CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Raadsvergadering 26 mei 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijziging ‘Omgevingsplan gemeente Eindhoven - deelgebied Oude Gracht en Woensel buiten de Ring’4.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Wijziging Omgevingsplan gemeente Eindhoven - deelgebied Oude Gracht en Woensel buiten de Ring

Gemeente Eindhoven Ruimtelijk Beleid en Ontwikkeling – afdeling Omgevingsrecht 11 maart 2026

1 Inleiding Deze ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ hoort bij de wijziging van het Omgevingsplan gemeente Eindhoven - deelgebied Oude Gracht en Woensel buiten de Ring. Het ontwerp van de wijziging heeft zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is iedereen in de gelegenheid gesteld om digitaal, schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerp van deze wijziging kenbaar te maken. De zienswijzen zijn in deze nota samengevat. De samenvatting heeft uitsluitend tot doel om de leesbaarheid van deze nota te vergroten. Bij de beoordeling van de zienswijzen zijn de volledige brieven met bijlagen, zoals deze bij de gemeente zijn binnengekomen, betrokken. De zienswijzen zijn in hoofdstuk 2 van deze nota van een gemeentelijk standpunt voorzien. In hoofdstuk 3 zijn de ambtshalve wijzigingen opgenomen.

2. Zienswijze Er zijn vier zienswijzen ontvangen, die allemaal binnen de termijn zijn ingediend. Daarmee zijn de zienswijzen ontvankelijk. Hieronder wordt een samenvatting van de zienswijzen weergegeven en worden deze voorzien van een standpunt. In verband met de privacy zijn de naam- en adresgegevens van een van de indieners van de zienswijzen in een aparte bijlage opgenomen. Deze bijlage is niet digitaal beschikbaar, maar wel analoog. Ten aanzien van het ontwerp omgevingsplan zijn zienswijzen kenbaar gemaakt door: 1. Provincie Noord-Brabant; 2. Waterschap De Dommel; 3. TenneT TSO BV; 4. Een inwoner van de Amazonenlaan.

2.1 Provincie Noord-Brabant Water en bodem aspecten Bepaalde water- en bodemaspecten uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant ontbreken nog of zijn niet juist of volledig vertaald in het omgevingsplan. Het betreft artikelen 5.16 t/m 5.20 (Grondwaterbescherming), artikelen 5.41(Attentiezone waterhuishouding) en 5.42 (Behoud watersystemen), en artikelen 5.49 en 5.50 (Waterberging) van voornoemde omgevingsverordening.

2

Gemeentelijk standpunt Er heeft een overleg plaatsgevonden tussen gemeente Eindhoven, Waterschap De Dommel en Provincie Noord-Brabant over de invulling van de water- en bodemaspecten. Dit heeft geleid tot de conclusie dat de locaties ‘Attentiezone Waterhuishouding’ en Regionale waterberging’ onjuist in het omgevingsplan zijn opgenomen. Deze locaties worden aangepast aan de provinciale aanduidingen zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Cultuurhistorische waarden In het plan is de gebiedsaanduiding ‘Cultuurlandschappen’ opgenomen. De regels die hierbij zijn gesteld met het oog op het behoud, het herstel en het bevorderen van de cultuurhistorische waarden en kenmerken heeft nagenoeg dezelfde doestelling als die vanuit provinciaal beleid is geformuleerd voor cultuurhistorisch waardevolle gebieden die op de provinciale CHW-kaart staan. Echter, de opgenomen aanduiding strookt niet met de aanduiding vanuit provinciaal beleid. Verzocht wordt om de contouren van de provinciale aanduiding ‘Cultuurhistorische waarden’ een-op-een over te nemen voor zover deze binnen de grenzen van dit deelplan vallen. Concreet gaat het om: cultuurhistorisch waardevol gebied Kasteel Eckart, CHW-code CC143 (complex cultuurhistorisch belang) en delen van het cultuurhistorisch waardevol gebied Dommeldal tussen Opwetten en Son.

