CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Bestemmingsplan 'V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat 1-3)

Gemeenteraad 19 april 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoostel Vaststelling bestemmingsplan V Gestel binnen de Ring 2007 Kneppelhoutstraat 1-3)30.776 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Vastgesteld bestemmingsplan

V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat 1-3)

Februari 2022

V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat 1-3)

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Het plangebied

7

1.3

Crisis- en Herstelwet

8

1.4

Vigerend plan

8

1.5

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied

11

2.1

Historisch perspectief

11

2.2

Stedenbouwkundige structuur

13

2.3

Projectprofiel

16

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader

21

3.1

Inleiding

21

3.2

Rijksbeleid

21

3.3

Provinciaal beleid

31

3.4

Gemeentelijk beleid

36

3.5

Volkshuisvesting

41

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

45

3.7

Verkeer en parkeren

48

3.8

Groen

52

3.9

Kabels, leidingen

56

3.10

Windhinder, privacy en bezonning

56

3.11

Explosieven

58

Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf

59

4.1

M.e.r.-beoordeling

59

4.2

Bedrijven en milieuzonering

60

4.3

Geluid

60

4.4

Luchtkwaliteit

62

4.5

Externe veiligheid

64

4.6

Duurzaamheid

66

4.7

Bodem

69

4.8

Natuur

70

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf

75

5.1

Inleiding

75

5.2

Beleid

75

5.3

Eindhovense klimaattoets

79

5.4

Beschrijving watersysteem plangebied

82

5.5

Toekomstige situatie van het watersysteem

83

2

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

5.6

Advies / overleg Waterschap

84

Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving

85

6.1

Algemeen

85

6.2

Planmethodiek

85

6.3

Verbeelding

85

6.4

Planregels

85

Hoofdstuk 7 Handhaving

87

Hoofdstuk 8 Financiële aspecten

89

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

91

9.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1. Bro

91

9.2

Overleg ex artikel 3.1.1. Bro

91

9.3

Inspraak

91

9.4

Zienswijzen

91

Bijlagen bij toelichting

93

Regels

95

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

97

Artikel 1

Begrippen

97

Artikel 2

Wijze van meten

103

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

105

Artikel 3

105

Wonen

Hoofdstuk 3 Algemene regels

107

Artikel 4

Anti-dubbeltelregel

107

Artikel 5

Algemene afwijkingsregels

109

Artikel 6

Overige regels

111

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

113

Artikel 7

Overgangsrecht

113

Artikel 8

Slotregel

115

Bijlagen bij regels

117

Bijlage 1

118

Lijst van bedrijfsactiviteiten bij wonen

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

3

4

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

Toelichting

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

5

6

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Aanleiding en doel van dit bestemmingsplan is de herontwikkeling van een locatie aan de Kneppelhoutstraat 1-3 te Eindhoven met een woongebouw. Het project bestaat uit 8 gestapelde woningen en 9 grondgebonden woningen in vijf bouwvolumes en is gelegen in de bestaande woonomgeving. Het woongebouw past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld om met een passende juridisch / planologische regeling de herontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Het plangebied

Het plangebied (kadastraal: gemeente Gestel sectie C, nummer(s) 2032, 3955, 5322, 5323, 5324 en 5325) is thans bebouwd met twee woningen en diverse bijgebouwen (opslagloods / garages) en zal na sloop hiervan worden bebouwd met het project.

Zoals blijkt uit onderstaande afbeelding ligt de locatie ligt in bestaande woonomgeving.

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

7

Aan de noordzijde is de locatie gelegen aan de Kneppelhoutstraat. Aan de oostzijde is gelegen bestaande woonbebouwing en de Brederolaan. Aan de zuidzijde ligt bestaande woonbebouwing en op enige afstand de Boutenslaan (als onderdeel van de Eindhovense Ringweg). De westzijde kent bestaande woonbebouwing en de Scheidingstraat.

1.3

Crisis- en Herstelwet

De Crisis- en herstelwet (Chw) is in het leven geroepen ten behoeve van versnelling van ruimtelijke projecten. Dit om de economische crisis en haar gevolgen te bestrijden. Per 25 april 2013 is deze wet permanent geworden (Staatsblad, jaargang 2013, nr. 144 en nr. 145). De Chw is met name gericht op grote infrastructurele projecten en projecten gericht op duurzaamheid, innovatie en energie, alsmede woningbouwplannen, omvattende meer dan 11 woningen. Er kan worden geconcludeerd dat de Chw op dit bestemmingsplan van toepassing is.

1.4

Vigerend plan

Het bestemmingsplan Gestel binnen de Ring 2007 wordt voor wat betreft het plangebied vervangen door het bestemmingsplan "V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat)". Hieronder is opgenomen een gedeelte van de plankaart (verbeelding) van het bestaande bestemmingsplan met daarin het plangebied. Het plangebied kent hierin de bestemming "wonen" en "garageboxen".

8

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

1.5

Leeswijzer

Het bestemmingsplan "V Gestel binnen de Ring (Kneppelhoutstraat)" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding met de daarbij behorende regels. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Bij (de regels van) het bestemmingsplan behoort het Besluit Hogere grenswaarden. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een "goede ruimtelijke ordening". De toelichting bestaat uit negen hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met de beschrijving van de bestaande situatie in het plangebied en een beschrijving van het project en de randvoorwaarden. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden voor en het beleidskader voor de opstelling van het voorliggende bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is beschreven in hoofdstuk 6. Handhaving komt in hoofdstuk 7 aan de orde. De financiële uitvoerbaarheid is beschreven in hoofdstuk 8 en hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde en te volgen procedure inclusief de maatschappelijke uitvoerbaarheid (met name de resultaten van het gevoerde overleg en de samenspraak/inspraak).

Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

9

10

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 2

Beschrijving plangebied

2.1

Historisch perspectief

2.1.1

Eindhoven

Eindhoven is ontstaan op het punt waar de riviertjes de Dommel en de Gender bij elkaar komen. In 1232 kreeg de nederzetting stadsrechten, maar tot het begin van de 19e eeuw blijft de stad klein en heeft deze slechts een beperkte regionale betekenis. Door de aanleg van het Eindhovens Kanaal in 1846 wordt de economische reikwijdte van de stad vele malen groter. De aanleg van de spoorlijn in 1866 versterkt dat proces. Naast de opkomst van de grotere industrieën zoals de textiel aan de randen van de stad, is er ook een opleving van de bedrijvigheid in kleinere industrieën zoals de tabaksverwerking, leerlooierijen, brouwerijen en hoedenmakerijen. In 1874 wordt de stad daartoe uitgebreid met delen van Woensel en Tongelre. In 1891 vestigt Philips zich met een gloeilampenfabriek in het pand Emmasingel 31. Gaandeweg koopt Philips veel grond om naast de fabrieken ook woningbouw en allerlei maatschappelijke en culturele voorzieningen voor haar werknemers te kunnen bouwen. Om de snelle groei die de stad doormaakt te accommoderen worden in 1920 de dorpen Stratum, Strijp, Gestel, Tongelre en Woensel toegevoegd aan de stad. Van een verzameling dorpen groeit Eindhoven zo uit tot een industriële stad, waar de oude dorpslintstructuur nog goed in de huidige stadsplattegrond is terug te vinden.

Om de nieuwe relatie tussen de dorpen en de stad te verbeteren, worden in de loop der tijd verschillende uitbreidingsplannen gemaakt. In alle plannen is de vraag of en zo ja hoe de binnenstad vergroot moet worden, hoe de verkeersfuik van het noord-zuidverkeer in en door het centrum opgelost kan worden en tenslotte, hoe er een structurele verbinding gelegd kan worden tussen de dorpen en de binnenstad. Het meest bekende plan dat gemaakt is, is van de planoloog De Casseres in 1929, dat uitgaat van eerdere plannen, maar waarin de verkeerscirculatie nog verder is verbeterd. Het duurt echter tot na de 2e Wereldoorlog voordat de belangrijkste onderdelen van dit plan, namelijk de Rondweg en haar radiale ontsluitingswegen van en naar het centrum, worden gerealiseerd. vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

11

In de Tweede Wereldoorlog wordt de binnenstad van Eindhoven meerdere keren getroffen door bombardementen. De Wederopbouwplannen hebben enerzijds herstel van deze schade en opbouw van de stad tot doel, anderzijds wordt de vooroorlogse ambitie om het verkeer rondom en naar de binnenstad te verbeteren voortgezet, samen met hoe de binnenstad vergroot kan worden. De grootste ingreep die gedaan wordt is het aanleggen van het hoog spoor in noordelijke richting. Daardoor wordt een deel van Woensel bij de binnenstad gevoegd en ontstaat er een langgerekte zone direct naast het hoog spoor, waar ruimte is voor nieuwe grootstedelijke functies zoals een modern station, een stadspostkantoor, warenhuizen en kantoren. Tevens maakt het hoog spoor een einde aan de barrière tussen het centrum en het stadsdeel Woensel. Dit betekent een grote verbetering voor het doorgaande verkeer in de noord-zuidrichting. De bereikbaarheid van de binnenstad wordt vergroot door het completeren van de binnenring. Vanaf 1961 is Eindhoven qua inwonertal de vijfde stad van Nederland en gaat de verkeersafwikkeling met de opkomst van de auto een bepalende rol spelen in de stadsontwikkeling. Verkeer i.c.de auto wordt als stimulans voor de groei van de stad gezien en als middel om grote functies in de binnenstad te faciliteren. In het midden van de jaren '80 neemt de ruimte en de dominantie van de industrie op de stad af.

Dit is vooral merkbaar in het centrum. Leegstaande bedrijfs- en industriegebouwen worden gesloopt of hergebruikt. De gerenoveerde bedrijfsgebouwen bieden plek aan de opkomende creatieve- en kennisindustrie. Bekende voorbeelden hiervan zijn de Witte Dame, de Lichttoren en het gebied Strijp S. Meer en meer wordt duidelijk dat een prettig (be)leefbare stad, die ruimte biedt aan wonen, winkelen, werken, horeca en leisure van groot belang is voor de aantrekkingskracht van Eindhoven. Het verbeteren en verdichten van de binnenstad wordt daarmee een belangrijk doel, mede in verband met de positie van de stad als 'hart' van de regio Zuidoost Brabant, beter bekend als Brainport. 2.1.2

Gestel

Op de kaart van Jacob van Deventer uit omstreeks 1560 is het dorp Gestel al duidelijk gemarkeerd. De nederzettingsstructuur van Gestel werd vooral bepaald door het beekdallandschap van de Dommel en de Gender. De bewoning was vooral geconcentreerd op de tussen de beekdalen gelegen zandrug, die gemarkeerd wordt door de Hoogstraat, die de belangrijkste verbinding vormde tussen Eindhoven en de Kempen. Tot de historische wegenstructuur behoorden ook de Gestelsestraat richting Gennep en de ten westen van de Hoogstraat lopende Laagstraat. De historische dorpskern van Gestel is momenteel nog duidelijk herkenbaar aan de St. Lambertuskerk aan de Hoogstraat, de pastorie, het klooster en de aangrenzende bebouwing (buiten de Ring). Als gevolg van de industrialisatie en de bevolkingsgroei in en rond Eindhoven ontstond in de tweede helft van de 19e eeuw langs de Hoogstraat een lintbebouwing, die zich steeds meer verdichtte. Op veel plaatsen bepalen de gevarieerde en relatief kleinschalige panden nog steeds het karakter van deze historische radiaal. Rond de eeuwwisseling breidde de bebouwing zich uit achter de Hoogstraat aan de Gestelsestraat, de Laagstraat, de Rivierstraat, de Palingstraat, de St. Lambertus- en de St. Martinusstraat. Ook langs de in 1866 aangelegde spoorlijn van Eindhoven naar Hasselt (Hagenkampweg) verschenen arbeiderswoningen.

