Bijlage 2 - Nota van zienswijzen Afvalstoffenverordening
Tekst van het document
Nota van zienswijze behorende bij Afvalstoffenverordening Eindhoven 2021
gemeente Eindhoven Ruimtelijke Expertise, Verkeer, Milieu en Duurzaamheid Februari 2021
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Inleiding
3
Hoofdstuk 2 Zienswijzen en gemeentelijk standpunt
4
2.1 Zienswijzen en ontvankelijkheid 2.2. Samenvatting en standpunt zienswijzen.
2
Hoofdstuk 1 Inleiding Inleiding. Deze ‘Nota van zienswijze’ (Nota) behoort de ontwerp Afvalstoffenverordening Eindhoven 2021 (verordening) en maakt deel uit van de besluitvorming over de vaststelling van deze verordening. In deze Nota zijn de zienswijzen samengevat opgenomen. De samenvatting heeft alleen tot doel om de leesbaarheid van deze Nota te vergroten. Bij de beoordeling van de zienswijzen zijn de volledige brieven en/of andere reacties, zoals deze bij de gemeente is ontvangen, betrokken. In verband met de privacy zijn naam en adres van de insprekers in een aparte bijlage opgenomen. Deze bijlage is niet digitaal beschikbaar, maar wel analoog. Procedure Kennisgeving van de ter inzagelegging van het voorgenomen besluit tot vaststelling van de verordening en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is in het weekblad Groot Eindhoven van 25 november 2020 gepubliceerd, alsmede op de gemeentelijke website. Gedurende de inzagetermijn vanaf donderdag 26 november 2020 tot en met woensdag 6 januari 2021 heeft de ontwerp Afvalstoffenverordening Eindhoven 2021 ter inzage gelegen met de mogelijkheid voor iedereen om een zienswijze schriftelijk of mondeling of digitaal op de voorgeschreven wijze in te dienen. Naar aanleiding van de tervisielegging zijn een zeven zienswijze ontvangen van 4 bewoners en 1 belanghebbendenorganisatie vanuit de reclamebranche.
In hoofdstuk 2 van deze notitie zijn de zienswijzen samengevat en van een gemeentelijk standpunt voorzien. Het oordeel over de zienswijzen wordt meegenomen in de besluitvorming over de verordening.
Hoofdstuk 2 Zienswijzen en gemeentelijk standpunt 2.1
Zienswijzen en ontvankelijkheid
Vóórdat een zienswijze inhoudelijk wordt beoordeeld dient eerst te worden vastgesteld dat de zienswijze ten aanzien van de verordening ontvankelijk is. De ontwerp Afvalstoffenverordening heeft ter inzage gelegen vanaf donderdag 26 november 2020 tot en met woensdag 6 januari 2021 met de mogelijkheid voor inwoners en belanghebbenden om een zienswijze schriftelijk of mondeling of digitaal op de voorgeschreven wijze in te dienen. Naar aanleiding van de ter inzage legging zijn zeven zienswijzen digitaal ontvangen. De zienswijzen zijn ontvangen op respectievelijk 3 december 2020, 13 december 2020, 3 januari 2021, 4 januari 2021 en 6 januari 2021. Gelet hierop zijn de zienswijzen op de voorgeschreven wijze juist en tijdig ingediend en zijn daarom ontvankelijk.
3
2.2
Samenvatting en standpunt zienswijzen 2.2.1
Samenvatting algemene opmerkingen en vragen van een drietal insprekers (inwoners).
De opmerkingen en vragen van insprekers zijn als volgt samen te vatten: a.
een pleidooi voor verdergaande scheiding van deelstromen (Bv. PMD en Gft in hoogbouw) met daarbij behorende of beschikbaar gestelde inzamelmiddelen; en
b.
nadere informatie in deze verordening gewenst over de frequentie van inzameling van bepaalde afvalbestanddelen, soort inzamelmiddel etc;. en
c.
één inspreker geeft aan het niet eens te zijn met de huidige pilot van verlaagde frequentie van inzameling van gft gedurende de wintermaanden.
