Bijlage 2.2 - Bedrijven
Tekst van het document
Regionale Energiestrategie Metropoolregio Eindhoven
2. Besparing
Bijlage 2.2 Doelgroep Bedrijven
Metropoolregio Eindhoven
1.0
Bijlage 2.2. Bedrijven 1. Ambitie Ondernemers en eigenaren van bedrijfsvastgoed duurzaam in beweging krijgen zodat ze zoveel mogelijk energie gaan besparen, waarmee we tevens onze CO2-uitstoot kunnen reduceren. Deze besparing is basis voor verdergaande acties op gebied van het toepassen van alternatieven warmteconcepten en duurzame energie maatregelen. We zetten in op toezicht en handhaving op huidige (en nieuwe) wet- en regelgeving, maar doen ook handreikingen naar bedrijven door te informeren en inspireren, te ontzorgen en binnen green deals ruimte te bieden voor collectieve aanpakken en innovatie.
2. Opgave Meer dan de helft van het totale energieverbruik in onze regio ligt bij bedrijven. Daarvan kan meer dan de helft worden toegeschreven aan de industrie en bijna een vijfde aan de landbouw. Dit zijn de sectoren waarvoor in het klimaatakkoord een aparte klimaattafel is opgenomen (Sectortafel Industrie en Sectortafel Landbouw en landgebruik). Procesenergie bij industrie en energie voor de landbouw vallen dus buiten de scope van de RES. Hoewel de RES vooral betrekking heeft op gebouwgebonden energieverbruik en -opwekking, nemen we in de besparingsdoelstellingen ook de bredere energiehuishouding van bedrijven mee. Drie van de doelstellingen uit de Regionale Energie Strategie hebben betrekking op de bedrijven in de regio: het reduceren van energieverbruik, het opwekken van zonne-energie op grote daken en het duurzaam gebruik van de beschikbare warmte. Daarom gaan we met bedrijven niet alleen in gesprek over energiebesparing, maar nemen we ook kansen mee voor energieopwekking of warmte uitwisseling en eventuele meekoppelkansen met andere duurzaamheidsopgaven (zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit, circulariteit, MVO), zowel op hun individuele bedrijfsterrein als op de bedrijventerreinen waarop ze gelegen zijn, evenals aanliggende woonwijken. Het is tenslotte niet wenselijk om meerdere aparte gesprekken met ondernemers te voeren vanuit de drie RES doelstellingen.
3. Analyse We hebben verschillende analyses gedaan om inzicht te krijgen in de opgave en wat nodig is om deze opgave te realiseren. Energiebesparing bij bedrijven kan op verschillende manieren aangevlogen worden: per doelgroep, thema/sector en/of schaalniveau. Door middel van een data-analyse hebben we in beeld gebracht waar zich bepaalde doelgroepen en thema’s binnen de regio concentreren. (Zie bijlage 2.2.1 Data analyse ODZOB) Op basis van deze analyse kan vervolgens bepaald worden welk schaalniveau hier het beste bij aansluit. Vervolgens kunnen we bepalen welke aanpak het meest geschikt is.
Doelgroepen De RES focust op gebouwgebonden energieverbruik. Vandaar dat we doelgroepen onderscheiden zowel op basis van energieverbruik van het bedrijf als op basis van gebouweigenschappen. • Grote energieverbruikers, vaak met veel proces-verbruik. • Grote vastgoedeigenaren: met belang bij marktwaarde en verhuurinkomsten. • Bedrijven met pand in eigen bezit: hier zijn brede aanpakken mogelijk. • Bedrijven die pand huren: geen directe rol, maar kunnen invloed uitoefenen op of actief samenwerken met pandeigenaar. Schaalniveaus De RES beoogt samenwerking op regionaal schaalniveau. In de Metropoolregio Eindhoven wordt al op vele vlakken samengewerkt, maar zijn ook onderwerpen belegd op subregionaal schaalniveau. • Regionaal: hierbij valt te denken aan een branche-aanpak of keten-aanpak. • Subregionaal: gemeenten werken samen op subregionaal niveau aan bijvoorbeeld bedrijventerreinen beleid of gedeelde bedrijventerreinen. • Gebiedsgericht: doordat een bepaald thema of doelgroep zich in een concentratie vestigt kan het zeer nuttig zijn op dit schaalniveau te werken (denk hierbij aan bedrijventerreinen, winkelgebieden of horeca-concentratie gebieden). • Individuele bedrijven: bedrijven die niet in een van de hierboven genoemd schaalniveaus georganiseerd zijn kunnen zo benaderd worden.
Thema’s Voor collectieve aanpakken hebben we naar bedrijfssectoren en geografische clustering de volgende thema’s voorgesteld: • Industrie: productie, maar ook logistiek en groothandel. • Kantoren: dienstverlening. • Retail en horeca • Agrarische bedrijven Met name bij kantoorgebouwen is er urgentie om aan de slag te gaan met besparing: het ministerie van BZK voert per 1 januari 2023 de energielabel C-verplichting in voor kantoren van minimaal 100 vierkante meter (en Label A per 2030). Analyse van de energielabels in onze regio laat zien dat 34% van de label C-plichtige kantoren een groen label C of beter heeft. 10% heeft label D of slechter, van de overige 56% is nog geen energielabel geregistreerd. Als we op basis van het bouwjaar inschatten wat het energielabel is van de kantoren met een ontbrekende energielabel, dan heeft nu 62% van de kantoren energielabel C of beter en 38% energielabel D of slechter. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw (bedrijven, kantoren, maatschappelijk vastgoed), geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD).
Maar ook op duurzame energie komt er nieuwe wet- en regelgeving op bedrijven af; zo kunnen gemeenten bedrijven binnenkort verplichten om de daken beschikbaar te stellen voor zonne-energie. Voor het gros van de bedrijven gelden wettelijkeRVO-regels m.b.t. besparing en verduurzaming. Met de invoering van de Informatieplicht medio 2019 zijn alle bedrijven met een verbruik van min. 50.000
KWh of 25.000 m3 gebonden aan het doorvoeren van Energiebesparende Maatregelen (EML). Vanaf 2023 wordt de energiebesparingsplicht verbreed, waardoor bedrijven ook andere CO2-reducerende maatregelen moeten nemen waarvan de terugverdientijd binnen de vijf jaar valt. In opdracht van de Metropoolregio Eindhoven heeft VNO-NCW een analyse uitgevoerd naar verduurzaming van bedrijven/bedrijventerreinen. (zie bijlage 2.2.2.). Een greep uit hun aanbevelingen: • Sluit aan bij gezamenlijke uitdagingen en lopende trajecten. Op deze manier wordt de aanpak herkenbaar, worden er geen trajecten naast elkaar georganiseerd en wordt het draagvlak vergroot omdat de aanpak aansluit bij uitdagingen waar de ondernemers voor staan. • Communiceer in de taal van ondernemers. Vertaal overheidsvragen en beleid naar voor MKB’ers hanteerbare brokken. • Maak ondernemers mede eigenaar van het proces, maar ook van het uitvoeringstraject. Wanneer ondernemers zich echt eigenaar voelen en het dus ook intrinsiek belangrijk vinden dat een aanpak slaagt zullen ze ook bereid zijn om energie te steken in de uitvoering en andere ondernemers te betrekken bij de aanpak. • Probeer duurzaamheidvraagstukken en innovatie altijd te vertalen naar verdienmodellen, zodat het voor ondernemers behapbaar en toepasbaar wordt. • Betrek de omgevingsdienst bij de uitvoering.
Op deze manier is ‘de stok’ niet alleen een loos ‘dreigement’, maar wordt er ook echt gehandhaafd bij partijen die geen stappen zetten. En kunnen er tijdens controle en toezicht tips gegeven worden. • Kijk of je collectieve afspraken (bijv. GreenDeals) met bedrijventerreinen, centra of branches kunt maken t.a.v. energietransitie, duurzaamheid, handhaving en ontwikkelen van activiteiten. Daarbij verplicht het collectief zich tot een gezamenlijke prestatie en meet je niet de individuele bedrijven maar het totale per saldo resultaat. Het kan leiden tot coulance met betrekking tot verplichtingen als er vrijwillige afspraken gemaakt worden.
4. Uitvoering De uitvoering biedt een basispakket van MRE-brede activiteiten en een palet aan modules die gemeenten alleen of in samenwerking kunnen inzetten. We richten ons op daarbij aspecten als het delen en vergroten van kennis, gezamenlijke monitoring en bijsturing, het afstemmen van duurzaamheidseisen, het effectief inzetten van handhaving en het onderzoeken naar en het initiëren en versterken van samenwerkingsverbanden. Basisinfra: • Kennissessies • Monitoring en evaluatie • Pilots verduurzaming bedrijventerreinen VNO-NCW • Energieplan ODZOB • Data-analyse: Voor de regio wordt de data op het gebied van besparing bij bedrijven inzichtelijk gemaakt en geanalyseerd. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt waar kansen zijn voor besparing.
