CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Raadsvoorstel Raadsvoorstel Meerjaren Prognose Vastgoed (MPV) 2021

Raadsvergadering 19 december 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel krediet verbouw Cyclamenstraat 1 en Mathildelaan 2A t.b.v. maatwerkvoorziening tijdelijk wonen3.633 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven Inboeknummer 20bst01680 Beslisdatum B&W 1 december 2020 Dossiernummer 20.49.453

Raadsvoorstel Meerjaren Prognose Vastgoed (MPV) 2021 Inleiding De afgelopen jaren heeft de gemeentelijke vastgoedorganisatie zich sterk geprofessionaliseerd en ontwikkeld. Ze heeft de basis op orde gebracht, heeft grip gekregen op de portefeuille en begint zich te gedragen als een matchmaker tussen huisvestingsvragen uit de stad en het aanbod, voor zover de gemeente dat kan bieden. De ontwikkeling gaat door, ook getuige uw vaststelling van de nieuwe Nota Vastgoedbeleid 2020 (oktober 2020; 20.28.451) en de lijnen die daarin zijn uitgestippeld. Een verbeterpunt bij de doorontwikkeling de afgelopen jaren was het betrekken van uw raad bij het gemeentelijke vastgoed. Op het vastgoedonderdeel waar na de kapitaallasten het meeste geld in omgaat, namelijk het onderhoud, werd u niet actief aangehaakt. Begin dit jaar heeft het college een nieuwe opbouw van het vastgoedbeleid ontworpen. Naar analogie van de het MPG (grondexploitaties) hebben we besloten ook jaarlijks een MPV ter vaststelling aan de raad voor te leggen. De eerste versie ontvangt u hierbij. De kern van het MPV is de vaststelling van de actuele meerjaren onderhoudsplanningen. Daarnaast geeft het MPV inzicht in de geactualiseerde verkooplijst, de slooplijst en de stand van zaken rond leegstand en verduurzaming in het gemeentelijk vastgoed. Het product MPV zal zich de komende jaren nog doorontwikkelen.

Tevens treft u een voorstel aan voor procesafspraken in het begrotingsproces 2022. We sorteren daarnaast voor op aanpassingen in latere begrotingsprocessen. De noodzaak neemt namelijk toe om in het begrotingsproces jaarlijks standaard een prijsindexatie door te voeren op huuropbrengsten, onderhoudsbudgetten en het exploitatiebudget voor planmatig onderhoud. Dit gebeurt nu soms onvoldoende, met het risico dat begroting en werkelijkheid niet goed met elkaar in de pas blijven lopen. Binnen de vastgoedbegroting kan steeds moeilijker ruimte worden gevonden om dit probleem zelf op te lossen.

 Wettelijke taak  Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Jaarlijks een MPV aan de raad voorleggen ter vaststelling van de meerjaren onderhoudsplanningen vastgoed.

 Onvermijdelijk

Inboeknummer 20bst01680

Doelstelling De gemeenteraad nauwer betrekken bij gemeentelijk vastgoed(onderhoud), door jaarlijkse vaststelling van de actuele meerjaren onderhoudsplanningen vastgoed en door te informeren over verkoop, sloop, leegstand en verduurzaming. Tevens het komen tot procesafspraken voor het begrotingsproces 2022. Voorstel 1. De meerjaren prognose vastgoed 2021 vast te stellen voor zover deze de actuele meerjaren onderhoudsplanningen betreft en middels een begrotingswijziging in het actualisatiedossier de bestaande begrotingsbudgetten voor onderhoud hierop aan te passen; 2 Kennis te nemen van de toenemende noodzaak om in het begrotingsproces jaarlijks standaard een prijsindexatie door te voeren op huuropbrengsten, onderhoudsbudgetten en het exploitatiebudget voor planmatig onderhoud, opdat begroting en werkelijkheid beter met elkaar in de pas blijven lopen; 3 Kennis te nemen van de voorlopige verkooplijst, de voorlopige slooplijst en de stand van zaken met leegstand en verduurzaming gemeentelijk vastgoed, die ter informatie zijn opgenomen in de meerjaren prognose vastgoed 2021; 4 Een aantal procesaanpassingen door te voeren vanaf de opbouw van de begroting 2022: a. Het prijsindexatiepercentage voor de verzekerde waardes van het huidige jaar hanteren voor de verzekeringspremies in het nieuwe begrotingsjaar; b.

