CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 second opinion evz maatregelen

Raadsvergadering 22 juni 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Stationsplein (District-E)2.811 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie second opinion mitigerende maatregelen herbegrenzing NNB/EVZ Dommel Stationsweg in Eindhoven

Opdrachtgever Gemeente Eindhoven Mevrouw N. Loomans Nachtegaallaan 15 5600 RB EINDHOVEN

Inleiding Wij hebben voor u een second opinion uitgevoerd. Het gaat over een advies over de herbegrenzing van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) / de Ecologische verbindingszone (EVZ) bij de Dommel ter hoogte van de Stationsweg in Eindhoven. Jasper Verhaar (senior adviseur/ecoloog) heeft de second opinion uitgevoerd en in deze notitie verwoord. Dennis Slotboom (senior adviseur/ecoloog) heeft deze notitie inhoudelijk gecontroleerd. Aanleiding en doel Voor het parkeerterrein aan de Stationsweg in Eindhoven worden plannen ontwikkeld voor de bouw van een kantoorgebouw, een woontoren en ondergrondse parkeervoorzieningen. Het plangebied ligt voor een deel binnen het NNB. Daarom is er het voornemen om de begrenzing van de NNB-zone aan te passen. In dat kader heeft Royal Haskoning DHV in 2020 een beoordeling uitgevoerd van de effecten van de werkzaamheden op het NNB (rapport met kenmerk: BG8492WATRP2005291123). Op basis van die beoordeling hebt u advies ontvangen over de mitigerende maartregelen die genomen moeten worden om te zorgen dat de NNB-zone gelijk blijft functioneren. Wij beoordelen in deze second opinion of deze maatregelen inderdaad voldoende zijn om dit functioneren te waarborgen.

Werkwijze Relevante documenten Wij hebben het rapport met daarin het te beoordelen advies en de andere door u aangeleverde informatie bestudeerd. Het gaat om de volgende bestanden: • • • •

1. VO_buitenruimte_Lichthoven_fase_2 d.d. 20-05-2020.ZUS 2. Inrichtingsplankaart met Gender d.d. 20-05-2020.ZUS 7. BG8492WATRP200529_NNB-toetsing Edge Eindhoven_def 200205 Verbeelding_NL.IMRO.0772.80357-VO01

Veldbezoek Jasper Verhaar heeft het plangebied op 3 december 2020 bezocht om een actueel beeld van de situatie te krijgen.

Beoordeling mitigerende maatregelen Royal Haskoning DHV heeft voor de (mogelijk) optredende effecten beschreven welke mitigerende maatregelen er genomen worden of genomen kunnen worden. Deze staan in het rapport ‘Ontwikkeling EDGE te Eindhoven, advies EVZ de Dommel’ (referentie BG8492WATRP2005291123) van Royal Haskoning DHV. Hieronder citeren wij de maatregelen (inclusief paginanummer uit het bovengenoemde rapport) en onderbouwen wij of deze volgens ons voldoende zijn. Maatregelen die buiten de scope zijn genoemd, hebben wij niet beoordeeld.

1

Project 303297 v1.0 Concept

Notitie second opinion mitigerende maatregelen herbegrenzing NNB/EVZ Dommel Stationsweg in Eindhoven

Project 303297 v1.0 concept

Herbegrenzing van het NNB De ruimtelijke beslaglegging op het NNB leidt niet tot een aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden. Het is wel een voorwaarde de inrichting van het terrein aan te laten sluiten op de aanwezige natuurwaarden, eventueel de doelsoorten van het EVZ, en deze waar mogelijk te versterken. Beoordeling Cobra maatregel 1: De voorwaarde om de terreininrichting aan te laten sluiten op de aanwezig natuurwaarden is feitelijk gezien geen mitigerende maatregel. In de effectbeoordeling (paragraaf 4.6.1 op pagina 14) wordt namelijk genoemd dat het fysieke ruimtebeslag niet leidt tot het optreden van knelpunten. Zolang dit geen knelpunt is, zijn er ook geen mitigerende maatregelen mogelijk om negatieve effecten te verminderen. Desalniettemin is het in het kader van kleinschalig herbegrenzen wel een voorwaarde dat het plan ook leidt tot een versterking van het NNB. Deze maatregelen beoordelen wij verderop in dit document onder het kopje ‘Kansen’. Maatregel 2 (citaat pagina 15) Werken buiten kwetsbare (voortplantings-)periode Het bouwrijp maken van het terrein (inclusief het verwijderen van het omliggende groen en eventueel te kappen bomen), dient uitdrukkelijk te gebeuren buiten het voortplantingsseizoen. Er is geen vaste periode in de wet vastgelegd, globaal loopt de broedperiode van half maart tot half juli.