Het grootste deel van Gestel zoals wij dat nu kennen bleef echter onbebouwd. Pas nadat Gestel en de overige vier omliggende dorpen waren samengevoegd met Eindhoven, werden grotere uitbreidingen mogelijk. Ten oosten van de Gestelsestraat ontstond na 1920 de Schrijversbuurt. De Helmerslaan zou aanvankelijk via de Dr. Schaepmanlaan met de St. Jorislaan worden verbonden, maar later werd de verbinding omgebogen naar de Edenstraat. Ten zuiden van de Mauritsstraat ontwikkelde zich in de dertiger jaren het Vonderkwartier. Na de Tweede Wereldoorlog werd in de vijftiger jaren een nieuwe ruim opgezette uitvalsweg aangelegd in de vorm van de Karel de Grotelaan geflankeerd door hogere woonbebouwing. In 1920 telde Gestel ongeveer 5.600 inwoners. In 1947 groeide het aantal inwoners in het stadsdeel Gestel tot bijna 18.000 en in 1966 woonden er ruim 31.000 mensen in Gestel. In de jaren '60 zijn relatief weinig nieuwe woningen gebouwd waardoor het bewonersaantal door 12

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

gezinsverdunning geleidelijk afnam. In de jaren zeventig werd echter weer flink gebouwd waardoor het inwonersaantal weer steeg.

2.2

Stedenbouwkundige structuur

2.2.1

Algemeen

Het stadsdeel Gestel is een van de vijf lobben die rond het centrum van Eindhoven zijn ontwikkeld. Deze lobben zijn te vergelijken met een bloem waarvan de blaadjes (de lobben) rondom het hart zijn geformeerd. De scheiding tussen de lobben is duidelijk waarneembaar en wordt gevormd door groengebieden of bedrijfsterreinen. Op de onderstaande afbeelding is de gemeente Eindhoven te zien, waarbinnen met rode pijl aangeduid het plangebied in het zuidelijke deel binnen de Ring.

2.2.2

Gestel

Voor Gestel wordt de scheiding tussen de lobben gevormd door de westelijk en oostelijk gelegen groengebieden die vanuit het buitengebied tot aan De Ring lopen. De radiale structuur wordt in Gestel gevormd door de Hoogstraat en de Gestelsestraat met bijbehorende achterstraten zoals bijvoorbeeld de Laagstraat. Op deze structuur kon niet eenvoudig worden doorgebouwd. Om de bouw van een nieuw stadsdeel mogelijk te maken werd een nieuwe structuur ontworpen in de vorm van een kaarsrechte centrale as, de Karel de Grotelaan, evenwijdig aan de bestaande structuur. Langs deze centrale as en haaks daarop werden nieuwe woonwijken ontworpen. De Karel de Grotelaan fungeert als uitvalsweg voor het doorgaande verkeer richting vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

13

de Kempen, maar tevens ter ontsluiting van de daarachter gelegen woonbuurten. Het rechthoekige plein op de kruising van deze as met de Limburglaan was het centrale punt voor de wijk. Opvallend is de grote stedenbouwkundige 'maat' die met deze opzet werd geïntroduceerd in tegenstelling tot de voorgaande stadsuitbreidingen van Eindhoven. Voor de ontwikkeling van het stadsdeel Gestel is de wijkgedachte het uitgangspunt geweest: elke buurt heeft een eigen 'centrum' met parochiekerk, school, parochiehuis, etc. De centrale verkeersweg met het plein op de kruising met de Limburglaan vormt de hoofdstructuur van Gestel. Langs deze weg kwamen de hogere woongebouwen die ook in de latere stadsuitbreidingen van Woensel zouden verschijnen, de zogenaamde 'uitvalswegenstructuur'. Het stadsdeel Gestel bestaat uit 3 wijken : de wijken Oud-Gestel en Oud Kasteel liggen buiten de Ringweg en binnen de Ringweg is gelegen de wijk Rozenknopje, die bestaat uit de buurten: Schrijversbuurt, Oude spoorbaan en Hagenkamp. De wijk Rozenknopje was vroeger een tussengebied tussen de dorpskern van Gestel en de stad Eindhoven. Dwars daardoorheen was lintbebouwing langs de Hoogstraat die als oude radiale weg de verbinding verzorgde tussen Gestel en Eindhoven. Deze weg lag op een verhoogde rug die aan weerszijde afliep, in het noordwesten naar de Gender en in het oosten naar het dal van de Dommel.

