Bijlage 1a - bp III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan)
Tekst van het document
vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
ondergrond zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld. Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. De geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en - na inwerkingtreding van de Omgevingswet - het omgevingsplan. Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingswaarden binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden de op dit bestemmingsplangebied van toepassing zijnde categorieën (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde - Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is.
(Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen.
Archeologisch kader De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het 'restveen' - blijken vaak een waardevol archeologisch gegevensbestand te bevatten. Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn.
Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale, regionale en landelijke geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger.
Toetsing Binnen de grenzen van het bestemmingsplangebied geldt grotendeels een hoge archeologische verwachting (categorie 4). Archeologisch (voor)onderzoek is verplicht bij initiatieven met een bodemverstoring over een oppervlak groter dan 250 m2 én dieper dan 0,3 m beneden maaiveld. Is de oppervlakte óf diepte van de bodemverstorende activiteiten ten vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
31
behoeve van de herontwikkeling kleiner dan de ondergrens, dan is een archeologisch (voor)onderzoek niet nodig.
Uitsnede Archeologische verwachtingen- en waardenkaart 2022 (plangebied blauw omlijnd)
Archeologisch (voor)onderzoek Op de Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (2022) is het plangebied aangeduid met een hoge verwachting en lokaal 'attentiegebied'. Dit betekent dat een archeologisch onderzoek benodigd is bij een bodemingreep groter dan 250 m² en dieper dan 30 cm. Het attentiegebied is aangeduid vanwege de mogelijke aanwezigheid van militair erfgoed. Om deze redenen is door RAAP een archeologisch onderzoek uitgevoerd in de vorm van inventariserend booronderzoek. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de resultaten en conclusies uit het onderzoek.
Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd kunnen worden door toekomstige bodemingrepen. Er wordt geadviseerd om eventuele archeologische resten in situ te beschermen door middel van planaanpassing. Omdat de ontginningssporen uit de nieuwe tijd en de resten van de loopgraven uit WOII weinig (nieuwe) inhoudelijke informatie zullen opleveren wat betreft de geschiedenis van Eindhoven en het plangebied in het bijzonder, wordt geadviseerd om de vrijstellingsgrens op circa 100 cm-mv te leggen (buffer van 20 cm). Deze vrijstellingsgrens dient in het nieuwe bestemmingsplan opgenomen te worden in de dubbelbestemming waarde-archeologie.
Indien toekomstige werkzaamheden echter dieper gaan dan 100 cm-mv, dient het plangebied verder onderzocht te worden op het voorkomen van archeologische vindplaatsen door middel van een proefsleuvenonderzoek. Te allen tijde geldt dat zolang het plangebied niet volledig is onderzocht (vrijgegeven en/of volledig opgegraven) de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' in het nieuwe bestemmingsplan gehandhaafd dient te blijven.
32
vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
Meldingsplicht toevalsvondsten Ook in de delen waarvoor geen dubbelbestemming Waarde - Archeologie wordt opgenomen is de kans aanwezig dat er archeologische resten kunnen worden aangetroffen. De wettelijke meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten geldt altijd (art. 5.10 Erfgoedwet 2016). Mochten tijdens grondwerkzaamheden (vermoedelijke) archeologische resten (vondsten, muurwerk, grondsporen et cetera) worden aangetroffen, dan dienen deze direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en bij de (afdeling Omgevingskwaliteit) gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.
3.6.2
Cultuurhistorie
Op 29 november 2022 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven geactualiseerd. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart bestaat uit twee deelwaardenkaarten, te weten de waardenkaart historisch cultuurlandschap en de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed.
Op de waardenkaart historisch cultuurlandschap zijn aangegeven en gewaardeerd de historische landschappelijke gebieden (incl. historische nederzettingslocaties) en elementen (landschapselementen infrastructuur, waterstaat, opgaand groen, religie en funerair erfgoed en reliëf), die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven
Op de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed zijn aangegeven de beschermde rijksen gemeentelijke monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke archeologische monumenten, cultuurhistorisch waardevolle objecten, historisch waardevolle kunstwerken, historische wegen en waterlopen, historisch-stedenbouwkundige structuren en waardevol aangelegd groen en bomen, die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven.
vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
33
Uitsnede waardenkaart historisch cultuurlandschap (plangebied blauw omlijnd)
Uitsnede waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed (plangebied rood omlijnd)
Hierboven is een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van gemeente Eindhoven opgenomen. Het plangebied is niet gelegen binnen cultuurhistorische waarden, zoals deze op de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Eindhoven zijn weergegeven. In het plangebied en haar directe omgeving komen geen gemeentelijke of Rijksmonumenten voor. Dichtstbijzijnde (gemeentelijke) monument is de school aan Hofstraat 89a (afstand is circa 170 meter).