Gemeentelijk standpunt De contouren van de provinciale aanduiding ‘Cultuurhistorische waarden’ zijn aangepast in het omgevingsplan. Conclusie zienswijzen De zienswijze geeft aanleiding om de locaties ‘Attentiezone waterhuishouding’, ‘Regionale waterberging’, ‘cultuurlandschappen’ aan te passen ten opzichte van het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan. Voor het overige geeft de zienswijze geen aanleiding om wijzigingen aan te brengen ten opzichte van het ontwerp wijziging van het mgevingsplan.

2.2 Zienswijze waterschap De Dommel Provinciale verordening In het ontwerp van de wijzing van het omgevingsplan gemeente Eindhoven is de Omgevingsverordening Noord-Brabant volgens het waterschap niet op de juiste en volledige wijze vertaald. Hierdoor ontstaat onduidelijkheid over de doorwerking van de provinciale

3

randvoorwaarden en is niet verzekerd dat provinciaal beleid daadwerkelijk sturend is voor de ruimtelijke keuzes binnen het gebied. Het waterschap acht het noodzakelijk dat de relevante bepalingen uit voornoemde Omgevingsverordening correct, volledig en herkenbaar worden opgenomen in het omgevingsplan. Als voorbeeld wordt genoemd het doelmatig functioneren van de waterbergingsgebieden. Gemeentelijk standpunt Er heeft een overleg plaatsgevonden tussen gemeente Eindhoven, Waterschap De Dommel en Provincie Noord-Brabant over de invulling van de water- en bodemaspecten. Dit heeft geleid tot de conclusie dat de locaties ‘Attentiezone Waterhuishouding’ en Regionale waterberging’ onjuist in het omgevingsplan zijn opgenomen. Deze locaties worden aangepast aan de provinciale aanduidingen zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Toepassing rekenregels directe lozingen Het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan maakt gebruik van rekenregels voor groen en water, maar benoemt niet expliciet hoe deze rekenregels worden toegepast bij situaties waarin sprake is van directe lozingen. Dit zijn regels die in de Waterschapsverordening zijn opgenomen, deze zijn aanvullend op het gemeentelijk beleid. Voor het waterschap is het van belang dat in het omgevingsplan wordt vastgelegd op welke wijze de rekenregels voor groen en water worden toegepast bij directe lozingen.

Gemeentelijk standpunt Er heeft naar aanleiding van de ingediende zienswijze een overleg plaatsgevonden tussen gemeente Eindhoven, Waterschap De Dommel en Provincie Noord-Brabant over de invulling van de water- en bodemaspecten. Voor directe lozingen is de Waterschapsverordening van toepassing. Dit wordt niet verwerkt in de regels van het omgevingsplan. Bij de artikelsgewijze toelichting van artikel 5.59 van het omgevingsplan wordt dit aan de uitleg toegevoegd. Bruidsschatregels De wijze waarop de regels uit de bruidsschat zijn geïnterpreteerd en toegepast, wijkt volgens het waterschap af van de beleidsuitgangspunten van het waterschap. Dit brengt het risico met zich mee dat waterbelangen in de uitvoeringspraktijk onvoldoende worden meegewogen. Gemeentelijk standpunt Er heeft naar aanleiding van de ingediende zienswijze een overleg plaatsgevonden tussen gemeente Eindhoven, Waterschap De Dommel

4

en Provincie Noord-Brabant over de invulling van de water- en bodemaspecten. De vragen van het Waterschap over de Bruidsschatregels zijn besproken, en hadden te maken met de systematiek van de omzetting van de Bruidsschatregels. Deze reactie leidt niet tot een wijziging van het omgevingsplan. Conclusie zienswijzen De zienswijze geeft aanleiding om locaties ‘Attentiezone waterhuishouding’ en ‘Regionale waterberging’ aan te passen ten opzichte van het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan en de artikelsgewijze toelichting van artikel 5.59 te verduidelijken.

