CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 bij beantwoording technische vragen SP - Regelink Ecologie & Landschap

Raadsvergadering 2 april 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling bestemmingsplan IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat)8.157 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

Postadres Gerrit Zegelaarstraat 1 6709 TA Wageningen T 085 7737676 Web info@regelink.nl | www.regelink.nl KvK 14081365 BTW NL822004379.B01 Triodosbank NL84TRIO 0390980458

Colofon

Tekst en samenstelling

Manon Mulder en Marlien de Voogd

Foto’s

Elle van Dijk en Marlien de Voogd

In opdracht van

Van Helvoirt Groenprojecten BV

Naam opdrachtgever

Frank van Irsel

Rapportnummer

RA22148-02

Status rapport

Definitief

Datum oplevering rapport

27 november 2023

Aantal pagina's

36

Collegiale toets

Stefan van Schaik

Wijze van citeren

Mulder, M. en M. de Voogd, 2023. Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven, Rapport RA22148-02, Regelink Ecologie & Landschap, Wageningen.

Regelink Ecologie & Landschap Gerrit Zegelaarstraat 1

6709 TA Wageningen 085-7737676 info@regelink.nl www.regelink.nl Lid Netwerk Groene Bureaus

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

2

Inhoudsopgave Aanleiding

5

1.1 1.2

5 5

Aanleiding Doel

Plangebied en ingreep

6

2.1 2.2

6 7

Plangebied Ingreep

Werkwijze

8

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

8 8 8 8 9 9 10 11

Onderzoeksinspanning Methode huismusonderzoek Methode gierzwaluw onderzoek Methode sperweronderzoek Methode vleermuisonderzoek Methode eekhoornonderzoek Methode steenmarteronderzoek Volledigheid inventarisatie

Resultaten

12

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

12 12 13 15 15 17

Algemeen beeld Broedvogels Vleermuizen Eekhoorn Steenmarter Samenvatting resultaten

Effectbepaling en toetsing aan de Wet natuurbescherming

19

5.1 5.2

19 22

Effectbepaling van de ingreep Toetsing Wet natuurbescherming

Conclusies en vervolgstappen

23

6.1 6.2

23 24

Conclusies Vervolgstappen

Bronnen

25

7.1 7.2 7.3

25 25 25

Literatuur Websites Project gerelateerde bronnen

Bijlage 1.

Fasering werkzaamheden

26

Bijlage 2.

Nieuwe situatie

27

Bijlage 3.

Te kappen bomen

28

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

3

Bijlage 4.

Te behouden bomen

29

Bijlage 5.

Nieuwe bomen

30

Bijlage 6.

Gegevens veldbezoeken

31

Bijlage 7.

Kaart waarnemingen vogels

34

Bijlage 8.

Kaart waarnemingen vleermuizen

35

Bijlage 9.

Kaart waarnemingen steenmarter

36

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

4

Aanleiding 1.1 Aanleiding Stichting Sint Trudo is voornemens om het plangebied aan de Rustenburgstraat in Eindhoven te herontwikkelen. Hiervoor worden 44 woningen gesloopt en 89 nieuwe woningen gerealiseerd, en 6 woningen worden gerenoveerd. Uit een ecologische potentie-inschatting van Van Helvoirt Groenprojecten (Van Irsel, 2021) is gebleken dat er mogelijk beschermde functies van huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter in het plangebied aanwezig zijn. Volgens artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming 1 (zorgplicht) is het verplicht om voordat de ingreep plaatsvindt onderzoek te doen naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Er moet daarom nader onderzoek gedaan worden naar de aanwezigheid van deze soorten en de functies van het plangebied. Regelink Ecologie & Landschap heeft in opdracht van Van Helvoirt Groenprojecten in het plangebied dit onderzoek naar huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter uitgevoerd. Bij het opstellen van deze rapportage is uitgegaan van de definities zoals aanwezig op de website van Regelink Ecologie & Landschap2.

1.2 Doel Met dit onderzoek worden de volgende vragen beantwoord: •

Komen huismus, gierzwaluw en sperwer voor in het plangebied?

•

Welke functies heeft het plangebied voor huismus, gierzwaluw en sperwer?

•

Welke soorten vleermuizen komen voor in het plangebied?

•

Welke functies heeft het plangebied voor de aanwezige soorten vleermuizen?

•

Komt eekhoorn voor in het plangebied?

•

Welke functies heeft het plangebied voor eekhoorn?

•

Komt steenmarter voor in het plangebied?

•

Welke functies heeft het plangebied voor steenmarter?

•

Leidt de ingreep tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming?

•

Welke vervolgstappen zijn nodig om overtreding van de Wet Natuurbescherming (zoveel mogelijk) te voorkomen

1 https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01 2 http://www.regelink.nl/kenniscentrum/definities-vleermuizenonderzoek/

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

5

Plangebied en ingreep 2.1 Plangebied Het plangebied betreft 25 woningblokken met in totaal 50 woningen en bijgebouwen aan de Rustenburgstraat, Tafelbergstraat en Veldmaarschalk Smutsstraat in Eindhoven. De begrenzing van het plangebied is in figuur 1 met rood aangegeven.

Figuur 1. Overzicht van het plangebied, de begrenzing is met rood aangegeven. De met blauw gemarkeerde woningen zijn niet meegenomen in het vleermuisonderzoek; dit betreft een blok dat wordt gerenoveerd. Het plangebied bestaat uit 50 twee-onder-een-kap woningen op ruime percelen. De lage woningen bestaat uit een woonlaag met een pannendak. De tuinen zijn erg gevarieerd, van intensief gemaaid gazon of betegeld tot ruigte met braamstruweel. In enkele tuinen zijn grote bomen aanwezig, waaronder wintergroene coniferen. De meeste woningen hebben een kleine (vervallen) schuur en/of garage op het perceel. Enkele woningen staan leeg. In het noordelijk deel van de straat is een grasveld met enkele bomen aanwezig.

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

6

2.2 Ingreep Stichting Sint Trudo is voornemens de Rustenburgstraat te herontwikkelen. Hiervoor zullen er woningen worden gesloopt of gerenoveerd, ook zal er nieuwbouw worden gerealiseerd. De werkzaamheden zullen gefaseerd in drie fasen plaatsvinden. Direct na de sloop van een fase, wordt ook de nieuwbouw in die fase gerealiseerd. Welke woningen in welke fase gesloopt en/of gerenoveerd zullen worden is zichtbaar in bijlage 1. In bijlage 2 is ook een indruk gegeven van de nieuwe situatie. Per fase zal het volgende worden uitgevoerd: -

Fase 1: Sloop 22 woningen, herbouw van 44 nieuwe woningen op deze percelen, waarvan er 2 in fase 2 worden gebouwd;

-

Fase 2: Sloop 8 woningen, herbouw van 20 nieuwe woningen op deze percelen. Tevens renovatie 4 woningen (fase 2R) – de overige 2 woningen in fase 2R zijn particulier bezit;

-

Fase 3: Sloop 14 woningen, herbouw van 27 nieuwe woningen op deze percelen. NB: de aantallen voor fase 2 en 3 zijn verwachte aantallen; de exacte aantallen te slopen en bouwen woningen hangt samen met de verhuisbewegingen van huidige huurders.

