CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - IHP 2025-2040 Eindhoven

Raadsvergadering 25 februari 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Integraal Huisvestingsplan Eindhoven 2025 204023.237 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

IHP Eindhoven [definitief]

2025-2041

Opdrachtgever Gemeente Eindhoven Datum 16 oktober 2024 Referentie 1543703-0219.0.1 Auteur(s) mevrouw ir. M.A.C. Kools de heer ir. B.G. Verkerk

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Statenlaan 8

5223 LA 's-Hertogenbosch

T 073 - 6 409 409

info@hevo.nl

KvK Brabant 16029774

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Burg. Roelenweg 40

8021 EW Zwolle

T 038 - 4 258 101

ISO 9001-gecertificeerd

BTW 0011.60.461.B01

Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.

Inleiding Doelstelling Landelijke context Lokale context Aanpak Leeswijzer

3 3 3 3 3 4

2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.

Onderwijslandschap gemeente Eindhoven Primair onderwijs Voortgezet onderwijs (Voortgezet) speciaal onderwijs Bewegingsonderwijs Kinderopvang

5 5 5 6 6 6

3. 3.1. 3.2.

Visie Visie op onderwijs Visie op onderwijshuisvesting

8 8 8

4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4.

Analyse Prognosemodel Capaciteit bewegingsonderwijs Capaciteit kinderdagopvang Kwaliteit

17 17 21 22 22

5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6.

Scenario-ontwikkeling Primair onderwijs Voortgezet onderwijs (Voortgezet) speciaal onderwijs Samenwerkingspartners en voorzieningen Integrale programmering IHP Eindhoven Scenario’s in relatie tot het Klimaatakkoord

24 24 61 64 66 66 69

6.

Financiële vertaling

70

Referentie: 1543703-0219.0.1.

6.1. 6.2. 6.3. 6.4. 6.5.

Kwaliteit Kostenkengetallen Investeringskosten Budgetbenadering Interpretatie van investeringskosten uit dit IHP

70 71 72 74 74

7. 7.1. 7.2. 7.3.

Vervolg en procesafspraken Verankering Procesafspraken Disclaimer

75 75 76 78

Bijlagenoverzicht

79

Pagina 2 van 80

1. Inleiding De gemeente Eindhoven heeft samen met de schoolbesturen1 voorliggend Integraal Huisvestingsplan (IHP) opgesteld voor de onderwijshuisvesting van het primair onderwijs (PO), voortgezet onderwijs (VO) en (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO). In dit plan worden de kaders bepaald waarbinnen de gemeente en de schoolbesturen samenwerken aan goede, toekomstbestendige onderwijshuisvesting. Goede onderwijshuisvesting is een randvoorwaarde voor goed onderwijs. De noodzaak tot samenwerking komt voort uit de gedeelde verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting: de gemeente heeft een zorgplicht voor onderwijshuisvesting voor onder andere nieuwbouw en uitbreiding en schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor onderhoud en exploitatie. In dit IHP worden beide verantwoordelijkheden op elkaar afgestemd.

1.1. Doelstelling Het IHP is een strategisch plan waaraan gemeente en schoolbesturen zich conformeren. Gezamenlijk wordt toegewerkt naar een toekomstbestendig opgroeiklimaat met bijbehorende onderwijshuisvesting. In tegenstelling tot de werkwijze (uitsluitend) op basis van de Verordening Onderwijshuisvesting (in het vervolg ‘verordening’), wordt in het IHP uitgegaan van een proactief onderwijshuisvestingsbeleid binnen de gestelde financiële kaders. Het IHP: • Sluit aan op de beleidskaders van de gemeente op het gebied van onderwijs. • Geeft aan op welke wijze de gemeente zij haar zorgplicht wenst in te vullen. • Stelt de gemeente en schoolbesturen in staat om op korte en lange termijn toekomstbestendige keuzes te maken en proactief beleid te voeren. • Stelt de kaders waarbinnen de gemeente, samen met de schoolbesturen, investeert in de onderwijshuisvesting. • Biedt een meerjarenperspectief waarop het eigen (investerings-)beleid van de gemeente en schoolbesturen kan worden afgestemd. • Vormt het beleidskader voor onderwijshuisvesting voor 4 jaar (2025-2028) en geeft een doorkijk voor de langere termijn van 16 jaar (2029-2040). Het IHP wordt elke 4 jaar herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de vragen en behoeften van dat moment.

1.2. Landelijke context Het IHP sluit aan op de landelijke context. Door nu een strategisch IHP te ontwikkelen, spelen gemeente en schoolbesturen in op de volgende landelijke ontwikkelingen: • De wettelijke status van IHP’s en renovatie (naar aanleiding van het wetsvoorstel van VNG, VO-raad en PO-raad). • De verbeterslag die gemaakt dient te worden op het gebied van de kwaliteit van onderwijshuisvesting. • De duurzaamheidsambities die voortvloeien uit de afspraken binnen het Klimaatakkoord. • De druk die is ontstaan op de bekostiging van onderwijshuisvesting.

1.3. Lokale context De gemeente Eindhoven staat op het gebied van onderwijshuisvesting voor een aantal uitdagingen. Als gevolg van de groei van de gemeente (de schaalsprong) is er behoefte aan extra onderwijshuisvesting. Daarnaast is het gebouwenbestand voor het PO gemiddeld 34 jaar oud. Binnen het VO is er de afgelopen jaren veel vernieuwd, maar zijn er nog schoolgebouwen aanwezig die ouder zijn dan 50 jaar. Een deel van deze gebouwen dient op korte termijn vernieuwd te worden. Daarnaast kan het IHP inspelen op deze lokale ontwikkelingen.

1.4. Aanpak Het IHP is in grofweg vijf stappen opgesteld. De verschillende stappen staan hieronder kort toegelicht: 1. Visievorming: tijdens interactieve sessies is met gemeente en schoolbesturen gesproken over de visie op het onderwijs en de vertaling naar onderwijshuisvesting. In het hoofdstuk ‘Visie’ zijn in verschillende bouwstenen de gemeenschappelijke uitgangspunten uitgewerkt. 2.

Analyse: er is een objectieve analyse gemaakt van de scholen. Hiertoe zijn onder andere quickscans uitgevoerd. Dit zijn kwaliteitsbeoordelingen op basis van dataonderzoek, locatiebezoek en interviews. Daarnaast is de capaciteit van de schoolgebouwen geanalyseerd op basis van het prognosemodel van de gemeente. Aan de hand van de analyses zijn knelpunten benoemd.

1 Alle betrokken schoolbesturen staan vermeld in de tabellen van hoofdstuk 2.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 3 van 80

3.

Scenario-ontwikkeling: op basis van de wettelijke kaders, visie en uitgangspunten zijn scenario’s ontwikkeld in samenspraak met elkaar. Diverse analyses zijn opgesteld en inzichtelijk gemaakt en scenario's zijn verkend inclusief de programmering (op hoofdlijnen). Binnen het uitvoeringsprogramma wordt dit verder uitgewerkt en afgestemd tussen gemeente en schoolbesturen. Het uitvoeringsprogramma start na vaststelling van het IHP.

4.

Financiële vertaling: op basis van de scenario’s is een financiële vertaling opgesteld. Het resultaat is een meerjaren investeringsoverzicht.

5.

Integratie: de deelproducten zijn samengevoegd tot een gedragen IHP inclusief een overzicht van vervolgafspraken.

1.5. Leeswijzer Na dit eerste inleidende hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 het onderwijslandschap van de gemeente. Hoofdstuk 3 gaat in op de gezamenlijke visie en uitgangspunten. Hoofdstuk 4 introduceert de gehanteerde methoden voor de analyse om de opgave voor Eindhoven te bepalen. Hoofdstuk 5 beschrijft de scenario’s die invulling geven aan deze opgave. Hoofdstuk 6 voorziet de scenario’s uit hoofdstuk 5 van financiële uitgangspunten en een financiële vertaling. In hoofdstuk 7 is het vervolgproces na het IHP omschreven.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 4 van 80

2. Onderwijslandschap gemeente Eindhoven Dit hoofdstuk biedt inzicht in het huidige onderwijsaanbod in de gemeente voor de onderwijssectoren: • Primair onderwijs (PO), inclusief speciaal basisonderwijs (SBO). • Voortgezet onderwijs (VO). • (Voortgezet) speciaal onderwijs (V)SO. In bijlage 1 zijn alle locaties in één overzicht weergegeven.