Modules: • Green deals opzetten: Door heldere onderlinge afspraken kunnen overheden en bedrijven werken aan concrete resultaten, waarbij iedere betrokken partij zijn eigen verantwoordelijkheid heeft. • Aanpak energielabel C kantoren: Het gaat hier om het gezamenlijk opzetten van een communicatieaanpak om kantooreigenaren en -gebruikers aan te sporen om voor 2023 hun kantoren naar minimaal label C te brengen. • Gebiedsgerichte aanpak VNO-NCW: VNO-NCW heeft samen met Ondernemerskontakt De Hurk, Stichting Bedrijventerreinen Helmond, Kempisch Ondernemersplatform en het Innovatiehuis de Peel een aanpak gedefinieerd voor de verduurzaming van bedrijventerreinen in de Metropoolregio Eindhoven. • Online platform voor bedrijven: Een online platform helpt de diverse doelgroepen en stakeholders door het op objectieve wijze delen van kennis en ervaring, het vergaren en monitoren van activiteiten en resultaten en het uitdagen van deelnemers te participeren en samen te werken in diverse initiatieven. • Aanpak agrarische bedrijven • Duurzaamheidsafspraken nieuwbouw: Evalueren van het regionale convenant duurzaam bouwen (specifiek bedrijven) uit 2010 en het maken van nieuwe afspraken. • Extra inzet toezicht/handhaving: Deze RES module maakt het mogelijk om extra inzet te plegen naast de afspraken in het werkprogramma van de ODZOB, zodat er meer bedrijven gecontroleerd kunnen worden.
• Opzetten ondernemersfonds: Doel van deze module is om te onderzoeken op welke manier duurzame financiering van collectieve verduurzaming bij bedrijven ingericht kan worden. • Aanpak zon op dak Deze module heeft als doel om informatie, inspiratie en hulp bij initiatieven te bieden, tot het onderzoeken naar de mogelijkheden om bedrijven te ontzorgen in hun doelstelling om bij te dragen aan pv-opwekking.
Bijlage 2.2.1. Data Analyse Odzob Wettelijke mogelijkheden gericht op energiebesparing bij bedrijven Inleiding Een werkgroep van gemeenten werkt aan het onderdeel energiebesparing voor de Regionale Energie Strategie. Deze werkgroep heeft aan de ODZOB gevraagd in beeld te brengen wat de wettelijke mogelijkheden zijn voor het realiseren van energiebesparing bij bedrijven en wat het besparingspotentieel is. In deze memo is dat in beeld gebracht met de huidige inzichten. In deze memo gaan we achtereenvolgens in op het aantal inrichtingen in Zuidoost-Brabant, en op wat met wet- en regelgeving bereikt kan worden op het gebeid van energiebesparing bij bedrijven. We sluiten af met conclusies. Daarnaast heeft de ODZOB een themaplan Energie bij toezicht in ontwikkeling, met daarin onder meer het wettelijke kader en aanbevelingen voor toezichtprojecten gericht op energiebesparing bij bedrijven. Aantal inrichtingen Volgens CBS zijn er in de regio 85.441 bedrijfsvestigingen (inclusief overheid, onderwijs en zorg, 2019). Niet ieder bedrijf is een inrichting. In het inrichtingen bestand van de ODZOB en gemeente Eindhoven komen we in totaal op ca 22.260 inrichtingen. Deze inrichtingen kunnen worden onderverdeeld in type A, B en C bedrijven volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer. Type B zijn meldingplichtig voor het Activiteitenbesluit en type A bedrijven zijn niet meldingplichtig.
Voor deze bedrijven gelden rechtstreeks de voorschriften uit het Activiteitenbesluit waar onder andere energiebesparing een onderdeel van uitmaakt. In de voorschriften is bepaald dat voor deze bedrijven (type A en B) vanaf een bepaald energieverbruik (meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas (equivalent) per jaar) de energiebesparings- en informatieplicht geldt. Voor type C bedrijven geldt de vergunningsplicht. De energievoorschriften uit het Activiteitenbesluit zijn voor hen niet rechtstreeks van toepassing. Dergelijke voorwaarden dienen in de vergunning te worden opgenomen. Hierdoor kan per vergunningplichtig bedrijf een op maat samengesteld pakket aan voorschriften worden opgelegd. Maar dit heeft eveneens als gevolg dat niet voor elk bedrijf momenteel volwaardige en actuele energievoorschriften onderdeel uitmaken van de vergunning. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de MJA bedrijven, deze Meerjaren Afspraken energiebesparing eindigen eind 2020. Dit heeft aandacht nodig bij actualisatie van de vergunning. In de volgende tabel staat een zo goed mogelijke inschatting van het aantal inrichtingen per type, voor zover bekend in ons inrichtingenbestand.
Vergunningplichtige Meldingsplichtige Type A type C bedrijven Type B Asten Bergeijk Best Bladel Cranendonck Deurne Eersel Eindhoven Geldrop-Mierlo Gemert-Bakel Heeze-Leende Helmond Laarbeek Nuenen Oirschot Reusel-De Mierden Someren Son en Breugel Valkenswaard Veldhoven Waalre Provincie Totaal
200 117 61 103 68 224 112 75 17 194 84 61 82 49 101 143 177 29 66 35 19 78 2.095
739 840 799 929 899 1.161 654 2.400 648 1.411 696 1.386 1.049 597 823 416 838 633 967 741 293 0 18.919
1 6 3 4 0 4 4 1.100 4 42 1 4 55 1 4 0 0 12 1 1 2 0 1.249
Totaal aantal inrichtingen Type A+ B + C 940 963 863 1.036 967 1.389 770 3.575 669 1.647 781 1.451 1.186 647 928 559 1.015 674 1.034 777 314 78 22.263
De nodige kanttekeningen moeten gemaakt worden: Het bedrijvenbestand van de ODZOB zal niet volledig zijn. Bedrijven waar de gemeente in het verleden niet is gekomen en de ODZOB tot op heden ook niet is langs geweest staan niet in het bestand. Met name bij de Type A bedrijven ontbreken er veel omdat zij een laag milieurisico hebben. Daar komen we zeer beperkt, ongeveer eens in de 10 jaar. Hier kan wel een energiebesparingspotentieel zijn. Daarnaast kunnen bedrijven verhuisd zijn of gesloten zijn wat nog niet in ons bestand is verwerkt. Meldingsplichtige bedrijven melden zich ook niet altijd. Het geeft uiteraard wel een richtlijn. De vergunningsplichtige bedrijven van de Provincie staan verspreid over de gemeenten. Hiervan is de Provincie het bevoegd gezag.
Actualiseren vergunningen Van de provinciale inrichtingen zijn in 2018/2019 projectmatig ambtshalve bij 56 inrichtingen de vergunningen geactualiseerd op energie, bij 2 waren ze al actueel. Van de 15 milieustraten zijn de vergunningen niet geactualiseerd, omdat het energieverbruik relatief beperkt is. Van de vergunningen van gemeentelijke inrichtingen is onbekend in hoeverre deze actueel zijn op het thema energie. In 2020 wordt bij ca 15% van de gemeentelijke inrichtingen getoetst of ze nog actueel zijn. In het werkprogramma voor vergunningverlening (ROK-VV) is opgenomen dat als een
vergunning (agrarisch of industrieel) toch al aangepast moet worden, ook wordt geactualiseerd op energie. Kosten Actualiseren kan ambtshalve gebeuren of meegenomen worden als een vergunning toch al aangepast moet worden, bijv. bij een uitbreidingsaanvraag. Ambtshalve wijzigen kost ca 20-40 uur per inrichting. Bij meenemen bij een wijziging van de vergunning, blijven de meerkosten beperkt tot ca 1,5-2 uur per bedrijf. Bij agrarische bedrijven is de verwachting dat door veranderende wetgeving de komende jaren bij de meeste bedrijven de vergunning aangepast zal moeten worden. Het meteen meenemen van energie is dan een kosteneffectieve oplossing. Minister Wiebes heeft 10 december 2020 de Kamer geïnformeerd over verbreding van de energiebesparingsplicht en dat deze vanaf 2023 ook gaat gelden voor vergunningplichtige bedrijven. Tot die tijd kan bij een actualisatie van de vergunning beoordeeld worden of de vergunning het beste ook geactualiseerd kan worden op energie of niet. Potentiële energiebesparing Van de MJA bedrijven is inzichtelijk wat aan energiebesparing gehaald kan worden: 7,5% energiebesparing. Dit zijn bedrijven die al langjarigere afspraken hebben in het kader van MJA.
