Bijlage 1a - Bestemmingsplan III Strijp buiten de Ring 2019 div. locaties t Ven
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan
III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven)
Juli 2022
III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven)
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging en plangrenzen
7
1.3
Voorgaan de plannen
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2 Gebieds- en projectprofiel
11
2.1
Beschrijving gebied
11
2.2
Beschrijving projectgebied en -profiel
11
2.3
Toekomstige situatie
12
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader
15
3.1
Inleiding
15
3.2
Rijksbeleid
15
3.3
Provinciaal beleid
17
3.4
Gemeentelijk beleid
20
3.5
Volkshuisvesting
22
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
27
3.7
Verkeer en parkeren
31
3.8
Groen
32
3.9
Kabels, leidingen en straalpaden
36
Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf
37
4.1
Milieueffectrapportage
37
4.2
Bedrijven en milieuzonering
38
4.3
Geluid
39
4.4
Luchtkwaliteit
41
4.5
Externe veiligheid
43
4.6
Duurzaamheid
45
4.7
Bodem
48
4.8
Natuur
49
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf
53
5.1
Inleiding
53
5.2
Beleid
53
5.3
Eindhovense klimaattoets
56
5.4
Beschrijving watersysteem plangebied
59
5.5
Toekomstige situatie van het watersysteem
59
5.6
Advies / overleg Waterschap
61
Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving
63
6.1
63
2
Algemeen
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
6.2
Planmethodiek
63
6.3
Verbeelding
63
6.4
Planregels
63
Hoofdstuk 7 Handhaving
67
Hoofdstuk 8 Financiële aspecten
69
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
71
9.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro
71
9.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
71
9.3
Inspraak
71
9.4
Zienswijzen
71
Bijlagen bij de toelichting
73
Regels
75
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
77
Artikel 1
Begrippen
77
Artikel 2
Wijze van meten
85
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
87
Artikel 3
Groen
87
Artikel 4
Wonen
89
Artikel 5
Waarde - Cultuurhistorie - 1
93
Hoofdstuk 3 Algemene regels
95
Artikel 6
Anti-dubbeltelregel
95
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
97
Artikel 8
Algemene aanduidingsregels
99
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
101
Artikel 10
Parkeren
103
Artikel 11
Parkeren bij wijziging gebruiksfunctie
105
Artikel 12
Voorwaardelijke verplichting waterberging
107
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
109
Artikel 13
Overgangsrecht
109
Artikel 14
Slotregel
111
Bijlagen bij de regels
113
Bijlage 1
Lijst van bedrijfsactiviteiten bij wonen
114
Bijlage 2
Hogere waarden geluid
116
Bijlage 3
Actualisatie Nota Parkeernormen (2019)
118
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
3
4
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
Toelichting
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
5
6
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Sinds enkele jaren is 't Ven in ontwikkeling. Naar verwachting zullen verschillende gebiedseigenaren diverse projecten starten. Door het oplijnen en afstemmen van de aandacht en energie die in de wijk gestopt wordt kan er iets moois ontstaan. Initiatiefnemer stichting 't Huis is voornemens om uiteindelijk maximaal 249 wooneenheden voor sociale huur te realiseren. Hiertoe worden 130 verouderde woningen gesloopt. Het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'Strijp buiten de Ring 2019' biedt geen ruimte voor de realisatie van voornoemd planvoornemen binnen het plangebied. Om het woningbouwplan te realiseren, dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld voor de locatie. Dit nieuwe bestemmingsplan is genaamd 'III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven)'.
Het bestemmingsplan "III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven)" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.
Luchtfoto globale ligging plangebied (plangebied in rode cirkel)
1.2
Ligging en plangrenzen
De te transformeren locaties liggen verdeeld binnen de buurt 't Ven, in stadsdeel Strijp. Deze buurt is gelegen in het zuidwesten van de stad, ten noorden van bedrijventerrein De Hurk.