2.1. Primair onderwijs Het PO in de gemeente Eindhoven wordt verzorgd door een zevental schoolbesturen. De schoolbesturen bieden onderwijs aan 17.776 leerlingen, verdeeld over 63 schoollocaties. Dit is inclusief de scholen in de wijken Oud-Gestel en Gestelse Ontginning. Deze scholen zijn onderdeel van het uitvoeringsprogramma IHP Gestel en zijn niet meegenomen in het voorliggende IHP. Binnen IHP Gestel wordt een nieuwe locatie voor Stichting Islamitische Educatie Zuid-Oost Nederland gerealiseerd. Deze locatie wordt bij het aantal scholen benoemd, maar heeft op dit moment nog geen leerlingen. In het onderstaande overzicht is De Wereldwijzer niet opgenomen. De Wereldwijzer valt onder verantwoording van schoolbestuur SKPO 2. De Wereldwijzer is een voorziening voor nieuwkomers in de leeftijd van 5 tot 12 jaar voor het leren van de Nederlandse taal in 40 tot 60 weken. Hierna stromen de leerlingen door naar een reguliere basisschool. International School Eindhoven (ISE) is in dit IHP buiten beschouwing gelaten, dit betreft een specifieke school voor PO en VO en kent een andere bekostiging.

Tabel 2-1: Overzicht schoolbesturen en locaties PO (1 oktober 2023) Aantal Aantal Schoolbestuur Sector schoolleerlingen locaties Stichting Katholiek en ProtestantPO Christelijk Onderwijs Eindhoven e.o. 34 9.272* incl. SBO (SKPO) Stichting voor Algemeen Toegankelijk PO 23 6.410 Onderwijs Eindhoven e.o. (SALTO) incl. SBO Stichting Internationaal en Lokaal PO 1 696 Funderend Onderwijs (SILFO) Stichting de Vrije School EindhovenPO 1 423 Zuid Stichting Islamitische Educatie ZuidPO 2 399** Oost Nederland Stichting Evangelisch Onderwijs PO 1 360 Eindhoven (SEOE) Stichting Pallas PO 1 216 63

17.776

% 53% 36% 4% 2% 2% 2% 1% 100%

* Exclusief leerlingen De Wereldwijzer ** De nieuwe locatie kent nog geen leerlingenaantal.

2.2. Voortgezet onderwijs Het VO in de gemeente Eindhoven wordt momenteel aangeboden door een tiental schoolbesturen. De schoolbesturen bieden onderwijs aan ruim 17.000 leerlingen, verdeeld over 24 schoollocaties. Vanuit Stichting Islamitische Educatie Zuid-Oost Nederland is een aanvraag goedgekeurd voor een nieuwe school, namelijk het Medina College. Deze school is opgenomen in het overzicht, maar de locatie en het leerlingenaantal zijn nog niet bekend. De keuze voor de locatie, tijdelijk al dan vast, doet er voor Medina College toe om ook levensvatbaar te kunnen worden. In het onderstaande overzicht zijn de voorzieningen voor Eerste Opvang Anderstaligen (EOA) niet opgenomen1. De EOA is een voorziening voor nieuwkomers in de leeftijd van 12 tot 16 jaar en valt onder verantwoording van schoolbestuur SILFO. Dit is vergelijkbaar met het nieuwkomersonderwijs binnen het PO, waarbij de leerlingen op deze schoollocatie de Nederlandse taal leren in twee jaar, en daarna doorstromen naar het reguliere VO.

2 De leerlingenaantallen voor deze doelgroep zijn lastig te voorspellen en zijn afhankelijk van mondiale

ontwikkelingen. De gemeente dient te voorzien in huisvesting voor deze leerlingen.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 5 van 80

Daarnaast zijn er in de gemeente nog andere scholen aanwezig die niet door de gemeente worden bekostigd (door gedecentraliseerde locaties en/of direct vanuit het rijk bekostigd); deze worden daarom niet in het voorliggende IHP meegenomen. Denk aan Scholengemeenschap De Rooi Pannen, SintLucas, Summa College (waar het Montessori College onderdeel van is), Yuverta en ISE. Tabel 2-2: Overzicht schoolbesturen en locaties VO (1 oktober 2023) Aantal Aantal Schoolbestuur Sector scholen leerlingen

%

• •

Cluster 3: lichamelijk gehandicapte en/of verstandelijk gehandicapte en langdurig zieke leerlingen (somatisch). Cluster 4: kinderen met psychische stoornissen en gedragsproblemen.

Tabel 2-3: Overzicht schoolbesturen en locaties (V)SO (1 oktober 2023) Aantal Aantal Schoolbestuur Sector scholen leerlingen Stichting Speciaal Onderwijs en Experticecentra (SSOE) VSO/SO 2 503

31%

Aloysius Stichting Onderwijs Jeugdzorg

VSO/SO

2

549

34%

Stichting Vitus Zuid Stichting Saltho Onderwijs (Koraalonderwijs)

VSO/SO

1

465

28%

VSO

1

110

7%

6

1.627

100%

%

Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) Stichting Eindhovens Christelijk Voortgezet Onderwijs (SECVO) Stichting Internationaal en Lokaal Funderend Onderwijs (SILFO)

VO

8

5.526

31%

VO

3

3.393

19%

VO

4

3.165*

18%

Stichting Carmelcollege Stichting Algemeen Bijzonder Voortgezet Onderwijs Eindhoven (SABVOE) Stichting Scholengemeenschap voor Vrijeschoolonderwijs (SGVVS)

VO

1

1.215

7%

VO

1

1.071

6%

VO

1

562

3%

Scholengemeenschap De Rooi Pannen

VO

1

562

3%

SintLucas

VO

1

515

3%

2.5. Kinderopvang

Summa College

VO

2

1050

6%

Yuverta Stichting Islamitische Educatie ZuidOost Nederland

VO

1

653

4%

VO

1

**

-

24

17.712

100%

In Eindhoven wordt door circa 25 verschillende organisaties kinderdagopvang aangeboden. Daarnaast zijn er nog gastouders actief in Eindhoven waar ook dagopvang georganiseerd wordt. Op basis van het landelijk register kinderopvang zijn er circa 4.300 kinderdagopvangplekken (exclusief buitenschoolse opvangplekken), verspreid over 80 locaties in de stad. 56 van de 80 kinderopvanglocaties zijn gehuisvest in scholen of in de directe nabijheid daarvan. Dit betreft 53% van de kinderdagopvangplekken in de gemeente Eindhoven.

2.4. Bewegingsonderwijs

* Exclusief leerlingen Eerste Opvang Anderstaligen (EOA) ** De nieuwe locatie is in leerlingenaantal nog niet opgenomen.

In Eindhoven zijn 63 gymlocaties waar het onderwijs gebruik van maakt. Een gymlocatie kan bestaan uit één of meerdere gymzalen. Wanneer er sprake is van meerdere gymzalen, wordt gesproken over een sporthal.

2.3. (Voortgezet) speciaal onderwijs Het (V)SO in de gemeente Eindhoven wordt aangeboden door een viertal schoolbesturen. De schoolbesturen bieden onderwijs aan circa 1.600 leerlingen verdeeld over zes schoollocaties. Het gaat om zowel basisschoolleerlingen (4-12 jaar) als om leerlingen met een leeftijd voor het voortgezet onderwijs (12-20 jaar). Op dit moment zijn er in Eindhoven de volgende clusters binnen het (V)SO aanwezig: • Cluster 2: dove, slechthorende leerlingen of leerlingen met een taalspraakontwikkelingsstoornis.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 6 van 80

Figuur 2-1 Schoollocaties gemeente Eindhoven Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 7 van 80

3. Visie Dit hoofdstuk behandelt de visie op onderwijs en de visie op onderwijshuisvesting. De visie op onderwijshuisvesting is uitgewerkt in verschillende beleidsuitgangspunten; ‘de bouwstenen’.

3.1. Visie op onderwijs

Met het formuleren van de ‘bouwstenen van beleid’ geven gemeente en schoolbesturen inzicht in de visie op de onderwijshuisvesting en wordt benoemd welke afspraken/beleidsuitgangspunten hierover zijn gemaakt. Het IHP is erop gericht om, binnen de mogelijkheden van de gemeente en schoolbesturen, deze uitgangspunten zoveel als mogelijk te realiseren. Voor sommige onderdelen is nog geen uitgangspunt geformuleerd, maar is een procesafspraak gemaakt. Dit is apart aangegeven.

