CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Zienswijze Concept RES 1

Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze Concept RES 1.0 Metropoolregio Eindhoven3.772 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven

Onderwerp: Zienswijze van de gemeente Eindhoven op de Concept RES 1.0.

Hieronder leest U de zienswijze van de gemeente Eindhoven op de Concept RES 1.0. Op verzoek van de MRE is de hoofdstukstructuur van de Concept RES 1.0 aangehouden.

Hoofdstuk

Reactie

1.

1.

Opgave en kader

De raad is positief over de stappen die genomen zijn sinds de Concept RES. De Concept RES 1.0 is een verhaal geworden waarin de inwoners en ondernemers, de landschappen en economie van

Kernpunten uit de Concept RES 1.0:

de regio centraal staan.

1.1 Onze RES 1.0 is een momentopname. Ze geeft aan waar we op dit moment staan op de weg naar 2030 en verder, de weg naar 2050. 1.2 We hebben niet alleen een flexibele energiestrategie nodig om in een telkens veranderende wereld, de huidige en

1.1 De raad erkent dat de Concept RES 1.0 een tussenstap is richting RES 1.0 en vooral richting 2030 en verder naar 2050. Een zorgvuldig proces met solidariteit tussen gemeenten maar met behoud van autonomie, past de regio beter dan papieren ambities en samenwerking als doel op zich. Deze tussenstap met een Concept RES 1.0 past in die lijn.

toekomstige energiedoelstellingen te blijven behalen, maar ook een stevig samenwerkingsnetwerk.

1.2 De raad onderschrijft de RES opgave en het afwegingskader van NP RES maar wil hier “klimaatrechtvaardigheid” aan toevoegen als prominent uitgangspunt. Hieronder verstaan wij dat de vervuiler betaalt en dat duurzame oplossingen voor iedereen (financieel) bereikbaar zijn. Van de vier onderdelen in het afwegingskader ziet de raad de eerste twee (kwantiteit en de ruimtelijke

inpassing van grootschalige opwek) geborgd in de Concept RES 1.0. Voor de onderdelen systeemefficiëntie en met name maatschappelijk draagvlak zijn nog er nog flinke stappen te zetten. Hoofdstuk

Reactie

2.

2.

Thema’s RES Metropoolregio Eindhoven

De raad onderschrijft de thema’s van de RES en is positief dat thema’s als innovatie en arbeidsmarkt een prominente plek krijgen in deze Concept RES 1.0 en opgepakt worden.

Kernpunten uit de Concept RES 1.0: 2.1 De kracht van onze regio is de diversiteit. De stad en het

2.1 De raad onderschrijft het belang dat de regio gezamenlijk werkt aan de energietransitie. Veel

landelijk gebied versterken elkaar en profiteren in hoge mate

structuren en netwerken overstijgen tenslotte de gemeentegrenzen. Onze woningcorporaties en

van elkaars kwaliteiten en functioneren als een geheel.

onze zorginstellingen bijvoorbeeld zijn vaak actief in meerdere gemeenten. Onze economie is

2.2 Door op regionaal niveau samen te werken met onder meer

sterk door regionale bedrijfsketens. Onze landschappen worden gevormd door het bekenstelsel en

Brainport Development en kennisinstellingen kunnen we de

doorsneden door weg-, spoor- en waterinfrastructuur. Samenwerking biedt kansen voor draagvlak,

innovatie kracht in de regio benutten en versterken,

betaalbaarheid en ruimtelijke kwaliteit.

bijvoorbeeld door innovatie in te zetten om in onze regio met de netschaarste om te gaan. 2.3 De ambitie van de 21 samenwerkende gemeenten uit de regio

De raad benadrukt dat elke gemeente een eigen focus in de energietransitie kent door de mix van stad, dorp en land in onze regio: waar voor sommige gemeenten de nadruk ligt op opwekking van

Zuidoost-Brabant is dat het landelijk gebied leefbaar,

duurzame energie, heeft Eindhoven vooral een opgave om energiebesparing te realiseren en een

toekomstbestendig en economisch vitaal blijft.