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
7
Luchtfoto ligging plangebied (plangebieden blauw omlijnd) In dit bestemmingsplan worden de volgende locaties/straten aangehouden waar de sloop- en nieuwbouw zal plaatsvinden. Het betreffen de locaties: -
Gerard Noodstraat;
-
Joan Melchior Kemperstraat;
-
Antony Moddermanstraat;
-
Johannes Voetstraat;
1.3
Voorgaan de plannen
Het plangebied ligt binnen het geldende bestemmingsplan "Strijp buiten de Ring 2019", vastgesteld door de gemeenteraad op 5 november 2019. In het geldende bestemmingsplan is het plangebied ter plaatse bestemd met de bestemmingen 'Wonen' en 'Verkeer-Verblijfsgebied'. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 1' en gelden de gebiedsaanduidingen 'geluidzone - industrie' en 'milieuzone - boringsvrijezone'.
8
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
Uitsnede bestemmingsplan "Strijp buiten de Ring 2019" (bestemmingsplan blauw omlijnd) Het planvoornemen past niet binnen de bestemmingen en regels van het geldende bestemmingsplan. Daarnaast biedt dat bestemmingsplan geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid om het plan te realiseren. Om de beoogde ontwikkeling te faciliteren is daarom een nieuw juridisch-planologisch kader nodig. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid (met name de resultaten van het gevoerde overleg en de samenspraak/inspraak).
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
9
10
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2
Gebieds- en projectprofiel
In dit hoofdstuk worden zowel het gebied waar de ontwikkeling is beoogd als het project zelf beschreven. Tevens wordt ingegaan op de stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten van het project.
2.1
Beschrijving gebied
Het westelijk gelegen Strijp is het grootste stadsdeel en beslaat een derde van het totale oppervlak van Eindhoven. Tot omstreeks 1900 was Strijp een van de vijf kleine dorpen die rondom het stadje Eindhoven lagen. Het centrum van Strijp werd gevormd door het Trudoplein. Het gaat daarbij om een zeer oude nederzetting waarvan bodemvondsten hebben aangetoond dat de geschiedenis daarvan teruggaat tot de Bronstijd en zelfs de Midden Steentijd. Rondom het dorpje lag een aantal gehuchten zoals Het Ven, Welschap, Schouwbroek, De Hurk en Schoot en boerenhoeven zoals de Mispelhoef, Lievendaal of Tegenbosch. In de directe nabijheid van deze nederzettingen kwamen akkers voor. Maar voor het overige bestond Strijp voornamelijk uit uitgestrekte heidevelden met vennen, kleine natuurlijke bosjes en stuifduinen. Tegen het begin van de 19e eeuw was het gebied grotendeels gecultiveerd door heidebebossingen en ontginningen ten behoeve van de landbouw. Vanaf de negentiende eeuw krijgt de opkomende industrialisatie een steeds grotere invloed op de ontwikkeling van het gebied. De woningen in het plangebied zijn tot stand gekomen in de periode vanaf 1946 toen in Eindhoven veel naoorlogse woningbouw tot stand is gekomen. Een nadere historische beschrijving van het plangebied is opgenomen in Bijlage 1.
2.2
Beschrijving projectgebied en -profiel
De wijk is vanaf de aanleg gedefinieerd door de wegenstructuur die de randen van de buurt maken. De Noord Brabantlaan en de buurten vormen een samenhangend ruimtelijk concept: het scherm van (hogere) bebouwing rond een (lager) beschermd, intern woonmilieu. Het plangebied is onderdeel van een in het verleden bedachte stedenbouwkundige ontwerpprincipes en idealen. Het betreft een variatie van de tuinstad, wijkgedachte/parochiegedachte en een 'functionele stad'. 't Ven heeft verschillende fases doorgemaakt die soms ten dele zijn uitgevoerd, hierdoor is het een rijk en gedifferentieerd geheel. Elke fase had zo zijn eigen stedenbouwkundige principes en ideeën. In de huidige situatie is er sprake van absentie van hiërarchie in de ruimte. De ooit bedachte samenhangende systemen zijn verwaterd. Tevens zijn er inconsistente aanpassingen doorgevoerd in het oorspronkelijk plan. Bijvoorbeeld de nieuwbouwprojecten die de oorspronkelijke samenhang niet respecteren. Zoals de toevoeging van appartementencomplexen voor senioren, om in die tijd te voldoen aan de groeiende vraag naar gelijkvloerse woningen. In maat, schaal, aansluiting op het maaiveld en materiaalgebruik heeft de nieuwbouw moeilijk aansluiting weten te krijgen op de bestaande bebouwing. Ze staan in sterk contrast met de kleinschaligheid, ritmiek en plasticiteit van de oorspronkelijke woningen.
