CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - IHP 2025-2040 Eindhoven

Raadsvergadering 25 februari 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Integraal Huisvestingsplan Eindhoven 2025 204023.237 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Doornakkers

BoschAkker (nev enlocatie)

Uitbreiding

Nieuw bouw (eigendom!), o.b.v . tekort Boschakker

Nee

Halv e Maan

De Schakel (hoofd- & nev enlocatie)

Nieuw bouw

Nieuw bouw (clustering)

Nee

Putten

Beppino Sarto

Renov atie

Renov atie i.c.m. nieuw bouw (fasering)

Nee

Erp

t Palet

Uitbreiding

Uitbreiding (uitzondering)

Nee

-

School Centrum (locatie 2)

Nieuw bouw

Verkenning uitbreiding Centrum (deelproject PO3)

Nee

Oud-Strijp

SALTO Basisschool De Bergen

Nieuw bouw

Nieuw bouw incl. uitbreiding Centrum

De Laak

SALTO Basisschool Reigerlaan

Renov atie

Renov atie incl. uitbreiding Centrum (faseren)

-

School Centrum (locatie 3)

Nieuw bouw

Verkenning uitbreiding Centrum (deelproject PO4)

Dommelbeemd

OBS De Groene Vlinder

Nieuw bouw

Nieuw bouw

Aanschot

Mytylschool

Nieuw bouw

Nieuw bouw (Toledocampus)

Aanschot

SALTO Basisschool De Ontmoeting

Nieuw bouw

Nieuw bouw

Aanschot

De Schelp

Nieuw bouw

Nieuw bouw

Erp

Atalanta

Nieuw bouw

Nieuw bouw

Dommelbeemd

De Handreiking

Nieuw bouw

Nieuw bouw

Oud-Woensel

SALTO Jenaplanschool De Driestam

Uitbreiding

Uitbreiding (v erkenning i.c.m. Fellenoord)

Aanschot

De Taalbrug

Nieuw bouw

Nieuw bouw (Toledocampus)

Rozenknopje

SALTO school Jan Nieuw enhuizen

Nieuw bouw

Nieuw bouw SBO Zuid plan

Aanschot

SALTO school De Tempel

Nieuw bouw

Nieuw bouw

Oud-Tongelre

De Boog

Uitbreiding

Uitbreiding (v erkennen v erzorgingsgebied)

-

EOA-onderw ijs (beide locaties)

Nieuw bouw

Nieuw bouw (permanente huisv esting?)

Kortonjo

De Talisman

Renov atie

Renov atie incl uitbreiding (integraal ontw erp; faseren)

-

Uitbreiding capaciteit v oortgezet onderw ijs

Uitbreiding

Uitbreiding v erspreid ov er VO locaties; 4000 m2 bv o

Oud-Woensel

Fellenoord

Nieuw bouw

Nieuw bouw (v erkenning i.c.m. Driestam & De Wereldw ijzer)

Erp

De Wereldw ijzer (Pastoriestraat)

Nieuw bouw

Nieuw bouw (v erkenning i.c.m. Fellenoord, BVO n.t.b.)

Putten

De Reis v an Brandaan

Nieuw bouw

Nieuw bouw SBO Zuid plan

Aanschot

De Boschuil (hoofd- & nev enlocatie)

Nieuw bouw

Nieuw bouw (clustering)

Aanschot

SALTO school De Vijfkamp

Nieuw bouw

Nieuw bouw SBO Noord plan

Oud-Tongelre

SALTO Basisschool 't Karregat

Nieuw bouw

Nieuw bouw

Begijnenbroek

Petraschool

Nieuw bouw

Nieuw bouw SBO Noord plan

Ontginning

SALTO Basisschool De Opbouw

Nieuw bouw

Nieuw bouw

Halv e Maan

Theresia

Nieuw bouw

Nieuw bouw (v erkennen ingreep)

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Scenario Uitbreiding

Toelichting scenario Verkenning uitbreiding Centrum (deelproject PO1)

