Bijlage 1a - Bestemmingsplan Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 2020
Tekst van het document
Bij het huis stonden in die periode aan weerszijden van het voorplein twee bouwhuizen. Het huidige huis met tuin dateert uit 1912, gebouwd in opdracht van een telg uit de familie Smits van Oijen. In 1936 kreeg het een zorgfunctie, en de nieuwe naam Glorieux, refereert ook daaraan. Van het parkdeel ten noorden van de gracht is door de aanleg van de weg en de bouw van de aangrenzende wijk vrijwel niets meer bewaard gebleven. Het park aan weerszijden van de Geldropseweg (tussen de Wassenhovestraat en de gracht) is door de huidige inrichting toch nog enigszins met de buitenplaats verbonden. De beekdalen op de grenzen van Tongelre kenden net als vrijwel alle andere beekdalen in de gemeente Eindhoven een strookvormige verkaveling, met beplanting op de randen van de kavels. Waar sprake was van een grote ruimtelijke druk, namelijk aan de weg van Stratum naar Eindhoven, waren al vroeg het dorp Stratum en de stad Eindhoven met elkaar verbonden. Stratum was dan ook, meer dan Woensel, als nederzetting een eenheid met de stad. Langs de randen van het beekdal lagen de verschillende akkers, zoals de Looiakkers westelijk van het dorp. Het dorp scheidde de facto de Looiakkers in het westen en de overige akkers in het 52 0
vastgesteld Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 202
Gemeente Eindhoven
oosten van elkaar. Die overige akkers kenden in de 19e eeuw nog de nodige zichtbare scheidingen tussen de verschillende delen van de akker. Op de overgang naar de voormalige heide lagen enkele bijzondere deelgebieden. Eén ervan is de De Burgh, maar ook een aantal kleine vochtige kampontginningen met een regelmatige structuur en opgaande beplanting zijn er een voorbeeld van. Het is een teken dat het gebied betrekkelijk nat was. Waardevolle historische gebieden Binnen Stratum liggen enkele gebieden met een hoge landschappelijke herkenbaarheid. Dit zijn onder andere enkele gebieden aangelegd zijn op de oude akkers van Stratum, waarbij zowel de wegenstructuur als deels ook de oude verkaveling nog herkenbaar zijn. Deze gebieden liggen ten zuiden van de St. Jorislaan en maakten deel uit van het pre- of vroegstedelijke deel van Stratum, rond de Joriskerk. Ten oosten van de Stratumsedijk en aan weerszijden van de Heezerweg ligt een gebied dat een middel herkenbaarheid heeft als dorpskern van Statum. Resten van verkaveling zijn herkenbaar en de bebouwing is hier in het oude landschapspatroon aangelegd.Ten zuiden hiervan ligt een groot gebied met middel herkenbaarheid, tussen Aalsterweg, Heezerweg en Leostraat. Ook in dit gebied zijn resten van verkaveling herkenbaar en zijn de wijken in het oude landschapspatroon aangelegd.
Een ander belangrijk kenmerk van Stratum als geheel zijn de 'oude bossen'. De hoeveelheid resterend bos op de Brabantse zandgronden was in de 17e en 18e eeuw uiterst gering. Desalniettemin vormt het een waardevolle fase in een ontwikkeling van de Eindhovense bossen. De vroegste bossen binnen het huidige stedelijk grondgebied van de gemeente Eindhoven lagen in het oostelijk deel, ten zuiden van Stratum en ten westen van Tongelre. In Stratum waren het zowel inwoners uit de dorpen als fabrikanten uit de stad die hier hun hakhout voor het draaien van fabrieken haalden. Slechts heel beperkt zijn deze bossen door hun hoeveelheid opgaand hout nog herkenbaar. Veel meer gaat het bij de bossen van Stratum om de herkenbaarheid van de ontsluitingsstructuur: het karakteristieke waaiervormige wegenpatroon is hier nog heel goed herkenbaar. De Bloemenbuurt - Zuid ligt binnen zo'n vroege heidebebossing (oude bossen). In dit gebied is de structuur uit de prestedelijke periode, in de grotere context van verkaveling, opgespannen tussen radialen, nog herkenbaar. Landgoed De Burgh vormt ook een prestedelijk landschap met een hoge herkenbaarheid. De Burgh betreft een buitenplaats die reeds bestond vóór de verstedelijking en niet zelf (of een heel vroeg) onderdeel van dat proces uitmaakte en in het stedelijk weefsel nog steeds herkenbaar is gebleven.
Interessant is dat alhoewel een deel van het park van De Burgh is bebouwd, in het tegenoverliggende park een zichtas op het huis is aangebracht. Dit park ten noorden van de gracht, ooit grenzend aan de aanleg van De Burgh, heeft een middel herkenbaarheid. Een ietwat vreemde eend in de bijt is het Stadswandelpark. Dat werd in de late 19e eeuw als een deel van de buitenplaats De Elzent aangelegd onder tuinarchitectuur van L.A. Springer. In opdracht van de gemeente maakte D.F. Tersteeg in 1924, 1928 en 1930 een nieuw ontwerp met de basis van Springer als onderlegger. Er kwamen meer inheemse bomen, en daarnaast bijzondere soorten, in een stijl die symmetrie als belangrijk uitgangspunt had. In de jaren '50 werd het onder leiding van het hoofd van de Afdeling Plantsoenen, F.J. Fontaine gemoderniseerd. De beplanting werd vernieuwd. In 1958 breidde men het park uit, en in 1964 werd een schouwburg op het terrein gebouwd. Het noordelijk deel van de buitenplaats, grenzend aan de Stratumsedijk, was vóór de late 19e eeuw een deel van het dorpslint van Stratum. Het zuidelijk deel van het Stadswandelpark, de jongere uitbreiding van het park, heeft een middel herkenbaarheid. Door de inrichting zijn de voormalige natte kampontginningen nog enigszins voorstelbaar.
vastgesteld Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 2020 53 Gemeente Eindhoven
Stratum. Uitsnede uit de kaart Herkenbaarheid prestedelijk landschap. Bron: RAAP-rapport 3398, Het landschap onder de stad, Gemeente Eindhoven, kaartbijlage 2 (2019). Waardevolle historische elementen Binnen Stratum ligt een aantal landschapselementen met hoge of zeer hoge waardering. Wat opgaand groen betreft zijn dat bomenrijen die vaak een structurerend element van een kampontginning of langs hoofdwegen vormen. Binnen landgoed De Burgh is tevens opgaand groen en reliëf aanwezig van hoge waarde. Evenals binnen het Stadswandelpark waar veel bomen aanwezig zijn van hoge waarde. Ter plaatse van begraafplaats St. Joris is sprake van religie en funerair erfgoed van hoge waarde. Verder zijn is een aantal historische paden en wegen hoog of zeer hoog gewaardeerd. Regeling in het bestemmingsplan Om de aanwezige cultuurhistorisch landschappelijk waardevolle gebieden en elementen te beschermen is er in het bestemmingsplan voor een groot deel van deze gebieden en elementen een dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie - 2 opgenomen. Deze dubbelbestemming geldt voor de gebieden die een hoge herkenbaarheid of een hoge waarde hebben en voor de elementen die een hoge of zeer hoge waarde hebben. Naast wat in de hoofdbestemming is geregeld zijn hier ook regels met betrekking tot cultuurhistorie van toepassing.