2.3 TenneT TSO B.V. Binnen het gebied bevindt zich de 150 kV hoogspanningsverbinding Eindhoven Noord-Eindhoven Oost, die in eigendom en beheer is van TenneT. Artikel 3.52 Tennet verzoekt om artikel 3.52 te vervangen door de volgende tekst: 1. Deze paragraaf is van toepassing op de volgende locaties: a. Ondergrondse- en bovengrondse hoogspanningsverbindingen van 110 kV en hoger. 2. De gronden en bouwwerken ter plaatse van de ondergrondse en bovengrondse 110 kV-hoogspanningsverbindingen en hoger mogen worden gebruikt voor een ondergrondse- en bovengrondse hoogspanningsverbinding van 110 kV en hoger, met inbegrip van de daarmee verbonden schakel- en transformatiestations en voor de hoogspanningsverbinding noodzakelijke hulpmiddelen. De reden hiervoor is dat er volgens TenneT meerdere malen hetzelfde wordt aangegeven, en dat er niet consequent over de juiste kV’s wordt geschreven. Gemeentelijk standpunt De gemeente is van mening dat de regeling zoals deze nu in het omgevingsplan gemeente Eindhoven is opgenomen juist is. In het huidige artikel 3.52 (na vaststelling artikel 3.53) is er een onderscheid gemaakt naar zowel spanningsniveau als type oogspanningsverbinding. Met name verbindingen van 220 kV en hoger zijn apart geregeld. Deze hebben ook een aanzienlijke grotere ruimtelijke impact dan 150 kVverbindingen. Dit onderscheid maakt het de gemeente mogelijk om per

5

categorie een eigen ruimtelijke afweging te maken en de regie te behouden. In artikel 3.52 lid 4 is abusievelijk ‘bovengronds’ in plaats van ‘ondergronds’ opgenomen (na vaststelling artikel 3.53 lid 4). Dit is aangepast. Artikel 7.9 TenneT verzoekt om een aantal zaken aan artikel 7.9 van het omgevingsplan toe te voegen: a. het aanbrengen en/of kappen … bomen; e. aanleg van kabels en leidingen tenzij voor instandhouding infrastructuur; f. aanbrengen van zonnepanelen en bijbehorende installaties; g. aanleg van wegen, parkeerplaatsen en andere verhardingen; h. aanleggen, vergraven of dempen van watergangen. Gemeentelijk standpunt De gemeente kan zich vinden in de voorgestelde aanpassing van artikel 7.9. Deze passen bij het doel van de beschermingszone en zijn logisch vanuit de bescherming tegen graafschade en instandhouding van de infrastructuur. Artikel 7.16 TenneT verzoekt om een aantal zaken toe te voegen aan artikel 7.16: c. het aanleggen van kabels…omschreven bestemming tenzij voor instandhouding infrastructuur; f. het aanleggen van wegen of paden, parkeerplaatsen, oppervlakteverhardingen; i. het aanbrengen van zonnepanelen en bijbehorende installaties. Gemeentelijk standpunt De gemeente kan zich vinden in de voorgestelde aanpassing van artikel 7.9.

Deze passen bij het doel van de beschermingszone en zijn logisch vanuit de bescherming tegen graafschade en instandhouding van de infrastructuur. Conclusie zienswijze De zienswijze geeft aanleiding om de volgende wijzigingen ten opzichte van het ontwerp van om de wijziging van het omgevingsplan door te voeren: - In artikel 3.52 lid 4 ‘ondergronds’ op te nemen in plaats van bovengronds (na vaststelling artikel 3.53 lid 4). - In artikel 7.9 de voorgestelde aanpassingen in sub a door te voeren en sub e, f en g toe te voegen.

6

-

In artikel 7.16 de voorgestelde aanpassingen in sub c en f door te voeren en sub i toe te voegen.

Voor het overige geeft de zienswijze geen aanleiding om wijzigingen aan te brengen ten opzichte van het ontwerp wijziging van het omgevingsplan.

2.4 Zienswijze inwoner Beschikbaar stellen wijziging omgevingsplan Het ter inzage liggende bestemmingsplan vervangt een eerdere versie, maar deze is niet ‘schoon’ beschikbaar in PDF. In plaats daarvan bevat de PDF doorhalingen, kleuren en toevoegingen. Het is aan te bevelen dat een onherroepelijk bestemmingsplan in een ‘schone’ PDF-versie beschikbaar is. Het is tevens aan te bevelen dat in een tekst die ter inzage ligt, alle artikelen worden opgenomen. Nu worden sommige ongewijzigde artikelen niet opgenomen. Dit wekt de suggestie dat ze zijn vervallen. Indiener vindt het belangrijk dat ook hardcopies beschikbaar blijven in de vorm van nette PDF-documenten. Deze zijn nu volgens indiener een rommeltje, waarbij indiener erop wijst dat het gaat om honderden pagina’s. Gemeentelijk standpunt Omdat het raadplegen van het omgevingsplan nieuw is, heeft een gesprek met de indiener van de zienswijze plaatsgevonden. In dit gesprek zijn verschillende onderwerpen over het omgevingsplan uitgelegd. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Het omgevingsplan is een instrument uit de Omgevingswet van de gemeente dat alle regels bevat over de fysieke leefomgeving in een bepaald gebied. Dit plan vervangt eerdere plannen zoals het bestemmingsplan, de welstandsnota en sommige verordeningen.

