CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Oplegvel 4GR Begroting 2027

Raadsvergadering 16 juni 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel zienswijze ontwerpbegroting 2027 Metropoolregio Eindhoven (MRE)1.725 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven Control 3 april 2026

Oplegvel 4GR Betreft: Oplegvel t.b.v. de begroting 2027 van de 4 Gemeenschappelijke Regelingen De regio Zuidoost-Brabant telt 21 gemeenten. Deze gemeenten nemen deel aan diverse Gemeenschappelijke Regelingen. Aan 4 Gemeenschappelijke Regelingen nemen alle 21 gemeenten deel, namelijk Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO), GGD BrabantZuidoost (GGD), Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) en Metropoolregio Eindhoven (MRE); hierna: 4GR. Op initiatief van de Kring van Gemeentesecretarissen hebben deze 4GR samenwerking gezocht op het gebied van planning en control, zowel ten aanzien van de procedure als van de inhoud. Hierbij zijn afspraken gemaakt over financiële onderwerpen, zodat gemeenteraden eenduidiger regie kunnen voeren. De laatste actualisatie hiervan heeft plaatsgevonden in het najaar van 2022, via de “Actualisatie Beleidsnotitie kaders P&C-documenten 4GR”. Het doel van de geactualiseerde beleidsnotitie is om met elkaar kaders af te spreken en harmonisatie te bereiken op de financiële onderwerpen, zodanig dat dit eenduidiger wordt voor de gemeenteraden en ook efficiency oplevert voor de 4GR. Om deze reden wordt dit oplegvel aan de dossiers van de 4GR toegevoegd. Indexeringsmethodiek De gewenste harmonisatie heeft geleid tot een gelijke indexeringsmethodiek van de inwonerbijdrage.

De wegingsfactor wordt bepaald door de verdeling van de totale lasten in de begroting van de GR over prijzen en lonen. Dit kan ‘organisatie specifiek’ zijn en wordt door de eigen organisatie bepaald. Door de wegingsfactor te vermenigvuldigen met de index wordt een gewogen index verkregen. In de geactualiseerde “Beleidsnotitie kaders P&C documenten 4GR”, is afgesproken om als methode voor indexering van de begroting van het jaar t gebruik te maken van de percentages die in de Macro Economische Verkenning t-1 (uitgebracht in jaar t-2) zijn opgenomen voor het jaar t-1. Het gaat om de Loonvoet sector overheid voor de index van de lonen en de Prijs netto materiële overheidsconsumptie (imoc) voor de index van de prijzen. Zoals tot nu toe het geval was, wordt geen nacalculatie toegepast op de indexering. De loonindex en de prijsindex die de 4GR hanteren zijn aan elkaar gelijk, maar de gewogen index kan verschillen per GR. Het CPB hanteert doorgaans meer behoudende c.q. behoedzame ramingen naar mate de periode waar de indexering betrekking op heeft verder in de toekomst ligt. Indien blijkt dat de 4GR als gevolg van deze methodiek met structureel nadelige effecten worden geconfronteerd, dan kan de GR aan het eigen bestuur een voorstel doen ter compensatie van deze nadelige effecten. In 2025 en 2026 is, n.a.v.

signalen van gemeenten tijdens de zienswijzeprocedure op de conceptbegroting 2026, de indexeringsmethodiek van de 4GR geëvalueerd. Om eventuele aanpassingen tijdig te kunnen betrekken bij de begroting 2027, is de evaluatie naar voren gehaald. De evaluatie is uitgevoerd door een breed samengestelde werkgroep en aangevuld met een extra processtap, gericht op het creëren van breed

draagvlak en het verbeteren van de communicatie richting de gemeenteraden. In dit aanvullende traject is intensief afgestemd met onder andere de kring van gemeentesecretarissen, regionale controllers en de financiële wethouders. Ook is aandacht besteed aan eenduidige, gezamenlijke communicatie vanuit de 4GR naar de gemeenteraden. Op basis van deze evaluatie is het voorstel om bij de nieuwe systematiek de oude systematiek te handhaven met een aantal aanscherpingen. Dit zal indien daartoe wordt besloten niet leiden tot een ander indexeringspercentage voor 2027. U bent hierover geïnformeerd via een brief vanuit de 4GR-en (nummer 26-083 Evaluatie indexeringsmethodiek Gemeenschappelijke Regelingen GGD, MRE, ODZOB en VRBZO). In de tabel hieronder is de gewogen index per GR per jaar opgenomen. Onderdeel