34
vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
De Tongelresestraat is aangewezen als een 'historische wegenstructuur voor 1900' met daar 'aan gerelateerde bebouwing'. De bebouwing aan de op de cultuurhistorische waardenkaart aangeduide historische radialen en wegstructuren kenmerken zich voor het overgrote deel door een bescheiden maat, kleine variaties in bouwhoogte, rooilijnverschillen, afwisseling in vrijstaande en aaneengesloten bebouwing en een diversiteit aan bouwperioden. Langs deze historische wegstructuren bevindt zich nog een aantal gebouwen die dateren uit de periode voor of rond 1920 en daarmee nog een fysieke verwijzing zijn naar de pre-stedelijke situatie. In maat en positionering, maar ook in de vormgeving van de panden is dit nog duidelijk af te lezen. Daarnaast zijn er panden die in hun verschijningsvorm en gaafheid in belangrijke mate bij dragen aan het zichtbaar en afleesbaar houden van de groei en ontwikkeling van deze historische wegstructuren en radialen in latere perioden. Bovendien zijn het panden met een zorgvuldige architectuur en representeren zij de tijdsperiode waarin ze ontworpen zijn.
Het planvoornemen heeft vanwege de afstand tot de Tongelresestraat geen invloed op de daar aanwezige cultuurhistorische elementen en waarden. Hiermee kan geconcludeerd worden dat het planvoornemen geen onevenredige afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde van haar omgeving.
3.7
Verkeer en parkeren
3.7.1
Verkeer
Het plangebied is goed bereikbaar. Volgens de nota 'Eindhoven op Weg' (2013) is de Tongelresestraat aangewezen als buurt- en wijkontsluitingsweg.
Door de realisatie 64 sociale huurwoningen ten koste van 34 sociale huurwoningen zal het aantal verkeersbewegingen wijzigen. Conform de CROW publicatie 317 zijn er per functie verkeersgeneratiecijfers te onderscheiden om aannames te doen over de verkeersgeneratie. Het plangebied is gelegen in 'sterk stedelijk gebied' in de 'rest bebouwde kom'. Voor sociale huurwoningen wordt uitgegaan van een verkeersgeneratie tussen de 4,5 à 5,3 verkeersbewegingen per woning. De verkeersgeneratie neemt daarmee per saldo toe met circa 140 à 165 (lichte) vervoersbewegingen per etmaal. Omgerekend is dit een toename van circa twee vervoersbewegingen per vijf minuten op de twee maatgevende momenten op een dag (ochtend- en avondspits). Verkeerskundig gezien is een dergelijke toename van het aantal vervoersbewegingen verwaarloosbaar.
3.7.2
Autoparkeren
De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een bouwplan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Daarbij dienen de parkeernormen uit de Nota Parkeernormen 2019 gehanteerd te worden. De parkeernormen uit 2016 zijn geactualiseerd, maar wel met voorwaarden om parkeeroverlast in woonwijken te voorkomen. Flexibele parkeernormen maken ontwikkelingen mogelijk die goed zijn voor de stad. Ook is het wenselijk dat er niet meer parkeerplekken worden gerealiseerd in de stad dan nodig. Dan blijft er meer ruimte over voor bijvoorbeeld groen of recreatie. Tot slot wordt duurzame mobiliteit gestimuleerd, dus meer lopen, fietsen en openbaar vervoer-gebruik. Ontwikkelingen op locaties die goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer, die goede voorzieningen hebben voor fietsers en bijvoorbeeld deelauto's aanbieden, hebben minder ruimte nodig voor parkeren. Dat betekent ook dat bewoners op zo'n nieuwe locatie geen recht hebben op een gemeentelijke parkeervergunning of bezoekersregeling indien betaald parkeren wordt ingevoerd. Zo wordt meer mogelijk gemaakt en wordt gezorgd voor een goede leefbaarheid in wijken en buurten. vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
35
Voor onderhavige ontwikkeling is een parkeeradvies opgesteld en een parkeertelling uitgevoerd. Deze maakt als bijlage 2 onderdeel uit van de toelichting.