duurzame, betaalbare warmtevoorziening vorm te geven. Beide vormen een grote uitdaging als

2.4 We werken samen met Brainport Development en de

het gaat om draagvlak en uitvoering.

arbeidsmarktregio’s Zuidoost-Brabant en Helmond-De Peel, om een beter beeld te krijgen van de gevolgen van de

Ook de afstemming met de subregio Stedelijk Gebied Eindhoven vindt de raad belangrijk. Er zijn

energietransitie op de regionale arbeidsmarkt.

tenslotte belangrijke raakvlakken tussen de regionale energietransitie en de thema’s Economie,

2.5 Daarnaast zorgen we ervoor dat, via het PACT Brabant en het Kennispact MBO Brabant, op provinciale schaal en met de andere Brabantse arbeidsmarktregio’s afstemming en kennisdeling plaats vindt.

Wonen, Ruimte en Voorzieningen die belegd zijn in het SGE samenwerkingsverband en uitgewerkt in de Samenwerkingsagenda 2018-2025.

2.6 In de ruimtelijke afweging van kansrijke zoekgebieden is de

2.2 De raad vraagt aandacht voor het stimuleren en implementeren van innovatie. De RES kan

samenhang met andere opgaven cruciaal. De

antwoorden bieden hoe ideeën, producten en systemen die voortkomen uit het Brainport

Omgevingsagenda Zuidoost- Brabant faciliteert de

ecosysteem van bedrijven en kennisinstellingen gevalideerd kunnen worden in onze regio en op

samenwerking tussen de betrokken overheden en de realisatie

systeemniveau oplossingen kunnen bieden voor de energietransitie.

van de gemaakte afspraken. De raad heeft, middels de motie M4 ‘Stimuleer duurzame innovaties in de regio om klimaatdoelen te halen’ op 15 december 2020 bij het behandeling van het Klimaatplan, opgeroepen de in- en externe financieringsmogelijkheden van een stimuleringsfonds voor innovatieve duurzaamheidsoplossingen te onderzoeken. De raad ziet hier graag een vervolg op in de RES 1.0.

Hoofdstuk

Reactie

3.

3.

Samen de energieambitie realiseren

Kernpunten uit de Concept RES 1.0: 3.1 Samen onderzoeken we de mogelijkheden om de energietransitie uit te voeren. We kijken hoe we slim gebruik

De raad onderschrijft de kernpunten over samenwerking, draagvlak en participatie.

3.2 De raad onderstreept het belang van draagvlak, zowel onder inwoners en ondernemers als onder de vele belangenorganisaties die betrokken zijn of worden bij de energietransitie. De raad is positief dat belangenorganisaties via een adviesgroep beter betrokken worden bij het RES proces.

kunnen maken van de inzet van regionale kennis, innovatie en vakmensen. De besluiten daarover worden lokaal genomen.

Meer aandacht vraagt de raad voor het vergroten van draagvlak onder inwoners door de kans om

Gemeenten zijn dus zelf aan zet. Daarbij realiseren wij ons dat

mee te denken in het RES proces. Hoewel inspraak niet verplicht is voor de Regionale Energie

de mogelijkheden en kansen en fasering per gemeente

Strategie, acht de raad samenspraak volgens de Verordening Samenspraak en Inspraak (2008)

kunnen verschillen.

van belang voor enerzijds draagvlak voor de RES en anderzijds de kwaliteit van de RES. Dat het

3.2 Draagvlak en acceptatie onder omwonenden en andere inwoners en bedrijven uit de omgeving van projecten zijn daarbij van cruciaal belang. Om meer inwoners bekend te maken met de RES bekijken we in overleg met gemeenten wat nodig is om op lokaal niveau participatie te versterken.

animo om mee te denken groot is, blijkt wel uit het aantal aanmeldingen voor de Research Community.

3.3 Om te garanderen dat er invulling gegeven wordt aan minimaal 50% lokaal eigenaarschap stellen we in de RES 1.0 een flexibel model dat uitgaat van de oprichting van een stichting/ontwikkelfonds per gemeente en/of project om minimaal 50% van het eigen vermogen in een project in te brengen.

