CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Bestemmingsplan 'Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021'

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Kapelbeemd – GDC-Zuid 202130.809 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Vastgesteld bestemmingsplan

Kapelbeemd GDC-Zuid 2021

December 2021

Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Het plangebied

7

1.3

Voorgaande plannen

8

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied

11

2.1

Kapelbeemd

11

2.2

GDC-Zuid

12

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader

13

3.1

Inleiding

13

3.2

Rijksbeleid

14

3.3

Provinciaal beleid

23

3.4

Gemeentelijk beleid

30

3.5

Volkshuisvesting

33

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

36

3.7

Verkeer en parkeren

46

3.8

Groen

49

3.9

Detailhandel

52

3.10

Bedrijvigheid

60

3.11

Kantoren

62

3.12

Kabels, leidingen en straalpaden

62

Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf

63

4.1

Milieueffectrapportage

63

4.2

Bedrijven en milieuzonering

63

4.3

Geluid

65

4.4

Luchtkwaliteit

69

4.5

Externe veiligheid

71

4.6

Duurzaamheid

82

4.7

Bodem

85

4.8

Natuur

87

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf

89

5.1

Inleiding

89

5.2

Beleid

89

5.3

Eindhovense klimaattoets

93

5.4

Beschrijving watersysteem plangebied

95

5.5

Toekomstige situatie van het watersysteem

97

Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving 2

99 vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

6.1

Algemeen

99

6.2

Planmethodiek

99

6.3

Verbeelding

99

6.4

Planregels

99

Hoofdstuk 7 Handhaving

103

Hoofdstuk 8 Financiële aspecten

105

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

107

9.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro

107

9.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

107

9.3

Inspraak

117

9.4

Zienswijzen

119

Bijlagen bij de toelichting

121

Regels

123

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

125

Artikel 1

Begrippen

125

Artikel 2

Wijze van meten

139

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

141

Artikel 3

Bedrijf - Nutsvoorziening

141

Artikel 4

Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen zonder LPG

143

Artikel 5

Bedrijventerrein - 1

145

Artikel 6

Bedrijventerrein - 2

147

Artikel 7

Bos

153

Artikel 8

Groen

155

Artikel 9

Natuur

157

Artikel 10

Verkeer

159

Artikel 11

Verkeer - Railverkeer

161

Artikel 12

Water

163

Artikel 13

Wonen

165

Artikel 14

Leiding - Gas

169

Artikel 15

Leiding - Hoogspanningsverbinding

171

Artikel 16

Waarde - Cultuurhistorie - 2

173

Artikel 17

Waarde - Archeologie - 1

175

Artikel 18

Waarde - Ecologische verbindingszone

177

Artikel 19

Waterstaat - Waterbergingsgebied

179

Hoofdstuk 3 Algemene regels

181

Artikel 20

Anti-dubbeltelregel

181

Artikel 21

Algemene gebruiksregels

183

Artikel 22

Algemene aanduidingsregels

185

Artikel 23

Algemene afwijkingsregels

189

Artikel 24

Overige regels

191

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

193

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

3

Artikel 25

Overgangsrecht

193

Artikel 26

Slotregel

195

Bijlagen bij de regels

197

Bijlage 1

Lijst van bedrijfsactiviteiten

198

Bijlage 2

Lijst van bedrijfsactiviteiten bij wonen

213

Bijlage 3

Lijst van horeca-activiteiten

215

Bijlage 4

Besluit externe veiligheid inrichtingen, artikel 2

217

Bijlage 5

Regeling externe veiligheid inrichtingen, artikel 1b

219

Bijlage 6

Regeling provinciale risicokaart, Bijlage I

221

4

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

Toelichting

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

5

6

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Naar verwachting treedt op 1 januari 2022 de Omgevingswet in werking. Eindhoven heeft ervoor gekozen om alle bestemmingsplannen op dat moment actueel te hebben. Voor het plangebied gelden drie bestemmingsplannen vastgesteld in 2009/2010. Om die reden is actualisatie van deze bestemmingsplannen nu aan de orde. Het bestemmingsplan "Kapelbeemd - GDC - Zuid 2021" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.

1.2

Het plangebied

Het plangebied ligt in het noordwestelijk deel van de gemeente en omvat de bedrijventerreinen GDC-Zuid en Kapelbeemd. Het plangebied Kapelbeemd wordt globaal begrensd door het spoor Eindhoven 's-Hertogenbosch/Tilburg aan de westzijde, de rijksweg A2/A58 aan de noordzijde, de Boschdijk aan de oostzijde en kerkdorp Acht aan de zuidzijde. Het plangebied GDC-Zuid wordt globaal begrensd door de Oirschotsedijk aan de westzijde, de Mispelhoefstraat en GDC-Noord aan de noordzijde, het spoor Eindhoven 's-Hertogenbosch/Tilburg aan de oostzijde en de Anthony Fokkerweg aan de zuidzijde. De exacte begrenzing van het plangebied is weergegeven in onderstaande figuur.