De bebouwing aan het Jacob Oppenheimerpark is aangepast aan diens ligging ten opzichte van het park. Daarnaast is er op een markant punt ruimte gereserveerd voor een schoolgebouw. De bouw van het Evoluon is markerend voor het park en de aanliggende gebouwen. vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
11
Luchtfoto 't Ven In de huidige situatie is sprake van veel bestrating, ruime profielen, tweezijdige trottoirs en veel auto's. Wel is in het beeld veel groen aanwezig, echter is de 'techniek' van het groen niet optimaal. Zo zijn bomen tot de stam bestraat, zijn er veel dezelfde soort bomen wat voor de biodiversiteit niet goed is en zijn enkele bomen in de straten soms te groot voor het profiel. Daarnaast is het park esthetisch ingericht, zonder aandacht voor functioneel groen.
2.3
Toekomstige situatie
Het beoogde planvoornemen voorziet in de realisatie van 249 wooneenheden op een locatie waar in de huidige situatie 130 woningen zijn toegestaan. Er worden dus 119 woningen toegevoegd ten opzichte van het geldend bestemmingsplan. In totaal worden er 157 appartementen, 88 grondgebonden rijwoningen en 4 patiowoningen gerealiseerd. Het betreft woningen in de sociale huur. Het geborgen gevoel van de buurt in stad zal worden gerespecteerd. Door meer hiërarchie aan te brengen in openbare ruimte zal de leesbaarheid van de wijk vergroot worden. De 'randen' worden krachtiger en duidelijker: hogere bebouwing aan de rand, rond een woonmilieu van lagere complexen. Ingezet wordt op een verschil in schaal op strategische posities en een hoge(re) dichtheid, maar waarbij wel het ruimtelijk gevoel van geborgenheid behouden blijft. Nieuwe ingrepen dienen zich te voegen in de opzet en voorgevelrooilijnen van het oorspronkelijke bouwplan en nieuwe structuren moeten passen bij de verkavelingslogica en architectonische uitgangspunten van de wijk.
12
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
Overzicht totale aanpak 't Ven Er zal aandacht komen voor de geleidelijke overgang tussen privé en openbaar (voortuinen en erfafscheidingen). Rekening wordt gehouden met de behoefte aan diversiteit in uitstraling, een gemixte samenleving, nieuwe doelgroepen, woningtypes en de grootte van de woningen. Er wordt niet alleen maar ingezet op 1-gezinswoningen, maar ook aan (betaalbare) appartementen. De verschillende niveaus van mobiliteit worden ingezet in hun kracht. De oude linten zijn levendige stadsstraten tussen centrum en dorpen. Aan de Noord-Brabantlaan wordt verdichting toegepast en de doorgaande straten en oversteken worden gebruikt om voorzieningen en groen aan te koppelen. Tevens wordt ingezet op openbaar vervoer (nabij HOV-route), waardoor dit een verplichte reductie geeft op de parkeernorm. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van duurzame(re) mobiliteitsoplossingen zoals (elektrische) deelauto's en slim parkeren. Groen en water zal ingezet worden voor uitdagingen op het gebied van klimaatverandering, hittestress, biodiversiteit. Het groen wordt als samenhangende structuur van verschillende lagen gezien. Van een groen buurthart tot de groene hagen van de erfafscheidingen. Het herwaarderen van deze structuur draagt niet alleen bij aan een groene wijk maar is ook een ontwerpmiddel voor een gezonde wijk met hogere natuurwaarde en een prettig woonklimaat.