Verwacht wordt dat bij andere vergunningplichtige bedrijven die eerder wellicht minder met energiebesparing aan de slag waren, dit percentage zeker ook gehaald kan worden, maar waarschijnlijker is dat ze meer kunnen besparen. Toezicht op de Wet Milieubeheer Het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht inrichtingen om energie te besparen. Per 1 juli 2019 geldt ook een informatieplicht energiebesparing. Deze verplicht bedrijven en instellingen boven een bepaald energieverbruik uiterlijk 1 juli 2019 te rapporteren welke (erkende) energiebesparende maatregelen zij hebben getroffen. De informatie- en energiebesparingsplicht geldt voor inrichtingen die meer dan 50.000 kWh elektriciteit en/of 25.000 m³ aardgas (equivalent) per jaar verbruiken. Omdat van veel bedrijven het energieverbruik niet bekend is bij het bevoegd gezag, geeft de informatieplicht inzicht in energieverbruiken en welke energiebesparende maatregelen nog getroffen moeten worden (voor zover correct ingevuld door bedrijven). Een toezichthouder kan aan de hand van de erkende maatregellijst controleren in hoeverre een bedrijf voldoet aan de energiebesparingsplicht. Minister Wiebes heeft 10 december 2020 de Kamer geïnformeerd over een verbreding van de energiebesparingsplicht, waardoor bedrijven ook andere CO2-reducerende maatregelen moeten nemen waarvan de terugverdientijd binnen de vijf jaar valt.
Deze wijziging wordt nog verder uitgewerkt en gaat in vanaf 2023. Huidige projecten Vanuit het Rijk loopt in 2020 de regeling versterkte uitvoering energiebesparings- en informatieplicht (VUE). Met de regeling krijgen bevoegd gezag en omgevingsdiensten externe capaciteit beschikbaar voor extra toezicht op de energiebesparings- en informatieplicht. Hiermee zijn in Zuidoost-Brabant ca 2.300 bedrijven aangeschreven die geen rapportage hebben ingediend voor de informatieplicht en gaan we 286 controles uitvoeren op de energiebesparingsplicht. Hiermee kunnen we een groot deel van de bedrijven die nog geen rapportage ingediend hebben aanschrijven. Met de rapportages krijgen we energieverbruiken inzichtelijk en welke maatregelen nog getroffen moeten worden. En krijgen we dus kwalitatief in beeld wat het besparingspotentieel is. Daarnaast kunnen we bij een beperkt aantal bedrijven controleren op de energiebesparingsplicht en dus energiebesparing realiseren. Naar verwachting zijn ca 6.100 bedrijven informatieplichtig, waarvan 3.114 bedrijven, ofwel 51%, een rapportage heeft ingediend, zie onderstaande tabel. Hiervan moeten 2.000
bedrijven de hoogste prioriteit krijgen voor wat betreft toezicht. Zij voldoen niet aan de energiebesparingsplicht: zij hebben één of meer erkende maatregelen (nog) niet uitgevoerd. Van die 2.000 bedrijven hebben er 222 meer dan de helft van de maatregelen (nog) niet uitgevoerd. Kentallen informatieplicht Zuidoost-Brabant (per 17-11-20) Totaal aantal informatieplichtige bedrijven (op basis van CBS gegevens 2018) Totaal aantal ingediende rapportages Totaal verbruik elektriciteit (kWh)1 Totaal verbruik gas (Nm3 AE)1 R1 hoogste prioriteit toezicht R2 nadere beoordeling R3 in principe voldaan Bron: Download eLoket RVO
6.105 3.114 1.211.375.811 116.743.477 2.000 730 384
64% 23% 12%
In 2021 wordt met Rijkssubsidie een tweede ronde van de VUE regeling uitgevoerd. In deze tweede ronde zetten we vooral in op controles en hercontroles op de energiebesparings- en informatieplicht. Daarnaast voert de ODOZB in opdracht van de gemeenten met gedeeltelijke financiering van de provincie een project uit gericht op toezicht op energiebesparing bij kantoren. In dit project worden ca 90 kantoorpanden gecontroleerd op de energiebesparingsplicht. We maken gebruik van de klimaatroute app. Door het inzetten van deze app kunnen we een inschatting maken van het CO2 reductie potentieel. Tot juli 2021 loopt een project gericht op integrale controles bij alle veehouderijen in Brabant. Hierbij wordt een top 4 van energiebesparende maatregelen uit de erkende maatregellijst besproken met de veehouder. Kosten Een volledige controle op energie aan de hand van de erkende maatregellijst kost ca 6-12 uur, ofwel €582- €1.164, afhankelijk van de complexiteit van het bedrijf. Daarnaast zal bij een deel van de controles een hercontrole nodig zijn om daadwerkelijk te kunnen toezien op het uitvoeren van maatregelen die nog getroffen moeten worden. Een hercontrole kan administratief of fysiek zijn en kost ca 1-4 uur, ofwel €97 - €388. Potentiële energiebesparing Eindhoven werkt sinds 2017 met de klimaatroute app.
Per bedrijf is de potentiële besparing gemiddeld 20.445 kWh, 2.816 m3 gas, ofwel totaal 14 ton CO2, ofwel 9,7% reductie op CO2 uitstoot. Op basis van 327 bedrijven is in Eindhoven per bedrijf ca 1,0 ton CO2 gereduceerd door besparing op elektra en 0,9 ton CO2 door besparing op gas door toepassing van de erkende maatregelen, in totaal per bedrijf 1,8 ton CO2. Vanuit Klimaatroute is een overzicht gemaakt op basis van 3.958 controles door het hele land, waaruit blijkt dat de gemiddelde potentiële CO2 reductie per controle 25 ton CO2 bedraagt.
1
Totaal verbruik van alle bedrijven in Zuidoost-Brabant die een rapportage hebben ingediend.
Volgens gemeente ’s Hertogenbosch hebben hun controles 15% energiebesparing opgeleverd (de achtergrond van deze data is niet bekend , het gaat waarschijnlijk om besparing op kWh en m3 gas). Volgens CE Delft is het besparingspotentieel op primaire energie op basis van de Wet Milieubeheer in de dienstensector 9-13% en bij de industrie (niet MJA bedrijven) 10-15%. Op basis van deze cijfers verwachten we dat de potentiële energiebesparing op primaire energie of op CO2 uitstoot 10% kan zijn. EED De EED Energie-audit is een verplichting die voortkomt uit de Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED). De energie-audit geeft een gedetailleerd overzicht van alle energiestromen binnen de onderneming. Ook geeft de audit inzicht in de mogelijke besparingsmaatregelen en de te verwachten effecten daarvan. Een onderneming is auditplichtig als het een grote onderneming is: • 250 fte of meer; of • een jaaromzet van meer dan € 50 miljoen én een jaarlijkse balanstotaal van meer dan € 43 miljoen. De EED gaat “dwars” door andere regelgeving van energie heen. Een bedrijf kan dus zowel onder de informatieplicht vallen als EED-plichtig zijn. Ook de combinatie vergunningplichtig en EED-plichtig kan voorkomen. Per 1 juli 2019 is de uitvoering van de energie-auditplicht (EED rapportages) overgegaan van de gemeenten en provincies naar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Het toezicht op het indienen van deze rapportages is daarmee ook een verantwoordelijkheid van RVO. De ODZOB kan deze rapportages downloaden via het eLoket van RVO. Een rapportage van een EED audit is kort gezegd uitsluitend een weergave van de energiestromen en de besparingsmogelijkheden binnen een bedrijf. Wettelijk gezien is een plan van uitvoering geen onderdeel van een EED-audit. Gemeentelijk of provinciaal toezicht op het besparen van energie bij bedrijven, zal moeten plaatsvinden via de regels uit het Activiteitenbesluit (bij type A en B inrichtingen) of de voorschriften uit de vergunning (type C inrichtingen). Voor toezichthouders is een EED rapportage vooral informatief ter voorbereiding op een controle. Een EED audit rapportage kan aanleiding zijn om via (maatwerk)voorschriften afspraken te maken met betrekking tot de termijn of wijze van uitvoering van een energiebesparende maatregel. Conclusies en aanbevelingen Met de huidige kennis schatten we in dat met het inzetten van wettelijke instrumenten (actualiseren vergunningen en toezicht op energiebesparing vanuit de wet milieubeheer) ca 10% energie bespaard kan worden bij bedrijven. De verwachting is dat we in de loop van 2021 meer inzicht krijgen in de potentiële besparing van toezicht op energiebesparing. Enerzijds vanwege het toezichtsproject bij kantoren waar we de klimaatroute app gebruiken.