36
vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
De herontwikkeling in de omgeving van de Planciuslaan gaat uit van de sloop van 34 woningen en nieuwbouw van 64 kleine grondgebonden woningen in de sociale huur. Door de toename van het aantal woningen ontstaat een extra (theoretische) parkeeropgave van 43 parkeerplaatsen. Met de inzet van zes deelauto's en het gebruik van maximaal 10 openbare parkeerplaatsen in de directe omgeving wordt de extra parkeeropgave teruggebracht van 43 naar 15 parkeerplaatsen. Aanvullend is een herinrichting van de Planciuslaan en de Orteliusweg voorzien en ontstaat binnen het plangebied een extra parkeercapaciteit van 15 parkeerplaatsen waarmee voldaan wordt aan de toekomstige parkeeropgave. Het voorgenomen plan beschikt daarmee over voldoende parkeerplaatsen. Vlak voor de vaststelling van het bestemmingsplan is de Nota parkeernormen 2024 vastgesteld. In deze nota zijn de parkeernormen geactualiseerd. Door de sloop van 34 grondgebonden sociale huurwoningen en de bouw van 64 nieuwe grondgebonden huurwoningen ontstaat op basis van de nieuwe nota een extra parkeerbehoefte van 30 woningen x 1,2 (parkeernorm in restgebied) = 36 parkeerplaatsen. Dit is minder dan de 43 extra parkeerplaatsen waarvan aanvankelijk is uitgegaan, waardoor het voorliggende plan over voldoende parkeerplaatsen kan beschikken. 3.7.3
Fietsparkeren
Vanuit de parkeertool zijn 269 stallingen benodigd voor fietsen. Het beoogde planvoornemen voorziet in beringen in het achtererfgebied (iedere woning één berging). De bergingen zullen de capaciteit bevatten voor 3 fietsen. In het ontwerp zijn 12 fietsbeugels voorzien welke goed zijn voor 24 fietsparkeerplekken in het openbaar gebied. Hiermee wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen 2019. Ook zal voldaan worden aan Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen. In de Nota parkeernormen 2024 wordt voor grondgebonden woningen uitgegaan van een fietsparkeernorm van 4,2 (inclusief bezoekers) per woning. Dit leidt tot een totale norm voor het plangebied van 64 woningen x 4,2 = 269 stallingen, waardoor er op dit onderdeel niets verandert ten opzichte van de norm waarvan aanvankelijk is uitgegaan.
3.8
Groen
3.8.1
Groenbeleidsplan
Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport.
Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken. Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan.
Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
37
door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd.
In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.
Beoordeling plan Het projectgebied is in het Groenbeleidsplan 2017 aangeduid als 'Stad, rood beeldbepalend' in een groenarm gebied. In dit gebied wordt als ordeningsprincipe de volgende strategie(en) aangehouden:
Strategie 1: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal.
Dit plangebied is niet aangeduid als groenarme buurt.
Uitsnede kaart Groebeleidsplan 2017 (plangebied in 'Stad, rood beeldbepalend')
Beleidsregel groencompensatie Het Groenbeleidsplan 2017 omschrijft het beleid voor de combinatie van verdichten en vergroenen. Dit betekent dat voor iedere woning die wordt toegevoegd, er wordt gestreefd naar 8 m² toegevoegd groen. Ook kent de gemeente een regeling voor groencompensatie 38
vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
(Beleidsregel groencompensatie), die kortweg inhoudt dat groen, dat plaats moet maken voor een ontwikkeling, door de ontwikkelende partij moet worden gecompenseerd, fysiek en/of financieel.
Ingevolge het Groenbeleidsplan is minimaal 512 m² nieuw groen benodigd. Er wordt ca 46 m² openbaar groen verwijderd met dit planvoornemen. Voor het planvoornemen is een Groen- en groencompensatieplan opgesteld. De rapportage van het groenplan is als bijlsge 3 bij deze toelichting gevoegd. In de nieuwe situatie wordt ca. 1.115 m2 aan openbaar groen op maaiveld gerealiseerd o.a. door het realiseren van een groene doorsteek van de Planciuslaan richting de Kaartmakersring en een nieuw groen speelveldje. Ook zijn er groenperken voorzien tussen het trottoir en de weg, en tussen zijgevels en het trottoir. Ten slotte zijn er nieuwe bomen voorzien. Hiermee wordt ruim voldoende voldaan aan het Groenbeleidsplan.
Situatieschets groenplan
3.8.2
Beleid Bomen
Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels Bomen is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
39
bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021 Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing.
Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen. Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: Bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m²; Een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; Een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. Voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig.
Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m2. De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers.
Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald.
Nadere regels voor compensatie 40
vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'.