Gymzaal Nee

Termijn 2

2025

2026

2027

2028

A A A A A A A

A A A A A A A A A A A

A A A A A A A A A A A A A A A

A A A A A A A A A A A A A A A A A A

2029

A A A A A A A A A A A A A A A A

2030

A A A A A A A A A A A A A A A A

Termijn 1 2031

2032

A A A A A A A A A A A A A A A A

A A A A A A A A A A A A A

2033

A A A A A A A A A A A

2034

A A A A A A A A A A

Termijn 2 2035

2036

A A A A A A A A A

A A A A A A A A A

2037

2038

2039

2040

A A A A A A A A A A

A A A A A A A

A A A A

A A A A

Pagina 68 van 80

5.6. Scenario’s in relatie tot het Klimaatakkoord De gemeente Eindhoven heeft, net als andere gemeenten, de verplichting om voor 2050 aan de klimaatdoelstellingen te voldoen. In het Klimaatakkoord van Parijs is gesteld dat men in 2030 de uitstoot van CO2 wil verminderen met 55% ten opzichte van de uitstoot in 1990; en verder terugdringen in 2050 met 95%. Aangestuurd vanuit het rijk, zijn tal van sectoren gestart met het maken van plannen en het uitvoeren daarvan, om bij te dragen aan deze klimaatdoelen. Het CO2MPAS is een door HEVO ontwikkeld model om op strategisch niveau inzichtelijk te maken welke inspanningen nodig zijn voor een gemeente om de klimaatdoelstellingen te behalen. In het model kunnen per schoolgebouw een aantal scenario’s gekozen worden, onder andere renovatie BENG, nieuwbouw ENG of (duurzame) ingrepen. Door meerdere variaties van scenario’s langs elkaar te zetten kunnen de consequenties in relatie tot het Klimaatakkoord in beeld worden gebracht. Als onderligger voor het model zijn van elk schoolgebouw de verbruiksgegevens (elektra en gas), het bouwjaar en het bruto vloeroppervlak gebruikt.

49% reductie

95% reductie

Figuur 5-21 CO2 – reductie IHP Eindhoven 2025 – 2040

Op basis van de voorgestelde programmering van het IHP Eindhoven wordt de streefwaarde van 49% reductie in 2030 niet behaald (zie figuur 5-21). De verwachte opleverjaren van de projecten in termijn 1 zitten deels pas na 2030. Om de doelstelling van 2050 (95% CO2- reductie) te behalen dienen extra scholen verduurzaamd te worden. Het voorliggende IHP eindigt in 2040. Bij de herijking van het IHP kan de verdere verduurzaming van de ‘jongere’ gebouwen opgenomen worden om de doelstelling van 2050 te behalen. Bovenstaande conclusies dienen echter genuanceerd te worden. Gezien het feit dat de klimaatdoelstelling uitgaat van referentiejaar 1990 en dat de gehanteerde gegevens dateren uit 2022, zijn er in de periode tussen 1990 en 2022 diverse ontwikkelingen geweest die niet zijn meegenomen in deze analyse. De gemeente Eindhoven heeft in deze periode meerdere scholen ontwikkeld en vernieuwd. De verwachting is dat deze ontwikkelingen een positieve impact gehad hebben op de CO2-uitstoot gemeten in 1990 en daardoor dus ook een positieve impact hebben op de berekende totale CO2reductie tot 2030 en 2050.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 69 van 80

6. Financiële vertaling In dit hoofdstuk wordt de programmering voor het PO, VO en (V)SO) voorzien van een financieel kader. Passend bij de ambities van dit IHP wordt gestart met het vaststellen van het kwaliteitsniveau voor de onderwijshuisvesting, waarna wordt toegewerkt naar een kostenkengetal per onderwijssector. Daarbij is de vergelijking gemaakt van de verschillende referentieprojecten binnen de gemeente Eindhoven, de vergelijking met de VNG normbekostiging en omliggende gemeenten. Dit heeft geleid tot een indicatief kostenkengetal/ investeringsbedrag per m² bruto vloeroppervlakte (bvo). Op basis van het scenario per locatie, de programmering (doorlooptijd) en financiële uitgangspunten is er toegewerkt naar een meerjaren investeringsoverzicht. Om de kosten te kunnen dekken wordt vervolgens ingegaan op de budgetverdeling van de gemeente (raadsvoorstel), bijdrage schoolbestuur (TCO) en overige partners.

6.1. Kwaliteit 6.1.1 De samenhang van kosten en kwaliteit bij onderwijshuisvesting In Nederland worden diverse definities gehanteerd voor het benoemen van de bouwkundige kwaliteit van onderwijshuisvesting. In de wet wordt de term ‘sober en doelmatig’ gehanteerd. Deze omschrijving is echter niet specifiek omschreven, een heldere omschrijving is van belang om de kosten te kunnen bepalen. Voor het bepalen van de kwaliteit van de schoolgebouwen binnen de vernieuwingsopgave (lees: nieuwbouw) zijn verschillende niveaus mogelijk.

Figuur 6-1 is een illustratieve weergave van de diverse kwaliteiten, normen en ambities die in Nederland worden gehanteerd voor onderwijshuisvesting en hoe die zich tot elkaar verhouden. • Wettelijk: Besluit bouwwerken leefomgeving, waarbinnen onder andere BENG als eis is benoemd, dit is exclusief aardgasvrij. Dit houdt geen rekening met aanvullende ventilatiedoelstellingen, het Klimaatakkoord en de kwaliteitsambities van dit IHP. • VNG-norm: jaarlijks actualiseert de VNG de normvergoeding, vanuit de VNG worden hier geen gespecificeerde kwalitatieve eisen aan gesteld en dient minimaal voldaan te worden aan het Besluit bouwwerken leefomgeving. • Kwaliteitskader Ruimte OK: richtinggevend kwaliteitskader in overleg met POraad, VO-raad en VNG (geen norm). • IHP-kwaliteit: er is verkend welk kwaliteitsniveau past bij de ambities van dit IHP. Daarbij heeft de gemeente de vergelijking gemaakt met de verschillende referentie projecten binnen de gemeente, met onderscheid naar Basiskwaliteit en Aanvullende kwaliteit.