3.2.1 Onderwijscapaciteit (vraag en aanbod)

De visie op onderwijs is door gemeente en schoolbesturen als volgt geformuleerd: ‘In iedere wijk van de gemeente Eindhoven heeft elke 0- tot 23-jarige recht op ontwikkeling vanuit het oogpunt passend en inclusief onderwijs binnen 15 minuten van het woonadres. Voor het IHP 2025-2040 wordt dit recht als gebouwelijke ambitie meegenomen. Dit uitgangspunt vraagt om flexibele en efficiënte multifunctionele huisvesting, meervoudig ruimtegebruik, met oog voor groei en krimp, aandacht voor de omgeving en het delen van faciliteiten en ruimten met overige gebruikers.’

De bouwsteen onderwijscapaciteit geeft aan welke capaciteit (vraag en aanbod) de gemeente en schoolbesturen nastreven en welke afspraken gemaakt moeten worden om de gezonde groei van Eindhoven te kunnen faciliteren op het gebied van onderwijs en kinderopvang. 1.

Deze visie is geformuleerd binnen de kaders van landelijk (onder andere stelsel onderwijshuisvesting en Klimaatakkoord), regionaal (onder andere Brainport) en gemeentelijk beleid (onder andere Bestuursakkoord), zie bijlage 2. Ook is de visie in lijn met zes belangrijke trends en ontwikkelingen op het gebied van onderwijs binnen Eindhoven (de ontwikkelperspectieven), zie bijlage 3.

Procesafspraak: in navolging van het IHP Gestel wordt een nadere procedure uitgeschreven op welke wijze de leerlingenaantallen periodiek worden bijgesteld. In deze procedure wordt tevens opgenomen wanneer de leerlingenaantallen bij start bouwproces definitief worden vastgesteld en in welke bijzondere omstandigheden nog van het definitieve leerlingenaantal kan worden afgeweken. In de verkenning wordt tevens gekeken naar de capaciteit voor kinderopvang.

3.2. Visie op onderwijshuisvesting De visie op onderwijs van de gemeente en de schoolbesturen stelt eisen aan onderwijshuisvesting. De gemeente en de schoolbesturen willen bovendien voorsorteren op de trends en ontwikkelingen (de ontwikkelperspectieven) en gezamenlijk vooruitkijken naar de ambities binnen de gemeente en regio. Gemeente en schoolbesturen hebben de visie op onderwijshuisvesting uitgewerkt in vier thema’s: de bouwstenen van beleid: 1. Onderwijscapaciteit (vraag en aanbod). 2. Samenwerking. 3. Kwaliteit van de huisvesting. 4. Status van het IHP.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Prognose leerlingenaantallen. De gemeente Eindhoven werkt met een prognosemodel dat periodiek wordt bijgesteld. In het prognosemodel worden naast harde woningbouwontwikkelingen (reeds goedgekeurde plannen) ook de zachtere woningbouwontwikkelingen (voorgenomen plannen) opgenomen. De prognose wordt na bijstelling ter goedkeuring voorgelegd aan de schoolbesturen in het Bestuurlijk Overleg.

2.

In de gemeente Eindhoven is een divers onderwijsaanbod aanwezig. Het diverse aanbod wordt gerespecteerd en dient gewaarborgd te blijven. a. In het regulier onderwijs (PO/VO) is er in de gemeente een aanbod van verschillende denominaties en onderwijsconcepten aanwezig. b. Specifiek voor het VO zijn de diverse onderwijsniveaus aanwezig van praktijkonderwijs tot en met het vwo. c. Daarnaast heeft Eindhoven ook diverse (V)SO-scholen, alle met een eigen cluster en verschillende expertises.

Pagina 8 van 80

d.

Procesafspraak: voor het onderwijsaanbod VO wordt binnen een werkgroep nader geïnventariseerd of er behoefte is aan nieuwe onderwijsvormen/ onderwijsaanbod (mogelijk in regionaal verband). Binnen het IHP is vastgesteld dat dit geen impact heeft op het volume. 3.

in een buurt). Deze ontwikkelingen worden binnen het IHP meegenomen. De gemeente kan haar bestaande vastgoed en ruimte inzetten of een nieuwe locatie starten om te kunnen voorzien in de onderwijsbehoefte van de stad.

Naast een divers onderwijsaanbod zijn er tal van kinderopvangorganisaties en andere maatschappelijke partners aanwezig die bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. In de gemeente wordt dit ‘SPIL-beleid’ genoemd. Hierbij fungeren onderwijslocaties als ‘SPIL’ in de wijk door samenwerking met partners.

Het is van belang om een goede spreiding van onderwijs en kinderopvang te hebben, in het belang van toegankelijk en thuisnabij aanbod en ter bevordering van de leefbaarheid in de wijk. School- en kinderopvanggrootte en spreiding moeten aansluiten op het leerlingenaantal in het voedingsgebied. Het streven is goede spreiding van onderwijsaanbod over de wijken van de gemeente Eindhoven, waarbij de voorwaarde is dat de kwaliteit van onderwijs geborgd is. Bij het ontwikkelen van nieuwe scholen/kinderopvang of herpositioneren van bestaande scholen dient aandacht te zijn voor de geografische spreiding van locaties: a. Een goede spreiding van het PO en kinderopvang is van belang voor de leefbaarheid van de wijken. Een school functioneert als een ‘SPIL’ in de wijk. Daarnaast zijn onderwijs en kinderopvang nabij thuis van belang voor ouders en kinderen. Uitgangspunt is dat kinderen in hun eigen buurt naar het PO gaan. b. Voor het VO is het van belang om zowel op plaatselijke schaal als op regionale schaal te kijken naar de optimale spreiding en bereikbaarheid langs belangrijke verkeers- en openbaarvervoersassen. Het VO trekt immers ook leerlingen uit de regio aan. Spreiding en aanbod worden op regionale schalen afgestemd (onder andere binnen de samenwerkingsverbanden). c. De maximale grootte van een VO-school is afhankelijk van het onderwijsniveau dat gegeven wordt op de vestiging. d.

Voor het aanvragen van een ‘nieuwe school’ wordt in overleg met schoolbesturen toegewerkt naar een passende oplossing. Naast de mogelijkheid die de wet ‘meer ruimte voor nieuwe scholen’ biedt, kan een nieuwe school ook voortkomen vanuit het prognosemodel (bij ondercapaciteit

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Procesafspraak: indien er als gevolg van de schaalsprong nieuwe scholen nodig zijn, wordt in overleg met de schoolbesturen een procedure vastgelegd. In deze procedure worden de criteria/spelregels opgenomen die bepalen welk schoolbestuur het bevoegd gezag van deze nieuwe school vormt. 4.

Leerlingen in de gemeente Eindhoven zitten op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. In lijn met de Wet passend onderwijs, landelijke ambities en het uitgangspunt (V)SO om niet verder te groeien, is de wens een stap verder te gaan, namelijk richting inclusief onderwijs. Bij inclusief onderwijs kunnen kinderen nabij thuis onderwijs volgen, ongeacht hun achtergrond of beperking. Echter zal dit niet voor alle kinderen een optie zijn. Voor kinderen met een specifiek zorgprofiel zal het speciaal onderwijs blijven bestaan. Binnen de reguliere scholen kunnen wel faciliteiten gerealiseerd worden waardoor een deel van de ‘SO’-leerlingen in het regulier onderwijs les kan krijgen. Daarbij kunnen de volgende faciliteiten mogelijk nodig zijn binnen het regulier onderwijs: a. Ruimte voor ambulante medewerkers (bijvoorbeeld logopedie, jeugdzorg of orthopedagoog) waar zij kunnen aanlanden. De zorg voor het kind kan dan binnen een vertrouwde omgeving worden aangeboden. b. Time-in/out-ruimte waar leerlingen kort in een prikkelarme omgeving tot rust kunnen komen. Procesafspraak: binnen de werkgroep Passend en Inclusief onderwijs wordt nader uitgewerkt wat dit vraagt van onderwijshuisvesting. Binnen dit IHP wordt vooralsnog geen rekening gehouden met aanvullende vierkante meters.

5.

Naast passend onderwijs is er in Eindhoven een groeiend aantal internationale leerlingen aanwezig (kinderen van kenniswerkers, arbeidsmigranten en statushouders). Deze groepen internationale leerlingen kennen (deels) andere onderwijsbehoeften, onder andere extra taalonderwijs en onderwijsvormen. Vaak wordt er binnen het nieuwkomersonderwijs gewerkt met kleiner groepsgroottes, wat resulteert in een hogere ruimtebehoefte.

Pagina 9 van 80

a.