Beoordeling plan In het Groenbeleidsplan 2017 zijn richtlijnen en procesafspraken opgenomen. De Beleidsregel Groencompensatie is een uitwerking van het Groenbeleidsplan die voortkomt uit deze afspraken. Voorwaarde bij ingrepen in het groen is dat de groene kwaliteiten tenminste worden gehandhaafd door de nieuwe ontwikkeling integraal te ontwerpen, inclusief groen. Als groen niet gehandhaafd kan blijven moet compensatie plaatsvinden van het groen dat verloren gaat. Daarnaast is een compensatieplicht opgenomen in de Verordening Bomen 2021. Dit houdt in dat een compensatieplicht geldt indien het om een 'rode reden' gaat.
Omdat de bouwactiviteiten mogelijk invloed hebben op deze bomen is een Bomen Effect Analyse uitgevoerd. De rapportage hiervan is als bijlage 5 bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de conclusies uit deze analyse. Alle bomen hebben, met uitzondering van één boom, een goede tot redelijke kwaliteit. De levensverwachting bedraagt, bij ongewijzigde groeiplaatsomstandigheden, meer dan 15 jaar. De kwaliteit van één boom is als matig beoordeeld. De levensverwachting bedraagt 5- 15 jaar.
Twee bomen ontwikkelen als gevolg van lichtgebrek afgestorven takken in de kroon. Één boom ontwikkelt deze ten gevolge van een verminderde conditie. Er is een verhoogd risico op takbreuk. De bomen zijn als risicoboom geregistreerd.
De groeiplaats van de bomen is niet eenduidig. Bij de aanplant van de bomen is onvoldoende rekening gehouden met de ondergrondse groeimogelijkheden van de bomen. Daardoor hebben de bomen het wortelgestel ontwikkeld in de richting van en in de voortuinen van de aangrenzende woningen. Dit resulteert onder andere in wortelopdruk in de verharding. Er is grove beworteling aangetroffen tot ø 8 cm. Tevens zijn meerdere afgezette wortels aangetroffen van ø 6 en 10 cm.
Door de ontwerpwijziging en de daarbij horende werkzaamheden zijn alle bomen, met uitzondering van één boom, duurzaam te behouden, mits aan enkele randvoorwaarden wordt voldaan. De boom die niet behouden kan worden verkeert in een matige conditie, en is op voorhand al niet duurzaam te behouden. In dit geval is een Groen- en Groencompensatieplan opgesteld. De rapportage hiervan is als bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd. Ter compensatie van de te kappen bomen worden binnen de projectlocatie nieuwe bomen geplaatst.
3.9
Kabels, leidingen en straalpaden
Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen of straalpaden aanwezig. Het planvoornemen wordt dan ook niet belemmerd door de aanwezigheid van kabels, leidingen en straalpaden. vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
41
3.10
Windhinder, privaatrechtelijke belemmering en bezonning
3.10.1
Windhinder
Op basis van artikel 3.1. Wro dient in het kader van de zorg voor een goede ruimtelijke ordening bij het opstellen van ruimtelijke plannen windhinder of windgevaar te worden meegenomen in de afwegingen, indien aard of omvang van de bebouwing en van de omgeving hiertoe aanleiding geeft. De toekomstige situatie voorziet niet in hoogbouw van enige omvang. Om deze reden is het in het kader van een zorgvuldige afweging niet nodig om nader in te gaan op windhinder. 3.10.2
Privaatrechtelijke belemmeringen
Uit jurisprudentie blijkt dat eigendomsverhoudingen uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening in beginsel niet van doorslaggevende betekenis zijn. Hieraan kan slechts betekenis toekomen, indien privaatrechtelijke verhoudingen van een dusdanig evident belemmerende aard zijn dat in verband daarmee de realisering van het planvoornemen binnen de planperiode niet aannemelijk is. Met het planvoornemen is geen sprake van privaatrechtelijke belemmering. Ten opzichte van de huidige situatie vinden er geen belangrijke veranderingen plaats die mogelijk privaatrechtelijk tot belemmeringen zouden kunnen leiden. 3.10.3
Bezonning
Er bestaan in Nederland geen formele wettelijke normen en eisen ten aanzien van de bezonning voor bebouwing. Gemeentes zijn daarom vrij om een eigen invulling te geven aan de eisen omtrent bezonning.
Beleidsregels voor bezonning woningen Op 10 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders de "beleidsregels voor bezonning woningen" vastgesteld. Uit deze beleidsregels volgt onder andere dat minimaal 2 uur zonneschijn per dag in de periode van 19 februari t/m 21 oktober aanwezig dient te zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank van het raam van de woonkamer.