Bij de sloop en bouw zullen ook de volgende werkzaamheden plaatsvinden: -

Verwijderen groen en bomen;

-

Aan- en afvoer van bouwmaterialen;

-

Bouw nieuwe woningen en inrichting gebied.

Er worden in totaal 113 bomen gekapt, 117 bomen behouden en uiteindelijk circa 125 nieuwe bomen aangeplant. In bijlage 3, 4 en 5 zijn overzichten opgenomen van de huidige boomsituatie, de te kappen bomen en de nieuw te planten bomen. De bomen die worden gekapt zijn veelal klein en staan te dicht bij de bebouwing om behouden te blijven, of worden verwijderd ten behoeve van de sanering van Japanse Duizendknoop (figuur 3 en 4 op de volgende pagina). Daarnaast worden in principe alle struiken, hagen, kleinere bomen en tuingroen, dat rond de woningen staat, verwijderd. Dit is nodig om ruimte te maken voor de sloop en bouw, en voor de aanleg van de nieuwe inrichting. De ligusterhaag op de hoek Veldmaarschalk Smutsstraat – Tafelbergstraat (rond nr. 7) blijft echter behouden.

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

7

Werkwijze 3.1 Onderzoeksinspanning In het najaar van 2022 en het voorjaar en de zomer van 2023 is het plangebied geïnventariseerd op de aanwezigheid van huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter. In Tabel 5 in bijlage 6 zijn de datum- en weersgegevens van de veldbezoeken weergegeven. Tijdens alle bezoeken waren de weersomstandigheden geschikt voor het inventariseren van vogels, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter. In de volgende paragrafen staat een toelichting op de toegepaste onderzoeksmethoden.

3.2 Methode huismusonderzoek Het onderzoek naar nestplaatsen en leefgebied van huismus is uitgevoerd volgens de richtlijnen in het Kennisdocument Huismus, middels 2 inventarisaties in de periode 1 april – 15 mei. Tijdens het veldbezoek is het plangebied op gehoor en op zicht (met verrekijker) geïnventariseerd. Daarbij is zowel gezocht naar nestlocaties als foerageergebied, schuilplekken en kwetterplekken. Hiervoor is gelet op geschikt foerageergebied, foeragerende dieren, sociaal gedrag, vogels die met nestmateriaal of voedsel slepen, piepende jongen, baltsende mannetjes en vogels die openingen in- of uitvliegen met voedsel of ontlasting. De inventarisaties zijn in de ochtend uitgevoerd onder gunstige weersomstandigheden.

3.3 Methode gierzwaluw onderzoek Het onderzoek naar nestplaatsen van gierzwaluw is uitgevoerd volgens de richtlijnen in het Kennisdocument Gierzwaluw, middels 3 inventarisaties in de periode 1 juni – 15 juli waarvan een ronde tussen 20 juni en 7 juli. Gedurende de veldbezoeken is het plangebied geïnventariseerd vanaf anderhalftot twee uur voor tot even na zonsondergang onder gunstige weersomstandigheden. Het onderzoek is gericht geweest op het vinden van nestlocaties. Hierbij is gelet op laag door het plangebied vliegende en roepende vogels, vogels die de woningen in- en uitvlogen en het geluid van roepende jongen.

3.4 Methode sperweronderzoek Er bestaat geen vast inventarisatieprotocol voor onderzoek naar nesten van sperwers. De onderzoeksinspanning is bepaald op basis van de richtlijnen voor het zoeken van nesten op de website van Sovon3, de ‘Handleiding veldonderzoek Roofvogels’ (Bijlsma,1997) en expert judgement. Het onderzoek is uitgevoerd in de broedperiode van sperwer. In de periode half maart tot en met juli is het plangebied drie keer bezocht. Deze bezoeken zijn met voldoende spreiding uitgevoerd om zowel de broedfases zoals balts en nestbouw, de broedperiode en de jongen fase te onderzoeken. De veldbezoeken zijn in de ochtenduren bij geschikte weersomstandigheden uitgevoerd. Tijdens de veldbezoeken is gelet op zichtwaarnemingen, gehoorwaarnemingen en de aanwezigheid van sporen. Daarnaast is tijdens de veldbezoeken van de overige onderzochte beschermde soorten ook gelet op aanwijzingen voor de aanwezigheid van sperwer.

3 https://stats.sovon.nl/stats/soort/2690

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

8

3.5 Methode vleermuisonderzoek Tijdens de veldbezoeken zijn vleermuizen met zicht- en geluidwaarnemingen geïnventariseerd. Hierbij is een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type: Pettersson D240x) gebruikt om de echolocatie die vleermuizen uitzenden hoorbaar te maken voor mensen. Met de karakteristieken van de frequentie, klank en ritme van het geluid worden verschillende vleermuizensoorten in het veld herkent. Wanneer in het veld niet met zekerheid de vleermuissoort kon worden bepaald is een geluidsopname gemaakt met een extern opnameapparaat. De geluidsopname zijn achteraf met het computerprogramma Batsound geanalyseerd, waarbij voor determinatie gebruik is gemaakt van Barataud (2015). Voor sociale geluiden van vleermuizen is gebruik gemaakt van Middleton (2014) en Pfalzer (2002). In combinatie met de visuele waarnemingen van het gedrag is de determinatie van de soort en de functie van het gebied bepaald. Het onderzoek is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2021. Om de functies van het plangebied voor vleermuizen te onderzoeken zijn meerdere veldbezoeken uitgevoerd in verschillende periodes. De drie rondes gericht op massawinterverblijfplaatsen en paarverblijven zijn deels gecombineerd uitgevoerd in 1 augustus – 1 oktober 2022.

De gecombineerde rondes zijn uitgevoerd rond middernacht in verband met de eisen voor ruige dwergvleermuis en massawinterzwermen. De laatste ronde (enkel voor paarverblijfplaatsen) is uitgevoerd vanaf een uur na zonsondergang. Er zijn vier rondes gericht op zomeren kraamverblijfplaatsen uitgevoerd in de periode 15 mei – 15 juli 2023. Het betreft twee avondrondes (vanaf zonsondergang tot 2 uur daarna) en twee ochtendrondes (2 uur voor zonsopkomt tot zonsopkomst). Bij alle bezoeken is minimaal twee uur geïnventariseerd. Tijdens alle bezoeken waren de weersomstandigheden geschikt voor het inventariseren van vleermuizen. De inventarisaties zijn postend en lopend uitgevoerd, waarbij na het plangebied en (in beperkte mate ook) het omliggende gebied meerdere keren zijn doorkruist. Volgens het Vleermuisprotocol 2021 dient er altijd tenminste 75% van het plangebied te worden overzien. Om dit te bereiken is het plangebied in twee deelgebieden (noord en zuid) opgedeeld. In deelgebied noord zijn de avondrondes uitgevoerd door 5 personen en de ochtendrondes door 2. In deelgebied Zuid zijn de avondrondes uitgevoerd door 4 personen en de ochtendrondes door 2.

