Bijlage 2 - Zienswijze Concept RES 1
Tekst van het document
gemeente Eindhoven
Onderwerp: Zienswijze van de gemeente Eindhoven op de Concept RES 1.0.
Hieronder leest U de zienswijze van de gemeente Eindhoven op de Concept RES 1.0. Op verzoek van de MRE is de hoofdstukstructuur van de Concept RES 1.0 aangehouden.
Hoofdstuk
Reactie
1.
1.
Opgave en kader
De raad is positief over de stappen die genomen zijn sinds de Concept RES. De Concept RES 1.0 is een verhaal geworden waarin de inwoners en ondernemers, de landschappen en economie van
Kernpunten uit de Concept RES 1.0:
de regio centraal staan.
1.1 Onze RES 1.0 is een momentopname. Ze geeft aan waar we op dit moment staan op de weg naar 2030 en verder, de weg naar 2050. 1.2 We hebben niet alleen een flexibele energiestrategie nodig om in een telkens veranderende wereld, de huidige en
1.1 De raad erkent dat de Concept RES 1.0 een tussenstap is richting RES 1.0 en vooral richting 2030 en verder naar 2050. Een zorgvuldig proces met solidariteit tussen gemeenten maar met behoud van autonomie, past de regio beter dan papieren ambities en samenwerking als doel op zich. Deze tussenstap met een Concept RES 1.0 past in die lijn.
toekomstige energiedoelstellingen te blijven behalen, maar ook een stevig samenwerkingsnetwerk.
1.2 De raad onderschrijft de RES opgave en het afwegingskader van NP RES maar wil hier “klimaatrechtvaardigheid” aan toevoegen als prominent uitgangspunt. Hieronder verstaan wij dat de vervuiler betaalt en dat duurzame oplossingen voor iedereen (financieel) bereikbaar zijn. Van de vier onderdelen in het afwegingskader ziet de raad de eerste twee (kwantiteit en de ruimtelijke
inpassing van grootschalige opwek) geborgd in de Concept RES 1.0. Voor de onderdelen systeemefficiëntie en met name maatschappelijk draagvlak zijn nog er nog flinke stappen te zetten. Hoofdstuk
Reactie
2.
2.
Thema’s RES Metropoolregio Eindhoven
De raad onderschrijft de thema’s van de RES en is positief dat thema’s als innovatie en arbeidsmarkt een prominente plek krijgen in deze Concept RES 1.0 en opgepakt worden.
Kernpunten uit de Concept RES 1.0: 2.1 De kracht van onze regio is de diversiteit. De stad en het
2.1 De raad onderschrijft het belang dat de regio gezamenlijk werkt aan de energietransitie. Veel
landelijk gebied versterken elkaar en profiteren in hoge mate
structuren en netwerken overstijgen tenslotte de gemeentegrenzen. Onze woningcorporaties en
van elkaars kwaliteiten en functioneren als een geheel.
onze zorginstellingen bijvoorbeeld zijn vaak actief in meerdere gemeenten. Onze economie is
2.2 Door op regionaal niveau samen te werken met onder meer
sterk door regionale bedrijfsketens. Onze landschappen worden gevormd door het bekenstelsel en
Brainport Development en kennisinstellingen kunnen we de
doorsneden door weg-, spoor- en waterinfrastructuur. Samenwerking biedt kansen voor draagvlak,
innovatie kracht in de regio benutten en versterken,
betaalbaarheid en ruimtelijke kwaliteit.
bijvoorbeeld door innovatie in te zetten om in onze regio met de netschaarste om te gaan. 2.3 De ambitie van de 21 samenwerkende gemeenten uit de regio
De raad benadrukt dat elke gemeente een eigen focus in de energietransitie kent door de mix van stad, dorp en land in onze regio: waar voor sommige gemeenten de nadruk ligt op opwekking van
Zuidoost-Brabant is dat het landelijk gebied leefbaar,
duurzame energie, heeft Eindhoven vooral een opgave om energiebesparing te realiseren en een
toekomstbestendig en economisch vitaal blijft.
