Bijlage 1a - Bestemmingsplan Woensel Noord 2021
Tekst van het document
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
Winkelcentrum Woensel en omgeving Henri Dunantpark, waar een gescheiden stelsel aanwezig is. Aan beide kanten van het Henri Dunantpark (Woenselse Heide oost en Tempel West) wordt het regenwater afkomstig van de verharding en woningen via het hemelwaterstelsel afgevoerd naar de vijver. Winkelcentrum is voor een groot deel voorzien van gescheiden riolering waarbij regenwater wordt afgevoerd richting de waterpartijen op de hoek Huizingalaan - Winston Churchillaan. In de John F. Kennedy wordt afstromend hemelwater eveneens via een hemelwaterriool afgevoerd. Overtollig regenwater infiltreert, afhankelijk van de doorlatendheid, in de bodem.
5.4.8
Afvalwater
Voor zover bekend zijn alle panden in het plangebied aangesloten op het gemengd riool dan wel het vuilwaterriool. Beide stelsels voeren af naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie aan de Van Oldebarneveltlaan.
5.5
Toekomstige situatie van het watersysteem
5.5.1
Verharding
Momenteel zijn geen ontwikkelingen bekend die een noemenswaardige verandering in het aangesloten verhard oppervlak met zich meebrengen. Indien er in de toekomst zich binnen het plangebied kansen voordoen om het gemengde rioolstelsel verder om te bouwen naar een gescheiden stelsel zal de gemeente deze kansen, indien effectief en doelmatig, proberen te benutten. De gemeente Eindhoven volgt het beleid om zoveel mogelijk regenwater separaat in te zamelen en (vertraagd) af te voeren naar oppervlaktewater dan wel te infiltreren in de bodem. De ombouw naar een gescheiden stelsel, in overleg met het waterschap, vindt plaats op de momenten dat de aanleg gecombineerd kan worden met een wijk- c.q. herinrichting of rijbaanvernieuwing binnen het plangebied. Voor alle nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan de klimaatdoelstellingen zoals benoemd in het GRP2019-2022. Om initiatiefnemers te ondersteunen is informatie te vinden op www.eindhovenduurzaam.nl/klimaat. Met behulp van de rekentool kan de wateropgave berekend worden en worden er voorbeelden geïllustreerd om invulling te geven aan de opgave. Daar waar er een gescheiden stelsel ligt dient (na het voldoen aan de opgelegde wateropgave) er gescheiden te worden aangesloten. Voor enkele activiteiten (zoals bijvoorbeeld het laden en lossen van gevaarlijke stoffen) kan een uitzondering gelden.
Momenteel bestaan er geen plannen om het reeds aanwezige gescheiden stelsel beter te benutten dan wel uit te bereiden en het verhard oppervlak daarop te gaan aansluiten.
5.5.2
Oppervlaktewater
Er zijn geen plannen bekend die veranderingen aanbrengen in het oppervlaktewatersysteem. De bestaande B-wateren, inclusief de keurgebieden, blijven gehandhaafd. Wel wordt de Henry Dunant Vijver in onderhoud aan het waterschap overgedragen. Hierdoor zal de vijver op dat moment aangemerkt worden als A-watergang.
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
93
5.5.3
Waterkwaliteit
Bij het afkoppelen, en duurzame watersystemen in het algemeen, verdient de waterkwaliteit van het afstromende regenwater bijzondere aandacht. Sommige af te koppelen of nieuw aan te sluiten verharde oppervlakken kunnen de waterkwaliteit nadelig beïnvloeden (bv. olie van parkeerterreinen, en uitloogbare bouwmaterialen zoals zink, lood en koper verwerkt in daken). In het kader van duurzaamheid worden initiatiefnemers gestimuleerd om alleen met niet uitloogbare bouwmaterialen te werken. 5.5.4
Advies / overleg Waterschap
In maart 2019 is met Waterschap de Dommel gestart met overleg over dit plan. Naar aanleiding van de beschreven ontwikkelingen zijn de volgende intenties vastgelegd ten aanzien van de waterhuishouding: 1. Ontwikkelingen die invloed hebben op de waterhuishouding van het plangebied dienen altijd aan het waterschap te worden voorgelegd. 2. Hemelwater afkomstig van nieuw te ontwikkelen oppervlakken zal gescheiden van het huishoudelijke afvalwater worden ingezameld met inachtneming van de beleidsregel "Klimaatrobuust ontwikkelen en (her)inrichten" verder uitgewerkt in het GRP 2019-2022. 3. Om nadelige effecten door mogelijk verontreinigd hemelwater op de waterkwaliteit te beperken, wordt afhankelijk van het type oppervlak gekeken of er speciale maatregelen dienen te worden getroffen. 4. Bij nog nader uit te werken concretisering plannen, dienen wateraspecten te worden meegenomen in de randvoorwaarden en uitgangspunten. Het waterschap wenst in de concretisering van bouwplannen betrokken te worden. Op 17 april 2019 heeft Waterschap de Dommel positief gereageerd op deze waterparagraaf met opmerkingen. Deze zijn verwerkt.