De betreffende landschapselementen die binnen een gebied met dubbelbestemming Waarde Cultuurhistorie - 2 liggen, vallen onder die dubbelbestemming. De elementen die niet binnen een gebied met dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie 2 liggen, zijn apart op de verbeelding opgenomen met een dubbelbestemming. Voor de gebieden met een middel herkenbaarheid die hierboven zijn vermeld is geen dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie - 2 opgenomen. Binnen deze gebieden worden de historisch landschappelijke waarden geborgd met de hoofdbestemmingen. Daarnaast geldt voor een groot aantal van deze gebieden al een dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie 1 of dubbelbestemming beschermd stadsgezicht (BS). Dit geeft voldoende borging van de 54 0
vastgesteld Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 202
Gemeente Eindhoven
historisch landschappelijke waarden binnen deze gebieden. Voor de landschapselementen met hoge of zeer hoge waarde die binnen deze gebieden met middel herkenbaarheid liggen geldt uiteraard de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie - 2 wel. Aan de weg gerelateerde bebouwing Rondweg De aanleg van de rondweg als stedelijke infrastructuur kent een lange geschiedenis (1918-1973). Al in het eerste Algemeen Uitbreidingsplan van Eindhoven (1918, Cuypers en Kooken) wordt deze weg geprojecteerd als verbinding tussen de verschillende stadsdelen (voormalige dorpen). In deze eerste vooroorlogse periode worden diverse fragmenten van de rondweg al gerealiseerd, vaak als onderdeel van een buurt- of wijkontwikkeling aan weerszijden van de rondweg (bijv. Bloemenbuurt). Op enkele plekken is deze opzet in het plangebied nog goed te ervaren (noordzijde Leostraat, Botenlaan etc.). Het betreft hier doorgaans kleinschalige bebouwing (1 of 2 lagen met kap) in een traditionele en zorgvuldige vormentaal. Na de oorlog wordt ingezet op het voltooien van de rondweg. Dat krijgt uiteindelijk zijn beslag met de Berenkuil en omgeving in 1973. In deze naoorlogse periode wordt aanvankelijk doorgebouwd in de kleinschalige bouwtrant, maar met de gewijzigde inzichten over hoogbouw in de jaren '50 komen ook diverse hogere volumes langs de rondweg (bijv. flats van 3 of 4 woonlagen) tot stand.
Sterker nog, aan de rondweg wordt gestreefd naar bebouwingsblokken met een grotere maat, vrije ligging en omgeven door groen om deze belangrijke stedelijke weg de grandeur en allure te geven die het toekomt. Ook in functie treedt er een verandering en schaalvergroting op. Zo wordt o.a. ingezet op functies zoals onderwijs (scholenboulevard bij Genderdal, schoolgebouwen bij de Piuslaan/ De Burgh), winkelstrips (rotonde Karel de Grotelaan) en kantoren/bedrijvigheid (bijv. het complex Drukkerij Vrijdag aan de Limburglaan, showroom kruising Aalsterweg, Daf en Campina). De rondweg doorkruist in het plangebied diverse groene en landschappelijke structuren, o.a. de Genderloop ter hoogte van de Limburglaan en het groene gebied met de lopen van de Dommel en Tongelreep, in de naoorlogse periode verder ingericht als stadsparken (bijv. Stadswandelpark) in overloop naar de Genneper Parken. Deze groene inprikkers rondom de beken vormen van oudsher de markeringen van de grenzen tussen de voormalige dorpen/ huidige stadsdelen en dragen dus in belangrijke mate bij aan herkenbaarheid en het onderscheidende karakter van de verschillende gebieden aan de rondweg. Tenslotte, niet onbelangrijk zijn de kruisingen met de vooroorlogse historische radialen en dorpslinten.
Deze vormen ankerpunten aan de rondweg en in het stedelijk weefsel, vooral benadrukt door afwijkende functies, maatvoeringen en verschijningsvormen van de bebouwing ter plaatse. Dat geldt ook voor de kruising/rotonde met de naoorlogse parkway Karel de Grotelaan. De rondweg is als cultuurhistorisch waardevolle structuur opgenomen op de cultuurhistorische waardenkaart. Daarnaast is de gehele strook langs beide zijden van de rondweg opgenomen als 'aan de weg gerelateerde bebouwing'. De rondweg ontleent zijn waarden namelijk ook aan de directe historische relatie met de aangrenzende bebouwing, groenstructuren e.d. Karakteristiek zijn de diverse bebouwingsstructuren die in hun maat en schaal, maar ook in hun verschijningsvorm en architectuur een duidelijk weerklank zijn van de tijd waarin ze zijn gerealiseerd. Daarnaast is het ervaren van de groene inprikkers en de openheid vanaf de rondweg een waardevolle karakteristiek. De diversiteit van de bebouwing en de afwisseling in gebiedstypen- en karakters (woningen, bedrijvigheid afgewisseld met groene structuren) langs de rondweg, ingegeven door zijn verbindingsfunctie tussen de stadsdelen, lange ontwikkelingsgeschiedenis en het nog altijd dynamische karakter van ontwikkeling aan de rondweg, vormen de belangrijkste kenmerken van de rondweg als cultuurhistorisch waardevolle structuur.
Bovendien is de rondweg als voltooide structuur een 'latent monument' van de stedelijke infrastructuur in Nederland. Mede dankzij zijn lange ontwikkelingsgeschiedenis (1918-1973) staat de rondweg ook symbool voor de groei van de stad Eindhoven in diezelfde periode en de veranderende ideeën over stedelijke ontwikkeling, infrastructuur/autogebruik en hoogbouw die in die periode dominant waren. vastgesteld Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 2020 55 Gemeente Eindhoven
Diverse gebouwen, objecten en structuren langs de rondweg zijn van cultuurhistorische waarde. Voor het overgrote deel worden die bij de hieronder genoemde deelstructuren langs de rondweg behandeld. Daarnaast zijn diverse gebouwen aan de rondweg aangewezen als gemeentelijk monument of rijksmonument. Het tracé van de rondweg is afdoende geborgd met de hoofdbestemming verkeer. Radialen, historische wegstructuren en historische dorpsstructuren In het plangebied is een groot aantal op de cultuurhistorische waardenkaart aangeduide historische wegstructuren voor 1900 gelegen. Ook liggen twee voormalige dorpskernen Strijp en Stratum (historische stedenbouwkundige structuren op de waardenkaart) geheel resp. gedeeltelijk in het plangebied. Voor de duiding van de waarden van de bebouwing langs deze radialen is een cultuurhistorische analyse opgesteld (zie bijlage). De waarderingen in deze analyse zijn hieronder doorvertaald naar regels in het bestemmingsplan. De volgende waardevolle dorps- en wegstructuren voor 1900 zijn in het plangebied gelegen: Strijp: stedenbouwkundig gebied 'dorpskern Strijp' en historische wegstructuren voor 1900 met aan de weg gerelateerde bebouwing: Willemstraat, Gagelstraat, Hastelweg, Strijpsestraat en Schootsestraat. Gestel: historische wegstructuren voor 1900 met aan de weg gerelateerde bebouwing: Hoogstraat, Gestelsestraat, Hagenkampweg Zuid en Palingstraat.
Stratum: stedenbouwkundig gebied 'dorpskern Stratum' (gedeeltelijk in plangebied) en historische wegstructuren voor 1900 met aan de weg gerelateerde bebouwing: De bebouwing aan de op de cultuurhistorische waardenkaart aangeduide historische radialen en wegstructuren kenmerken zich voor het overgrote deel door een bescheiden maat, kleine variaties in bouwhoogte, rooilijnverschillen, afwisseling in vrijstaande en aaneengesloten bebouwing en een diversiteit aan bouwperioden. Ter plaatse is de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie - 1 opgenomen. De tracés van de historische wegstructuren zijn afdoende geborgd met de hoofdbestemming verkeer. De Gagelstraat, een klein deel van de overgang Strijpsestraat - Frederiklaan (St. Trudoplein) en het grootste gedeelte van de Hoogstraat hebben daarnaast de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie - 2 in verband met de historisch landschappelijke waarden van deze wegstructuren. Langs de historische wegstructuren bevindt zich nog een aantal gebouwen die dateren uit de periode voor of rond 1920 en daarmee nog een fysieke verwijzing zijn naar de pre-stedelijke situatie. In maat en positionering, maar ook in de vormgeving van de panden is dit nog duidelijk af te lezen.