duurzame, betaalbare warmtevoorziening vorm te geven. Beide vormen een grote uitdaging als
2.4 We werken samen met Brainport Development en de
het gaat om draagvlak en uitvoering.
arbeidsmarktregio’s Zuidoost-Brabant en Helmond-De Peel, om een beter beeld te krijgen van de gevolgen van de
Ook de afstemming met de subregio Stedelijk Gebied Eindhoven vindt de raad belangrijk. Er zijn
energietransitie op de regionale arbeidsmarkt.
tenslotte belangrijke raakvlakken tussen de regionale energietransitie en de thema’s Economie,
2.5 Daarnaast zorgen we ervoor dat, via het PACT Brabant en het Kennispact MBO Brabant, op provinciale schaal en met de andere Brabantse arbeidsmarktregio’s afstemming en kennisdeling plaats vindt.
Wonen, Ruimte en Voorzieningen die belegd zijn in het SGE samenwerkingsverband en uitgewerkt in de Samenwerkingsagenda 2018-2025.
2.6 In de ruimtelijke afweging van kansrijke zoekgebieden is de
2.2 De raad vraagt aandacht voor het stimuleren en implementeren van innovatie. De RES kan
samenhang met andere opgaven cruciaal. De
antwoorden bieden hoe ideeën, producten en systemen die voortkomen uit het Brainport
Omgevingsagenda Zuidoost- Brabant faciliteert de
ecosysteem van bedrijven en kennisinstellingen gevalideerd kunnen worden in onze regio en op
samenwerking tussen de betrokken overheden en de realisatie
systeemniveau oplossingen kunnen bieden voor de energietransitie.
van de gemaakte afspraken. De raad heeft, middels de motie M4 ‘Stimuleer duurzame innovaties in de regio om klimaatdoelen te halen’ op 15 december 2020 bij het behandeling van het Klimaatplan, opgeroepen de in- en externe financieringsmogelijkheden van een stimuleringsfonds voor innovatieve duurzaamheidsoplossingen te onderzoeken. De raad ziet hier graag een vervolg op in de RES 1.0.
Hoofdstuk
Reactie
3.
3.
Samen de energieambitie realiseren
Kernpunten uit de Concept RES 1.0: 3.1 Samen onderzoeken we de mogelijkheden om de energietransitie uit te voeren. We kijken hoe we slim gebruik
De raad onderschrijft de kernpunten over samenwerking, draagvlak en participatie.
3.2 De raad onderstreept het belang van draagvlak, zowel onder inwoners en ondernemers als onder de vele belangenorganisaties die betrokken zijn of worden bij de energietransitie. De raad is positief dat belangenorganisaties via een adviesgroep beter betrokken worden bij het RES proces.
kunnen maken van de inzet van regionale kennis, innovatie en vakmensen. De besluiten daarover worden lokaal genomen.
Meer aandacht vraagt de raad voor het vergroten van draagvlak onder inwoners door de kans om
Gemeenten zijn dus zelf aan zet. Daarbij realiseren wij ons dat
mee te denken in het RES proces. Hoewel inspraak niet verplicht is voor de Regionale Energie
de mogelijkheden en kansen en fasering per gemeente
Strategie, acht de raad samenspraak volgens de Verordening Samenspraak en Inspraak (2008)
kunnen verschillen.
van belang voor enerzijds draagvlak voor de RES en anderzijds de kwaliteit van de RES. Dat het
3.2 Draagvlak en acceptatie onder omwonenden en andere inwoners en bedrijven uit de omgeving van projecten zijn daarbij van cruciaal belang. Om meer inwoners bekend te maken met de RES bekijken we in overleg met gemeenten wat nodig is om op lokaal niveau participatie te versterken.
animo om mee te denken groot is, blijkt wel uit het aantal aanmeldingen voor de Research Community.
3.3 Om te garanderen dat er invulling gegeven wordt aan minimaal 50% lokaal eigenaarschap stellen we in de RES 1.0 een flexibel model dat uitgaat van de oprichting van een stichting/ontwikkelfonds per gemeente en/of project om minimaal 50% van het eigen vermogen in een project in te brengen.