De naam Rozenknopje verwijst naar de oude nog steeds bestaande herberg op de splitsing van de Hoogstraat en Gestelsestraat. Hier lag vroeger het middelpunt van het sociaal en cultureel leven van de wijk. Gestel wordt voornamelijk gekarakteriseerd door de functies wonen en groen. Het meest noordoostelijk deel van Gestel ligt tegen het centrum van Eindhoven aan en kent ook meer gevarieerdere functies. De verkeersinfrastructuur is opgehangen aan De Ring, Karel de Grotelaan / Mecklenburgstraat en Edenstraat. Voorts zijn de oude historische 'linten' Hoogstraat en Gestelsestraat belangrijke elementen. Een opmerkelijke onregelmatigheid in de wegenstructuur vormt het voormalige spoortracé langs de Hagenkampweg en Spoorstraat. Dit oude spoorwegtracé loopt als een kaarsrechte lijn en onder een scherpe hoek met de andere wegen door de buurten. Voor het overige is het straten- en wegenpatroon radiaal en tangentieel georiënteerd wat inhoudt dat de radiale wegen als spaken in een wiel naar het centrum lopen en de tangentiële wegen lopen hier min of meer loodrecht op. Gestel is een groen stadsdeel vanwege het groene buitengebied, het natuur- en recreatiegebied Genneper Parken, de Dommelzone, maar ook door het vele groen dat de woonwijken dooradert. De Dommelzone fungeert als een ecologische verbindingszone en is opgenomen als beeldbepalend groen in het gemeentelijke beleid.

De Dommelzone wordt in diverse gemeentelijke maar ook in provinciale en landelijke beleidsnota's genoemd als belangrijke groenstructuur. De natuur- en landschapsfunctie zijn leidend in deze zone. Behoud en ontwikkeling van natuur staan hier centraal. De Dommel stroomt dwars door Eindhoven. In en nabij het centrum heeft de Dommel weinig ruimte. Juist ten zuiden van Eindhoven, vooral in het stadsdeel Gestel worden daarom het piekafvoeren van de Dommel omgeleid naar het Afwateringskanaal en Beatrixkanaal. De ecologische doelstellingen voor de Dommel liggen hoog met de functie 'waternatuur' en moet daarom een meer dan gemiddelde waterkwaliteit hebben. Om hieraan te voldoen moet de waterkwaliteit drastisch verbeterd worden. Dit betekent het nodige voor het watersysteem van Gestel.

14

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

2.2.3

De Schrijversbuurt in Gestel

De Schrijversbuurt ligt ingeklemd tussen de Ring, de Boutenslaan in het zuidwesten en de binnenring, de Edenstraat, in het noordoosten. De gehele zuidoost rand van de wijk is sterk gericht op het daar gelegen Dommelplantsoen dat tevens plaats biedt aan het Van Maerlantlyceum. Hoewel de Helmerslaan ooit als onderdeel van de binnenring is gedacht, is van een hoofdontsluiting nauwelijks sprake omdat de buurt vanuit alle richtingen gemakkelijk te bereiken is. Karakteristiek is de radiale opzet van het oostelijk deel van de buurt dat zijn hoogtepunt vindt in het pleintje met monumentale bomen waar Potgieterstraat, Rodenbachlaan, Helmerslaan en Jacob van Maelantlaan samenkomen. Toen de buurt vanaf eind jaren twintig van de vorige eeuw gebouwd werd sprak men van 'Nieuw Gestel'. De meeste straatnamen zijn ontleend aan schrijvers uit de Nederlandse letterkunde uit de 19e eeuw. Het grootste deel van de wijk is gebouwd voor 1940. Pas vanaf 1950 is de wijk ten zuiden van de Da Costaweg, Jan Luikenstraat en Helmerslaan, verder afgebouwd. Het gebied ten noorden daarvan is in een gestage stroom van ongeveer 500 woningen gerealiseerd vanaf 1922 tot 1936. Na 1950 werd in 15 jaar tijd de wijk gecompleteerd door de bouw van ongeveer 375 woningen. Pas in de jaren 80 van de vorige eeuw werd de laatste lege plek, aan de Jan van Heelustraat/ hoek Da Costaweg, opgevuld met een tiental woningen.

De woonbuurt bestaat uit verschillende delen. Vanwege het hoogwaardige esthetische en cultuurhistorische karakter van het stedenbouwkundige- en architectonische concept zijn delen van de buurt aangewezen als monument. Het oudste deel van de buurt is ontworpen door architect G. Geenen en in 1922 gerealiseerd als een complex van 44 woningen aan de Huygenslaan, de Gestelsestraat en de Da Costaweg. Het zijn robuuste woningen in blokjes van drie of vier bestaande uit twee lagen met een kap, opgetrokken uit rode baksteen. De woningen rond het Guido Gezelleplein zijn een ontwerp van de Hilversumse architect J.W. Hanrath die geschaard wordt in de school van Berlage en vooral bekend is geworden vanwege zijn ontwerpen van landhuizen. Dit deel van de buurt bestaat uit forse herenhuizen met verspringende rooilijnen en voortuinen en is aangewezen als monument. Het gedeelte aan de Helmerslaan is een ontwerp van de architect van G. van den Elshout. Het bestaat geheel uit twee- en drielaagse woonblokken met langere gevelwanden onder een plat dak. Door de verspringende onderdelen van de voorgevels en het daarboven gelegen dak met overstek wordt een levendig straatbeeld verkregen. Belangrijk zijn de hier en daar aanwezige terugliggende balkons met opengewerkte baksteen balustrade.

Een dergelijke vormgeving, ontworpen volgens de moderne opvattingen van die periode, is vrij bijzonder en het centrale deel van het complex is dan ook aangewezen als gemeentelijk monument. Voorts zijn er in de schrijversbuurt ook meergezinswoningen te vinden in de buurt van de Willem Kloosstraat. Het betreft hier voornamelijk huurwoningen. 2.2.4

De planlocatie

De planlocatie is gelegen in het zuidelijke deel van de Schrijversbuurt en de directe omgeving wordt gekenmerkt door grondgebonden woningen, zoals op onderstaande afbeeldingen weergegeven.

