CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Beleidsnota strategie gescheiden inzameling huishoudelijk afval

Raadsvergadering 28 april 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel met nadere toelichting Strategie gescheiden inzameling huishoudelijk afval7.641 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Strategie gescheiden inzameling huishoudelijk afval

Inhoud Inleiding ......................................................................................................................................................... 3 Huidige situatie ............................................................................................................................................. 3 Doelstelling/ambitie ....................................................................................................................................... 5 Voorstel Alternatieve afvalstrategie gemeente Eindhoven (analyse) ....................................................... 5 Realistische doelen ................................................................................................................................... 6 Kaders ........................................................................................................................................................... 6 Kwaliteit en kwantiteit ................................................................................................................................ 6 Bron- en/of nascheiding ............................................................................................................................ 7 Gedrag.......................................................................................................................................................

7 Het stadscentrum .......................................................................................................................................... 8 Huishoudelijk afval .................................................................................................................................... 8 Bedrijfsafval ............................................................................................................................................... 8 Inzameling ................................................................................................................................................. 8 Concrete maatregelen .................................................................................................................................. 9 Groente-, fruit en tuinafval ......................................................................................................................... 9 Oud papier en karton ............................................................................................................................... 11 Verpakkingsafval .....................................................................................................................................

12 Luiers ....................................................................................................................................................... 13 Restafval.................................................................................................................................................. 14 Het nieuwe inzamelsysteem voor bronscheiding (korte termijn)............................................................. 14 Effect van de maatregelen ...................................................................................................................... 15 Effect op de afvalstoffenheffing ............................................................................................................... 16 Nascheiding ................................................................................................................................................ 16 Marktconsultatie ...................................................................................................................................... 17 Samenwerking ......................................................................................................................................... 17 Het inzamelsysteem bij nascheiding (middellange/lange termijn) ..........................................................

17 Ontwikkelingen ............................................................................................................................................ 17 Statiegeld op blikjes ................................................................................................................................ 17 Duurzaam verpakken .............................................................................................................................. 18 Geraadpleegde bronnen ......................................................................................................................... 19 Bijlagen ....................................................................................................................................................... 20 Begrippen en afkortingen ........................................................................................................................ 21 Maatregelen en hun effect....................................................................................................................... 22 Mandje en zakje voor groente-, fruit en etensresten (hoogbouw)........................................................... 23 Verzamelcontainer voor groente-, fruit en etensresten (voorbeelden).................................................... 23

Inleiding In het regeerakkoord van het Kabinet Rutte 2 is het streven naar een circulaire economie opgenomen. Toenmalig staatssecretaris Mansveld heeft op basis hiervan een Groene Groei Strategie geformuleerd met ook aandacht voor afval. ‘Afval’ is één van de acht domeinen waarbinnen het toenmalig kabinet belangrijke kansen en uitdagingen zag. Het domein ‘afval’ is uitgewerkt in de bijlage bij de brief ‘Invulling programma Van Afval naar Grondstof’ van januari 2014.Daarin zijn acht operationele doelstellingen opgenomen die in samenhang moeten worden bekeken. Iedere doelstelling is vervolgens uitgewerkt in acties, tijdpad en betrokken partijen. In het ‘Publiek Kader Huishoudelijk Afval 2025’ is de samenwerking tussen Rijk, VNG en NVRD, noodzakelijk voor deze aanpak, bekrachtigd. Deze partijen hebben de acties waarin gemeenten zijn genoemd, uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma VANG Huishoudelijk Afval 2015-20251. De ambitie van het Uitvoeringsprogramma is om in 2020 te komen tot 75% afvalscheiding, met een verdere doorgroei naar een maximaal scheidingspercentage in 2025. De hoeveelheid restafval die daarmee correspondeert is 100 respectievelijk 30 kg per inwoner per jaar. Eindhoven voldoet niet aan de VANG-doelstelling. De hoeveelheid restafval in Eindhoven is al jaren meer dan 200 kg per inwoner per jaar, het scheidingsrendement is 50%.

Eindhoven heeft tot nog toe geen stappen gezet om de hoeveelheid restafval te reduceren, omdat de verwachtingen van het Renescienceproject hoog gespannen waren. In een zienswijze op dit project ( 1 februari 2017) heeft de raad van Eindhoven geconstateerd “dat de Renescience-techniek de best passende keuze is om een grote stap (indicatief 25%) te bereiken in het terugdringen van restafval”. In februari 2020 heeft het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Cure echter besloten het Renescienceproject te beëindigen, omdat het project niet paste binnen de kaders die genoemd zijn in het coalitieakkoord van Eindhoven, en de zienswijzen van de raden van Eindhoven, Geldrop-Mierlo en Valkenswaard over het project. Dit project was bedoeld om door middel van een nascheidingstechniek de recycling van huishoudelijk afval te verhogen naar 75%, en uiteindelijk naar (bijna) 100%. Eindhoven wil samen met andere Brabantse gemeenten, in samenwerking met bedrijven, op middellange termijn een recyclingcentrum realiseren en verkent de mogelijkheden van een nascheidingsinstallatie in Zuid Nederland. Eindhoven heeft echter ook behoefte aan een alternatieve afvalstrategie voor de intensivering van de huidige bronscheiding om zodoende de hoeveelheid restafval op korte termijn te verminderen.

Op welke manier kunnen we ervoor zorgen dat er méér van de deelstromen gescheiden worden ingezameld én met een hoge zuiverheid? Uit een verkenning2 blijkt dat Eindhoven daarbij moet focussen op de deelstromen GFT, oud papier en karton, en verpakkingen.

Huidige situatie3 Bij de beschrijving van de huidige situatie is gebruik gemaakt van de Benchmark Huishoudelijk Afval (peiljaar 2018). De benchmark relateert de inzamelprestaties aan gemeentelijke kenmerken (percentage 1 Het programma VANG - Huishoudelijk afval (VANG-HHA) is ontwikkeld om gemeenten te helpen om de nodige

stappen te zetten naar een circulaire economie. Naast afvalscheiding zijn preventie en grondstofketens sluiten belangrijke speerpunten. 2 PwC Strategy&, Alternatieve afvalstrategie gemeente Eindhoven, 11 september 2020 3 Gebaseerd op de Benchmark Huishoudelijk Afval peiljaar 2018.

hoogbouw), de toegepaste inzamelstrategie (bijvoorbeeld diftar, omgekeerd inzamelen) en toegepaste inzamelmiddelen (zak, minicontainer, (ondergrondse) verzamelcontainer). Eindhoven doet via Cure Afvalbeheer elk even jaar mee aan de Benchmark Huishoudelijk Afval. In de Benchmark worden gemeenten en inzamelbedrijven vergeleken op een viertal prestatiegebieden: milieu, kosten, dienstverlening en vaardigheden. De deelnemende gemeenten zijn ingedeeld in vier klassen, gebaseerd op het percentage hoogbouw: Klasse A: 50% - 100% Klasse B: 30% - 49% Klasse C: 20% - 29% Klasse D: 0% - 19% Eindhoven is ingedeeld in klasse B. De gemeente scoort slecht op de gescheiden inzameling van huishoudelijk afval. De hoeveelheid restafval (inclusief grof restafval) is 2014 redelijk constant, ongeveer 230 kg per inwoner per jaar. In 2018 was dat 234 kg per inwoner per jaar (inclusief grof huishoudelijk restafval). Dat is de op één na grootste hoeveelheid in klasse B en 49 kg meer dan het gemiddelde voor deze klasse (185 kg per inwoner per jaar). Het scheidingsrendement geeft hetzelfde beeld: sinds 2014 vrijwel constant ongeveer 50%. In 2018 was het gemiddeld in klasse B 61%. Het verschil tussen de score van Eindhoven met het gemiddelde van klasse B is vooral voor fijn huishoudelijk afval groot.