Indien, overeenkomstig de recent vastgestelde Nota Vastgoedbeleid 2020, sprake is van vastgoedobjecten met een kostprijsdekkende huur, niet meer te verlangen dat iedere jaarschijf volledig is gedekt, maar de consequenties van het ingroei-effect c.q. de aanvankelijke aanloopverliezen, die in latere jaren weer worden terugverdiend, te laten verwerken bij de eerstvolgende begroting; 5 De ontvangen rijkssubsidies (Subsidieregeling instandhouding monumenten) voor onderhoud aan een aantal monumenten te storten in de reserve vastgoed eigenaarsonderhoud en de begroting hierop aan te passen; 6 De begrotingswijziging behorende bij punt 5 vast te stellen. Argumenten 1.1 De meerjaren prognose vastgoed (MPV) past in de herziene opbouw van het vastgoedbeleid. Op 16 juni 2020 heeft de raad besloten (“Financiële effecten van verkoop gemeentelijk vastgoed” 20.13.452) dat alle structurele effecten van het verkopen van gemeentelijk vastgoed, zowel positief als negatief, regulier worden verantwoord en verwerkt in de begroting via de planning- en controlcyclus. Tevens is besloten dat bij verkoop van een gemeentelijk pand, via resultaatsbestemming de opbrengstbestemming wordt gehanteerd zoals genoemd in de vastgestelde verkooplijst. In de aanloop naar dit dossier heeft het college bepaald, voortaan jaarlijks de meerjaren onderhoudsplanningen vastgoed door de raad te laten vaststellen.

In dit kader hebben wij de gehele vastgoed-beleidsopbouw herzien en dit is door uw raad bekrachtigd door de vaststelling van de Nota Vastgoedbeleid op 6 oktober jongstleden.

2

Inboeknummer 20bst01680

De Nota (raad) en de Spelregels (college) blijven bestaan. Het meerjaren perspectief vastgoed (door het college vier maal vastgesteld tot in Q1/2020) wordt vervangen door een compact en feitelijk Vastgoedbericht, eveneens met een jaarlijkse frequentie met ingang van Q4/2021. Daarnaast verschijnt vanaf nu de meerjaren prognose vastgoed, jaarlijks in Q4 op te leveren. Met raadsvaststelling van het MPV worden jaarlijks de meerjaren onderhoudsplanningen vastgoed vastgesteld. De focus ligt daarbij op het eerste jaar en er wordt steeds een doorkijk gegeven naar drie volgende jaren. 1.2 Het vaststellen van het MPV door de raad doet recht aan het rekenkamerrapport over onderhoud van wegen en vastgoed. In het rekenkamerrapport “Onderbouwd onderhoud - Onderzoek naar onderhoud van vastgoed en wegen” van juli 2020, is een aantal conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan omtrent het vastgoedonderhoud. De aanbevelingen uit dit rapport zijn door de raad op 16 september 2020 overgenomen (ongenummerd raadsbesluit). De rekenkamercommissie wil dat de raad nadrukkelijker bij het onderhoud van de gemeentelijke panden wordt betrokken en dat de raad beter kaders kan stellen en kan controleren. Het vanaf nu voorleggen van het MPV aan de raad, daarmee ook het jaarlijks vaststellen van de meerjaren onderhoudsplanningen door de raad, geeft invulling aan die wens.