Het gaat om de volgende panden: Strijp: Gagelstraat 51-63, 34-46, 68-90, 85 Strijpsestraat 17-19, 32-34, 53, 61-83, 72-82, 84-106, 108-114 Hastelweg 3-19, 39-49, 2-4, 10-24, 50-52 Schootsestraat 152-166 Karolingersweg 1-3a Willemstraat 58 i.c.m. Sint Antoniusstraat 20-32 Gestel: Hoogstraat 41-45, 120, 131, 139-143, 163, 179a-181, 82-84, 112a Gestelsestraat 2-6, 37-39, 46-48a, 54-56, 172-182 Hagenkampweg 146-148, 160-194 Hallenweg 8-10 Hoogstraat 120, 135, 169 Palingstraat 11-29 Stratum: Heezerweg 80-88 56 0
vastgesteld Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 202
Gemeente Eindhoven
Leenderweg 1-7, 25-35, 26-34 Aalsterweg 29-55, 40-46, 133-133b Leostraat 114-114e Deze panden hebben een aanduiding 'karakteristiek' gekregen op de verbeelding. Aan deze aanduiding is een sloopvergunningsstelsel gekoppeld. De onderstaande panden dragen in hun verschijningsvorm en gaafheid in belangrijke mate bij aan het zichtbaar en afleesbaar houden van de groei en ontwikkeling van deze historische wegstructuren en radialen. Bovendien zijn het panden met een zorgvuldige architectuur en representeren zij de tijdsperiode waarin ze ontworpen zijn. Hoogstraat 71-93: een rij woningen uit de jaren '30 van de vorige eeuw die een waardevolle architectonische eenheid vormt. Hagenkampweg Zuid 142: een pand uit het interbellum met een waardevolle architectuur. Voor deze panden is tevens een aanduiding 'karakteristiek' opgenomen. In aanvulling op de panden langs de historische wegenstructuren hebben ook enkele panden in de oude kernen een aanduiding 'karakteristiek' gekregen: Oude kern Stratum: Schalmstraat 12-18: woonhuizen met vooruitspringende rooilijn. Bouwjaar 12 en 14 is 1985 en 16 en 18 zijn gebouwd in 1903.
Oude kern Strijp: Doelenstraat 15-17 Kerkakkerstraat 41-43, 46, 47-53 Sint Trudoplein 1 Strijpsestraat 105, 113-125, 116 (achterterrein), 133 Historische stedenbouwkundige structuren Historisch stedenbouwkundige structuur Strijp-Philipsdorp Ten noorden van het beschermde stadsgezicht Philipsdorp is in het plangebied het gebied tussen De Jonghlaan, PSV-laan, Vonderweg en Frederiklaan aangeduid als historisch stedenbouwkundige structuur. Dit gebied behoort van oudsher tot de structuur van Philipsdorp, maar is gelegen buiten het beschermde stadsgezicht Philipsdorp. De locatie vormde de oorspronkelijke 'green' van het Philipsdorp, die voorzag in een centrale groenstructuur met sport- en recreatieve voorzieningen. Anton Philips had in 1909 zijn schoonvader, G. de Jongh, de opdracht gegeven een arbeiderswijk te ontwerpen naar voorbeeld en de moderne inzichten van de Engelse fabrieksdorpen (zoals Port Sunlight in Liverpool), waarbij het woongenot van en een gezonde omgeving voor de werknemers in de fabrieken ook zou bijdragen aan het algemeen welzijn van de werknemers. Deze 'green' was dan ook een zeer belangrijk stedenbouwkundig onderdeel van dergelijke fabrieksdorpen en -wijken.
Door ontwikkelingen in de afgelopen eeuw zijn de oorspronkelijke kenmerken van deze 'green' nauwelijks meer zichtbaar, al komt het PSV-stadion uiteraard voort uit het sportveldje dat zich op de 'green' bevond. Voor toekomstige ontwikkelingen blijft dan ook het streven naar een groen karakter en kleinschaligheid van de bebouwing langs de Frederiklaan in aansluiting op de woningen van het Philipsdorp een belangrijk uitgangspunt. Vanwege de geringe herkenbaarheid van de als historisch waardevol omschreven structuur zijn er geen nadere regels voor cultuurhistorie in het bestemmingsplan opgenomen. Historisch stedenbouwkundige structuur Schrijversbuurt Woonwijk, waarvan de kern bestaat uit twee delen, ieder met een eigen bijzondere architectuur, gesitueerd ten zuiden van het stadscentrum en ten westen van het villapark Den Elzent. De wijk heeft brede straten, deels met laanbeplanting. Het noordelijk gedeelte omvat vastgesteld Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 2020 57 Gemeente Eindhoven
een tweetal straten (Hugo Verrieststraat - Binnenwiertzstraat) en een straat met plantsoen (Guido Gezellestraat). De bebouwing bestaat uit forse, tweelaagse herenhuizen onder een doorlopende kap, ontworpen door J.W. Hanrath in 1928, met verspringende rooilijnen en voortuinen. Opvallend is het grote aantal naaldbomen en conifeervariëteiten in de voortuinen. Het zuidelijk deel omvat vier haaks op elkaar aansluitende straten (Helmerslaan - Nicolaas Beetsstraat - Jan Luikenstraat - Van Meursstraat). De bebouwing is door G. Elshout ontworpen in 1928 in de trant van de Amsterdamse School en bestaat hier uit huizenblokken van twee en drie bouwlagen met platte daken. De huizen hebben verspringende rooilijnen en voortuinen. Ook de naoorlogse woningen van B. Clement aan Helmerslaan en de Van Meursstraat sluiten fraai aan de sfeer in deze buurt. De wijk is later met gebogen straten in de richting van de Dommel en de Edenstraat uitgebreid en afgerond met een plantsoen. In de overgang tussen de delen van de wijk bevindt zich aan de Helmerslaan een pleinvormige ruimte. Zowel de uitleg van de wijk als de bebouwing zijn nog gaaf.
Ten behoeve van het behoud van de waardevolle stedenbouwkundige structuur, de hoogwaardige opzet van de bebouwing en de fraaie verschijning van de diverse architectonische ensembles en woningen is voor de Schrijversbuurt een dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie - 3 opgenomen. Historisch stedenbouwkundig gebied Karel de Grotelaan (tevens historisch weg na 1900) In het plangebied is het gedeelte van de historische wegstructuur na 1900 Karel de Grotelaan: een vanuit het centrum naar het zuidwesten gerichte, zeer breed opgezette boulevard met, in ruime plantsoenen geplaatste flats. De Karel de Grotelaan vormt in het geheel een sterke lineaire structuur en komt als concept voort uit het plan van stedenbouwkundige De Casseres (1929, 1935). Evenwijdig hieraan de overige straten. Langs de Karel de Grotelaan deels gekoppelde, ten opzichte van de weg schuin geplaatste vierlaagse flatgebouwen (circa 1955), omgeven door grote openbare groene ruimten. In de achterliggende staten veelal tweelaagse aaneengesloten bebouwing, deels gegroepeerd rond hofjes met voor het eerst aandacht voor de relatie wonen-auto in de vorm van speciaal daarvoor aangelegde parkeerhavens en garages. De Karel de Grotelaan vormt een van de uitvalswegen van het naoorlogse Eindhoven waarlangs een groot deel van de uitbreidings- en wederopbouwplannen zou plaatsvinden.
Om de stad meer allure te geven is hierbij bewust gekozen voor hoogbouw. De stedenbouwkundige structuur is nog geheel gaaf. Het geheel is vooral van belang vanwege het pionierskarakter van de stedenbouwkundige structuur. De complexen met portiek-etage woningen aan weerszijden van de Karel de Grotelaan (incl.) zijn bovendien van hoge architectonische waarde. Daarnaast vormen ze een weergave van de vooruitstrevende manier waarop Philips na de oorlog de hoge woningnood probeerde te leningen en zijn daarmee ook van hoge cultuurhistorische waarde. Zie voor een uitgebreide toelichting op de waarden de complexomschrijving Karel de Grotelaan in de bijlage. Tenslotte is ook de voormalige noodkerk aan Clovislaan 193 van hoge cultuurhistorische waarde vanwege de zeldzaamheid van een nog bestaande noodkerk uit de wederopbouwtijd en de sobere, maar zeer modernistische vormgeving en architectuur van het kerkgebouw. Ten behoeve van het behoud van de waardevolle stedenbouwkundige structuur, de hoogwaardige opzet en architectuur van de bebouwing en de belangrijke cultuurhistorische waarde van de diverse objecten en complexen is voor de stedenbouwkundige structuur Karel de Grotelaan een dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie - 3 opgenomen.