Hoofdstuk
Reactie
4.
4.
Besparen – duurzame warmte – duurzame opwek
De raad onderschrijft de elementen van de RES 1.0
Onze RES 1.0 is gebaseerd op de volgende elementen: -
Besparing binnen de gebouwde omgeving.
-
Inpassen opwekking van duurzame elektriciteit op land (wind en zon).
-
Warmtetransitie in de gebouwde omgeving door het opstellen van lokale transitievisies warmte ondersteund door een Regionale Structuur Warmte.
-
Een benodigde infrastructuur voor transport en opslag van energie.
Hoofdstuk
Reactie
4.1 Besparen
4.1 De raad onderschrijft het belang van energiebesparing. Energiebesparing voorkomt niet alleen dat onze energievraag blijft groeien, het kan ook de energierekening verlagen voor minder
Kernpunten uit de Concept RES 1.0:
draagkrachtige inwoners en biedt kansen voor nieuwe technologieën, bijvoorbeeld voor
4.1.1
ruimteverwarming.
Je kunt op een aantal manieren besparing stimuleren en dat gebeurt ook al in de regio. Gemeenten kiezen zelf voor wat ze doen en via welke
4.1.2
4.1.3
4.1.1
Het voorgestelde samenwerkingsmodel met basisinfra en modules biedt kans om optimaal
samenwerkingsverbanden. Daarvoor bieden we een
aan te sluiten bij de accenten die iedere gemeente zelf legt in de energietransitie. Gemeenten
basisinfrastructuur en additionele modules per doelgroep.
maken tenslotte zelf keuzes waar zij hun middelen en capaciteit op inzetten.
In deze Concept RES 1.0 richten we ons op de
Wel ziet de raad het belang om de voortgang in energiebesparing te monitoren en de
doelgroepen Wonen, Bedrijven en Maatschappelijk
samenwerking regelmatig te evalueren. Door de vrijblijvendheid van het module-model
Vastgoed.
ontstaan steeds wisselende coalities van gemeenten, waardoor het risico ontstaat dat het
Acht ‘bespaarroutes’ voor woningeigenaren en
regionale overzicht verloren raakt en er ongewilde verschillen tussen gemeenten ontstaan.
woningbouwcorporaties geven inzicht in wat een gemeente kan doen om een bepaalde route goed te 4.1.4
4.1.5
4.1.3
De raad vraagt aandacht voor afstemming, kennisdeling en gezamenlijke aanpakken met de
faciliteren of te organiseren.
woningcorporaties. Met het Duurzaamheidspact, een samenwerking tussen de
We ondersteunen bedrijven met besparen zodat ze zich
woningcorporaties, de huurdersvertegenwoordiging PEK en de gemeente werkt Eindhoven
op hun business kunnen richten. We willen ze ontzorgen
aan energiebesparing. Bijvoorbeeld door inwoners een energiebox cadeau te doen samen
door bijvoorbeeld Greendeals op te zetten. We zetten
met een energie-advies.
handhaving in bij bedrijven die niet of onvoldoende met
In 2021 werkt Eindhoven aan een isolatieprogramma en een energieloket om inwoners in
energiebesparing aan de slag gaan.
staat te stellen informatie te vinden en hun woning te verduurzamen.
Gemeenten hebben een belangrijke (voorbeeld)rol bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Met de
4.1.5
De raad benadrukt de voorbeeldrol die de gemeenten kunnen nemen met het verduurzamen
werkwijze ‘Samen Slimmer Duurzaam Bezig’ voorzien we
van gemeentelijk vastgoed. De verduurzaming van eigen panden biedt bovendien kans om
door structurele samenwerking in de kennis-en
een ‘vliegwiel’ vorm te geven waarbij andere partijen kunnen aanhaken en leren. De
capaciteitsbehoeften en behalen we zo meer resultaten,
Eindhovense aanpak Slim Verduurzamen Vastgoed heeft naast het verduurzamen van het
zonder extra tijdsbesteding en tegen gelijke of lagere
gemeentelijk vastgoed als nevendoel de opgedane kennis en het netwerk aan partijen
kosten.
inzetbaar te maken voor commerciële en niet-commerciële partijen in de stad en de regio.