Beoordeling Cobra maatregel 2: Het is onduidelijk voor welke soorten of soortgroepen deze maatregel geldt. Er bestaat namelijk niet één dezelfde kwetsbare (voortplantings-)periode voor alle soorten. Maar aangezien er broedvogels in het omliggende groen en eventueel te kappen bomen kunnen voorkomen en er ook gesproken wordt over een broedperiode van globaal half maart tot half juli, gaan wij ervan uit dat deze maatregel gericht is op broedvogels. Maar ook buiten de periode half maart tot half juli kunnen bewoonde vogelnesten aanwezig zijn. Daarom moet daags voor het bouwrijp maken van het terrein gecontroleerd worden op de aanwezigheid van bewoonde vogelnesten. Bewoonde nesten mogen niet worden verstoord. Eventueel moeten in de aanloop naar de uitvoeringsfase maatregelen worden getroffen om broedgevallen te voorkomen, bijvoorbeeld het maaien van oeverbegroeiingen. Maatregel 3 (citaat pagina 15) Voorkomen van betreding van de EVZ Er wordt niet in of aan de oeverzone tussen de Dommel en het plangebied gewerkt, en ook tijdens de aanlegfase van het project blijft dit deel gevrijwaard. Ook voor een eventueel bouwdepot wordt geen ruimtebeslag gelegd op door de provincie aangewezen natuurbeheertype of direct aangrenzende oevers of andere groenstroken. Beoordeling Cobra maatregel 3: Deze maatregel moet gewaarborgd worden door een duidelijk zichtbare beschermde zone in te stellen.

Bijvoorbeeld door het plaatsen van bouwhekken daags voor het bouwrijp maken. Het moet voor uitvoerend personeel op de werklocatie duidelijk zijn dat deze bouwhekken niet verplaatst of verwijderd mogen worden.

2

Project 303297 v1.0 Concept

Notitie second opinion mitigerende maatregelen herbegrenzing NNB/EVZ Dommel Stationsweg in Eindhoven

Maatregel 1 (citaat pagina 15)

Voorkomen van verstoring van (foeragerende/overvliegende) vleermuizen Vleermuizen zijn in de nacht actief. Indien werkzaamheden plaatsvinden gedurende de nacht, welke (bijvoorbeeld in het kader van veiligheid) verlicht worden, kan dit leiden tot verstoring. In de duiker over de Dommel is een slaapplek van watervleermuis bekend. Watervleermuizen vliegen vaak laag over wateren om te foerageren en zich te verplaatsen tussen de slaapplek en het foerageergebied. Indien licht uitstraalt op de EVZ en het water van de Dommel, leidt tot dit tot verstoring van de aanwezige vleermuizen, omdat zij het licht willen vermijden. Om dit te voorkomen, dienen geen werkzaamheden gedurende de nacht uitgevoerd te worden. Wanneer dit wel gebeurt, kan dit alleen met objectgerichte verlichting gebeuren, waarbij als absolute voorwaarde geldt dat geen onnodige - verlichting uitstraalt op de EVZ en het water. Beoordeling Cobra maatregel 4: Als absolute voorwaarde wordt gesteld dat er geen onnodige verlichting uitstraalt op de EVZ en het water. De term ‘onnodig’ is hierin een onduidelijk begrip dat op verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden. Dit kan alsnog leiden tot het verlichten van de EVZ en het water en daarmee tot verstoring van vleermuizen. Om verstoring door licht te voorkomen, moeten werkzaamheden bij daglicht worden uitgevoerd.