Hoofdstuk

Reactie

4.

4.

Besparen – duurzame warmte – duurzame opwek

De raad onderschrijft de elementen van de RES 1.0

Onze RES 1.0 is gebaseerd op de volgende elementen: -

Besparing binnen de gebouwde omgeving.

-

Inpassen opwekking van duurzame elektriciteit op land (wind en zon).

-

Warmtetransitie in de gebouwde omgeving door het opstellen van lokale transitievisies warmte ondersteund door een Regionale Structuur Warmte.

-

Een benodigde infrastructuur voor transport en opslag van energie.

Hoofdstuk

Reactie

4.1 Besparen

4.1 De raad onderschrijft het belang van energiebesparing. Energiebesparing voorkomt niet alleen dat onze energievraag blijft groeien, het kan ook de energierekening verlagen voor minder

Kernpunten uit de Concept RES 1.0:

draagkrachtige inwoners en biedt kansen voor nieuwe technologieën, bijvoorbeeld voor

4.1.1

ruimteverwarming.

Je kunt op een aantal manieren besparing stimuleren en dat gebeurt ook al in de regio. Gemeenten kiezen zelf voor wat ze doen en via welke

4.1.2

4.1.3

4.1.1

Het voorgestelde samenwerkingsmodel met basisinfra en modules biedt kans om optimaal

samenwerkingsverbanden. Daarvoor bieden we een

aan te sluiten bij de accenten die iedere gemeente zelf legt in de energietransitie. Gemeenten

basisinfrastructuur en additionele modules per doelgroep.

maken tenslotte zelf keuzes waar zij hun middelen en capaciteit op inzetten.

In deze Concept RES 1.0 richten we ons op de

Wel ziet de raad het belang om de voortgang in energiebesparing te monitoren en de

doelgroepen Wonen, Bedrijven en Maatschappelijk

samenwerking regelmatig te evalueren. Door de vrijblijvendheid van het module-model

Vastgoed.

ontstaan steeds wisselende coalities van gemeenten, waardoor het risico ontstaat dat het

Acht ‘bespaarroutes’ voor woningeigenaren en

regionale overzicht verloren raakt en er ongewilde verschillen tussen gemeenten ontstaan.

woningbouwcorporaties geven inzicht in wat een gemeente kan doen om een bepaalde route goed te 4.1.4

4.1.5

4.1.3

De raad vraagt aandacht voor afstemming, kennisdeling en gezamenlijke aanpakken met de

faciliteren of te organiseren.

woningcorporaties. Met het Duurzaamheidspact, een samenwerking tussen de

We ondersteunen bedrijven met besparen zodat ze zich

woningcorporaties, de huurdersvertegenwoordiging PEK en de gemeente werkt Eindhoven

op hun business kunnen richten. We willen ze ontzorgen

aan energiebesparing. Bijvoorbeeld door inwoners een energiebox cadeau te doen samen

door bijvoorbeeld Greendeals op te zetten. We zetten

met een energie-advies.

handhaving in bij bedrijven die niet of onvoldoende met

In 2021 werkt Eindhoven aan een isolatieprogramma en een energieloket om inwoners in

energiebesparing aan de slag gaan.

staat te stellen informatie te vinden en hun woning te verduurzamen.

Gemeenten hebben een belangrijke (voorbeeld)rol bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Met de

4.1.5

De raad benadrukt de voorbeeldrol die de gemeenten kunnen nemen met het verduurzamen

werkwijze ‘Samen Slimmer Duurzaam Bezig’ voorzien we

van gemeentelijk vastgoed. De verduurzaming van eigen panden biedt bovendien kans om

door structurele samenwerking in de kennis-en

een ‘vliegwiel’ vorm te geven waarbij andere partijen kunnen aanhaken en leren. De

capaciteitsbehoeften en behalen we zo meer resultaten,

Eindhovense aanpak Slim Verduurzamen Vastgoed heeft naast het verduurzamen van het

zonder extra tijdsbesteding en tegen gelijke of lagere

gemeentelijk vastgoed als nevendoel de opgedane kennis en het netwerk aan partijen

kosten.

inzetbaar te maken voor commerciële en niet-commerciële partijen in de stad en de regio.