Door strategische positionering van de veldwerkers in een deelgebied tijdens de periode zonsondergang tot circa een half uur tot 45 minuten na zonsondergang (uitvliegtijd) zijn alle kopgevels in de deelgebieden op uitvliegers gecontroleerd. Ook is er in ieder deelgebied een extra ochtendronde uitgevoerd. Vanwege de fasering en lange looptijd van de werkzaamheden zijn bepaalde delen van het plangebied niet meegenomen in het vleermuisonderzoek. De te renoveren woningen aan de noordzijde zijn hierom niet meegenomen in het vleermuisonderzoek. De uitgesloten woningen zijn in figuur 1 met blauw aangegeven.

3.6 Methode eekhoornonderzoek Er bestaat geen vast inventarisatieprotocol voor onderzoek naar nesten en leefgebied van eekhoorn. Om nesten en leefgebied van eekhoorn in het plangebied vast te stellen zijn in het voorjaar, voordat de bomen in het blad stonden (globaal januari – maart), twee veldbezoeken uitgevoerd waarbij is gezocht

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

9

naar mogelijk aanwezige nesten, activiteit en sporen van eekhoorn. Ook zijn toevallige waarnemingen van dieren, sporen of nesten tijdens overige veldbezoeken overdag meegenomen.

3.7 Methode steenmarteronderzoek De methode voor het nader onderzoek naar steenmarter is gebaseerd op de Handreiking kleine marters van de Provincie Noord-Brabant. Het onderzoek naar steenmarter is altijd maatwerk en afhankelijk van de terreinomstandigheden in het plangebied. Onderzoek met cameravallen Het inventarisatieonderzoek naar steenmarter is uitgevoerd met een speciaal aangepaste cameraval voor het inventariseren van grote marterachtigen, een ‘struikrover’. Een cameraval is een camera die zo is uitgerust dat deze automatisch foto’s of filmpjes kan maken van passerende dieren. Dit werkt door een passieve infraroodsensor die een signaal naar de camera stuurt wanneer de sensor een verschil in binnenkomende infraroodstraling meet. Bij de struikrover is de cameraval achter in een pvc-buis gemonteerd met in de opening van de buis een locatie voor het plaatsen van lokstof. Als lokstof zijn pindakaas en visolie gebruikt. Marterachtigen worden van nature aangetrokken door buisvormige objecten die in de dekking zijn opgesteld, dit in combinatie met de lokstof zorgt ervoor dat de marterachtigen een tijdje voor de opening blijven staan. Op basis van de frequentie waarmee steenmarter tijdens de inventarisatie worden waargenomen kan een inschatting worden gemaakt van het belang van het plangebied voor deze soorten. Het onderzoek in het plangebied is als volgt uitgevoerd: •

De struikrover heeft gedurende de periode 18 mei - 11 september 2023 op totaal drie locaties in het plangebied gestaan. De drie locaties zijn te zien op de kaart in bijlage 9.

•

De struikrover heeft op elke locatie minimaal 3 weken gestaan.

•

De struikrover is tussendoor meerdere keren gecontroleerd, waarbij de opnamen van de SDkaart zijn gehaald.

•

Na afloop zijn de gemaakte beelden geanalyseerd en zijn de waargenomen soorten op naam gebracht. Ook is de verspreiding van detectiemomenten per locatie en tijd bekeken.

Alle drie locaties waar de struikrover heeft gestaan, betroffen optimaal biotoop voor steenmarters, in dichte vegetatie en tegen/nabij de vegetatierijke achtergrens van het plangebied. Er is voor gekozen om de struikrover langere tijd op een beperkt aantal locaties te laten staan, om zo een goed beeld te krijgen van het gebruik en de frequentie van voorkomen. Op basis van de frequentie van waarnemingen , mogelijk te onderscheiden individuele kenmerken van het dier/de dieren en het mogelijk aantreffen van jonge dieren, kan namelijk mogelijk een uitspraak worden gedaan of er een voortplantingsplek in het plangebied aanwezig is. Naast het plaatsen van de struikrovers is ook tijdens het vleermuisonderzoek gelet op aanwijzingen voor de aanwezigheid van marterachtigen. Gezien marterachtigen veelal nachtactief zijn is dit een goede manier om de trefkans te verhogen en het gebiedsgebruik beter te inventariseren.

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

10

3.8 Volledigheid inventarisatie Het huismussen- en het gierzwaluwonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen in de overeenkomstige Kennisdocumenten van BIJ12. De vleermuisinventarisatie is uitgevoerd volgens het Vleermuisprotocol 2021 zoals vastgesteld door Gegevensautoriteit Natuur. Het sperwer-, marter- en eekhoornonderzoek is uitgevoerd volgens/gebaseerd op algemeen geaccepteerde onderzoeksmethoden voor de soorten en daar waar nodig aangepast op basis van expert judgement. Inventarisaties zijn een steekproef gebaseerd op momentopnames. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat soorten en functies die niet zijn waargenomen, op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is acceptabel omdat de Wet natuurbescherming een initiatiefnemer vraagt te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methoden en inspanning is voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (zorgplicht) van de Wet natuurbescherming. Wat betreft het onderhavige onderzoek heeft de initiatiefnemer gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden.

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

11

Resultaten 4.1 Algemeen beeld Gedurende het onderzoek zijn in en in de nabijheid van het plangebied de volgende soorten aangetroffen: •

Huismus;

•

Gierzwaluw;

•

Sperwer;

•

Zwarte kraai;

•

Kauw;

•

Ekster;

•

Gewone dwergvleermuis;

•

Laatvlieger;

•

Rosse vleermuis;

•

Steenmarter.

In de volgende paragrafen wordt per soort de waarnemingen en functies verder besproken. De waarnemingskaarten zijn opgenomen in bijlage 7 tot en met 9. Daarnaast zijn er in het plangebied diverse algemene broedvogelsoorten aangetroffen, en gewone pad. Deze zijn niet opgenomen in de kaarten en worden niet verder besproken.

4.2 Broedvogels 4.2.1 Huismus Nesten In het plangebied zijn 5 nesten van huismus aangetroffen. De nesten bevinden zich voornamelijk aan de voorzijde van de woningen (met uitzondering van één) en worden bereikt via de dakgoot. Eén nest bevindt zich achter een regenpijp. De nesten zijn enkel in het zuidelijk deel van het plangebied aangetroffen, op nummers 38, 40, 51, 53 en 55. Daarnaast zijn met name in het noordelijk deel van het plangebied op baltsende/roepende huismussen waargenomen: voor deze locaties zijn in geen van de rondes aanwijzingen aangetroffen dat deze roepende mussen in de nabije omgeving een nestlocatie hadden. Na de ronde op 4 mei is de omgeving van het plangebied ook kort geïnventariseerd op huismus en daar zijn nog tenminste 13 nesten aangetroffen. Deze nesten zijn waargenomen ten westen en zuiden van het plangebied in de Johannesburgstraat en de Stellenboschstraat. Leefgebied Verspreid over het plangebied zijn veel foeragerende huismussen waargenomen. Foerageergebieden betreffen met name hagen, struiken en kleine bomen in voor-, zij- en achtertuinen, maar er werden ook dieren foeragerend op de straat aangetroffen. Het aantal en de locaties van de foeragerende (en ook roepende) dieren kan niet worden verklaard door het aantal aangetroffen nesten in het plangebied.

