Bijlage 2 - Nota van wijzigingen bp Scheidingstraat 106-108
Tekst van het document
nota ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan 'III Gestel buiten de Ring 2020 (Scheidingstraat 106-108)’
gemeente Eindhoven Ruimtelijke Ordening 3 januari 2024
Januari 2024
nota ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘III Gestel buiten de Ring 2020 (Scheidingstraat 106-108)’
Colofon Uitgave Gemeente Eindhoven. Ruimtelijk Beleid en Ontwikkeling, Ruimtelijke Ordening Datum 3 januari 2024
2
Januari 2024
nota ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘III Gestel buiten de Ring 2020 (Scheidingstraat 106-108)’
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ....................................................................................................................... 3 Ambtshalve wijzigingen .......................................................................................................... 4 Regels ................................................................................................................................. 4 Toelichting ........................................................................................................................... 8 Verbeelding ......................................................................................................................... 8
3
Januari 2024
nota ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘III Gestel buiten de Ring 2020 (Scheidingstraat 106-108)’
Ambtshalve wijzigingen Regels Ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘III Gestel buiten de Ring 2020 (Scheidingstraat 106-108)’ -
In artikel 3 ‘Wonen’ wordt in lid 3.3.1 onder b. toegevoegd de tekst: “, alsmede ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding dakopbouw' voor zo lang op deze gronden geen dakopbouw is gerealiseerd”, zodat het volledige sublid onder b. als volgt komt te luiden: dakterrassen uitsluitend ter plaatse van de nadere aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2', alsmede ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dakopbouw' voor zo lang op deze gronden geen dakopbouw is gerealiseerd;
-
In artikel 3 ‘Wonen’ wordt aan lid 3.4.2 toegevoegd sub c: “Het gebruik van het dak van een dakopbouw ten behoeve van een dakterras.”
-
Artikel 4 ‘Waarde – Archeologie 4’ wordt als volgt gewijzigd: In lid 4.2.1 onder a worden de woorden “minder dan” vervangen door het woord “maximaal”. Het woord “én” aan het einde van de zin wordt verwijderd. In lid 4.2.1 onder b. worden na het woord “plaatsvinden” toegevoegd de woorden “over een oppervlakte vanaf 100m2”, waarna het volledige lid 4.2.1. onder a en b als volgt komt te luiden: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 100 m2 van de grond wordt geroerd; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 100 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. -
In lid 4.3.1 onder sub a. onder 1. wordt het woord “met” verwijderd, toegevoegd wordt het woord “én”. Onder sub a. onder 2 wordt het woord “aantasting” vervangen door “verstoring”. In lid 4.3.1 onder sub b. worden aan de eerste zin na het woord “Als” toegevoegd de woorden “uit het archeologisch onderzoek blijkt dat” waarna het volledige lid 4.3.1. als volgt komt te luiden: a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 voor het bouwen van gebouwen,
4
Januari 2024
nota ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘III Gestel buiten de Ring 2020 (Scheidingstraat 106-108)’
aan- en uitbouwen en bijgebouwen alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde mits: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan; b. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan wordt aan de omgevingsvergunning tot afwijking de verplichting verbonden tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen, tenzij het belang bij behoud van de archeologische waarden in de bodem zwaarder weegt dan het belang van de aanvrager. -
In lid 4.4.1 onder j wordt de volledige tekst vervangen door de volgende tekst: “het slopen en het verwijderen van ondergrondse delen van bouwwerken (zoals funderingen en kelders) en bodemverhardingen waarbij grondroering plaatsvindt”.
-
Lid 4.4.3 “Toelaatbaarheid” wordt als volgt gewijzigd: In de openingszin wordt het woord “slechts” verwijderd. In sublid 1 onder a. wordt aan het einde van de zin het woord “én” toegevoegd. In sublid 2 onder a. wordt het woord “aantasting” vervangen door “verstoring”. Onder b. worden aan de eerste zin na het woord “Als” toegevoegd de woorden “uit het archeologisch onderzoek blijkt dat”, waarna het volledige lid 4.4.3 als volgt komt te luiden: a. De in lid 4.4.1 genoemde vergunning kan worden verleend als: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaan of kunnen ontstaan. b. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het uitvoeren van werken geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, kan de in lid 4.4.1 genoemde omgevingsvergunning worden verleend onder de voorwaarde dat aan de omgevingsvergunning de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of;
5
Januari 2024
nota ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘III Gestel buiten de Ring 2020 (Scheidingstraat 106-108)’
2. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen. -
Artikel 5 ‘Waarde – Archeologie 5’ wordt als volgt gewijzigd: In lid 5.2.1 onder a worden de woorden “minder dan” vervangen door het woord “maximaal”. Het woord “én” aan het einde van de zin wordt verwijderd. In lid 5.2.1 onder b. worden na het woord “plaatsvinden” toegevoegd de woorden “over een oppervlakte vanaf 250m2”, waarna het volledige lid 5.2.1. onder a en b als volgt komt te luiden: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 250 m2 van de grond wordt geroerd; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 250 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. -
In lid 5.3.1 onder sub a. onder 1. wordt het woord “met” verwijderd, toegevoegd wordt het woord “én”. Onder sub a. onder 2 wordt het woord “aantasting” vervangen door “verstoring”. In lid 5.3.1 onder sub b. worden aan de eerste zin na het woord “Als” toegevoegd de woorden “uit het archeologisch onderzoek blijkt dat” waarna het volledige lid 5.3.1. als volgt komt te luiden: a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde mits: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan; b. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan wordt aan de omgevingsvergunning tot afwijking de verplichting verbonden tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen, tenzij het belang bij behoud van de archeologische waarden in de bodem zwaarder weegt dan het belang van de aanvrager.