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

7

Begrenzing plangebied

1.3

Voorgaande plannen

Het bestemmingsplan "Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021" vervangt de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Kapelbeemd-Acht 2007', vastgesteld door de raad op 11 juni 2009. Bestemmingsplan 'Goederendistributiecentrum Acht 2007', vastgesteld door de raad op 11 juni 2009. Bestemmingsplan 'Goederendistributiecentrum Zuid 2008', vastgesteld door de raad op 20 juli 2010 (onherroepelijk 16 september 2010). 'I Bedrijventerrein Kapelbeemd-Acht 2007 (Dinkelstraat 1-21, Steenoven 8-10)' vastgesteld door de raad op 25 juni 2013.

8

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid (met name de resultaten van het gevoerde overleg en de samenspraak/inspraak).

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

9

10

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 2

2.1

Beschrijving plangebied

Kapelbeemd

Het deelgebied Kapelbeemd bestaat vrijwel volledig uit bedrijventerrein. Op een aantal plaatsen komen bedrijfswoningen voor. Binnen het deelgebied Kapelbeemd liggen enkele woningen. Deze zijn gelegen aan de Maasstraat 2 en 4 en Dinkelstraat 4. De ontwikkeling van het bedrijventerrein is gestart in de jaren tachtig van de vorige eeuw en is nu bijna geheel voltooid. Het is een vrij modern opgezet bedrijventerrein met een hoogwaardige uitstraling. Vele bedrijven hebben representatieve kantoorgebouwen aan de voorzijde van de bedrijfsgebouwen. De kwaliteit van de openbare ruimte is hoog, de wegen worden begeleid door bomen en op vele plaatsen bestaat de mogelijkheid om langs de wegen te parkeren in vakken. Aan de noordzijde van het plan, tussen het bedrijventerrein en de A2/A58 bevindt zich een groene strook die over de gehele lengte van het gebied loopt. Deze zone betreft Natuur Netwerk Brabant (NNB). Hier bevindt zich ook een watergang. In het zuidoosten van het plangebied ligt een kleiner groenelement. Parallel aan de Maasstraat ligt hier een openbare groenstrook die tevens als groene buffer tussen het bedrijventerrein en het woongebied Acht-Noord fungeert.

Aan de verkaveling van de percelen aan de zuidzijde van de weg Steenoven is ook te zien dat deze een overgang vormt van de grootschalige bedrijvigheid van Kapelbeemd (met name de noordelijke kavels op het bedrijventerrein kennen grote kavel maten) naar de schaal van verkaveling van de woonwijk Acht. Het bedrijventerrein wordt voornamelijk ontsloten via de Steenoven. Via de Leemkuil is het bedrijventerrein ook te bereiken en door middel van een speciale 'auto-sluis' is via de Dinkelstraat ook toegang tot het bedrijventerrein mogelijk. De 'auto-sluis' is niet voor vrachtverkeer toegankelijk. De Dinkelstraat kent een aantal woonwerkkavels. Hier liggen woningen met aan de achterzijde bedrijvigheid. Een uitzondering hierop is de woning aan Dinkelstraat 4. Deze straat sluit hiermee aan op de Alblasstraat waar soortgelijke woningen liggen. In de noordoosthoek van het plangebied, grenzend aan de Boschdijk, is nog een kavel waar zich nieuwe bedrijvigheid kan vestigen. Met name deze hoek heeft een bijzonder karakter en kan een prominente rol gaan vervullen voor Kapelbeemd. De locatie wordt alleen door de groenzone gescheiden van het achterliggende knooppunt Ekkerswijer en kan daarmee als een zichtlocatie aangemerkt worden vanaf de autosnelweg.

Aan de zuidwest zijde van het deelgebied Kapelbeemd ligt de spoorlijn Eindhoven 's-Hertogenbosch/Tilburg, een aantal bedrijven aan de weg Leemkuil zijn dan ook georiënteerd richting het spoor. Achter deze bedrijven ligt parallel aan het spoor een bovengrondse hoogspanningsleiding die het plangebied doorkruist en daarmee een opvallend element is op het bedrijventerrein Kapelbeemd.

Op dit moment loopt vanuit Rijkswaterstaat een planstudie naar de aanpassing van de A2/A58 ter hoogte van het plangebied. Het is mogelijk dat een klein deel van de gronden in het plangebied tussen het bedrijventerrein en de rijksweg te zijner tijd nodig is voor de uitvoering van de aanpassing. Mocht dit het geval zijn dan zal hiervoor een aparte procedure worden gevolgd.