Sinds 1 januari 2024 heeft gemeente Eindhoven één omgevingsplan, waar alle oude bestemmingsplannen deel van uitmaken (dit wordt het tijdelijke omgevingsplan genoemd). Gemeente Eindhoven werkt de komende jaren aan een nieuw, volledig samenhangend omgevingsplan. Daarvan is deze wijziging een onderdeel. De Omgevingswet schrijft voor dat het omgevingsplan voldoet aan de Standaard officiële publicaties (STOP) en het Toepassingsprofiel omgevingsdocumenten (TPOD-omgevingsplan). Deze omgevingsdocumenten geven regels voor het digitaal inrichten en publiceren van een omgevingsplan.

7

Dat betekent concreet dat het omgevingsplan via het Gemeenteblad en het Omgevingsloket (Regels op de kaart -Omgevingsloket) ontsloten wordt, en via Regels op de Kaart het beste geraadpleegd kan worden. Hier kunnen de regels in samenhang met de kaartviewer worden bekeken. Een PDF van het omgevingsplan is om deze reden niet meer mogelijk. In de kennisgeving van de wijziging van het omgevingsplan staan de opties voor het bekijken van het omgevingsplan aangegeven. Tot slot gaat deze ontwerp-wijziging alleen over de wijzigingen op het Omgevingsplan. Daarom komen alleen de wijzigingen naar voren als de ontwerp-wijziging wordt bekeken. Deze wijzigingen zijn zichtbaar met ‘rood’ (verwijdering) en ‘groen’ (toevoeging). Na vaststelling worden deze wijzigingen geïntegreerd in het Omgevingsplan gemeente Eindhoven en is de regeling weer één geheel. Oude artikel 5.9 Het oude artikel 5.9 (verbod om te bouwen: Rijksbeschermd stadsgezicht) is vervallen. Indiener vraagt om dit te herstellen. Er wordt niet uitgelegd waarom dit artikel is vervallen. Gemeentelijk standpunt De wijk ’t Hool had in de eerste wijziging van het omgevingsplan gemeente Eindhoven abusievelijk de locatie ‘Rijksbeschermd stadsgezicht’ gekregen. Dit is in deze tweede wijziging van het omgevingsplan aangepast omdat de wijk niet is aangewezen als ‘Rijksbeschermd stadsgezicht’, maar als ‘Wederopbouwgebied van nationaal belang’.

Daarom is een aantal specifieke regels die aan ’t Hool waren gekoppeld, aangepast. Een van deze regels is artikel 5.9. Deze regel is vervangen door artikelen 5.107 en 5.108. Oude artikel 6.12 Het oude artikel 6.12 (nieuwe nummering 6.13) is zodanig aangepast dat nu ook bebouwing in de groenblauwe zone is toegestaan. Graag dit terugdraaien. Gemeentelijk standpunt Groenblauwe waarden liggen soms over gebruiksdoelen waar bouwen is toegestaan, zoals bij maatschappelijke functies. Daarom is deze regeling opgenomen. Deze regeling sluit aan bij de regeling voor de groenblauwe waarden zoals deze is opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023. Artikel 6.23 lid 2 Artikel 6.23 lid 2 (nieuwe nummering) is onduidelijk geformuleerd. Graag aanpassen.