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
13
Situatieschets beoogd planvoornemen
14
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3 beleidskader
3.1
Uitgangspunten, randvoorwaarden en
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. De NOVI is op 9 september 2020 vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. 3.2.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Hierin is het volgende aangegeven: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien."
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
15
Met artikel 3.1.6 lid 2 Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Stedelijke ontwikkeling Allereerst is hier de vraag aan de orde in hoeverre hier sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro (artikel 1.1.1, lid 1, onder i) is voor stedelijke ontwikkeling een definitie opgenomen: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijk e voorzieningen". Het begrip 'andere stedelijke voorzieningen', zoals opgenomen in de definitie is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Gelet op de vaste rechtspraak over dit aspect is deze ontwikkeling te kwalificeren als een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 lid 2 Bro en tevens is deze ontwikkeling aan te merken als een ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied. Hierdoor is een beschrijving van de behoefte aan deze ontwikkeling noodzakelijk. Beschrijving van de behoefte Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 249 wooneenheden op een locatie waar in de huidige situatie 130 woningen zijn toegestaan. Het gaat bij dit planvoornemen om deze reden om een toevoeging van 119 woningen ten opzichte van het geldend bestemmingsplan. Het betreft woningen in de sociale huur.
Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde woningbouw op deze locatie betreft gemeente Eindhoven. Hierbij wordt opgemerkt dat in de gehele regio Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) de woningvraag groter is dan de totale harde plancapaciteit. De komende tien jaar groeit de totale woningvraag in Eindhoven sterk, tot circa 133.990 woningen in 2031. Op basis van de provinciale woningbehoefteprognose prognose zal de woningvraag tot 2031 toenemen met circa 19.325 woningen. In Eindhoven biedt de harde plancapaciteit ruimte voor circa 7.750 woningen. Wanneer de woningvraag (19.325 woningen in de periode 2021-2031) wordt geconfronteerd met de harde plancapaciteit (7.750 woningen), dan resteert een woningbehoefte van circa 11.575 woningen. Daarmee kan voor dit plan met een toevoeging van maximaal 119 woningen ruimschoots in een (kwantitatieve) woningbehoefte voorzien. In paragraaf 3.5.3 wordt nader ingegaan op de kwalitatieve woningbehoefte.
3.2.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv-hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in het noorden en deels oosten van Eindhoven. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van Natuurnetwerk Nederland (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die de NNN vormen worden bij provinciale verordening aangewezen. Daarmee is de NNN een provinciaal belang geworden, namelijk Natuurnetwerk Brabant (NNB). Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd. Het plangebied is niet gelegen nabij de hoogspanningsleiding of NNN. Het is dan ook niet noodzakelijk om op deze zaken afzonderlijk nader in te gaan. Dit geldt niet voor het luchtvaartterrein daar het plangebied gelegen is in het obstakelbeheergebied. Dit betekent dat de maximaal toelaatbare hoogte van objecten op of boven de grond niet hoger mogen zijn dan 16
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
is bepaald door de vliegfunnel, de IHCS en de ILS. Het plangebied is gelegen in de IHCS.
Inner Horizontal and Conical Surface (IHCS) Het IHCS (Inner Horizontal and Conical Surface) is bedoeld om vliegtuigen die in het circuit vliegen (circuitverkeer), voorafgaand aan de landing, te beschermen tegen hoge objecten. Het betreft een zone van 4 km rond de landingsbaan waar maximaal 44 meter hoog mag worden gebouwd. Buiten deze zone gaat de maximaal toegestane bouwhoogte geleidelijk omhoog. In onderhavig bestemmingsplan wordt voor de woningen een maximale bouwhoogte van vijf bouwlagen voorzien. De maximale bouwhoogte in dit plangebied is vele malen lager dan de maximaal toelaatbare bouwhoogte in het kader van de IHCS. De obstakelbeperkende zones rondom vliegbasis Eindhoven zorgen dan ook niet voor belemmeringen ten aanzien van onderhavig planvoornemen.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie
De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
3.3.2
Interim omgevingsverordening
De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening verordenring natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
17
wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving).Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen. In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden.
