebied voorgesteld dat dichter tegen de Dommel aan ligt. Het Rijksmuseum streeft naar een locatie met natuurwaarden en waar vandaan ook een verbinding kan worden gelegd met de TUe. Het zoekgebied is hieronder aangegeven met een tweetal voor het Rijksmuseum belangrijke zichtlijnen: een lijn vanuit het Station Eindhoven Centraal en een lijn die samenvalt met een stedenbouwkundige as van de TUe wijk.

2.3

toetsing gemeente

De gemeente heeft het voorgestelde alternatieve zoekgebied onderzocht, onder andere kijkend naar beleidsmatige kaders zoals beleid ten aanzien van het groen en ook andere locatiegebonden factoren.

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven – Locatieonderzoek – 2024.312/AJ0691/Gt/Te

8/18

Er zijn diverse ruimtelijke en planologische kaders die een beperkende factor kunnen zijn voor een bouwopgave op deze locatie. Zo is de Dommel een ecologische verbindingszone. De verbindingszone houdt in dat binnen 50 meter, gemeten uit het hart van de Dommel, niet gebouwd mag worden. De breedte van de verbindingszone is hieronder weergegeven (Google Earth) met in de rode cirkel het zoekgebied van het Rijksmuseum voor het paviljoen.

De verbindingszone, omvattend de oevers van de Dommel en ook het groen aan de TUe zijde maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Brabant. Het Natuurnetwerk Brabant is “een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden.

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven – Locatieonderzoek – 2024.312/AJ0691/Gt/Te

9/18

Zo wordt de biodiversiteit (De verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied) (het totaal aan planten en dieren) bevorderd. Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland.”1 Het netwerk stimuleert de aanleg van verbindingen en natuurgebieden onder andere door middel van het Groen Ontwikkelfonds Brabant waar subsidieaanvragen gedaan kunnen worden. Dit is onder andere bedoeld voor het creëren van nieuwe natuurgebieden, in samenhang met het Natuurbeheerplan. De onderstaande afbeelding is van de interactieve kaart van het beheerplan. De oever is gekwalificeerd als ‘kruiden en faunarijk grasland’ en het groen aan TUe zijde is ‘droog bos met productie’.

‘Droog bos met productie’ bestaat volgens de omschrijving op de website uit “bossen op de voedselarme tot lemige zandgronden gedomineerd door loofbomen en (meer-eisende) naaldboomsoorten.”

1

https://www.brabant.nl/onderwerpen/natuur-landschap/natuurnetwerk-brabant-nnb/, geraadpleegd d.d. 29 september 2025

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven – Locatieonderzoek – 2024.312/AJ0691/Gt/Te

10/18

Ook staat er: “Houtoogst is een doel en vindt periodiek plaats met een hogere intensiteit dan in de droge bossen beheertypen zonder productie…”.2 De gronden en het groen ten westen van het bestaande fietspad, lijken geen deel uit te maken van natuur gerelateerd beleid. In het zoekgebied dient rekening te worden gehouden met bomen. Er zijn geen monumentale bomen in het gebied, maar wel waardevolle bomen. Dit zijn de boomposities die in de kaart op de volgende pagina met blauwe stippen gemarkeerd zijn. De oudste aanplant in de onderstaande rode cirkel van het zoekgebied, lijkt in 1960 te zijn gedaan. De bestaande bomen uit die tijd worden in principe door verloop van tijd (80 jaar) in 2040 in monumentaal, mits ze in goede gezondheid zijn.

De opgave zal te zijner tijd zijn om het paviljoen dusdanig te ontwerpen dat het goed past in de omgeving en dat het de bestaande kwaliteit van het groen en de natuurwaarden versterkt.

2

https://atlas.brabant.nl/documenten/natuur/natuurbeheerplan/info_beheertype/N16.03%20Droog%20bos%20met%20productie.htm, geraadpleegd 29 september 2025

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven – Locatieonderzoek – 2024.312/AJ0691/Gt/Te

11/18

Dit maakt dat de ontwerpopgave voor het gebouw niet losgezien kan worden van het landschapsontwerp en de assen en routes van en naar het centraal station en andere gebieden zoals de TUe wijk. 2.4

juridische aspecten

Behalve ruimtelijke beleidsmatige kaders, zijn er ook relevante juridische aspecten om in de haalbaarheid te betrekken. Om een gebouw mogelijk te maken in dit gebied, zal het omgevingsplan (Bestemmingsplan TUe Sciencepark van 22 april 2011), gewijzigd moeten worden. Er is nu geen bebouwing toegestaan in het zoekgebied. De bestemming is nu ‘groen’ zonder bebouwingsvlakken.