Toetsing plan Ten opzichte van de huidige situatie vinden er geen belangrijke veranderingen plaats die mogelijk tot belemmeringen zouden kunnen leiden. De nieuwbouwontwikkeling voldoet aan de gestelde norm. De bestaande bebouwing grenzend aan de nieuwbouwontwikkeling voldoet ook aan de gestelde norm.
42
vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 4
Milieuparagraaf
4.1
Milieueffectrapportage
4.1.1
Wettelijk kader
Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten.
In dit kader zijn met name 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang. Het gaat daarbij om: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen;
Stedelijk ontwikkelingsproject Uit de jurisprudentie volgt dat of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van Besluit m.e.r. afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard, omvang en locatie van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel. Hieronder wordt ingegaan op deze aspecten.
Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 64 grondgebonden woningen op de locatie waar in de huidige situatie 34 grondgebonden woningen aanwezig zijn. Het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing is daardoor beperkt en zelfs vergelijkbaar. Het plangebied ligt daarnaast in hoog stedelijk gebied. Een dergelijke stedelijke ontwikkeling past daardoor goed in het aanwezige stedelijke woonmilieu. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r.
Het planvoornemen zal wat betreft verkeer aansluiten op de aanwezige infrastructuur. De infrastructuur heeft voldoende capaciteit en hoeft hierdoor niet te worden opgeschaald. Het vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
43
plangebied is goed bereikbaar. De parkeerbehoefte die deze ontwikkeling met zich mee brengt wordt goed opgelost.
Tenslotte wordt nog opgemerkt dat de uitgevoerde onderzoeken aantonen dat het realiseren van deze woningen op de locatie voldoet aan de wettelijke eisen vanuit milieuoogpunt. Op basis hiervan, en op basis van de overige in dit Hoofdstuk 4 behandelde milieu- en omgevingsaspecten, kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de beoogde ontwikkeling in voldoende mate is afgewogen.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
4.2.1
Inleiding
Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in de richtafstandentabel gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.
Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. 4.2.2
Beoordeling plan
Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 64 woningen op de locatie waar in de huidige situatie reeds 34 woningen aanwezig zijn. Het plangebied kent dan ook een woonbestemming, zoals in paragraaf 1.3 is toegelicht. Omliggende gronden zijn tevens voorzien een woonbestemming en met woningen bebouwd. Om deze reden is sprake van een 'rustige woonwijk' en zijn in navolgende toetsing de originele richtafstanden toegepast.
Hofstraat 65a - Nutsvoorziening Ten noorden van het plangebied is een nutsvoorziening gesitueerd. Deze nutsvoorziening is bestemd met de bestemming 'Bedrijf-Nutsvoorziening' en hiervoor geldt de milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter. Deze nutsvoorziening is gelegen op een afstand van circa 75 meter van de dichtstbijzijnde geprojecteerde woning. Aan de richtafstand kan ruimschoots worden voldaan. 44
vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
Generaal Bothastraat 3 - Bedrijfspand Ten zuiden van het plangebied is een bedrijfsbestemming gesitueerd. Deze bestemming maakt het mogelijk om inrichtingen toe te staan tot en met milieucategorie 2. Hiervoor geldt een maximale richtafstand van 30 meter. In de huidige situatie is het pand in gebruik als winkel voor muziekinstrumenten. De afstand tot het plangebied bedraagt 80 meter, waardoor kan worden geconcludeerd dat aan de richtafstand kan worden voldaan. Tongelresestraat 446 - Tankstation (zonder LPG) Voor tankstations zonder LPG geldt de milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter. Gezien het feit dat het tankstation op een afstand van minimaal 195 meter is gelegen, kan aan de richtafstand worden voldaan. Voor het overige zijn er geen ruimtelijk relevante niet-woonfuncties aanwezig.
Conclusie Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Aan de richtafstanden wordt voldaan, waardoor enerzijds sprake is van een goed woon- en leefklimaat, en anderzijds worden niet-woonfuncties niet in de bedrijfsvoering belemmerd.
4.3
Geluid
4.3.1
Wettelijk kader
De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte, mag worden afgeweken.
De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming.
Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.
Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in realisatie van wooneenheden. Deze zijn geluidsgevoelig in de zin van de Wgh. Om deze reden is een akoestisch onderzoek weg- en spoorweglawaai uitgevoerd. De rapportage is als bijlage 6 bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de resultaten en conclusies.
vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
45
4.3.2
Wegverkeerslawaai
Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Tongelresestraat. Het plan is tevens gelegen in de nabijheid van de 30 km/uur wegen Planciuslaan, Orteliusweg, Jacob van Deventerstraat, Kaartmakersring en Locomotiefstraat.