Hoofdstuk

Reactie

4.2 Duurzame warmte

4.2 De raad onderschrijft de kernpunten voor duurzame warmte.

Kernpunten uit de Concept RES 1.0:

4.2.1

4.2.1

De Metropoolregio Eindhoven kent geen

Zoals beschreven in de Warmtevisie 2020, kent Eindhoven vooral mogelijkheden voor warmte uit natuurlijke bronnen voor lage temperatuur verwarming. Warmte uit lage

overvloed aan bovenlokale warmte-bronnen. Het

temperaturen vergt altijd opwaardering met warmtepompen, waarvoor elektriciteit nodig is.

overschakelen op duurzame warmte betekent, afhankelijk

Eindhoven is dus afhankelijk van energiebronnen buiten de gemeentegrenzen, hetzij uit

van de toegepaste duurzame warmtebron, meestal een

regionale warmtebronnen hetzij door inzet van (groene) elektriciteit. Om die reden heeft de

toename in het gebruik van elektrische (hulp)energie. Op

raad bij de uitgangspunten voor de Warmtevisie vastgesteld eerst in te zetten op

sommige plekken in de regio komt mogelijk de

energiebesparing en rest- en omgevingswarmte te benutten bij het selecteren van

warmtevraag uit volledig elektrische oplossingen (met

alternatieve warmtevoorzieningen voor onze buurten.

individuele warmtepompen bijvoorbeeld), wat betekent dat de belasting op het net op deze locaties nog hoger is. 4.2.2

4.2.3

4.2.2

In de Warmtevisie 2020 staat biomassa omschreven als een transitiebrandstof, nodig om op

Met de Regionale Structuur Warmte willen we:

korte termijn te voldoen aan de warmtevraag. Uitgangspunt is geen nieuwe

-

De bovenlokale / regionale bronnen optimaal

biomassacentrales, tenzij er vanuit de energievoorziening een aantoonbaar zwaarwegend

benutten;

belang is. Voor een warmtetransitie met Impact is het cruciaal dat biomassa op een

-

Desinvesteringen voorkomen;

verstandige en duurzame manier wordt toegepast.

-

Maatschappelijke kosten laag houden en daarbij rekening houden met inwoners en bedrijven in

De raad hecht dan ook belang aan een goed afwegingskader en goede afspraken over

nabijgelegen gemeenten.

bovenlokale warmtebronnen. Per type bron is een kader nodig voor onder meer de

Om de informatie en bestuurlijke keuzes op lokaal en

wenselijkheid van inzet en de verdeling van kosten en baten. Zowel tussen gemeenten, die in

regionaal niveau zoveel mogelijk op elkaar aan te laten

hun Transitievisies Warmte een regierol krijgen over de warmtevoorziening op wijkniveau, als

sluiten is goede afstemming nodig.

tussen overheid en commerciële partijen die een rol (gaan) spelen in de regionale

4.2.4

We werken aan een platform waarop alle informatie is

warmtemarkt. De raad vraagt daarbij aandacht voor de afstemming met de Ministeries,

verzameld. We ontwikkelen richting RES 2.0 een

Provincie en de waterschappen als kennispartijen maar ook als bevoegde autoriteit voor

methodiek waarin de maatschappelijke kosten en baten

verschillende typen vergunningen.

van bovenlokale warmtebronnen kunnen worden gewogen. 4.2.5

Omdat we deze moeilijke opgave slim aan willen pakken, maken we afspraken over een gezamenlijke kennis- en leeragenda waarbij we samenwerken met kennisinstellingen en bedrijven.

Hoofdstuk

Reactie

4.3 Duurzame opwek

4.3 De raad hecht groot belang aan de mogelijkheid om op Eindhovens grondgebied bij te kunnen dragen aan de energietransitie, en ziet dat graag geborgd in de RES.