94
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 6
6.1
Juridische vormgeving
Algemeen
Het bestemmingsplan "Woensel-Noord 2021" is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012. Waar dat noodzakelijk is wordt afgeweken van de standaard en is specifiek ingespeeld op de situatie binnen het onderhavige plangebied.
6.2
Planmethodiek
Er is, conform de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Al dan niet in combinatie met een nadere - eisen - regeling.
6.3
Verbeelding
Op de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. In verband met de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen. Dit heeft ermee te maken dat de manier van raadplegen anders is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.
6.4
Planregels
De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten. Dit is om te voorkomen dat er discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In "Artikel 1 Begrippen" wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als in de regels begrippen voorkomen die niet in dit artikel zijn opgenomen, dan geldt hiervoor de uitleg/interpretatie conform het normale taalgebruik. In "Artikel 2 Wijze van meten" zijn de te gebruiken meetmethodes opgenomen. De regels bij de bestemmingen worden hierna afzonderlijk toegelicht.
In geval meerdere dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen gelijktijdig van toepassing zijn op een gebied of in het geval dat er meerdere bepalingen van toepassing zijn binnen één bouwperceel, geldt dat deze bepalingen qua rangorde gelijk zijn aan elkaar. Dit betekent dat aan alle voorwaarden uit de relevante bepalingen voldaan moet worden. Logischerwijs heeft dit tot gevolg dat de meest beperkende bepaling geldt.
Bestemming “Bedrijf ” (Artikel 3) Deze bestemming is toegekend aan de gronden en opstallen van bedrijven in het plangebied. Ter plaatse van de nadere functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 1' zijn bedrijven vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
95
behorende tot ten hoogste categorie 2, alsmede bestaande bedrijven behorende tot ten hoogste categorie 3.2 als bedoeld in de bij deze regels behorende “Lijst van bedrijfsactiviteiten". Deze lijst is gebaseerd op de VNG-brochure “ Bedrijven en milieuzonering ”. Ter plaatse van de nadere functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 2' zijn bedrijven toegestaan behorende tot categorie 3.1 en 3.2. Bedrijven behorende tot de categorie 2 zijn uitsluitend toegestaan voor zover het betreft bedrijven met een omvang van meer dan 5.000 m². Bestaande bedrijven behorende tot categorie 1 en 2 als bedoeld in de bij deze regels behorende "Lijst van bedrijfsactiviteiten" zijn ook toegestaan. Bedrijven die ingevolge de Wet geluidhinder geluidszoneringsplichtig zijn en risicovolle inrichtingen, zijn uitgesloten. Bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de gelijknamige functieaanduiding. Productiegebonden detailhandel is onder voorwaarden toegelaten. Andere detailhandel uitsluitend als bestaand. Er kan ook meegewerkt worden aan de vestiging van bedrijven die niet voorkomen op de “Lijst van bedrijfsactiviteiten maar die naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die wel zijn genoemd. De bouwvlakken zijn dusdanig gesitueerd dat enige uitbreiding van de bebouwing mogelijk is. Op enkele panden is een aanduiding 'karakteristiek' gelegd.
Het gaat hier om cultuurhistorisch waardevolle panden welke niet zonder meer gesloopt mogen worden. Ook is voor de toegestane goot- en bouwhoogte een afwijkende regeling opgenomen. Deze is als bestaand.
Bestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening' (Artikel 4) Deze bestemming is gelegd op de in het plangebied gelegen gebouwen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorgebouwen en gasdrukmeet- en regelstations. Bij een gasdrukmeet- en regelstation is een aanduiding 'veiligheidszone - gasreduceerstation' opgenomen, ter plaatse waarvan geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten zijn toegestaan.