Voor de gezoneerde weg Tongelresestraat geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt.
Voor de 30 km/uur weg Planciuslaan, Orteliusweg, Jacob van Deventerstraat en Locomotiefstraat geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt.
Voor de 30 km/uur weg Kaartmakersring geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen de richtwaarde met maximaal 4 dB overschrijdt. Echter, voor 30 km/uur wegen kan geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn.
4.3.3
Railverkeerslawaai
Voor spoorweglawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de spoorlijn Eindhoven Helmond en Eindhoven - Geldrop.
Voor de genoemde spoorlijnen geldt dat de voorkeursgrenswaarde voor spoorweglawaai van 55 dB nergens wordt overschreden. Derhalve is een procedure hogere waarde ten gevolge van spoorweglawaai niet aan de orde.
4.3.4
Industrielawaai
Het plangebied is niet gelegen binnen een geluidzone van industrie. Het aspect is dan ook niet aan de orde voor dit planvoornemen.
4.3.5
Luchtvaartlawaai
Het plangebied ligt op hemelsbreed circa 9 km van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militair vliegveld met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). Vanaf 1 november 2009 geldt de Wet luchtvaart. Deze wet omvat een nieuw stelsel van besluitvorming en normen voor alle luchthavens, met uitzondering van Schiphol. Conform de systematiek van deze wet is voor luchthaven Eindhoven één luchthavenbesluit vastgesteld met een militaire geluidsruimte voor militair vliegverkeer en een burgergeluidsruimte voor het commercieel burgermedegebruik. Het luchthavenbesluit is op 26 september 2014 vastgesteld. Met dit besluit is de 35Ke-geluidszone rond de luchthaven vastgelegd als grens van de geluidsbelasting van het gezamenlijke militaire en civiele vliegverkeer. Het plangebied ligt niet binnen deze vastgestelde geluidszone (35Ke-contour). Deze geluidszone werkt daarom niet belemmerend voor onderhavig plangebied.
46
vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1
Wettelijk kader
Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex. 4.4.2
Besluit niet in betekenende mate bijdragen
In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor: woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg; woningbouwlocaties die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 1 ontsluitingsweg en kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen.
Samengevat Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL.
vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
47
4.4.3
Besluit gevoelige bestemmingen
Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als een 'gevoelige bestemmingen' wordt mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als 'gevoelige bestemming': scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien.
In aanvulling op het Besluit gevoelige bestemmingen is er een Brabantse “Handreiking gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit” opgesteld (maar in Eindhoven (nog) niet vastgesteld). Deze Handreiking heeft als uitgangspunt geheel nieuwe bestemmingen voor kinderen en ouderen (conform de AmvB gevoelige bestemmingen) niet te situeren binnen 50 meter van de wegrand van drukke gemeentelijke wegen (als eerstelijns bebouwing) of binnen 300 meter van snelwegen, ongeacht de berekende concentraties. 4.4.4
Goede ruimtelijke ordening
Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden. 4.4.5
Planbeschrijving en toetsing
Het planvoornemen ziet op de realisatie van maximaal 64 woningen. Op basis hiervan kan worden gesteld, voor zover daarvan al sprake is, dat deze ontwikkeling 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Het project mag dan ook zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Aangezien woningen in de zin het Besluit gevoelige bestemmingen niet als een gevoelige bestemming worden gezien, hoeft niet aan dit besluit getoetst te worden.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied bepaald met de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Met behulp van de monitoringstool kan inzicht worden gekregen in de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wet milieubeheer. Uit de monitoringstool volgt dat ter hoogte van de Jeroen 48
vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
Boschlaan-Tongelresestraat zowel in de huidige situatie als voor 2030 de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 onder de grenswaarden van 35 microgram per kubieke meter lucht liggen. Het aantal dagen per jaar dat de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 groter is dan 50 microgram per kubieke meter lucht ligt eveneens ruimschoots onder de grenswaarde van 35 dagen per jaar. De grenswaarde van 25 microgram per kubieke meter lucht als jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 wordt eveneens niet overschreden.
Uit de monitoringstool blijkt dat de optredende concentraties NO2 en PM10 ter plaatse van het plangebied ruim onder de in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2) gestelde grenswaarden liggen. Gesteld kan worden dat ter plaatse van het plangebied vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan ten aanzien van luchtkwaliteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. 4.4.6
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit plan.