Kernpunten uit de Concept RES 1.0:

In de Eindhovense klimaatverordening 2016 (gemeenteblad nummer 2016.033) is als lange

4.3.1

De afgelopen jaren hebben we al 0,51 TWh aan

termijndoelstelling opgenomen dat de uitstoot van broeikasgassen gereduceerd moet zijn met 55%

zonnedaken, -velden en windturbines gerealiseerd.

in 2030 en 95% in 2050 t.a.v. 1990, als stedelijke bijdrage aan het voorkomen van

Vervolgens zetten we ons maximaal in voor realisatie

klimaatverandering.

van ‘no regret’ maatregelen, ofwel het laaghangend fruit.

Het Klimaatplan 2021-2026 geeft vorm aan deze doelstelling en zet daartoe in op het maximaal

Hierbij maken we gebruik van de ‘zonneladder’, die de

benutten van het opwekpotentieel van de stad en op samenwerking in RES-verband.

4.3.2

voorkeursvolgorde weergeeft van de aanleg van zonnepanelen. Met de eerste vier stappen op de

4.3.3

4.3.2

De raad onderstreept het belang dat ook regionaal een zonneladder wordt gehanteerd. De

zonneladder verwachten we 0,28 TWh te kunnen

Concept RES 1.0 hanteert een zonneladder die in essentie overeenkomt met de zonneladder

realiseren.

in de Eindhovense beleidsvisie: eerst op bebouwing, dan (tijdelijk) op ongebruikte ruimte en

In het schema op pagina 36, zijn de stappen

langs grootschalige infrastructuur, dan met meervoudig ruimtegebruik in combinatie met

aangegeven die we doorlopen in het kader van het

andere opgaven en functies, en tenslotte goed ingepast op landbouwgronden. De laatste

planMER. Met behulp van de eerste drie stappen zoals

weergegeven in het schema zijn de globale

categorie is op Eindhovens grondgebied niet gewenst verklaard, gezien de beperkte

zoekgebieden uit de concept-RES nader afgebakend en

buitenruimte en het intensieve gebruik.

ontstaat er inzicht in de milieu-effecten (leefomgeving,

4.3.4

landschap en ecologie), de kansen voor koppeling aan

Het Klimaatplan 2021-2026 zet in op ontwikkeling van drie à vier zonneparken binnen de

andere thema’s (landbouw, economie, natuur en

richtlijnen van het beleid zon en wind. Apart te noemen is de tijdelijke benutting van ruimte die

klimaat) en de mogelijke energieopbrengst van de

gereserveerd is voor de nog te realiseren fases van de Brainport Industries Campus (BIC), zie

zoekgebieden.

figuur 1. Ook rond Eindhoven Airport zijn nog mogelijkheden. Het opwek potentieel van deze

Er lijkt voldoende potentie aanwezig ter ondersteuning

parken is circa 0,020 TWh.

van onze bijdrage van 2 TWh duurzame energie in 2030. Dat een locatie buiten het planMER valt betekent niet per se dat die locatie onmogelijk is. 4.3.5

Gemeenten kunnen onderzoeken of (lokaal) maatwerk mogelijk is.

4.3.6

Om het bod van 2 TWh in 2030 te verwezenlijken moet de RES vertaald worden naar beleid, regels en uitvoeringsprojecten. Het realiseren van de no-regret maatregelen heeft daarbij prioriteit; Het realiseren van grootschalige zon- en windprojecten vraagt veel voorbereidingstijd. Beide routes moeten we tegelijk bewandelen om ons doel voor 2030 te halen.

4.3.7

Er is continue afstemming tussen netbeheerder en de lokale en regionale overheden. We stemmen de verdeling van de beschikbare capaciteit en noodzakelijke investeringen in de toekomst regionaal af.

4.3.8

Een degelijke en afgestemde uitvoeringsplanning biedt zekerheid om te komen tot nieuwe investeringen.