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

12

Gezien het grote aantal nesten dat ten westen en zuiden van het plangebied zijn aangetroffen is het aannemelijk dat deze mussen daarvandaan komen. Tijdens de huismusinventarisaties is ook waargenomen dat huismussen vanuit de Johannesburgstraat het plangebied invlogen om te foerageren. Het gebied waar de mussen vandaan komen is aanmerkelijk minder groen dan het plangebied, doordat de woningen aan de Johannesburgstraat en Stellenboschstraat veelal verharde tuinen hebben en de tuinen in het plangebied juist erg diep en groen zijn. Het plangebied is zodoende voor zowel de nesten in het plangebied als de nesten in de omgeving essentieel leefgebied voor huismus.

4.2.2 Gierzwaluw Tijdens het onderzoek zijn enkele overvliegende gierzwaluwen waargenomen. Het betrof kleine groepjes die hoog boven het plangebied vlogen en daar kort foerageerden. Er is geen nest-indicerend gedrag waargenomen in het plangebied. Direct ten westen en zuiden van het plangebied zijn grotere groepen (30+) gierzwaluwen overvliegend waargenomen en ook kleinere groepjes die laag tussen de woningen door gierden, het is aannemelijk dat in deze gebieden ook nesten aanwezig zijn.

4.2.3 Sperwer Het plangebied is zeer geschikt voor sperwer. De aanwezige bomen en groenstructuren in de tuinen bieden voldoende nestgelegenheid en mogelijkheid tot jacht. Bij Rustenburgstraat nr. 36 en 38 staan een aantal hoge coniferen in de tuin. Hier is tijdens een veldbezoek een sperwer mannetje invliegend met prooi waargenomen. Vanwege de hoge dichtheid coniferen was het onduidelijk bij welke conifeer het dier precies invloog. Buurtbewoners (bewoners van nr. 41) hebben aangegeven met enige regelmaat een sperwer met prooi in de tuin te zien. Bij het tweede veldbezoek is een roepend mannetje sperwer gehoord maar niet gezien. Het roepen kwam vermoedelijk vanuit de bomen in de tuin van nr. 32. De grond onder de bomen waar sperwer bij in de nabijheid is waargenomen is gecontroleerd op sporen van bijvoorbeeld prooi- en/of plukresten. Er zijn oude plukresten gevonden, echter zijn er geen sporen van uitwerpselen gevonden onder de bomen. In het plangebied zijn geen af- en aanvliegende sperwers gezien of bedelende jongen gehoord wat de aanwezigheid van een nestlocatie aantoont. Daarmee is het niet aannemelijk dat in het plangebied een nestlocatie van sperwer aanwezig is. Op basis van de waarnemingen kan wel worden gesteld dat het plangebied zelf tot het leef- en jachtgebied van sperwer behoort.

4.3 Vleermuizen 4.3.1 Gewone dwergvleermuis Foerageergebied Er zijn in het plangebied verspreid over de rondes foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Ze foerageerden zowel in de tuinen als boven de straat. De dieren foerageerden over het algemeen kort op locatie (met name in de vroege avond) of vlogen door en verbleven zodoende niet voor

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

13

langere tijd in het plangebied. Hierdoor kan gesteld worden dat het plangebied geen essentieel foerageergebied voor gewone dwergvleermuis betreft. Op grond van het beperkte aantal foeragerende dieren, de beperkte foerageerduur en de in ruime mate aanwezige alternatieve foerageermogelijkheden (zoals het park langs de Heftveld, het groen langs het spoor, de parkachtige omgeving ten noorden van het spoor en de Celebesstraat, inclusief vennetje) in de directe omgeving kan gesteld worden dat het plangebied geen essentieel foerageergebied voor gewone dwergvleermuis is. Vliegroutes Er zijn meerdere gewone dwergvleermuizen waargenomen die op vliegroute leken te zijn. Het gaat in totaal (verdeeld over alle vleermuisrondes) om 20 waarnemingen van dieren op route met een maximum van 3-4 dieren per avond/ochtend. Hierin is gecorrigeerd voor dubbeltellingen tussen waarnemers binnen een avond/ochtend en deelgebied. Er zijn zowel in de ochtend als de avond dieren op route waargenomen. Deze dieren volgden echter geen vaste structuur in het landschap, maar vlogen over en tussen tuinen door het plangebied. Er was geen sprake van een overheersende vliegrichting die door het merendeel van de dieren werd gevolgd, er zijn veel verschillende richtingen waargenomen.

Dieren volgen in de regel de aanwezige lijnelementen, zoals de bomenrij in de straat en de woningblokken, niet, maar gebruiken het plangebied om overheen te vliegen. Zeer waarschijnlijk gaat het om dieren die van buiten het plangebied en die over of door het plangebied naar foerageergebieden elders vliegen. Het plangebied en de aanwezige lijnvormige elementen fungeren zodoende niet als vliegroute. Essentiële vliegroutes zijn dan ook niet aanwezig in het plangebied. Zomerverblijfplaats In de zomermaanden zijn er geen zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetroffen in het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied is wel een zomerverblijfplaats aangetroffen. Het betreft een waarneming van een invliegend dier bij de Mevlana Moskee ten zuiden van het plangebied. Kraamverblijfplaats Er is geen kraamverblijf van gewone dwergvleermuis in het plangebied aangetroffen tijdens de inventarisaties. Ook zijn er geen kraamverblijfplaatsen in de (directe) omgeving van het plangebied aangetroffen. Paarverblijfplaats Tijdens de paarperiode zijn op een aantal locaties verspreid in het plangebied roepende mannetjes gewone dwergvleermuizen waargenomen. Op basis hiervan kunnen 3 paarterritoria van gewone dwergvleermuizen worden aangewezen. Deze bevinden zich in het centrum van de Rustenburgstraat, rondom het grasveld en in het noordelijk deel van het plangebied.

Gewone dwergvleermuizen vliegen al roepend rond om vrouwtjes naar hun paarverblijfplaats te lokken. Doordat zij hierbij door hun hele territorium vliegen is het doorgaans lastig om de exacte paarverblijfplaats te lokaliseren. De paarterritoria zijn bepaald op basis van het zwaartepunt van de waarnemingen in het veld (hardheid en herhaling baltsroepen van mannetjes). Binnen deze territoria is het zodoende niet mogelijk geweest om specifieke locatie van de verblijfplaats aan te wijzen. Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

14

Op basis van het waargenomen gedrag in het veld is daarom de ligging van de paarterritoria geïnterpreteerd en weergegeven op de waarnemingenkaart in bijlage 8. Winterverblijfplaats Tijdens de inventarisaties naar middernachtzwermen zijn geen zwermende dieren waargenomen. De aanwezigheid van massawinterverblijfplaatsen kan worden uitgesloten.

4.3.2 Overige vleermuizen Naast gewone dwergvleermuis zijn ook laatvlieger en rosse vleermuis waargenomen in het plangebied. Er zijn geen (aanwijzingen voor) vaste rust- en/of verblijfplaatsen van deze soorten waargenomen. Er zijn meerdere waarnemingen gedaan van foeragerende laatvliegers in het noordelijke gedeelte van het plangebied, waarvan 1 langdurig (> 15 min) boven het grasveld. Dit is de overige rondes niet waargenomen. Daarnaast is eenmalig een laatvlieger op vliegroute waargenomen. Er zijn verspreid over de rondes 4 keer kort een foeragerende rosse vleermuis op grotere hoogte (ca. 8 m) waargenomen. Gezien de hoogte en de korte duur, waren deze rosse vleermuizen op route, waarbij ze kortdurend boven het plangebied foerageerden. Gezien de beperkte aantallen en korte duur van aanwezigheid is het niet aannemelijk dat het plangebied voor deze soorten een essentiële functie vervult.