Er zijn in de Interim Omgevingsverordening voor de volgende thema's rechtstreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Binnen het plangebied zijn voor de volgende werkingsgebieden rechtstreekse regels van toepassing: Boringsvrije zones Diep grondwaterlichaam Geen attentiezone waterhuishouding Doel van de regels in boringsvrije zone is het beschermen van de diepere watervoerende pakketten door te voorkomen dat de beschermende kleilaag wordt doorboord. Binnen boringsvrije zone gelden geen absolute verboden. Vanuit het doel zijn wel voorwaarden gesteld aan activiteiten die een risico geven voor schade aan de beschermende kleilaag. De relevante regels zijn opgenomen in artikel 2.18 en 2.19 van de Interim Omgevingsverordening. Volgens artikel 2.20 van de Interim omgevingsverordening is de onconventionele winning van koolwaterstoffen verboden boven, in of onder een diep grondwaterlichaam.
Artikel 2.21 regelt dat onder bepaalde voorwaarden geen vergunning tot het onttrekken van grondwater ten behoeve van een bodemenergiesysteem, bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, onder b, Waterwet, is vereist als sprake is van de zone 'Geen Attentiezone waterhuishouding'. Instructieregels Dit zijn de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant. De regels zijn gekoppeld aan de aanduidingen die op de verschillende kaarten van de Interim omgevingsverordening zijn opgenomen.
18
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
Uitsnede plangebied Het plangebied is gelegen in 'Concentratiegebied' in 'Stedelijk gebied'. Hiervoor gelden de volgende regels. Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Het plan past binnen de regionale afspraken, zoals in paragraaf 3.5.1 is toegelicht. Het planvoornemen behelst een duurzame stedelijke ontwikkeling. In dit geval is sprake van een binnenstedelijke ontwikkeling. Dit is een goed voorbeeld van zorgvuldig ruimtegebruik.
Daarbij wordt beoogd veel aandacht te hebben voor woonkwaliteit, groen, duurzaamheid en water. Zie hiervoor de paragraven 3.8, 4.5 en hoofdstuk 5 (waterparagraaf). Wat betref mobiliteit wordt voldaan aan het gemeentelijke beleid (paragraaf 3.7). Het plan voldoet aan en past binnen de beleidsregels zoals deze zijn opgesteld in de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
19
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Eindhoven
Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant' (versie 1.0), die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Deze omgevingsvisie (versie 1.0) is gebaseerd op het bestaand beleid. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie versie 2.0 wordt de interim structuurvisie wel ingetrokken.
Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden. Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities.
Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten 20
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra. Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen.
We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven. Plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in sloop en nieuwbouw van een woonbuurt, waarbij veel aandacht is voor openbare ruimte, groen en duurzaamheid. Zittende bewoners worden zo veel mogelijk in deze buurt gehouden, zodat de sociale structuur van de buurt blijft bestaan. Hiermee geeft dit plan invulling aan de ambities die zijn geformuleerd in de Omgevingsvisie.
3.4.2
Interimstructuurvisie 2009
In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit.