Historisch stedenbouwkundig structuur: complex Boutenslaan Het vroeg-naoorlogse woningbouwcomplex 'Boutenslaan Oost' bevindt zich in het stadsdeel Stratum, ligt aan de oostzijde van het Stadswandelpark en aan weerszijden van de ringweg (Boutenslaan), bestaat uit vier onderdelen die in de jaren vijftig zijn gerealiseerd op initiatief van diverse particuliere (bouw)ondernemingen. Deze vier onderdelen zijn ruimtelijk gerelateerd aan zowel de ringweg (Boutenslaan) die gelijktijdig werd aangelegd, als aan het oudere Stadswandelpark dat achtereenvolgens is aangelegd en heringericht door de tuinarchitecten 58 0
vastgesteld Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 202
Gemeente Eindhoven
L.A. Springer (1884), D.F. Tersteeg (interbellum) en F.J. Fontaine (jaren vijftig). Nog steeds herkenbaar in het park zijn de formele architectonische delen van Springer, de vloeiende landschappelijke elementen van Tersteeg en de vijver met bruggen en open parkranden van Fontaine. Het open maken van de parkranden ging gelijk op met de realisatie van onderhavige complexonderdelen. Het complex voegt zich in een historisch gegroeide en samengestelde 'groene long' op de grens van de stadsdelen Gestel en Stratum, tevens aangeduid op de cultuurhistorische waardenkaart, zoals de historische groenstructuren Dommelplantsoen, Stadswandelpark, de historische waterlopen Dommel en Tongelreep en de Rondweg als historische wegstructuur na 1900. De complexonderdelen kenmerken zich verder door een zeer hoogwaardige en voor de wederopbouwtijd karakteristieke architectuur en hebben bovendien in relatie met de rondweg en het Stadswandelpark een belangrijke beeldbepalende waarde. Tenslotte vormen ze gezamenlijk een krachtig en relatief gaaf naoorlogs ensemble. Zie voor een uitgebreide toelichting op de waarden de complexomschrijving Boutenslaan-Oost in de bijlage.
Ten behoeve van het behoud van de waardevolle stedenbouwkundige structuur, de hoogwaardige opzet en architectuur van de bebouwing en de belangrijke cultuurhistorische waarde van de diverse objecten en complexen is voor de stedenbouwkundige structuur Boutenslaan een dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie - 3 opgenomen. Historisch stedenbouwkundig structuur: Bloemenbuurt-Noord Woonwijk in het stadsdeel Stratum gesitueerd ten noorden van de rondweg (Leostraat). De buurt is in 1920/1921 ontworpen door C. Smit, aan beide zijden van de Leostraat, als sociale woningbouw voor de Vereeniging Volkshuisvesting. Het was een van de eerste projecten die in het kader van het Algemene Uitbreidingsplan voor de gemeente Eindhoven van J. Cuypers en L.J.P.Kooken uit 1918 werden uitgevoerd. Kenmerkend is, dat de geprojecteerde rondweg hier als onderdeel van de wijk is gerealiseerd. In het noordelijk deel is de bebouwing gegroepeerd rond het Bloemenplein als centrale groene ruimte. In het zuidelijk gedeelte was de wijk opgetrokken langs een rechthoekig patroon van smalle straten waarbij met drie poortgebouwen dwarsverbindingen tot stand zijn gebracht. Aan de Leostraat staan tweelaagse huizen met een verspringende rooilijn, maar in de overige straten zijn er overwegend aaneengesloten eenlaagse woningen met kap, deels met topgevels.
Typisch en redelijk gaaf voorbeeld van sociale woningbouw als onderdeel van planmatige stadsuitbreiding. Ten behoeve van het behoud van de waardevolle stedenbouwkundige structuur, de hoogwaardige opzet en architectuur van de bebouwing en de belangrijke cultuurhistorische waarde van de diverse objecten en complexen is voor de stedenbouwkundige structuur Bloemenbuurt-Noord een dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie - 1 opgenomen. Daarnaast zijn diverse panden cultuurhistorisch waardevol, vanwege hun ensemblewaarde en architectonische waarde. Deze panden hebben een aanduiding 'karakteristiek' gekregen op de verbeelding. Aan deze aanduiding is een sloopvergunningsstelsel gekoppeld. Historisch stedenbouwkundig structuur: Tuindorp De Burgh Naoorlogse uitbreidingswijk uit omstreeks 1950 gelegen tussen de Wilakkersstraat en de Piuslaan. Het stratenpatroon van de wijk is volgens het plan van het Witte Dorp tot stand gekomen, maar de bebouwing bestaat hier deels uit duplexwoningen die een karakteristiek voorbeeld zijn van de wederopbouwarchitectuur. De bebouwing werd gedeeltelijk ontworpen door J.J.B. Franswa en B.A.C Clement. Aan de zuidzijde van de rondweg zet de uitbreiding zich voort in de vorm van een tweede Witte Dorp, dat zich uitstrekt tot aan de Thomas a Kempislaan. Structuur en bebouwingsbeeld van de wijk zijn nog gaaf.
Zie voor een uitgebreide toelichting op de waarden het rapport Eindhoven Stratum-Oost - cultuurhistorische verkenning de bijlage. Ten behoeve van het behoud van de waardevolle stedenbouwkundige structuur, de hoogwaardige en zorgvuldige opzet en architectuur van de bebouwing is voor de vastgesteld Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 2020 59 Gemeente Eindhoven
stedenbouwkundige structuur Tuindorp De Burgh een dubbelbestemming Waarde Cultuurhistorie - 1 opgenomen. De onderstaande panden in Tuindorp De Burgh dragen in hun verschijningsvorm en gaafheid in belangrijke mate bij aan het zichtbaar en afleesbaar houden van dit cultuurhistorisch waardevolle gebied. Bovendien zijn het panden met een zorgvuldige architectuur en representeren zij de tijdsperiode waarin ze ontworpen zijn. Piuslaan 68: RK St. Gertrudisschool, als onderdeel van het rooms-katholieke parochiecomplex aan het Servaasplein en vanwege de zichtbaarheid ervan aan de rondweg. Piuslaan 26-58: twee identieke rijen woonhuizen (bouwjaar 1956). Servaasplein 3: vrml RK O.L.V. van Fatimakerk (architecten J.C. van Buijtenen & B. Clement, 1949-1950), als beeldbepalend en uitgekiend gesitueerd ankerpunt in de buurt en vanwege de herkenbare traditionalistische typologie en architectuur. St. Adrianusstraat 64: RK kleuterschool, als onderdeel van het rooms-katholieke parochiecomplex aan het Servaasplein en vanwege de sobere maar verzorgde architectuur. St. Jansweg 1-33 en 2-36: middenstandwoningen aan weerszijden van de straat gesitueerd op souterrain (1950), vanwege de statige woningtypologie en de bijzondere ontwerpkwaliteiten van de traditionalistische architectuur. Deze panden hebben een aanduiding 'karakteristiek' gekregen op de verbeelding.