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

15

2.3

Projectprofiel

Met de ontwikkeling wordt een binnenstedelijke locatie getransformeerd tot een (gestapelde) woonomgeving, die zorgt voor een passende verdichting binnen een bestaand woongebied. Met deze ontwikkeling krijgt de locatie een kwaliteitsimpuls met name ook omdat een binnengebied met een opslagruimte en garageboxen wordt getransformeerd tot een moderne woonomgeving en wordt daarmee op een hoogwaardige wijze afgerond. Deze ontwikkeling is een fraaie toevoeging aan de bestaande woonomgeving en het openbare verblijfsgebied.

De bebouwing bestaat uit een hoofdgebouw aan de Kneppelhoutstraat en vier kleinere bouwvolumes op het achter terrein van de voormalige opslagloods en garageboxen. 16

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

De planlocatie ligt in het zuiden van Eindhoven binnen de Ring en maakt deel uit van de woonbuurt "Schrijversbuurt" in de wijk Rozenknopje onderdeel van stadsdeel Gestel. De stedenbouwkundige inpassing, verschijningsvorm en verschillende hoogtematen zijn in overleg met de gemeente afgestemd.

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

17

Het volume aan de Kneppelhoutstraat bestaat uit een bouwblok met een diepte van 12 m bestaande uit twee bouwlagen met kap. Nok -en goothoogte van 6 m en 10 m zijn passend in de omgeving, waar deze maatvoering de basis vormt. Bebouwing op een binnenterrein wordt in beginsel beschouwd als een onwenselijke situatie vanwege het gebrek aan woonkwaliteit. Voor het voorliggende bouwplan is dit anders vanwege de verblijfskwaliteit van het binnen-gebied, de kwalitatieve relatie met de straat c.q. openbare ruimte, de ligging in bijzonder (binnenstedelijk) gebied waar de huidige invulling van de locatie aanleiding geeft om te komen tot verdichting alsmede de kwaliteit van de ontwikkeling en de wijze waarop rekening is gehouden met privacy aspecten c.q. bestaande woningen.

In overleg met de gemeente is een woonprogramma gedefinieerd op basis van het vastgestelde woningbouwoffensief van de gemeente Eindhoven. In deze ontwikkeling wordt met name rekening gehouden met de middeninkomens door de ontwikkeling van voornamelijk koop- (25%) en huur- (75%) appartementen in het middensegment (tot circa € 1000,- per maand). In totaal worden 8 appartementen en 9 grondgebonden woningen ontwikkeld met een hoofdvolume van 570 m2 aan de Kneppelhoutstraat en een volume van in totaal 540 m2 op het achterterrein. De BVO van de woningen varieert tussen de 51 m2 (1 woning), 54 m2 (3 woningen) en 60 m2 (13 woningen).

18

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

19

20

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 3 beleidskader

3.1

Uitgangspunten, randvoorwaarden en

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.

Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land.Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk. In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieu's, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor.

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

21

Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke aanpak, waarmee investeringen en ander rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt. De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van "best practices"). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro.

Daarin staat: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In paragraaf 3.2.2. wordt hier nader op ingegaan. 3.2.2

Duurzaamheidsladder

Op 1 oktober 2012 is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder vormt daarmee een bindend toetsingskader voor alle gemeentelijke bestemmingsplannen, provinciale inpassingsplannen en provinciale ruimtelijke verordeningen. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6. lid 2 Bro gewijzigd en komen te luiden als volgt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd en dat eerst als dat niet mogelijk is wordt gemotiveerd waarom die 22

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

ontwikkeling niet in bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. De volgende stappen dienen doorlopen te worden: 1. Uitgangspunten vaststellen: Wat zal met het bestemmingsplan mogelijk gemaakt worden. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? 2. Afweging locatiekeuze: valt het bestemmingsplan binnen of buiten bestaand stedelijk gebied. 3. Beschrijving van de behoefte: voorzien de diverse functies die het plan mogelijk maakt in een behoefte. De eerste vraag die aan de orde blijft, is - op basis van planvergelijking - of het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij is van belang wat het voorgaande bestemmingsplan aan ruimtelijke mogelijkheden bood en in hoeverre het nieuwe bestemmingsplan hierop een toevoeging of wijziging mogelijk maakt. In het Bro (artikel 1.1.1, lid 1, onder i) is voor stedelijke ontwikkeling een definitie opgenomen:

Als een bestemmingsplan voorziet in functiewijziging en nieuwbouw van een zekere omvang dan is in beginsel sprake van een "stedelijke ontwikkeling" als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder i Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Consequentie daarvan is dat dan de plantoelichting een verantwoording aan de Ladder moet bevatten (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Zeer kleinschalige bebouwingsmogelijkheden of functiewijzigingen "sec" die niet voorzien in een toename van het ruimtebeslag kwalificeren niet als een stedelijke ontwikkeling. In dat geval hoeft de Ladder niet te worden toegepast. Het bestemmingsplan voorziet in invulling van een locatie met primair gestapelde woonbebouwing en in beperkte mate overige functies in een plint op de begane grond. Het plan is gelegen op een binnenstedelijke locatie. Woningen waren in het plangebied niet aanwezig. De hoeveelheid woningen in het plangebied neemt dusdanig toe, dat op basis van geldende jurisprudentie op dit onderdeel sprake is van een ontwikkeling die de grens van een kleinschalige ontwikkeling overstijgt en aldus een stedelijke ontwikkeling vormt als hier bedoeld. Aldus is een laddertoets aan de orde ten aanzien van de functie "wonen". Dit plan voorziet in het realiseren van 17 woningen (zijnde gezien het amoveren van 2 bestaande woningen een toevoeging van 15 woningen).