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
21
3.4.2.1 Gebruik van de ruimte De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik. Onderhavig plangebied is op de op de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie aangeduid als wonen. Deze gronden zijn primair bedoeld voor wonen, inclusief alle afgeleide wijk- en buurtgerichte functies op het gebied van (middelbaar-/ basis-) onderwijs, zorg, opvang, cultuur, religieuze voorzieningen, ontspanning en vrije tijd, groen (o.a. buurt- en wijkparken, sportfaciliteiten en -velden, buurtontmoetingsruimten), detailhandel en werken (woonwerkcombinaties en kleine bedrijven met milieucategorie 1, 2 en gedeeltelijk 3). Deze functies zijn noodzakelijk voor het functioneren van een gebied als woongebied. Zij vallen dus onder deze definitie en worden niet afzonderlijk in beeld gebracht, mede omdat hun ruimtebeslag relatief beperkt is. Deze ontwikkeling voorziet in een woonfunctie en is daarmee dan ook in overeenstemming met de Interimstructuurvisie.
Figuur: Gebruik van de ruimte Interimstructuurvisie Eindhoven
3.5
Volkshuisvesting
3.5.1
Regionaal beleid
Het bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 249 nieuwe woningen mogelijk. Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde woningbouw op deze locatie betreft de gemeente Eindhoven. Samen met de acht omringende gemeenten (Best, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen. Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre) vormt Eindhoven het Stedelijk Gebied Eindhoven. In dit verband werken de gemeenten samen aan regionale opgaven op het gebied van wonen. Het SGE is een subregio van de Metropoolregio Eindhoven, die in totaal 21 gemeenten omvat. Afsprakenkader wonen 2017 Zowel in de gemeente Eindhoven als in de overige SGE-gemeenten is de woningbehoefte 22
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
groter dan de totale harde plancapaciteit. De sterke economische groei in de Brainportregio stelt de gemeenten in het SGE voor de dubbele opgave om voldoende woningen toe te voegen om de groei van de bevolking te kunnen opvangen, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Om dit te realiseren, besloten de negen gemeenten woningbouwafspraken te maken en de woningbouwproductie programmatisch af te stemmen vanuit een gezamenlijke visie op wonen. In het Afsprakenkader wonen 2017 hebben de SGE-gemeenten vastgelegd dat zij majeure en nieuwe projecten gefaseerd en gezamenlijk ontwikkelen, zodat deze elkaar versterken en niet beconcurreren. Ook is in het Afsprakenkader Wonen opgenomen dat hierbij bij voorkeur gekozen wordt voor inbreiding en transformatie. Nieuwe uitbreidingslocaties worden in principe de komende jaren niet meer toegevoegd. Woondeal 2019-2023 Op 7 maart 2019 heeft Eindhoven, samen met de andere SGE-gemeenten en de provincie Noord-Brabant, een Woondeal gesloten met de minister van Binnenlandse Zaken (BZK). De Woondeal is gericht op het versnellen van de woningbouwproductie in het SGE. Deze versnelling moet in de periode tot 2024 zo'n 27.000 woningen opleveren. Voor Eindhoven komt dit neer op een productie van 15.000 woningen, gemiddeld 3.000 per jaar. Dit komt overeen met de in het onderzoek Marktmechanismen op de Eindhovense woningmarkt (2018) geraamde behoefte.
In navolging van het Afsprakenkader Wonen SGE 2017, is in de Woondeal vastgelegd dat de ontwikkeling van groen-stedelijke woonmilieus zich zal concentreren op de negen prioritaire locaties: Aarle, Brandevoort, Blixembosch, Ekenrooi Zuid, Nuenen West, Meerhoven, Tongelrese Akkers, Waalre Noord en Zilverackers. Het zwaartepunt voor de realisatie van centrum-stedelijke woonmilieus ligt in Eindhoven binnen de Ring. Naast het Afsprakenkader is de Brabantse Agenda Wonen een belangrijke leidraad bij de uitvoering van de Woondeal. Visie op wonen stedelijk gebied Eindhoven 2019 In de Visie op wonen stedelijk gebied Eindhoven uit april 2019 geven de SGE-gemeenten een kwalitatieve invulling aan het Afsprakenkader 2017. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van twee conceptuele handvatten: de kwadrantenbenadering en de uitgewerkte Brainport Principes. De kwadrantenbenadering bevordert de diversiteit bij nieuwe woningbouwprojecten door in te zetten op de eigenheid en kwaliteiten van alle afzonderlijke plekken binnen het SGE. De Brainport Principes zijn algemene kwaliteitscriteria waaraan ieder woningbouwproject wordt getoetst. Zo houden de regiogemeenten zichzelf scherp in het maken van unieke woongebieden die van toegevoegde waarde zijn op het bestaande palet in de regio.
