Bijlage 2 - Begroting 2026 Bijlage rekenvoorbeelden weerstandsvermogen
Tekst van het document
Bijlage bij raadsvoorstel Begroting 2026 Rekenvoorbeelden weerstandsvermogen In deze bijlage zetten we enkele rekenvoorbeelden voor het weerstandsvermogen op een rij. 1. Voorstel in de Begroting 2026 (maximum van 110 mln handhaven) • In de Begroting 2025 is met het oog op de onderliggende risico’s een maximum van 110 miljoen gehanteerd. • De onderliggende risico’s in de Begroting 2026 bedragen 107 miljoen. • Daarom trekken we de norm in 2026 ongewijzigd door op 110 mln. • De incidentele intensiveringen in de kadernota en de begroting passen binnen dit beeld. Weerstandsvermogen
2026
2027
2028
2029
Stand reserve eigen kapitaal 31-12
(x € 1 mln)
123
120
118
113
Norm
110
110
110
110
Verschil
13
10
8
3
2. Terug naar de oorspronkelijke norm • Het begrotingstotaal exclusief mutatie reserves is voor 2026 1,28 miljard. • De oorspronkelijke norm voor het weerstandsvermogen bedraagt 10% hiervan, ofwel 128 miljoen. • De incidentele intensiveringen in de kadernota en de begroting moeten grotendeels worden teruggedraaid. Weerstandsvermogen
(x € 1 mln)
2026
2027
2028
2029
Stand reserve eigen kapitaal 31-12
123
120
118
113
Norm
128
128
128
128
-5
-8
-10
-15
Verschil
3. Toevoegen van een ratio van minimaal 1,0 aan de criteria • Deze optie geldt nog niet voor de Begroting 2026, maar kan worden overwogen als de risico’s daadwerkelijk gaan toenemen. • Het weerstandsvermogen moet dan in latere jaren met prioriteit worden aangevuld (bv uit een positief rekeningresultaat). Weerstandsvermogen
Jaar 1
Jaar 2
Jaar 3
Jaar 4
Stand reserve eigen kapitaal 31-12
123
120
118
113
Risico’s (fictief)
120
120
120
120
Norm (ratio minimaal 1,0)
120
120
120
120
3
0
-2
-7
Verschil
(x € 1 mln)