Specifiek binnen de internationalisering zijn de doelgroepen nieuwkomers in de leeftijdscategorie 5-12 jaar en Eerste Opvang Anderstaligen (EOA) 12-18 jaar. Deze doelgroepen fluctueren sterk, afhankelijk van mondiale ontwikkelingen. Op gemeentelijk niveau dient er afdoende flexibiliteit te zijn om deze doelgroepen te kunnen huisvesten. Procesafspraak: de gemeente zal met het onderwijsveld verder bepalen hoe het nieuwkomersonderwijs gefaciliteerd gaat worden en welke consequenties dit heeft voor onderwijshuisvesting. De locaties voor nieuwkomers zijn onderdeel van de programmering. Aanvullende locaties zijn niet opgenomen.

6.

Het streven is een optimale afstemming tussen vraag en aanbod van onderwijscapaciteit. Daarbij gaat het om het voorkomen van zowel normatieve ruimteoverschotten als ruimtetekorten. Daarvoor zijn een tweetal instrumenten geformuleerd: a. Maximeren van volumes of leerlingenstop: i. Binnen het PO is het invoeren van een leerlingenstop vooralsnog niet wenselijk, echter wordt op sommige locaties hier al naar gehandeld. Door de toename van leerlingenaantallen in enkele deelgebieden kan een leerlingenstop helpen om te kunnen sturen op een optimale afstemming tussen vraag en aanbod van onderwijscapaciteit. Procesafspraak: voor deze deelgebieden wordt na vaststelling van het IHP de noodzakelijkheid van een leerlingenstop nader verkend. Deze verkenning zal een onderdeel vormen van het uitvoeringsprogramma (vervolgstap). ii.

Binnen het VO is in gezamenlijkheid gekeken naar de maximale leerlingenaantallen per locatie. De scholen die onder het Regionaal Samenwerkingsverband voor Passend Voortgezet Onderwijs (RSV PVO) Eindhoven en Kempenland vallen hanteren een aanmeldprocedure voor het aanmelden van nieuwe leerlingen.

iii.

Binnen het (V)SO wordt het aanbod op regionale schaal afgestemd. Door de schoolbesturen van het (V)SO is aangegeven dat het (V)SO niet meer wil groeien in capaciteit. Daarmee committeren zij zich aan de landelijke ambities, namelijk zoveel mogelijk kinderen op de juiste plek binnen het reguliere onderwijs. Dit is een belangrijk uitgangspunt voor dit IHP en daarmee voor de huisvestingsscenario's van het (V)SO én van het regulier onderwijs binnen de gemeente.

b.

Strategisch sturen op wijkvolumes: i. Indien er noodzaak is tot uitbreiding van schoolgebouwen, wordt eerst onderzocht of dit volume kan worden toegevoegd aan een school die wordt vervangen in de desbetreffende wijk. Zo wordt voorkomen dat er kleine nieuwe gebouwdelen worden toegevoegd aan een bestaand gebouw in wijken waar ook scholen zijn die in aanmerking komen voor (vervangende) nieuwbouw.

c.

Effectief inzetten van bestaande capaciteit of afstoten: i. Verhuur of medegebruik van ruimte kan, na toestemming van de gemeente, een (tijdelijke) oplossing zijn voor een normatief ruimteoverschot. ii. Verhuizen van groepen leerlingen biedt mogelijkheden bij ruimtetekorten, op de korte termijn. Voor een langere termijn is dit geen gewenste oplossing. De verhuizing van groepen leerlingen kan ertoe leiden dat de verbinding met de school vermindert. Per situatie zal beoordeeld moeten worden welke termijn wordt gekoppeld aan de verhuizing. iii. Bij een structureel ruimteoverschot kan een deel van het gebouw worden overgedragen aan de gemeente.

Procesafspraak: in de werkgroep onderwijsaanbod VO wordt voor de vraag van het gewenste VO onderwijsaanbod tevens de evaluatie van de aanmeldprocedure door het samenwerkingsverband betrokken.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 10 van 80

7.

Met inachtneming van de groei van Eindhoven, wordt rekening gehouden met het zo flexibel en toekomstbestendig mogelijk maken van de capaciteit en kwaliteit van het scholenlandschap. a. Er wordt gekeken naar de toekomstbestendigheid van de onderwijslocaties en daarmee de mogelijkheden om op bestaande en nieuwe schoollocaties (percelen) uit te kunnen breiden (in hoogte en breedte). Binnen het omgevingsplan wordt vanuit de gemeente proactief gekeken naar de mogelijkheden om hierop voor te sorteren. b. Het gebouw moet geschikt zijn voor multifunctioneel ruimtegebruik. c. Nieuwe gebouwen worden flexibel en aanpasbaar ontworpen. Mogelijkheden voor losmaakbare gebouwdelen worden verkend (binnen het afgesproken budget). Daardoor zijn verbouwingen en uitbreidingen in de toekomst mogelijk en kan ingespeeld worden op circulaire uitgangspunten. Uitgangspunt daarbij is dat dragende wanden alleen op strategische plekken in een gebouw geplaatst worden, gekoppeld aan blijvende gebouwfuncties (verticaal verkeer e.d.). Gebouwen dienen toekomstbestendig gemaakt te worden, waarbij eventuele functiewisselingen of onderwijskundige veranderingen mogelijk zijn. Modulair bouwen kan hierbij een mogelijkheid zijn.

3.2.2

1.

Vanuit de visie van dit IHP is er ruimte voor initiatieven van 0 tot 23 jaar. Daaronder valt het versterken van de samenwerking tussen regulier, speciaal én beroepsonderwijs (doorgaande leerlijn van 0 tot 23 jaar). Ook inhoudelijke samenwerkingen worden hieronder verstaan, zoals een Rijke Schooldag.

2.

Het IHP zet in op het behouden en uitbreiden van samenwerking tussen het PO en kinderopvang en daarmee de doorgaande leerlijn van 0 tot 13 jaar. Het kinderdagverblijf, de peuteropvang en de buitenschoolse opvang zijn de hoofdpartners voor een SPIL-centrum. De pedagogiek en de didactiek van de partners worden op elkaar afgestemd. a.

b.

3.

De samenwerking tussen het PO en SPIL-partners kan verschillende vormen aannemen. Er is ruimte om per locatie maatwerk te leveren, passend bij de lokale situatie. De basis voor een SPIL-centrum is het realiseren van een doorgaande leerlijn van 0 tot 13-jarigen. De groei van een school mag er niet toe leiden dat de SPIL-partners uit het gebouw moeten wijken. Een toename van de kinderopvang van 0- tot 4-jarigen is een belangrijke indicator voor een mogelijke groei. Bij groei van een school dient de naschoolse en voorschoolse kinderopvang mee te groeien.

Het IHP biedt kansen om leerlingen zich breder te laten ontwikkelen vanuit de doorgaande leerlijn van 13 tot 23 jaar. a.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Samenwerking

De bouwsteen samenwerking geeft aan welke samenwerkingen er binnen en met het onderwijs zijn en voor welke (onderwijskundige) ontwikkelingen binnen het IHP uitgangspunten geformuleerd moeten worden. Kinderopvang is daar een belangrijk onderdeel van vanuit het SPIL-beleid van de gemeente. Tevens wordt gekeken naar de mogelijkheden om de school ook voor andere doeleinden in te zetten.

Een clustering van een PO- en een VO-school biedt kansen voor leerlingen om het onderwijs te volgen dat bij hen past. PO-leerlingen kunnen zich bijvoorbeeld meer laten uitdagen bij de VO-vakken (zowel praktische als

Pagina 11 van 80

b.

c.

4.

5.

theoretische vakken). VO-leerlingen kunnen nog ondersteuning krijgen bij basisvaardigheden. Een andere mogelijkheid is een Tienercollege. Bij een Tienercollege komen leerlingen binnen als ze 10 jaar zijn en op hun 14e jaar wordt een onderwijsniveau afgegeven waarna ze kunnen doorstromen naar een VO-school. Om de aansluiting te maken met het beroepsonderwijs (tot 23 jaar) is het kansrijk om te verkennen of er mogelijkheden zijn voor samenwerking op het gebied van inhoud en huisvesting. Denk aan delen van praktijkruimten en/of (tijdelijk) benutten van ruimteoverschot.