Relevant is hierbij het amendement van de gemeenteraad dat binnen een zone van 30 meter uit de oevers van de Dommel niet gebouwd mag worden. Dit wordt in een beleidsregel uitgewerkt. Verder is een aandachtspunt dat de een deel van de grond binnen het omcirkelde zoekgebied zoals het Rijksmuseum dat voorstelt, geen eigendom is van de gemeente Eindhoven.

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven – Locatieonderzoek – 2024.312/AJ0691/Gt/Te

12/18

Behalve de Dommel en de wegenstructuur van de J.F. Kennedylaan (geel gekleurd in de kaart hieronder), is de grond eigendom van de TUe.

Opgemerkt wordt dat de gemeente noch het Rijksmuseum, indachtig de vertrouwelijkheid van het haalbaarheidsonderzoek, geen overleg heeft gepleegd met de TUe. Het is daardoor niet bekend is of de TUe bereid zal zijn om medewerking te verlenen aan ontwikkelingen die TUe gronden betreffen. 2.5

voorstel gemeente

Op basis van een beeld van beleidsmatige (on)mogelijkheden, rekening houdend met de ecologische verbindingszone en de bomen, en ook de kwaliteiten waarnaar het Rijksmuseum streeft daarbij betrekkend, heeft de gemeente Eindhoven ambtelijk een indicatieve visualisatie gemaakt voor de inpassing van een voetprint in het gebied. De conceptpresentatie van de gemeente met het voorstel van 24 september 2025 is als bijlage 4 bijgevoegd.

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven – Locatieonderzoek – 2024.312/AJ0691/Gt/Te

13/18

Uit de presentatie van de gemeente is het onderstaande beeld overgenomen. Het geel gekleurde vlak, dat de gebouwvoetprint voorstelt, is dusdanig gepositioneerd dat zoveel als mogelijk bestaande waardevolle bomen worden gespaard. De witte lijn is de rand van de ecologische verbindingszone.

De visualisatie gaat ervan uit dat in het gebied van de verbindingszone, geen bebouwing mogelijk zal zijn. Ook lijkt het niet mogelijk te zijn om aanpassingen te doen in het groene gebied aan de overzijde van de Dommel, dat onderdeel uit maakt van het Natuurnetwerk Brabant. Hierdoor zou geen verbinding gelegd kunnen met de TUe (zicht en/of route).

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven – Locatieonderzoek – 2024.312/AJ0691/Gt/Te

14/18

De presentatie bevat ook de onderstaande tekening. Het blauwe vlak is een overstroomgebied voor bussen. Dit wordt tijdelijk ingericht tot het ondergronds busstation gereed is in 2038, maar het blijft mogelijk daarna ook in functie. De schets van de gemeente gaat verder uit van een groene, verkeersvrije zone vanaf de Professor Doctor Dorgelolaan. De blauwe lijnen geven aan waar in de toekomst de verkeersafwikkeling van auto’s en bussen zal verlopen. Deze uitwerking maakt de kwalitatief hoogwaardige as, zowel qua route als zicht, vanaf het centraal station naar het Rijksmuseum-paviljoen mogelijk.

2.6

aandachtspunten

De locatie Dommelvallei is kansrijk. Behalve kansen voor de ontwikkeling en bouw van het Rijksmuseum-paviljoen op deze locatie zijn er echter ook aandachtspunten. Dit betreft de borging van de toekomstige kwaliteit, de mogelijkheid om de door het Rijksmuseum beoogde verbindingen (zicht en looproutes) tot stand te brengen, de planning en ook risico’s ten aanzien van de wijdere ontwikkeling waar deze locatie raakvlakken mee heeft en afhankelijk van is.

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven – Locatieonderzoek – 2024.312/AJ0691/Gt/Te