Hoofdstuk
Reactie
4.2 Duurzame warmte
4.2 De raad onderschrijft de kernpunten voor duurzame warmte.
Kernpunten uit de Concept RES 1.0:
4.2.1
4.2.1
De Metropoolregio Eindhoven kent geen
Zoals beschreven in de Warmtevisie 2020, kent Eindhoven vooral mogelijkheden voor warmte uit natuurlijke bronnen voor lage temperatuur verwarming. Warmte uit lage
overvloed aan bovenlokale warmte-bronnen. Het
temperaturen vergt altijd opwaardering met warmtepompen, waarvoor elektriciteit nodig is.
overschakelen op duurzame warmte betekent, afhankelijk
Eindhoven is dus afhankelijk van energiebronnen buiten de gemeentegrenzen, hetzij uit
van de toegepaste duurzame warmtebron, meestal een
regionale warmtebronnen hetzij door inzet van (groene) elektriciteit. Om die reden heeft de
toename in het gebruik van elektrische (hulp)energie. Op
raad bij de uitgangspunten voor de Warmtevisie vastgesteld eerst in te zetten op
sommige plekken in de regio komt mogelijk de
energiebesparing en rest- en omgevingswarmte te benutten bij het selecteren van
warmtevraag uit volledig elektrische oplossingen (met
alternatieve warmtevoorzieningen voor onze buurten.
individuele warmtepompen bijvoorbeeld), wat betekent dat de belasting op het net op deze locaties nog hoger is. 4.2.2
4.2.3
4.2.2
In de Warmtevisie 2020 staat biomassa omschreven als een transitiebrandstof, nodig om op
Met de Regionale Structuur Warmte willen we:
korte termijn te voldoen aan de warmtevraag. Uitgangspunt is geen nieuwe
-
De bovenlokale / regionale bronnen optimaal
biomassacentrales, tenzij er vanuit de energievoorziening een aantoonbaar zwaarwegend
benutten;
belang is. Voor een warmtetransitie met Impact is het cruciaal dat biomassa op een
-
Desinvesteringen voorkomen;
verstandige en duurzame manier wordt toegepast.
-
Maatschappelijke kosten laag houden en daarbij rekening houden met inwoners en bedrijven in
De raad hecht dan ook belang aan een goed afwegingskader en goede afspraken over
nabijgelegen gemeenten.
bovenlokale warmtebronnen. Per type bron is een kader nodig voor onder meer de
Om de informatie en bestuurlijke keuzes op lokaal en
wenselijkheid van inzet en de verdeling van kosten en baten. Zowel tussen gemeenten, die in
regionaal niveau zoveel mogelijk op elkaar aan te laten
hun Transitievisies Warmte een regierol krijgen over de warmtevoorziening op wijkniveau, als
sluiten is goede afstemming nodig.
tussen overheid en commerciële partijen die een rol (gaan) spelen in de regionale
4.2.4
We werken aan een platform waarop alle informatie is
warmtemarkt. De raad vraagt daarbij aandacht voor de afstemming met de Ministeries,
verzameld. We ontwikkelen richting RES 2.0 een
Provincie en de waterschappen als kennispartijen maar ook als bevoegde autoriteit voor
methodiek waarin de maatschappelijke kosten en baten
verschillende typen vergunningen.
van bovenlokale warmtebronnen kunnen worden gewogen. 4.2.5
Omdat we deze moeilijke opgave slim aan willen pakken, maken we afspraken over een gezamenlijke kennis- en leeragenda waarbij we samenwerken met kennisinstellingen en bedrijven.
Hoofdstuk
Reactie
4.3 Duurzame opwek
4.3 De raad hecht groot belang aan de mogelijkheid om op Eindhovens grondgebied bij te kunnen dragen aan de energietransitie, en ziet dat graag geborgd in de RES.