1.3 Bestaande exploitatiebudgetten voor onderhoud worden conform de meerjaren onderhoudsplanningen in de begroting ingeregeld. De raad heeft door het vaststellen van de begroting de kaders (budgetten) bepaald waarbinnen onderhoud gerealiseerd dient te worden. Om ervoor te zorgen dat de onderhoudsbudgetten in de begroting in lijn zijn met de meerjaren onderhoudsplanningen vastgoed, dienen budgetten op een aantal onderdelen middels een begrotingswijziging aangepast te worden. Een voorbeeld hiervan is dat binnen een taakveld een budget wat gekoppeld is aan object A gekoppeld moet worden aan object B. Een ander voorbeeld is dat voor een bepaald object het budget voor dagelijks onderhoud omgezet moet worden naar budget voor planmatig onderhoud. Omdat het gaat om verschuiving van bestaande onderhoudsbudgetten binnen taakvelden heeft het college de bevoegdheid tot het wijzigen van de begroting. 2.1 Toenemende noodzaak van prijsindex op onderhoudsbudgetten voor dagelijks en planmatig onderhoud. Zodra de nieuwe meerjaren onderhoudsplanningen conform de NEN 2767 aan u ter besluitvorming zijn voorgelegd en de onderhoudsvoorzieningen weer kunnen worden gevormd, zal het college u tevens een procesvoorstel doen voor de indexatie van de onderhoudsbudgetten, ten einde de begroting en bijbehorende onderhoudsplanningen beter op elkaar afgestemd te houden.

De huidige wijze van indexeren levert namelijk uitdagingen op die de vastgoedorganisatie steeds minder goed zelf kan opvangen. Een aantal procesafspraken in het huidige begrotingsproces zorgt ervoor dat de begrote onderhoudslasten en de werkelijke onderhoudskosten moeite hebben om met elkaar in de pas te blijven lopen. Weliswaar wordt een aantal lastenbudgetten centraal geïndexeerd middels een jaarlijks voorstel vanuit sector control aan college en raad, in

3

Inboeknummer 20bst01680

het kader van de nieuwe begroting. Daarbij is echter vaak voorgesteld om minder of helemaal niet te indexeren. Bovendien worden de onderhoudsreserves (voorheen de onderhoudsvoorzieningen, over enkele jaren opnieuw) volgens de huidige afspraken sowieso uitgesloten voor compensatie/indexatie, wat er voor zorgt dat de dekkingsgraad van de reserves gestaag wordt uitgehold. De prijzen in de markt stijgen de afgelopen jaren gestaag door, mede door de schaarste van arbeidskrachten en grondstoffen. Het (gedeeltelijk) ontbreken van prijsindexaties kon tot op heden redelijk worden opgevangen omdat de omvang van vastgoedportefeuille afgelopen jaren gestaag werd afgebouwd. De structurele financiële ruimte die daarmee werd vrijgespeeld, werd ingezet om het probleem als gevolg van onvoldoende prijsindexaties te dichten. Echter met het slinken van de verkooplijst en de restportefeuille van overtallig vastgoed is het einde van deze oplossing in zicht. Deze werkwijze is bovendien minder wenselijk.

Echte besparingen vanuit onderhoud zelf, zonder dat daarbij panden worden afgestoten, zijn in de praktijk moeilijk te realiseren, omdat de vastgoedorganisatie door wet- en regelgeving op het gebied van veiligheid verplicht is om adequaat onderhoud te plegen en anders contractueel met huurders en leveranciers gebonden is aan afspraken en aan het meerjaren onderhoudsplan, op basis van het vigerende onderhoudsbeleid en de daarin beschreven kwaliteitsdoelstellingen. Daarnaast vraagt het steeds strenger wordende toezicht op onderhoudsvoorzieningen om doorvoering van een jaarlijkse prijsindexatie, om te voorkomen dat het meerjaren onderhoudsplan en de begroting uit de pas gaan lopen. Als aannemelijk is dat de onderhoudsbudgetten ontoereikend zullen zijn om het vereiste onderhoudsniveau te garanderen, eist de accountant het doorvoeren van aanvullende stortingen bij de jaarrekening. 3.1 De vastgoedverkooplijst is geactualiseerd en hernoemd tot voorlopige verkooplijst. Laatstelijk in mei 2017 en in november 2019 heeft het college een verkooplijst vastgesteld. We hebben onlangs een bijgewerkte lijst vastgesteld en doen dat voortaan jaarlijks. Hoewel de status en intentie van de lijst nu niet anders is dan voorheen, spreken we voortaan toch van een voorlopige verkooplijst.

