CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - KPI’s

Raadscommissie Knoop XL 17 juni 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Behandeling Clusterpaspoort 1A3.156 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Clusterpaspoort Ontwikkelvisie Fellenoord Cluster 1a Bijlage A Invulling geven aan de Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s)

Bijlage maakt geen onderdeel uit van het clusterpaspoort en is een toelichting op de wijze waarop de KPI’s ingevuld worden binnen het cluster

Gemeente Eindhoven KCAP

Bijlage A. Invulling geven aan de Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) Bij de voorbereiding van het oprichten van de Ontwikkelmaatschappij Fellenoord zijn zogenaamde Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) opgesteld. Deze KPI’s zijn geformuleerd op basis van de in de Ontwikkelvisie genoemde normen en streefwaarden. De Ontwikkelmaatschappij stuurt op (het totale) gebiedsniveau op het invullen van de KPI’s door middel van een “Dashboard Verevening” en KPI’s voor het programma in de breedte. De KPI’s zijn op gebiedsniveau geformuleerd, wat betekent dat niet elk cluster op dezelfde manier invulling geeft aan alle KPI’s. Sterker nog, sommige KPI’s zijn niet eens van toepassing in alle clusters (bijvoorbeeld geen woningen in een specifiek kantorencluster (9b+9c)). De optelsom van alle in de clusters ingevulde KPI’s dient uiteindelijk gelijk te zijn met de in de KPI’s genoemde streefwaarden en getallen op gebiedsniveau. In het dashboard wordt de invulling van de KPI’s bewaakt. Het dashboard laat daarmee de voortgang van de gebiedsontwikkeling en de invulling van het programma op gebiedsniveau zien en is een belangrijk monitoringsinstrument voor de Ontwikkelmaatschappij Fellenoord.

2a. ontwikkeling van een gemixt gebied met wonen, werken en voorzieningen

2b. De rol van TDK (Technologie, Design, Kennis) voor de identiteit van het gebied

Indicatoren

Indicatoren

•

2.a.1. 740.000m2 bvo nieuwbouwprogramma met aandacht voor specials en inzet op een verdeling van 70% wonen (ca. 6.000 - 7.000 woningen) 15% voorzieningen, 15% werken;

•

2.b.1. Cross-overs tussen design, kennis, techniek, markt, onderwijs en overheid. Uitgangspunt om 5% van het totaalprogramma uit de éindhovense werkvloer’te laten bestaan (start-ups en scale-ups, innovatieve ondernemers en laboratoria/experimenteerruimte;

•

2.a.2. in woningaantallen: 85% betaalbaar: 30% sociale huur, 15% middenhuur, 40% sociale en middeldure koop. en 15% vrije sector. woningbouwcorporaties zijn in de lead om woningbouwontwikkeling in de gebiedsontwikkeling Fellenoord mogelijk te maken, behoudens mogelijke juridische beperkingen (zoals ten gevolge van het Didamarrest*)

•

2.b.2. Ruimte voor innovatie en nieuwe economie: gebied stimuleert ontmoeting tussen mensen door voorzieningen en hoogwaardige en groene openbare ruimte. het plintenprogramma en de openbare ruimte krijgen zoveel als mogelijk een TDK-Uitstraling. Inzet is een ‘Metropolitaan woonmilieu. Daarbij hoort een FSI van >1,0, een een MXI van <0,8**.

•

2.a.3. Gemiddeld 7,5% maatschappelijke voorzieningen en specials per cluster.

*Dit zal als volgt worden bewerkstelligd: • Waar de gemeente/entiteit eigendom en/of grip hebben op een grondpositie wordt als eerst met corporaties gesproken over ontwikkeling van deze gronden. (hierbij gelden de kpi’s en het financiele kader); • Waar gronden in bezit zijn bij particuliere eiganaren spant de entieit zich in richting deze eigenaren dat met woningbouwcorporaties afpsraken worden gemaakt over realisatie van het woningbouwprogramma conform vastgestelde kpi’s. **In Metro Mix van het College van Rijksadviseurs (2019) is ingegaan op de benodigde dichtheid van een dergelijk stedelijk gebied (FSI) en de mate waarin het stedelijk programma (de type functies) gemengd zijn (MXI). In de terminologie van Metro Mix is Fellenoord een ‘Metropolitaan woonmilieu’. Daarbij hoort een FSI van >1,0 en een MXI van <0,8. Dit is conform de Ontwikkelvisie. *** uitvoering buitenplanse maatregelen is geen onderdeel van de opdracht aan de entiteit.