4.4 Eekhoorn Tijdens de veldbezoeken zijn geen eekhoorns of sporen van eekhoorn, zoals klauwsporen, prenten en afgekloven dennenkegels, in het plangebied aangetroffen. Buurtbewoners hebben aangegeven in het verleden regelmatig eekhoorn te hebben gezien. Het betreffen echter geen recente waarnemingen. Op enkele locaties in het plangebied kunnen nesten echter niet worden uitgesloten, door de dichtheid van de bomen en de coniferen. Vanwege het feit dat het habitat zeer geschikt is voor eekhoorns en bewoners in het verleden regelmatig eekhoorns hebben gezien, is het aannemelijk dat voor eekhoorn het plangebied in ieder geval als leefgebied dient of kan dienen. Ondanks dat nesten visueel niet geheel kunnen worden uitgesloten, kan de aanwezigheid van een voortplantingsplek op dit moment worden uitgesloten, vanwege het geheel ontbreken van waarnemingen van eekhoorns en sporen van eekhoorns, zowel tijdens gericht onderzoek als tijdens alle overige veldbezoeken, en het ontbreken van recente waarnemingen door bewoners.

4.5 Steenmarter Steenmarter is tijdens het onderzoek meerdere keren waargenomen in het plangebied, waarbij waarnemingen zowel tijdens het vleermuisonderzoek als met de struikrover zijn gedaan. De steenmarter is tijdens het vleermuisonderzoek regelmatig (minimaal 7 keer) gezien; tijdens twee avondrondes is (waarschijnlijk) hetzelfde dier op verschillende plekken in het plangebied door verschillende mensen waargenomen. Daarbij is de steenmarter eenmaal met een prooi waargenomen. De steenmarter is tweemaal met de struikrover waargenomen. Deze stond op die momenten in de tuin van nr. 27 opgesteld (zie figuur 2) en nr. 45. Op basis van de foto’s van de struikrover is echter niet vast te stellen of het om hetzelfde dier gaat, en of het om een mannetje of vrouwtje gaat. Er zijn in ieder geval geen jonge dieren vastgesteld. Opvallend is dat alle waarnemingen van steenmarter in het noordelijk deel van het plangebied zijn gedaan.

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

15

Verder is in diverse tuinen en bijgebouwen van de woningen gericht gezocht naar (sporen die wijzen op) aanwezigheid van een vaste verblijf- en/of voortplantingsplaats van steenmarter. Deze zijn niet gevonden. Gezien de waarnemingen en de frequentie hiervan is het aannemelijk dat het plangebied behoort tot het functioneel leefgebied van steenmarter. Er zijn geen vaste rust- en/of verblijfplaatsen (fysiek) aangetroffen, maar de aanwezigheid hiervan kan niet volledig worden uitgesloten, vanwege de hoge potentie van het plangebied hiervoor; meerdere tuinen zijn verwilderd, met name langs de achtergrens, maar soms ook in het geheel. Ook bij in gebruik zijnde tuinen is de achtergrens meestal behoorlijk verwilderd, en heerst daar relatieve rust door de diepte/grootte. Daarnaast zijn een groot aantal schuren niet meer in gebruik. Omdat de habitat zeer geschikt is voor rustplaatsen en omdat er meerdere waarnemingen zijn gedaan van steenmarter in het plangebied, kan een vaste rust- of verblijfplaats van steenmarter in het gebied niet worden uitgesloten. Vanwege het ontbreken van waarnemingen van jonge steenmarters is de verwachting dat een eventueel vaste rust- en/of verblijfplaats geen voortplantingsplek betreft.

Figuur 2. Steenmarter vastgelegd met de cameraval in de tuin van Rustenburgstraat nummer 27.

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

16

Figuur 3. Voorbeelden van een schuurtje (links) en dichte begroeiing in tuinen (rechts) die mogelijk geschikte locaties vormen voor vaste rust- en verblijfplaatsen van steenmarter.

4.6 Samenvatting resultaten Onderstaande tabellen geven een overzicht van de aan getroffen soorten en functies. In hoofdstuk 5 voor deze functies het effect van de ingreep beschreven. Vervolgens is beoordeeld of effecten een overtreding zijn van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Tabel 1. Samenvatting van de waargenomen vleermuissoorten en functies in het plangebied. De getallen geven het (geschatte) aantal individuen per functie weer. Getallen met # duiden op een massawinterverblijf, getallen met een * duiden op een essentiële vliegroute of foerageergebied Soort

Verblijfplaats functie

Andere functie

Zomer

Kraam

Paar

Winter#

Vliegroute*

Foerageergebied*

-

-

3

-

3-4

3-6

-

-

-

-

-

1-5

-

-

-

-

-

1-3

Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis

Tabel 2. Samenvatting van de waargenomen vogelsoorten en functies. Soort

Huismus Gierzwaluw Sperwer

Functies Nest

Kwetterplek

Essentieel leefgebied

5

-

Tuinen in het hele plangebied

-

-

-

-

-

Tuinen in het hele plangebied (1 territorium)

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

17

Tabel 3. Samenvatting van de waargenomen overige soorten en functies. De getallen geven het (geschatte) aantal individuen per functie weer. Soort

Functie

Aantallen

Steenmarter

Functioneel leefgebied

1 territorium

Mogelijk inclusief vaste rusten/verblijfplaats Eekhoorn

Leefgebied

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

1

RA22148-02

18

Effectbepaling en toetsing aan de Wet natuurbescherming 5.1 Effectbepaling van de ingreep Huismus In het plangebied zijn 5 nesten van huismus aangetroffen. Daarnaast betreft het plangebied essentieel leefgebied voor niet alleen de nesten in het plangebied maar ook voor de kolonies die ten westen en zuiden van het plangebied aanwezig zijn. Bij de werkzaamheden worden woningen gesloopt en herbouwd, waarbij tot 50% van de volgroeide bomen wordt gekapt. De te behouden bomen staan met name langs de achtergrens van de percelen en langs de straat. Laag opgaand groen, inclusief kleinere bomen en heesters, zullen worden verwijderd, op een haag na. De inrichting van de tuinen wijzigt door de bouw van (een beperkt aantal) woningen aldaar. Daarbij worden 60 nieuwe bomen (her)geplant langs de achtergrens (dit betreft met name bomen die als volwassen exemplaar een groter volume hebben, zoals berk, walnoot, eik) en 65 bomen van kleiner blijvende soorten (appel, krentenboompje) worden (her)geplant in de zij- en voortuinen. Door de sloop verdwijnen 5 nestlocaties van huismus. Door de ingreep (met name het rooien van groen) verdwijnt leefgebied dat essentieel is voor het functioneren van deze nesten èn de nesten in de omgeving.