Anderzijds omdat het Rijk opdracht heeft gegeven aan ECN/TNO om kentallen te ontwikkelen. Aanbevolen wordt om bij actualisaties van de vergunningen te beoordelen of ook actualisatie op het thema energie dient te gebeuren. In het in ontwikkeling zijnde Themaplan Energie staan aanbevelingen voor toezichtprojecten gericht op energiebesparing bij bedrijven.
Bijlage 2.2.2. Rapport VNO-NCW
1
Inleiding
Deze eindrapportage is bestemd voor de RES werkgroep besparing van de Metropoolregio Eindhoven en is onderdeel van het project “Verduurzaming bedrijventerreinen in de Metropoolregio Eindhoven”. VNO-NCW heeft samen met Ondernemerskontakt De Hurk, Stichting Bedrijventerreinen Helmond, Kempisch Ondernemersplatform en het Innovatiehuis de Peel een aanpak gedefinieerd voor de verduurzaming van bedrijventerreinen in de Metropoolregio Eindhoven. Gedurende het hele traject wordt nadrukkelijk de link gelegd met de RES. Zowel voor de RES als voor de bedrijventerreinen heeft dat een grote meerwaarde. Voor de RES omdat er input komt die gedragen wordt door het bedrijfsleven. Voor het bedrijfsleven omdat de aanpak die naar voren komt ook daadwerkelijk geborgd wordt in een regionale aanpak en uitvoeringsprogramma. Het plan van aanpak bestaat uit 4 onderdelen: 1. Het in beeld brengen van bestaande collectieve duurzaamheidsinitiatieven op bedrijventerreinen in Zuidoost-Brabant die deel uitmaken van de geografische scope van de verschillende samenwerkingspartners. 2. Het organiseren van vier kennisuitwisselingsbijeenkomsten over deze bestaande collectieve duurzaamheidsinitiatieven voor ondernemers met alle voor ons bekende parkmanagers/ c.q. secretarissen van ondernemersverenigingen in het MRE-gebied. 3.
Op drie bedrijventerreinen: de Hurk in Eindhoven, BZOB in Helmond en de Sleutel in Bladel wordt door middel van interviews met de betreffende parkmanagers en een koplopersgroep van ondernemers geïnventariseerd welke duurzaamheidsopgaven op het bedrijventerrein spelen. Per opgave wordt verkend op welke wijze deze het beste gerealiseerd zou kunnen worden. Per bedrijventerrein worden twee duurzaamheidsopgaven verkend. (in totaal zes). 4. Het borgen van de resultaten in de Regionale Energie Strategie 1.0. Note; bij het in beeld brengen van de bestaande initiatieven is, op basis van bestaande bronnen, ook een analyse gemaakt van de bedrijventerreinen. De analyse is echter geen doel op zich, maar een middel om een inzicht te geven bij het, samen met de bedrijven, bepalen van de duurzaamheidsopgaves. Voor een volgende fase, wanneer de verduurzamingsopgaves zijn gedefinieerd, zou vervolg onderzoek (b.v. naar de potentie van uitwisseling warmte of een verdieping op het besparingspotentieel) tot de aanbevelingen kunnen behoren.
Specifiek voor de RES De RES en het project van VNO-NCW hebben andere tijdlijnen. Daarnaast zijn niet alle onderdelen en deelvragen voor de RES van belang. Deze rapportage beoogt de zaken die voor de RES van belang zijn te filteren en ook aan te sluiten bij de tijdlijn van de RES.
2
Analyses van de bedrijventerreinen
De huidige situatie van 8 bedrijventerreinen is onderzocht. Het gaat om; De Hurk, GDC Acht, ESP, BZOB Helmond, Groot Schooten, Hoogeind, De Sleutel en het Kempisch Bedrijvenpark. Met deze diverse terreinen ontstaat er een goed totaalbeeld van de type terreinen in de Metropoolregio Eindhoven. Daarnaast zullen op 3 van deze terreinen ook daadwerkelijk de pilots georganiseerd gaan worden.
De belangrijkste conclusies uit de analyses -
-
Er is een enorme onbenutte potentie voor zonnedaken Een goede ondersteuningsstructuur is, met een lokale en sterke trekker (zoals in Helmond het geval is), geeft een voedingsbodem voor collectieve verduurzamingsprojecten Er ligt een uitdaging om ambities op bedrijventerreinen (b.v. De Hurk) te koppelen aan lokaal en regionaal beleid, zodat plannen daadwerkelijk kunnen worden georganiseerd en van de grond komen Er is een grote diversiteit aan lopende projecten wat uitwisseling van kennis noodzakelijk en kansrijk maakt
Algemeen valt nog te zeggen dat het dat het energiebesparingspotentieel op bedrijventerreinen 30% is (Bron: TNO)
Kansen duurzaamheidsopgaves geselecteerde bedrijventerreinen Op basis van de analyses kunnen we de volgende duurzaamheidsopgaves voor de 3 geselecteerde bedrijventerreinen ontdekken. Deze dienen als input voor de gesprekken met de bedrijventerreinen over de formulering van de duurzaamheidsopgaves - De Hurk: o Collectief PV o Warmtenet (ook naar aanleiding van de lokale interesse – plan HIP) o Uitwisseling reststromen o Smart mobility - BZOB: o Proceswaterfabriek o Uitwisseling reststromen door ontwikkelen en in de regio uitbreiden - De Sleutel: o Collectief PV o Uitwisseling reststromen o Klimaatadaptatie - Algemeen: o Besparing (ontzorgingsaanpak)
3
Archetypen
Op basis van bovenstaande analyses van de bedrijven terreinen en een bredere blik in de regio is een overzicht gemaakt van welke archetypen bedrijventerreinen er zijn wat grofweg de indeling in archetypes binnen de regio is. Archetype 1 Relatief klein, compact en modern bedrijventerrein, waar vooral technologische innovatieve bedrijven worden toegelaten en er dus sprake is van een hoogwaardige uitstraling. Vaak zitten kantoor en productie bij elkaar, hebben veel panden al een A label en is er sprake van sterke samenwerking en parkmanagement. Dan weer via het thematisch karakter (BIC of HTC) dan weer door verplicht parkmanagement afgedwongen (ESP of Park forum). Archetype 2
Bovenregionale grote bedrijventerreinen bestemd voor grootschalige industriële-, logistieke- en groothandelsbedrijven. Dit bedrijventerrein is ruim opgezet met brede wegprofielen en kent een minimale kavelgrootte van 1 ha. Voorbeelden zijn BZOB, Ekkersrijt-Oost en GDC Acht. Archetype 3 Oude bedrijventerreinen die in een periode van circa 60 jaar zijn gegroeid tot een gemengd bedrijventerrein waar alle mogelijke vormen van bedrijvigheid te vinden zijn. Van kleine kantoren met start-ups tot grote industriële categorie 5 bedrijven. Deze hebben vaak een verouderde infrastructuur, geen centrale parkeer voorzieningen en een “rommelige” uitstraling. Maar ook een grote potentie als het over kansen op circulariteit gaat. Er zijn voorbeelden van hele grote terreinen als De Hurk en Hoogeind en relatief kleine als De Sleutel in Bladel. In de praktijk komen er ook vaak mengvormen voor. In bijlage 3 is een overzicht gegeven van de bedrijventerreinen in de MRE en tot welk archetype ze behoren.
4
Randvoorwaarden
Wil een verduurzamingsaanpak een succes worden dan zal deze moeten voldoen aan een aantal kritische succesfactoren. Daarnaast moet de aanpak ook aansluiten bij de archetype bedrijventerrein.
Kritische succesfactoren Zowel in de totstandkoming van een verduurzamingsaanpak als in de uitvoeringsfase zijn er een aantal kritische succes factoren te onderscheiden: 1. De organisatiegraad van het bedrijventerrein. Een collectieve aanpak kan alleen succesvol zijn wanneer het bedrijventerrein goed georganiseerd is. Alleen dan is het bijvoorbeeld mogelijk om: a. met een vertegenwoordiger in gesprek te gaan die mandaat/draagvlak heeft b. op een goede en efficiënte manier met de bedrijven te communiceren 2. Het proces is maatwerk. Ga met de stakeholders in overleg en kom gezamenlijk tot een proces aanpak. Voorbeelden kunnen als inspiratie dienen, maar niet als blauwdruk 3. Gekoppeld daaraan is het zaak om aan te sluiten bij gezamenlijke uitdagingen en lopende trajecten op de bedrijventerreinen. Op deze manier wordt de aanpak herkenbaar, worden er geen trajecten naast elkaar georganiseerd die niet met elkaar communiceren en wordt het draagvlak vergroot omdat de aanpak aansluit bij uitdagingen waar de ondernemers voor staan. Vertaal overheidsvragen en beleid naar voor MKB’ers hanteerbare brokken, maak het vooral klein en simpel en communiceer in “hun taal” 4. Maak ondernemers mede eigenaar van het proces, maar ook van het uitvoeringstraject.