15/18

De onderwerpen dienen nader besproken te worden om ervoor te zorgen dat de aandachtspunten opgevangen kunnen worden in een vervolgtraject en geen knel- en/of breekpunten worden. •

kwaliteit gebouw en landschappelijk inpassing borgen door integraal ontwerp

De kwaliteit van de integrale strook van de ontwikkeling en waar het Rijksmuseum-paviljoen komt te liggen, dient hoogstaand te zijn. De ambities voor de kwaliteit van het ontwerp van zowel het gebouw als het park als voor de uiteindelijk op te leveren werken zijn hoog. Het welslagen van het paviljoen op deze locatie valt of staat met de integrale inpassing en het omliggende, groene terrein: een landschap waarin behalve groen ook waterelementen opgenomen kunnen worden en beelden. De uiteindelijke wijze van inpassing op de locatie is onderdeel van de toekomstige integrale ontwerpopgave. •

verbindingen zijn noodzakelijk; ook fysiek

Om door middel van het Rijksmuseum-paviljoen verbindingen te kunnen leggen in en met bestaande infrastructuur, is behalve zichtlijnen naar de TUe ook een fysieke verbinding wenselijk. Deze dient ervoor te zorgen dat verschillende stromen aan voetgangers en fietsers op een natuurlijke wijze langs het Rijksmuseum-paviljoen komen. Het paviljoen is niet een eindpunt, maar onderdeel van een ‘parelsnoer’ aan plekken en openbare ruimten met verblijfskwaliteit, die met elkaar een geheel vormen. Het paviljoen als eindpunt op een as te plaatsen, waarvandaan alleen nog teruglopen of -fietsen een optie is, biedt niet voldoende perspectief voor bezoekers en daardoor zal het niet voldoende bezoekers kunnen aantrekken. Om dit te voorkomen is de opname van het paviljoen in routes die van ‘ergens’ naar ‘ergens’ gaan, een voorwaarde. •

planning en tijdelijke voorzieningen

Een aandachtspunt is het tijdelijke busstation dat in het toekomstige parklandschap gerealiseerd zal worden en tot ongeveer 2038 in gebruik zal zijn. Het tijdelijke busstation is nodig om de bussen op te vangen in de periode waarin het ondergrondse busstation wordt aangelegd. Dit is de periode 2030 – 2038. Zolang deze tijdelijke voorziening hier ligt, kan het park met de groene as naar het paviljoen toe, niet afgerond worden. Dit zou inhouden dat de uiteindelijke omgeving van het Rijksmuseum Eindhoven pas na 2038 tot stand kan worden gebracht.

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven – Locatieonderzoek – 2024.312/AJ0691/Gt/Te

16/18

In de onderstaande figuur van de gemeente is het tijdelijke busstation weergegeven

Niet alleen de planning van ontwikkelingen zoals het busstation is een aandachtspunt. Er zijn meerdere onderdelen van de grotere gebiedsontwikkeling van Knoop XL waarvoor sprake is van afhankelijkheid van derden. Dit zijn bijvoorbeeld de gele bouwvolumes in de KCAP studie van bijlage 3. Ook de locatie van het overstroomgebied voor de bussen is geen eigendom van de gemeente. Te grote afhankelijkheid van derden maakt het daadwerkelijk kunnen realiseren van de beoogde kwaliteit kwetsbaar. Er zijn zekerheden en waarborgen nodig in het proces om de kwaliteit te borgen.

3

BEOORDELING

Ondanks dat er aandachtspunten zijn, is de potentie dusdanig dat er goede kansen worden gezien om het Rijksmuseum Eindhoven paviljoen hier te realiseren.

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven – Locatieonderzoek – 2024.312/AJ0691/Gt/Te

17/18

Deze locatie biedt de mogelijkheid, ervan uitgaande dat de TUe bereid zal zijn om medewerking te verlenen, om een hoogwaardig parklandschap van 2 tot 3 hectare te realiseren met hoge natuur- en cultuurwaarden. Daar kan een paviljoengebouw voor het Rijksmuseum in Eindhoven niet alleen fysiek goed ingepast worden, maar het geheel tot een iconische locatie in Eindhoven ontwikkeld worden. Daardoor is deze locatie als voorkeurslocatie en uitgangspunt genomen voor het haalbaarheidsonderzoek.

4

BIJLAGEN

1. Locatiestudie, gemeente Eindhoven, conceptversie d.d. 13 november 2025 2. Presentatie locatieonderzoek, AJ0135, conceptversie d.d. 14 maart 2025 3. Studie Dommelvallei, KCAP d.d. 4 september 2025 4. Locatiestudie Dommelvallei, gemeente Eindhoven, conceptversie d.d. 24 september 2025

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven – Locatieonderzoek – 2024.312/AJ0691/Gt/Te

18/18

Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet

Artikel

Omschrijving

Pagina's

Wet open overheid

Art. 5.1 lid 2 sub b

De economische of financiële belangen van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen, in geval van milieu-informatie slechts voor zover de informatie betrekking heeft op handelingen met een vertrouwelijk karakter

2, 3, 4, 5, 7

Wet open overheid

Art. 5.1 lid 2 sub i

Het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16581767/2