Het belangrijkste groengebied – de haag op hoek van de Veldmaarschalk Smutsstraat – Tafelbergstraat – blijft behouden, maar al het andere groen wordt in principe verwijderd. Omdat er een groot deel van het essentieel leefgebied wordt verwijderd, ondervindt het essentieel leefgebied wel negatieve effecten van de ingreep. De ingreep leidt zodoende voor deze soort tot een overtreding op de Wet natuurbescherming. Gierzwaluw Er zijn geen nesten van gierzwaluw aanwezig in het plangebied. Het plangebied heeft verder ook geen essentiële functies voor gierzwaluw. Hierdoor worden geen negatieve effecten van de werkzaamheden op gierzwaluw verwacht, een overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soort is zodoende niet aan de orde. Sperwer Het plangebied maakt onderdeel uit van het leef- en jachtgebied van sperwer. De aanwezige sperwer gebruikt een locatie in ieder geval als plukplaats. Bij de werkzaamheden worden woningen gesloopt en herbouwd, waarbij tot 50% van de volgroeide bomen wordt gekapt. De te behouden bomen staan met name langs de achter grens van de percelen en langs de straat. Laag opgaand groen, inclusief kleinere bomen en heesters, zullen worden verwijderd, op een haag na. De inrichting van de tuinen wijzigt door de bouw van (een beperkt aantal) woningen aldaar.

Daarbij worden 60 nieuwe bomen herplant langs de achtergrens (dit betreft met name bomen die als volwassen exemplaar een groter volume hebben, zoals berk, walnoot, eik) en 65 bomen van kleiner blijvende soorten (appel, krentenboompje) worden herplant in de zij- en voortuinen.

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

19

De mogelijk vaste plukplaats bevindt zich in een groepje bomen dat bij de werkzaamheden behouden blijft. Door het behoud van met name de grotere bomen langs de achtergrens en straatbomen, en de fasering van het werk, blijft het jachtgebied en het prooiaanbod van sperwer behouden. Daarnaast maakt het plangebied onderdeel uit van een groter leefgebied, dat in de regel een diameter van 500-1.000 meter heeft. Tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden binnen het plangebied, wanneer het plangebied door verstoring mogelijk tijdelijk minder geschikt is, blijft er daarom voldoende alternatief voor de sperwer om te jagen. De ingreep heeft hierdoor geen negatief effect op het totale leefgebied en de overlevingskansen van sperwer en een overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soort is zodoende niet aan de orde. Vleermuizen – foerageergebied en vliegroutes Het plangebied wordt (incidenteel) als foerageergebied gebruikt door gewone dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. Het betreft een niet-essentieel foerageergebied. Er zijn ook geen essentiële vliegroutes van vleermuizen aangetroffen. Het wordt zodoende niet verwacht dat de werkzaamheden een (indirect) negatief effect hebben op deze functie voor vleermuizen. Vleermuizen – verblijfplaatsen In het plangebied zijn drie paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aanwezig.

Twee daarvan bevinden zich in woningen die fase 1 worden gesloopt, en één op een locatie die in fase 3 wordt gesloopt. Bij de werkzaamheden worden woningen gesloopt en nieuwe woningen gebouwd, waarbij tot 50% van de volgroeide bomen wordt gekapt. De te behouden bomen staan met name langs de achtergrens van de percelen en langs de straat. Laag opgaand groen, inclusief kleinere bomen en heesters, zullen worden verwijderd, op een haag na. De inrichting van de tuinen wijzigt door de bouw van (een beperkt aantal) woningen aldaar. Daarbij worden 60 nieuwe bomen herplant langs de achtergrens (dit betreft met name bomen die als volwassen exemplaar een groter volume hebben, zoals berk, walnoot, eik) en 65 bomen van kleiner blijvende soorten (appel, krentenboompje) worden herplant in de zij- en voortuinen. Door de sloop verdwijnen de drie paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis. De functie van nietessentieel foerageergebied en niet-essentiële vliegroute blijft behouden. De ingreep heeft een negatief effect op de functie van paarverblijfplaats voor gewone dwergvleermuis, zodoende leiden de werkzaamheden ten aanzien van deze soort tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Net buiten het plangebied is één zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis aangetroffen. Deze verblijfplaats bevindt zich mogelijk binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden.

Wanneer er bij de werkzaamheden rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van de verblijfplaats door uitstraling van verlichting en verlichting na zonsondergang te beperken kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Eekhoorn Het is de verwachting dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het leefgebied van eekhoorn, waarbij een nestlocatie in het plangebied niet wordt verwacht.

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

20

Bij de werkzaamheden worden woningen gesloopt en herbouwd, waarbij tot 50% van de volgroeide bomen wordt gekapt. De te behouden bomen staan met name langs de achtergrens van de percelen en langs de straat. Laag opgaand groen, inclusief kleinere bomen en heesters, zullen worden verwijderd, op een haag na. De inrichting van de tuinen wijzigt door de bouw van (een beperkt aantal) woningen aldaar. Daarbij worden 60 nieuwe bomen herplant langs de achtergrens (dit betreft met name bomen die als volwassen exemplaar een groter volume hebben, zoals berk, walnoot, eik) en 65 bomen van kleiner blijvende soorten (appel, krentenboompje) worden herplant in de zij- en voortuinen. Door het behoud van de volgroeide bomen aan de achtergrens zal voldoende leefgebied voor eekhoorn beschikbaar zijn. Eekhoorns hebben een territorium van 2-5 hectare groot (bij voldoende voedselbeschikbaarheid), waardoor mag worden aangenomen dat het plangebied onderdeel uitmaakt van een groter territorium. Deze delen van het leefgebied worden niet aangetast, zodat er voldoende rust en voedsel voor de eekhoorn is zijn leefgebied behouden blijft tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden. De ingreep heeft hierdoor geen negatief effect op het totale leefgebied en de overlevingskansen van eekhoorn en een overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soort is zodoende niet aan de orde.

Steenmarter Het plangebied wordt regelmatig door steenmarter gebruikt en maakt zodoende deel uit van het leefgebied van steenmarter. Binnen het plangebied kan niet worden uitgesloten dat er vaste rust - en/of verblijfplaatsen (zonder voortplanting) aanwezig zijn in oude, niet in gebruik zijnde schuurtjes en verwilderde diepe tuinen met dichte begroeiing met rust. Bij de werkzaamheden worden woningen gesloopt en herbouwd, waarbij tot 50% van de volgroeide bomen wordt gekapt. De te behouden bomen staan met name langs de achtergrens van de percelen en langs de straat. Laag opgaand groen, inclusief kleinere bomen en heesters, zullen worden verwijderd, op een haag na. De inrichting van de tuinen wijzigt door de bouw van (een beperkt aantal) woningen aldaar. Daarbij worden 60 nieuwe bomen herplant langs de achtergrens (dit betreft met name bomen die als volwassen exemplaar een groter volume hebben, zoals berk, walnoot, eik) en 65 bomen van kleiner blijvende soorten (appel, krentenboompje) worden herplant in de zij- en voortuinen. Door de sloop van de woningen en schuren, de kap van verschillende bomen en hun ondergroei en het verwijderen van hagen, struiken en kleine bomen in tuinen verdwijnt mogelijk de vaste rust- en verblijfplaats.