Wanneer ondernemers zich echt eigenaar voelen en het dus ook intrinsiek belangrijk vinden dat een aanpak slaagt zullen ze ook bereid zijn om energie te steken in de uitvoering en andere ondernemers te betrekken bij de aanpak. 5. Probeer duurzaamheidvraagstukken en innovatie altijd te vertalen naar verdienmodellen, zodat het voor ondernemers behapbaar en toepasbaar wordt. 6. Denk na over de ondernemers die je bij de totstandkoming van de aanpak en in de communicatie gedurende de uitvoering betrekt. a. werk met inspirerende praktijk voorbeelden toegelicht door ondernemers zelf b. zorg er voor dat de ondernemers die op de voorgrond worden gezet herkenbaar zijn voor de andere bedrijven (niet alleen het grootbedrijf)
c. zet niet altijd dezelfde bedrijven op het podium d. en bekijk van te voren welke ondernemers een bepaald aanzien hebben. Daarbij verdient het de aanbeveling om directeur eigenaren te betrekken die besluiten kunnen nemen en een eigen pand hebben. 7. Betrek de omgevingsdienst bij de uitvoering. Op deze manier is ‘de stok’ niet alleen een loos ‘dreigement’, maar wordt er ook echt gehandhaafd bij partijen die geen stappen zetten. Belangrijk is dat het geen chantage wordt, maar dat wel duidelijk is dat het niet vrijblijvend is om te verduurzamen. In Oss is hier een goed voorbeeld van. 8. Kijk of je collectieve afspraken met bedrijventerreinen of branches kunt maken tav energietransitie, duurzaamheid, handhaving en ontwikkelen van activiteiten. Daarbij verplicht het collectief zich tot een gezamenlijke prestatie en meet je niet de individuele bedrijven maar het totale per saldo resultaat. Goede voorbeelden hiervan zijn: a. RVO heeft collectieve afspraken met bepaalde branches (o.a. Koel- en Vrieshuizen). b. Op de TU/e is er een omgevingsvergunning voor de gehele campus welke collectief wordt beheert 9. Maak een duidelijk budget (of fonds zie het Helmondse model) wat ruim genoeg is om ook echt invulling te geven aan de projecten die in de aanpak worden benoemd. Hierdoor voorkom je dat er in de looptijd van de aanpak met enige regelmaat extra budget moet worden opgehaald. 10.
Denk na over de financiering op de lange termijn. Hoe zorg je er voor dat een aanpak na 3 jaar niet stilvalt omdat dan het budget op is. Er zijn bijvoorbeeld mogelijkheden om bedrijven via lidmaatschap te laten zorgen voor een continue inkomsten stroom. In Utrecht hebben ze daar ervaring mee. Het Energie Collectief Utrechtse Bedrijven (ECUB) heeft ook een handleiding geschreven vanuit hun aanpak 11. Reserveer voldoende tijd en voldoende middelen voor de proceskosten. Zowel voor het proces om tot de aanpak te komen als voor de uitvoering. Er gaat heel veel tijd zitten om alle partijen op een lijn te krijgen en om als een goede aanjager te fungeren. 12. Uiteindelijk gaat het ook om de personen die dit proces begeleiden, zowel in de totstandkoming van een aanpak als in de uitvoering. Er moet iemand zijn die de partijen weet te verbinden, die het vertrouwen heeft van alle partijen, die op de hoogte is van alle gevoeligheden en daar op kan inspelen, die als het project even stilvalt er weer nieuwe energie in brengt en iemand die partijen aanspreekt op hun verantwoordelijkheden en ook praktisch de vergaderingen inplant e.d. Een enthousiaste aanjager. Zonder zo’n spil in het web is de kans aanwezig dat een project gaat zwemmen en dat het proces stilvalt.
Randvoorwaarden per archetype Per archetype gelden veelal dezelfde randvoorwaarden. Daarnaast is een verduurzamingsaanpak op een bedrijventerrein, ongeacht de archetype, altijd maatwerk. Voor de nieuwere bedrijventerreinen geldt over het algemeen wel dat parkmanagement beter georganiseerd is en deze randvoorwaarde dus minder aandacht behoeft. Daarnaast zal op oudere terreinen het ‘besparingspotentieel’ hoger zijn, wat weer invloed heeft op de duurzaamheidsopgaves die te definiëren zijn. Het verdient een aanbeveling om bij het definiëren van de aanpak goed de randvoorwaarden voor het betreffende terrein in kaart te brengen en daar de aanpak, en het traject om te komen tot een aanpak, op aan te passen.
5
Advies aan de RES
De in het vorige punt gestelde voorwaarden gaan over het niveau van het bedrijventerrein. Op een hogere schaal, bijvoorbeeld op het niveau van de RES, zijn er ook voorwaarden om een
verduurzamingsaanpak goed kunnen laten landen. Wat is er nodig om op voorhand geregeld te hebben om de kans te vergroten dat een aanpak een succes wordt? Hoe kunnen bedrijven gefaciliteerd worden bij het verduurzamen? En wat kan vanuit de RES opgezet worden dat het voor bedrijven gemakkelijker maakt om met duurzaamheid aan de slag te gaan? Dit stuk wordt nog aangepast naar aanleiding van de kennisbijeenkomsten in april. Op de kennisbijeenkomst komen in ieder geval de onderstaande vragen aan de orde (verkenningsagenda). Met en input op deze vragen wordt het advies aan de RES uitgewerkt - Wat zou de rol van de overheid moeten zijn om de verduurzaming op bedrijventerreinen te versnellen? o Zowel op het niveau van de bedrijven als op het niveau van de bedrijventerreinen o Regievoering of faciliterend? o Wat kan vanuit de RES/regio opgezet worden dat het voor bedrijven gemakkelijker maakt om met duurzaamheid aan de slag te gaan? - Wet- en regelgeving o Wat zijn nu de belemmeringen? o En hoe zou wet- en regelgeving tot versnelling kunnen leiden? - Welke belemmeringen ervaren bedrijven bij het nemen van verduurzamingsmaatregelen? En waar zou een aanpak aan moeten voldoen om deze belemmeringen weg te nemen? - Op welke facetten zouden bedrijven willen samenwerken bij het verduurzamen van hun bedrijf of het bedrijventerrein? Aantekeningen tbv invullen hoofdstuk - Er dient een vorm van
interne afstemming te komen tussen mensen binnen de lokale overheid verantwoordelijk voor de RES (duurzaamheid), Economisch Beleid en Bedrijventerreinen planning.