6.1.2 IHP-kwaliteit onderwijs Basiskwaliteit Voorafgaand is verkend aan welke minimum eisen (basis) voldaan dient te worden: 1. Besluit bouwwerken leefomgeving (voorheen Bouwbesluit 2021), waaraan minimaal voldaan moet worden (wettelijk). 2. Realiseren van ENG-gebouwen waarmee voldaan kan worden aan de klimaatdoelstelling van 95% CO2-reductie (Klimaatakkoord) in 2050. Door direct voor ENG te kiezen worden hoge investeringen in de toekomst voorkomen. Daarmee speelt de gemeente in op de sectorale routekaart. Onlangs is de EPDB IV vastgesteld, deze Europese klimaatdoelstellingen worden nog vertaald naar landelijke wetgeving. 3. Toekomstbestendig en flexibel waarmee wordt toegewerkt naar een herindeelbaar gebouw (niet-dragende wanden), waarmee ruimtelijke wijzigingen eenvoudiger zijn, verkeersruimten benut worden (ventilatie door het hele gebouw) en de restwaarde van het gebouw wordt verhoogd. 4. Tussen gemeente en schoolbesturen is verkend welke optimale prijskwaliteitverhouding er mogelijk is binnen het Programma van Eisen Frisse Scholen voor onderdelen zoals ventilatiecapaciteit, lichtinval, akoestiek en temperatuur. Dit

Figuur 6-1 Kwaliteitsniveaus nieuwbouw

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 70 van 80

5.

draagt bij aan de gezondheid van de gebruikers (kinderen en docenten) binnen het gebouw. In bijlage 6 (kwaliteitsadvies) is een eerste verkenning gedaan. Toegankelijkheid: binnen het (V)SO is hiervoor specifieke aandacht.

Aanvullende kwaliteit Daarnaast zijn er locatie- en project specifieke eisen of wensen die gemeente en schoolbestuur met elkaar kunnen toevoegen. Per project wordt verkend in welke mate er aanvullingen worden gedaan in kwaliteit. Dergelijke toevoegingen kunnen door gemeente of schoolbestuur overwogen worden inclusief de benodigde investering. Voor alle projecten is het uitgangspunt gesteld: wie kwaliteit aanvult, zal de kosten betalen. In paragraaf 6.3.2 (locatie- en project specifieke kosten) wordt hier nader op ingegaan, waarbij ook andere partners/gebruikers kunnen bijdragen aan kwaliteit vanuit de (huur-/gebruiksvergoeding). Onderstaande toevoegingen worden door gemeente en schoolbestuur overwogen vanuit aanvullende kwaliteit (toeslag) maar zijn niet opgenomen in het normbedrag: • Vanuit ruimtelijke ordening kunnen aanvullende eisen worden gesteld aan het gebouw. Denk aan: gevelopeningen, materialisatie buitengevel en aanvullende eisen. • Vergroten zichtlijnen (binnen) zorgt voor extra transparantie voor onder andere kinderopvang en onderwijs (SPIL-centrum). • Exploitatiegericht bouwen: als er sprake is van exploitatie verbeterende maatregelen, zal dit met het schoolbestuur middels een bijdrage verwerkt worden. Hiervoor wordt een zogenaamd TCO (Total Cost of Ownership)-model opgesteld waarin de besparing tot uiting komt in relatie tot de meerinvestering.

Denk aan: wand- en vloerafwerking, aluminium kozijnen en andere exploitatie verlagende maatregelen. • Aanvullende kwaliteit ten gunste van multifunctioneel gebruik en beheer van onderwijsruimten (niet-klaslokalen). Dit bevordert het intensiever (multifunctioneel) ruimtegebruik. Denk aan splitsen van installaties, afsluiten van gebouwdelen, verhogen van het afwerkingsniveau en toevoegen van een centrale keukenvoorziening. • Toeslag circulair bouwen: binnen het IHP worden drie projecten aangewezen en gebruikt als ‘pilot’. De kosten hiervan worden verantwoord binnen het circulair bouwen (restwaarde). Hier wordt geen aanvullend budget voor opgenomen. • Toeslag klimaat adaptief: groenblauwe schoolpleinen en groendak.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Procesafspraak: voor het benoemen en vaststellen van de Basiskwaliteit en Aanvullende kwaliteit werken gemeente en schoolbesturen toe naar een kwaliteitshandboek. Met dit handboek wordt de kwaliteit van de schoolgebouwen per project vastgesteld en op gemonitord.