Voor een woningbouwlocatie volgt uit de jurisprudentie dat vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Gelet op het aantal woningen en het feit dat een hoeveelheid nieuwe bebouwing (nieuw ruimtebeslag) mogelijk wordt gemaakt, is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit betekent dat dit bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt en dat de locatiekeuze gemotiveerd moet worden en dat een beschrijving van de behoefte nodig is.

Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied dient gemotiveerd te worden of deze behoefte niet in stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Daarom is het van belang om te weten of het plangebied binnen of buiten stedelijk gebied is gelegen. In artikel 1.1.1 Bro wordt het stedelijk gebied als volgt gedefinieerd :

Dit plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied van Eindhoven.

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

23

Zoals in deze toelichting beschreven kiest de gemeente voor toevoeging van gestapelde woningbouw op deze locatie om hiermee te komen tot verdichting van een bestaand woonmilieu. Op basis van vaste jurisprudentie hoeft de gemeente - indien een behoefte bestaat waarin kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied - te beoordelen of ook elders binnen bestaand stedelijk gebied in de gemeente of de regio in deze behoefte zou kunnen worden voorzien.

Woningen

Het bestemmingsplan maakt de bouw van 17 woningen mogelijk. Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde woningbouw in het plangebied betreft gemeente Eindhoven. Hierbij wordt opgemerkt dat in de gehele regio Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) de woningvraag groter is dan de totale harde plancapaciteit. De woningmarkt is per definitie - en zeker voor de middellange en langere termijn - omkleed met de nodige onzekerheden, samenhangend bijvoorbeeld met (veranderende) demografische, economische en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen. Om hier goed op in te kunnen spelen is in 2019 door het SGE en de provincie een monitoringssysteem ingericht op basis waarvan jaarlijks afspraken worden gemaakt over de woningbouwplanning en -programmering in het SGE. De richtinggevende principes uit de Brabantse Agenda Wonen en de principes uit het Afsprakenkader Wonen 2017 zijn hierbij leidraad. Uitgangspunt is te voorzien in een realistisch, flexibel planaanbod op basis waarvan woningbouwlocaties versneld en vraaggericht worden ontwikkeld. Binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied is er een behoefte aan zo'n 27.000 woningen in de periode 2019 t/m 2023. Onderzoek toont aan dat de woningbehoefte in Eindhoven de komende vijf jaar ca. 15.000 woningen bedraagt.

Het SGE heeft de behoefte om tussen 2024 en 2040 tussen de 22.500 en 35.000 woningen te realiseren, waarvan voor Eindhoven tussen de 12.500 en 25.000. Ter onderbouwing onderzoekt het SGE in samenwerking met de provincie, de regionale woningbehoefte. De uitkomsten hiervan worden gebruikt voor een actualisatie van het woningbouwprogramma vanaf 2024, als onderdeel van het huidige afsprakenkader.

24

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

Daarnaast is de 'bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant' in september 2020 geactualiseerd en daaruit blijkt dat er voor de komende 10 jaar (t/m 2030) binnen gemeente Eindhoven behoefte is aan 19.225 extra woningen. Daarmee kan voor dit plan met maximaal 17 woningen ruimschoots in een (kwantitatieve) woningbehoefte voorzien. In aanvulling op de provinciale woningbehoefteprognose kan worden opgemerkt dat op 7 maart 2019 is gekomen tot de Woondeal BZK-Stedelijk Gebied Eindhoven-provincie Noord-Brabant, waarmee gemeente Eindhoven, SGE, Provincie en Rijksoverheid afspraken hebben gemaakt omtrent de woningbouw in onder andere Eindhoven. In deze Woondeal is onder meer het navolgende te lezen :

Versnellen woningbouwproductie Het SGE heeft behoefte aan 27.000 woningen in de periode 2019 tot en met 2023. Deze behoefteraming geldt als richtinggevend bij de versnelling van de woningbouwproductie. De minister, de provincie en het SGE spreken het volgende af : a. Het zwaartepunt voor het realiseren van groen-stedelijke woonmilieus ligt - zoals vastgelegd in het Afsprak enkader Wonen SGE 2017 - in de negen prioritaire locaties: Aarle, Brandevoort, Blixembosch, Ekenrooi Zuid, Nuenen West, Meerhoven, Tongelrese Akkers, Waaire Noord en Zilverackers. De minister, de provincie en het SGE volgen de ontwikkeling van deze locaties als geheel op het gebied van aantallen en exploitatie. Het zwaartepunt voor het realiseren van centrum-stedelijke woonmilieus ligt in Eindhoven binnen de Ring (waaronder het centrumgebied en Knoop XL). b. Onderzoek toont aan dat de woningbehoefte in Eindhoven de komende vijf jaar ca. 15.000 woningen bedraagt (als onderdeel van het totaal van 27.000 voor het SGE). Dit vraagt een forse versnelling van de jaarlijkse woningbouwproductie naar ca. 3.000 woningen gemiddeld per jaar. c. De minister, de provincie en het SGE onderzoeken of de versnelling kan worden uitgevoerd binnen de bestaande mogelijkheden.