4.3.3

De methodiek van de PlanMER bouwt voort op de analyse die is gedaan voor de Concept RES. Het beleid Zonneparken en Windturbines in Eindhoven die de raad in 2020 heeft vastgesteld bouwt eveneens voort op die analyse, en de uitkomsten komen dan ook in grote lijn overeen. Voor het merendeel van het Eindhovens grondgebied geldt een ‘nee’ of een ‘nee,

tenzij’, waarbij ruimte voor grootschalige opwekking wordt geboden rond infra en voor tijdelijk gebruik van plekken die in afwachting van ontwikkeling zijn. 4.3.4

Van de PlanMER-zoekgebieden bevinden er twee zich (deels) op grondgebied van Eindhoven. Zoekgebied 13 ligt in de directe omgeving van de A67 bij knooppunt De Hogt en geldt als zoekgebied voor windenergie. Dit zoekgebied draagt maximaal 0,045 TWh bij aan het bod in de RES. Dit is 2% van het totale RES-bod van 2 TWh, en 8% van het zogenaamde ‘MERdoelbereik’. Het MER-doelbereik is het deel van het RES-bod dat overblijft na aftrek van al gerealiseerde projecten, van projecten in de pijplijn en van de no-regretmaatregelen zoals zonnepanelen op bedrijfsdaken. In het beleid Zonneparken en windturbines wordt de mogelijkheid om in dit gebied één windturbine te plaatsen benoemd, o.a. gebaseerd op eerder onderzoek uit 2018. Het Klimaatplan 2021-2026 stelt onderzoek naar die mogelijke ontwikkeling te starten, samen met de directe buurgemeenten. De PlanMER milieu-effectbeoordeling laat zien dat opwekking in zoekgebied 13 conflicteert met het Natuur Netwerk Brabant. De raad hecht echter aan het uitgangspunt waarmee een uitzondering op de Interim omgevingsverordening van de provincie opgenomen voor windturbines in NNB-gebieden langs grootschalige infrastructuur. Daarnaast stelt de Concept RES 1.0 ook dat gemeenten kunnen onderzoeken of (lokaal) maatwerk mogelijk is.

Bijvoorbeeld het ontwikkelen van grootschalige opwek waarbij de natuurcompensatie wordt gerealiseerd in aanliggende natuurgebieden. Zoekgebied 13 toont ook negatieve effecten op de leefomgeving en op de gebruiks- en belevingswaarde. Daarentegen scoort het zoekgebied positief op de bredere thema’s ‘Natuur – nabij nog te ontwikkelen Natuur Netwerk Brabant’, ‘Natuur – nabij groenblauwe mantel’. De

raad hecht belang aan een lokale afweging hierin door de direct betrokken gemeenten, in participatie met omwonenden en andere belanghebbenden. De positieve score van zoekgebied 13 bij het bredere thema ‘Ligging t.o.v. grootverbruikers’ komt niet terug in het MER-alternatief ‘Netinpassing’. Gezien de netcongestie in de regio en de noodzakelijke capaciteitsuitbreiding, zou de ligging nabij energie-intensieve gebieden als De Hurk en De Run positiever beoordeeld mogen worden. Zoekgebied 38 draagt met zonne-energie maximaal 0,253 TWh bij aan het bod in de RES. Dat komt neer op 12% van het totale RES-bod, of 44% van het MER-doelbereik. Zoekgebied 38 omvat dan ook de gehele snelwegomgeving in de regio: een strook van 300 meter aan weerszijden van de snelwegen A2, A50, A58 en A67, voor zover deze gebieden niet reeds aan een ander zoekgebied toegewezen zijn. In het beleid Zonneparken en windturbines wordt geen afstand genoemd voor het ‘bufferlandschap infrastructuur’. Vanwege de natuurwaarden rondom verbindingsstructuren geldt de voorkeur voor het plaatsen van zonnepanelen op bestaande bouwwerken en verharding, zoals viaducten en geluidsschermen. Voor de plaatsing van panelen op de grond dient een maatwerk-afweging gemaakt te worden met betrekking tot landschapstype en natuurwaarden.