6.2. Kostenkengetallen 6.2.1 Nieuwbouw (incl. bijdrage schoolbestuur) Voor het bepalen van de normkosten PO en (V)SO is het normgetal voor IHP Gestel aangehouden inclusief flexibel bouwen, ENG en indexeringen 3,5% (conform het Vitruvius kwartaalrapport) en is exclusief toeslag wijkgericht werken. Het normbedrag bedraagt € 3.592 per m2 bvo. Er is echter sprake van een eigen bijdrage voor de PO en (V)SO scholen van € 51 per m2 bvo voor ENG. Dat resulteert in een vergoeding van de gemeente van € 3.541 per m2 bvo. De gemeente heeft het normbedrag vergeleken met de drie meest recentelijk gerealiseerde projecten. Alle projecten zijn gecorrigeerd op prijspeil en de toeslag flexibel bouwen. Alle drie de projecten zijn binnen het normbedrag gerealiseerd (respectievelijk 5,2%, 1,5% en 21,8%). Dit vergelijk is als bijlage 7 toegevoegd. Het normbedrag VO is bepaald op basis van een gemiddelde van gerealiseerde projecten gecorrigeerd met index en een toeslag voor flexibel bouwen en ENG. In het vergelijk is het Lorenz Casimir Lyceum een positieve uitschieter. Het gemiddelde van de 3 projecten bedraagt € 2.866 per m2 bvo . Om te corrigeren voor het mogelijk niet marktconform resultaat van Lorenz Casimir Lyceum is een normbedrag van € 3.055 per m2 bvo aangehouden.

Omdat in het vorige IHP sprake was van een bijdrage van € 129 per m2 bvo voor de scholen als eigen bijdrage, wordt voorgesteld dat de VO scholen de toeslag voor ENG bouwen (€ 115 per m2 bvo ) voor eigen rekening nemen. Dat resulteert in een vergoeding van de gemeente van € 2.935 per m2 bvo. Bij de vergelijking zijn onderstaande uitgangspunten gehanteerd en zijn daarmee ook van toepassing op het kengetal: • Alle bedragen zijn geïndexeerd naar prijspeil 1-1-2025. • De VO scholen zijn vermeerderd met toeslagen voor ENG en Flexibel bouwen. • De PO scholen zijn in ENG kwaliteit gebouwd en daarom alleen vermeerderd met een toeslag voor Flexibel bouwen. • Het kengetal geldt voor alle scenario’s die zijn benoemd in de programmering.

Pagina 71 van 80

Het kostenkengetal (normbedrag voor dit IHP) houdt rekening met het gemeentelijk beleid, de financiële programmering en de programmatische aanpak. In tabel 6-1 is het kengetal vastgesteld voor nieuwbouw. Daarbij is onderscheid gemaakt naar sector. Tabel 6-1 Kengetallen uitgesplitst naar onderwijssector, prijspeil 1-1-2025

Sector PO / V(S)O VO

Normbedrag Eigen bijdrage Netto normbedrag € 3.592 € 51 € 3.541 € 3.050 € 115 € 2.935

Gemeentelijke procedure i.v.m. fluctuerende marktprijzen Gemeentelijke procedure i.v.m. fluctuerende marktprijzen I.v.m. de prijsontwikkelingen in 2022 en 2023 had het college de mogelijkheid tot 20% bovenop het beschikbaar gestelde bedrag alsnog krediet toe te kennen. Aan de gemeenteraad wordt ook dit keer voorgesteld om een passende maatregel voor dit soort situaties in te richten. Cruciaal zijn de afspraken die schoolbestuur en gemeenten maken over kwaliteit bij de projecten. De gesprekken voor de werkgroep Kwaliteitshandboek zijn begonnen. Projecten zullen in de toekomst getoetst worden op deze kwaliteit. Omgang netcongestie Op dit moment is netcongestie een randvoorwaarde (maar geen wet). De kosten zijn zeer situationeel per project. Als netcongestie niet vanuit de post onvoorzien kan worden betaald, zal de gemeente aanvullende middelen beschikbaar stellen. Mogelijk leiden de oplossingen tot een kostenbesparing voor het schoolbestuur. Mocht daarvan sprake zijn maken schoolbesturen en gemeente daarover afspraken en wordt er op basis van een evaluatie een regeling over een verrekening getroffen.

6.3. Investeringskosten 6.3.1 Onderwijskosten Door het kostenkengetal te vermenigvuldigen met de benodigde vierkante meters (bvo onderwijs) worden de investeringskosten bepaald. De investeringskosten bevatten alle ‘direct aan de bouw gerelateerde’ kosten vanaf de definitiefase van een project (opstellen Programma van Eisen) tot het moment van oplevering van het gebouw. Onderstaand de uitgangspunten van de kosten die voor dit IHP zijn bepaald: • Binnen de financiële vertaling zijn de verwachte investeringskosten voor het onderwijs per periode van 4 jaar opgenomen, met een doorkijk naar 2040. • In de investeringskosten zijn ook diverse honoraria en vaste aanvullende kosten opgenomen. Daarbij is rekening gehouden met de volgende kosten: honoraria (voor ontwerpteamleden: architect, installatieadviseur, constructeur, bouwfysicus en projectmanager), aansluitkosten, heffingen, verzekeringen, beperkte risicoverrekening en onvoorzien. De aanvullende kosten zijn gebaseerd op een eenvoudig gebouw met een compacte gebouwvorm en een daarbij passende voorbereidings- en uitvoeringsplanning. • Doorlooptijden conform de integrale programmering zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk. • Er is voor de ruimtebehoefte bij de doorrekening van de investeringskosten uitgegaan van het prognosemodel 2024. De prognoses worden periodiek geactualiseerd.