Bijlage 1 – achtergrond overzichten stakeholders • • • • • • • • • • • • • • • •
Bedrijven Brancheverenigingen Park management VNO-NCW BOM Provincie Gemeenten ODZOB Evt. opdrachtgevers Adviseurs / KAM QSEH manager Installateurs Bouwers Bank Pandeigenaren / verhuurders Moederbedrijf / holding (al dan niet internationaal) Werknemers
Behoeften • • • • • • • • •
Meer duidelijkheid in wet en regelgeving Zekerheid / niet elk jaar weer andere regels (Inzicht in) financiële middelen en mogelijkheden (Onafhankelijke) technische informatie + rendement + alle kosten Geen bureaucratische rapportagestromen (papierwerk) Incentives voor duurzaamheid → bijv product beter kunnen verkopen / aanbesteding criteria Overheid als grote opdrachtgever als aanjager van duurzaamheid (inkoop criteria) Oplossing voor dilemma verduurzamen pand waar je geen eigenaar bent (financieel/juridisch) Oplossing voor dilemma verduurzamen pand waar moederbedrijf geen belang ziet in verduurzaming (vooral juridisch)
Belemmeringen • • •
•
• •
Zelf geen eigenaar pand Zelf geen zeggenschap over pand (heeft bijv. moederbedrijf) Te weinig tijd / geen prio → bij MKB bedrijven is er vaak niemand die zich specifiek met duurzaamheid bezig houdt. Komt er dus bij en is een van de vele randzaken, die waarschijnlijk weinig prio krijgt. Weet niet hoe → onvoldoende specifieke kennis in bedrijf en onvoldoende duidelijk hoe je aan de juiste kennis komt → bijv door bomen het bos niet meer zien of niet weten wie je moet geloven. → ook niet weten wat alle mogelijkheden zijn om te verduurzamen Financiën: Kost veel te veel of levert te weinig op Technisch onhaalbaar → bijv dak onvoldoende draagkracht
•
• •
Gemeente werkt niet mee → vergunningen geven onvoldoende ruimte voor vernieuwing of regelgeving werkt belemmerend Geen zekerheid over toekomst → moeilijk investeren in een pand waarvan je niet weet hoe lang je er zit en onzekerheid over veranderende wetgeving en subsidies Onduidelijke en wisselende regelgeving
Middelen • • • • • • • • • • • •
Handhaving Subsidie Lening BTW teruggave (fiscaal) Gezamenlijke aanpak / samenwerking / green deal Informatie- en kennisdeling Ontzorging Versimpelen wetgeving en/of hier voor langere tijd zekerheid over geven Innovatie Gedragscampagne Inkoop criteria vanuit de overheid (aanbestedingen) Prestatie afspraken maken met bijvoorbeeld woningcorporaties (grote vragende partij in de bouw)
Kansen • • • • •
Business cases verduurzaming verbeteren Duurzaam imago, reclame, nieuwswaarde Hoger comfort voor medewerkers Streepje voor bij aanbestedingen/opdrachtgevers Stijging productwaarde
Bijlage 2 – Foto’s van de bedrijventerreinen Ten behoeve van onderstaande analyses van de terreinen zijn de volgende bronnen gebruikt: - Kennis beschikbaar bij de Parkmanagementorganisaties en VNO-NCW - STEC rapportages – gemaakt in opdracht van enkele gemeentes - http://stec.nl/ - Kaartmateriaal Provincie Noord-Brabant https://publicaties.brabant.nl/bedrijventerreinen/digitale-kaarten/
De Hurk (Hurk Industrie Park – HIP) opgericht 1955 Korte beschrijving: Gemengd industrieterrein, bereikbaar via de weg en water, geen spoor Heeft een bestuur en Parkmanagement, de meeste bedrijven, van in totaal 130, zijn lid. De kern kent zware industrie deels high tech (NTS, Frencken), daarom heen in cirkels groothandel (Sligro, Hanos enz) en kantoren. Naast duurzaamheid (ontharden en vergroenen) is men druk bezig met een onderzoek naar de mogelijkheden van een ondernemersfonds. NTS is bezig in het centrum te revitaliseren via een campus waar alle bedrijven gaan komen. Zuidflank Croy veranderd door vertrek High Tech bedrijf KMWE naar BIC. Op de Hurk is al een aanpak geformuleerd ‘Gebiedsontwikkeling Hurk Industry Park’ welke op dit moment onvoldoende van de grond komt. Plaats op de levenscyclus* Fase 2 Schaal: - Aantal aansluitingen middelgrote en grootverbruikers (informatieplicht)– 190 - Totaal aantal aansluitingen – 470 (over +/- 300 bedrijven) - Aandeel van aantal middelgrote en grootverbruikers tov alle verbruikers - 40% - % elektriciteit tbv middelgrote en grootverbruikers - 96% - % aardgas tbv middelgrote en grootverbruikers - 94% - Totale omvang 212 ha - 15.000 arbeidsplaatsen - Zeer wisselende schaal van NTS en VDL tot start-ups en zzp’ers in plan B complex.
Milieucategorie: 5 Lopende en gerealiseerde projecten: - Glasvezel - Terreinconciërge - Beveiliging - Voorheen personeelspunt, werkboulevard. - Duurzaamheidscans met de Rabobank Zonnestroom op dak: (in 1.000 kWh) - Zonnestroom - gerealiseerd op dak - 1.186 - Zonnestroom - aangevraagd op dak - 3.024 - Totale potentie op basis van beschikbaar dakoppervlak - 34.850 - Zonnestroom – onbenut - 31.826 - Percentage zonnestroom - onbenut: 91% van totale dakpotentie - Totale leverantie elektriciteit - 115.018
-
Resterende leverantie elektriciteit wanneer alle potentie benut - 80.168 (70%)
Ambities: Ontzorgen ondernemers bij aanpak volgende thema’s: - Een PV collectief - Warmtenet - Aanpassen van de openbare ruimte (ontstening, vergroening, renovatie riool) - Centraal parkeren - Communicatie - Een ondernemingsfonds a la Helmond - Projecten van individuele bedrijven zoals WKO van Sligro Rond de eerste 4 thema’s zijn werkgroepen (PV, warmte, openbare ruimte, parkeren) Bedrijventerrein met potentie voor industriële symbiose en recycling**: Ja Verdeling grondgebruik binnen bedrijventerrein in ha: (klimaatadaptatie) - Oppervlakte verhard - 169 o waarvan bebouwd - 84 o waarvan bestraat - 85 - Oppervlakte groen - 9 - Oppervlakte overig - 34 - Totaal bruto oppervlakte – 212 - Percentage onverhard – 20% - Hittestress maatregelen genomen - gepland Opgave waterbeheer (in m3) - Regenwater dat op verhard oppervlak valt bij piekbui (60 mm per uur) - 50.211 - Regenwater dat op verhard oppervlak valt bij gemiddelde regenval (807 mm per jaar) 675.336 * Toelichting faseringlevenscyclus volgens STEC Fase I Hoge (economische) waarde. Geen/nauwelijks veroudering. Alleen lichte ingrepen zoals face lift en (duurzaam) beheer. Fase II Veroudering merkbaar. Ingrepen variëren van revitalisering tot zware revitalisering. NE-potentie kan worden gebruikt voor prioritering. Fase III Zwaar verouderd. Zeer zware ingrepen (herprofilering) nodig om functie te behouden.
Functiewijziging en transformatie zijn voor sommige locaties realistisch. ** Uit analyses blijkt dat sommige bedrijventerreinen om verschillende redenen veel potentie hebben. Bijvoorbeeld door omvang (beschikbaar) plangebied, type bedrijvigheid, ruimtegebruik, bereikbaarheid, milieuruimte, bebouwingsvormen, ligging t.o.v. bebouwde omgeving etc. De Provincie Noord-Brabant noemt dit “grote oogst” terreinen.
GDC Acht opgericht 1990 (Acht Noord in 2015) Korte beschrijving: Gemengd met een sterke focus op grootschalige logistiek en een aantal grote high tech bedrijven (VDL/ETG, FEI, Panalytical). Sommige bedrijven combineren logistiek met VAL en VAS (Scherpenhuizen). Bereikbaar via de weg en spoor (railterminal Van Rooijen) Heeft een bestuur en parkmanagement, meeste bedrijven van Acht Zuid zijn lid (30 zijn lid). Variatie van 600 personeelsleden (Van Rooijen) tot circa 50. Weinig kleine MKB’ers. Acht Noord: Veel nieuwe landelijke ketens die zich niet verbinden aan een lokale ondernemersvereniging. 50% freeriders zoals grote pakketbedrijven DHL, CEVA, Ossur enz. Wel lid zijn de private grondeigenaren De Mispelaar en Geva. Ruim opgezet met brede wegen, parkeren langs openbare weg wordt streng aangepakt.
Plaats op de levenscyclus Fase 1 Schaal: - Aantal aansluitingen middelgrote en grootverbruikers (informatieplicht)– 45 - Totaal aantal aansluitingen – 60 - Aandeel van aantal middelgrote en grootverbruikers tov alle verbruikers - 75% - % elektriciteit tbv middelgrote en grootverbruikers - 100% - % aardgas tbv middelgrote en grootverbruikers - 99% - Totale omvang 195 ha Milieucategorie: 4 Lopende en gerealiseerde projecten - Rail Terminal Eindhoven (RTE eigenaar Van Rooijen) - Glasvezel - Terreinconciërge - Camerabeveiliging - KVO keurmerk veilig ondernemen. - Dag van de Logistiek Zonnestroom op dak: (in 1.000 kWh) - Zonnestroom - gerealiseerd op dak - ? - Zonnestroom - aangevraagd op dak - 3.242 - Totale potentie op basis van beschikbaar dakoppervlak – 35.695 - Zonnestroom – onbenut – 32.453 - Percentage zonnestroom - onbenut: 91% van totale dakpotentie - Totale leverantie elektriciteit – 57.492 - Resterende leverantie elektriciteit wanneer alle potentie benut – 21.797 (37%) Ambities: Logistieke Community Brabant ambities - big data (minder vervoersbewegingen, efficiënter werken, smart mobilty, voorbeelden Viggo en exportcollectief Tilburg-Polen) - beter benutten infrastructuur - kennisvalorisatie met hbo en wo Werkgroepen op gebied van Logitieke Community Brabant (begon op Acht, wordt steeds meer branchebreed).