Uitzondering geldt voor de periode half november – half maart. In die periode zijn vleermuizen vanwege de winterrustperiode het minst actief. In de periode half november – half maart mag objectgericht verlichting worden toegepast. Daarbij geldt als voorwaarde dat er geen verlichting uitstraalt op de EVZ en het water. Om deze maatregel kracht bij te zetten, moeten de bouwhekken (zie beoordeling Cobra maatregel 3) worden voorzien van zwarte doeken. Maatregel 5 (citaat pagina 16) Voorkomen van betreding van de EVZ De EVZ dient gezien te worden als een natuurgebied en niet toegankelijk gemaakt te worden voor bewoners/wandelaars of passanten om te betreden. In het ontwerp is hierin voorzien door het aanbrengen van een fysieke afscheiding (zie figuur 4.7). Daarnaast is er een hoogteverschil tussen de bebouwing (parkeergarage en terraszone) en het maaiveld aan de zijde van De Dommel, wat ook betreding van de EVZ voorkomt. Tot slot wordt er aan de zijde waar de EVZ grenst aan de Stationsweg een hek gerealiseerd. De fysieke afscheiding zorgt er ook voor dat vogels kunnen broeden en zich terug kunnen trekken bij gevaar. In de huidige situatie hebben vogels geen broedgebied in het plangebied, alleen aan de randen en in de oeverzone.

In de toekomstige situatie worden verschillende nestkasten (zie bijlage 3: notitie BREEAM Nieuwbouw kantoorgebouw Stationsweg te Eindhoven) gerealiseerd voor broedvogels. Daarnaast kunnen algemene broedvogels foerageren, bijvoorbeeld op insecten of bessen. Het plangebied wordt daarmee geschikt voor broedvogels. Beoordeling Cobra maatregel 5: De fysieke afscheiding is noodzakelijk. Aanvullend moet met bebording worden aangegeven dat de EVZ door bewoners/wandelaar en passanten als natuurgebied beschouwd moet worden en daarom niet toegankelijk is. Kies hierin niet alleen voor een ‘verboden toegang’-signaal, maar geef op de bebording ook uitleg over nut en noodzaak van de EVZ. Het geschikt maken van het plangebied voor broedvogels is geen maatregel om betreding van de EVZ te voorkomen.

3

Notitie second opinion mitigerende maatregelen herbegrenzing NNB/EVZ Dommel Stationsweg in Eindhoven

Maatregel 4 (citaat pagina 15/16)

Onnodige verlichting beperken (vleermuizen en broedvogels) Met verlichting van het terrein, en in het bijzonder de uitstraling daarvan op EVZ De Dommel, dient rekening te worden gehouden met onder andere de doelsoorten vogels en vleermuizen. Vogels binnen het stedelijk gebied zijn voornamelijk dag-actief en daarom gevoelig voor nachtelijke verlichting van het leefgebied. Vleermuizen zijn in meerdere of mindere mate gevoelig voor licht. Licht-mijdende vleermuissoorten zijn grootoorvleermuizen en Myotis-soorten, zoals watervleermuis en franjestaart. In de overbrugging van het spoor over de Dommel is een slaapplak van watervleermuis vastgesteld, het is dus bekend dat zij in de omgeving voorkomen. Van watervleermuis en gewone dwergvleermuis is daarnaast bekend dat zij foerageren boven de Dommel. Uitgangspunt met betrekking tot het aanbrengen van verlichting, bijvoorbeeld langs wandelpaden (ook in de zone parallel langs het spoor in het plangebied) of parkeerplaatsen, moet zijn dat de verlichting laag en objectgericht wordt geplaatst. Er dient daarnaast geen gevelverlichting en boomkruinverlichting te worden toegepast. Er mag geen verlichting uitstralen op het water van de Dommel. Beoordeling Cobra maatregel 6: De voorwaarde voor het toepassen van licht moet zijn dat er geen verlichting uitstraalt op de EVZ en het water.

Objectgerichte verlichting moet daarom een belangrijk uitgangspunt zijn. Het objectgericht verlichten van wandelpaden, parkeerplaatsen, gevels en boomkruinen is mogelijk op plaatsen waar dit niet leidt tot een lichttoename op de EVZ en het water. Het verlichtingsplan moet hierop worden getoetst en waar nodig worden aangepast. Het is zinvol om in dat kader een nulmeting uit te voeren van de lichtval op de EVZ en het water in de bestaande situatie. Maatregel 7 (citaat pagina 17) Inpassing van natuurwaarden, versterking van mogelijkheden voor natuur Voor de buitenruimte van Lichthoven fase 2 is door Bureau Zus een voorlopig ontwerp voor de buitenruimte opgesteld (Bureau Zus, 2020; zie bijlage). Op basis van afstemming en afweging van verschillende scenario’s met Gemeente Eindhoven is in februari 2020 een visie opgesteld voor de publieke buitenruimte van Lichthoven. De visie ‘pocketpark met stadssingel’ gaat uit van een sterke verankering aan de Dommelzone met vergroening en routes. Er worden natuur-inclusieve maatregelen opgenomen in de uitwerking van het ontwerp van de gebouwen en de inrichting van het plangebied. De visie voor de buitenruimte van Lichthoven gaat uit van een zo’n groen mogelijke inrichting van het parkeerdek en strook langs het spoor in aansluiting op de Dommelzone.