Standpunt Gemeente Eindhoven Ad a. Op 1 juli 2020 is het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen van kracht geworden. Dit Besluit verplicht gemeenten om ten minste acht "bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen" gescheiden in te zamelen. De gemeente Eindhoven is bezig de strategie voor gescheiden inzameling te herzien om aan de verplichting in dit Besluit tegemoet te komen en om de hoeveelheid restafval te reduceren. Het inzamelen van 'grondstoffen' moet voor inwoners zo makkelijk mogelijk (service) zijn maar ook effectief en efficiënt . Daarbij wordt dan ook onderzocht en bepaald hoe de inzameling van bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen het beste gerealiseerd kan worden. De strategie dient nog te worden vastgesteld. De relatie tussen de strategie en de afvalstoffenverordening is als volgt. Na vaststelling van de strategie regelt de verordening dat het college door middel van uitvoeringsbesluiten invulling kan geven aan de wijze waarop (bron- of nascheiding, inzamelmiddel, frequentie etc.) een verdergaande inzameling van bestanddelen van huishoudelijk afval plaatsvindt. Daarnaast wordt de concrete uitvoeringsinformatie, zoals dagen en tijden waarop afvalstoffen worden ingezameld, vastgelegd in de afvalkalender.
Deze afvalkalender geeft informatie over groente-, fruit en tuinafval, oud papier en restafval etc., en is te vinden op de website van Cure. Ad b. Op 16 juni 2020 heeft de gemeenteraad, vooruitlopend op de daarvoor benodigde aanpassing van de verordening, ingestemd met een pilot voor een verlaagde frequentie van inzameling van gft-afval in de wintermaanden 2020/2021. De gemeenteraad heeft tevens besloten dat na de pilotperiode een evaluatie wordt opgesteld. Op basis van de uitkomsten van de evaluatie wordt in het tweede kwartaal van 2021 (door middel van een uitvoeringsbesluit) besloten of deze verlaagde frequentie definitief wordt doorgevoerd. De opmerkingen van
4
inspreker over deze pilot worden samen met andere reacties van bewoners meegenomen ten behoeve van de evaluatie van de pilot. Conclusies De opmerkingen en vragen van insprekers (zienswijzen) hebben deels betrekking op beleidsmatige keuzes (afvalstrategie) waarop deze verordening niet is gericht, of betreffen zaken die op basis van deze verordening worden geregeld door middel van uitvoeringsbesluiten. Daar zal met de zienswijzen rekening worden gehouden. De verordening hoeft derhalve niet aangepast te worden op basis van deze zienswijzen.
2.2.2
Zienswijze ten aanzien van de aanwijzing van ten minste één inzamelplaats (art 5)
Inspreker geeft aan dat vooral bij hoogbouw nauwelijks afvalscheiding mogelijk is, bijvoorbeeld omdat er geen groencontainers zijn. Inspreker vindt dat de bepaling van “ten minste 1 plek voor heel Eindhoven” in dat verband onbegrijpelijk is. Standpunt Gemeente Eindhoven De gemeente is wettelijk verplicht om een plaats aan te wijzen waar burgers hun afval naartoe kunnen brengen. Deze "inzamelplaats" (milieustraat) is eigenlijk alleen bedoeld voor grof huishoudelijk afval. Dat is afval dat te groot of te zwaar is om aan huis in te zamelen. In 1999 heeft de gemeenteraad besloten om geen gft bij appartementen in te zamelen. Het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen verplicht gemeenten om (o.a.) bioafval (groente-, fruit en tuinafval) gescheiden in te zamelen. De gemeente is bezig de strategie voor gescheiden inzameling te herzien. Daarbij wordt ook gekeken naar hoe dat het beste kan, met welk inzamelmiddel etc. Dit gebeurt zoals ook onder 2.2.1 aangegeven, door middel van uitvoeringsbesluiten. Conclusie. Artikel 5 richt zich op de wettelijke verplichting tot de aanwijzing van ten minste één plaats waar burgers hun (grof) huishoudelijk afval kunnen achterlaten. Eindhoven heeft hierin voorzien met twee milieustraten. Groente-, fruit en tuinafval moet huis-aan-huis ingezameld worden. De verordening behoeft derhalve geen aanpassing op basis van deze zienswijze.
2.2.3 Zienswijze ten aanzien van het begrip “Inzamelplaats’ in art 5 Inspreker meent dat het begrip inzamelplaats onduidelijk is en dat “Inzamelvoorziening” een beter begrip is.