8

Gemeentelijk standpunt Artikel 6.23 lid 2 geeft een uitzondering aan op lid 1. Deze uitzondering geldt alleen ter plaatse van ‘bijbehorende bouwwerken wonen’. De regels in combinatie met de kaartviewer kunnen het beste worden bekeken op het Omgevingsloket. De regel wordt niet aangepast. Artikel 6.35 Artikel 6.35 (nieuwe nummering): wat is de bestaande situatie? Deze is niet gedefinieerd. Gemeentelijk standpunt De bestaande situatie is gedefinieerd in de lijst met begrippen. Deze lijst is als bijlage 1 opgenomen bij het Omgevingsplan Gemeente Eindhoven. Bestaand: - bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van ter visie legging van het ontwerp van het wijzigingsbesluit, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een vergunning; - bij gebruik: legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit. Artikel 8.5 Bij artikel 8.5 (nieuwe nummering) is het niet duidelijk wat er precies gewijzigd is. De PDF-versie moet volgens indiener ook duidelijk zijn en niet alleen als het plan online bekeken wordt. Gemeentelijk standpunt In artikel 8.5 is in de regels alleen een ‘witregel’ verwijderd. Er is geen inhoudelijke wijziging opgenomen.

Daarnaast is op de kaartviewer het gebied ‘ruimtelijke regels tijdelijk deel vervallen’ verkleind, omdat er twee bestemmingsplannen omgezet zijn naar het ‘omgevingsplan gemeente Eindhoven’. Deze kaartviewer is te bekijken op het Omgevingsloket, onder het kopje ‘Regels op de kaart’. Verder wordt verwezen naar de beantwoording onder het kopje ‘beschikbaar stellen wijziging omgevingsplan’. Begrip coffeeshop Het begrip coffeeshop is veranderd: zwak-alcoholische dranken zijn niet meer toegestaan. Dit vindt indiener niet nodig en betuttelend. Gemeentelijk standpunt

9

Omdat alle bestemmingsplannen (die nu onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan) omgezet gaan worden naar het omgevingsplan gemeente Eindhoven, komen sommige begrippen voor die op verschillende manieren in de bestemmingsplannen omschreven staan. Omdat gemeente Eindhoven één omgevingsplan heeft, is ervoor gekozen om de meest recente omschrijving van coffeeshop op te nemen. In het coffeeshopbeleid gemeente Eindhoven 2020 wordt aangegeven dat een coffeeshop een alcoholvrije horecagelegenheid is. Hierbij is aangesloten. Begrip handelsreclame In de definitie van handelsreclame het woord ‘commercieel’ vervangen door ‘marktgericht’. Gemeentelijk standpunt Het begrip ‘handelsreclame’ sluit aan bij het begrip zoals het in de Algemene plaatselijke verordening Eindhoven (APV) is opgenomen. En komt ook terug in hoofdstuk 12 van het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan waarin een groot gedeelte van de APV was verwerkt. Echter, (delen van) de APV wordt op een later moment in het omgevingsplan verwerkt en wordt dus niet meer in deze wijziging meegenomen. Hierdoor komt hoofdstuk 12 te vervallen, waardoor ook het begrip handelsreclame vervalt. Begrip landschappelijke waarden Indiener vindt dat landschappelijke waarden niets te maken hebben met recreatie. En vraagt om dit uit de definitie te halen.

Gemeentelijk standpunt Het begrip ‘landschappelijke waarden’ sluit aan bij de Omgevingsverordening Noord-Brabant van de provincie NoordBrabant. Hierin is dezelfde omschrijving opgenomen. Ook het bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023 heeft deze omschrijving opgenomen. Toelichting op artikel 3.35 In de aanhef van de toelichting op artikel 3.35 staat een typefout. Gemeentelijk standpunt De typefout is aangepast (‘in’ in plaats van ‘n’).

Kaarten Kaarten op blz. 306 en 311 van de PDF (en overige kaarten waar van toepassing) zijn onduidelijk. Indiener verzoekt om grotere versies