Clusterpaspoorten Fellenoord - gemeente Eindhoven [NL]

2

2c. Actieve en duurzame vormen van mobiliteit en deeloplossingen voor de auto

2d. Klimaatadaptieve clusters en openbare ruimte met ruim aandacht voor water, groen hittebestendigheid, circulariteit en biodiversteit

Indicatoren

2e. Een zo energieneutraal mogelijk gebied

2f. Een sociale en verbonden stad

Indicatoren

Indicatoren

•

2.e.1. Uitgangspunt is een zo laag mogelijk energieverbruik en 100% voeding vanuit duurzame bronnen;

2.f.1. Uitgangspunt is goed bereikbare maatschappelijke voorzieningen (7,5% totale programma, waaronder 1 basisschool en 1 á 2 gezondheidscentra), die bewoners van Knoop XL en omliggen wijken zoals Woensel Zuid bedienen.

Indicatoren •

•

•

2.c.1. Voor de (eigen) auto zoveel mogelijk inzetten op deelmobiliteit, collectieve parkeeroplossingen (per 20 woningen 1 deelauto en 2 andere deelvoertuigen) en aantrekkelijke alternatieven voor de eigen auto (lopen, fietsen, OV), waarbij het gebruik van de deelauto’s de parkeerbehoefte 20% verder reduceert. 2.c.2. Het hanteren van een gemiddelde parkeernorm van 0,35 parkeerplaats per woning (conform ontwikkelvisie) en 1 parkeerplaats per 400m2 programma (incl. dubbelgebruik 2.c.3. Max 50% van de parkeerplekken binnen een ontwikkelcluster realiseren minimaal 50% van de parkeerplekken gebiedsgericht oplossen, bij voorkeur aan de randen van het gebied.

•

2.d.1. Uitgangspunt is 8m2 groen per woning;

•

2.d.2. Minimaal 10% van het BVO (m2) van niet-woonfuncties is groen;

•

2.e.2. Uitgaan van een collectief warmtenet

•

2.d.3. Uitgangspunt is 60mm waterberging per m2 verhard oppervlak

•

2.e.3. Maximale opwek van duurzame energie in het gebied zelf;

•

2.d.4 De afstand tot een koele plek bedraagt max. 300 meter;

•

•

2.d.5. Uitgangspunt is een ruimtelijke inrichting die zorgt voor afname van het hitte-effect of voorkomt dat het effect toeneemt;

2.e.4. Inzetten op het vergroten van het bewustzijn bij ontwikkelaars en gebruikers en (innovatieve) oplossingen stimuleren.

•

2.d.6. Aanleg van een stads- en landschapspark (Dommeldal) voor natuur, sport en recreatie met ecologische verbindingszone (EVZ) van minimaal 50m breed.

•

3

Cluster 1b

2.d.7. Inzetten op het vergroten van het bewustzijn bij ontwikkelaars en gebruikers op dit thema en (innovatieve) oplossingen stimuleren.

2.f.2. Uitgangspunt is in totaal 9 plekken (speelpleinen voor diverse doelgroepen en interessante verblijfsplekken) voor dagelijkse gebruikers van het gebied. 2.f.3. De bestaande noord-zuid verbindingen zoals de Kruisstraat/Lardinoisstraat worden opgewaardeerd en zorgen voor optimale doorwaadbaarheid van het gebied en verbinding met omliggen wijken. 2.f.4. Toevoegen van een loopbrug over het spoor tussen ‘t Eindje en de politiekkavel. 2.f.5. Herprofilering van de Fellenoord tot aantrekkelijke stadsboulevard conform de ambitie uit verkeersintensiteit waarbij uitgangspunt is maximaal 12.500 voertuigen per etmaal én dat de hiertoe noodzakelijke buitenplanse maatregelen randvoorwaardelijk zijn***

KPI

Doelstellingen in dit clusterpaspoort

KPI

Doelstellingen in dit clusterpaspoort

2.a.1 740.000 m2 bvo nieuwbouwprogramma met aandacht voor specials en inzet op een verdeling van 70% wonen (ca. 6.000-7.000 woningen), 15% voorzieningen, 15% werken.