De gemeenten in klasse B zijn naar inzamelstrategie onderverdeeld in vier groepen: Basis, Basis-plus4, Diftar en Diftar-plus. Eindhoven zit in de groep Basis. Uit de benchmark blijkt dat de gemeenten in de groep Diftar-plus het beste scoren, gevolgd door de gemeenten uit Diftar, daarna de gemeenten uit Basis-plus en tenslotte de gemeenten uit Basis. Scheidingspercentages Eindhoven Klasse B Huishoudelijk afval totaal (kg/inw) 467 475 Scheidingspercentage fijn huishoudelijk afval (%) 40 53 Scheidingspercentage grof huishoudelijk afval (%) 76 83 Bron: Benchmark Huishoudelijk Afval peiljaar 2018, vergelijking gemeenten Fijn restafval wordt huis-aan-huis ingezameld door middel van minicontainers (laagbouw) of ondergrondse containers (hoogbouw). Grof huishoudelijk afval is afval dat naar de milieustraten wordt gebracht. Inmiddels (2020) is het scheidingspercentage voor grof huishoudelijk afval gestegen naar 86,8%. Conclusie: 1. Een verbetering van het scheidingsrendement moet dus met meer gescheiden inzameling van fijn huishoudelijk afval gehaald worden.

Gescheiden ingezamelde deelstromen (kg/inwoner) Fijn restafval Groente-, fruit- en tuinafval Oud papier en karton Plastic, metalen en drankenkartons Glas verpakkingsafval Textiel

Eindhoven 203 69 40 6 17 3

Klasse B 165 85 50 21 21 5

4 Plus staat voor omgekeerd inzamelen, laag frequent inzamelen of een combinatie van beide. Plus wil feitelijk

zeggen dat de service op restafval lager wordt.

Klein chemisch afval Luiers Frituurvet Nagescheiden stoffen Totaal

1 0 0 0 339

1 1 0 54 403

Bron: Benchmark Huishoudelijk Afval peiljaar 2018, vergelijking gemeenten

Samenstelling fijn restafval (kg/inwoner) Groente-, fruit- en tuinafval (groente-, fruit en etensresten) Oud papier en karton Plastic, metalen en drankenkartons (verpakkingen) Glas verpakkingsafval Textiel Totaal

Eindhoven 67 (505)

Klasse B 56

29 31

18 21

9 8 144 (127)

7 8 110

Bron: Benchmark Huishoudelijk Afval peiljaar 2018, vergelijking gemeenten

In 2018 had Eindhoven 144 kg per inwoner aan grondstoffen (gft, verpakkingen, glas, papier en textiel) in het fijn restafval zitten. Dat is 71% van de hoeveelheid fijn restafval. Met name op de deelstromen gft, verpakkingen en oud papier en karton, samen goed voor 127 kg per inwoner ofwel 63% van de hoeveelheid fijn restafval, scoort Eindhoven slechter dan het benchmarkgemiddelde. Conclusies: 2. Bronscheiding van gft, oud papier en karton en verpakkingsafval levert de grootste bijdrage aan het verbeteren van het scheidingsrendement; 3. De totale bijdrage van deze deelstromen is (theoretisch) 127 6 (110) kg per inwoner, scheidingsrendement 78% (73%).

Doelstelling/ambitie Voorstel Alternatieve afvalstrategie gemeente Eindhoven (analyse) Eindhoven heeft PwC Strategy& opdracht gegeven om de mogelijkheden van een alternatieve afvalstrategie te verkennen. De doelstellingen van de strategie zijn om het restafval terug te brengen naar uiteindelijk 0%. De verkenning van PwC Strategy& schat dat de bijdrage van de drie deelstromen (zie conclusie 1.) aan de reductie van de hoeveelheid fijn huishoudelijk restafval 47 kg per inwoner is in 2024. PwC Strategy& baseert dit op een vergelijking van de cijfers uit 2018 van Eindhoven met die van een ‘peergroep’ van zes gemeenten, die qua stedelijkheid vergelijkbaar zijn met Eindhoven.

5 75% van het groente-, fruit en tuinafval in het restafval is groente-, fruit en etensresten. 6 Exclusief 9 tot 16 kg luiers per inwoner (cijfers Tilburg).

Bron: PwC Strategy&, Alternatieve afvalstrategie gemeente Eindhoven, september 2020

Realistische doelen PwC Strategy& komt tot de conclusie dat een doelstelling van 187 kg restafval (inclusief 31 kg grof huishoudelijk restafval), ofwel 1667 kg fijn restafval, per inwoner in 2024 haalbaar is. We kunnen deze ‘prestatie’ vergelijken met wat de gemeenten in klasse B met verschillende inzamelstrategieën in 2018 halen. Eindhoven Hoogste Laagste Klasse B (gemiddeld) Benchmark10 (gemiddeld)

Basis 203 217 1288 153 145

40% 35% 66%4 53% 59%

Basis-plus

Diftar

182 126

127 88

49% 57%

Diftar-plus 62% 70%9

141 74

60% 77%

Bron: Benchmark Huishoudelijk Afval, peiljaar 2018

Conclusies: 4. Eindhoven zou ervoor moeten kiezen om ten minste op het gemiddelde uit klasse B, of zelfs het benchmarkgemiddelde, uit te komen; 5. De doelstelling kan153 kg per inwoner, scheidingsrendement 55% (gemiddelde van klasse B); 6. Een doelstelling van 145 kg per inwoner, scheidingsrendement 59% (gemiddelde over alle gemeenten uit de benchmark) is moeilijker haalbaar; 7. Uit bovenstaand overzicht is ook af te lezen dat 128 kg fijn restafval per inwoner per jaar haalbaar is, maar alleen met een geavanceerde nascheidingsinstallatie.

Kaders Kwaliteit en kwantiteit Het voorstel van PwC Strategy& gaat alleen over kwantiteit, het effect op de hoeveelheid restafval, terwijl het steeds duidelijker wordt dat de kwaliteit van de deelstromen zeker zo belangrijk is. Kwaliteit heeft te maken met de aanwezigheid van verontreinigingen in de deelstromen; stoffen en materialen die niet in de deelstroom thuishoren, zoals huishoudelijk restafval of afvalstoffen die in een andere deelstroom thuishoren. Diverse rapporten wijzen erop dat kwaliteit van deelstromen cruciaal is voor de afzet ervan, en dus ook voor de recycling. In november 2020 publiceerde de Vereniging Afvalbedrijven (VA) de factsheet Tien actiepunten voor een betere kwaliteit van gescheiden ingezamelde afvalstromen. De

7 De reductie van 47 kg per inwoner wordt bereikt met deelstromen uit fijn restafval. Dus is volgens PwC Strategy&

203 – 47 = 166 kg per inwoner haalbaar. 8 Deze gemeente heeft door middel van nascheiding 54 kg per inwoner uit het restafval teruggewonnen (geen bronscheiding van verpakkingsafval). Het aandeel van nascheiding op het totale scheidingspercentage is 21%. 9 Deze gemeente haalt met bronscheiding een scheidingspercentage van 66% en door middel van nascheiding nog 4% extra. 10 Dit is het gemiddelde van alle gemeenten die aan de benchmark hebben meegedaan (klasse A t/m klasse D).

aanleiding was dat de kwaliteit van plastic, gft, textiel en oud papier en karton slechter is geworden. De VA stelt dat het gemeentelijk afvalbeleid de nadruk niet alleen op kwantiteit, maar ook op kwaliteit van gescheiden ingezamelde afvalstromen moet leggen. Uit een recent onderzoek naar diftar als instrument bij het behalen van de VANG-doelstelling, uitgevoerd in opdracht het ministerie van I&W en Rijkswaterstaat, blijkt dat diftar-gemeenten - meestal niet of weinig stedelijke gemeenten - een hoger scheidingsrendement hebben dan gemeenten zonder diftar. De kwaliteit van groente-, fruit en tuinafval is gemiddeld slechter geworden. Dat ligt niet zozeer aan wel of geen diftar, maar vooral aan een lager serviceniveau voor de inzameling van restafval. Voor verpakkingen blijkt dat diftar niet leidt tot meer vervuiling. De Stichting Papier Recycling Nederland (PRN) doet al geruime tijd periodiek onderzoek naar de kwaliteit van ingezameld oud papier en karton. Hieruit blijkt dat de kwaliteit van oud papier en karton bij gemeenten zonder diftar structureel beter is dan de kwaliteit van oud papier en karton bij gemeenten zonder diftar.