• Vooralsnog is voor de investeringskosten uitgegaan van het kengetal nieuwbouw. In het haalbaarheidsonderzoek zal de afweging tussen (ver-) nieuwbouw en renovatie plaatsvinden op basis van onder andere een budgettering. Het streven is om projecten te realiseren in de termijn waarin de projecten zijn genoemd. De verwachting is dat de projecten in termijn 1 gaan doorlopen in termijn 2. • Indien er op projectniveau vertraging ontstaat in een of meerdere projecten, blijft het mogelijk om andere projecten parallel op te pakken. Niet direct aan de bouw gerelateerde kosten zoals haalbaarheidsonderzoeken, aanpassingen ruimtelijk gebied, sloop en/of grondaankoop zijn geen onderdeel van de investeringskosten.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 72 van 80

Investeringskosten onderwijs Basiskwaliteit

Stichtingskosten project

Locatie- en project specifiek: 1. (on-)voorziene kosten 2. aanvullende kwaliteit 3. Figuur 6-2 Schematische weergave, verhouding kan verschillen (locatie- en project specifiek)

6.3.2 Locatie- en project specifieke kosten Onderstaande voorziene kosten zijn door de gemeente opgenomen in raadsvoorstel: • Voor de indexering van de kosten wordt verwezen naar de indexatiemethodiek in de gemeentebegroting (dekkingsvraagstuk). • Kosten voor de haalbaarheidsonderzoeken als projectkosten bij het programma en overzicht 2025 • Sloopkosten (complete sloop bij vervangende nieuwbouw) • Infrastructurele kosten. • Tijdelijke huisvesting (in geval van tekort tot oplevering én ten behoeve van de fasering). • Kosten voor bewegingsonderwijs • De vergoedingen voor de eerste inrichting en verhuiskosten. • De kosten voor kinderopvang, hier staat een huurovereenkomst tegenover en zorgt daarmee voor de dekking. • Grondkosten voor de nieuwe locatie(s) of inkomsten door verkopen van bestaande locaties. • Netwerkcongestie. • De personele en organisatorische ondersteuning vanuit gemeente (VAT). Denk aan: ambtelijke kosten, inclusief projectleider gemeente indien schoolbestuur bouwheer is (minus leges).

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Onderstaande onvoorziene kosten zijn niet opgenomen: • Kosten voor specifieke (bezwaar)procedures ten behoeve van de Omgevingswet (uitgangspunt is een reguliere aanvraag). • Stikstof- en PFAS-maatregelen. • Asbest- , grondsanering en archeologische vondsten. • Locatie specifieke voorzieningen, zoals geluidwerende maatregelen en flora fauna. • Aanvullingen vanuit nieuwe wet- en regelgeving. Kosten voor aanvullende kwaliteit worden per project bepaald, waarbij deze kosten wordt neergelegd bij degene die kwaliteit aanvult (gemeente of schoolbestuur).

6.3.3 Doorrekening in kosten In figuur 6-3 is samengevat wat de investeringskosten zijn voor het onderwijs per termijn met een doorkijk naar 16 jaar, exclusief locatie- en project specifieke kosten. In bijlage 8 zijn de stichtingskosten op schoolniveau inzichtelijk gemaakt. De voornaamste investeringskosten worden gemaakt bij aanvang van de ontwerp (8%) en realisatie (92%): • Termijn 1: periode 2025-2028. • Termijn 2: periode 2029-2032. • Termijn 3: periode 2033-2036. • Termijn 4: periode 2037-2040.

Figuur 6-3 Overzicht investeringskosten per jaar/ termijn

Pagina 73 van 80

6.4. Budgetbenadering 6.4.1 Gemeentelijke financiële systematiek

Vervolgens kan het project daadwerkelijk starten met de definitiefase en daarna de ontwerpfase.

Binnen de gemeente Eindhoven wordt gewerkt met een gesloten systeem voor onderwijshuisvesting. Jaarlijks vindt er een storting plaats in het systeem. Samen met de financiële inrichting met de stelpost en (egalisatie) reserve kan onderwijshuisvesting gedekt worden. De inkomsten van de reserve bestaan uit overschotten op de begroting, stelpost kaptaallasten en verkopen van panden. Het systeem heeft een zekere veerkracht. De reserve kan een aantal jaren gebruikt worden om een beperkte negatieve stand van stelpost te dekken. Toch kan het bij veel tegenvallers of noodzakelijke toekenning van niet opgenomen aanvragen nodig zijn om projecten te verschuiven. In de werkgroep Transparantie worden dergelijke projecten besproken en zal deze werkgroep advies geven aan schoolbestuurders en gemeente over mogelijke noodzakelijke ingrepen. De procedure hiervoor wordt gemeente en werkgroep ingericht.