5
Standpunt Gemeente Eindhoven Wij zijn het met inspreker eens dat de begrippen inzamelplaats, inzamelmiddel en inzamelvoorziening tot verwarring kunnen leiden.. Conclusie. Wij passen artikel 1 van de verordening aan met duidelijke omschrijvingen van de begrippen.
2.2.4 Zienswijze vanuit brancheorganisatie voor verspreiders van ongeadresseerd reclamedrukwerk (MailDB) a.
Inspreker stelt in zijn reactie op de introductie van een opt-in systeem niet kan worden gezien of worden beschouwd als een acceptatie van een opt-in systeem.
b.
Verder stelt inspreker dat ondanks dat huis-aan-huisbladen en ongeadresseerd reclamedrukwerk door de overgrote meerderheid van de inwoners gelezen worden, er voor iedereen die daarvoor niet in aanmerking wil komen, de bestaat mogelijkheid om dat met een Nee|Ja- of een Nee|Nee-sticker aan te geven. Dit systeem werkt sinds 1992/1993 zijns inziens naar volle tevredenheid. Inspreker verwijst daarbij naar een antwoord van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 1 mei 2019 op Kamervragen.
c.
Het is voor inspreker niet duidelijk wat het ambitieniveau is van de gemeente Eindhoven. Op geen enkele wijze wordt in de toelichting beschreven wat de feitelijk situatie nu is. MailDB werkt met haar stickersysteem al jaren aan efficiënte inzet van ongeadresseerd reclamedrukwerk. Mede door de verspreiders van ongeadresseerd reclamedrukwerk is het aantal kilo ongeadresseerd reclamedrukwerk verlaagt van 37 kilo per jaar naar 30 kilo per jaar (landelijk gemiddeld). Het lijkt inspreker verstandig dat de gemeente zich eerst bezint om te bezien of de te nemen maatregelen ten aanzien van ongeadresseerd reclamedrukwerk proportioneel en subsidiair zijn. Verder voegen tegenwoordig e-commerce/webwinkels ook papier en karton toe aan het restafval. Ongeadresseerde reclamefolders kunnen dus niet als enige hiervoor verantwoordelijk worden gehouden.
d.
Sinds 1992/1993 is de gemeente Eindhoven, deelnemer aan de landelijke NEE|NEE en NEE|JA sticker. Het percentage stickers in de gemeente is thans 42% (NEE|NEE en NEE|JA) en ligt hiermee fors boven het landelijke gemiddelde van 28%.
e.
Inspreker stelt dat de gemeente Eindhoven haar resultaten met een ‘quick win’ wil “oppoetsen”, en dat daarvoor ongeadresseerd reclamedrukwerk wordt gekozen. De echte problemen liggen volgens inspreker “bij het slecht scheiden van papier door de burgers”.
6
f.
Lokale media staan onder druk. En dat terwijl deze media een niet te onderschatten rol spelen in de lokale democratie.
g.
Inspreker veronderstelt dat een substantieel deel van de inwoners, met name de “kwetsbare groep”, geen Ja|Ja-sticker zal aanvragen en daarmee broodnodige kortingen op reclameproducten zal missen.
Standpunt Gemeente Eindhoven Ad a. De gemeenteraad kan in het belang van de bescherming van het milieu regels stellen over de preventie van afvalstoffen. Daarbij mogen ook regels worden gesteld om milieueffecten te beperken. De grondslag voor het invoeren van de ja/ja-sticker staat in artikel 10.23 Wet milieubeheer. Ad b.
De gemeente Eindhoven wil voldoen aan de VANG-doelstelling. Wij
onderschrijven van harte het motto van het Uitvoeringsprogramma VANG Huishoudelijk Afval 2015-2025, namelijk ‘Afval is een keuze’. Dit motto is gebaseerd op twee gedachten. De eerste is dat afval vermijdbaar is en vooral ontstaat als gevolg van (verkeerde) keuzes. De tweede gedachte is dat keuzes veranderd kunnen worden. Wij zien het opt-in systeem niet alleen als instrument om de milieubelasting door het verspreiden van ongeadresseerd drukwerk te verminderen, maar juist ook om keuzes te beïnvloeden. Daarnaast is het onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat burgers hun oud papier en karton maximaal gescheiden kunnen aanbieden. Wij menen dat het opt-in systeem het meest effectief bijdraagt aan de VANG-doelstelling. Ad c.