Kernpunten uit de Concept RES 1.0:
In de Eindhovense klimaatverordening 2016 (gemeenteblad nummer 2016.033) is als lange
4.3.1
De afgelopen jaren hebben we al 0,51 TWh aan
termijndoelstelling opgenomen dat de uitstoot van broeikasgassen gereduceerd moet zijn met 55%
zonnedaken, -velden en windturbines gerealiseerd.
in 2030 en 95% in 2050 t.a.v. 1990, als stedelijke bijdrage aan het voorkomen van
Vervolgens zetten we ons maximaal in voor realisatie
klimaatverandering.
van ‘no regret’ maatregelen, ofwel het laaghangend fruit.
Het Klimaatplan 2021-2026 geeft vorm aan deze doelstelling en zet daartoe in op het maximaal
Hierbij maken we gebruik van de ‘zonneladder’, die de
benutten van het opwekpotentieel van de stad en op samenwerking in RES-verband.
4.3.2
voorkeursvolgorde weergeeft van de aanleg van zonnepanelen. Met de eerste vier stappen op de
4.3.3
4.3.2
De raad onderstreept het belang dat ook regionaal een zonneladder wordt gehanteerd. De
zonneladder verwachten we 0,28 TWh te kunnen
Concept RES 1.0 hanteert een zonneladder die in essentie overeenkomt met de zonneladder
realiseren.
in de Eindhovense beleidsvisie: eerst op bebouwing, dan (tijdelijk) op ongebruikte ruimte en
In het schema op pagina 36, zijn de stappen
langs grootschalige infrastructuur, dan met meervoudig ruimtegebruik in combinatie met
aangegeven die we doorlopen in het kader van het
andere opgaven en functies, en tenslotte goed ingepast op landbouwgronden. De laatste
planMER. Met behulp van de eerste drie stappen zoals
weergegeven in het schema zijn de globale
categorie is op Eindhovens grondgebied niet gewenst verklaard, gezien de beperkte
zoekgebieden uit de concept-RES nader afgebakend en
buitenruimte en het intensieve gebruik.
ontstaat er inzicht in de milieu-effecten (leefomgeving,
4.3.4
landschap en ecologie), de kansen voor koppeling aan
Het Klimaatplan 2021-2026 zet in op ontwikkeling van drie à vier zonneparken binnen de
andere thema’s (landbouw, economie, natuur en
richtlijnen van het beleid zon en wind. Apart te noemen is de tijdelijke benutting van ruimte die
klimaat) en de mogelijke energieopbrengst van de
gereserveerd is voor de nog te realiseren fases van de Brainport Industries Campus (BIC), zie
zoekgebieden.
figuur 1. Ook rond Eindhoven Airport zijn nog mogelijkheden. Het opwek potentieel van deze
Er lijkt voldoende potentie aanwezig ter ondersteuning
parken is circa 0,020 TWh.
van onze bijdrage van 2 TWh duurzame energie in 2030. Dat een locatie buiten het planMER valt betekent niet per se dat die locatie onmogelijk is. 4.3.5
Gemeenten kunnen onderzoeken of (lokaal) maatwerk mogelijk is.
4.3.6
Om het bod van 2 TWh in 2030 te verwezenlijken moet de RES vertaald worden naar beleid, regels en uitvoeringsprojecten. Het realiseren van de no-regret maatregelen heeft daarbij prioriteit; Het realiseren van grootschalige zon- en windprojecten vraagt veel voorbereidingstijd. Beide routes moeten we tegelijk bewandelen om ons doel voor 2030 te halen.
4.3.7
Er is continue afstemming tussen netbeheerder en de lokale en regionale overheden. We stemmen de verdeling van de beschikbare capaciteit en noodzakelijke investeringen in de toekomst regionaal af.
4.3.8
Een degelijke en afgestemde uitvoeringsplanning biedt zekerheid om te komen tot nieuwe investeringen.