6.4.2 Indexering Voortaan zal de indexering bestaan uit de indexering die voor de gehele gemeentelijke begroting wordt toegepast. Wel wordt de prijsontwikkeling van alle gemeentelijke projecten gemonitord om eventuele aanvullende indexering aan de gemeenteraad voor te leggen.

6.5. Interpretatie van investeringskosten uit dit IHP Gemeente en schoolbesturen maken zich hard voor kwaliteitsuitgangspunten en werken samen toe naar een kwaliteitshandboek. Het IHP geeft vervolgens een doorkijk in wat dit betekent voor de investeringskosten. Deze investeringskosten zijn gepresenteerd in de vorm van kengetallen en zijn indicatief. Het doel van het investeringskostenoverzicht is om de gemeente en de schoolbesturen inzicht te geven in de financiële omvang van de opgave en hen te helpen bij de voorbereiding van deze opgave. Na afronding van het IHP worden de projecten uit termijn 1 opgestart middels haalbaarheidsonderzoeken. In deze haalbaarheidsonderzoeken worden de investeringskosten opnieuw berekend, nu op basis van project specifieke kengetallen. In deze fase wordt immers duidelijk voor hoeveel leerlingen en hoeveel vierkante meters daadwerkelijk worden gebouwd, op welke locatie, in hoeveel bouwlagen etc. Na het haalbaarheidsonderzoek zijn de berekende investeringskosten taakstellend.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 74 van 80

7. Vervolg en procesafspraken Bij de uitvoering van het IHP dient rekening gehouden te worden met een aantal processtappen en uitgangspunten.

7.1. Verankering De verankering en het vervolg van het IHP kan verdeeld worden over het strategisch, tactisch en operationeel niveau. Dit IHP is daarin het strategisch kader.

2.

Tactisch niveau: na vaststelling van het IHP wordt een uitvoeringsprogramma gemaakt. Dit programma bestaat uit twee hoofdonderdelen: a. Afspraken programmaniveau: afspraken die gelden voor alle projecten als genoemd in de eerste termijn (0 tot 4 jaar). Deze afspraken gaan over: i. Het inrichten van interne (ambtelijke borging) en externe organisatie (samen met schoolbesturen). ii. Procesafspraken rondom uitvoeringsprogramma (vaststellen van tussentijdse (beslis)documenten, aanvragen etc.) en daarmee het faseren van de projecten (minimaal 5 projecten per jaar). iii. Het ontwikkelen van uniformiteit tussen projecten. b. Afspraken projectniveau: toewerken naar onderleggers (checklist) voor de projectdocumenten, verkennen van de doorlooptijd van de projecten (risicoprofiel) voor de volgordelijkheid van projecten. Denk aan beschikbare locaties en tijdelijke huisvesting.

IHP 2025-2040

Tabel 7-1 Positionering van het IHP als strategisch kader

1.

Strategisch niveau: het IHP fungeert als beleidskader en financieringsbesluit voor de uitgaven aan huisvesting en daarmee als toetsingskader voor het opstarten van de projecten. Het IHP inclusief de financiële doorrekening wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Daarmee wordt het budget voor termijn 1 vastgesteld, wordt de doorkijk inzichtelijk gemaakt (zie figuur 7-2) en wordt het financiële kader onderdeel van de begrotingscyclus. Het IHP wordt elke vier jaar herijkt.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Figuur 7-2 Termijnen Integraal Huisvestingsplan conform wetsvoorstel

Mochten er in deze fase grote financiële verschuivingen plaatsvinden, dan is een raadsbesluit dan wel collegebesluit noodzakelijk. Dit is mede afhankelijk van de hoogte van de financiële verschuiving. De voortgang van het uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks in het College van B&W en het Bestuurlijk Overleg gemonitord. Het monitoren is onderdeel van het tactisch niveau.

Pagina 75 van 80

3.

Operationeel niveau: wanneer het uitvoeringsprogramma is vastgesteld kan worden gestart met de initiatieffase van projecten door haalbaarheidsonderzoeken uit te voeren. In de haalbaarheidsonderzoeken worden projecten geconcretiseerd en geactualiseerd. Dit is de fase voordat een project wordt opgestart. Nadat een haalbaarheidsonderzoek is goedgekeurd worden projectuitgangspunten vastgelegd in een overeenkomst (afsprakennotitie). Dit zijn bijvoorbeeld afspraken over bouwheerschap, mogelijke partners en budgetverdeling. Daarna starten de volgende fasen: Definitiefase. Ontwerpfase. Aanbesteding en realisatie. Exploitatie- of gebruiksfase.

Naast het IHP zal de verordening onderwijshuisvesting blijven bestaan. De verordening zal in 2025 worden aangepast om de afspraken in het IHP te verwerken.

7.2. Procesafspraken In het IHP worden verschillende procesafspraken benoemd. In deze paragraaf wordt een resumé gegeven van de verschillende procesafspraken. Als intentie is afgesproken dat de procesafspraken in het najaar van 2024 nader worden uitgewerkt door de gemeente in samenspraak met de schoolbesturen en in 2025 worden uitgevoerd en afgerond. Er wordt toegewerkt naar een actielijst, waarbij onderstaande werkgroepen worden opgericht (zie bijlage 9): 1. 2. 3. 4. 5.