Bron- en/of nascheiding Voor papier, glas en textiel staat buiten kijf dat bronscheiding, zoals nu ook in Eindhoven gebeurt, de beste optie is. Ook voor tuinafval is het duidelijk dat bronscheiding door huishoudens met een tuin de beste optie is. Uit een studie van CE Delft11 in opdracht van Cure en de gemeente Den Bosch is gebleken dat de milieuscore van droge nascheiding van kunststoffen, metalen, voedselresten en drankkartons vergelijkbaar is (kan zijn) met die van bronscheiding. Er is veel discussie over de effecten en voor- en nadelen van nascheiding. Voorstanders van nascheiding zien het als een techniek waarmee de dienstverlening aan inwoners wordt verbeterd en tegelijkertijd de kwaliteit van reststromen wordt vergroot. Tegenstanders waarschuwen voor afnemende bewustwording van inwoners over het belang van afvalscheiding en technische beperkingen van nascheiding, met name voor de kwaliteit van de deelstromen. De conclusie, op basis van gesprekken met marktpartijen, is dat met de huidige stand van de techniek nascheiding als aanvulling op bronscheiding, het hergebruik van grondstoffen kan vergroten.

Gedrag Gescheiden inzameling van gft, oud papier en karton en verpakkingsafval vereist medewerking van inwoners om de hoeveelheid (respons) te verhogen én de kwaliteit van de deelstromen te verbeteren. Poiesz heeft in de jaren 90 ontdekt dat voor het veranderen van gedrag drie factoren bepalend zijn: Motivatie (wil iemand het?), Capaciteit (kan iemand het?) en Gelegenheid (laten de omstandigheden het toe?). In een formule: G = M x C x G, het zogenaamde Triade-model van Poiesz. Wanneer één van de factoren laag scoort, is de totale uitkomst laag. Wanneer één van de factoren 0 (nul) is, zal het gedrag zeker niet plaatsvinden hoe hoog de andere scores ook zijn. Een grote motivatie om te willen veranderen is vrijwel steeds een sterk punt bij gewenste gedragsverandering. Maar, de factor G wordt vaak onderschat als het gaat om het realiseren van gewenst gedrag. G is vaak een stimulerende of juist remmende factor. Amsterdam heeft een studie uit laten voeren om meer mensen aan te zetten tot afvalscheiding. De conclusie was dat de gemeente de factor G moet verbeteren, zodat motivatie niet doorslaggevend is 12.

11 CE Delft, Beschouwing bron- en nascheding in stedelijk gebied, 2016. 12 Bijvoorbeeld door meer containers voor plastic te plaatsen, zodat de loopafstand naar containers kleiner wordt, of

over te gaan op een haalsysteem.

Ook in de verkenning van PwC Strategy& lijkt de belangrijkste factor voor de prestaties op de hoeveelheid restafval in de ‘peergroep’13 het serviceniveau, met name een haalsysteem voor verpakkingsafval, te zijn. In de ‘peergroep’ hebben alle gemeenten een strategie, behalve Tilburg. Tilburg presteert als enige gemeente in klasse B, met alleen frequentieverlaging, onder de 150 kg per inwoner (inclusief grof restafval). Afvalgedrag is gewoontegedrag. Door het afvalinzamelsysteem te veranderen, onderbreek je het normale patroon van onbewust gedrag. Dat biedt de mogelijkheid om burgers te laten nadenken over afvalscheiding, eventueel in combinatie met hun eigen belang. Een toegespitste voorlichting zal ook de factor C verhogen. Tilburg heeft met de invoering van twee duobakken in voor een ‘schok’ gezorgd, zeker ook omdat de gemeente in het begin extra heeft ingezet op handhaving. Van de drie Triade-factoren is G de factor waar de gemeente de grootste invloed op heeft. De andere twee zijn persoonsafhankelijke factoren. Uitgangspunt voor concrete maatregelen, die de G-factor kunnen beïnvloeden, is het gemak voor de burger.

Het stadscentrum In het Eindhovens stadscentrum worden de komende jaren extra woningen gebouwd. Dat heeft gevolgen voor de manier van afvalinzameling.

Huishoudelijk afval Momenteel wordt het huishoudelijk afval met ondergrondse containers ingezameld. Bij de plaatsing hiervan is gebleken dat de openbare ruimte zeer beperkt is. Met de beoogde verdichting neemt de druk op de openbare ruimte sterk toe. Daarnaast is er het probleem van bijplaatsingen dat sterk afbreuk doet aan de kwaliteit van de openbare ruimte in het centrum.

Bedrijfsafval Ook de inzameling van bedrijfsafval legt een druk op de openbare ruimte in het stadscentrum. Bedrijven hebben vaak geen ruimte om hun afval inpandig op te slaan. Het gevolg is dat er containers in de openbare ruimte staan. Daarnaast zijn bedrijven vrij in het kiezen van een inzamelaar; er zijn diverse inzamelaars voor bedrijfsafval actief. In verschillende steden wordt bedrijfsafval in het stadscentrum ingezameld onder regie van de gemeente. De gemeente kan op basis van de afvalstoffenverordening regels stellen voor de inzameling van bedrijfsafval, bijvoorbeeld door dagen en tijden vast te stellen waarop bedrijfsafval mag worden aangeboden/ingezameld. Iets verder gaat een systeem waarbij de gemeente bedrijven in het centrum verplicht om samen één afvalinzamelaar te contracteren. Het meest vergaande systeem is dat de gemeentelijke inzameldienst het bedrijfsafval in het centrum inzamelt.