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

11

2.2

GDC-Zuid

Het deelgebied GDC-Zuid bestaat vrijwel volledig uit bedrijventerrein. Bij de realisering van het goederendistributiecentrum werd Eindhoven gezien als een belangrijke mogelijkheid om Noord-Brabant als Europese Multimodale Transportregio op de kaart te zetten. Het goederendistributiecentrum kent een gunstige combinatie van kwalitatief hoogwaardige industriële bedrijvigheid, een goede ligging ten opzichte van de belangrijke vervoersstromen en in de nabijheid van Luchthaven Eindhoven. Voor het goederendistributiecentrum kan een aantal functies worden onderscheiden. Zo kent het goederendistributiecentrum een overslagfunctie (van wegvervoer naar spoorvervoer). Dit is het overbrengen van lading op een ander transportmiddel voor verder vervoer. De groupagefunctie, welke gezien kan worden als de kernactiviteit van GDC-Zuid, houdt in het bijeenbrengen en verzenden van goederen van verschillenden herkomst met geheel of gedeeltelijk de zelfde bestemming, maar ook het splitsen van goederen die als samengestelde lading worden aangevoerd. Het doel van de groupagefunctie is de transportkosten te verlagen en de serviceverlening aan de afnemer te vergroten. Verder kent het goederendistributiecentrum nog een warehousingfunctie, waaronder voornamelijk wordt verstaan het opslaan van grondstoffen, halffabricaten en eindproducten.

Voortvloeiend uit eerdere functies is er nog de assemblagefunctie waarbij de distributie en warehousing uitgebreid kunnen worden met activiteiten als kwaliteitscontrole, testen, etiketteren, labellen en verpakken. De gebouwen op het goederendistributiecentrum bestaan hoofdzakelijk uit grote 'dozen'. Dit zijn gebouwen die vooral een functionele opzet kennen. Aan de voorzijde van de gebouwen bevindt zich veelal een bedrijfsondersteunende kantoorfunctie. Het bedrijventerrein kent een vrij heldere opzet en een overzichtelijk straatbeeld. De wegen worden begeleid door groenstroken die tevens de afscheiding vormen naar de vrij liggende fietspaden. Met name aan de zuidzijde kent het terrein een groen karakter. Naar de Anthony Fokkerweg toe, schermen enkele bossages het bedrijventerrein af van de weg. Aan de noordzijde van het terrein, langs de Mispelhoefstraat, kent het goederendistributiecentrum een zeer diverse inrichting. Mede vanuit de reeds in het verleden aanwezige bebouwing komt er een aantal functies voor. Dwars door het plangebied loopt de weg Achtseweg Noord. Deze weg doorsnijdt het gehele gebied en is de voornaamste ontsluitingsweg, via De Schakel, naar de Anthony Fokkerweg. In het zuidoostelijk deel van het plangebied liggen enkele percelen die tot het Natuur Netwerk Brabant (NNB) behoren.

De zuidzijde van de percelen ten noorden van de Anthony Fokkerweg geven de begrenzing van deze strook. Ook het gebied ingeklemd tussen de Anthony Fokkerweg en de Achtseweg Zuid behoren hiertoe.

12

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 3 beleidskader

3.1

Uitgangspunten, randvoorwaarden en

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

13

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.

Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land. Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk. In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieus, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor.

Realisatie Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke aanpak, waarmee investeringen en ander rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt. De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van “best practices”). 14

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro.

Daarin staat: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onderhavig actualisatieplan richt zich op het vastleggen van de bestaande situatie en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking daarom niet nodig is. 3.2.2

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 9 september 2020 vastgesteld. Publicatie heeft plaatsgevonden op 11 september 2020. In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio’s toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen.

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

15

3.2.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die de EHS vormen worden bij provinciale verordening aangewezen (zie ook paragraaf Interim omgevingsverordening). Daarmee is de EHS een provinciaal belang geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd. 3.2.4

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening

In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Voor onderhavig gebied zijn de geluidszone en het obstakelbeheergebied behorende bij het luchtvaartterrein relevant. Deze gebieden zijn op onderstaande kaart aangegeven. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op geluid en in paragraaf 3.2.5 op de beperkingengebieden. Onderstaande kaart behoort bij de Rarro.

16

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

Kaart militair luchtvaartterrein – Vliegbasis Eindhoven (bijlage 3.4 Rarro) Bron: http://wetten.overheid.nl

3.2.5

Luchthavenbesluit

In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld. Dit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit zijn het luchthavengebied, de gebruiksmogelijkheden en het beperkingengebied vastgelegd. Voor het bestemmingsplan is vooral het beperkingengebied van belang. Het beperkingengebied bestaat uit: 1. de geluidszone: dit is de weergave van de geluidsbelasting van het gezamenlijke luchtverkeer (hier wordt in paragraaf 4.3.5 op ingegaan). Binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. 2. de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

17

3. het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. Hieronder wordt nader ingegaan op het obstakelbeheergebied en het vogelbeheersgebied.