10

separaat op te nemen zodat de exacte grenzen duidelijk zijn bij inzoomen. Gemeentelijk standpunt Er zitten meerdere kaartjes/plaatjes in de motivering die horen bij de wijziging van het omgevingsplan. Deze zijn bedoeld ter illustratie. De bronnen staan erbij of er blijkt uit de tekst waar de kaartjes bij horen. Ligging voormalige stortplaats Paragraaf 4.4.2 zegt dat ‘binnen het plangebied zijn geen gevallen van bodemverontreiniging bekend die een risico vormen’. Volgens indiener is dit onjuist. Indiener heeft een rapport met gegevens meegestuurd, het gaat over de voormalige stortplaats. Gemeentelijk standpunt De door indiener aangegeven ligging van de voormalige stortplaats (St. Jozefsdal) ligt buiten de planbegrenzing van deze wijziging van het omgevingsplan. De planbegrenzing van deze wijziging betreft de begrenzing van de (oude) bestemmingsplannen Oude Gracht 2017 en Woensel buiten de Ring I 2017. Deze stortplaats valt binnen bestemmingsplan ‘Buitengebied Eindhoven 2023’. Dit plan is nog niet omgezet in het omgevingsplan gemeente Eindhoven. Daarom wordt deze locatie niet opgenomen in de motivering die hoort bij deze wijziging van het omgevingsplan. Conclusie zienswijze De zienswijze geeft aanleiding om de typefout in artikel 3.35 aan te passen ten opzichte van het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan.

Voor het overige geeft de zienswijze geen aanleiding om wijzigingen aan te brengen ten opzichte van het ontwerp wijziging van het omgevingsplan. 2.2 Wijzigingen ten opzichte van het ontwerp wijziging van het omgevingsplan naar aanleiding van de zienswijzen - De locatie ‘Attentiezone waterhuishouding’ aan te passen zodat deze overeen komt met de aanduiding in de Omgevingsverordening Noord-Brabant; - De locatie ‘Regionale waterberging’ aan te passen zodat deze overeen komt met de aanduiding in de Omgevingsverordening Noord-Brabant; - De locatie ‘cultuurlandschappen’ aan te passen zodat deze overeen komt met de aanduiding ‘Cultuurhistorische waarden’;

11

-

-

-

-

In de artikelsgewijze toelichting van artikel 5.59 wordt toegevoegd dat bij directe lozingen de Waterschapsverordening van het Waterschap van toepassing is. In artikel 3.52 lid 4 (na vaststelling artikel 3.53 lid 4) ‘ondergronds’ op te nemen in plaats van bovengronds. In artikel 7.9 het volgende toe te voegen: a. …en/of kappen…. e. aanleg van kabels en leidingen tenzij voor instandhouding infrastructuur; f. aanbrengen van zonnepanelen en bijbehorende installaties; g. aanleg van wegen, parkeerplaatsen en andere verhardingen; h. aanleggen, vergraven of dempen van watergangen. In artikel 7.16 het volgende toe te voegen: c. …tenzij voor de instandhouding van de infrastructuur; f. ….parkeerplaatsen…. i. het aanbrengen van zonnepanelen en bijbehorende installaties. In de aanhef bij de toelichting op artikel 3.35 een typefout aan te passen (‘in’ in plaats van ‘n’).

3. Ambtshalve wijzigingen 3.1 Ambtshalve wijzingen ten opzichte van het ontwerp wijziging van het omgevingsplan

-

In artikel 3.25 zijn het eerste en derde lid omgewisseld. Daarnaast is in het derde lid de verwijzing naar artikel 3.24, tweede lid verwijderd. De volgende artikelen en/of leden zijn toegevoegd: Artikel 3.37 Omvang en situering cultuur en ontspanning 1. Ter plaatse van maximum bruto-vloeroppervlakte cultuur en ontspanning is de maximale bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van cultuur en ontspanning mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde. Artikel 3.48 Omvang en situering dienstverlening 1. Ter plaatse van maximum brutovloeroppervlakte dienstverlening is de maximale brutovloeroppervlakte die ten behoeve van dienstverlening mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde. Artikel 3.55 Omvang en situering horeca

12

1. Ter plaatse van maximum bruto-vloeroppervlakte horeca is de maximale bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van horeca mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde. -

Aan artikel 5.22 sub g is toegevoegd: ‘Bij toepassing van artikel 5.21 sub c en d…’.

-

De volgende artikelen zijn toegevoegd: Artikel 5.76 Toepassingsbereik Deze subsubparagraaf is alleen van toepassing voor zover de aanvraag betrekking heeft op het bouwen in: categorie 1: gemeentelijk archeologisch monument. Artikel 5.77 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt uitsluitend verleend als: a. het gaat om gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; b. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd; en c. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan. Artikel 5.78 Vergunningvoorschriften Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken de volgende regels verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ); en/of b. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen.