Inzameling Een heleboel straten, het gehele rode steentjesgebied maar ook de straten rondom de kleine berg, hebben een venstertijd van 09:30 tot 11:00 uur. De venstertijden zijn vast, ook als het aanbod extra groot is. Winkeliers bieden hun afval pas om 9.30 uur aan. Doordat winkeliers tegenwoordig steeds meer zakken aanbieden. Het aanbod van papier is ook sterk toegenomen. Dit is veelal papier afkomstig van de winkeliers. In vergelijking is het aanbod van de winkeliers heel anders dan dat van burgers: grote

13 PwC Strategy&, Alternatieve afvalstrategie gemeente Eindhoven, september 2020: Nijmegen, Apeldoorn, Tilburg,

Enschede, Deventer, Maastricht.

hoeveelheden grote dozen en der verpakkingsmateriaal zoals eps (‘piepschuim’), zakken met slachtafval enz. Straten in de binnenstad zijn vaak erg smal. Auto’s die (ongelukkig) geparkeerd zijn, belemmeren de doorgang. Tegelijkertijd is er tijdens de venstertijden al winkelend publiek. De bevoorrading van bedrijven, die ook te maken heeft met de venstertijden, zorgt voor opstoppingen. Omdat de openbare ruimte tijdens de venstertijden ‘gedeeld’ moet worden met andere gebruikers, is de afvalinzameling in het stadscentrum niet optimaal (veiligheid, milieubelasting en kosten). Conclusies: 8. Het bestaande inzamelsysteem voor huishoudelijk afval en voor bedrijfsafval, zal bij de beoogde verdichting een grote weerslag op de openbare ruimte hebben, omdat relatief meer vierkante meters gereserveerd moeten worden voor afvalcontainers, omdat de kans op negatieve effecten zoals zwerfafval en bijplaatsingen groter wordt en vanwege zwaar verkeer in een voetgangersgebied. 9. Het afvalinzamelingssyteem, zowel voor huishoudelijk afval als voor bedrijfsafval, moet bijdragen aan de kwaliteit van de openbare ruimte en daarom integraal onderdeel zijn van de stedenbouwkundige plannen voor het centrum. Het oud papier en karton wordt in het centrum ‘los’, dat wil zeggen zonder inzamelmiddel ingezameld. Het merendeel hiervan is afkomstig van bedrijven.

Los inzamelen van oud papier en karton is tijdrovend. Soms levert dat een probleem op met de venstertijden. De beoogde nieuwbouw biedt de kans om (inpandige) ruimtes te creëren voor andere inzamelmiddelen. Het ‘probleem’ van zwaar verkeer in een voetgangersgebied is daarmee niet opgelost.

Concrete maatregelen Uitgangspunten voor de concrete maatregelen zijn: 1. De kwaliteit van deelstromen is belangrijker dan de kwantiteit; 2. Alleen gebruik maken van bestaande technieken; 3. Geen diftar invoeren; 4. Voorsorteren op de ontwikkeling voor de langere termijn, waarin restafval wordt nagescheiden; 5. Het stadscentrum vraagt in verband met verdichting een aparte, nader uit te werken aanpak.

Groente-, fruit en tuinafval De respons voor gft is gemiddeld 69 kg per inwoner. Het restafval bevat nog 67 kg per inwoner. Dit betekent dat 51% van de totale hoeveelheid gft gescheiden wordt aangeboden/ingezameld. De kwaliteit van Eindhovens gft, dat alleen bij de laagbouw wordt ingezameld, is (vooralsnog) goed. Bij de jongste aanbesteding van het gft-verwerkingscontract is gebleken dat de vervuiling minder is dan 2%. Gft bestaat uit keukenafval (groente, fruit, etensresten, ook wel gfe genoemd) en tuinafval (gras, blad, takken). Het grootste deel van de gfe-fractie komt in het restafval terecht. Het restafval bestaat voor 33% uit gfe, het gft (in de groene bak) bestaat voor 5% uit gfe. Dat is al zo sinds de invoering van de verplichte inzameling van groente-, fruit en tuinafval in 1984. Conclusie: 10. Een substantiële verhoging van de respons voor gft kan alleen door invoering van de gfeinzameling bij de hoogbouw. Eindhoven heeft er in 1999 voor gekozen om geen gft in de hoogbouw in te zamelen. Het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen (1 juli 2020) verplicht gemeenten om in het hele

grondgebied “bioafval” in te zamelen, tenzij wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 10, derde lid, onder c of d, van de kaderrichtlijn afvalstoffen. “c) gescheiden inzameling is technisch niet haalbaar wanneer rekening wordt gehouden met goede praktijken op het gebied van afvalinzameling; d) gescheiden inzameling zou buitensporig hoge economische kosten meebrengen, rekening houdend met de kosten van negatieve milieu- en gezondheidseffecten van gemengde afvalinzameling en -verwerking, het potentieel voor efficiëntieverbeteringen op het gebied van afvalinzameling en -verwerking, inkomsten uit de verkoop van secundaire grondstoffen alsook de toepassing van het beginsel „de vervuiler betaalt” en uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.” PwC Strategy& stelt in zijn verkenning voor om op korte termijn te starten met de inzameling van gfe bij de hoogbouw. Uit de Benchmark Huishoudelijk Afval (peiljaar 2018) volgt dat dit gemiddeld maximaal 24 kg14 per inwoner per jaar kan opleveren. Het ‘Project Hoogbouw’, dat vanuit VANG-HHA wordt uitgevoerd, laat zien dat ook in de hoogbouw gfe-afval van een goede kwaliteit kan worden ingezameld. Er zijn een paar manieren om gfe in te zamelen bij de hoogbouw: 1. verzamelcontainers15; 2. emmertjes; 3. papieren zakjes in combinatie met emmertjes of een (inpandige) verzamelcontainer. Ad 1.

Gft inzamelen met ondergrondse verzamelcontainers gebeurt niet veel, omdat dat de kwaliteit meestal te slecht is. In warme periodes stinken de containers. Gemeenten die verzamelcontainers gebruiken, gebruiken meestal een afsluitbare cocon16 op straat, of een minicontainer in een beugel (bij voorkeur op een plaats die niet toegankelijk is voor derden). Een cocon bestaat uit een metalen behuizing waar een minicontainer in staat, dezelfde die ook de inzameling van groente-, fruit en tuinafval bij de laagbouw wordt gebruikt. Het inzamelen gebeurt methetzelfde voertuig als de inzameling van groente-, fruit en tuinafval bij de laagbouw. De metalen behuizing is voorzien van een toegangssysteem vergelijkbaar met de toegangssystemen die voor ondergrondse containers voor restafval worden gebruikt. Op deze manier kunnen huishoudens worden toegewezen aan het inzamelmiddel. Met een toegangssysteem kan ook de vulgraad worden gemeten. Een andere mogelijkheid is om een container inpandig te plaatsen. Vooral bij de inpandige container is geur belangrijk. Sidcon heeft speciaal voor inpandige containers voor gfe bij de hoogbouw een metalen, geïsoleerde cocon ontwikkeld, voorzien van een koelelement en ozongenerator. Ad 2. Maastricht heeft, als een van de weinige steden, ervaring met de inzameling van gft met emmertjes van 25 liter die iedere twee weken in een aparte route worden ingezameld.

Bewoners vinden dit een goede manier van inzamelen, mits de geuroverlast beperkt kan worden. De inzamelfrequentie is daarom

14 Uitgangspunten: 45.000 appartementen, gemiddeld 1,9 bewoners per appartement, 67 kg gft per inwoner per jaar

in het restafval (benchmark Huishoudelijk Afval peiljaar 2018), 6.520.000 kg gft, 234.000 inwoners. 15 Een verzamelcontainer is een container waar meerdere huishoudens gebruik van maken. Het kan gaan om een of meer minicontainers die buiten of inpandig geplaatst zijn, een bovengrondse of een ondergrondse container. 16 Een cocon is een betonnen omhulsel waar plaats is voor twee minicontainer.

belangrijk, omdat gfe na verloop van tijd gaat stinken, zeker bij warm weer. Een composteerbare zak voor in het emmertje kan de geur (sterk) verminderen. Het succes van deze inzamelmethode hangt af van de acceptatie en het gebruik van de emmertjes. In Maastricht gebruikt ongeveer de helft van de huishoudens het emmertje. Andere gemeenten rapporteren ook een deelname van ongeveer 50%. Ad 3. Een papieren zakje kan al of niet in een speciaal mandje op het aanrecht staan, of opgehangen aan de binnenkant van het keukenkastje. Het zakje wordt in de gfe-container gedaan (zie Ad 1.). De zakjes zijn speciaal ontwikkeld voor het scheiden van organisch afval in de keuken. Er is al meer dan 10 jaar ervaring mee opgedaan, in Zweden maar ook in Nederland. Het papier absorbeert veel vocht maar blijft toch stevig genoeg. Het materiaal droogt snel, waardoor luchtjes worden vermeden. Ook bij deze ‘zakjesvariant’ is het resultaat afhankelijk van de acceptatie en het gebruik. Wanneer de gemeente de zakjes ‘gratis’ verstrekt, vergroot dat het gemak, wat de acceptatie en het gebruik ten goede komt. Conclusie: 11. De variant zakjes met verzamelcontainer is gebruiksvriendelijker dan de emmertjes-variant en heeft daarom de voorkeur. 12. De verwachte effectiviteit van de maatregel (deelname) is 50%.