Bewegingsonderwijs is onderdeel van het onderwijscurriculum en dient daarom integraal meegenomen te worden bij ontwikkelingen. Er zijn eisen voor het aantal klokuren bewegingsonderwijs per onderwijssector/-niveau (conform verordening). Dit aantal klokuren dient minimaal aanwezig te zijn bij de gymzalen. a. Uitgangspunt voor gymzalen is dat deze minimaal nabij of naast een schoollocatie liggen. In de verordening is dit nader vastgelegd. b. Buiten de schooluren moeten verenigingen gebruik kunnen maken van de gymzalen. Belangrijke afweging is de omvang van de wedstrijdvloer, de vrije hoogte, kleedvoorzieningen en eventuele andere toebehoren. Vanuit de gemeente, domein Sport, zal hier aandacht voor moeten zijn, om te zorgen voor voldoende sportcapaciteit in combinatie met bewegingsonderwijs. c. Het uitgangspunt is dat de sportvoorziening (gymzaal of sporthal) direct te combineren is in of naast de schoollocatie en daarnaast ook separaat te compartimenteren is vanuit beheer. d. Bewegingsonderwijs hoeft niet alleen in de ‘traditionele’ gymvoorziening gegeven te worden. Denk hierbij aan meer ruimte voor buiten bewegen en individuele sportvormen zoals fitnessen. Dit is een aanvulling op de gymaccommodaties. Samenwerking met andere (maatschappelijke) partners die gebruik kunnen maken van schoolgebouwen is mogelijk.

De functie van een schoollocatie in de wijk wordt breder geformuleerd: niet alleen onderwijs en opvang. Dit vraagt om samenwerking met andere maatschappelijke partners. Onder een schoollocatie wordt zowel het gebouw als het terrein beschouwd. Hiermee kan onderwijshuisvesting een rol spelen bij de invulling van andere gemeentelijke

Referentie: 1543703-0219.0.1.

opgaven. Denk hierbij aan het bieden van aanbod voor anderstaligen (kinderen en ouders), voor gezinnen die ondersteuning kunnen gebruiken, een ontmoetingsplek voor wijkbewoners, samenwerking met jeugdzorg of andere maatschappelijke organisaties (verenigingen). Deze functies kunnen om extra capaciteit vragen in het gebouw. Procesafspraak: dit vraagt om een veranderende manier van kijken en denken en aanvullende financiële middelen uit andere gemeentelijke domeinen. In dit IHP is hierin nog niet voorzien. Het is belangrijk dat de betreffende domeinen binnen de gemeente en de schoolbesturen gezamenlijk optrekken bij het realiseren van dit uitgangspunt op het gebied van de rol van de school. 6.

Samenwerking stelt eisen aan onderwijshuisvesting. Gemeente en schoolbesturen hebben daarvoor de volgende uitgangspunten geformuleerd. a. Zonder afspraken hoe partijen gaan samenwerken worden er geen meters/functies toegevoegd aan een school. Om te komen tot een goede samenwerking tussen een school en andere partners (zoals jeugdzorg, verenigingen of buurtvoorziening) binnen hetzelfde gebouw dient er samenwerking tussen deze partijen gezocht te worden. De gemeente stimuleert deze samenwerking om meervoudig en multifunctioneel ruimtegebruik mogelijk te maken. Het verschilt per partij of de samenwerking niet alleen gebouwelijk (dus alleen gebruik van capaciteit) maar ook inhoudelijk wordt vormgegeven. Dit wordt nader verkend binnen de projecten. b. Multifunctioneel gebruik en meervoudig ruimtegebruik mag geen vertragende werking hebben op de uitvoering van het IHP. Indien dit het geval is, gaan gemeente en schoolbesturen hierover in overleg, rekening houdend met de capaciteitsverdeling van het onderwijs en de opvang binnen de wijk. c. Indien ruimten in schoolgebouwen in gebruik worden gegeven aan partijen anders dan het onderwijs wordt ofwel ‘verhuur’ ofwel ‘medegebruik’ toegepast. Verhuur en medegebruik kunnen een instrument zijn om leegstand tegen te gaan en multifunctioneel en meervoudig ruimtegebruik te stimuleren. Verhuur en medegebruik gaat in overleg met de gemeente.

Voor verhuur is toestemming nodig van het College van B&W. Hierop is algemene wetgeving van toepassing. d. Samenwerking vraagt om afspraken ten aanzien van beheervorm, eigendomsverhouding, samenwerkingsafspraken, exploitatie en financiële

Pagina 12 van 80

geldstromen. Deze afspraken dienen vooraf vastgesteld te worden binnen een beheermodel; op basis van deze afspraken zal de gemeente de toestemming voor verhuur of medegebruik geven. Er zijn drie beheermodellen, waarbij de eigenaars-/beheerrol ligt bij gemeente, schoolbestuur of stichting. Per situatie worden hier afspraken over gemaakt.

3.2.3 Kwaliteit van de huisvesting Gemeente en schoolbesturen zien het realiseren van kwalitatief goede en duurzame huisvesting als een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Daarbij zoekt de gemeente aansluiting bij de landelijke wetgeving op het gebied van duurzaamheid (Klimaatwet en EPBD IV). Schoollocaties moeten gehuisvest zijn in kwalitatief goede gebouwen die voldoen aan de hedendaagse eisen. 1.

Ten aanzien van gezondheid wordt er rekening gehouden met Frisse Scholen-thema’s (naast energie) lucht, temperatuur, licht en geluid om een prettig en gezond klimaat voor kinderen en medewerkers te realiseren. Hierbij wordt, voor zover als mogelijk, geanticipeerd op wijzigingen in het klimaat en meer warme dagen. Voor Frisse Scholen wordt gekozen voor gemiddeld klasse B per subonderdeel, waarbij voor de thema’s lucht en temperatuur minimaal klasse B wordt aangehouden, zowel bij nieuwbouw als bij renovatie. In paragraaf 6.1 wordt een nadere toelichting gegeven op de kwaliteit van onderwijshuisvesting.

2.

Het IHP sluit aan bij de doelstellingen die geformuleerd zijn in het landelijke Klimaatakkoord en de sectorale routekaart. Met het IHP wil de gemeente invulling geven aan de verduurzamingsopgave voor het onderwijs. Voor nieuwbouw is het uitgangspunt om gebouwen gasloos (emissievrij) te realiseren met aanvullend de ambitie energieneutrale (school)gebouwen (ENG)3. De Nederlandse wettekst van de EPBD is nog niet bekend. In de Europese tekst wordt verwezen naar een “emissievrij gebouw” (art 8 en 11). Deze term geeft geen uitsluitsel of er een all-electric gebouw of een ENG gebouw wordt bedoeld. We

3 Er is gekozen voor een kwaliteitsniveau ENG passend bij de sectorale routekaart om de

klimaatdoelstelling van 2050 te halen. Echter, gezien de onzekerheid betreffende de wachttijden voor het aanleggen van de aansluiting die daarvoor nodig is (in verband met de landelijke netcongestie), kan

Referentie: 1543703-0219.0.1.

gaan er vanuit dat de Nederlands wetstekst uitsluitsel zal geven. Voor de 1e termijn wordt daarom echter vastgehouden aan een ENG bijdrage door de scholen. De meerkosten voor ENG bedragen 115 per m2 (bron IHP Gestel), daarbij is onderscheid gemaakt naar: • PO: 44% van deze kosten komt voor rekening van de schoolbesturen. • VO: 100% van deze kosten komt voor rekening van de schoolbesturen. 3.

Bij renovatie (lees: vernieuwbouw) van bestaande schoolgebouwen wordt het gebouw gasloos gemaakt en wordt, voor zover technisch mogelijk, het kwaliteitsniveau van nieuwbouw nagestreefd. Indien nieuwbouw en renovatie niet van toepassing zijn, wordt bekeken hoe het gebouw op termijn kan inspelen op de klimaatdoelstellingen. Daarbij kijken gemeente en schoolbesturen naar de verduurzamingsmaatregelen, terugverdientijden en bekostiging en capaciteit van het energienetwerk.

4.

Een duurzaam schoolgebouw is meer dan alleen een energiezuinig gebouw. Duurzaamheid gaat ook om circulariteit en toekomstbestendigheid, groen- en waterbestendigheid en biodiversiteit. Binnen dit IHP wordt de nadruk vooral gelegd om het maximaal gebruiken van de beschikbare onderwijsruimte. Hieronder worden deze thema’s nader toegelicht: a. Ten aanzien van circulariteit wordt er binnen dit IHP nog geen uitgangspunt gesteld. Door het uitvoeren van pilots wordt aan het thema circulariteit eerst invulling gegeven. Procesafspraak: het streven is om circulariteit breder te verkennen binnen 3 pilotprojecten. Denk aan gebruik maken van natuurlijke, ecologisch vriendelijke en/of herbruikbare materialen, het demontabel maken van gebouwelementen en na sloop gebouwelement integreren bij nieuwe projecten van de programmering. Aan dit streven is in dit IHP geen budget gekoppeld. b.