Uitvoeringsprogramma (incl. toewijzing leerlingaantallen) Behoefteonderzoek kinderopvang Passend onderwijs/ stadse VMBO Kwaliteitshandboek Transparantie (structureel)

1.

Procedure bijstellen leerlingenprognoses op basis van het prognosemodel

De laatste jaren hebben schoolbesturen en gemeente ondervonden dat de leerlingenaantallen door de schaalsprong en internationalisering keer op keer sterk afweken van het bestaande prognosemodel dat de gemeente hanteerde. Daarom is een nieuw prognosemodel opgesteld in opdracht van de gemeente. Dit model is specifiek opgesteld om rekening te houden met de schaalsprong en internationalisering. Gemeente en schoolbesturen blijven de komende jaren de voorziene leerlingenontwikkeling evalueren in relatie met de werkelijke cijfers om het model te blijven aanscherpen. Dit wordt minimaal om de twee jaar uitgevoerd door de gemeente en wordt ter vaststelling voorgelegd aan schoolbesturen. 2.

Werkgroep toekomstig aanbod VO

Voor het verkrijgen van inzicht in het toekomstige aanbod van het VO in relatie tot de schaalsprong en de behoefte aan extra VO-onderwijs op langere termijn, wordt een werkgroep ingericht. In deze werkgroep wordt tevens de evaluatie van de aanmeldprocedure meegenomen. De eerste bevindingen van de werkgroep worden in het tweede kwartaal van 2025 verwacht. 3.

Procedure stichten/bouwen nieuwe scholen als gevolg van de schaalsprong

Het prognosemodel laat een groei van het aantal leerlingen zien. Dit als gevolg van de schaalsprong. Op korte termijn betekent dit een groei van het PO en op langere termijn een groei van het VO. Naast uitbreiding van de bestaande scholen zal dit mogelijk ook het stichten/bouwen van nieuwe scholen betekenen. In overleg met de schoolbesturen wordt een procedure uitgewerkt op basis waarvan nieuwe scholen gerealiseerd kunnen worden waarbij een behoefteonderzoek een onderdeel zal zijn. 4.

Werkgroep passend/inclusiever onderwijs

Om inclusiever te werken worden andere eisen gesteld aan de onderwijsvisie van scholen en aan de eisen voor onderwijsruimten. Ook het uitgangspunt van het speciaal (voortgezet) onderwijs om niet verder te willen groeien kan impact hebben op de huisvesting van de reguliere PO- en VO-scholen.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 76 van 80

Een werkgroep zal onderzoeken wat hiervan de mogelijke effecten zijn. Voorbeelden kunnen zijn parallelklassen en aanvullende ruimte voor coaching en onderzoek in samenwerking met GGD en expertisecentra. De eerste bevindingen van de werkgroep worden in het tweede kwartaal van 2025 verwacht. 5.

Gewenst aanbod nieuwkomersonderwijs

Het noodzakelijke aanbod nieuwkomersonderwijs blijft continu met het onderwijs gemonitord en wordt waar nodig bijgesteld. In het IHP zijn de locaties voor nieuwkomersonderwijs benoemd in de programmering. De locaties staan in termijn 3 in de planning. Dit biedt voldoende tijd om het nieuwkomersonderwijs goed vorm te geven binnen de gemeente Eindhoven. 6.

Uitvoeringsprogramma

Het opgestelde prognosemodel geeft de leerlingenontwikkeling op wijkniveau aan. Deze aantallen zijn vervolgens toegewezen aan de bestaande scholen middels de belangstellingspercentages. Deze werkwijze heeft als voordeel dat leerlingenaantallen in zijn totaliteit en efficiënt kunnen worden bepaald. Dit aggregatieniveau is voldoende voor de VO-scholen. PO-scholen vragen echter een fijnmazigere benadering waarbij tevens rekening wordt gehouden met nieuwe scholen en de locaties van specifieke vastgoedontwikkelingen in de wijk. Gevolg hiervan is dat een aanvullende verdieping (zoals ook bij IHP Gestel doorlopen) noodzakelijk is voor het PO. Dit kan leiden tot een verschuiving van leerlingen tussen diverse scholen en kan invloed hebben op de volgorde die nu is bepaald ten aanzien van de programmering (binnen de gestelde termijn). De volgende zaken worden beoordeeld: • Is er uitbreiding op de huidige locatie mogelijk? • Is een leerlingenstop wenselijk/noodzakelijk om efficiënter ruimtegebruik te bewerkstelligen? • Als een nieuwe locatie wordt gedefinieerd zal dit worden afgestemd op de behoefte in de wijk (zie ook procesafspraak 3).

Referentie: 1543703-0219.0.1.

•

• • •

Opstarten van haalbaarheidsonderzoeken. Afweging nieuwbouw/renovatie. Toevoegen van partners/wijkvoorzieningen. Inzichtelijk maken van mogelijke nieuwe locaties binnen aangegeven verzorgingsgebied. Het ontwikkelen van een financiële werkwijze voor uniformiteit tussen projecten. In verband met de sterke afwijkingen van bouwkosten de afgelopen jaren, is per project een aanvullende procedure van toepassing. Daarbij zal jaarlijks het prijspeil worden geactualiseerd.