4.5
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen (inrichtingen, transportroutes en buisleidingen). Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Hierbij wordt ook een beschrijving gegeven van het wettelijk kader op gebied van externe veiligheid. Tot slot wordt het groepsrisico verantwoord in een beknopte verantwoording. 4.5.1
Wettelijk kader
Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt; april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2011). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen het Plaatsgebonden risico en het Groepsrisico.
Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'.
Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
49
4.5.2
Gemeentelijk beleid: Visie Externe Veiligheid
De Gemeente Eindhoven heeft in mei 2009 de Visie externe veiligheid vastgesteld. Daarin is onder meer vastgelegd hoe in de stad nabij risicobronnen wordt omgegaan met het veilig stellen van een acceptabel niveau voor risico's in het kader van externe veiligheid en de beheersbaarheid ervan. Ook is in de visie voor de gebieden buiten invloedsgebieden van risicobronnen (o.m. het gebied > 200m van de weg) een verantwoording van het groepsrisico uitgewerkt.
In de Visie wordt aangegeven waar ruimte bestaat voor nieuwe risicovolle bedrijvigheid en onder welke veiligheidscondities dat mogelijk is. Tevens wordt aangegeven waar in de stad geïnvesteerd dient te worden in een beter niveau van beheersbaarheid. Tot slot wordt beschreven waar de veiligheid in de bestaande woonomgeving door het treffen 'aanpakken' van bestaande knelpunten kan worden verbeterd.
In de visie is een aantal aanvullende maatregelen bij functies nabij risicobronnen (wonen, werken, recreatie) opgenomen. Om de risico's zo klein mogelijk te houden, komen er aanvullende beschermingsmaatregelen voor de veiligheid van kwetsbare functies in de buurt van risicobronnen.
Nieuwe kwetsbare functies moeten op een afstand van minimaal 30 meter van het spoor en de rijkswegen worden gesitueerd.
In een gebied van 200 meter rondom een risicovolle transportas worden geen functies toegestaan voor personen die verminderd zelfredzaam zijn (zoals kinderdagverblijf, basisschool, bejaardenhuis, verpleeghuis, ziekenhuis e.d.).
De verantwoording van het groepsrisico wordt gedaan door de raad van de gemeente Eindhoven, waarbij een afweging wordt gemaakt tussen het belang van de ruimtelijke ontwikkeling ten opzichte van het risico dat een groep mensen komt te overlijden als gevolg van een ramp of incident met gevaarlijke stoffen. 4.5.3
Beoordeling plan
Het plangebied is gelegen binnen of nabij enkele risicobronnen. Met de realisatie van het planvoornemen zal de populatiedichtheid in de dag- en nachtperiode toenemen, omdat er een toename plaatsvindt van 34 naar 64 woningen.
50
vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
Uitsnede risicokaart (plangebied rood omlijnd)
Ten behoeve van externe veiligheid is een quickscan uitgevoerd om de risicobronnen in kaart te brengen. Deze inventarisatie is als bijlage 7 bij deze toelichting gevoegd. Uit deze inventarisatie is geconcludeerd dat het plangebied niet gelegen is binnen het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen en buisleidingen. Ook is het plangebied gelegen op voldoende afstand van de lokale wegen N270 en Insulindelaan, waarover conform het gemeentelijk rapport 'Transport gevaarlijke stoffen door de gemeente Eindhoven (d.d. 6-10-'06) gevaarlijk transport over plaatsvindt. Het plangebied is wel gelegen in het invloedsgebied van de twee nabijgelegen spoorlijnen. In het navolgende is daarom geïnventariseerd welke invloed de betreffende risicobronnen hebben.
Spoorlijnen Eindhoven-Geldrop en Eindhoven-Helmond Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de spoorlijnen Eindhoven – Weert en Eindhoven – Venlo vanwege het transport van de stofcategorieën A (brandbaar gas), B2 (toxisch gas) en D3 (toxische vloeistof). Het plangebied is tevens gelegen binnen een afstand van 200 meter vanaf de spoorlijnen Eindhoven – Weert en Eindhoven – Venlo. Voor deze spoorlijnen is daarom een groepsrisicoberekening uitgevoerd. Deze berekening is als bijlage 8 bij deze toelichting gevoegd. Verder is het plangebied buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de spoorlijn gelegen en niet binnen een plasbrandaandachtsgebied.
Het groepsrisico is berekend in het rekenpakket RBM II versie 2.3. Het groepsrisico inclusief het beoogde planvoornemen blijft gelijk aan de huidige situatie. Het groepsrisico bedraagt voor de spoorlijn Eindhoven – Weert 0,072 maal de oriëntatiewaarde en voor de spoorlijn Eindhoven –Venlo 0,134 maal de oriëntatiewaarde.