Regionaal woningbehoefteonderzoek 2021 In 2020 hebben de gemeenten in het SGE gezamenlijk opdracht gegeven aan Stec Groep voor de uitvoering van een regionaal woningbehoefteonderzoek voor de periode tot 2040. Kwantitatieve opgave In het in mei 2021 gereedgekomen Regionaal woningbehoefteonderzoek voor het stedelijk gebied Eindhoven wordt onderbouwd dat het aantal huishoudens in het SGE tot 2040 naar verwachting met circa 48.700 zal toenemen. Daarnaast is er een opgave om het huidige woningtekort in te lopen. De totale woningbouwopgave voor het SGE komt daarmee uit op 53.900 woningen tot 2040. In de gemeente Eindhoven zouden volgens dit onderzoek tot 2040 ongeveer 35.280 extra woningen moeten worden gerealiseerd. De behoefte aan extra woningen is vooral fors in de periode 2020-2025. In de eerst komende 5 jaar is er regionaal een uitbreidingsbehoefte van circa 16.400 woningen, circa 30% van de woningbehoefte tot 2040. In de MIRT-afspraken met het Rijk is vastgelegd dat de gemeenten in het SGE tot 2040 de bouw van 62.000 woningen vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
23
faciliteren. Kwalitatieve opgave Het Regionaal woningbehoefteonderzoek voor het stedelijk gebied Eindhoven geeft ook inzicht in de (ontwikkeling van) de kwalitatieve woningbehoefte. De verwachte groei van het aantal huishoudens is volgens dit onderzoek terug te zien in alle leeftijdsgroepen, maar vooral onder 65-plussers. Waar gezinnen nu nog het merendeel van alle huishoudens in het SGE vormen, bestaat in 2040 het grootste gedeelte van de huishoudens uit alleenstaanden en stellen van 65 jaar of ouder. Afhankelijk van de mate van doorstroming in de woningmarkt gaat 41% tot 55% van de regionale woningvraag tot 2040 uit naar een appartement. De vraag naar appartementen is op lange termijn structureel hoog. Het overige deel van de vraag gaat uit naar grondgebonden woningen. Vooral in de eerst komende jaren is de vraag naar grondgebonden woningen groot. Op lange termijn neemt deze opgave naar verwachting wel af. Een opvallende bevinding van het onderzoek is dat woningzoekenden tot 35 jaar de voorkeur geven aan een (betaalbare) grondgebonden koopwoning, maar in de praktijk vaker (dan gewenst) verhuizen naar een huurappartement. Dit zien we zowel in de sociale als in de vrije huursector. Voor stedelijke doelgroepen geldt dit tot en met de hoge inkomens, voor suburbane en landelijke doelgroepen primair voor de middeninkomens.
De woningbehoefte in Eindhoven is voornamelijk stedelijk georiënteerd. Het overgrote deel van de woningbehoefte gaat uit naar een grondgebonden woning in een stedelijk woonmilieu buiten het centrum. Opvallend is dat een klein deel van de behoefte aan grondgebonden koopwoningen in een centrum stedelijk milieu landt. Deze vraag kan worden opgevangen door het realiseren van een meer hybride woonvorm, zoals gezinsappartementen in het centrum van Eindhoven. Specifieke doelgroepen De toename van het aantal 65-plus huishoudens zorgt ook voor een groeiende behoefte aan woningen die geschikt zijn voor zelfstandig wonen met ondersteuning en zorg aan huis. In de periode tot 2040 wordt een sterke toename verwacht van het aantal inwoners met een indicatie voor langdurige zorg. Door het extramuraliseringbeleid van de rijksoverheid zal het aanbod van intramurale verzorgingsplaatsen naar verwachting niet evenredig meegroeien. Een specifieke woningvraag is verder te verwachten van studenten. In de gemeente Eindhoven wordt tot het collegejaar 2027-2028 een groei van 120 tot 660 uitwonende studenten verwacht. In de gemeente Helmond blijft het aantal uitwonende studenten tot het collegejaar 2027-2028 naar verwachting stabiel. Voor de andere gemeenten in het SGE is geen informatie beschikbaar over de woningbehoefte van studenten.