Kaart beperkingengebied

De obstakelbeheergebieden Met de obstakelbeheergebieden wordt geregeld tot welke hoogte gebouwen en bouwwerken gebouwd mogen worden. Dit is om gevaar voor het vliegverkeer op en rondom de luchthaven te voorkomen. De toegestane hoogten worden bepaald door de vliegfunnel, de IHCS en de ILS. Vliegfunnel De vliegfunnel wordt bepaald door de start- en landingsbaan en het verlengde daarvan. Hier gelden beperkingen ten aanzien van het oprichten van obstakels. Het onderhavige bestemmingsplangebied ligt niet binnen het obstakelbeheergebied van de vliegfunnel. IHCS Het IHCS (Inner Horizontal and Conical Surface) is bedoeld om vliegtuigen die in het circuit vliegen (circuitverkeer), voorafgaand aan de landing, te beschermen tegen hoge objecten. Het betreft een zone van 4 km rond de landingsbaan waar maximaal 44 meter hoog mag worden gebouwd. Buiten deze zone gaat de maximaal toegestane bouwhoogte geleidelijk omhoog. Van de bebouwing binnen het plangebied die ligt binnen het obstakelgebied van de IHCS is de bestaande hoogte of hoogte conform de vigerende bestemmingsplannen als maximale hoogte toegestaan in het bestemmingsplan. Op grond van het bestemmingsplan zijn dus geen hogere objecten toegestaan dan nu het geval is.

18

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

Kaart obstakelbeheergebieden voor de vliegfunnel en IHCS

ILS Daarnaast beschikt de Luchthaven over een Instrument Landing System (ILS). Dit wordt gebruikt om een landing in verminderde weersomstandigheden mogelijk te maken. Voor een goed functioneren van het ILS geldt dat een gebied rondom de start- en landingsbaan geen verstoring mag opleveren. Daarom gelden ook in dit gebied beperkingen ten aanzien van de bouwhoogten van gebouwen en bouwwerken (zie onderstaande afbeelding).

Kaart ILS-verstoringsgebied

Het onderhavige bestemmingsplangebied ligt binnen het obstakelbeheergebied van het ILS. Van de bebouwing binnen het plangebied die ligt binnen het obstakelgebied van de ILS is de bestaande hoogte of hoogte conform de vigerende bestemmingsplannen als maximale hoogte toegestaan in het bestemmingsplan. Op grond van het bestemmingsplan zijn dus geen hogere objecten toegestaan dan nu het geval is. Hoogtebeperkingen vanwege de ligging binnen het obstakelgebied zijn daarom niet nodig. Het vogelbeheersgebied vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

19

Het plangebied ligt binnen het vogelbeheersgebied. Binnen het vogelbeheersgebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. In beginsel is een grondgebruik of bestemming binnen de volgende categorieën niet toegestaan: oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare; natuurbeschermingsgebieden en vogelbeschermingsgebieden; vishouderijen met extramurale bassins; extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal; afvalwaterzuiveringsinstallaties.

Kaart Vogelbeheersgebied

In de specifieke gebruiksregels is een verbod opgenomen voor functies/gebruik die niet toegestaan zijn conform het luchthavenbesluit Eindhoven; oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare, natuurbeschermingsgebieden, vogelbeschermingsgebieden, vishouderijen met extramurale bassins, extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal en afvalwaterzuiveringsinstallaties. 3.2.6

Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel

Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de bakens van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel. Bakens luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven zijn bakens (zie figuur 3.1) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. een NDB; Non Directional Beacon. Dit wordt door vliegtuigen gebruikt als navigatiehulpmiddel op luchtroutes. Het is een bakenzender die een radiosignaal uitzendt dat door een peilontvanger in het vliegtuig wordt opgevangen. Hierdoor wordt de richting van het signaal ten opzichte van het vliegtuig bepaald. Door de richting van twee verschillende bakens te peilen kan de piloot zijn/haar positie bepalen. 20

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

De toetsingsgebieden liggen voor VDF geheel over het plangebied, maar hebben gezien de maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties.

Afbeelding hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF. Rode lijnen= NDB.

Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatie-apparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Onderhavig plangebied ligt binnen dit radarverstoringsgebied, maar maakt geen bebouwing mogelijk hoger dan 65 meter.

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

21

Uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen- arcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.

3.2.7

Outer-horizontal

Met de “outer-horizontal” moet rekening worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hoge objecten door de “outer-horizontal” kunnen leiden tot aanpassing van de vliegprocedures wat het, bijvoorbeeld, minder goed mogelijk maakt om het vliegverkeer van- en naar Eindhoven te spreiden. Deze “outer-horizontal” heeft een radius van 15 km rondom het midden van de start- en landingsbaan en ligt op een hoogte van 150 meter boven maaiveld (gerelateerd aan de baan). Objecten hoger dan 150 meter zijn toelaatbaar indien aangetoond is dat deze geen impact hebben op het vliegverkeer. Op de hieronder ingevoegde kaart is aangegeven binnen welke gebieden hoogbouw/windturbines kansrijk (=groen gekleurd), kansarm (= oranje gekleurd) of onmogelijk (=rood gekleurd) zijn. In de oranje gekleurde gebieden kan vooraf advies worden gevraagd bij de luchtverkeersleiding van de vliegbasis of de hoogbouw/winturbines op die locatie mogelijk worden geacht. Op grond van het bestemmingsplan zijn dus geen hogere objecten toegestaan dan nu het geval is.