Verhouding

Prijzen

25,00%*

2024 5,90%

GGD-BZO

2025 3,50%

3,95%

2026 2,70%

5,90%

2027 2,40%

4,20%

2,78%

Lonen

75,00%*

3,30%

6,70%

4,70%

2,90%

Prijzen

37,50%

5,90%

3,50%

2,70%

2,40%

Lonen

62,50%

3,30%

6,70%

4,70%

2,90%

Prijzen

10,00%

5,90%

3,50%

2,70%

2,40%

VRBZO

4,28%

MRE

5,50%

3,56%

3,95%

6,38%

2,71%

4,50%

2,85%

Lonen

90,00%

3,30%

6,70%

4,70%

2,90%

Prijzen

33,00%**

5,90%

3,50%

2,70%

2,40%

Lonen

67,00%**

3,30%

ODZOB

4,20%

5,70% 6,70%

4,00% 4,70%

2,70% 2,90%

* Vanaf de begroting 2023 hanteert de GGD-BZO een ander wegingsfactor voor prijs-loon indices (resp. 25%75%) t.o.v. eerdere begrotingen (resp. 30%-70%). Deze wijziging is vastgesteld in de ‘Beleidsnotitie kader indexeringen’ van de 4GR uit 2021. ** Vanaf de begroting 2024 heeft de ODZOB een andere wegingsfactor voor prijs-loon indices (resp. 33%-67%) gehanteerd dan de wegingsfactor die is opgenomen in de nieuwe ‘Actualisatie Beleidsnotitie P&C-documenten 4GR’ uit najaar 2022 (daar hanteert ODZOB een verhouding van resp. 27%-73%). Voor 2026 is deze wegingsfactor resp. 34%-66% en voor 2027 is dit weer 33%-67%. Dit heeft te maken met een beperkte verschuiving tussen prijs- en loongevoelige begrotingsposten.

Hoogte algemene reserve In de “Actualisatie beleidsnotitie Kaders P&C documenten 4GR”zijn o.a. kaders vastgesteld voor de streefwaarde van de algemene reserve, zijnde het weerstandsvermogen van de organisatie. De hoogte van de algemene reserve wordt aan het totaal van de baten gerelateerd aangezien dit een relatief stabiel beeld geeft in de meerjarenbegroting. Er wordt gewerkt met een staffel zodat de hoogte van de totale baten in de begroting niet voortdurend invloed heeft op de hoogte van de aan te houden algemene reserve.

2

Totale baten

Minimum

Maximum

stand

stand

Huidige stand

Verschil t.o.v. minimum

Toelichting

GGDBZO Algemene reserve PG

Algemene reserve AZ

60.700.000

2.400.000

3.200.000

2.327.000

-73.000

· Totale baten primaire begroting 2027. · Reservestand per 31-12-2025 (voor resultaatbestemming van boekjaar 2025). De resultaatbestemming voor PG (€2.053.000) en AZ (€127.000) worden bij vaststelling van de jaarrekening 2025 in de basis toegevoegd aan de desbetreffende algemene reserve afhankelijk van het bestemmingsvoorstel.

41.345.000

2.000.000

2.400.000

1.948.000

-52.000

86.333.926

3.200.000

4.000.000

3.858.747

658.747

· Totale baten primaire begroting 2027. · Reservestand per 31-12-2025 (voor resultaatbestemming van boekjaar 2025). De concept resultaatbestemming €291,287 positief wordt bij vaststelling van de jaarrekening 2025 in de basis toegevoegd aan de algemene reserve afhankelijk van het bestemmingsvoorstel.

22.803.025

1.200.000

1.500.000

1.450.000

250.000

· Totale baten primaire begroting 2027.

VRBZO Algemene reserve

MRE Algemene reserve MRE

Algemene reserve RHCe

3.824.620

150.000

300.000

300.000

150.000

Algemene reserve

33.724.621

1.500.000

2.000.000

2.000.000

500.000

TOTAAL

248.731.192

10.450.000

13.400.000

11.883.747

1.433.747

· Reservestand per 31-12-2025 (voor resultaatbestemming van boekjaar 2025). De concept resultaatbestemming voor MRE (€170.070) en RHCe (-€87.037) wordt bij vaststelling van de jaarrekening 2025 in de basis toegevoegd/onttrokken aan de desbetreffende algemene reserve en bij een positief resultaat afhankelijk van het bestemmingsvoorstel.