Inspreker stelt dat het huidige systeem goed werkt om aan te geven of men geen
ongeadresseerd reclamedrukwerk wenst. Hij stelt ook dat 42% van de burgers met het huidige systeem geen ongeadresseerd reclamedrukwerk ontvangt en dat dit boven het Nederlands gemiddelde van 28% ligt. Ons college vindt dit echter niet voldoende. Uit Amsterdams onderzoek komt naar voren dat 3 maanden na invoering van de ja/ja-sticker 84% van de respondenten het eens is met de invoering van het nieuwe systeem. Een vergelijkbaar onderzoek in Haarlem levert 72% op. In onze ogen blijkt hieruit dat mensen met invoering van het opt-in systeem bewust andere keuzes over papieren reclamefolders hebben gemaakt. Ad d. Wij zijn het met inspreker eens wanneer hij stelt dat de gemeente de informatievoorziening voor haar burgers moet faciliteren voor zover het gaat over het vervullen van een sleutelrol in de lokale democratie en het versterken van de sociale samenhang op buurt- en wijkniveau. Wij vinden dat lokale media daarbij een belangrijke rol spelen. De gemeente Eindhoven maakt regelmatig gebruik van deze media om de inwoners goed te informeren. Het opt-insysteem is daarom alleen van toepassing op ongeadresseerd reclamedrukwerk. We zullen artikel 20 en de toelichting daarop zodanig aanpassen dat dit duidelijk is.
7
Ad e. Inspreker veronderstelt dat een substantieel deel van de inwoners, met name uit de “kwetsbare groep”, geen Ja|Ja-sticker zal aanvragen en daarmee broodnodige kortingen zullen missen. Ons college is van mening dat er meerdere alternatieven zijn voor ongeadresseerd drukwerk. Het is immers mogelijk om folders digitaal te bekijken of te ontvangen, of specifieke folders (geadresseerd) te ontvangen Ad f.
Voor 29% van de retailomzet zal volgens inspreker een alternatief moeten
worden gevonden om te adverteren. Wij zijn van mening dat het milieubelang gediend is met het opt-insysteem, omdat het burgers bewustere keuzes laat maken, die niet ten koste hoeven te gaan van de omzet van lokale ondernemers. Wij erkennen dat voor (lokale) ondernemers de reclamefolder en/of het huis-aanhuisblad een belangrijke communicatiebron kunnen zijn. Huis-aan-huisbladen zijn uitgesloten van het opt-insysteem. Ons college is van mening dat er meerdere alternatieven zijn voor ongeadresseerd reclamedrukwerk. Het is immers mogelijk om folders digitaal te bekijken of te ontvangen, of specifieke folders (geadresseerd) te ontvangen. Ondernemers hebben daarmee alternatieve advertentiemogelijkheden. Ad g. De verspreiding van ongeadresseerd reclamedrukwerk wordt met de invoering van dit systeem niet verboden, maar is alleen nog mogelijk bij adressen waarbij dit expliciet wordt aangegeven door middel van een sticker. De stickers die nu gebruikt worden, blijven geldig naast de ja/ja-sticker. Het opt-insysteem is uitsluitend gericht op ongeadresseerd reclamedrukwerk. De gemeente zal de ondernemers op gepaste wijze informeren. Conclusie -
Naar aanleiding van de zienswijze vanuit reclame brancheorganisatie is tekstueel art. 20 en de toelichting daarop aangepast om te verduidelijken dat het artikel zich uitsluitend richt op ongeadresseerd reclamedrukwerk en niet op huis-aan huis-bladen.
-
De zienswijze richt zich verder vooral op de beleidsmatige keuze voor het optinsysteem en de bezwaren die de reclame brancheorganisatie daarbij ziet. De verordening is echter geen beleidsstuk. In het standpunt van de gemeente is volledigheidshalve toegelicht en gemotiveerd waarom die keuze is gemaakt en vervolgens in de verordening is ingeregeld. De verordening behoeft derhalve verder geen aanpassing op basis van deze zienswijze.
8