Daarmee willen we duidelijk maken dat het vaststellen van een verkooplijst géén verkoopbesluit is, of dat per direct alle panden op de lijst actief in verkoop staan. Verwachte verkoopresultaten worden dan ook niet op basis van de verkooplijst in de begroting verwerkt. Met het vaststellen van de lijst geven wij een opdracht aan de vastgoedorganisatie om actief te gaan studeren op de beste aanpak van een verkooptraject van een pand, waarbij we indien nodig ook zullen kijken naar de huidige invulling van het pand. Wij stellen de lijst vast omdat het krachtens de Gemeentewet ook een collegeverantwoordelijkheid is, te besluiten tot het verkopen van vastgoed. Aangezien de lijst nu jaarlijks wordt bijgewerkt, vermeldt deze alleen de panden waarvan het daadwerkelijk opstarten of afronden van een verkooptraject binnen twee jaar verwacht mag worden. De horizon loopt in deze versie dus tot en met 2022. De lijst is dan ook korter dan die van november 2019. Er zijn adressen afgevallen en geen nieuwe toegevoegd.

4

Inboeknummer 20bst01680

Bovendien zijn sinds de vaststelling van de vorige verkooplijst zeven panden op de lijst verkocht en in eigendom overgedragen aan de kopers. 3.2 Proactiever en met goede onderbouwing sturen op sloop. In het MPV zit een voorlopige slooplijst. De sloop van de panden op deze lijst heeft in dit geval reeds financiële dekking. De dekking van de sloopkosten en de afwaardering zit veelal in bestaande of te verwachte grondexploitaties, of in een projectbudget. We noemen de lijst in het MPV een voorlopige slooplijst, omdat er nadrukkelijker een element van onderzoek in zal komen. In toekomstige MPV’s zal worden voorgesorteerd op het proactief omgaan met sloopvraagstukken. In de praktijk staan ‘slooppanden’ vaak nog jaren overeind en worden ze op het minimaal vereiste niveau onderhouden. Bijvoorbeeld omdat er nog geen grondexploitatie is geopend waarop kosten kunnen worden geschreven, waardoor dekking voor sloop ontbreekt. Dit kan op gespannen voet staan met eisen vanuit veiligheid en gezondheid, die kostbare maatregelen aan een pand vergen. Dat zijn kosten op sterfhuis omdat het pand binnen enkele jaren (waarschijnlijk) gesloopt wordt. Er moet een zorgvuldige afweging worden gemaakt tussen voortijdig slopen met de bijbehorende incidentele kosten, versus de besparingen op toekomstige verlieslatende exploitatie.

Als sloop per saldo het meest gunstig is, maar alternatieve dekkingsbronnen voor de incidentele kosten (nog) niet voorhanden zijn, kan de vastgoedorganisatie via de kadernota dekking aanvragen. 3.3 Via het MPV wordt jaarlijks gerapporteerd over de leegstand in onze portefeuille. De afgelopen jaren heeft het college u door middel van een raadsinformatiebrief jaarlijks geïnformeerd over de stand van zaken met leegstand en leegstandsbeheer in de gemeentelijke vastgoedportefeuille. We houden de jaarlijkse frequentie vast, maar gebruiken vanaf nu het MPV als vehikel om u over dit thema te informeren. 4.1 Procesvoorstel voor indexaties in de begroting om verzekeringspremies beter in de pas te lopen met werkelijke kostenontwikkelingen Jaarlijks verstuurt de schadeverzekeraar voor brand- en opstalverzekeringen de index voor de verzekerde waarde, ook wel herbouwwaarde genoemd, gebaseerd op de kostprijsontwikkelingen in de bouw. De herbouwwaarde is een inschatting van de kosten die nodig zijn om een volledig afgebrand pand opnieuw te bouwen. In 2020 zijn de verzekerde herbouwwaardes met 7,5% toegenomen ten opzichte van 2019 en derhalve is de verzekeringspremie ook met dit percentage toegenomen (extra structurele last circa € 50.000).