Artikel 5.79 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt een archeologisch rapport verstrekt dat voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld dat:

13

-

a. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd door middel van planaanpassing (behoud in situ) of door middel van opgraving (behoud ex situ); b. de (te verwachten) archeologische waarden door de verstoring naar oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden geschaad; of c. naar oordeel van het bevoegd gezag geen sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden. De volgende artikelen zijn toegevoegd: Artikel 5.80 Toepassingsbereik Deze subsubparagraaf is alleen van toepassing voor zover de aanvraag betrekking heeft op het bouwen in: categorie 2: terrein van hoge archeologische waarde. Artikel 5.81 Beoordelingsregels 1. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt uitsluitend verleend als: a. het gaat om gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; b. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd; en c. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder b, is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk als het gaat om: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 10 m2 van de grond wordt geroerd; of b.

het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 10 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. Artikel 5.82 Vergunningvoorschriften Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken de volgende regels verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ); en/of b. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen. Artikel 5.83 Aanvraagvereisten

14

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt een archeologisch rapport verstrekt dat voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld dat: a. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd door middel van planaanpassing (behoud in situ) of door middel van opgraving (behoud ex situ); b. de (te verwachten) archeologische waarden door de verstoring naar oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden geschaad; of c. naar oordeel van het bevoegd gezag geen sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden. -

-

Artikel 6.9, eerste lid en artikel 6.28: Toevoeging van de locatie ‘wederopbouwgebied van nationaal belang’ Artikel 7.40, sub a: ‘stads- of dorpsgezicht’ aangepast in ‘wederopbouwgebied van nationaal belang’. In artikel 7.16, eerste lid onder c is de verwijzing naar ‘lid 22.1 omschreven bestemming’ gewijzigd naar ‘artikel 3.53 vierde lid omschreven gebruiksdoel’. In artikel 7.73, eerste lid onder a is ‘de Ontgrondingenwet’ vervangen door ‘een ontgrondingsactiviteit’. In artikel 7.104, eerste lid wordt de aanlegactiviteit aangepast: Deze paragraaf is van toepassing op een aanlegactiviteit, voor zover die bestaat uit: 1. het ophogen van gronden; 2. het aanbrengen van kaden of het wijzigen daarvan. Artikel 22.73 (onderdeel van de Bruidsschat) is ook in artikel 10.36 opgenomen: Artikel 10.36 Uitzondering op geluidwaarden tijdens festiviteiten 1.

De waarden, bedoeld in de in artikelen, 10.26, 10.30 tot en met 10.35 en 10.39 zijn voor zover de naleving van deze normen redelijkerwijs niet kan worden gevergd, niet van toepassing op dagen of dagdelen in verband met de viering van: a) festiviteiten die bij of krachtens gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor die verordening geldt; en b) andere festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het aantal bij of krachtens die verordening aan te wijzen dagen of dagdelen per gebied of categorie

15

-

van bedrijfssector kan verschillen en niet meer bedraagt dan twaalf per kalenderjaar. 2. Een festiviteit die ten hoogste een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt beschouwd als plaatshebbende op één dag. De regels van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven, die in hoofdstuk 12 van het ontwerp van de wijziging stonden, gaan niet mee in deze wijziging van het omgevingsplan. Tevens wordt het begrip ‘handelsreclame’ verwijderd, en is het vervallen artikel 22.297 weer teruggezet.

3.2 Waarom ambtshalve wijzigingen nodig zijn Een aantal ambtshalve wijzigingen wordt doorgevoerd ten opzichte van het ontwerp van de wijziging van het Omgevingsplan gemeente Eindhoven. Hieronder wordt aangegeven waarom ambtshalve wijzigingen nodig zijn. N.B. bij het verwijderen en toevoegen van artikelen worden de artikelen in dat hoofdstuk vernummerd. 1. Technische aanpassingen: Bij technische aanpassingen gaat het om diverse leestekens toevoegen/verwijderen, tekstuele aanpassingen doorvoeren en verschrijvingen repareren. 2. Technisch-inhoudelijke aanpassingen: Bij technisch-inhoudelijke aanpassingen gaat het om het doorvoeren van verwijzingen, koppelingen, werkingsgebieden en begrippen in het kader van de verbetering van de raadpleegbaarheid en leesbaarheid van Regels op de Kaart en om aanpassingen in de artikelsgewijze toelichting. 3. Juridisch inhoudelijke aanpassingen zoals opgenomen in paragraaf 3.1: Artikel 3.25 (milieucategorie) Dit artikel en de daarbij behorende artikelsgewijze toelichting, is aangepast ter verduidelijking. Artikel 3.37, 3.48 eerste lid en 3.55 (omvang en situering) In verband met de aanvulling van de standaard set regels zijn de artikelen 3.37, 3.48 eerste lid en 3.55 toegevoegd.