4.3.3
De methodiek van de PlanMER bouwt voort op de analyse die is gedaan voor de Concept RES. Het beleid Zonneparken en Windturbines in Eindhoven die de raad in 2020 heeft vastgesteld bouwt eveneens voort op die analyse, en de uitkomsten komen dan ook in grote lijn overeen. Voor het merendeel van het Eindhovens grondgebied geldt een ‘nee’ of een ‘nee,
tenzij’, waarbij ruimte voor grootschalige opwekking wordt geboden rond infra en voor tijdelijk gebruik van plekken die in afwachting van ontwikkeling zijn. 4.3.4
Van de PlanMER-zoekgebieden bevinden er twee zich (deels) op grondgebied van Eindhoven. Zoekgebied 13 ligt in de directe omgeving van de A67 bij knooppunt De Hogt en geldt als zoekgebied voor windenergie. Dit zoekgebied draagt maximaal 0,045 TWh bij aan het bod in de RES. Dit is 2% van het totale RES-bod van 2 TWh, en 8% van het zogenaamde ‘MERdoelbereik’. Het MER-doelbereik is het deel van het RES-bod dat overblijft na aftrek van al gerealiseerde projecten, van projecten in de pijplijn en van de no-regretmaatregelen zoals zonnepanelen op bedrijfsdaken. In het beleid Zonneparken en windturbines wordt de mogelijkheid om in dit gebied één windturbine te plaatsen benoemd, o.a. gebaseerd op eerder onderzoek uit 2018. Het Klimaatplan 2021-2026 stelt onderzoek naar die mogelijke ontwikkeling te starten, samen met de directe buurgemeenten. De PlanMER milieu-effectbeoordeling laat zien dat opwekking in zoekgebied 13 conflicteert met het Natuur Netwerk Brabant. De raad hecht echter aan het uitgangspunt waarmee een uitzondering op de Interim omgevingsverordening van de provincie opgenomen voor windturbines in NNB-gebieden langs grootschalige infrastructuur. Daarnaast stelt de Concept RES 1.0 ook dat gemeenten kunnen onderzoeken of (lokaal) maatwerk mogelijk is.
Bijvoorbeeld het ontwikkelen van grootschalige opwek waarbij de natuurcompensatie wordt gerealiseerd in aanliggende natuurgebieden. Zoekgebied 13 toont ook negatieve effecten op de leefomgeving en op de gebruiks- en belevingswaarde. Daarentegen scoort het zoekgebied positief op de bredere thema’s ‘Natuur – nabij nog te ontwikkelen Natuur Netwerk Brabant’, ‘Natuur – nabij groenblauwe mantel’. De
raad hecht belang aan een lokale afweging hierin door de direct betrokken gemeenten, in participatie met omwonenden en andere belanghebbenden. De positieve score van zoekgebied 13 bij het bredere thema ‘Ligging t.o.v. grootverbruikers’ komt niet terug in het MER-alternatief ‘Netinpassing’. Gezien de netcongestie in de regio en de noodzakelijke capaciteitsuitbreiding, zou de ligging nabij energie-intensieve gebieden als De Hurk en De Run positiever beoordeeld mogen worden. Zoekgebied 38 draagt met zonne-energie maximaal 0,253 TWh bij aan het bod in de RES. Dat komt neer op 12% van het totale RES-bod, of 44% van het MER-doelbereik. Zoekgebied 38 omvat dan ook de gehele snelwegomgeving in de regio: een strook van 300 meter aan weerszijden van de snelwegen A2, A50, A58 en A67, voor zover deze gebieden niet reeds aan een ander zoekgebied toegewezen zijn. In het beleid Zonneparken en windturbines wordt geen afstand genoemd voor het ‘bufferlandschap infrastructuur’. Vanwege de natuurwaarden rondom verbindingsstructuren geldt de voorkeur voor het plaatsen van zonnepanelen op bestaande bouwwerken en verharding, zoals viaducten en geluidsschermen. Voor de plaatsing van panelen op de grond dient een maatwerk-afweging gemaakt te worden met betrekking tot landschapstype en natuurwaarden.