Cluster 1A maakt 91.000 m2 BVO mogelijk. Daarbij is er een verdeling van 70% woningen, 15% voorzieningen en 15% werken.

2.a.2 In woningaantallen (85% betaalbaar): 30% sociale huur, 15% middenhuur, 40% sociale en middeldure koop, 15% vrije sector. Woningbouwcorporaties zijn in de lead om woningbouwontwikkeling in de gebiedsontwikkeling Fellenoord mogelijk te maken, behoudens mogelijke juridische beperkingen (zoals ten gevolge van het Didamarrest*).

In dit cluster wordt uitgegaan van 30% sociale huur, 15% middenhuur, 40% sociale en middeldure koop en 15% vrije sector woningen. Bijna het hele cluster is in bezit van private partijen. Daarbij wordt een poging gedaan om de corporaties ook in dit cluster in positie te brengen. Het is sowieso de bedoeling dat de sociale woningen via de lijnen van de corporatie of onder dezelfde voorwaarden worden aangeboden aan woningzoekenden.

2.c.1 Voor de (eigen) auto zoveel mogelijk inzetten op deelmobiliteit, collectieve parkeer-oplossingen (per 20 woningen 1 deelauto en 2 andere deelvoertuigen) en aantrekkelijke alternatieven voor de eigen auto (lopen, fietsen, OV), waarbij het gebruik van deelauto’s de parkeerbehoefte nog 20% verder reduceert.

Ontwikkeling mobiliteitshub middels ruimte voor deelmobiliteit binnen het cluster volgens de regels: • per 20 woningen 1 parkeerplaats deelauto en ruimte voor 2 (bak) fietsen/LEV etc. • en per 10 niet-gerealiseerde parkeerplaatsen (van de 50% mobiliteitscorrectie): 1 parkeerplaats deelauto en ruimte voor 2 (bak) fietsen/LEV etc

2.a.3 Gemiddeld 7,5% maatschappelijke voorzieningen en specials per cluster.

7,5% van het totale programma van cluster 1A bestaat uit maatschappelijke voorzieningen. De keuze die gemaakt wordt in cluster 1A is ‘zorg’. In dit cluster zien we graag dat aan zorg gerelateerde basisvoorzieningen gerealiseerd worden.

2.c.2 Gemiddelde parkeernorm van 0,35 parkeerplaats per woning (conform Ontwikkelvisie) en 1 parkeerplaats per 400m2 programma (incl. dubbelgebruik).

Als uitgangspunt voor ontwikkelingen geldt bij een nog onbekend of zeer globaal programma conform de ontwikkelvisie een gemiddelde parkeernorm van ca. 0.35 parkeerplaats per woning of 1 pp per 400 m2 programma (incl. mobiliteitscorrectie van 50% en dubbelgebruik parkeervoorzieningen).

2.b.1 Cross-overs tussen design, kennis, techniek, markt, onderwijs en overheid. Uitgangspunt om 5% van het totaalprogramma uit de ‘Eindhovense werkvloer’ te laten bestaan (startups en scale-ups, innovatieve ondernemers en laboratoria/experimenteerruimte).

Per cluster wordt zo’n 5% van het werkprogramma reserveren voor het segment Eindhovense werkvloer/TDK gereserveerd. De gemeente/gebiedsentiteit en initiatiefnemer maken nadere afspraken over het huurniveau om het realiseren van maatschappelijke voorzieningen en de Eindhovense werkvloer/TDK mogelijk te maken.

2.c.3 Max. 50% van de parkeerplekken binnen een ontwikkelcluster realiseren, minimaal 50% van de parkeerplekken gebiedsgericht oplossen, bij voorkeur aan de randen van het gebied.