-
In lid 5.4.1 onder j wordt de volledige tekst vervangen door de volgende tekst: “het slopen en het verwijderen van ondergrondse delen van
6
Januari 2024
nota ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘III Gestel buiten de Ring 2020 (Scheidingstraat 106-108)’
bouwwerken (zoals funderingen en kelders) en bodemverhardingen waarbij grondroering plaatsvindt”. -
Lid 5.4.3 “Toelaatbaarheid” wordt als volgt gewijzigd: In de openingszin wordt het woord “slechts” verwijderd. In sublid 1 onder a. wordt aan het einde van de zin het woord “én” toegevoegd. In sublid 2 onder a. wordt het woord “aantasting” vervangen door “verstoring”. Onder b. worden aan de eerste zin na het woord “Als” toegevoegd de woorden “uit het archeologisch onderzoek blijkt dat”, waarna het volledige lid 5.4.3 als volgt komt te luiden: a. De in lid 5.4.1 genoemde vergunning kan worden verleend als: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaan of kunnen ontstaan. b. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het uitvoeren van werken geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, kan de in lid 5.4.1 genoemde omgevingsvergunning worden verleend onder de voorwaarde dat aan de omgevingsvergunning de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2.
de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen.
-
Na artikel 8 wordt toegevoegd artikel 9 ‘Samenloop’ dat als volgt luidt: “Indien een bodemingreep plaats vindt op één of meerdere bouwpercelen, welke in meerdere dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie is of zijn gelegen, geldt de dubbelbestemming met het hoogste beschermingsniveau als beoordelingskader voor het geheel, tenzij de gronden met het hoogste beschermingsniveau voor minder dan 10% deel uitmaken van de gronden waar het gehele project betrekking op heeft.”
-
Artikel 9 ‘Overige regels’ wordt vernummerd tot artikel 10.
-
In artikel 10 ‘Overige regels’ wordt lid 10.3 ‘Groen’ in zijn geheel vervangen door de volgende tekst:
7
Januari 2024
nota ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘III Gestel buiten de Ring 2020 (Scheidingstraat 106-108)’
1. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen staat vast dat wordt voorzien in minimaal 8 m2 aan groenvoorzieningen per toegevoegde woning. 2. Het gebruiken of (doen) laten gebruiken van de gronden en gebouwen als bedoeld in artikel 3 Wonen, is slechts toegestaan indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. De groenvoorzieningen van 8m2 groen per toegevoegde woning, zoals bedoeld in lid 1, binnen 1,5 jaar na realisatie van de woningen zijn gerealiseerd en, b. De groenvoorzieningen als bedoeld in sub a in stand worden gehouden. 3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 mogen de gronden en gebouwen als bedoeld in artikel 3 Wonen gebruikt worden tot 1,5 jaar na realisatie van de woningen. -
In artikel 10 ‘Overige regels’ wordt na lid 10.3 toegevoegd lid 10.4 dat luidt: “De gronden binnen het bestemmingsplan mogen pas overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming worden gebruikt zodra door middel van een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is. Deze voorwaardelijke verplichting doet niet af aan de verplichtingen op grond van het bepaalde in artikel 4 en 5.
-
De artikelen 10 en 11 worden vernummerd tot 11 en 12.
Toelichting -
In hoofdstuk 6 van de toelichting is onder de toelichting op de dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie 4 en Waarde – Archeologie 5 toegelicht om welke reden de voorwaardelijke verplichting uit lid 10.4 in de regeling is opgenomen. Verbeelding
-
Op de verbeelding is de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 2’ gewijzigd door deze aanduiding niet op het gehele bouwvlak te laten liggen, maar overeenkomstig de aanpassing in de regels, deze te beperken tot de gronden waar geen dakopbouw mogelijk is.
8