22

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie

De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

23

3.3.2

Structuurvisie

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking. Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.

Deel B De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn: 1. de groenblauwe structuur De groenblauwe structuur bestaat uit bestaande natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden is hier belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust watersysteem. Dit is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering. 2. het landelijk gebied Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur. Het 24

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie streeft hier naar een multifunctionele gebruiksruimte, met behoud van agrarische productieruimte in die delen van het landelijk gebied waar de landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen. 3. de stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen. De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen. 4. de infrastructuur Het infrastructuurnetwerk bestaat uit een fijnmazig en samenhangend netwerk van wegen, spoorlijnen, vaarwegen, luchthavens en buisleidingen. De Brabantse infrastructuur maakt deel uit van het internationale netwerk van infrastructuur in noordwest Europa. De provincie kiest hier voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische clusters van Noord-Brabant.

Voor het personenvervoer zijn het hoofdwegennet en het OV-netwerk BrabantStad de dragers. Het goederenvervoer wordt zoveel mogelijk via de te ontwikkelen Goederenruit (spoor en waterwegen) geleid. Zo wordt ruimte gemaakt voor het versterken van de (inter)nationale ontsluiting (weg, water, spoor en lucht) van de Brabantse steden. Uitwerking structuurvisie De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft haar visie op het landschap vorm in de zogenaamde 'gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Er zijn ook deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Zo is voor het gebied ten oosten van Eindhoven de deelstructuurvisie Brainport Oost opgesteld. Deze bevat keuzes voor wonen, werken en bereikbaarheid ten oosten van Eindhoven. Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking.

Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden. Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant. 3.3.3

Interim omgevingsverordening

De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening verordening natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

25

Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving).Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen. In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels.

Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Interim Omgevingsverordening voor de volgende thema's rechtstreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Binnen het plangebied zijn geen rechtstreekse regels van toepassing die van invloed zijn op voorliggend plan. Instructieregels Dit zijn de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant. De regels zijn gekoppeld aan de aanduidingen die op de verschillende kaarten van de Interim omgevingsverordening zijn opgenomen.

26

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

Kaart 3: Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed

Kaart 4: Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

27

Kaart 5: Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging

Op de 'Kaart 3: Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed' is te zien dat het gehele plangebied aangeduid is als 'concentratiegebied - stedelijk gebied', met uitzondering van de groenzone op de hoek Boschdijk- Anthony Fokkerweg. Het 'stedelijk gebied' is primair aangewezen om stedelijke functies zoals wonen, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen op te vangen. In de interim omgevingsverordening zijn hier regels aan gekoppeld. Bij nieuwe ontwikkelingen moet hieraan getoetst worden. Dat is bij dit bestemmingsplan niet aan de orde. De huidige functies binnen het plangebied passen binnen de op basis van de verordening toegestane functies binnen stedelijk gebied. Op de 'Kaart 4: Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden' is te zien dat de groenzone op de hoek Boschdijk- Anthony Fokkerweg aangeduid is als NNB. Het gebied aangeduid als NNB heeft in voorliggend bestemmingsplan de bestemming 'Natuur' gekregen. Het gebied rondom de watergang Ekkersrijt ten noorden van Kapelbeemd is aangeduid als 'attentiezone waterhuishouding; , 'behoud en herstel van watersystemen' en 'Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone'. Deze aanduidingen overlappen op enkele plaatsen het plangebied. Dit gebied heeft in voorliggend bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologische verbindingszone' gekregen van ongeveer 30 meter.

Deze dubbelbestemming loopt door en valt ook deels in het plangebied van het voorontwerp bestemmingsplan 'Buitengebied 2019', waarvoor ook een vergelijkbare zonebreedte is opgenomen. Op de 'Kaart 5: Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging' is te zien dat twee aanduidingen het plangebied slechts op enkele plaatsen beperkt overlappen ter plaatse van de watergang Ekkersrijt. In de interimomgevingsverordening is aangegeven dat met het vaststellen van een bestemmingsplan geen afbreuk mag worden gedaan aan het waterbergend vermogen van gronden die gelegen zijn binnen aanduiding 'Reservering waterberging'. Hetzelfde geldt voor gronden die gelegen zijn binnen de aanduiding 'Regionale waterberging', al geldt voor gronden binnen die aanduiding een strenger regime dan 28