In het huidige begrotingsproces worden de budgetten voor de premie standaard niet meegenomen in de centrale prijsindexatie in de begroting, wat er toe leidt dat er eens in de paar jaar een kadernotaclaim noodzakelijk is om niet te ver uit pas te lopen met de werkelijkheid. De laatste aanpassing voor de verzekeringspremies stamt uit 2019, maar is met de recente premiestijging inmiddels al weer achterhaald. Het college stelt daarom voor, vanaf begroting 2022 standaard het prijsindexatiepercentage voor de verzekerde waardes over het lopende boekjaar door te voeren op het nieuwe begrotingsjaar.

5

Inboeknummer 20bst01680

4.2 Procesvoorstel tot het doorvoeren van consequenties van kostprijsdekkende huren in de begroting. Maatschappelijk vastgoed wordt conform het huurprijsbeleid in beginsel tegen een kostprijsdekkende huurprijs verhuurd. Als de huurder echter een structurele subsidierelatie met de gemeente heeft, geldt de lagere fiscale huurprijs. Bij enkele recente voorbeelden met kostprijsdekkende huur (regionale dierenopvang; P+R Aalsterweg) is een spanningsveld gebleken met de huidige financiële spelregels, dat we hierna toelichten. Voor de toekomst willen we dit spanningsveld, dat belemmerend werkt bij nieuwe projecten, wegnemen met onderhavig voorstel. Kostprijsdekkende huren worden berekend over de totale levensduur van een gebouw en worden gekenmerkt door een ingroei-effect, waarbij de huurprijs in de eerste jaren niet kostprijsdekkend is en waarbij dit tekort vervolgens wordt goedgemaakt in de latere jaren. Dit komt doordat de rentelasten in de eerste jaren relatief hoog zijn en de aanvangshuur gedurende de levensduur van het pand wordt gecorrigeerd voor de toekomstige prijsindexatie op de oorspronkelijke bouwkosten. Naarmate de relatieve rentelast over de jaren daalt en de huur wordt gecorrigeerd voor prijsindexatie wordt er een break-even-punt bereikt en gaat het gebouw daarna per saldo renderen.

Bij kostprijsdekkende huur is dit zo berekend dat de plussen en minnen over de gehele levensduur tegen elkaar wegvallen en dat het per saldo geen effect heeft op de algemene middelen (lees: de huur is kostprijsdekkend voor alle kosten gedurende de totale levensduur). Het huidige begrotingsproces voorziet echter niet in de natuurlijke consequenties van deze systematiek en verlangt volledige kostendekkendheid op iedere jaarschijf. Hierdoor moet er aanvullende dekking worden gezocht voor de aanloopverliezen, terwijl de toekomstige voordelen wel automatisch ten goede komen aan de algemene middelen. Deze procesafspraak hindert de totstandkoming van nieuwe maatschappelijke vastgoedontwikkelingen. Vandaar het voorstel om, indien sprake is van nieuwe vastgoedobjecten met kostprijsdekkende huur, niet meer te eisen dat iedere jaarschijf volledig is gedekt, maar de consequenties van het ingroei-effect te laten verwerken bij de eerstvolgende begroting. Nota bene, het gaat hier enkel om de ingroei-effecten van kostprijsdekkende huur, voor een eventuele onrendabele top over de totale periode moet wel aanvullende financiering worden gezocht. Deze zou zich kunnen voordoen in complexere projecten, waarbij niet alle kosten kunnen worden verhaald op de huurder(s) door verrekening in de huurprijs.