NB De huidige (‘droge’) nascheidingsinstallaties werken beter naarmate de hoeveelheid organisch materiaal in het restafval lager is. Het is daarom van belang gfe te blijven inzamelen, ook na realisering van de nascheidingsinstallatie.

Oud papier en karton De respons voor oud papier en karton is 40 kg per inwoner. Het fijn restafval bevat nog 29 kg per inwoner. Dat betekent dus dat 60% van de totale hoeveelheid oud papier en karton gescheiden wordt aangeboden/ingezameld. De kwaliteit is belangrijk. Als het ingezamelde oud papier en karton niet aan de kwaliteitseis voldoet kunnen gemeenten geen aanspraak maken op de tegemoetkoming in kosten die zij bij lage marktprijzen van oud papier en karton via PRN ontvangen. De huidige kwaliteit van ingezameld oud papier en karton is goed. Eindhoven gebruikt verschillende huis-aan-huisinzamelmethodes. Bij verreweg de meeste huishoudens wordt oud papier en karton ‘los’ (gebundeld, zonder inzamelmiddel) ingezameld. In De Bennekel, Blaarthem en Rapelenburg wordt oud papier en karton met minicontainers een keer per vier weken ingezameld. Na enige weerstand in het begin zijn de burgers (heel) tevreden over deze inzamelmethode. De ervaringen met de kwantiteit en de kwaliteit zijn ook goed. Bij een aantal hoogbouwlocaties wordt oud papier en karton met (ondergrondse) verzamelcontainers ingezameld. Vanuit oogpunt van inzamellogistiek heeft het de voorkeur om hier één systeem te kiezen. Uit kostenoverwegingen heeft de ondergrondse container de voorkeur (in het programma voor ondergrondse containers worden de bovengrondse uitgefaseerd).

Voor bewoners is een inpandige rolcontainer makkelijker, omdat deze ook heel geschikt is voor kartonnen dozen die, met de toename van online bestellen, steeds vaker voorkomen. Bij een ondergrondse container moeten de dozen klein gemaakt worden om in de inworpopening te passen, én om geen verklemming te veroorzaken. Conclusie: 13. De effectiviteit van de maatregel is naar verwachting hoog (80%).

Verpakkingsafval De respons voor verpakkingsafval (plastic, blik/metaal, drankkartons) is 6 kg per inwoner. Het fijn restafval bevat nog 31 kg per inwoner. Dat betekent dus dat slechts 6% van de totale hoeveelheid verpakkingsafval gescheiden wordt aangeboden/ingezameld. Bronscheiding levert de meest schone stromen op. De Sorteerders hebben behoefte aan een goede kwaliteit. Bij een slechte kwaliteit lopen gemeenten het risico dat het verpakkingsafval door de sorteerder wordt geweigerd en het Afvalfonds niet volledig vergoedt. De afzetbaarheid, van brongescheiden verpakkingsafval is beter dan die van nagescheiden materiaal. Bronscheiding maakt inwoners bewuster van de hoeveelheid afval die zij hebben. De ervaring leert dat wanneer mensen aan bronscheiding doen, ze ook andere stromen zoals gft en papier beter scheiden. Een haalsysteem geeft de beste respons. Eindhoven zamelt verpakkingsafval in door middel van een brengsysteem, vergelijkbaar met glas. De (ondergrondse) verzamelcontainers staan meestal bij supermarkten. Uit onderzoek blijkt dat ook de inzamelstrategie voor restafval (laagbouw) van belang is voor de kwaliteit van de ingezamelde verpakkingsafval. Uit landelijk onderzoek blijkt dat de ‘Eindhovense’ combinatie, een brengmethode voor verpakkingsafval en minicontainers voor restafval, goed17 scoort op kwaliteit.

De verklaring is dat mensen die de moeite nemen om verpakkingsafval weg te brengen, ook gemotiveerd zijn om bronscheiding serieus te nemen. Uit het onderzoek blijkt ook dat diftar niet leidt tot de beste kwaliteit van de ingezamelde verpakkingsafval. Alleen als Eindhoven zou overschakelen op huis-aan-huisinzameling van verpakkingsafval, is een hogere zuiverheid van enkele procentpunten haalbaar18. Daarvoor zijn drie systemen denkbaar: zakken, minicontainers (laagbouw) en ondergrondse containers (hoogbouw). Met zakken kan in de hele stad, bij hoogbouw en laagbouw, verpakkingsafval worden ingezameld. Een ander systeem is een combinatie van minicontainers (laagbouw) en ondergrondse containers (hoogbouw). Conclusies: 14. Uit oogpunt van kwaliteit is er geen reden om het systeem aan te passen; 15. De respons moet veel hoger. De respons verhogen kan door: a. het huidige brengsysteem uit te breiden met een aantal locaties voor verzamelcontainers; of b. over te schakelen op een haalsysteem met zakken of minicontainers. Ad a. Een eerste stap kan zijn om op elke glascontainerlocatie ook een container voor verpakkingsafval te plaatsen. Glascontainers staan (meestal) bij supermarkten. De ratio hierachter is dat mensen bij het boodschappen doen hun lege flessen en potten meenemen. Voor verpakkingsafval gaat dat niet helemaal op.

Omdat het een erg volumineuze deelstroom is, heeft men bij deze deelstroom vaker de behoefte om hem weg te brengen dan om boodschappen te doen. Het is daarom, zeker voor mensen met beperkte ruimte, gemakkelijker/praktischer om de verpakkingsafval bij het restafval te doen. Om het huidige systeem zo gebruiksvriendelijk mogelijk te maken, bijvoorbeeld door een maximale afstand van woning tot container van 500 meter te hanteren, moet het aantal containerlocaties fors uitgebreid worden. Verzamelcontainers zijn er in drie varianten: bovengronds, ondergronds met of zonder persmechanisme. Ad b.

17 Vierde plaats van vijftien onderzochte combinaties, zuiverheid 89%. 18 De top-twee, 93% resp. 91% zuiverheid, gebruikt een haalsysteem met zakken en heeft geen diftar.

Een haalsysteem heeft een grotere respons dan een brengsysteem. Een haalsysteem met zakken kan in de hele gemeente, hoogbouw en laagbouw snel ingevoerd worden. Kanttekening is dat mensen de zakken ook buiten de inzameldag op straat zetten of aan een lantarenpaal hangen (ervaring GeldropMierlo). Een haalsysteem met minicontainers kost meer geld en tijd om in te voeren. Bovendien is de minicontainer niet geschikt als haalsysteem voor de hoogbouw. Daarvoor zou de zak een oplossing kunnen zijn, of een (ondergrondse) verzamelcontainer naast de bestaande restafvalcontainer 19. Conclusies: 16. Uitbreiding van het huidige brengsysteem heeft de voorkeur als de beoogde nascheiding over minstens vijf tot acht jaar gerealiseerd wordt. 17. De effectiviteit van de maatregel is naar verwachting gemiddeld (50%). 18. Een haalsysteem met zakken heeft alleen de voorkeur als dit snel ingevoerd moet worden, en zo nodig ook weer afgeschaft moet worden vanwege snelle (0 tot 5 jaar) realisering van de nascheiding.