Indien aanpassingen nodig zijn in bijvoorbeeld provinciale beleidskaders, regelgeving of instrumenten, dan spannen de provincie en het SGE zich gezamenlijk in om deze wijzigingen doorte voeren. De minister spant zich in om, indien nodig, het toepassen van bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte mogelijk te maken (…)

12. Plancaoaciteit Het SGE heeft de behoefte om tussen 2024 en 2040 tussen de 22.500 en 35.000 woningen te realiseren, waarvan voor Eindhoven tussen de 12.500 en 25.000. Om deze productie mogelijk te maken is ook hier artikel 1 lid c van toepassing. Ter onderbouwing gaat het SGE in 2019, in samenwerk ing met de provincie, de regionale woningbehoefte nader onderzoeken. De minister stelt hiervoor € 100.000,- beschikbaar. De uitkomsten hiervan worden gebruikt voor een actualisatie van het woningbouwprogramma vanaf 2024, als onderdeel van het huidige afsprakenkader Hieruit blijkt dat de geactualiseerde provinciale woningbehoefteprognose inmiddels voldoende aansluit bij de werkelijkheid van de Eindhovense woningmarkt en de uitgangspunten van de Woondeal, waarin immers partijen schriftelijk vastleggen, dat de woningbehoefte in Eindhoven de komende vijf jaar (zijnde de periode 2019 – 2024) ca 15.000 woningen bedraagt. Aan de hieruit voortvloeiende versnelling naar circa 3000 woningen per jaar wordt middels dit woningbouwplan in beperkte mate invulling gegeven. Hiermee wordt de kwantitatieve behoefte aan de betreffende woningen bevestigd.

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

25

Er is in Eindhoven grote behoefte aan middeldure koop, midden huur en sociale huur, waarin dit plan voorziet. Zowel uit het recente regionaal woningmarktonderzoek (2017) als wel het woningmarktonderzoek van Companen (2018) toegespitst op Eindhoven blijkt een grote behoefte aan binnenstedelijk wonen. Dit plan voorziet hier in waardoor het plan tevens voorziet in een kwalitatieve behoefte.

De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de eisen van artikel 3.1.6. lid 2 Bro. Het plan wordt gekenmerkt door grondgebonden en gestapelde woningen, die op een harmonieuze manier tot een samenhangend woningbouwplan zijn gevormd, waarmee een opwaardering van het plangebied en de omgeving hiervan plaatsvindt. Gezien de ligging van de locatie binnen de Ring van Eindhoven zijn de woningen geschikt voor een brede doelgroep. De woningtypen sluiten aan op de afspraken die in regionaal en provinciaal verband zijn gemaakt en de inwoners/ huishoudensgroei in de gemeente Eindhoven. Het betreft dan niet alleen de kwantitatieve afspraak qua regionale behoefte passend binnen de bestaande beschikbare (regionale) beleidsstukken. Maar de toevoeging past ook binnen de regionale kwalitatieve behoefte, aangezien de woningtypen en het woonmilieu aansluiten op het doel en de ambitie om de groeiende jonge bevolkingsgroep met eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens, expats en studenten (in het kader van de demografische ontwikkeling) binnen Eindhoven te kunnen huisvesten. De marktbehoefte aan het type woningen dat binnen het plangebied wordt gerealiseerd is groot. 3.2.3

Ontwerp Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio’s toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het ontwerp NOVI heeft van 20 augustus tot en met 30 september 2019 ter inzage gelegen. Naar verwachting wordt de NOVI eind 2020 vastgesteld. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de ontwerp NOVI opgenomen. 3.2.4

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal NatuurNetwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen, waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd. De 380 KV-hoogspanningsleiding is niet in het plangebied gelegen. Ook valt het plangebied niet in het NNB. 26

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

3.2.5

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening

In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Voor onderhavig gebied is het obstakelbeheergebied van militair luchtvaartterrein Vliegbasis Eindhoven relevant. Dit gebied is op onderstaande kaart aangegeven. De kaart behoort bij de Rarro.

3.2.6

Luchthavenbesluit

In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld. Dit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit zijn het terrein van de luchthaven (het luchthavengebied), de gebruiksmogelijkheden (openstellingstijden, de geluidsruimte voor het militaire luchtverkeer en het burgerluchtverkeer, en het maximum aantal recreatieve vliegbewegingen per jaar) en het beperkingengebied vastgelegd. Op onderstaande kaart is het Luchthavengebied weergegeven. Voor dit bestemmingsplan is vooral het beperkingengebied van belang. Het beperkingengebied bestaat uit: 1. de geluidszone: dit is de weergave van de geluidsbelasting van het gezamenlijke luchtverkeer. Binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. 2. de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. 3. het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. Het plangebied is niet gelegen binnen de geluidzone van luchthaven Eindhoven.

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

27

Met de obstakelbeheergebieden wordt geregeld tot welke hoogte gebouwen en bouwwerken gebouwd mogen worden. Dit is om gevaar voor het vliegverkeer op en rondom de luchthaven te voorkomen. De toegestane hoogten worden bepaald door de vliegfunnel, de IHCS en de ILS.

Vliegfunnel De vliegfunnel wordt bepaald door de start- en landingsbaan en het verlengde daarvan. Hier gelden beperkingen ten aanzien van het oprichten van hoge obstakels (van 20 tot 170 meter boven NAP). IHCS Het IHCS (Inner Horizontal and Conical Surface) is bedoeld om vliegtuigen die in het circuit vliegen (circuitverkeer), voorafgaand aan de landing, te beschermen tegen hoge objecten. Het betreft een obstakelvrije zone van 45 meter hoog met een straal van 4 km rond de landingsbaan. De hoogte van deze obstakelvrije zone is gerelateerd aan de ligging van de 28

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

start en landingsbaan ten opzichte van NAP. Buiten deze zone gaat de maximaal toegestane bouwhoogte geleidelijk omhoog. Op onderstaande kaart is het obstakelbeheergebied voor de vliegfunnels en IHCS aangegeven. De planlocatie is buiten dit gebied gelegen. ILS Daarnaast beschikt de Luchthaven over een Instrument Landing System (ILS). Dit wordt gebruikt om een landing in verminderde weersomstandigheden mogelijk te maken. Voor een goed functioneren van het ILS geldt dat een gebied rondom de start- en landingsbaan geen verstoring mag opleveren. Het plangebied is niet gelegen binnen het ILS-verstoringsgebied.