Hiermee sluit dit ‘pocketpark’ aan op de groenstructuur van parken en tuinen langs de Dommel en de groene wiggen van Eindhoven langs Dommel en Spoor. Hiermee wordt het verlies van de groenwaarden in de strook die begrenst is zijnde NNB, in het plangebied gecompenseerd. Een dergelijke inrichting van de buitenruimte versterkt daarnaast de EVZ, doordat op deze wijze een nieuwe ‘steppingstone’ gecreëerd wordt. In de lagere groenborders van het parkeerdek en op de dakterrassen komt onderbeplanting van vaste planten en een bloemrijk graskruidenmengsel. Inheems bloemenmengsel D2 voor ecologische dakbegroeiing met eenjarige, tweejarige planten, vaste planten en grassen. Naast nectar biedt dit mengsel een aantal planten die van belang zijn als waardplant voor vlinders. Het mengsel is zorgvuldig samengesteld voor het extreme klimaat dat daken beheerst: droogte, hitte, wind, zon. Daarbij zijn alle genoemde bloemetjes in het mengsel niet zo tolerant voor droogte als de veelbeproefde Sedumsoorten. Drie inheemse Sedum-soorten zijn onderdeel van het mengsel.

4

Project 303297 v1.0 Concept

Notitie second opinion mitigerende maatregelen herbegrenzing NNB/EVZ Dommel Stationsweg in Eindhoven

Maatregel 6 (citaat pagina 16)

Er zijn natuur-inclusieve maatregelen in het ontwerp opgenomen. Het gaat om een groen parkeerdek, een groenstrook langs het spoor, onderbeplanting en een inheems bloemenmengsel met ‘klimaatbestendige’ sedumsoorten op daken. Met deze maatregelen wordt het maximale gehaald uit de mogelijkheden om de natuur te versterken. Maatregel 8 (citaat pagina 17/18) Aanbrengen van voor doelsoorten geschikte verblijfsmogelijkheden Het planvoornemen wordt tevens beoordeeld in het licht van BREEAM. BREEAM staat voor Building Research Establishment Environmental Assessment Method. BREEAM-NL is een beoordelingsmethode om de duurzaamheidprestatie van gebouwen te bepalen. Een hoge BREEAM-score is van invloed op zowel de waarde, als op het groene imago van het gebouw en zou bovendien van invloed zijn op een gezondere en productievere werk- en leefomgeving. EDGE Technologies streeft de score “Exellent” na (ATKB, 2019, zie bijlage). Er worden meerdere inrichtingsmaatregelen uitgevoerd ten behoeve van het medegebruik van het terrein door inheemse plant- en diersoorten. Voor de aangewezen doelsoort van de EVZ, de ijsvogel, wordt een ijsvogelbroedwand voorgesteld, voor diverse vleermuissoorten worden er kasten aangebracht. Voorzien is in een advies ten aanzien van het aanplanten van inheemse heesters en het plaatsen van insektenhotels. Voor algemene broedvogels worden er nestkasten aangebracht.

Dit leidt tot een verbetering ten aanzien van de huidige natuurwaarden (verhardingen in gebruik als parkeerplaats), en compenseert dit voor het verloren gaan van de strook en kleine oppervlakte grasveld. De kansen om natuurwaarden in het plangebied te realiseren zijn in het ontwerp geïntegreerd. Uitgangspunt is dat de voorzieningen zoals opgenomen in de BREAAM-notitie ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Omdat dit onder de BREEAMcertificering valt, worden de voorzieningen ook onderhouden en bij verval vervangen, wat inhoudt dat soorten duurzaam gebruik kunnen maken bij het juiste onderhoud van de voorzieningen. Een ter zake kundige ecoloog dient hierop toe te zien. Beoordeling Cobra maatregel 8: Het is onduidelijk of en waar de voorgestelde ijsvogelwand en de nestkasten voor algemene broedvogels in het ontwerp zijn opgenomen. Op pagina 2 van het document voorlopig ontwerp (1. VO_buitenruimte_Lichthoven_fase_2 d.d. 20-05-2020.ZUS) zijn deze voorzieningen namelijk niet terug te vinden. Vleermuiskasten in bomen zijn wel in het voorlopig ontwerp opgenomen. De voorgestelde locaties van een aantal vleermuiskasten zijn echter niet ideaal. Zo zijn er vleermuiskasten gepland in bomen langs de Spoorweg. Deze sterk verlichte en drukke weg is een niet erg kansrijke locatie voor vleermuizen. Of deze kasten in gebruik zullen worden genomen door vleermuizen is dan ook zeer de vraag.