Ten aanzien van toekomstbestendigheid wordt er ingezet op maximale flexibiliteit en een gunstige bvo/fno4-factor, onder andere door het vermijden

deze ambitie bij- of uitgesteld moeten worden. Door de netcongestie is ook het uitgangspunt gasloos op dit moment niet altijd volledig haalbaar. 4 Bvo/fno: brutovloeroppervlakte in verhouding tot functioneel nuttig vloeroppervlak.

Pagina 13 van 80

c.

d.

van dragende binnenwanden en door ‘groeiruimte’ te definiëren in het omgevingsplan. Bij tijdelijke pieken kan, rekening houdend met de spreiding van scholen, slim worden omgegaan met semipermanente modulaire oplossingen. Dit kan worden gecombineerd met een permanente vaste kern die hierop is voorbereid. Gebouwen kunnen op deze manier meebewegen met groei en krimp van scholen. Flexibiliteit biedt ook kansen in de transformatiemogelijkheden van het vastgoed. Het gebouw moet aanpasbaar zijn vanuit de losmaakbaarheid om nieuwe onderwijsconcepten in te kunnen passen. Modulair bouwen kan hierbij ook een mogelijkheid zijn. Het gebouw dient zo ingedeeld te worden dat gedeelten van het gebouw voor andere functies gebruikt kunnen worden. Tijdens het ontwerp van een gebouw dient verkend te worden hoe het gebouw gecompartimenteerd kan worden. Een goede compartimentering zorgt ervoor dat installaties en gebouwdelen separaat kunnen functioneren. Dit komt ten goede aan onder andere exploitatie, veiligheid en beheer van het gebouw. Ten aanzien van de buitenruimte is de ambitie om groenblauwe schoolpleinen te realiseren met voldoende ruimte om te bewegen. Dit zijn schoolpleinen waar veel groen is geïntegreerd ter stimulering van de biodiversiteit en waar extra aandacht wordt besteed aan waterinfiltratie. Daarnaast is de buitenruimte van scholen een verlenging van de openbare ruimte.

Beoogd wordt om schoolpleinen semiopenbaar te maken, zodat het plein ook buiten schooltijden gebruikt kan worden. Binnen de financiële vertaling van het IHP is hier nog geen rekening mee gehouden. Procesafspraak: na evaluatie van de bestaande subsidieregeling groenblauwe schoolpleinen wordt bekeken of er een nieuwe subsidieregeling kan worden opgesteld.

e.

Per project wordt ingezet op een groendak. Binnen ieder project wordt minimaal de afweging gemaakt of de locatie geschikt is voor een groendak (waterreductie omgeving) of zonnepanelen (opwekken energie). Hierbij dient ook gekeken te worden naar de budgetkant.

5 In het wetsvoorstel van PO-raad, VO-raad en VNG is opgenomen: ‘Renovatie is een grootschalige en

integrale aanpak van een bestaand schoolgebouw waarmee de levensduur verlengd wordt met ten minste 25 jaar en het gebouw (weer) voldoet aan de functionele eisen en kwaliteitseisen zoals

Referentie: 1543703-0219.0.1.

5.

Schoolgebouwen zijn inclusief en toegankelijk. Conform Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn schoolgebouwen in de gemeente Eindhoven voor iedereen toegankelijk. Deze maatregelen zorgen (bij nieuwbouw) niet voor verhoging in kosten; tijdige aandacht in de ontwerpfase is wel noodzakelijk. a. Leerlingen en schoolmedewerkers met een beperking dienen zelfstandig door het gebouw te kunnen bewegen, zonder hulp van derden. Dit geldt ook voor de buitenruimte en de bereikbaarheid van de school.

6.

Renovatie5 (lees: vernieuwbouw) is wettelijk nog niet geregeld. Dit is een afweging waarbij onderstaande uitgangspunten worden benoemd: a. Renovatie is een integrale levensduurverlengende ingreep in het gebouw, waarmee de levensduur met 50 jaar wordt verlengd en is daarmee gelijkwaardig aan nieuwbouw. Dit betekent dat renovatie alleen een overweging is wanneer aangetoond kan worden dat de betreffende schoollocatie en het schoolbestuur weer ten minste 50 jaar op een goede en betaalbare manier met het gebouw vooruit kunnen. b. Het streven is om bij renovatie de gedefinieerde duurzaamheidseisen (gasloos, minimaal BENG, maar de ambitie is ENG) en kwaliteitseisen, in het bijzonder op het gebied van binnenklimaat (gemiddeld Frisse Scholen klasse B), zoveel mogelijk te realiseren. c. Binnen een haalbaarheidsonderzoek wordt de afweging nieuwbouw of renovatie gemaakt, zie bijlage 4.

7.

De omgeving van scholen dient integraal onderdeel te worden van de plannen. Hierbij heeft men aandacht voor zaken als mobiliteit (brengen en halen van kinderen, spreiding van types verkeer), biodiversiteit en groenblauwe schoolpleinen.

8. Het kwaliteitsniveau van de secundaire voorzieningen worden medebepaald door de beleidsvelden (domeinen). In dit IHP worden uitsluitend kwaliteitseisen gesteld aan het onderwijs, dit is het minimum. Er kunnen echter aanvullende eisen worden gesteld: aan kinderopvang vanuit de landelijke GGD-eisen en aan bewegingsonderwijs vanuit de landelijke KVLO-richtlijnen. geformuleerd in het IHP (en ten minste aan vigerende eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving).’ Let, wel dit betreft nog een voorstel.

Pagina 14 van 80

3.2.4

Status van het IHP

3.

Het IHP geeft de schoolbesturen en gemeente inzicht in de vernieuwingstermijn van hun gebouwen. Het IHP biedt schoolbesturen de mogelijkheid om de instandhouding (onder andere onderhoud, schoonmaak en energieverbruik) en investeringen af te stemmen op de vernieuwingstermijn (toekomstperspectief) van de onderwijshuisvesting. Deze investeringen kunnen gekoppeld worden aan terugverdientijden, zodat er bewust omgegaan wordt met maatschappelijke gelden. Het onderhoud moet minimaal NEN conditiescore 3 zijn gedurende de gehele levensduur. Wanneer een school binnen afzienbare tijd aan vervanging toe is (4 jaar voor het beoogde opleverjaar of eerder), spreken schoolbestuur en gemeente (schriftelijk) af dat er uitsluitend hoog noodzakelijk onderhoud wordt verricht. Dit kan leiden tot een kostenbesparing in de exploitatie, het daarvoor gereserveerde onderhoudsbudget kan toegevoegd worden aan het projectbudget. De wijze waarop de hoogte van die bijdrage wordt vastgesteld, zal op een uniforme manier worden benaderd (zie artikel 7).

4.

Voor het aanvragen van voorzieningen geldt de verordening systematiek. Voor alle projecten die in het IHP zijn opgenomen dient ook een aanvraag gedaan te worden via het Onderwijsloket. Het uitgangspunt is dat er geen aanvragen gedaan worden van projecten die niet binnen het voorliggende IHP zijn opgenomen. Er zijn uitzonderingen op dit uitgangspunt, zoals het voorzien in huisvesting voor een nieuw te stichten school, kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair (artikel 2.a lid 1, lid 6 en lid 7 van de verordening) of spoedaanvragen door onvoorziene omstandigheden. Deze aanvragen kunnen worden ingediend bij het Onderwijsloket. In de gemeentelijke begroting dient rekening gehouden te worden met dergelijke uitzonderingen. Hiervoor dient een aanvullend budget beschikbaar gesteld te worden. Dit is geen onderdeel van het IHP.

5.

Aanpassingen bij wijzigingen wet- en regelgeving. Dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van opstellen van dit IHP. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht, zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de bekostiging van het gemeentefonds of lumpsumvergoeding aan de schoolbesturen, wijzigingen ten aanzien van Bbl, energie-akkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te

Deze paragraaf gaat over de afspraken die worden vastgelegd in het IHP, hoe deze worden uitgevoerd en welke stappen worden gezet tussen vaststelling van het IHP en uitvoering van een project. Wie staat er op welk moment aan het roer? En hoe gaan we na vaststelling van het IHP over tot uitvoering? 1.

2.