Eindhoven werkt samen met Rijkswaterstaat en gemeente Best aan een pilot om opwekking van zonne-energie rond knooppunt Batadorp mogelijjk te maken. Dit pas binnen de kaders van zoekgebied 38. 4.3.6
De raad vraagt extra aandacht voor de moeilijkheden bij realisering van zonnepanelen op bedrijfsdaken. 14% van het RES-bod (0,28 TWh) komt voort uit de eerste treden van de zonneladder, de ‘noregret maatregelen’, zoals grote bedrijfsdaken en geluidswallen langs snelwegen. Deze
doelstelling is voor Eindhoven relatief belangrijk, gezien het grote aantal (bedrijfs)daken en de schaarse ruimte voor andere vormen van opwek. In het beleid Zonneparken en windturbines is geschat dat er de mogelijkheid is om meer dan 1 miljoen zonnepanelen in Eindhoven rendabel te plaatsen op daken. Daarmee zou in 10% van de Eindhovense elektriciteitsbehoefte in 2050 worden voorzien. Het Klimaatplan 2021-2026 gaat uit van in totaal zo’n 550.000 zonnepanelen in 2025 met een opwek vermogen van circa 0,075 TWh. Hierbij zijn ook daken van woningen (‘kleinschalige opwekking’, niet meegeteld in het RES-bod) meegeteld. De ervaring in Eindhoven leert dat een groot deel van de ondernemers en bedrijven teveel belemmeringen ziet en vooral ontzorgd wil worden bij het inzetten van hun dakoppervlakte voor energie-opwekking. Hier ligt een kans voor de regio om een versnelling in te zetten, bijvoorbeeld naar voorbeeld van Solar Valley in RES-regio Hart van Brabant. 4.3.7
De raad vraagt aandacht voor het belang van bovengemeentelijke afstemming over netcapaciteit en lopende of voorgenomen projecten, en voor een regionaal of subregionaal afwegingskader voor projecten wanneer er sprake is van (dreigende) netcongestie. Het realiseren van zonnepanelen op grote daken en rondom snelwegen is een ruimtelijke ‘no regret’, maar complexer dan het vergunnen en aanleggen van zonneparken. Voorkomen dient te worden dat de no-regret maatregelen niet aangesloten kunnen worden door capaciteitsreserveringen voor zonneparken in het buitengebied. De raad is positief dat de RES kijkt naar waterstof als kans voor de regio. Waterstof biedt zowel vanuit het energiesysteem kansen, als oplossing bij congestie op het stroomnetwerk en om opslag van wind- en zonpieken te realiseren. Maar ook vanuit de innovatieve kracht in de regio, zoals rond de Brabantse Waterstof Coalitie of het landelijke project HyWay27. Wel is het van belang dat er een goede afweging wordt gemaakt over de inzet van groene waterstof, bijvoorbeeld volgens de Waterstofladder van Natuur&Milieu.
Hoofdstuk
Reactie
5.
5.
Stap voor stap naar uitvoering
De ambities en aanpakken in de RES 1.0, die naar verwachting eind 2021 ter besluitvorming aan de raden voorgelegd kan worden, zullen de komende jaren uitgevoerd moeten worden.
Kernpunten uit de Concept RES 1.0: 5.1 Naar verwachting zullen we halverwege 2021 verschillende
5.1 De raad kijkt uit naar de scenario’s voor samenwerking en de financiële vertaling daarvan voor de
scenario’s voor samenwerking in de uitvoering kunnen voorleggen
gemeenten. Tegelijkertijd wijst de raad op de programma’s en projecten die al lopen bij de verschillende
aan de gemeenten, provincie en waterschappen. Om vervolgens
individuele gemeenten, en vraagt aandacht voor de aansluiting hierop. Zodat samenwerking gezocht
afspraken te maken om als gezamenlijke overheden, in
kan worden op het meest effectieve schaalniveau, zowel tussen overheden onderling als met de
samenwerking met de betrokken stakeholders, slimmer en
verschillende stakeholders en uitvoerende partijen in de regio, om samen echte stappen te gaan zetten
efficiënter stappen te zetten in de realisatie van de energietransitie.
in de energietransitie.