Het plangebied maakt onderdeel uit van een groter leefgebied; een territorium van een stedelijke steenmarter bedraagt in regel enkele vierkante hectares (Zoogdierverenging, 2023). Bij verstoring tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden binnen het plangebied blijft er zodoende voldoende alternatief voor de steenmarter om te jagen en leven. Steenmarters zijn actieve, behendige dieren, zodat het risico op doden nihil is, mits er wordt gewerkt buiten de kwetsbare periode en richting een open einde. De ingreep heeft door het verwijderen van een vaste rust- en verblijfplaats een negatief effect op steenmarter en leidt zodoende voor deze soort tot een overtreding op de Wet natuurbescherming.

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

21

5.2 Toetsing Wet natuurbescherming Door de ingreep verdwijnen vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van huismus, en verdwijnen vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en steenmarter. Het vernietigen van huismusnesten leidt (mogelijk) tot een overtreding van artikel 3.1, lid 2 (vernietigen verblijfplaats) van de Wet natuurbescherming. Hieronder valt ook het vernietigen van het essentieel leefgebied. Zonder verdere maatregelen kan de ingreep ook leiden tot een overtreding van artikel 3.1 lid 1 (doden/verwonden) en lid 4 (opzettelijk verstoren) voor de huismus. Het vernietigen van verblijfplaatsen van vleermuizen leidt tot een overtreding van artikel 3.5 lid 4 (vernietigen verblijfplaatsen). Zonder verdere maatregelen kan de ingreep ook leiden tot een overtreding van artikel 3.5 lid 1 (doden/verwonden) en lid 2 (opzettelijk verstoren) van vleermuizen. Het vernietigen van een verblijfplaats van steenmarter leidt tot een overtreding van artikel 3.10 lid 1b. Zie ook Tabel 4. Tabel 4. Resultaten van de toetsing Wnb per soort en functie (Indien van toepassing aangegeven met X of met toelichting). Soort

Ingreep/ activiteit

Art. 3.1 lid 1 Art. 3.5 lid 1 (doden)

Art. 3.1 lid 4 Art. 3.5 lid 2 (verstoren)

Art. 3.1 lid 2 Art. 3.5 lid 4 Art. 3.10 lid 1b (beschadigen/ vernielen verblijfplaats)

Huismus

Sloop woningen en

X

X

5 nesten

verwijderen groen Gewone

Sloop woningen

essentieel leefgebied X

X

3 paarverblijfplaatsen

X

Functioneel leefgebied

dwergvleermuis Steenmarter

Sloop woningen en verwijderen groen

Mogelijk vaste rusten/verblijfplaats

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

22

Conclusies en vervolgstappen 6.1 Conclusies Algemeen •

Het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens de richtlijnen uit de Kennisdocumenten Gierzwaluw en Huismus en het Vleermuisprotocol 2021, waardoor gesteld kan worden dat het plangebied afdoende is geïnventariseerd. Voor de soorten eekhoorn, sperwer en steenmarter is de onderzoeksinspanning gebaseerd op bestaande protocollen/richtlijnen en expert judgement.

•

Voor het uitvoeren van de werkzaamheden is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig.

Resultaten •

In het plangebied zijn 5 nesten van huismus aanwezig.

•

Het plangebied betreft essentieel leefgebied voor huismussen in en uit de omgeving van het plangebied.

•

Het plangebied heeft geen functie voor gierzwaluw.

•

Het plangebied functioneert als jachtgebied van sperwer en maakt daarmee onderdeel uit van het territorium van sperwer.

•

Het plangebied fungeert als foerageergebied voor gewone dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. Het betreft een niet essentieel foerageergebied.

•

In het plangebied zijn geen zomer- en/of kraamverblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen.

•

In het plangebied zijn drie paarterritoria van gewone dwergvleermuis aanwezig.

•

Er zijn geen aanwijzingen voor een winterverblijfplaats voor grotere aantallen gewone dwergvleermuis.

•

In het plangebied zijn geen waarnemingen van eekhoorn gedaan. Op basis van het habitat en waarnemingen in het verleden wordt ervan uitgegaan dat het plangebied mogelijk onderdeel uitmaakt van het leefgebied voor eekhoorn.

•

Het plangebied fungeert als leefgebied voor steenmarter, en een vaste rust- of verblijfplaats (zonder voortplanting) in het plangebied kan niet worden uitgesloten. Het plangebied maakt daarmee onderdeel uit van het territorium van steenmarter.

Effecten •

Als gevolg van de werkzaamheden verdwijnen en 5 nesten en functioneel leefgebied van huismus.

•

Als gevolg van de werkzaamheden verdwijnen 3 paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen.

•

Als gevolg van de werkzaamheden verdwijnt een vaste rust- en verblijfplaats van steenmarter.

•

Er worden geen negatieve effecten verwacht op gierzwaluw, eekhoorn en sperwer.

Toetsing •

Met het uitvoeren van de werkzaamheden worden lid 1, 2 en 4 van artikel 3.1, lid 1, 2 en 4 van artikel 3.5 en lid 1b van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming overtreden.

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

23

6.2 Vervolgstappen •

Er dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd, voordat de werkzaamheden kunnen plaatsvinden. Bij de ontheffingsaanvraag is er een wettelijk belang nodig én dient de staat van instandhouding niet te verslechteren door de ingreep.

•

Als onderdeel van de ontheffingsaanvraag dient een mitigatieplan/projectplan opgesteld te worden. In dit plan staat beschreven op welke manier de negatieve effecten worden verzacht dan wel worden voorkomen.

•

Na het verkrijgen van de ontheffing moet vaak een ecologisch werkprotocol worden opgesteld.

•

De herinrichting van het plangebied is tevens een kans om natuurinclusief te werken. Hiermee kunnen vaak op relatief eenvoudige manier extra maatregelen genomen worden die bijdragen aan behoud en herstel biodiversiteit. Dit kan vaak goed in combinatie met de wettelijke maatregelen die nodig zijn voor de mitigatie. Het plan voor de nieuwbouw en herinrichting is al behoorlijk natuur-inclusief, waarin rekening gehouden wordt met groen en water door het behoud van veel oorspronkelijk groen, de aanleg van bomen en struiken, wadi’s en andere natuurelementen. In het herinrichtingsplan zien wij mogelijkheden voor: •

Het integreren van de compensatie-opgave voor huismus, vleermuizen en steenmarter; zowel in leefgebied als voortplantingsplekken. ▪

Leefgebied kan geïntegreerd worden door het aanbrengen van groen, specifiek gericht als leefgebied voor huismus (struiken en hagen) en steenmarter (dicht groen op rustige plekken);

▪

Nestplekken van huismus en verblijfplaatsen kunnen worden geïntegreerd door het inbouwen van speciale nestkasten, danwel het toegankelijk maken van (delen van) de spouw en dak.

•

Bij voorkeur wordt er een extra ecologische plus gecreëerd voor met name huismussen, door het aanbieden van extra nestplekken ten opzichte van het minimale vereiste aantal vanuit de Wet natuurbescherming. Daardoor wordt de populatie in het plangebied, en ook die in de omgeving robuuster.

•

Het aanbieden van dicht groen (dat met rust gelaten wordt – dus niet frequent gemaaid) en bossages met open ondergroei biedt leefgebied voor amfibieën; dit is zeker relevant omdat de wadi’s die vanuit het inrichtingsplan zijn voorzien kunnen dienen als voortplantinsplek.