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

voor gronden binnen de aanduiding 'Reservering waterberging'. In de waterparagraaf (Hoofdstuk 5) wordt verder ingegaan op de wijze waarop dit bestemmingsplan strekt tot het behoud van het bergend vermogen van de betreffende gronden. In beginsel kan worden opgemerkt dat het bestemmingsplan conserverend van aard is en geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. Ten opzichte van de huidige situatie blijft het waterbergend vermogen van het gebied dan ook gelijk. Het waterschap heeft als vooroverlegreactie (zie hiervoor hoofdstuk 9) opgemerkt dat de begrenzing van de regionale en reservering waterbergingsgebieden in de IOV niet helemaal correct overeen komt met de hoogtekaart. Het waterschap zal bij de volgende herziening van de waterdata voor de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant de gecorrigeerde data inbrengen. Voor regionale waterberging is een dubbelbestemming opgenomen. Voor het gebied binnen 'reservering waterberging' geldt dat dit gebied eveneens is meegenomen in deze dubbelbestemming. De attentiezone waterhuishouding en het werkingsgebied behoud en herstel watersystemen zijn in dit bestemmingsplan opgenomen als gebiedsaanduidingen. Dit bestemmingsplan is een actualisering die past binnen de regels van de Interim omgevingsverordening.

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

29

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Eindhoven

Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant' (versie 1.0), die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Deze omgevingsvisie (versie 1.0) is gebaseerd op het bestaand beleid. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie versie 2.0 wordt de interim structuurvisie wel ingetrokken.

Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden. Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities.

Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten 30

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra. Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid Werken aan een duurzame en concurrerende economie De bedrijventerreinen dragen vooral bij aan de opgave 4: werken aan een duurzame en concurrerende economie. We versterken bedrijventerreinen, campussen, kantorenlocaties en buurteconomie met aandacht voor een duurzame stad.

Bereikbare, goede en duurzame werklocaties. Door ontwikkelen van de campussen (HT Campus, BIC en Tu/e ) en de toplocaties in Eindhoven en de regio. Opgave om de bedrijventerreinen, kantorenlocaties en buurteconomie te versterken en verduurzamen. Werken aan een goede bereikbaarheid van de economische toplocaties en goede (inter)nationale verbindingen met andere economische kerngebieden in binnen- en buitenland. Innovatie Samen met bedrijven, kennisinstellingen en inwoners in de stad werken we aan het bedenken van slimme oplossingen voor economische en maatschappelijke opgaven Voldoende ruimte bieden voor nieuwe en bestaande broedplaatsen voor designers en makers uit allerlei disciplines. Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a.

via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven. Plangebied Dit bestemmingsplan is niet gericht op ontwikkeling. Het bereiken van de doelen uit de omgevingsvisie gebeurt met name door ontwikkeling. Wel ziet dit bestemmingsplan op de doelen van de omgevingsvisie die zich richten op bescherming. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het beschermen van ons natuurnetwerk, het in stand houden van ecologische vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

31

verbindingszones en het beperken van risico's bij branden, rampen en crisis door het opnemen van regels vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Ook het beschermen van erfgoed zoals historische radialen, historisch groen en historische stedenbouwkundige structuur vallen hieronder. Daarnaast draagt dit bestemmingsplan bij aan een goede gezondheid van inwoners en een veilige leefomgeving. Zo is een specifieke bestemming voor het groen in het plangebied opgenomen en wordt ruimte geboden voor het realiseren van voet- en fietspaden en het bouwen van sport- en spelvoorzieningen in het openbare gebied. Daarnaast is in het bestemmingsplan een regeling opgenomen voor waterberging wanneer zich ontwikkelingen voordoen. Dit draagt bij aan een beter functionerend watersysteem. Het bestemmingsplan is dus in lijn met de uitgangspunten van de omgevingsvisie. 3.4.2

Interimstructuurvisie 2009

In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit.

3.4.2.1 Ruimtelijke hoofdstructuur De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de ontwikkelingen ten opzichte van de ruimtelijke hoofdstructuur. Met andere woorden de kaart geeft de ontwikkelingen aan binnen de hoofdstructuur.

32

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

Ruimtelijke hoofdstructuur Interimstructuurvisie Eindhoven

De bedrijventerreinen GDC en Kapelbeemd zijn aangeduid als 'bebouwd gebied'. Op de kaart van de ruimtelijke hoofdstructuur is een lijn opgenomen voor 'HOV zoekgebied' met een zoekgebied voor een station. 3.4.2.2 Gebruik van de ruimte De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik.

Gebruik van de ruimte Interimstructuurvisie Eindhoven

Onderhavig plangebied is op de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie aangeduid als 'Werken'. Hieronder vallen werkgerelateerde functies: industrie, research en ontwikkeling, handel, kantoren, grootschalige en perifere detailhandel, transport, bouwnijverheid, dienstverlening. Tevens alle productieactiviteiten van kunst en design en ook alle voorzieningen die bij een functioneel en modern bedrijventerrein horen (o.a. parkmanagement). De omschrijving van functies in de Interimstructuurvisie die onder 'werken' vallen is vrij ruim. Dit bestemmingsplan is conserverend van aard. De huidige functies binnen het plangebied sluiten aan bij de in de Interimstructuurvisie genoemde functies.