Het bezoekersdeel van de berekende parkeerbehoefte wordt opgevangen in gebiedsgerichte openbare parkeervoorzieningen. De resterende parkeerbehoefte wordt voor max. 50% van de parkeerbehoefte inpandig opgevangen op de eigen plot en voor min. 50% gebiedsgericht opgevangen. Het is denkbaar dat de huidige parkeergarage ook hiervoor ingezet kan worden om eventuele overcapaciteit te benutten. Daarbij zou de aanwezige parkeergarage dus ook ingezet kunnen worden voor gebiedsgericht parkeren vanuit andere clusters.

2.b.2 Ruimte voor innovatie en nieuwe economie: gebied stimuleert ontmoeting tussen mensen door voorzieningen en hoogwaardige en groene openbare ruimte. Het plintenprogramma en de openbare ruimte krijgen zoveel als mogelijk een TDK-uitstraling. Inzet is een ‘metropolitaan woonmilieu’. Daarbij hoort een FSI van >1,0 en een MXI van <0,8.

De nabijheid van Woensel maakt dat cluster 1A een logische plek is om aan zorg gerelateerde functies toe te staan. In het nieuw te ontwikkelen centrum van Eindhoven zien we met de voorspelde woningaantallen dat deze basisbehoeften dan ontbreken en/of op te grote afstand liggen. Door hier zorg toe te staan, kan in de eerste fase reeds de bestaande stad bediend worden (Woensel) en bij het doorontwikkelen van de nieuwe binnenstad, kunnen nieuwe bewoners gebruik maken van deze voorzieningen, aangezien dit cluster naar verwachting als een van de eerste ontwikkeld zal worden.

2.d.1 Uitgangspunt is 8m2 groen per woning.

De extra groennorm betreft het toevoegen van 8m2 groen per nieuwe woning.

2.d.2 Minimaal 10% van het BVO (m2) van niet-woonfuncties is groen.

Voor niet-woonfuncties is de groennorm 10% van het BVO.

2.d.3 Uitgangspunt is 60mm waterberging per m2 verhard oppervlak.

Per m2 verhard openbaar oppervlak dient er minimaal 60mm hemelwater in het cluster geborgd te worden: minimaal 20mm in een daarvoor ontworpen voorziening, de rest in een secundaire berging, mits dat laatste te combineren is met andere functies op de betreffende locatie.

T.b.v. de flexibiliteit van programma in het gebied moet in het ontwerp van gebouwen rekeningen worden gehouden met meerdere functies, waaronder productie (plafondhoogte plint 7 meter, vloerbelasting en interne logistiek). De ambitie is om een levendige bedrijfsomgeving te creëren waar samenwerking met externe organisaties, dienstverleners en klanten wordt gestimuleerd. Het plintenprogramma levert hier een bijdrage aan. De tekst m.b.t. beeld van invulling plinten uit de Ontwikkelvisie geeft aan welke doelstellingen er liggen voor de verschillende plintruimtes.

Daarbij kenmerkt cluster 1A (net als cluster 1B) zich door een reeds aanwezige parkeerkelder. Deze parkeerkelder is nu nog voor bezoekers, maar zal op den duur ingezet worden voor bewoners van beide clusters. Daarmee worden de huidige maailveldparkeervelden vrijgespeeld om te kunnen vergroenen.

Daarbij doen we in dit cluster een poging om het nieuwe beleid wat nu ontwikkeld wordt, al te integreren. Daarbij wordt kwaliteit gewaardeerd. Dus een groene binnentuin telt zwaarder dan een sedum-dak. Met andere woorden, in dit cluster wordt ingezet op het vergroenen van het parkeerdek. Hierdoor is er netto minder dan 8m2 groen per woning nodig, maar wordt er wel een kwalitatieve binnentuin aangelegd.

Clusterpaspoorten Fellenoord - gemeente Eindhoven [NL]

4

KPI

Doelstellingen in dit clusterpaspoort

KPI

Doelstellingen in dit clusterpaspoort

2.d.4 De afstand tot een koele plek bedraagt maximaal 300 meter.

Voor verblijfsgebieden in en rondom de clusters geldt, dat grote hittestress (gevoelstemperaturen hoger dan 35 graden) zoveel mogelijk vermeden moeten worden.

2.e.2 Uitgaan van een collectief warmtenet.

De ambitie is om alle gebouwen aan te sluiten op een collectief zeer laag temperatuur collectief warmte- en koudenet. Een gasaansluiting is dus niet mogelijk.