5.1 Uitvoering van het onderhoud aan de monumenten loopt niet gelijk met de jaarlijks te ontvangen subsidiebedragen. Vanuit Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim) heeft de gemeente een rijkssubsidie van totaal circa € 470.000,- ontvangen om onderhoud te plegen aan een vijftal rijksmonumenten (Catharinakerk, Collse watermolen, Genneperwatermolen, het oude raadhuis van Tongelre en de Oude Toren op begraafplaats Woensel). Het gaat hier om hout-, schilder-, voeg- en dakwerk en draagt daardoor bij aan de instandhouding van deze unieke objecten. De ontvangen subsidie dekt circa € 470.000 van de kosten voor het geplande onderhoud conform de MJOP’s van deze monumenten. De subsidie wordt

6

Inboeknummer 20bst01680

voor 90% verstrekt in zes jaarlijkse termijnen en het resterende deel wordt verstrekt na vaststelling van de subsidieverantwoording (Catharinakerk 2020 – 2025, overige monumenten 2021 – 2026). In de praktijk lopen de uitvoering van het onderhoud en de daaruit voortkomende kosten niet gelijk met de jaarlijks te ontvangen subsidiebedragen. Om deze reden wordt voorgesteld de subsidiebedragen te storten in de egalisatiereserve Vastgoed eigenaarsonderhoud. In het jaar waarin de werkzaamheden- en kosten zich voordoen kan vervolgens een onttrekking uit de reserve worden gedaan voor dekking van deze kosten. Kanttekeningen 1.1 Het MPV is van een andere orde dan het MPG in relatie tot de begroting en de P&Ccyclus. Het MPV is ‘naar analogie van het MPG’ in het leven geroepen. Een belangrijk verschil tussen het MPG en het MPV is echter dat het begrotingstechnisch twee verschillende bloedgroepen zijn. Waar het MPG direct mutaties kan aanbrengen in de begroting doordat mutaties zich vertalen naar directe winst- of verliesneming in het lopende boekjaar, ook wel gekapitaliseerde winst of verlies genoemd, is dit bij de exploitatie van vastgoed niet mogelijk, vanwege de structurele effecten op de begroting. Dergelijke structurele begrotingsafwijkingen dienen als onderdeel van het kadernota-proces en/of de begroting te worden opgepakt.

Het MPV bevat derhalve geen begrotingsaanpassingen, die niet passen in de door de raad vastgestelde begroting 2021. 1.2 De actuele onderhoudsplanningen zijn nog niet gebaseerd op extern uitgevoerde NEN 2767 inspecties. De meerjaren onderhoudsplanningen die via het MPV aan de raad ter vaststelling worden aangeboden, zijn nog niet gebaseerd op de externe inspecties (conditiemetingen) conform NEN 2767, die momenteel plaatsvinden. Deze inspecties lopen tot medio 2021 en worden verwerkt in de meerjaren onderhoudsplanningen, die ter vaststelling naar de raad gaan met het volgende MPV (Q4/2021). De verwachting is vooralsnog dat de gevolgen voor de individuele onderhoudsplanningen deels positief en deels negatief zullen zijn, maar dat deze actualisatieslag per saldo over de totale portefeuille ongeveer budgetneutraal zal blijven. Kosten De onderhoudsduitgaven voor het MJOP 2021-2024 zien er als volgt uit (tabel wordt nader uitgewerkt in het MPV): Dekkingsbron (x € 1.000) Exploitatie