Aan deze aanduiding is een sloopvergunningsstelsel gekoppeld. Historische waardevolle groenstructuren, parken en plantsoenen In het plangebied is een aantal op de cultuurhistorische waardenkaart aangeduide waardevolle groenstructuren in de vorm van aangelegde parken en plantsoenen gelegen. Het gaat om de volgende gebieden: Genderplantsoen Plantsoen aan de Maria van Bourgondiëlaan het einde van de vijftiger jaren in de tweede helft aangelegd door de Afdeling Plantsoenen van de Gemeente Eindhoven langs een gekanaliseerd gedeelte van de Gender, dat de vorm van een langgerekte vijver heeft gekregen. Typerend is de geknikte oeverlijn. Langs de oever loopt een wandelpad. Een licht gebogen betonnen brug met schuine kolommen vormt een verbinding met de Karel Martelweg. Aan de kant van de Boutenslaan is een bordes aangebracht dat uitzicht biedt op de vijver. De beplanting bestaat vooral uit essen en Italiaanse populieren. Het nabijgelegen groen aan de Frederika van Pruisenweg en het Prinsenhof is in relatie tot het Genderplantsoen en omliggende bebouwing eveneens van waarde. Dommelplantsoen Parkaanleg langs de Dommel, waarvan het noordelijke deel is ontworpen door de tuin- en landschapsarchitect D.F. Tersteeg in 1920 als onderdeel van de staduitbreiding Den Elzent en het zuidelijke deel door F.J. Fontaine.
Zie verder beschermd stadsgezicht Den Elzent Stadswandelpark Het Stadswandelpark, oorspronkelijk als tuin bij de villa van B. Sinkel ontworpen door L. Springer, later uitgebreid en omgevormd tot openbaar park door D.F. Tersteeg en omstreeks 1950 gerenoveerd door F. J. Fontaine. Onderdeel van beschermd stadsgezicht Den Elzent. Tuin bij 'De Burgh' 60 0
vastgesteld Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 202
Gemeente Eindhoven
Landschappelijke tuin aangelegd in 1912 bij het gelijknamige landhuis. Het landhuis zelf ligt op een terrasvormige verhoging. Voor het huis, links van de oprijlaan, zijn perken en een gazon met fontein aangelegd. Achter het huis bevindt zich een grote tuin met waterpartij. De beplanting bestaat o.a. uit: rode beuk, zomereik, suikeresdoorn en rhododendron. In de tuin bevinden zich nog enkele oudere bomen uit de periode 1830-1912. Voor de bescherming van de groene en landschappelijke waarden in Den Elzent wordt de dubbelbestemmings 'Waarde Cultuurhistorie - 2' opgenomen Beschermd stadsgezicht Witte dorp Beschermd stadsgezicht Witte Dorp is gelegen ten zuiden van de Geldropseweg weg en gebouwd op initiatief van bouwmaatschappij Van Grootel, eigendom van Levensverzekeringmaatschappij De Utrecht, naar een ontwerp van W.M. Dudok (1937). De kern van de wijk wordt gevormd door het van een plantsoen voorziene Burghplein. Van daaruit lopen straten waarvan de richting werd bepaald door de aansluiting op reeds bestaande wegen. De wijk is planmatig ingevuld met woonblokken van overwegend tweelaagse woonhuizen. De wijk is vooral van belang door de homogene architectuur waarbij binnen een basisconcept variaties in woontypen zijn toegepast. Door extra verdiepingen en dwars geplaatste bouwvolumes zijn markante plaatsen in de structuur van de wijk geaccentueerd.
In de architectuur zijn elementen van het Nieuwe Bouwen, gekenmerkt door een strakke vormgeving, op een eigen wijze verwerkt. De bouwblokken hebben alle witgeschilderde bakstenen gevels en zwart basement en een asymmetrisch zadeldak met rode pannen. Betonnen platen boven de erkers lopen bij een deel van de woningen door als luifel boven de vlakke groene voordeur. Een wijk uit deze periode met een dergelijke coherentie en kwaliteit is uniek. Voor het Witte Dorp is een dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd Stadsgezicht' opgenomen. Op deze manier worden de cultuurhistorisch waardevolle en karakteristieke, met de historisch ontwikkeling samenhangende, structuur en ruimtelijke kwaliteit beschermd. Den Elzent Beschermd stadsgezicht Den Elzent is begrensd door de Stratumsedijk, Le Sage ten Broeklaan, Boutenslaan, de rivier de Dommel, Edenstraat en Bilderdijklaan. Binnen voorliggend plangebied betreft het alleen het gedeelte ten zuiden van de Dr. Schaepmanlaan. Hierin liggen het Stadswandelpark en enkele westelijk daarvan tot aan de Dommel gelegen straten. De wijk is onderdeel van het Uitbreidingsplan (1918) van J. Cuypers en L.J.P.Kooken, die het villapark ontwierp. De zeer gevarieerde bebouwing bestaat uit veelal vrijstaande villa's en groepen van twee of drie grote woningen met kap.
Aan de Jonckbloedtlaan en de Alberdingk Thijmlaan staan gezellenhuizen (1929) en in het Stadswandelpark het Philips Observatorium en het Radiomonument (1936). Het Dommelplantsoen is van de hand van tuinarchitect D.F. Tersteeg, het Stadswandelpark, oorspronkelijk als tuin ontworpen door L. Springer, later uitgebreid en omgevormd tot openbaar park door D.F. Tersteeg en J. van Gool en omstreeks 1950 gerenoveerd door F. J. Fontaine. Structuur en bebouwingsbeeld van de wijk zijn nog gaaf, de ligging direct aan het Dommeldal is zeer bijzonder. De beplanting in het stadswandelpark bestaat o.a. uit zomereik, rode beuk, moerascypres, doornloze valse christusdorn, bonte tamme kastanje, zwepenboom, honingboom, beverboom, trompetboom, tempelboom en tulpenboom. Voor Den Elzent is een dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd Stadsgezicht' opgenomen. Op deze manier worden de cultuurhistorisch waardevolle en karakteristieke, met de historisch ontwikkeling samenhangende, structuur en ruimtelijke kwaliteit beschermd. Voor de bescherming van de groene en landschappelijke waarden in Den Elzent wordt de dubbelbestemming 'Waarde Cultuurhistorie - 2' opgenomen. vastgesteld Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 2020 61 Gemeente Eindhoven
Beeldbepalende panden In het plangebied liggen tevens verschillende beeldbepalende panden, die van waarde zijn vanwege hun verschijningsvorm/architectuur en hun stedenbouwkundige kenmerken. Bovendien betreft het nog 'gave' panden: ze kenmerken zich door de oorspronkelijke architectuur en detailleringen en daarmee is de historie nog goed afleesbaar. Dit blijkt uit aanvullend onderzoek naar woningbouwcomplexen uit de wederopbouw in Eindhoven (2016), scholen uit de wederopbouwperiode (2019) en religieus erfgoed in Eindhoven (2011): Camphuysenstraat 2-4: Adventskerk. Het kerkgebouw is architectonisch/architectuurhistorisch van belang omdat het een kenmerkend voorbeeld is van latere Wederopbouwarchitectuur. Met behulp van minimale middelen wordt een sober ruimtevolume vormgegeven. Zoals afgeschuinde hoeken en asymmetrische plaatsing van elementen, etc. Evenwel zijn er ook elementen met meer expressie weergegeven zoals de klokkentoren. De opzet van dit kerkcomplex is door een ruime en vrije plaatsing in een plantsoen een voorbeeld van het tijdsgewricht. Er is een typische stedelijke omgeving ontstaan uit de jaren 50-60.
Cultuurhistorisch gezien is het kerkgebouw van belang omdat het de ontwikkeling van en de bijzondere samenwerking tussen de Hervormde en Gereformeerde Gemeenten in Eindhoven markeert, waarbij beide geloofsgroepen van elkaars kerken (waaronder deze) gebruik konden maken. Da Costaweg 16 - Jan Luikenstraat 46: Doopsgezinde kerk. Het gebouw is in architectonisch/architectuurhistorisch opzicht van belang, als typisch voorbeeld van de Delftse School stijl. Door de relatief lage maat (één bouwlaag met een kap), heeft het gebouw, dat refereert aan een landelijke bouwstijl, een toegankelijk uiterlijk. Het gebouw is daarnaast in zijn context een beeldbepalend element. De plaatsing op een licht asymmetrisch driehoekig plantsoen in een woonbuurt en de geringe bouwhoogte dragen bij aan het intieme karakter van het gebouw in zijn omgeving. Deze onopvallende kerk is typologisch afgeleid van een schuur. Het gebouw is cultuurhistorisch van belang omdat de bescheiden opzet karakteristiek is voor kerkgebouwen met een doopsgezinde signatuur. Hendrik Casimirstraat 23: het pand ontleent zijn hoge cultuurhistorische waarde als belangrijke en zeldzame uiting in Eindhoven van het religieuze leven van de Joodse Gemeenschap. Het pand werd oorspronkelijk in de jaren '20 ontworpen als onderdeel van een woningbouwproject. De huizen zijn ontworpen in de stijl van de Amsterdamse School.