Het opnemen van een ijsvogelwand, vogelkasten en vleermuisvoorzieningen in het ontwerp vraagt om een betere uitwerking.

Bevindingen tijdens veldbezoek Tijdens het veldbezoek hebben wij sporen van bevers aangetroffen op de westelijk oever ter hoogte van het plangebied. Het gaat om vraatsporen aan bomen langs de waterlijn en om platgetrapte oeverbegroeiing. Wij hebben geen bovengrondse burcht waargenomen. Maar het is op voorhand niet uit te sluiten dat er alsnog een hol in de oever aanwezig is ter hoogte van het plangebied. De ingang van een beverhol ligt namelijk doorgaans onder de waterspiegel en is dus niet zichtbaar. Een hol moet worden beschouwd als een rust- of voortplantingsplaats en is strikt beschermd onder de Wet natuurbescherming. Verder zijn wij geen bijzonderheden tegengekomen.

5

Notitie second opinion mitigerende maatregelen herbegrenzing NNB/EVZ Dommel Stationsweg in Eindhoven

Beoordeling Cobra maatregel 7:

Beoordeling maatregelen Wij hebben acht maatregelen beoordeeld. Het maatregelenpakket is compleet en is vanuit de juiste onderbouwing tot stand gekomen. Maar de maatregelen moeten ons inziens op details worden aangescherpt of duidelijker worden uitgewerkt om het functioneren van de NNB-zone ook daadwerkelijk te kunnen waarborgen. Aanvulling op basis van veldbezoek Uit recente waarnemingen blijkt dat er bevers aanwezig zijn in de betreffende NNB-zone. Bever is geen doelsoort voor de NBB-zone, maar de soort is in het kader van de Wet natuurbescherming wel streng beschermd. Als blijkt dat de voorgenomen ontwikkelingen leiden tot verstoring en aantasting van rust- en voortplantingsplaatsen, dan heeft dit overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming als gevolg. Of hiervan sprake is, moet worden vastgesteld met een beveronderzoek (zie ‘Advies’).

Advies De maatregelen voor de NNB-zone moeten worden aangescherpt en verduidelijkt. Maar de aanwezigheid van bevers kan betekenen dat het maatregelenpakket voor de NBB-zone moet worden herzien. Daarom adviseren wij om eerst een nader onderzoek naar bever uit te laten voeren. Het onderzoek moet zich richten op de aanwezigheid van verborgen holen in de oever en de waarde van de oever als leefgebied voor bevers. Vervolgens moet bepaald worden of de voorgenomen ontwikkelingen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. In dat kader zijn mogelijk vervolgstappen nodig om negatieve effecten te beperken.

6

Project 303297 v1.0 Concept

Notitie second opinion mitigerende maatregelen herbegrenzing NNB/EVZ Dommel Stationsweg in Eindhoven

Conclusie

Notitie second opinion mitigerende maatregelen herbegrenzing NNB/EVZ Dommel Stationsweg in Eindhoven

Hebt u na het lezen van deze notitie nog vragen? Neem dan contact op met Jasper Verhaar via telefoonnummer 088-262 72 00. Uw veelzijdig specialist,

Joost Verhagen Directeur

Vianen (NB), 13 januari 2021

Contactgegevens info@Cobra-groeninzicht.nl www.Cobra-groeninzicht.nl T. 088 – 262 72 00

Adres Cobra Groeninzicht Franssenstraat 66 5434 SJ Vianen (NB)

Bedrijfsgegevens KvK Eindhoven 17232157 Btw-nr. NL 8199.70.220.B01 IBAN NL90 INGB 0008 5217 90

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11749190/1