Bedreigingen: - Grootste bedreiging: aantrekkende verkeersbewegingen: economische groei, Westfield, BIC, de Challengevariant (Komst Cure: 80.000 bewegingen extra per jaar). Huidige infrastructuur kan groei niet aan. - Tweede zorg: illegale stort door Oost-Europese chauffeurs. Bedrijventerrein met potentie voor industriële symbiose en recycling*: Ja Verdeling grondgebruik binnen bedrijventerrein in ha: (klimaatadaptatie) - Oppervlakte verhard - 56 o waarvan bebouwd - 25 o waarvan bestraat - 31 - Oppervlakte groen – 12
-
Oppervlakte planvoorraad - 18 Oppervlakte overig - 9 Totaal bruto oppervlakte – 95 Percentage onverhard – 41% Hittestressmaatregelen genomen - nee
Opgave waterbeheer (in m3) - Regenwater dat op verhard oppervlak valt bij piekbui (60 mm per uur) - 36.637 - Regenwater dat op verhard oppervlak valt bij gemiddelde regenval (807 mm per jaar) 492.768
ESP opgericht 2002 Korte beschrijving: Vrij klein en zeer modern terrein. Gemengd maar met een stevig deel High Tech en metaal (SIOUX, AMB, IBS). Is een zeer groen terrein met parkeerverbod, centraal parkeren of op bedrijfsperceel zelf. Hard parkeerverbod, verkeersluw, 3 meter groenstrook zorgt voor een hoogwaardige uitstraling. Wel problemen met maar een uitweg en verkeer dat via Ekkersrijt naar de A2 wil. Via een kettingbeding moeten alle grondgebruikers verplicht meebetalen aan collectieve voorzieningen. Geen verplicht lidmaatschap. Parkmanagement heeft sterke positie. Plaats op de levenscyclus Fase 1 Schaal: - Aantal aansluitingen middelgrote en grootverbruikers (informatieplicht)– 25 - Totaal aantal aansluitingen – 75 - Aandeel van aantal middelgrote en grootverbruikers tov alle verbruikers - 33% - % elektriciteit tbv middelgrote en grootverbruikers - 92% - % aardgas tbv middelgrote en grootverbruikers - 74% - Totale omvang 20 ha - met plannen uitbreiding ESP Noord Milieucategorie: 4 Lopende en gerealiseerde projecten: - Glasvezel - Geen verplicht lidmaatschap - wel via een kettingbeding verplichte afname van de producten van de ondernemersvereniging. Dus geen freeriders. - Camerabeveiliging - Ontwikkeling eigen parkeerterrein - KVO keurmerk veilig ondernemen.
- Experience Center SIOUX Zonnestroom op dak: (in 1.000 kWh) - Zonnestroom - gerealiseerd op dak - ? - Zonnestroom - aangevraagd op dak - ? - Totale potentie op basis van beschikbaar dakoppervlak – 3.119 - Zonnestroom – onbenut – ? - Percentage zonnestroom - onbenut: ? - Totale leverantie elektriciteit – 10.700 - Resterende leverantie elektriciteit wanneer alle potentie benut – 71%
Ambities: Plan ESP Next Level de plannen zijn: - Smart mobility, nieuwe vervoersconcepten, - Veiligheid, guidance systeem op terrein en naar parkeerterrein - Green Space Center/ Vitaliteit medewerkers - Uitbreiding ESP Noord met eigen uitweg. Zie hieronder. - Mogelijke CV collectief en gebruik restwarmte en reststromen. Via project ESP Next Level een projectgroep. Komt waarschijnlijk een splitsing in branding (mobiliteit, veiligheid, Green center) en bereikbaarheid infrastructuur. Bedreigingen: Esp Zuid zit vol, er is nauwelijks of geen leegstand. Voor Esp, Ekkersrijt en de gemeente Son en Breugel is een extra ontsluiting op de A50 een absolute must. Dit i.c.m. de ontwikkeling van Esp Noord en de aanleg van de “Bavariaweg”. Bedrijventerrein met potentie voor industriële symbiose en recycling*: Nee Verdeling grondgebruik binnen bedrijventerrein in ha: (klimaatadaptatie) - Oppervlakte verhard - 16 o waarvan bebouwd - 9 o waarvan bestraat - 7 - Oppervlakte groen – 1 - Oppervlakte planvoorraad - 0 - Oppervlakte overig - 3 - Totaal bruto oppervlakte – 20 - Percentage onverhard – 21% - Hittestressmaatregelen genomen - nee Opgave waterbeheer (in m3) - Regenwater dat op verhard oppervlak valt bij piekbui (60 mm per uur) - 5.437 - Regenwater dat op verhard oppervlak valt bij gemiddelde regenval (807 mm per jaar) 73.121
BZOB Helmond opgericht 1995 Kort beschrijving: Bovenregionaal industrieterrein, met grootschalige industrie (o.a. Food), logistiek en groothandelsbedrijven. Ruim opgezet met brede wegen en kavels van ten minste 1 ha. Uitweg richting A67 en N279 via een weg met snelrotondes. Geen spoor, maar wel een kadefaciliteit zonder Barge terminal. Schaal: - Aantal aansluitingen middelgrote en grootverbruikers (informatieplicht)– 50 - Totaal aantal aansluitingen – 55 - Aandeel van aantal middelgrote en grootverbruikers tov alle verbruikers - 91% - % elektriciteit tbv middelgrote en grootverbruikers - 100% - % aardgas tbv middelgrote en grootverbruikers - 100% - Totale omvang 180 ha - op dit moment 9 ha uitgeefbaar. Milieucategorie: 5 Lopende en gerealiseerde projecten:
De samenwerking via SBH is zodanig georganiseerd dat vele initiatieven op alle Helmondse industrieterreinen van toepassing zijn. Onderstaande projecten zijn ook van toepassing op Groot Schooten en Hoogeind. -
Parkmanagement via Stichting Bedrijventerreinen Helmond (SBH) gefinancierd door een ondernemersfonds (via een opslag op de OZB) heeft een sterke positie. Glasvezel Cameratoezicht KVO keurmerk en koepel met acties Schoon en Veilig via meldpunten bij SBH en Stadswacht. Indusym - online reststromenplatform voor alle industrieterreinen. Zoeken naar matches voor hergebruik voor een meer circulaire economie. Mobiliteit Bravo Flexbus aanpak voor alle industrieterreinen Zonnig Helmond - De Peel (bv) Zonnepanelen op bedrijfsdaken met een potentieel van 10 ha pv-installaties. Doen 30 bedrijven mee mede met gebruik van een SDE subsidie. Verbinding met Helmond Energie Convenant, zoals Aardgasvrij Helmond daarbij vooral voorlichten en adviseren.
Zonnestroom op dak: (in 1.000 kWh) - Zonnestroom - gerealiseerd op dak - 204 - Zonnestroom - aangevraagd op dak – 5.095 - Totale potentie op basis van beschikbaar dakoppervlak – 30.890 - Zonnestroom – onbenut – 25.795 - Percentage zonnestroom - onbenut: 84% - Totale leverantie elektriciteit – 106.247 - Resterende leverantie elektriciteit wanneer alle potentie benut – 75.357 (71%) Ambities: De Proceswaterfabriek gericht op hergebruik van afvalwater als industriewater (mogelijk op termijn ook drinkwater). Er is een algemene werkgroep van ondernemers voor alle thema’s. Bedrijventerrein met potentie voor industriële symbiose en recycling*: JA Verdeling grondgebruik binnen bedrijventerrein in ha: (klimaatadaptatie) - Oppervlakte verhard - 132 o waarvan bebouwd - 58 o waarvan bestraat - 74 - Oppervlakte groen – 21 - Oppervlakte planvoorraad - 15 - Oppervlakte overig – 12 - Totaal bruto oppervlakte – 180 - Percentage onverhard – 27% - Hittestressmaatregelen genomen - nee Opgave waterbeheer (in m3) - Regenwater dat op verhard oppervlak valt bij piekbui (60 mm per uur) - 34.781 - Regenwater dat op verhard oppervlak valt bij gemiddelde regenval (807 mm per jaar) 467.802
Groot Schooten opgericht 1982 Korte beschrijving: Hoogwaardig modern opgezet businesspark, grenzend aan de Automotive Campus. Gericht op hoogwaardige industrie en kantoorvoorzieningen. Parkeren is alleen op eigen terrein van bedrijven toegestaan. Er zijn grote bedrijven als Kuijpers in de buurt van de Automotive Campus. Geen spoor- en waterontsluiting wel dicht bij de A270. Schaal: - Aantal aansluitingen middelgrote en grootverbruikers (informatieplicht)– 10 - Totaal aantal aansluitingen – 35 - Aandeel van aantal middelgrote en grootverbruikers tov alle verbruikers - 29% - % elektriciteit tbv middelgrote en grootverbruikers - 92% - % aardgas tbv middelgrote en grootverbruikers - 65% - Totale omvang 37,4 ha - op dit moment 3,5 ha uitgeefbaar. Milieucategorie: 5 Lopende en gerealiseerde projecten: - Zie opsomming BZOB - e-Quest - verwarming via waterpomp en koeloplossing via buitenlucht voor datasystemen Zonnestroom op dak: (in 1.000 kWh) - Zonnestroom - gerealiseerd op dak - 51 - Zonnestroom - aangevraagd op dak – 51 - Totale potentie op basis van beschikbaar dakoppervlak – 2.740 - Zonnestroom – onbenut – 2.688 - Percentage zonnestroom - onbenut: 98% - Totale leverantie elektriciteit – ? - Resterende leverantie elektriciteit wanneer alle potentie benut – ? Ambities - Eigen warmtenet en WKO systeem Er is een algemene werkgroep van ondernemers voor alle thema’s.