Nog tijdens de bouw werden drie woonhuizen samengevoegd en ingericht als vergaderlokaal voor de Vereniging ter Bevordering van Christelijke Belangen, volgens een gewijzigd plan van dezelfde architect. In 1959 werd de synagoge uit 1866 gesloopt om een verbreding van de Kerkstraat mogelijk te maken. Ter vervanging van dit gebouw kocht de Nederlands Israëlitische Gemeente het pand Hendrik Casimirstraat 23 aan waarna een verbouwing en uitbreiding aan de achterzijde volgde. Jacob van Maerlantlaan 24: Vrijstaand woonhuis op langgerekt rechthoekig grondplan, van twee bouwlagen onder pannen gedekt zadeldak met de nokrichting evenwijdig aan de straat. De schoorsteen op de nok is voorzien van een detonerende antenne voor mobiele communicatie. De opvallende voorgevel is samengesteld uit een aantal uiteenlopende 'motieven': een gesloten begane grond met verdiepte en omlijste entree en reeks kleine raampjes, een horizontaal geaccentueerde verdieping met bandvenster en meanderend fries, en een open rechter beuk met grote vensters en balkon. Deze compositie wordt geleed door gemetselde lisenen. Opvallend is verder het grote taps toelopende erkervenster in de linker kopgevel. Pand grotendeels in oorspronkelijke staat. Gelegen tegenover het fraaie Van Maerlantlyceum uit dezelfde bouwperiode, en aan het lommerrijke Dommelplantsoen.
Jan Luikenstraat 49: Het schoolgebouw is architectonsich/architectuurhistorisch van waarde vanwege de zorgvuldige en sobere traditionalistische architectuur, karakteristiek voor het werk van architect C. De Bever in die tijd. Het gebouw is bovendien nog erg gaaf. Daarnaast bevindt het zich in een stedenbouwkundige waardevol ensemble (met o.a. Van Maerlantlyceum en Doopsgezinde Kerk) als onderdeel van de Schrijversbuurt nabij het Dommelplantsoen. Cultuurhistorisch is het gebouw, ooit als huishoudschool 'Anna 62 0
vastgesteld Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 202
Gemeente Eindhoven
Henriette'(weduwe van Anton Philips) opgericht, van waarde voor de pluriforme naoorlogse onderwijsontwikkelingen in Eindhoven, waarbij verschillende protestante stromingen de handen ineensloegen voor de bouw van scholen. Karel de Grotelaan 47: Praktijkwoning op samengesteld grondplan, bestaande uit een blokvormige woning aan de Karel de Grotelaan en een vooruitgeschoven praktijkgedeelte aan de Hertog Jan I laan. Het woonhuis heeft drie bouwlagen onder plat dak, en de praktijkvleugel met geïntegreerde garage één bouwlaag eveneens onder plat dak. De vlakke gevels in roodbruine baksteen worden aan de bovenzijde afgesloten door een brede grijs geschilderde daklijst. De consequent doorgevoerde orthogonale vormen worden op de verdieping afgewisseld met het motief van de cirkel: één rond venster en ronde perforaties in de betonnen balkonbalustrade. Markante ligging op de kop van een bijzonder complex 'uitvalswegenarchitectuur' aan weerszijden van de Karel de Grotelaan. Limburglaan 41-43: Cultuurhistorisch gezien van waarde als oorspronkelijke Lagere Technische School (LTS) op Protestants-Christelijke grondslag en daarmee van waarde voor de pluriforme naoorlogse onderwijsontwikkelingen in Eindhoven.
Het gebouw is architectonisch van waarde vanwege de expressieve vormgeving, de typologische verwijzing naar de fabrieksbouw (sheddaken) en de heldere hoofdopzet van het gebouw (weliswaar later aangepast en antraciet geschilderd). Stedenbouwkundig manifesteert het zich als beeldbepalend element langs de rondweg (samen met het naburige gebouw van Drukkerij Vrijdag) St. Jorislaan 37: Monumentaal poortgebouw met bovenwoning die toegang verschaft tot een begraafplaats. Rijk gedetailleerd poortgebouw van twee bouwlagen onder hoog oprijzend zadeldak met de nokrichting evenwijdig aan de straat. De onderdoorgang en de vensteropeningen hebben een korf- of rondboog met aanzetstenen. De Vlaamse gevel op de zolderverdieping wordt bekroond door een lantaarn met koperen spits, en rust op tufstenen kraagstenen met sculpturen van aartsengel Michaël en St. Joris met de draak (beeldhouwers Fr. en M. van Eck). Cultuurhistorisch van belang als toegangsgebouw tot begraafplaats. Willem Klooslaan 1-101, Busken Huetstraat 1-59: Complex van vijf identieke woningbouwblokken met een plint van garages en bergingen en drie woonlagen onder plat dak, geschakeld op een getrapte footprint (zaagtandmotief). Op de hoek Willem Klooslaan / Hendrik Consciencestraat staat een ketelhuis met reeks garageboxen. Opvallend is het siermetselwerk in de borstweringen tussen de grote vensters.
De balkons, de vensters en de puien van de trappenhuizen zijn vernieuwd. De gebouwen zijn gesitueerd aan de rand van het Dommelplantsoen, waarbij de open groene verkaveling zorgt voor een verweving tussen wijk en park. Zie voor een uitgebreide toelichting op de waarden de complexomschrijving Boutenslaan-West in de bijlage. Deze panden hebben een aanduiding 'karakteristiek' gekregen op de verbeelding. Aan deze aanduiding is een sloopvergunningsstelsel gekoppeld. Dit is ook gebeurd voor de volgende panden: Amalia van Anhaltstraat 13a (garagecomplex met lichtstraten) (bouwjaar: 1931): industrieel complex in ensemble met aansluitende bebouwing aan Am. Van Anhaltstraat en Lod. Napoleonplein. Amalia van Anhaltstraat 31-31a (i.c.m. Lodewijk Napoleonplein 17-19) (karakteristieke hoekbebouwing) (bouwjaar: 1931) : Amsterdamse schoolarchitectuur. Ensemble met de garages aan de Amalia van Anhaltstraat 13a. Bergmannstraat 76 (kerkje van het Apostolisch Genootschap) (bouwjaar: 1957): wederopbouwarchitectuur religieus erfgoed. Gestelsestraat 25k-25p (i.c.m. Ploegstraat 20) (jongensschool) bouwjaar: 1924): vooroorlogs schoolgebouw met kenmerkende trapgevel. Hallenweg 11b-12 (werkplaats terrazzo-steenhouwer Toffolo (bouwjaar: 1955): wederopbouwarchitectuur industrieel van bekende Eindhovense steenhouwerij. Julianastraat 19-21 (bouwjaar: 1917): Um 1800 bouwstijl. Luxe stadswoningen.