Bestemming `Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen met LPG” (Artikel 5) Deze bestemming is gelegd op het in het plangebied gelegen tankstation met LPG-functie aan de Huizingalaan. Bestemming 'Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen zonder LPG" (Artikel 6) Deze bestemming is gelegd op de in het plangebied gelegen tankstations zonder LPG-functie waar deze bestaand zijn, en voor zover dit mogelijk is vanuit het oogpunt van externe veiligheid en milieuhinder. Bestemming `Centrum´ (Artikel 7) Deze bestemming is gelegd op de winkelcentra Haagdijk. De bestemming beperkt zich niet alleen tot winkels. Naast detailhandel zijn ook dienstverlenende bedrijven en instellingen, bestaande kantoren, maatschappelijke voorzieningen alsmede woningen toegelaten. Binnen de bestemming `Centrum´ is ook horeca toegestaan. Deze is beperkt tot en met categorie 1 ingevolge de "Lijst van horeca-activiteiten". Detailhandel, horeca, dienstverlening zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan.
Bestemming `Dienstverlening” (Artikel 8) Deze bestemming is gelegd op vestigingen ten behoeve van dienstverlening waarbij sprake is van meer dan beroepsuitoefening aan huis (bijvoorbeeld makelaarskantoren, financiële adviesbureaus, reclame-adviesbureaus e.d.). De planregeling voorziet tevens in de aanwezigheid van woningen. 96
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
Bestemming `Groen” (Artikel 9) Het groen dat in de uitwerking van het gemeentelijke Groenbeleidsplan is aangemerkt als "structureel groen op stedelijk niveau” en “structureel groen op wijk- en buurtniveau” is in het voorliggende plan expliciet voorzien van de bestemming `Groen´. Deze bestemming omvat ook kleinere waterpartijen. Bestemming `Kantoor” (Artikel 10) Deze bestemming is gelegd op specifieke kantoorvestigingen waarbij sprake is van meer dan beroepsuitoefening aan huis. De grenzen van de bouwvlakken zijn ook in dit geval dusdanig gesitueerd dat enige uitbreiding van de bebouwing mogelijk is. Kantoren die zijn gelegen in centrum-/concentratiegebied, zijn meegenomen in de bestemming `Centrum´.
Bestemming `Maatschappelijk” (Artikel 11) Het betreft hier een "verzamelbestemming" ten behoeve van medische, sociaal-culturele, religieuze, educatieve en openbare dienstverlenende (non-profit) instellingen en voorzieningen ten behoeve van sport. Concreet gaat het hier om voorzieningen als kerken, scholen, buurtcentra, sporthallen, bejaardenhuizen, welzijnsvoorzieningen, medische (groeps)praktijken e.d. Gekozen is voor een flexibele regeling, zodat uitwisseling van alle functies die passen binnen de omschrijving mogelijk is. Horeca is uitsluitend toegestaan ondergeschikt aan dan wel ter ondersteuning van de desbetreffende maatschappelijke functie(s). Ook detailhandelsvoorzieningen, dienstverlenende bedrijven en dienstverlenende instellingen zijn toegestaan voor zover ten dienste van de maatschappelijke voorziening. Op enkele panden is een aanduiding 'karakteristiek' gelegd. Het gaat hier om cultuurhistorisch waardevolle panden welke niet zonder meer gesloopt mogen worden. Ook is voor de toegestane goot- en bouwhoogte een afwijkende regeling opgenomen. Deze is als bestaand. Ter plaatse van de aanwezige begraafplaats(en) in het plangebied is de nadere functieaanduiding 'begraafplaats' geprojecteerd.
Bestemming 'Recreatie - Dagrecreatie' (Artikel 12) Deze gronden zijn bestemd voor recreatieve voorzieningen in de vorm van dagrecreatie. Verblijfsrecreatie is uitdrukkelijk niet toegestaan. Horeca is uitsluitend toegestaan van de categorie 1 en ondergeschikt aan dan wel ter ondersteuning van de desbetreffende dagrecreatieve functie(s).