Luiers Hoewel luiers een kleine hoeveelheid is in het huishoudelijk afval, is er veel aandacht voor de gescheiden inzameling en verwerking van deze deelstroom. Op dit moment worden luiers in Eindhoven niet gescheiden ingezameld. Ze worden samen met het restafval verbrand. Het is belangrijk luiers te recyclen, omdat de grondstoffen (kunststoffen, vezels, SAP) volgens het principe van de circulaire economie teruggewonnen moeten worden. Dat recyclen kost uiteraard energie. Elsinga Beleidsplanning & Innovatie B.V. (‘Elsinga’) en ARN B.V. hebben een innovatieve technologie ontwikkeld voor het verwerken en recyclen van gebruikte babyluiers en incontinentiemateriaal. Deze methode is gebaseerd op thermische drukhydrolyse (250°C, >40 Bar) van het afval, waaruit vervolgens kunststof (LDPE/PP) en biogas wordt geproduceerd. De installatie heeft een capaciteit van 15.000 ton per jaar. In 2018 heeft CE Delft deze methode vergeleken met verbranding is een AEC, dat nu nog gangbaar is. Uit deze studie volgt dat de milieuwinst van thermische drukhydrolyse (TDH) ten opzichte van verbranden in een afvalenergiecentrale (AEC) ongeveer 480 kg CO2 per ton luiers is. Het terugwinnen van de kunststoffen (PE en PP) levert de grootste bijdrage. CE Delft concludeert dat de milieuvoordelen van luierverwerking met TDH overduidelijk zijn.

De TDH-route scoort beter dan de AEC-route op schade op de drie impactcategorieën menselijke gezondheid, ecosystemen en grondstoffen. De emissies van het verbranden in een AEC zorgen ervoor dat de balans in het voordeel van TDH doorslaat. In Tilburg worden luiers bij kinderdagverblijven ingezameld en op een aantal geselecteerde locaties in de stad, waar verzamelcontainers staan. De gemeente verstrekt de luiercontainers bij kinderdagverblijven en het BAT zamelt de luiers in. De kosten zijn voor de gemeente. De luierzakken zijn voor inwoners van Tilburg gratis. Gescheiden inzameling van luiers is pas zinvol als er voldoende verwerkingscapaciteit is. Op dit moment is de capaciteit zeer beperkt, namelijk 5.000 ton per jaar, die dit jaar wordt uitgebreid naar 15.000 ton per jaar. Maar de installatie is volgecontracteerd. Dat betekent dat er pas over ongeveer drie tot vijf extra capaciteit zal zijn. Conclusie: 19. Vooralsnog heeft gescheiden inzamelen van luiers geen zin.

19 Een haalsysteem vereist dat de verzamelcontainer bij de woning staat.

Restafval De hoeveelheid fijn restafval is 203 kg per inwoner. Het afval wordt verbrand in de installatie van Attero in Moerdijk. Uit de bodemas worden nog metalen teruggewonnen, gemiddeld 1,7% ferro en 0,5 % non-ferro. Nascheiden van restafval is een manier om op korte termijn grondstoffen, met name verpakkingsafval, terug te winnen. Uit de marktverkenning van KplusV20 blijkt dat de huidige vrije nascheidingscapaciteit beperkt is. De hoeveelheid restafval uit de hoogbouw is ongeveer 20.000 ton per jaar. De vrije nascheidingscapaciteit is voldoende om deze hoeveelheid te kunnen verwerken. Het rendement voor nascheiding van verpakkingsafval is 45%. Door het restafval uit de hoogbouw in Eindhoven na te scheiden kan de respons voor de verpakkingsafval met 5,5 kg per inwoner verhoogd worden.

Het nieuwe inzamelsysteem voor bronscheiding (korte termijn) Eindhoven wil op korte termijn een inhaalslag maken in het halen van de VANG-doelstellingen. In paragraaf Voorstel Alternatieve afvalstrategie gemeente Eindhoven (analyse) is geanalyseerd welke doelstelling haalbaar is. Uit een doorrekening van het nieuwe inzamelsysteem (zie paragraaf Effect van de maatregelen, Scenario B) blijkt dat een doelstelling van 150 kg restafval per inwoner per jaar realistisch en haalbaar is. Kenmerken: - investering in minicontainers voor oud papier en karton (de ondergrondse containers voor oud papier en karton in de hoogbouw zitten al in het huidige programma);

-

dezelfde service als het huidige systeem; apart inzamelsystem voor de hoogbouw voor groente-, fruit en etensresten; uitbreiding van het brengsysteem voor verpakkingsafval.

Zie bijlage Maatregelen.

20 KplusV, Nascheiding in Noord-Brabant, scenario-analyse, 28 september 2020

Effect van de maatregelen Scenario A: alle maatregelen zijn 100% effectief. Dit is een theoretisch scenario. Scenario A

huidige inzamelkosten

maatregel korte termijn

€ 1.616.525 zakje_container hoogbouw

gft oud papier en karton

effectiviteit maatregel

reductie effect op effect op restafval inzamelkosten verwerkingskosten

100%

20

€ 1.055.724

minicontainer laagbouw

100%

18

€ 990.409

ondergrondse container hoogbouw

100%

€ 1.475.143 verpakkingen

11

€ 771.745

29

€ 287.011

extra wijkcontainers laagbouw

100%

19

€ 327.024

extra wijkcontainers hoogbouw

100%

12

€ 209.081

nascheiden restafval hoogbouw

40%

€ 316.302 reductie restafval

€ 208.335

-€ 509.822

0

€-

31

€ 219.803

-€ 1.780.276

80

n.v.t.

-€ 1.826.219

Scenario B: de effectiviteit verschilt per deelstroom en maatregel. De effectiviteit voor de maatregel bij groente-, fruit en tuinafval is bepaald op basis van ervaringen elders. Voor de effectiviteit van de maatregelen bij oud papier en karton is de ervaring van Cure in de Bennekel en bij verschillende hoogbouwcomplexen gebruikt. De effectiviteit van de maatregel bij verpakkingen, extra wijkcontainers, is een inschatting, het effect van nascheiding op de hoeveelheid verpakkingen is een ervaringsgegeven bij bestaande nascheidingsinstallaties. Scenario B

huidige inzamelkosten maatregel korte termijn € 1.616.525 zakje_container hoogbouw

gft oud papier en karton

effectiviteit maatregel

€ 316.302 reductie restafval

€ 1.388.167

50%

10

minicontainer laagbouw

80%

14

€ 990.409

ondergrondse container hoogbouw

60%

7

€ 771.745

21

€ 287.011

€ 1.475.143 verpakkingen

reductie effect op effect op restafval inzamelkosten verwerkingskosten

extra wijkcontainers laagbouw

50%

9

€ 327.024

extra wijkcontainers hoogbouw

50%

6

€ 209.081

nascheiden restafval hoogbouw

40%

6

€ -

22

€ 219.803

52 n.v.t.

Het effect van scenario B op de reductie van de hoeveelheid restafval is 52 kg per inwoner. De doelstelling van 150 kg per inwoner is daarmee haalbaar.