Bedrijventerrein met potentie voor industriële symbiose en recycling*: Nee Verdeling grondgebruik binnen bedrijventerrein in ha: (klimaatadaptatie) - Oppervlakte verhard - 24 o waarvan bebouwd - 9 o waarvan bestraat - 16 - Oppervlakte groen – 7 - Oppervlakte planvoorraad - 11 - Oppervlakte overig – 8 - Totaal bruto oppervlakte – 51 - Percentage onverhard – 52% - Hittestressmaatregelen genomen - nee Opgave waterbeheer (in m3) - Regenwater dat op verhard oppervlak valt bij piekbui (60 mm per uur) - 3.742 - Regenwater dat op verhard oppervlak valt bij gemiddelde regenval (807 mm per jaar) 50.333
Hoogeind opgericht 1952 Korte beschrijving: In ruim zestig jaar gegroeid tot een sterk gemengd industrieterrein. Wisselend gebruik als een woonboulevard (noordzijde), grootschalige detailhandel (Sligro enz), grote logistieke bedrijven als Van den Broek Logistics en hightechbedrijven als AAE en Huijbregts Groep. Tussen Hoogeind en BZOB ligt De Weijer met onder andere een autoboulevard. Wel dicht bij treinstation maar niet meteen inzetbaar voor goederen vervoer, A67 en A270 relatief dichtbij. Wel een kadefaciliteit, maar geen Barge terminal. Schaal: - Aantal aansluitingen middelgrote en grootverbruikers (informatieplicht)– 170 - Totaal aantal aansluitingen – 610 - Aandeel van aantal middelgrote en grootverbruikers tov alle verbruikers - 28% - % elektriciteit tbv middelgrote en grootverbruikers - 96% - % aardgas tbv middelgrote en grootverbruikers - 92% - Totale omvang 311 ha - op dit moment 1,7 ha uitgeefbaar. Milieucategorie: 4 Lopende en gerealiseerde projecten: - Zie opsomming BZOB - camerabewaking deels operationeel, deels in ontwikkeling.
Zonnestroom op dak: (in 1.000 kWh) - Zonnestroom - gerealiseerd op dak - ? - Zonnestroom - aangevraagd op dak – 2.623 - Totale potentie op basis van beschikbaar dakoppervlak – 41.064 - Zonnestroom – onbenut – 38.442 - Percentage zonnestroom - onbenut: 94% - Totale leverantie elektriciteit – 141.213 - Resterende leverantie elektriciteit wanneer alle potentie benut – 100.149 (71%) Ambities Er is een algemene werkgroep van ondernemers voor alle thema’s. Bedrijventerrein met potentie voor industriële symbiose en recycling*: Ja Verdeling grondgebruik binnen bedrijventerrein in ha: (klimaatadaptatie) - Oppervlakte verhard - 241 o waarvan bebouwd - 83 o waarvan bestraat - 158 - Oppervlakte groen – 35 - Oppervlakte planvoorraad - 2 - Oppervlakte overig – 33 - Totaal bruto oppervlakte – 312 - Percentage onverhard – 23% - Hittestressmaatregelen genomen - nee Opgave waterbeheer (in m3) - Regenwater dat op verhard oppervlak valt bij piekbui (60 mm per uur) - 49.548 - Regenwater dat op verhard oppervlak valt bij gemiddelde regenval (807 mm per jaar) 666.419
De Sleutel Bladel opgericht 1960 Korte beschrijving: Gemengd bedrijventerrein, voor zowel kleinschalige als grotere bedrijven. De Sleutel is een belangrijke economische pijler voor gemeente Bladel. Het vertegenwoordigt zowel (direct als indirect) een kwart van alle banen in de gemeente. In de provincie Noord-Brabant behoort het terrein zelfs tot de top 40 van grootste terreinen op basis van werkgelegenheid. Het onroerend goed op De Sleutel vertegenwoordigt een vastgoedwaarde van grofweg € 225 miljoen (2018). De Sleutel telt 184 vestigingen. Het bedrijventerrein is voor het laatst in de jaren ’90 grootschalig gerevitaliseerd. Het terrein dreigt af te glijden en de bereikbaarheid staat onder druk. De Sleutel is onlangs (kleinschalig) gerevitaliseerd met o.a. een scheiding van wegen en fietspaden, alsmede een tweede uitweg. Geen spoor of waterweg, er zijn plannen voor onderhoud en betere bereikbaarheid van de N284. Er is Parkmanagement en een ondernemersvereniging OBGB met 300 leden en 90% participatiegraad.
Plaats op de levenscyclus Fase 1 Schaal: - Aantal aansluitingen middelgrote en grootverbruikers (informatieplicht)– 60 - Totaal aantal aansluitingen – 260 (184 bedrijven) - Aandeel van aantal middelgrote en grootverbruikers tov alle verbruikers - 23% - % elektriciteit tbv middelgrote en grootverbruikers - 90% - % aardgas tbv middelgrote en grootverbruikers - 72% - Totale omvang 73 ha - niets uitgeefbaar. Milieucategorie: 4.2 Lopende en gerealiseerde projecten: - KIA Kempische Industrie Agenda. Voor meer industrieterreinen: o Bereikbaarheid fysiek en digitaal. Aanpak minder autogebruik en parkeerbeleid. o Samenwerking Parkmanagement via OBGB meer samenwerking met Kempisch BedrijvenPark. o Personeel o Vestigingsklimaat Upgrade De Sleutel, Beeldkwaliteitsplan - Duurzaamheid o Inzet GPR tool. Software die toekomstbestendigheid van gebouwen zichtbaar maakt. o 2 B connect. Biodiversiteit op industrieterrein (Interreg project) o Waterbestendig industrieterrein. (nav calamiteit mei 2018) o KVO veiligheid en uitstraling. o Gezamenlijk inkoop en afvalhandeling. o Collectieve energie inkoop (en ook PV-installaties) Zonnestroom op dak: (in 1.000 kWh) - Zonnestroom - gerealiseerd op dak - ? - Zonnestroom - aangevraagd op dak – 618 - Totale potentie op basis van beschikbaar dakoppervlak – 14.702 - Zonnestroom – onbenut – 14.083 - Percentage zonnestroom - onbenut: 96%
-
Totale leverantie elektriciteit – 22.964 Resterende leverantie elektriciteit wanneer alle potentie benut – 8.262 (36%)
Ambities: - Bladel in haar geheel wil in 2025 energieneutraal zijn. Werkgroep in oprichting omtrent collectief energie opwekken (UV Panelen) Zeker groepen rond veiligheid/KVO, beheer en onderhoud en communicatie. Bedrijventerrein met potentie voor industriële symbiose en recycling*: Ja Verdeling grondgebruik binnen bedrijventerrein in ha: (klimaatadaptatie) - Oppervlakte verhard - 67 o waarvan bebouwd - 33 o waarvan bestraat - 34 - Oppervlakte groen – 1 - Oppervlakte planvoorraad - 0 - Oppervlakte overig – 5 - Totaal bruto oppervlakte – 73 - Percentage onverhard – 8% - Hittestressmaatregelen genomen - nee Opgave waterbeheer (in m3) - Regenwater dat op verhard oppervlak valt bij piekbui (60 mm per uur) - 19.371 - Regenwater dat op verhard oppervlak valt bij gemiddelde regenval (807 mm per jaar) 260.536