Mauritsstraat 8-18b (bouwjaar: 1917): Um 1800 bouwstijl. Luxe stadswoningen. Nassaustraat 1-3 (bouwjaar: 1917): Um 1800 bouwstijl. Luxe stadswoningen. vastgesteld Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 2020 63 Gemeente Eindhoven
Lodewijk Napoleonplein 17-19 (i.c.m. Amalia van Anhaltstraat 31-31a) (karakteristieke hoekbebouwing) (bouwjaar: 1931): Amsterdamse schoolarchitectuur. Ensemble met de garages aan de Amalia van Anhaltstraat 13a Palingstraat 31 (bouwjaar kern: 1906, bouwjaar uiterlijk: 1948): industrieel complex circa 1900 met vernieuwingen uit de wederopbouwtijd. Ploegstraat 20 (i.c.m. Gestelsestraat 25k-25p) (bouwjaar: 1924, jongensschool): vooroorlogs schoolgebouw met o.a. kenmerkende trapgevel. Rivierstraat 12 en 14 (bouwjaar: 1914 en 1915): architectuur in de stijl van de neorenaissance, bichrome baksteen, bovenramen met roedenverdeling, met originele verdiepingsuitbouw. Aalsterweg 112-114c (bouwjaar: 1930) Amsterdamse Schoolarchitectuur met laddervensters met glas-in-lood op een hoek gelegen. Inclusief achterbouw. Complex is geheel authentiek met houten vensters. Leenderweg 28-34 (bouwjaar nrs. 26-28: 1924, 30-32: 1922, nr. 34: 1924) panden vormen een ensemble met kenmerkende topgevels. Leenderweg 65, Pand P, voormalige bioscoop Plaza, later Plaza Futura (bouwjaar: 1951) opvolger van Citybioscoop Fellenoord. Vroeg wederopbouwpand met rijke geschiedenis, cultuurhistorische waarde, met een duidelijk verhaal van de plek. Schalmstraat 35-37, woonhuizen (bouwjaar: 1912) arbeiderswoningen in neorenaissancestijl, fraaie baksteenarchitectuur i.c.m. betonnen sierbanden.
Gelegen aan een straat uit de oude kern van Stratum. Boegstraat 1 - 3 Oorspronkelijke woningen 't Schoot van woningbouwvereniging Trudo zoals vóór de sloop en nieuwbouw, bouwjaar 1930. Deze panden zijn een vreemde eend in de bijt; het betreft twee geschakelde woningen die zijn blijven staan, waar de rest gesloopt is. De oude stratenstructuur is nog zichtbaar. Kenmerkende geografische ligging van de panden en de percelen t.o.v. de panden in de omgeving. Doelenstraat Begraafplaats St. Antonius, columbarium/lijkenhuis, gebouwd tussen 1931 en 1937. Funeraire cultuur, religieus erfgoed, Delftse school. Doelenstraat 16 en 18 (1916) arbeiderswoningen in neorenaissancestijl, fraaie baksteenarchitectuur i.c.m. betonnen sierbanden. Kerkakkerstraat 15 (origineel winkelpand) , bouwjaar 1937 - Delftse schoolarchitectuur met twee kenmerkende topgevels op zichtlocatie op een hoek. Langdonkenstraat 13 1875 links, rechts <1830 (oudste pand van Strijp, arbeiderswoning, mogelijk 18e-eeuwse kern, bouwhistorisch onderzoek gewenst). Schouwbroekseweg 25 , bouwjaar 1916 - neorenaissance-architectuur met bichroom metselwerk op een hoek met kenmerkende hoekoplossing. Sint-Severustraat 2 - 4 , bouwjaar 1917 - neorenaissance-architectuur, arbeiderswoningen met bichroom metselwerk, gietijzeren sierankers en kenmerkende mansardekap.
Sint-Severustraat 10 - 12 , bouwjaar 1917 - neorenaissance-architectuur, arbeiderswoningen met bichroom metselwerk, gietijzeren sierankers en kenmerkende mansardekappen. Sint-Trudostraat 10 (1922) vooroorlogs schoolgebouw in goede en authentieke staat met vensters met roedeverdeling.
3.7
Verkeer en parkeren
De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het plangebied beschreven. Autoverkeer De wegencategorisering is in Eindhoven op Weg geactualiseerd. Er is een nieuwe tussencategorie opgenomen ten opzichte van de vorige wegencategorisering: de zogenaamde 64 0
vastgesteld Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 202
Gemeente Eindhoven
'wijk- en buurtontsluitingsweg'.
Uitsnede kaart 'Eindhoven op weg', Regio en Randweg / Automobilist In het plangebied zijn de volgende routes als wijk- en buurtontsluitingsweg aangewezen: Glaslaan / Kastanjelaan / Cederlaan / Schootsestraat, Willemstraat / Strijpsestraat / Hastelweg, Hoogstraat, Gestelsestraat, Aalsterweg, Gasthuisstraat / Heezerweg, Petrus Dondersstraat, Sint Jorislaan, Geldropseweg. Hier geldt een snelheidsregime van 30 of 50 km/uur. Vaak maken deze 'wijk- en buurtontsluitingswegen deel uit van busroutes of primaire dan wel secondaire routes voor hulpdiensten. Dat legt beperkingen op met betrekking tot het aantal en de vorm van snelheidsremmende voorzieningen. De Ring (Beukenlaan, Botenlaan, Limburglaan, Keizer Karel V Singel, Boutenslaan, Leostraat, Piuslaan), PSV-laan, Vonderweg/Mauritsstraat, Edenstraat/Dr. Schaepmanlaan en de Mecklenburgstraat/ Karel de Grotelaan, zijn aangewezen als gebiedsontsluitingsweg. Hier wordt het verkeer gebundeld en is sprake van een snelheidsregime van 50 of 70 km/uur. Alle overige wegen in het plangebied zijn erftoegangswegen met een snelheidsregime van 30 km/uur. Fietsverkeer De gemeente Eindhoven wil het gebruik van de fiets stimuleren. In de mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is een fietsnetwerk opgenomen dat bestaat drie soorten fietsroutes. In volgorde van belangrijkheid; snelfietsroutes, primaire fietsroutes en secundaire fietsroutes.
Deze fietsroutes zijn weergegeven in onderstaande afbeelding.
vastgesteld Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 2020 65 Gemeente Eindhoven
Uitsnede kaart 'Eindhoven op weg', Regio en Randweg / Fietser De snelfietsroutes in het plangebied worden gevormd door PSV-laan (Oirschot-Helmond), Willemstraat / Strijpsestraat (Veldhoven-Eindhoven), Hoogstraat (Veldhoven-Nuenen), Jacob van Maerlantlaan / Van Meursstraat (Slowlane), Aalsterweg (Son & Breugel-Valkenswaard), Geldropseweg (Best -Geldrop). De snelfietsroutes zijn van het hoogste kwaliteitsniveau. Op een snelfietsroute moet een fietser in principe non-stop, comfortabel en veilig kunnen fietsen. Het zijn brede, vrijliggende asfaltfietspaden met goede verlichting en in principe voorrang op kruisend verkeer. Aan de Ring en de Karel Martelweg / Jozef Eliasweg zijn primaire fietsroutes gelegen. De primaire fietsroutes zijn ook van een hoog kwaliteitsniveau. De kenmerken komen overeen met die van snelfietsroutes, maar het ambitieniveau om deze kenmerken te realiseren is iets lager. Tot slot is een groot aantal secundaire fietsroutes aanwezig in het plangebied. Dat zijn de dunne gestippelde lijnen in voorgaande afbeelding. Secundaire fietsroutes hebben geen specifieke inrichtingseisen, maar worden wel gekenmerkt door een of andere vorm van fietsvoorzieningen. Dat kunnen vrijliggende of aanliggende fietspaden zijn, maar ook fietsstroken of fietssuggestiestroken.
Openbaar vervoer Eindhoven op Weg gaat uit van twee netwerken voor het openbaar vervoer: een Hoogwaardig Openbaar Vervoer netwerk (HOV-netwerk) en een netwerk van ontsluitende buslijnen.
66 0
vastgesteld Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 202
Gemeente Eindhoven
Uitsnede kaart 'Eindhoven op weg', Regio en Randweg / (H)OV reiziger Autoparkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een plan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. We hebben te maken met een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk moeten we het centrum van Eindhoven goed bereikbaar houden. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het autoluwe centrum. Daarom streven we nu naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en we zetten zoveel mogelijk in op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer. In de nota is dat uitgewerkt in de zogenaamde verplichte "HOV-reductie" (minder parkeerplaatsen bij stations en Hoogwaardig openbaar vervoer-haltes) en het stimuleren van gebruik van deelauto's voor bewoners.