€ 104.167

-€ 368.092

-€ 1.246.193

-€ 1.203.065

Effect op de afvalstoffenheffing Bij de berekening van het effect op de afvalstoffenheffing is uitgegaan van scenario B. effect op totale kosten effect op de afvalstoffenheffing

effect op de tarieven

vast deel (x miljoen) variabel deel (x miljoen) vast deel (per HH) variabel deel (per inw.)

eenpersoonshuishouden

tweepersoonshuishouden driepersoonshuishouden Vier- en meerpersoonshuishouden

€ 1,9 -€ 2,7 € 18 -€ 12 €6

-€ 6 -€ 17 -€ 31

Nascheiding De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor nascheiding, vanwege: − snel oplopende kosten van afvalverwerking, o.a. als gevolg van de invoering van een belasting op te verbranden restafval; − de lastige stap van 100 kg restafval per inwoner in 2020 naar 30 kilo restafval per inwoner in 2025; − geringe mogelijkheden om in (sterk) verstedelijkt gebied deelstromen gescheiden in te zamelen. De bronscheiding van glas, oud papier en karton en textiel staat niet ter discussie. Dit zijn deelstromen die met een relatief beperkte bewerking gerecycled kunnen worden. Nascheiding kan, als aanvullende techniek naast bronscheiding, bijdragen aan meer recycling. Nascheiding biedt goede kansen om de hoeveelheid restafval verder omlaag te brengen. Hierdoor komt realisatie van de VANG-doelen dichterbij en verlagen we de CO2- en stifstofuitstoot. Met aanvullende technieken zoals vergisting kan hernieuwbare energie (biogas/groengas) opgewekt worden. Nationaal en Europees beleid is erop gericht om het verbranden van afval terug te dringen. Dit gebeurt vooral via een zogenaamde ‘verbrandingsbelasting’ (op dit moment zo’n 35 euro per ton) en, op termijn, een CO2-heffing. Met nascheiding wordt de hoeveelheid restafval die nog verbrand moet worden, beperkt en blijven de kosten van afvalverwerking beter beheersbaar.

De Brabantse gemeenten hebben een contract voor de verbranding van restafval dat op 31 januari 2028 afloopt. Het tarief is ongeveer € 50 exclusief verbrandingsbelasting (€ 33 per ton) en transport en overslag (€ 15 per ton). Dit is een bijzonder laag tarief. Bij een nieuwe aanbesteding, voor de periode na 1 februari 2028, zullen de tarieven naar verwachting meer dan verdubbeld zijn. Dit is het gevolg van gestegen marktprijzen, een verhoging van de verbrandingsbelasting en de invoering van een CO2-heffing (in 2024 circa € 10 oplopend tot € 50 in 2030). Het kostenvoordeel van nascheiding is aanzienlijk: vermeden verbrandingsbelasting en CO 2-heffing. Uit een marktconsultatie (zie hieronder) blijkt dat door in te zetten op nascheiding de kosten vanaf 31 januari 2028 op hetzelfde peil kunnen blijven als de huidige kosten voor verbranding, maar met een hoger scheidingsrendement.

Marktconsultatie In een scenario-analyse, aangevuld met een marktconsultatie, onderzocht KplusV hoe de gemeenten 21 hun VANG-doelen kunnen halen met behulp van een nascheidingsinstallatie in Brabant. Uit de marktconsultatie die volgde op de scenario-analyse, blijkt dat geconsulteerde partijen vrijwel unaniem kansen zien tot realisatie en exploitatie van een nascheidingsinstallatie (NSI) in Oost-Brabant. Is het beoogde scheidingspercentage van 75% niet haalbaar. Marktpartijen willen inzetten op innovatie. Zij willen afspraken maken over de samenstelling van het afval; het restafval moet voldoende ‘rijk’ zijn aan grondstoffen, omdat dit van invloed is op de haalbaarheid van de doelstelling en de kosten.

Samenwerking Uit de marktconsultatie blijkt dat het niet nodig is dat gemeenten investeren, maar dat de NSI die gebruik maakt van bewezen technieken, door middel van een aanbesteding gerealiseerd kan worden. Maar voor geconsulteerde partijen is samenwerking tussen de gemeenten en de derde partij, die de installatie gaat bouwen en exploiteren, wel een voorwaarde. Eerdere initiatieven, bijvoorbeeld de aanbestedingen voor restafval en kunststofverpakkingen, laten zien dat bundeling van volume interessant is. Door samen te werken kunnen gemeenten door middel van aanbesteding een NSI realiseren. Samenwerking zorgt voor betrokkenheid van de gemeenten voor de levering van de benodigde hoeveelheden restafval. Er zijn twee manieren om de samenwerkingsrelatie vorm te geven. De eerste is dat elke gemeente een relatie heeft met de derde partij. De tweede is dat de gemeenten onderling een samenwerking aangaan die vervolgens de partner is voor de derde partij. De marktpartijen hebben een duidelijke voorkeur voor deze vorm van samenwerken. Zoals eerder opgemerkt is de inzameling van invloed op de output van de nascheidingsinstallatie. Dat betekent dat de inzameling zo moet zijn opgezet dat het materiaal zo goed mogelijk voldoet aan de specificaties van de nascheidingsinstallatie voor een optimale output (kwantiteit, kwaliteit, kosten).

Het inzamelsysteem bij nascheiding (middellange/lange termijn) Het inzamelsysteem wordt aanzienlijk eenvoudiger en dus gebruiksvriendelijker. Alle deelstromen worden huis-aan-huis ingezameld, bij de laagbouw met drie minicontainers, bij de hoogbouw met twee ondergrondse containers en één verzamelcontainer voor groente-, fruit en etensresten. Inzamelsysteem per deelstroom Groente-, fruit en tuinafval Verpakkingsafval Oud papier en karton

Huis-aan-huis Huis-aan-huis Huis-aan-huis

laagbouw Minicontainer (groen) Minicontainer (grijs) Minicontainer (blauw)

Luiers Restafval

Huis-aan-huis Huis-aan-huis

Minicontainer (grijs) Minicontainer (grijs)

Hoogbouw Zakje en verzamelcontainer Ondergrondse container (restafval) Ondergrondse container Inpandige rolcontainer Ondergrondse container (restafval) Ondergrondse container

Ontwikkelingen Statiegeld op blikjes De demissionair staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft besloten statiegeld op blikjes in te voeren. Zij heeft hiervoor gekozen omdat het aantal blikjes in het milieu niet afneemt maar toeneemt. Het aantal blikjes in het zwerfafval moest in 2021 met tenminste 70 procent afnemen ten opzichte van 2016/2017. In plaats daarvan blijkt uit de nieuwste monitor zwerfafval van Rijkswaterstaat dat voor de 21 Opdrachtgevers zijn: Provincie Noord-Brabant, Eindhoven (Cure), ’s-Hertogenbosch, Oss, Tilburg, Helmond,

Meijerijstad.

tweede keer op rij het aantal blikjes niet is afgenomen, en over heel 2020 zelfs met 27 procent is toegenomen ten opzichte van 2016/2017. Het statiegeld op blikjes is bedoeld om de hoeveelheid blikjes in het zwerfafval terug te dringen, en heeft geen invloed op de inzameling van verpakkingen.

Duurzaam verpakken Het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken (KIDV) heeft medio 2020 het rapport The State of Sustainable Packaging, een strategische kijk op de benodigde samenwerking en innovaties op het gebied van duurzaam verpakken, gepubliceerd. Het rapport benoemt allerlei maatschappelijke en economische knelpunten die duurzaam verpakken in de weg staan: eisen met betrekking tot de marketing, verkoop, zichtbaarheid en omloopsnelheid van producten; het achterblijven van innovatie van verpakkingen voor de retail het verschil in prijs en kwaliteit tussen recyclaten en virgin kunststof; de grote verscheidenheid aan plastics en additieven de aanwezigheid van zogenaamde zorgwekkende stoorstoffen in verpakkingen, en hoe deze zich gedragen tijdens en na recycling. Omdat de oorzaken van dit soort knelpunten divers zijn, is er volgens het KIDV ook geen eenvoudige oplossing voorhanden. In het rapport staan drie innovatiesporen om de knelpunten aan te pakken: 1. korte termijn: meer en beter recyclen en verhoogde efficiency in product-verpakkingssystemen. De primaire verantwoordelijkheid ligt bij producenten, importeurs, inzamelaars, sorteerders en recyclers en verpakkingsspecialisten. 2. Middellange termijn: Circulariteit en efficiëntie in productie-consumptiesystemen. 3. Lange termijn: intrinsieke duurzaamheid van product-verpakkingscombinaties.