Bestemming `Verkeer” (Artikel 13) Deze bestemming is geprojecteerd op de wegen die primair gericht zijn op de afwikkeling van het doorgaande verkeer. Bestemming `Verkeer - Verblijfsgebied” (Artikel 14) Het gaat bij deze bestemming om de wegen die primair dienen c.q. zullen dienen voor de ontsluiting van de aangrenzende of nabijgelegen gronden, zoals winkelerven, pleinen, woonstraten, woonerven en paden. Ook is deze bestemming bedoeld voor de parkeerterreinen en voor de groenstrookjes die een onderdeel zijn van de straatinrichting. Bestemming Water (Artikel 15) vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven
97
innen deze bestemming vallen de grotere oppervlaktewateren c.q. die oppervlaktewateren die een functie hebben in het watersysteem. Bestemming `Wonen” (Artikel 16) Deze bestemming is gelegd op de in het plangebied gelegen gronden met woningen en de bijbehorende voor- en achtererven. In de regels is onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen, aanbouwen en uitbouwen. Het gebouw dat door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken, wordt beschouwd als het hoofdgebouw. Bijgebouwen, aanbouwen en uitbouwen zijn in architectonisch opzicht te onderscheiden van, en ondergeschikt aan, het hoofdgebouw. Hoofdgebouwen moeten binnen de bouwvlakken worden gebouwd waarbij de bouwvlakken volledig mogen worden bebouwd. Bij "grondgebonden woningen" is in beginsel uitgegaan van een diepte van het bouwvlak van 12 m, gemeten vanaf de voorgevel(rooilijn). Daarbij dient de resterende achtertuin een diepte van minimaal 10 m te hebben. Indien deze minimum diepte in de gegeven situatie niet mogelijk is, is voor het bouwvlak een diepte van 10 m aangehouden. Indien ook dan een ontoereikende diepte van de achtertuin resteert, is een diepte van het bouwvlak overeenkomstig de bestaande situatie aangegeven. Er is gekozen voor standaardisering van de diepte van het bouwvlak met het oog op rechtsgelijkheid.
Veel "grondgebonden woningen" hebben een bestaande diepte van 8 tot 10 m. Mogelijkheden tot uitbreiding van hoofdbebouwing naar 12 m is substantieel en praktisch. Bij de bepaling van de minimaal te behouden tuindiepte worden reeds in de tuin gerealiseerde bijgebouwen buiten beschouwing gelaten. Door het bepalen van de diepte van het bouwvlak vervalt de noodzaak om de achtergevelrooilijn vast te leggen. Bij vrijstaande woningen op relatief ruime kavels is als diepte van het bouwvlak in beginsel een maat van 15 m aangehouden. Voor minimaal resterende diepte van de achtertuinen bestaan dezelfde uitgangspunten als bovenstaand zijn verwoord. Bij meergezinswoningen is voor de bepaling van het bouwvlak de bestaande situatie aangehouden. Het bestemmingsplan maakt geen uitbreidingen mogelijk aan voorgevel. De voorzijde van woningen bepaalt namelijk in hoge mate het straatbeeld, evenals de onderlinge samenhang van de gevels. Een rommelig gevelbeeld doet afbreuk aan de belevingswaarde van het straatbeeld. Daarom wordt bij een goed stedenbouwkundig plan uitgegaan van een helder en evenwichtig gevelbeeld waarbij de gevels van de afzonderlijke woningen een aantrekkelijk ensemble opleveren. Daarbij dient ook samenhang te ontstaan tussen de afmetingen van het profiel van de openbare ruimte en de gevelhoogten en gevelbreedten. Uitbreidingen aan de voorzijde zijn enkel mogelijk indien dit o.a.
vanuit stedenbouwkundig en verkeerskundig geen bezwaren oplevert. Omdat dit nagenoeg altijd “ maatwerk “ is, is hiervoor gekozen voor beleidsregels, genaamd "ontheffingen aan- uit- en bijgebouwen bij woningen”. In deze beleidsregels zijn ook uitbreidingsmogelijkheden aangegeven voor aan-, uit- en bijgebouwen. Ook zijn in deze beleidsregels mogelijkheden opgenomen voor het realiseren van mantelzorgwoningen. In de regeling zijn specifieke regels opgenomen voor de bouw van een dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een woning. In onderstaande figuur is hiervan een uitwerking opgenomen:
98
vastgesteld Woensel-Noord 2021 Gemeente Eindhoven