ODZOB · Totale baten primaire begroting 2027. · Reservestand per 31-12-2025 (voor resultaatbestemming van boekjaar 2025). De concept resultaatbestemming €940.739 positief wordt bij vaststelling van de jaarrekening 2025 in de basis toegevoegd aan de algemene reserve afhankelijk van het bestemmingsvoorstel.

Om een bestendige gedragslijn te krijgen wordt, mede conform de geactualiseerde beleidsnotitie, voorgesteld om het jaarresultaat in principe te muteren op de algemene reserve als en voor zover deze zich binnen de marge van bovenstaand minimum en maximum bevindt. Dit betreft een kaderstellende bandbreedte. Het is aan het Algemeen Bestuur van de verbonden partij of de bandbreedte volledig wordt ingevuld. Dit is namelijk organisatie-specifiek en wordt bepaald door de aard van de baten en lasten.

3

Indien de algemene reserve lager is dan het minimum, en door aanvulling via resultaatbestemming van het jaarresultaat onder het minimum blijft, dan kan een aanvullende bijdrage aan de gemeenten gevraagd worden om de algemene reserve op te hogen tot aan het minimum. Het kan ook betekenen dat de GR efficiency- of bezuinigingsmaatregelen moet nemen. Het AB besluit over het jaarresultaat en eventuele bijstorting of onttrekking aan de algemene reserve. Besluitvormingsproces De begrotingen 2027 van de 4GR worden in de raadsvergadering van 16 juni 2026 aangeboden. Mocht één dossier worden aangehouden in het besluitvormingsproces verzoeken wij u niet alle 4 de dossiers tot die tijd aan te houden. Er zal aandacht moeten blijven voor de eigenheid van de afzonderlijke GR-en. Specifieke aandachtspunten per gemeenschappelijke regeling •

GGD-BZO:

In de nu voorliggende ontwerp programmabegroting zijn de gevolgen voor taken vanuit de heroriëntatie GGD nog niet opgenomen. Dit wordt in 2026 verder uitgewerkt. •

VRBZO:

De algemene reserve wordt in 2026 en 2027 gebruikt om de stijging van de gemeentelijke bijdrage te beperken. Hierdoor raakt de reserve bijna uitgeput, terwijl deze ook dient als buffer voor financiële risico’s. Met de onttrekking uit de algemene reserve in 2026 en 2027 wijkt het bestuur bewust af van de nota reserves en voorzieningen. In de basis is het beschikbare weerstandvermogen onvoldoende om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Tegelijk is het is niet reëel dat bovengenoemde risico’s zich gelijktijdig voordoen. Dit overwegend beoordeelt het bestuur het totale risico als aanvaardbaar, maar met zorgpunt. Het advies vanuit het bestuur is daarbij vast te houden aan het voornemen uit het beleid P&C 4-GR om positieve jaarrekeningsaldo’s toe te voegen aan de algemene reserve. In het uiterste geval, als diverse risico’s zich daadwerkelijk voordoen en het beschikbare vermogen overschrijden, valt VRBZO terug op de gemeenten in de gemeenschappelijke regeling om de kosten te dekken. •

MRE:

Geen specifieke aandachtspunten. •

ODZOB:

De Ontwerpbegroting 2027 van GR Odzob laat een stijging van baten en lasten zien ten opzichte van 2026. De begroting is sluitend, dat wil zeggen dat de geschatte inkomsten en de geschatte uitgaven gelijk zijn. De begrote baten zijn zoals gebruikelijk gebaseerd op de werkprogramma's 2026 van de deelnemers, bestaande uit de direct verstrekte opdrachten en een prognose van de extra te verstrekken opdrachten. Daarin zit een stijging van € 1,3 miljoen. Daarnaast ziet Odzob dat er gedurende het jaar door de deelnemers boven op het werkprogramma meer extra opdrachten worden verstrekt. Op basis van de afgelopen jaren is in deze begroting daar voor de eerste keer rekening mee gehouden.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16834478/1