Dit speelt in op de vraag hoe we in de toekomst in onze behoeften willen voorzien. Deze manier van innoveren is niet verenigbaar met de going concern in de bedrijfsvoering en vereist oriëntatie op de toekomst. Het KIDV pleit voor het ontwikkelen van nieuwe ketens met ondernemers, onderzoekers, beleidsmakers en burgers/consumenten om richting te geven aan de overgang naar de intrinsiek duurzame samenleving én daar regie op te voeren.

Geraadpleegde bronnen Afvalspiegel, Onderzoek succesverhalen gft-inzameling, 29 november 2019 Bureau Bovenkamers, Effectieve beïnvloeding van afvalscheiding, verkenning van landelijke campagnes, initiatieven, websites en apps op het gebied van afvalscheiding, mei 2016 CE Delft, LCA afvalverwerking luiermateriaal, mei 2018 Circulus Berkel, Proef GF inzameling Deventer, 14 augustus 2018 Gemeente Maastricht, Evaluatie- en adviesrapport Afvalproef Maastricht, 31 augustus 2018 Gemeente Oosterhout, Onderzoek naar de verschillen tussen bronscheiden en nascheiden van Plastic verpakkingen, Blik en Drankenkartons in de gemeente Oosterhout, juni 2020 Inspectie der Rijksfinanciën, Naar een economie zonder afval, Brede maatschappelijke heroverweging, 20 april 2020 Kennisinstituut Duurzaam Verpakken, The State of Sustainable Packaging, 2020 KplusV, Nascheiding in Noord-Brabant, scenario-analyse, 28 september 2020 Learning Center Kunststof Verpakkingsafval, Samenstelling ingezameld kunststof/PMD verpakkingen – het effect van inzamelsystemen, fase 1, 2017 Learning Center Kunststof Verpakkingsafval, Samenstelling ingezameld kunststof/PMD verpakkingen – het effect van inzamelsystemen, fase 2, september 2018 Nedvang en Platform Keten Optimalisatie, PMD: handvatten voor kwaliteitsverbetering, Onderzoek kwaliteit Plastic, Metaal en Drankenkartons, 27 augustus 2020 Nedvang en Platform Keten

Optimalisatie, PMD: handvatten voor kwaliteitsverbetering, Onderzoek kwaliteit Plastic, Metaal en Drankenkartons, Bijlage 1 – De onderzoeken in beeld, 27 augustus 2020 Nedvang en Platform Keten Optimalisatie, PMD: handvatten voor kwaliteitsverbetering, Onderzoek kwaliteit Plastic, Metaal en Drankenkartons, Bijlage 2 – Overige onderzoeken, 27 augustus 2020 PwC Strategy& Strategy&, Alternatieve afvalstrategie gemeente Eindhoven, hoofdrapport, 11 september 2020 PwC Strategy& Strategy&, Alternatieve afvalstrategie gemeente Eindhoven, bijlagenrapport, 11 september 2020 VANG, Benchmark Huishoudelijk Afval, analyserapport 2018, 20- november 2019 VANG, Benchmark Huishoudelijk Afval, vergelijking gemeenten, peiljaar 2018, 16 oktober 2019 VANG, Benchmark Huishoudelijk Afval, vergelijking gemeenten, peiljaar 2018, bijlage Klasse B, 16 oktober 2019 VANG, Uitvoeringsprogramma VANG HHA, Onderzoek inzamelsystemen PMD, integrale focus op kosten, respons en kwaliteit, mei 2020 VANG, Uitvoeringsprogramma VANG HHA, Verbetering afvalscheiding in de hoogbouw, Meer bronscheding van gfe in steden door gedragsverandering, mei 2020 VANG, Uitvoeringsprogramma VANG HHA, Verkenning kwaliteit deelstromen gft-afval, papier, glas en textiel uit huishoudens, augustus 2018 VANG, Uitvoeringsprogramma VANG-huishoudelijk afval, herijking 2018 – 2020 Vereniging Afvalbedrijven, Circulaire economie vereist

kwaliteitsimpuls in hele keten, Tien actiepunten voor een betere kwaliteit van gescheiden ingezamelde afvalstromen, factsheet, november 2020

Bijlagen

Begrippen en afkortingen AEC Bronscheiding gfe gft LCA

pbd pmd Respons Restafval

Scheidingsrendement

VANG VANG-hha

Afvalenergiecentrale Scheiding aan de bron. Huishoudens scheiden zelf verschillende deelstromen, zodat deze afzonderlijk kunnen worden ingezameld. Groente-, fruit en etensresten Groente-, fruit en tuinafval Levenscyclusanalyse. Een LCA-studie biedt inzicht in de milieu-impact van een product of dienst. Daarbij wordt de gehele productketen geïnventariseerd - van grondstofwinning, productieprocessen, transport, gebruik tot en met verwerking na afdanking - op basis waarvan de milieuresultaten worden berekend. Het vergelijken van alternatieven is een ander mogelijk doel van LCA. Plastic, blik, drankenkartons Plastic, metalen, drankenkartons De hoeveelheid van een deelstroom die gescheiden wordt aangeboden, meestal in kg per inwoner. Onderscheid tussen fijn huishoudelijk restafval en grof huishoudelijk restafval: fijn huishoudelijk restafval: wordt aangeboden in een minicontainer of een restafvalzak, of door particulieren wordt gebracht naar een (ondergrondse) restafvalcontainer; grof huishoudelijk restafval: te groot en/of te zwaar om in een ‘gewoon’ inzamelmiddel aan te bieden. Particulieren moeten grof huishoudelijk restafval naar de milieustraat brengen of na afspraak op latenhalen. De verhouding tussen de hoeveelheid gescheiden ingezamelde (of nagescheiden) deelstromen en de totale hoeveelheid afval.

S = D/(D + R) S = scheidingsrendement, D = hoeveelheid deelstromen, R = hoeveelheid restafval Van Afval Naar Grondstof. Het programma VANG - Huishoudelijk afval is ontwikkeld om gemeenten te helpen om de nodige stappen te zetten naar een circulaire economie. Naast afvalscheiding zijn preventie en grondstofketens sluiten belangrijke speerpunten

Maatregelen en hun effect

Mandje en zakje voor groente-, fruit en etensresten (hoogbouw)

Het mandje kan op het aanrecht staan, waardoor organisch keukenafval (klokhuis, koffiepads etc.) er direct ingegooid kan worden. Eventueel kan het ook aan de binnenkant van het keukenkastje gehangen worden. Het mandje is voorzien van voldoende ventilatieopeningen. Hierdoor droogt het materiaal in en het dekseltje voorkomt eventuele overlast van fruitvliegjes. U kunt het zakje gemakkelijk uit het mandje halen en naar uw gfe-container brengen. Het zakje is speciaal ontwikkeld voor het scheiden van organisch afval in de keuken.

Verzamelcontainer voor groente-, fruit en etensresten (voorbeelden)

Op straat

Op straat

Inpandig

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11743398/1