Binnen 5 minuten lopen is een koelteplek (50% schaduw door beplanting) beschikbaar met een minimale omvang van 200 m2. Daarvoor wordt in dit clusterpaspoort het binnenterrein ingezet. 2.d.5 Uitgangspunt is een ruimtelijke inrichting die zorgt voor afname van het hitte-effect of voorkomt dat het effect toeneemt.

Openbare ruimte binnen het cluster is voor minimaal 50% onverhard. Het is de ambitie om het binnenterrein van cluster 1A groen in te richten en openbaar toegankelijk en doorwaadbaar te maken, zodat een voetgangersverbinding tussen de Fellenoord en de Pastoor Petersstraat en Woensel ontstaat. De parkeerfunctie op maaiveld in de huidige situatie wordt daarmee opgeheven. Zoveel mogelijk voorkomen dat gebouwen ’s nachts warmte vasthouden, bijvoorbeeld door materialen toe te passen met een hoge solar reflectance index. Daarbij wordt er ook gekeken naar het ‘tweede’ maaiveld. Dus dakterrassen die gemeenschappelijk voor bewoners zijn en ook groen ingericht worden.

De gemeente streeft ernaar om binnen een jaar na ondertekening van de anterieure overeenkomst aan de eigenaar/eigenaren een voorstel te doen voor aansluiting op het collectieve bronnet, wat door de gemeente wordt aangelegd en geëxploiteerd via het nog op te richten gemeentelijke warmtebedrijf. 2.e.3 Maximale opwek van duurzame energie in het gebied zelf.

Een bepaald percentage van het dak- en geveloppervlak dient te worden benut voor energieopwekking via de zon en/of wind. Dit percentage wordt in de anterieure overeenkomst vastgelegd.

2.e.4 Inzetten op het vergroten van het bewustzijn bij ontwikkelaars en gebruikers en (innovatieve) oplossingen stimuleren

Voor een overzicht aan verschillende technieken en innovaties die de energieprestaties van een gebouw verbeteren, wordt verwezen naar het “Inspiratieboek voor Duurzame Ontwikkelaars” (https:// www.eindhovenduurzaam.nl/nieuws/inspiratieboek-voor-duurzameontwikkelaars). Kopers worden meegenomen in de klantreis naar energieneutraal en aangemoedigd om zoveel mogelijk te verduurzamen.

Er worden geen koeloplossingen geaccepteerd die warme lucht uitblazen 2.d.6 Aanleg van een stads- en landschapspark (Dommeldal) voor natuur, sport en recreatie met ecologische verbindingszone (EVZ) van minimaal 50m breed.

Geen betrekking op cluster 1A want is niet in het betreffende gebied gelegen.

2.d.7 Inzetten op het vergroten van het bewustzijn bij ontwikkelaars en gebruikers op dit thema en (innovatieve) oplossingen stimuleren.

Voor inspiratie over gebouwen die fysieke beweging stimuleren wordt verwezen naar het ’Inspiratieboek Beweeglogica in Gebouwen’ van BETA in opdracht van de Gemeente Amsterdam. In Fellenoord wordt gebruik gemaakt van de kennis en ervaring die opgebouwd wordt via Het Nieuwe Normaal (https://www.cirkelstad. nl/het-nieuwe-normaal/).

2.e.1 Uitgangspunt is een zo laag mogelijk energieverbruik en 100% voeding vanuit duurzame bronnen.

Vertrekpunt is dat Fellenoord een energieneutrale wijk wordt. In Fellenoord zal in de toekomst dan ook zoveel mogelijk energie in het gebied zelf opgewekt worden. Voor nieuwe gebouwen is reeds bepaald dat deze gasloos zijn. En ook voor de transformatie van bestaande gebouwen is de ambitie dat ze volledig van het gas afgaan. Gebouwen voldoen aan de meest recente BENG normen. Bij de woningen en functies aan de zuidkant van het cluster is het essentieel om te rekenen aan de opwarming van de ruimtes. In de BENG gaat het om de indicator t.o.v. de maand juli. 100% voeding vanuit duurzame bronnen: alleen groene stroom mag worden ingekocht (aan te tonen d.m.v. groencertificaten), duurzame bronnen moeten passen bij criteria van The Natural Step.