Als tweede aanpassing willen we de bestaande (privé) parkeercapaciteit beter en efficiënter gaan benutten ten opzichte van realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein. De derde belangrijke aanpassing is dat ontwikkelaars een bijdrage in het mobiliteitsfonds moeten storten, bij gebruik van reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen. Met dat geld willen we onder andere de opbouw van een stadsbreed deelmobiliteit netwerk op weg helpen. In de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 hebben we eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd en gaan daar uitgebreider op toetsen en handhaven. Verder is van belang dat elk bestaand adres of een nieuw adres waar een omgevingsvergunning is afgegeven na 2016 in het POET-overzicht (parkeren op eigen terrein) komt. Adressen uit dit overzicht kunnen geen (nieuwe) parkeervergunning aanvragen en hebben geen recht op een bezoekersregeling binnen betaald parkeergebieden. Bestaande parkeervergunningen worden niet meer verlengd. Dat gaan we in een vroeg stadium communiceren met de nieuwe bewoners. Park eren Van Maerlantlyceum Conform de parkeernota kan het Van Maerlantlyceum bedrijfsvergunningen aanvragen voor haar medewerkers. Het maximaal aantal bedrijfsvergunningen dat een bedrijf of instelling kan vastgesteld Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 2020 67 Gemeente Eindhoven
aanvragen, is gelijk aan 1/10 maal het aantal werknemers (in FTE) dat werkzaam is op de betreffende locatie minus het aantal parkeerplaatsen die vallen onder 'eigen parkeergelegenheid'. Het Van Maerlantlyceum heeft ca. 115 medewerkers waarmee zij recht hebben op 13 vergunningen. Voor de (ver)nieuwbouw van het Van Maerlantlyceum is een parkeertoets uitgevoerd. Hierin is getoetst wat de parkeerbehoefte is in de nieuwe situatie. Bij een norm van 3.3 en een leerlingenaantal van 1250 is er afgerond een parkeerbehoefte van 38 parkeerplaatsen. Door de (ver)nieuwbouw wijzigt het aantal medewerkers en leerlingen niet waardoor het schoolbestuur niet verplicht is 38 parkeerplaatsen te realiseren en voldoet zij met de toevoeging van 12 parkeerplaatsen voor mensen met een lichamelijke beperking of bezoekers aan de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019. De parkeervoorzieningen worden gerealiseerd met waterdoorlatend materiaal zodat het regenwater kan infiltreren op de plek waar het valt. Voor medewerkers is voldoende parkeergelegenheid aanwezig binnen een straal van 500 m rondom de Jacob van Maerlantlaan 11.
3.8
Groen
3.8.1
Groenbeleidsplan
Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.
Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.
68 0
vastgesteld Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 202
Gemeente Eindhoven
Figuur: Ruimtelijke Strategieënkaart
Binnen onderhavig plangebied is ingevolge het Groenbeleidsplan 2017 hoofdzakelijk de strategie 'Stad, rood beeldbepalend' van toepassing. De vooroorlogse villabuurt Elzent-Zuid is aangemerkt als 'Stad, groen bepalend'. Dit geldt ook voor bebouwing rondom de Glorieuxlaan (landgoed De Burgh). Als 'Structureel stadsgroen' zijn aangemerkt de groenstrook tussen het spoor en de PSV-laan, de rotonde Beukenlaan / Tilburgseweg e.o., Genderpark, Karel de Grotelaan e.o., het Dommelplantsoen, het Stadswandelpark en landgoed De Burgh (Glorieuxpark). De Gendervijver, de Dommel en de monding van de Tongelreep zijn zelf aangemerkt als 'Natuur en landschap'. Strategie: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal. Strategie: Stad, groen beeldbepalend Het betreft gebieden met een bijzonder groen imago, vaak gelegen aan de periferie van de stad. Uitgangspunt voor deze gebieden is het behouden en ontwikkelen van het bijzondere groene karakter.
Deze gebieden maken ook onderdeel uit van de groene kaart (onderdeel verordening bomen en nadere regels). Voor de kap van bomen (met een omtrek van 45 centimeter op een stam hoogte van 130 centimeter) in deze gebieden is een vergunning verplicht. Uitzondering hierop vormt de taxus welke vanaf een omtrek van 30 centimeter een vergunningplicht kent. Strategie: Structureel stadsgroen Deze gebieden zijn bedoeld voor groene dooradering van de stad, voor intensieve recreatie en ontspanning (parken), natuur en waterberging. Het beleid is gericht op het versterken van de vastgesteld Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 2020 69 Gemeente Eindhoven
functionaliteit van deze gebieden en het verbinden tot robuuste structuren. Toevoeging van niet-groene voorzieningen is slechts mogelijk als sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang, als er geen alternatieven voorhanden zijn, als door een 'groen-inclusief ontwerp' de groene kwaliteit tenminste wordt gehandhaafd en als compensatie plaatsvindt van de per saldo verloren deel van de groenstructuur. Strategie: Natuur en landschap In deze gebieden staat het beoogde ongestoorde verloop van ecologische processen en de natuurontwikkeling voorop. Het beleid is erop gericht het contrast tussen stad en landschap te benutten door hierbij zoveel mogelijk scheiding van functies na te streven en deze gebieden te reserveren voor laagdynamisch grondgebruik: rustgebieden, behoud en ontwikkeling van natuur, landschappelijke samenhang en identiteit. De gebieden omvatten het door het rijk en de provincie ontwikkelde Natuur Netwerk Nederland en een nadere detaillering van de door het provincie aangegeven Natuur Netwerk Brabant, ecologische verbindingszones en delen van de regionale natuurontwikkelingsgebieden. Behoud en ontwikkeling van natuur en landschap zijn in deze gebieden de primaire activiteiten, gecombineerd met extensief recreatief medegebruik (natuurbeleving).
Bestaande voorzieningen of gebouwen worden gedoogd, maar zullen voor zover ze niet ten dienste staan van het behoud of de ontwikkeling van natuur en landschap worden verwijderd na functiebeëindiging. Verstedelijking of andere ingrepen (infrastructuur) zijn in deze categorie niet aan de orde tenzij in zwaarwegende maatschappelijke belangen waarvoor alternatieven ontbreken en met toepassing van compensatie.
Het plangebied Daar waar de strategieën 'Stad, rood bepalend', 'Stad, groen bepalend' en 'Structureel stadsgroen' gelden zijn de bestaande groenstructuren als 'Groen' bestemd. Het snippergroen is opgenomen binnen de bestemming 'Verkeer' of 'Verkeer-Verblijfsgebied'. Binnen deze bestemmingen is groen toegestaan. Daar waar de strategie 'Natuur en landschap' geldt is het groen overwegend bestemd met een bestemmingen 'Natuur', en deels als 'Groen'. Hiermee wordt het aanwezige groen op een goede wijze beschermd. Ter plaatse van de waterpartijen van enige omvang, zoals de Dommel, de Tongelreep, de Gendervijver, de vijver in het Standswandelpark en de waterpartijen in het Glorieuxpark (Landgoed De Burgh), is de bestemming 'Water' opgenomen. Deze wateren worden met deze bestemming beschermd. Ter plaatse van de gronden rondom De Dommel, de Tongelreep, het Stadswandelpark, Landgoed De Burgh en Frederika van Pruisenweg / Prinsenhof is aanvullend een dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie -2' opgenomen. Deze dubbelbestemming heeft tot doel het behoud van de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke (groen)waarden. Park eren Van Maerlantlyceum Ter plaatse van het Van Maerlantlyceum waar een parkeerterrein bij de school wordt mogelijk gemaakt in dit bestemmingsplan geldt strategie 2: Stad, groen beeldbepalend.