Dit IHP is in lijn met het wetsvoorstel van PO-raad, VO-raad en VNG om IHP’s in de wetgeving te verankeren. Het IHP is een vastgesteld langetermijnplan waar gemeente en schoolbesturen zich aan committeren. Met name voor de projecten in de eerste termijn is commitment van belang (vaststelling met ondertekening). Voor de ‘doorkijk’ (de projecten na de eerste termijn) wordt uitgegaan van een intentie. Afwijkingen binnen de doorkijk zijn alleen mogelijk bij vaststelling in het Bestuurlijk Overleg of bij herijking van het IHP. De gemeente is daarmee verantwoordelijk voor de financiering van het IHP; dit geeft helderheid en vertrouwen richting de schoolbesturen. Het IHP kijkt ver vooruit (tot 2040), maar is tegelijkertijd afhankelijk van actuele ontwikkelingen in Eindhoven. Daarom is het belangrijk dat het IHP regelmatig wordt geactualiseerd, dit is de taak van de gemeente. a. Het IHP werkt met termijnen van 4 jaar met een totale doorkijk van 16 jaar. Het IHP geeft inzichten in de plannen per school per termijn, waarbij de eerste termijn het meest concreet is uitgewerkt en wordt vastgesteld. De latere termijnen (doorkijk) zijn meer indicatief en daarmee intenties die bij een herijking nader kunnen worden vastgesteld. b. De projecten uit termijn 1 worden bij vaststelling van het IHP gefaseerd opgestart. De programmering wordt jaarlijks geactualiseerd in het Bestuurlijk Overleg.

De voortgang van een project kan medebepalend zijn voor de programmering (snelheid is noodzakelijk). c. Het IHP wordt periodiek herijkt (om de 4 jaar), waarbij de herijking tijdig (in het 3e jaar) wordt gestart met de volgende termijn. De projecten die zijn vastgesteld in termijn 1 kunnen blijven doorlopen. d. Gemeente en schoolbesturen verkennen onderling de consequenties van mogelijke wijzigingen binnen de prognose. Deze verkenning wordt vastgelegd in een procedure.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 15 van 80

passen in overleg en in afstemming met de schoolbesturen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden. 6.

Investeringen in duurzaamheid dienen gerelateerd te worden aan de gehele levenscyclus van gebouwen. Daarbij is een afstemming tussen de verantwoordelijkheden van gemeente en schoolbesturen van belang. Bij voorkeur gezamenlijk goed investeren in deugdelijke maatregelen dan nadelige gevolgen te ondervinden tijdens de exploitatie. Het is wenselijk om in te zetten op deugdelijke materialen met een lange levensduur, waarbij rekening wordt gehouden met het verlagen van de exploitatiekosten (onderhoud, energie, schoonmaak en beheer).

7.

Schoolbesturen en gemeente verkennen de principes van Total Cost of Ownership (TCO) bij aanvang van het project. Bij TCO dragen schoolbesturen bij aan een deel van de stichtingskosten van een nieuwbouw- of renovatieopgave. Deze investering komt de duurzaamheid en het binnenmilieu van het gebouw op het gebied van onderhoud, exploitatie en gezondheid ten goede, waardoor een investering aan de voorkant een besparing kan opleveren tijdens het gebruik van het gebouw. Een integrale afweging tussen investering en onderhouds- en exploitatiekosten is daarbij van belang. In dit IHP wordt rekening gehouden met het op dit moment nog geldende investeringsverbod voor het PO en (V)SO en de jurisprudentie hieromtrent. Indien het wetsvoorstel wordt aangenomen, wordt dit investeringsverbod opgeheven. Het investeringsverbod voor het VO is reeds opgeheven.

8.

Na vaststelling van het IHP wordt er direct tot uitvoering overgegaan. Dit wordt gedaan door middel van een uitvoeringsprogramma voor de projecten uit de eerste termijn en/ of per deelgebied. Het uitvoeringsprogramma betreft een bindende afspraak die zekerheid geeft voor gemeente en schoolbesturen. In het uitvoeringsprogramma worden afspraken gemaakt over de samenwerking op programma- en projectniveau. Jaarlijks wordt het uitvoeringsprogramma geactualiseerd en indien nodig bijgesteld met inachtneming van de fasering van projecten. Het streven is om de vernieuwingsopgave te bundelen en meerdere projecten tegelijkertijd te starten, met aandacht voor het programmeren en aandacht voor de personele capaciteit. Dit zowel binnen de gemeentelijke organisatie als binnen de organisatie van de schoolbesturen.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Procesafspraak: verkennen op welke wijze de organisatie binnen gemeente en schoolbesturen ingericht dient te worden. Hierbij kan gedacht worden aan een vaste projectstructuur waarin alle vereiste disciplines (al dan niet op afroep) vertegenwoordigd zijn.

Pagina 16 van 80

4. Analyse Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de kwantitatieve analyse (capaciteit), de kwalitatieve analyse en de eerste inzichten vanuit de analyses. In hoofdstuk 5 wordt nader ingezoomd op de uitkomsten op wijk- en schoolniveau.

uitgangspunt gehanteerd voor de capaciteitsberekening van dit IHP. Deze werkwijze is door de schoolbesturen en de gemeente -in een Bestuurlijk Overleg d.d. 23 mei 2024vastgesteld. In het uitvoeringsprogramma (vervolgstap) wordt deze verdeling van leerlingenaantallen verder gespecificeerd en wordt nader vastgelegd voor hoeveel leerlingen er daadwerkelijk gebouwd moet worden.

4.1. Prognosemodel De schaalsprong van Eindhoven en omgeving is lastig te vatten in de ‘traditionele’ prognosesystematiek. De traditionele systematiek die met name gebruik maakt van harde woningbouwontwikkelingen en ontwikkeling van de basisgeneratie, geeft voor Eindhoven onvoldoende grip op de situatie. Mede om deze reden heeft de gemeente Eindhoven toegewerkt naar een ‘eigen’ prognosemodel. Dit model is in samenspraak met diverse gemeentelijke beleidsvelden (domeinen) vormgegeven door adviesbureau BRINK. In het model is het mogelijk om enkele variabelen te wijzigen. Hierdoor kan op basis van nieuwe inzichten actief gestuurd worden in de prognoses, onder andere: • Inzichten uit de woningbouwontwikkelingen op basis van het ontwikkeltempo. Als er bijvoorbeeld meer zicht is op een ontwikkeling in de stad kan er ook sneller bijgestuurd worden. Hetzelfde geldt wanneer te zien is dat bepaalde ontwikkelingen langzamer gaan dan op dit moment wordt ingeschat. • Daarnaast wordt er rekening mee gehouden dat ook gezinnen zich in toenemende mate gaan vestigen in appartementencomplexen. Van oudsher is dit minder gebruikelijk in Nederland, maar door de aanwas van internationalere doelgroepen en schaarste op de woningmarkt is het de verwachting dat hierin een verschuiving plaats gaat vinden. Dit kan een grote impact hebben op waar een grotere behoefte aan onderwijsruimten ontstaat.

• Het prognosemodel resulteert in drie groeiscenario's. In het IHP wordt gebruik gemaakt van het maximale groei scenario (gehele schaalsprong). Daarmee wordt het effect van de schaalsprong inzichtelijk in de benodigde onderwijsmetrages. Dit scenario sluit ook aan bij het groeiscenario dat het uitgangspunt is geweest bij IHP Gestel.

Figuur 4-1 Aantal woningbouwontwikkelingen binnen Eindhoven (bron: woningbouwkaart Eindhoven)

In de volgende subparagrafen wordt per onderwijssector de leerlingengroei in beeld Figuur 4-1 Huidig stelsel financiering onderwijshuisvesting gebracht.

Het prognosemodel resulteert in aantallen leerlingen per wijk. Deze aantallen zijn op basis van de huidige (1 oktober 2023) belangstellingspercentages van individuele scholen vertaald naar leerlingenprognoses per schoollocatie. Deze verdeling is als

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 17 van 80

4.1.1 Leerlingenprognose en ruimtebehoefte PO Binnen de gemeente zijn er grote verschillen in de ontwikkeling van de basisgeneraties tussen nu (2024) en 2038. Onderstaande kaart (figuur 4-2) laat de ontwikkeling van de basisgeneratie voor het PO zien. Met name het deelgebied Centrum (‘binnen de ring’) kent een zeer grote groei van de basisgeneratie. Daarentegen laten wijken als Meerhoven en Aanschot op termijn juist een (lichte) afname van de basisgeneratie zien. De groei van het PO bedraagt circa 3.600 leerlingen, dit is een groei van circa 25%.