3.5

Volkshuisvesting

In het onderhavige plangebied zijn geen concrete nieuwe ontwikkelingen voorzien. Indien zich nieuwe ontwikkelingen in het gebied voordoen op het gebied van wonen zal dit worden getoetst aan het volkshuisvestingsbeleid.

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

33

3.5.1

Regionaal beleid

Samen staan de negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven(SGE) aan de lat om een woon- en leefklimaat van hoge kwaliteit te realiseren en de veranderende kwalitatieve en kwantitatieve vraag zo goed mogelijk te bedienen. Dit is een voorwaarde voor een aantrekkelijke vestigingsplek voor nieuwe inwoners en om te kunnen blijven concurreren met andere (inter)nationale topregio's. Dit gaat niet alleen. We hebben elkaar maar vooral bewoners en partners, zoals corporaties, ontwikkelaars, beleggers, bouwondernemingen en makelaars, nodig. Die investeren mee in de kwaliteit van de regio en het woonklimaat. Als samenwerkende partners in een creatieve regio zoeken we daarbij ook naar mogelijkheden om innovaties in het bouwproces te realiseren. Het Regionaal Ruimtelijk Overleg (gemeenten, provincie) heeft op 13 december 2017 het 'Afsprakenkader Wonen 2017' bekrachtigd dat door de afzonderlijke negen gemeenteraden is vastgesteld. Hierin zijn o.a. de volgende afspraken over woningbouwontwikkelingen opgenomen: 1. We geven ruim baan aan initiatieven die uitgaan van herstructurering, transformatie en inbreiding. Dit betreft de locaties binnen het bestaand stedelijk gebied zoals dat is aangegeven in de provinciale Interim omgevingsverordening. 2.

Alle overige initiatieven stemmen we op elkaar af, waarbij geldt dat we geen nieuwe uitleglocaties ontwikkelen, tenzij…….Het regionaal portefeuillehoudersoverleg neemt hierover een unanieme beslissing. Uitleglocaties liggen buiten het bestaand stedelijk gebied zoals aangegeven in de provinciale interim omgevingsverordening. 3. In principe beschouwen we de kwantitatieve provinciale prognoses 2017 als richtinggevend op het niveau van het Stedelijk Gebied. Hierbij maken we zo optimaal mogelijk gebruik van de ruimte die de Brabantse Agenda Wonen biedt. Door de woningbouwontwikkelingen goed te monitoren kunnen we ingrijpen op het moment dat dat nodig is en voorkomen we dat goede plannen voor de korte termijn (2021) worden tegengehouden op basis van de programmering op langere termijn (2030). Hierdoor ontstaat meer ruimte om snel in te kunnen spelen op marktontwikkelingen. 4. Het Stedelijk Gebied Eindhoven heeft een bestuursopdracht voor de aanpak van een negental majeure projecten gegeven. Het onderdeel programmering kan echter volgens het coördinatieteam op dit moment niet voldoende worden uitgewerkt. Hiervoor heeft zij kaders in de vorm van een regionale visie op wonen en bijbehorende marktonderzoek(en) nodig. Deze visie wordt 2e helft 2019 verwacht.

Het merendeel van de majeure projecten kan daar niet op wachten omdat er enerzijds behoefte is aan deze woningen en anderzijds bestemmingsplannen geactualiseerd, gewijzigd dan wel opgesteld moeten worden. Daarom is in het portefeuillehoudersoverleg van 26 oktober en 21 december 2017 besloten het onderdeel programmeren, voor nu uit de Bestuursopdracht te halen en ten aanzien van de locaties planologische voorwaarden in de nieuwe bestemmingsplannen mee te geven. In het Afsprakenkader 2017 is aangegeven welke plannen regionaal afgestemd worden. Een nieuw bestemmingsplan dat meer dan 75 woningen in stedelijke kernen of 25 woningen in landelijke kernen mogelijk maakt, dient regionaal afgestemd te worden. Via het coördinatieteam worden deze plannen aan het portefeuillehoudersoverleg voorgelegd. De provincie ziet er op toe dat de plannen regionaal afgestemd worden. Wanneer bij het vooroverleg blijkt dat dat niet het geval is worden de plannen door de provincie niet in behandeling genomen. 3.5.2

Lokaal beleid

Woonvisie De Woonvisie is op 15 december 2015 vastgesteld. In de woonvisie gaat de gemeente in op haar ambities op het gebied van bouwen en wonen. Daarmee maken we de richting waarin we 34