5

Cluster 1b

2.e.5 Uitgangspunt is goed bereikbare maatschappelijke voorzieningen (7,5% totale programma, waaronder 1 basisschool en 1 à 2 gezondheidscentra), die bewoners van Knoop XL en omliggende wijken zoals Woensel Zuid bedienen.

De nabijheid van Woensel maakt dat cluster 1A een logische plek is om (maatschappelijke) functies een plek te geven, waarbij deze vooral aan ‘zorg’ gelieerd zijn. Er is gezien de beoogde nieuwe bewoners in de binnenstad behoefte aan het uitbreiden van de basisvoorzieningen, waar zorg toe behoort. Omdat dit cluster qua locatie een schakel is tussen de bestaande en nieuw te ontwikkelen stad is het voornemen om nieuwe basisvoorzieningen binnen ‘zorg’ hier te laten landen, zodat in een eerste fase de huidige bewoners in het gebied hiervan gebruik kunnen maken en bij het doorontwikkelen van Fellenoord en de rest van het centrum van Eindhoven het verspreidingsgebied kan vergroten en deze functies reeds aanwezig zijn als mensen hier komen wonen. 7,5% van het totale programma van cluster 1A bestaat uit (goed toegankelijke) maatschappelijke voorzieningen. Bij de invulling van deze 7,5% maatschappelijke voorzieningen dient onderzoek in de (omliggende) buurten gedaan te worden naar behoeftes en wensen. Aannemelijk is dat dit ook binnen het concept van ‘zorg’ past. Een ‘special’ (bv. een regionale of nationale culturele voorziening) op deze plek ligt niet voor de hand.

KPI

Doelstellingen in dit clusterpaspoort

2.f.1 Uitgangspunt is in totaal 9 plekken (speelpleinen voor diverse doelgroepen en interessante verblijfsplekken) voor dagelijkse gebruikers van het gebied.

Het is de ambitie om het binnenterrein van cluster 1A groen in te richten en openbaar toegankelijk en doorwaadbaar te maken, zodat een voetgangersverbinding tussen de Fellenoord en de Pastoor Petersstraat en Woensel ontstaat.

2.f.2 De bestaande noordzuid verbindingen zoals de Kruisstraat/Lardinoisstraat worden opgewaardeerd en zorgen voor optimale doorwaadbaarheid van het gebied en verbinding met omliggende wijken.

Dit heeft geen betrekking op dit cluster

2.f.3 Toevoegen van een loopbrug over het spoor tussen ‘t Eindje en de politiekavel.

Dit heeft geen betrekking op dit cluster

2.f.4 Herprofilering van de Fellenoord tot aantrekkelijke stadsboulevard conform de ambitie uit de Ontwikkelvisie, met bijbehorende reductie van de verkeersintensiteit waarbij uitgangspunt is maximaal 12.500 voertuigen per etmaal én dat de hiertoe noodzakelijke buitenplanse maatregelen randvoorwaardelijk zijn.

Dit heeft geen betrekking op dit cluster

Daarbij onderzoeken we of in de lijn met het programma, ook de binnentuin kan aansluiten op ‘zorg’ en gezondheid en er dus ook spel/ sport voorzieningen in de groene binnentuin aangelegd kunnen worden.

Raamwerk openbare ruimte en ontwikkelclusters Het plangebied van de gebiedsontwikkeling Fellenoord is onderverdeeld in 11 ontwikkelclusters. De kavels van elk ontwikkelcluster dienen in samenhang uitgewerkt te worden om de hoge ambities van Fellenoord te kunnen waarmaken. Dit betekent samenwerking voor de eigenaren binnen een cluster. Voor de openbare ruimte buiten de clusters wordt een zogenaamd Raamwerk Openbare Ruimte opgesteld, waarin uitgangspunten voor de herinrichting en ontwikkeling van de openbare ruimte buiten de clusters worden vastgelegd. Het raamwerk is het kader waarbinnen de openbare ruimte verder wordt uitgewerkt in een schetsontwerp, voorlopige ontwerpen (VO’s) en definitieve ontwerpen (DO’s).

Clusterpaspoorten Fellenoord - gemeente Eindhoven [NL]

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14375490/1