Figuur 4-3 Absolute groei in PO-leerlingen

Figuur 4-3 Huidig stelsel financiering onderwijshuisvesting

Figuur 4-2 Procentuele groei in PO-leerlingen per wijk

Op dit moment is er binnen het PO op gemeentelijk niveau nog capaciteit6 beschikbaar Figuur Huidig financiering om de 4-2 groei op testelsel vangen (zie figuuronderwijshuisvesting 4-4). Echter is deze capaciteit niet beschikbaar in de sterk groeiende wijken en wordt de aanwezige overcapaciteit steeds beperkter. In enkele wijken dienen op relatief korte termijn maatregelen getroffen te worden om de groei op te kunnen vangen. In hoofdstuk 5 wordt per wijk een nadere toelichting gegeven.

6 De ruimtebehoefte is bepaald conform de verordening.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Figuur 4-4 Ruimtebehoefte en capaciteit in PO

Figuur 4-4 Huidig stelsel financiering onderwijshuisvesting

Pagina 18 van 80

4.1.2 Leerlingenprognose en ruimtebehoefte VO De kaart in figuur 4-5 laat de ontwikkeling van de basisgeneratie voor het VO zien. Net zoals binnen het PO wordt er een groei van de basisgeneratie verwacht. De groei is echter minder ‘groot’ dan binnen het PO. In het VO wordt een groei van circa 900 leerlingen verwacht. De verwachting is dat de groei van het PO na 2038 doorzet naar het VO. Op langere termijn is het om die reden mogelijk dat de VO-scholen nog verder gaan groeien. Hier liggen echter meerdere ontwikkelingen aan ten grondslag, bij latere herijkingen van de leerlingenprognoses dient hier extra aandacht voor te zijn. Op dit moment is er binnen het VO nog voldoende capaciteit7 beschikbaar om de groei op te vangen. In figuur 4-7 is een uitsplitsing gemaakt naar de verschillende onderwijsniveaus. Voor de vmbo basis en kader locaties is er een normatief overschot aanwezig. Bij de vmbo t/ havo/ vwo locaties is er een verwacht tekort vanaf 2033. Bij het Stedelijk College Henegouwenlaan zijn bij de nieuwbouw extra meters gerealiseerd door het schoolbestuur. Deze meters zijn nu nog niet opgenomen bij de capaciteit. VMBO Eindhoven In de periode 2006-2010 is door de gemeente extra geïnvesteerd in de VMBOscholen. Gezien de specifieke doelgroep van deze scholen zijn er destijds extra meters toegekend.

In het kader van passend en inclusiever onderwijs zijn deze extra meters ook hard nodig om vanwege de aard van de sociaaleconomische, emotionele en leerproblematiek van deze leerlingen extra ondersteuning te kunnen bieden zodat leerlingen zich onvertraagd ontwikkelen. Deze extra ondersteuning betreft o.a. meer inzet van docenten en ander ondersteunend personeel. Vanwege de specifieke doelgroep is op de VMBO scholen ook de groepsgrootte veel lager. Waar een reguliere VMBO klas bestaat uit 25-30 leerlingen, bestaat de VMBO klas in Eindhoven uit 15-18 leerlingen. Voor de doorrekening aan VMBO meters voor de langere termijn dient met dit aspect rekening gehouden te worden. Dit betekent dat niet zomaar gesteld kan worden dat er op dit moment veel overcapaciteit is binnen de VMBO scholen in de stad. Indien er als gevolg van schaalontwikkeling op termijn meer meters nodig gaan zijn voor VMBO zal in de doorrekening van de ruimtebehoefte hiermee rekening gehouden moeten worden.

Figuur 4-5 Procentuele groei in VO-leerlingen per wijk

Figuur 4-6 Absolute groei in VO-leerlingen

7 De ruimtebehoefte is bepaald conform de verordening.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 19 van 80

4.1.3 Leerlingenprognose en ruimtebehoefte (V)SO In paragraaf 3.2.1 is benoemd dat het (V)SO niet verder in leerlingenaantal gaat groeien. Voor deze doelgroep is er daarom dus ook geen losse prognose. Binnen de huidige (V)SO-gebouwen is capaciteit8 beschikbaar om een eventuele geringe groei op te vangen. Dit geldt in mindere mate voor de cluster 4-locaties (De Rungraaf en De Korenaer, het Dok en MBS). Hiervoor wordt momenteel een uitbreiding gerealiseerd op locatie van MBS. De capaciteit van deze uitbreiding is in de onderstaande figuur meegenomen in de capaciteitslijn.

Figuur 4-8 Ruimtebehoefte en capaciteit in (V)SO

Figuur 4-8 Huidig stelsel financiering onderwijshuisvesting

Figuur 4-7 Ruimtebehoefte en capaciteit in VO 8 De ruimtebehoefte is bepaald conform de verordening.

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 20 van 80

4.2. Capaciteit bewegingsonderwijs

Tabel 4-10: Bewegingsonderwijs behoefte VO

Bewegingsonderwijs is een belangrijk onderdeel van het onderwijs aan kinderen en het voorzien van huisvesting daarvoor is daarmee ook onderdeel van de zorgplicht van de gemeente. Ook binnen de gemeente Eindhoven wordt actief ingezet op bewegend leren en het faciliteren van bewegingsonderwijs. Ten behoeve van het IHP is een capaciteitsanalyse voor het bewegingsonderwijs uitgevoerd. De capaciteitsanalyse is op basis van de verordening systematiek uitgevoerd. Bewegingsonderwijs in het primair onderwijs (PO) Op dit moment heeft de gemeente de zorgplicht om per kind 1,5 klokuur à 60 minuten aan bewegingsonderwijs per week te faciliteren. Voor kleuters vindt dit plaats in de speelzaal en voor de groepen 3 tot en met 8 (voor leerlingen vanaf 6 jaar) in een gymzaal. Uitgangspunt bij de capaciteitsbepaling is dat elke school een eigen speelzaal heeft voor de kleutergroepen. Indien dit niet het geval is, dient er 3,75 klokuur per week per kleutergroep toegevoegd te worden aan de behoefte. Tabel 4-9: Bewegingsonderwijs behoefte PO

PO Totaal behoefte in klokuren per week Totaal aantal gymzalen (op basis van 26 klokuren per week)

VO Totaal behoefte in klokuren per week Totaal aantal gymzalen (op basis van 40 klokuren per week)

Volgens verordening (2038)

690

847

27

33

Op basis van bovenstaande analyse kan worden geconcludeerd dat er voor het bewegingsonderwijs voor het PO in 2038 behoefte is aan circa 6 extra gymzalen in de gemeente.

Volgens verordening (2038)

1.216

1.298

31

33

Voor het VO is er in 2038 behoefte aan 2 extra gymzalen. Bewegingsonderwijs in het (V)SO en SBO Voor leerlingen vanaf 6 jaar en ouder in het (V)SO en SBO wordt volgens de verordening rekening gehouden met 2,25 klokuren per week per groep. Tabel 4-11: Bewegingsonderwijs behoefte (V)SO en SBO

(V)SO/SBO Volgens verordening (2024)

Volgens verordening (2024)

Totaal behoefte in klokuren per week Totaal verwacht aantal gymzalen (op basis van 26 klokuren per week)

Volgens verordening (2024)

Volgens verordening (2038)

177

185

7

8

Door het uitgangspunt van het aantal leerlingen binnen het (V)SO stijgt de klokuurbehoefte slechts beperkt richting 2038 (enkel het SBO). Er is sprake van een beperkte toename. Echter resulteert dit wel in een extra behoefte van één gymzaal, die mogelijk gecombineerd kan worden met een voorziening voor het PO.

Bewegingsonderwijs in het voortgezet onderwijs (VO) Bij een school voor VO wordt de capaciteitsbehoefte bepaald aan de hand van het aantal leerlingen en het onderwijsniveau (conform de verordening).

Referentie: 1543703-0219.0.1.

Pagina 21 van 80

4.3. Capaciteit kinderdagopvang

4.4. Kwaliteit

Het uitgangspunt bij PO is dat bij een schoollocatie zoveel als mogelijk ook kinderdagopvang gehuisvest wordt om de doorlopende leerlijn te faciliteren. De omvang van de kinderdagopvang is locatie specifiek. Op basis van ervaringsgetallen kan met een algemene formule een eerste inschatting gemaakt worden van de ruimtebehoefte voor de kinderdagopvang. Per dagopvanggroep wordt er rekening gehouden met een ruimtebeslag van 120 m² bvo. Per 92 leerlingen wordt er met één kinderdagopvanggroep (16 kinderen) gerekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14965915/2