Eindhoven werkt samen met Rijkswaterstaat en gemeente Best aan een pilot om opwekking van zonne-energie rond knooppunt Batadorp mogelijjk te maken. Dit pas binnen de kaders van zoekgebied 38. 4.3.6

De raad vraagt extra aandacht voor de moeilijkheden bij realisering van zonnepanelen op bedrijfsdaken. 14% van het RES-bod (0,28 TWh) komt voort uit de eerste treden van de zonneladder, de ‘noregret maatregelen’, zoals grote bedrijfsdaken en geluidswallen langs snelwegen. Deze

doelstelling is voor Eindhoven relatief belangrijk, gezien het grote aantal (bedrijfs)daken en de schaarse ruimte voor andere vormen van opwek. In het beleid Zonneparken en windturbines is geschat dat er de mogelijkheid is om meer dan 1 miljoen zonnepanelen in Eindhoven rendabel te plaatsen op daken. Daarmee zou in 10% van de Eindhovense elektriciteitsbehoefte in 2050 worden voorzien. Het Klimaatplan 2021-2026 gaat uit van in totaal zo’n 550.000 zonnepanelen in 2025 met een opwek vermogen van circa 0,075 TWh. Hierbij zijn ook daken van woningen (‘kleinschalige opwekking’, niet meegeteld in het RES-bod) meegeteld. De ervaring in Eindhoven leert dat een groot deel van de ondernemers en bedrijven teveel belemmeringen ziet en vooral ontzorgd wil worden bij het inzetten van hun dakoppervlakte voor energie-opwekking. Hier ligt een kans voor de regio om een versnelling in te zetten, bijvoorbeeld naar voorbeeld van Solar Valley in RES-regio Hart van Brabant. 4.3.7

De raad vraagt aandacht voor het belang van bovengemeentelijke afstemming over netcapaciteit en lopende of voorgenomen projecten, en voor een regionaal of subregionaal afwegingskader voor projecten wanneer er sprake is van (dreigende) netcongestie. Het realiseren van zonnepanelen op grote daken en rondom snelwegen is een ruimtelijke ‘no regret’, maar complexer dan het vergunnen en aanleggen van zonneparken. Voorkomen dient te worden dat de no-regret maatregelen niet aangesloten kunnen worden door capaciteitsreserveringen voor zonneparken in het buitengebied. De raad is positief dat de RES kijkt naar waterstof als kans voor de regio. Waterstof biedt zowel vanuit het energiesysteem kansen, als oplossing bij congestie op het stroomnetwerk en om opslag van wind- en zonpieken te realiseren. Maar ook vanuit de innovatieve kracht in de regio, zoals rond de Brabantse Waterstof Coalitie of het landelijke project HyWay27. Wel is het van belang dat er een goede afweging wordt gemaakt over de inzet van groene waterstof, bijvoorbeeld volgens de Waterstofladder van Natuur&Milieu.

Hoofdstuk

Reactie

5.

5.

Stap voor stap naar uitvoering

De ambities en aanpakken in de RES 1.0, die naar verwachting eind 2021 ter besluitvorming aan de raden voorgelegd kan worden, zullen de komende jaren uitgevoerd moeten worden.

Kernpunten uit de Concept RES 1.0: 5.1 Naar verwachting zullen we halverwege 2021 verschillende

5.1 De raad kijkt uit naar de scenario’s voor samenwerking en de financiële vertaling daarvan voor de

scenario’s voor samenwerking in de uitvoering kunnen voorleggen

gemeenten. Tegelijkertijd wijst de raad op de programma’s en projecten die al lopen bij de verschillende

aan de gemeenten, provincie en waterschappen. Om vervolgens

individuele gemeenten, en vraagt aandacht voor de aansluiting hierop. Zodat samenwerking gezocht

afspraken te maken om als gezamenlijke overheden, in

kan worden op het meest effectieve schaalniveau, zowel tussen overheden onderling als met de

samenwerking met de betrokken stakeholders, slimmer en

verschillende stakeholders en uitvoerende partijen in de regio, om samen echte stappen te gaan zetten

efficiënter stappen te zetten in de realisatie van de energietransitie.

in de energietransitie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11744070/1