•

Gebruik voor de te planten bomen, struiken, hagen en andere beplanting inheemse soorten, die bij voorkeur ook besdragend zijn. Deze planten bieden voedsel, schuil- en voortplantingsgelegenheid voor veel inheemse soorten vogels, insecten, vleermuizen en zoogdieren.

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

24

Bronnen 7.1 Literatuur •

Barataut, M., 2015. Acoustic Ecology of European Bats. Species Identification, Study of their Habitats and Foraging Behaviour. Biotope, Mèze. Muséum national d’Histoire naturelle, Paris [Inventaires et biodiversité series].

•

BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus). Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.

•

BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii). Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.

•

BIJ12, 2017.Kennisdocument Gierzwaluw (Apus apus), Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.

•

BIJ12, 2017.Kennisdocument Huismus (Passer domesticus), Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.

•

Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters, J.C. Buys, 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Zeist.

•

Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur.

•

Middleton, N., A. Froud & K. French. (2014) Social Calls of the Bats of Britain and Ireland. Pelagic Publishing, Exeter.

•

Pfalzer, G., 2002. Inter- und intraspezifische Variabilität der Soziallaute. Fachbereich Biologie der Universität Kaiserslautern.

•

Sachteleben, J. & O. von Helversen, 2006. Songflight behaviour and mating system of the pipistrelle bat (pipistrellus pipistrellus) in an urban habitat. In: Acta Chiropterologica 8(2): 391-401.

•

Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging, 2021. Vleermuisprotocol 2021. [http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol

•

Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming. Sander Bouwens i.s.m. werkgroep Kleine Marterachtigen. 2017.

7.2 Websites •

wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01

•

www.verspreidingsatlas.nl/

•

www.vleermuis.net

•

www.waarneming.nl

•

www.zoogdiervereniging.nl

•

www. sovon.nl

7.3 Project gerelateerde bronnen •

Van Irsel, F, 2021. Quickscan Flora en Fauna Rustenburgstraat, Eindhoven

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

25

Bijlage 1.

Fasering werkzaamheden

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

26

Bijlage 2.

Nieuwe situatie

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

27

Bijlage 3.

Te kappen bomen

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

28

Bijlage 4.

Te behouden bomen

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

29

Bijlage 5.

Nieuwe bomen

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

30

Bijlage 6.

Gegevens veldbezoeken

Tabel 5. Datum en tijdstip van en weersomstandigheden tijdens de inventarisaties. N = nestlocaties, L= Leefgebied, V= Vliegroute, F=Foerageergebied, K= Kraamverblijfplaats, Z= Zomerverblijfplaats, P=Paarverb lijfplaats, MZ= middernachtelijk zwermgedrag winterverblijfplaats. Datum

Tijd

Deelgebied

Onderzochte functies

Medewerker

Weerstomstandigheden

19-08-2022

00:00-02:00

1, 2

Vleermuizen: F, V, P, MZ

Bas Kok

17℃, licht bewolkt, droog, 1 Bft

Silas Nagtzaam 01-09-2022

00:00-02:00

1, 2

Vleermuizen: F, V, P, MZ

Bas Kok

17℃, onbewolkt, droog, 2 Bft

Silas Nagtzaam 28-09-2022

20:30-22:30

1, 2

Vleermuizen: F, V, P

Bas Kok

10℃, onbewolkt, droog, 1 Bft

Silas Nagtzaam 01-03-2023

11:15-13:30

1, 2

Eekhoorn: N

Elle van Dijk

5℃, onbewolkt, droog, 2 Bft

21-03-2023

10:00-12:00

1, 2

Eekhoorn: N

Elle van Dijk

11℃, bewolkt, droog, 2 Bft

Sperwer: N, L

Stefan van Schaik

22-04-2023

08:30-10:45

1, 2

Huismus: N, L

Elle van Dijk

10℃, licht bewolkt, droog, 1 Bft

04-05-2023

08:00-10:45

1, 2

Huismus: N, L

Elle van Dijk

8℃, licht bewolkt, droog, 2 Bft

18-05-2023

07:00-09:00

1, 2

Sperwer: N, L

Elle van Dijk

5-9℃, licht bewolkt, droog, 2 Bft

Elle van Dijk

15℃, licht bewolkt, droog, 1 Bft

Steenmarter: plaatsen struikrover 22-05-2023

21:32-23:53

1

Vleermuizen: F, V, K, Z

Rens Hensgens Robbie Gentevoort Esther Sinke Marlien de Voogd 23-05-2023

03:30-05:45

1

Vleermuizen: F, V, K, Z

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

Elle van Dijk

RA22148-02

12℃, zwaar bewolkt, droog, 4 Bft

31

Esther Sinke 31-05-2023

21:45-23:59

2

Vleermuizen: F, V, K, Z

Stefan van Schaik

12℃, onbewolkt, droog, 4 Bft

Robbie Gentevoort Rens Hensgens Marlien de Voogd 01-06-2023

03:25-05:30

2

Vleermuizen: F, V, K, Z

Stefan van Schaik

10℃, onbewolkt, droog, 2 Bft

Robbie Gentevoort 05-06-2023

19:50-21:55

1, 2

Gierzwaluw: N

Jeroen Craenmehr

19℃, onbewolkt, droog, 3 Bft

16-06-2023

06:30-08:30

1, 2

Sperwer: N, L

Elle van Dijk

5-9℃, licht bewolkt, droog, 2 Bft

18-06-2023

20:00-22:00

1, 2

Gierzwaluw: N

Jeroen Craenmehr

24℃, zwaar bewolkt, droog, 2 Bft

19-06-2023

22:00-00:07

1

Vleermuizen: F, V, K, Z

Elle van Dijk

22℃, zwaar bewolkt, droog, 2 Bft

Jefta Leeuwis Robbie Gentevoort Esther Sinke Silas Nagtzaam 20-06-2023

03:15-05:30

1

Vleermuizen: F, V, K, Z

Elle van Dijk

20℃, zwaar bewolkt, droog, 2 Bft

Robbie Gentevoort 26-06-2023

22:02-00:02

2

Vleermuizen: F, V, K, Z

Stefan van Schaik

14℃, licht bewolkt, droog, 1 Bft

Robbie Gentevoort Amber Nooteboom Silas Nagtzaam 27-06-2023

03:20-05:20

2

Vleermuizen: F, V, K, Z

Stefan van Schaik

17℃, onbewolkt, droog, 1 Bft

Robbie Gentevoort 27-06-2023

n.v.t.

1, 2

Steenmarter: verplaatsen

Elle van Dijk

n.v.t.

Jeroen Craenmehr

16℃, licht bewolkt, droog, 4 Bft

struikrover 03-07-2023

20:10-22:10

1, 2

Gierzwaluw: N

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

32

11-08-2023

n.v.t.

1,2

Steenmarter: verplaatsen

Elle van Dijk

n.v.t.

Elle van Dijk

n.v.t.

struikrover 12-09-2023

n.v.t.

1, 2

Steenmarter: ophalen struikrover

Onderzoek huismus, gierzwaluw, sperwer, vleermuizen, eekhoorn en steenmarter Rustenburgstraat, Eindhoven

RA22148-02

33

Bijlage 7.

Kaart waarnemingen vogels

Bijlage 8.

Kaart waarnemingen vleermuizen

Bijlage 9.

Kaart waarnemingen steenmarter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13826359/2