Binnen het vogelbeheersgebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. De planlocatie is buiten dit gebied gelegen.

3.2.7

Bakens luchthaven eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel

Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de bakens van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.

Op en nabij de luchthaven Eindhoven zijn bakens (zie figuur 3.1) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. een NDB; Non Directional Beacon. Dit wordt door vliegtuigen gebruikt als navigatiehulpmiddel op luchtroutes. Het is een bakenzender die een radiosignaal uitzendt dat door een peilontvanger in het vliegtuig wordt opgevangen. Hierdoor wordt de richting van het signaal ten opzichte van het vliegtuig bepaald. Door de richting van twee verschillende bakens te peilen kan de piloot zijn/haar positie bepalen. De toetsingsgebieden liggen voor VDF geheel over het plangebied, maar hebben gezien de maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties.

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

29

Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatie-apparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Onderhavig plangebied ligt niet binnen dit radarverstoringsgebied.

30

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

3.2.8

Conclusie Rijksbeleid

Het rijksbeleid heeft 13 nationale belangen. Het bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met deze belangen. Het bestemmingsplan voorziet in een transformatie van een binnenstedelijke woonlocatie met diverse bijgebouwen naar de bouw van diverse gestapelde woningen in vijf bouwvolumes en past binnen de uitgangspunten van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en conflicteert niet met nationale belangen. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan artikel 3.1.6. lid 2 Bro.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie

De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat lange termijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

31

3.3.2

Structuurvisie

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden (hierna: Structuurvisie). Deze Structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De Structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking.

Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter-)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.

De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn: 1. de groenblauwe structuur De groenblauwe structuur bestaat uit bestaande natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden is hier belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust 32

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

watersysteem. Dit is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering. 2. het landelijk gebied Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie streeft hier naar een multifunctionele gebruiksruimte, met behoud van agrarische productieruimte in die delen van het landelijk gebied waar de landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen. 3. de stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen. De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen. 4. de infrastructuur Het infrastructuurnetwerk bestaat uit een fijnmazig en samenhangend netwerk van wegen, spoorlijnen, vaarwegen, luchthavens en buisleidingen.

De Brabantse infrastructuur maakt deel uit van het internationale netwerk van infrastructuur in noordwest Europa. De provincie kiest hier voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische clusters van Noord-Brabant. Voor het personenvervoer zijn het hoofdwegennet en het OV-netwerk BrabantStad de dragers. Het goederenvervoer wordt zoveel mogelijk via de te ontwikkelen Goederenruit (spoor en waterwegen) geleid. Zo wordt ruimte gemaakt voor het versterken van de (inter-)nationale ontsluiting (weg, water, spoor en lucht) van de Brabantse steden. Uitwerking Structuurvisie De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft haar visie op het landschap vorm in de zogenaamde 'gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Er zijn ook deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Zo is voor het gebied ten oosten van Eindhoven de deelstructuurvisie Brainport Oost opgesteld. Deze bevat keuzes voor wonen, werken en bereikbaarheid ten oosten van Eindhoven. Toetsing Op basis van de Structuurvisie is onderhavig plangebied gelegen in de stedelijke structuur (zijn de steden en dorpen in Noord-Brabant), en in het stedelijk concentratiegebied (waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen).

In de stedelijke structuur beoogd de provincie het volgende te bereiken: 1. 2. 3. 4. 5.

concentratie van verstedelijking; zorgvuldig ruimtegebruik; meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit; betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur; versterking van de economische kennisclusters.

Het stedelijk concentratiegebied met de bijhorende zoekgebieden voor verstedelijking vangt de groei van de bovenlokale verstedelijkingsbehoefte op. Naar huidige inzichten - met het perspectief tot 2025 en een doorkijk naar 2040 - is in het stedelijk concentratiegebied (inclusief de zoekgebieden voor verstedelijking) voldoende ruimte om in de verstedelijkingsbehoefte (wonen, werken en voorzieningen) te voorzien. Hier is ruimte voor een grote verscheidenheid aan woon- en werkmilieus, of een menging daarvan, in uiteenlopende dichtheden. vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

33

Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking. Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden. Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant. Onderhavig plan maakt de realisatie van 17 woningen mogelijk. Deze planontwikkeling past in de doelstellingen van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. Door deze ontwikkeling wordt een kwaliteitsimpuls gegeven aan het binnenstedelijke woon-, werk-, en leefmilieu. 3.3.3

Interim omgevingsverordening

De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen : provinciale milieuverordening verordenring natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving).Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen.

In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Dit zijn de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant. de toedeling van functies Het plangebied is onderdeel van het stedelijke gebied. In beginsel zijn daar conform artikel 3.42 woningen toegestaan, mits voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden. Hieronder is dit artikel overgenomen en wordt aan de voorwaarden getoetst. artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling lid 1

34

vastgesteld V Gestel binnen de Ring 2007 (Kneppelhoutstraat1-3) Gemeente Eindhoven

Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnenStedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.

Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Dit bestemmingsplan past- zoals in deze toelichting nader beschreven - binnen deze regels van de Interim omgevingsverordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11753212/1