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

ons willen ontwikkelen duidelijk aan de stad, haar bewoners en alle partijen die een rol spelen in de verdere ontwikkeling van de stad. Drie pijlers zijn geformuleerd als kader voor de nieuwe opgave: Eindhoven als ambitieuze stad, als solidaire stand en als innovatieve stad. Ambitieuze stad Eindhoven groeit en dat creëert een nieuwe vraag naar wonen. Eindhoven wil verder verstedelijken. Onder stedelijkheid verstaan we een gemengde en gevarieerde omgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En een stad die tegelijk ook groen en gemoedelijk blijft. We staan voor de unieke kans om de stad als geheel, en het gebied binnen de Rondweg in het bijzonder, de komende jaren te laten groeien. We verwachten dat het inwonersaantal van Eindhoven de komende 10 jaar fors zal toenemen, harder dan de prognoses nu voorspellen. De bijzondere bevolkingsopbouw van Eindhoven (een relatief jonge bevolking) draagt daaraan bij. Die groei moet ook op het vlak van wonen gefaciliteerd worden. Tot 2030 willen we minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen de Rondweg realiseren. Voor het gebied binnen de Rondweg staan met projecten als Strijp S, Stationsomgeving, NRE en Philips Lighting in deze periode al circa 5.000 nieuwe woningen in de planning. Daarnaast is de wens dat boven winkels wooneenheden worden gerealiseerd en kantoren worden omgebouwd tot woningen.

Hierin is de markt aan zet. Eindhoven formuleert in deze Woonvisie geen concreet woningbouwprogramma, gegoten in cijfers en categorieën. Dat zou niet passen bij de rol van een gemeente anno 2015. We willen ruimte geven aan de markt om gewenste ontwikkelingen te realiseren. Zonder op voorhand aan te geven wat-waar-wanneer gebouwd moet worden. Dat doen we door gebruik te maken van een model voor de onderbouwing van de wenselijkheid van nieuwe initiatieven. Daarin vragen we van initiatiefnemers (projectontwikkelaars, corporaties, gemeentelijke grondexploitaties) om in te gaan op een aantal punten zoals bijvoorbeeld het marktsegment, het woonmilieu en de periode van oplevering. Solidaire stad Wij willen dat Eindhoven een samenleving is, waarvan iedereen onderdeel is. De meeste inwoners kunnen zelfstandig hun plaats vinden in die samenleving, sommigen hebben een steuntje in de rug nodig. We zorgen dat er voor hen een vangnet is. We hebben oog voor mensen in lastige situaties: asielzoekers, daklozen, mensen in psychische nood en ex-gedetineerden. Door de decentralisatie in de zorg moeten meer mensen met een beperking een plek in de wijk vinden. De vergrijzing zet de komende jaren stevig door. Veel ouderen, met of zonder zorgvraag, zullen langer thuis blijven wonen. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt.

Concentratie in bepaalde wijken is ongewenst. De sociale woningvoorraad is onderdeel van de sociale basisinfrastructuur. In theorie is in Eindhoven de sociale woningvoorraad in balans met de doelgroep. Twee ontwikkelingen vragen echter om aandacht: de samenstelling van de sociale woningvoorraad en de positie van de 13.500 huishoudens met een middeninkomen. Met de inwerkingtreding van de nieuwe woningwet 2015 moeten woningcorporaties hun woningen 'passend toewijzen'. Minimaal 80% van de vrijkomende sociale huurwoningen moet aan huishoudens met een laag inkomen worden toegewezen. Daarnaast is er ruimte om 10% van de woningen toe te wijzen aan huishoudens met een middeninkomen. De resterende 10% sociale huurwoningen mogen woningcorporaties vrij toewijzen, maar daarbij moeten zij wel voorrang geven aan mensen die door bijvoorbeeld fysieke of psychische beperkingen moeilijk aan voor hen passende huisvesting kunnen komen. Het aantal eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens groeit. Dit betekent een grote vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

35

uitdaging. Niet alleen in woonwensen maar ook in betaalbaarheid, want alleen wonen is relatief duur. We zetten in op transformatie en ander gebruik. Bij de transformatie van grotere kantoren, zorg- en onderwijsgebouwen kunnen (collectief) particulier opdrachtgeverschap en nieuwe woonconcepten een oplossing bieden. Ook het gebruik van eengezinswoningen door bijvoorbeeld twee eenpersoonshuishoudens, met name in het gebied buiten de Rondweg, behoort tot de mogelijkheden. Innovatieve stad We gaan partijen uitdagen om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. En ook in de aanpak van de bestaande voorraad en in de transformatie van kantoren en zorggebouwen is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Een andere ontwikkeling is het zogenaamde flexwonen. Tot voor kort kende de woningmarkt een vrij overzichtelijk aanbod: koop- of huurwoningen, zelfstandige of onzelfstandige woonruimten, grondgebonden woningen of appartementen. Maar de vraagkant is de afgelopen jaren sterk veranderd. Er komen steeds meer groepen die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte. Denk bijvoorbeeld aan studenten, expats, arbeidsmigranten, mensen die een echtscheiding achter de rug hebben, ex-gedetineerden en mensen die uit een opvangvoorziening komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11753462/1