Artikel 5.22 Beoordelingsregels De bepaling in artikel 5.22 sub g is beperkt tot artikel 5.21 sub c en d, zodat deze alleen geldt wanneer deze betrekking heeft op bijbehorende bouwwerken of een uitbreiding daarvan.

16

Beoordelingsregels bouwen archeologische (verwachtings-) waarde 1 In subsubparagraaf 5.2.4.15.1 zijn aanvullende bouwregels opgenomen voor de archeologische (verwachtings-)waarde 1, zodat deze aan de structuur van het omgevingsplan is toegevoegd. Tevens is de artikelsgewijze toelichting ingevuld. Beoordelingsregels bouwen archeologische (verwachtings-) waarde 2 In subsubparagraaf 5.2.4.15.1 zijn aanvullende bouwregels opgenomen voor de archeologische (verwachtings-)waarde 2, omdat deze waarde in het omgezette deel ook voorkomt. Tevens is de artikelsgewijze toelichting ingevuld. Wederopbouwgebied van nationaal belang (’t Hool) Aan artikel 6.9, eerste lid en artikel 6.28 eerste lid is de locatie: ‘wederopbouwgebied van nationaal belang’ toegevoegd, zodat hiervoor dezelfde regeling geldt als bij een Rijksbeschermd stadsgezicht. In artikel 7.40, sub a is het ‘stads- of dorpsgezicht’ aangepast in ‘wederopbouwgebied van nationaal belang’, omdat deze afdeling gaat over het wederopbouwgebied van nationaal belang. Artikel 7.16 (ondergrondse hoogspanningsverbinding) In artikel 7.16, eerste lid onder c is de verwijzing naar ‘lid 22.1 omschreven bestemming’ gewijzigd naar ‘artikel 3.53 vierde lid omschreven gebruiksdoel’. Dit is aangepast vanwege een verkeerde verwijzing.

Artikel 7.73 (Attentiezone waterhuishouding) In artikel 7.73, eerste lid onder a is ‘de Ontgrondingenwet’ vervangen door ‘een ontgrondingsactiviteit’. De Ontgrondingenwet is per 1 januari 2024 vervallen. Artikel 7.104 (Regionale waterberging) In artikel 7.104, eerste lid, is de aanlegactiviteit aangepast, zodat deze aansluit bij de instructieregels die zijn opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Artikel 22.73 ook in artikel 10.36 Artikel 22.73 (onderdeel van de Bruidsschat) is ook in artikel 10.36 opgenomen. Hoofdstuk 12 (omzetting APV)

17

De regels van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven, die in hoofdstuk 12 van het ontwerp van de wijziging stonden, gaan niet mee in deze wijziging van het omgevingsplan. Tevens wordt het begrip ‘handelsreclame’ verwijderd, het vervallen artikel 22.297 teruggezet en worden de motivering en algemene toelichting aangepast. Er zijn te veel (landelijke) onduidelijkheden en ontwikkelingen op het gebied van de strafrechtelijke handhaafbaarheid van deze regels in het omgevingsplan. Er vindt landelijk overleg tussen VNG en justitie/OM plaats over hoe dit op te lossen en te repareren. Dit wordt afgewacht, waarna de regeling alsnog in hoofdstuk 12 kan worden opgenomen in een komende wijziging van het omgevingsplan. Tot die tijd blijft de APV ook zoals hij nu is. De structuur (paragrafen en afdelingen) in hoofdstuk 12 blijft wel opgenomen, zodat de invulling hiervan in de toekomst gemakkelijker gaat zijn.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16754254/1