Volgens artikel 7 van het Bevt (Besluit externe veiligheid transportroutes) moet bij elk plan binnen het invloedsgebied van een transportroute in elk geval een beperkte verantwoording worden uitgevoerd. Wanneer het plan binnen 200 meter van de transportas ligt moet een uitgebreide verantwoording worden uitgevoerd, tenzij het groepsrisico lager is dan 0,1 maal de vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
51
oriëntatiewaarde of wanneer het groepsrisico ligt tussen 0,1 en 1 maal de oriëntatiewaarde en de toename van het groepsrisico minder is dan 10%.
In dit geval ligt het groepsrisico lager dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor de spoorlijn Eindhoven - Weert en tussen de 0,1 en 1 maal de oriëntatiewaarde voor de spoorlijn Eindhoven – Venlo. Het groepsrisico neemt in beide situaties niet toe. Er kan dus worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Deze verantwoording is opgenomen in hoofdstuk 6 van de bijlage.
4.5.4
Conclusie
Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.6
Duurzaamheid
De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Onderstaande tekst legt concreet uit wat we als stad willen en waar dat op gebaseerd is. 1. CO2 reductie Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2 . Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 - emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. De gemeenteraad heeft in het Klimaatplan 2021-2025 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt.
1A) aardgasloze verwarming Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk. We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. Per 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Te bouwen bouwwerken (in gewone taal: nieuwbouw) voor kleinverbruikers – woningen, winkels, kantoren – mogen niet langer worden aangesloten op aardgasnetten. Daarnaast streeft de gemeente er nadrukkelijk naar te voorkomen dat ALLE nieuwe ontwikkelingen nog op aardgas worden aangesloten. In het Klimaatplan 2021-2025 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en ook daar waar het nog niet wettelijk is bepaald nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is.
1B) duurzame mobiliteit Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot in 2050 te bereiken, is een volledig 52
vastgesteld III Tongelre buiten de Ring 2019 (Planciuslaan) Gemeente Eindhoven
CO2-emissievrije mobiliteit noodzakelijk. Dit betekent dat op termijn voertuigen op fossiele brandstoffen (benzine, diesel en LPG) volledig zullen verdwijnen en vervangen zullen worden door emissievrije voertuigen (elektrisch, waterstof of anderszins). Naast emissievrije voertuigen, willen we ook minder voertuigen in het centrum van de stad om daarmee de leefbaarheid in onze groeiende stad overeind te houden. Dat betekent meer ruimte voor fietsen, wandelen smart mobility concepten, met een belangrijke rol voor autodelen, autonoom rijden en slimme openbaar vervoerconcepten.
1C) warmte- en energiebesparing Om tot een reductie van 95% CO2 uitstoot te komen in 2050 moeten we naast het dichtdraaien van de aardgaskraan, het overgaan op emissievrije mobiliteit en het zoveel mogelijk duurzaam opwekken, ook naar grote besparingen in energie en warmte. Dit kan door isolatie, mogelijkheden voor opslag, innovatieve technieken enz.
1D) duurzame energie opwekking Naast de reductie in CO2, willen we als stad ook graag in 2045 energieneutraal zijn. Dat betekent dat de hoeveelheid energie die we dan als stad gebruiken, bij voorkeur binnen de grenzen van stad of regio duurzaam opgewekt wordt. Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat alle kansen voor duurzame opwekking genomen worden. Met name op gebied van zonne-energie zijn er kansen in Eindhoven.
2 Circulaire Economie Circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. We willen een afvalloze stad worden waar producten in gesloten technologische en biologische kringlopen gebruikt worden. (Grond)stoffen, materialen en producten die we gebruiken hebben geen negatieve effecten op mens en milieu, niet bij winning of productie, niet bij transport of gebruik en dus ook niet aan het einde van de levensduur. In ons plan van aanpak CE 2018-2020 hebben we de rijksambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben onderschreven net als de ambitie om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken.
2A) duurzame materialen Materialen die in gesloten kringlopen steeds weer opnieuw gebruikt kunnen worden zonder schadelijke gevolgen voor mens of natuur, of die biologisch afbreekbaar zijn, zijn duurzame materialen.
2B) geen afval In 2050 willen we 0% restafval hebben. In eerste instantie geldt deze ambitie voor het huishoudelijk afval maar uiteindelijk voor alle afval.
2C) flexibel en demontabel bouwen Om te voorkomen dat gebouwen afgebroken moeten worden, moet bij het ontwerp al rekening gehouden worden met de flexibiliteit en demonteerbaarheid van het gebouw.