Het uitvoeren van het uitvoeringsprogramma vraagt tevens inzet van personele capaciteit, zowel binnen de gemeente als binnen de schoolbesturen. Verkend moet worden op welke wijze de organisatie binnen de gemeente en binnen de schoolbesturen ingericht moet worden om alle plannen van het uitvoeringsprogramma uitgevoerd te krijgen. Hierbij wordt gestreefd naar een vaste projectstructuur waarbij het domein Sport vanuit de gemeente in elk geval wordt toegevoegd. 7.

Het realiseren van efficiëntie bij toekenning kleinere uitbreidingen

Kleine uitbreidingen zijn relatief duur. Omdat de versnellingsopgave grote financiële gevolgen heeft, zijn schoolbesturen en gemeente overeengekomen om daar waar mogelijk efficiënt met middelen om te gaan. Daarom zijn voor (kleinere) uitbreidingsvragen de volgende stappen benoemd: • Een mogelijke uitbreidingsvraag wordt ingevuld in de wijk/omliggende scholen als er ruimte is. • Als die capaciteit er niet is, wordt aanvullende capaciteit gerealiseerd bij een project in de wijk of in de buurt waarvan de school vervangen wordt. • Als die capaciteit daar niet te voorzien is, leidt dat toch tot een uitbreidingsvraag. 8.

Benoemen van 3 pilotprojecten in het kader van een nadere verkenning circulariteit

In de berekening van het kengetal nieuwbouw is vooralsnog geen rekening gehouden met een toeslag voor circulariteit. Dit omdat de (financiële) effecten van het toepassen van circulariteit op dit moment nog onvoldoende concreet te maken zijn. Het toepassen van circulariteit wordt wel belangrijk geacht. Derhalve worden in overleg met de

Pagina 77 van 80

schoolbesturen 3 projecten als pilot aangemerkt waarbij circulariteit wordt toegepast. Op basis van een evaluatie wordt nader bepaald of voor toekomstige projecten circulariteit wel een financieel uitgangspunt zal zijn. 9.

Inzet van groenblauwe schoolpleinen

De huidige subsidieregeling voor groenblauwe schoolpleinen is afgerond. Deze regeling wordt geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie wordt bepaald of er een nieuwe subsidieregeling wordt opgesteld.

7.3. Disclaimer Dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van het opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Besluit bouwwerken leefomgeving, energie-akkoorden of enig andere substantiële ontwikkelingen, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.

10. Programmatisch werken en opstellen kwaliteitshandboek De omvang van de versnellingsopgave is groot. Om de versnellingsopgave te kunnen waarmaken binnen redelijke normbedragen en de huidige bemensing, is het noodzakelijk te kiezen voor een programmatische aanpak. Daarmee worden meerdere projecten tegelijkertijd aanbesteed en wordt het proces/ontwerp zoveel als mogelijk gestandaardiseerd. Intentie is efficiëntie en het verminderen van het aantal (bouw)fouten. Dit leidt tot een vermindering van risico’s en (in rekening gebrachte) advieskosten. De opbrengsten hiervan kunnen bij de projecten worden ingebracht en leiden tot een zo hoog mogelijke kwaliteit. In IHP Gestel wordt reeds onderzocht in welke vorm dit zal worden gedaan. Het opstellen van een kwaliteitshandboek vormt hier tevens een onderdeel in. Het proces om te komen tot dit kwaliteitshandboek wordt met een afvaardiging van het onderwijs en de kinderopvang opgepakt. 11. Behoefteonderzoek Kinderopvang Na het doorlopen van dit IHP wordt in samenspraak met de kinderopvangorganisaties in Eindhoven per wijk bekeken wat de behoefte aan kinderopvang is. Daarbij worden bestaande stand-alone locaties ook in ogenschouw genomen. Voor het gebruik van ruimten ten behoeve van buitenschoolse opvang (bso) zijn geen aanvullende kosten gerekend, dit is onderdeel van het aanvullend onderzoek met de kinderopvangorganisaties.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 78 van 80

Bijlagenoverzicht 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9)

Scholenbestand Beleid en ontwikkelingen Ontwikkelperspectieven Checklist onderzoeken Scholenlandschap Kwaliteitskader Referentieprojecten Eindhoven, Investeringskostenoverzicht Procedure en besluitplanning

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 79 van 80

Colofon Uitgave: Datum:

HEVO B.V. 16 oktober 2024

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Contact Statenlaan 8 5223 LA 's-Hertogenbosch

Burg. Roelenweg 40 8021 EW Zwolle

T 073 - 6 409 409 info@hevo.nl

T 038 - 4 258 101

www.hevo.nl ●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Niets uit deze uitgave mag zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van HEVO B.V. worden gekopieerd, noch aan derden ter inzage worden gegeven

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 80 van 80

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14965915/2