2021 € 2.417

2022 € 2.591

2023 € 2.287

2024 € 2.143

Vervangingsinvestering

€ 3.418

€ 3.699

€ 5.661

€ 2.380

Onderhoudsreserve

€ 3.175

€ 2.752

€ 2.103

€ 1.208

Eindtotaal

€ 9.010

€ 9.042

€ 10.051

€ 5.732

7

Inboeknummer 20bst01680

Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim) verleent subsidies voor het uitvoeren van uitvoering onderhoudswerkzaamheden aan monumenten (o.a. metselwerk, voegwerk en timmerwerk). De ontvangen subsidie voor de Catharinakerk bedraagt € 275.204,- en voor de overige monumenten (Collse watermolen, Genneperwatermolen, het oude raadhuis van Tongelre en de Oude Toren op begraafplaats Woensel) € 195.386,-. Deze bedragen worden voor 90% in zes jaarlijkse termijnen uitbetaald (Catharinakerk 2020 – 2025, overige monumenten 2021 – 2026). De resterende 10% wordt na vaststelling uitbetaald. Een verzoek tot aangepaste bevoorschotting is mogelijk. Deze subsidie dekt circa € 470.000 van de kosten voor het geplande onderhoud conform de MJOP’s van deze monumenten. De subsidiegelden worden middels dit voorstel gestort in de reserve eigenaarsonderhoud vastgoed en zullen aangewend worden in het jaar waarin de werkzaamheden en kosten zich voordoen. Communicatie Huurders van gebouwen op de voorlopige slooplijst en voorlopige verkooplijst zijn op de hoogte van de status van hun pand. Verdere externe communicatie over dit dossier is niet nodig, aangezien het doel primair is het nader betrekken van uw raad bij een aantal vastgoedthema’s. Planning en uitvoering Jaarlijks ontvangt uw raad het MPV ter vaststelling, opdat u elk jaar de actuele meerjaren onderhoudsplannen kunt vaststellen.

Voor de vast te stellen status wordt steeds gewerkt met een vaste peildatum, namelijk 1 oktober jongstleden. Indien de voorgestelde procesafspraken voor het begrotingsproces door uw raad worden aangenomen, worden deze meegenomen in de opbouw van de begroting 2022. Evaluatie Leerpunten van het nieuwe product MPV worden verwerkt en meegenomen in de volgende versie, aangezien een jaarlijkse frequentie is afgesproken. Over enkele jaren zal de frequentie worden geëvalueerd, aangezien het BBV voor het vaststellen door een raad van de meerjaren onderhoudsplannen een vierjaarlijkse cyclus als minimum stelt. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • Meerjaren Prognose Vastgoed (MPV) 2021

De bijlagen worden meegestuurd

Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,

, secretaris.

8

Inboeknummer 20bst01680

Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 december 2020; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 19 januari 2021; gelet op de nadere toelichting van 22 januari 2021; gelet op de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; besluit: 1.

2

3

4

5

6

De meerjaren prognose vastgoed 2021 vast te stellen voor zover deze de actuele meerjaren onderhoudsplanningen betreft en middels een begrotingswijziging in het actualisatiedossier de bestaande begrotingsbudgetten voor onderhoud hierop aan te passen; Kennis te nemen van de toenemende noodzaak om in het begrotingsproces jaarlijks standaard een prijsindexatie door te voeren op huuropbrengsten, onderhoudsbudgetten en het exploitatiebudget voor planmatig onderhoud, opdat begroting en werkelijkheid beter met elkaar in de pas blijven lopen; Kennis te nemen van de voorlopige verkooplijst, de voorlopige slooplijst en de stand van zaken met leegstand en verduurzaming gemeentelijk vastgoed, die ter informatie zijn opgenomen in de meerjaren prognose vastgoed 2021; Een aantal procesaanpassingen door te voeren vanaf de opbouw van de begroting 2022: a. Het prijsindexatiepercentage voor de verzekerde waardes van het huidige jaar hanteren voor de verzekeringspremies in het nieuwe begrotingsjaar; b. Indien, overeenkomstig de recent vastgestelde Nota Vastgoedbeleid 2020, sprake is van vastgoedobjecten met een kostprijsdekkende huur, niet meer te verlangen dat iedere jaarschijf volledig is gedekt, maar de consequenties van het ingroei-effect c.q.

de aanvankelijke aanloopverliezen, die in latere jaren weer worden terugverdiend, te laten verwerken bij de eerstvolgende begroting; De ontvangen rijkssubsidies (Subsidieregeling instandhouding monumenten) voor onderhoud aan een aantal monumenten te storten in de reserve vastgoed eigenaarsonderhoud en de begroting hierop aan te passen; De begrotingswijziging behorende bij punt 5 vast te stellen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 26 januari 2021.

J. Verbruggen, griffier.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13395503/2