De vraag van kennismigranten (expats) maakt onderdeel uit van de totale woningvraag in het SGE. Deze groep woningzoekenden richt zich met name op de gemeente Eindhoven. Volgens onderzoek van het PON zijn in het Stedelijk Gebied Eindhoven daarnaast bijna 20.500 arbeidsmigranten werkzaam, die veelal productiewerk verrichten. In november 2020 stelden de SGE-gemeenten het Afsprakenkader Huisvesting Arbeidsmigranten Stedelijk Gebied Eindhoven vast. De regionale ambitie is om in de periode 2021 tot en met 2024 circa 4.000 humane huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten te realiseren. Er zijn geen afspraken over specifieke aantallen per gemeente, maar iedere gemeente heeft passend bij de aard en omvang een eigen verantwoordelijkheid. In het afsprakenkader wordt onderscheid gemaakt tussen twee typen huisvesting: tijdelijke huisvesting (korter dan 2 tot 3 jaar) en permanente huisvesting (arbeidsmigranten die zich definitief vestigen in Nederland). Hierbij is bekend (op basis van ervaring) dat zo'n 80% van de arbeidsmigranten in de regio er op tijdelijke basis is en zo'n 20% zich definitief vestigt. De woningbehoefte van arbeidsmigranten die zich definitief in het SGE willen vestigen, maakt onderdeel uit van de totale regionale woningbehoefte. 24
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
Beoordeling plan Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 249 wooneenheden op een locatie waar in de huidige situatie 130 woningen zijn toegestaan. Het gaat bij dit planvoornemen om deze reden om een toevoeging van 119 woningen ten opzichte van het geldend bestemmingsplan. Dit past binnen de kwantitatieve prognose voor Eindhoven, zoals is aangegeven in paragraaf 3.2.3. Bovendien is de locatie gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals aangegeven in de Interim omgevingsverordening. Daarmee past het binnen de regionale afspraken voor woningbouwontwikkelingen.
3.5.2
Lokaal beleid
Woonvisie De Woonvisie is op 15 december 2015 vastgesteld. In de woonvisie gaat de gemeente in op haar ambities op het gebied van bouwen en wonen. Daarmee maken we de richting waarin we ons willen ontwikkelen duidelijk aan de stad, haar bewoners en alle partijen die een rol spelen in de verdere ontwikkeling van de stad. Ambitieuze stad Eindhoven groeit en wil verder verstedelijken, in het bijzonder in het gebied binnen de Rondweg (Ring). Tot 2030 wil de gemeente minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen dit gebied realiseren. Hierbij wordt gestreefd naar een gemengde en gevarieerde woonomgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En die tegelijkertijd ook groen en gemoedelijk blijft. Solidaire stad De gemeente wil dat Eindhoven een inclusieve en solidaire samenleving is. De meeste inwoners kunnen hierin zelf hun plek vinden. Minder zelfredzame inwoners worden hierbij ondersteund. Door de vergrijzing en de decentralisatie van de langdurige zorg, neemt de vraag naar passende huisvesting voor ouderen en bijzondere doelgroepen toe. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie van bijzondere doelgroepen in bepaalde wijken is ongewenst. Innovatieve stad De gemeente Eindhoven daagt ontwikkelaars van nieuwe woningen uit om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren.
Ook in de aanpak van de bestaande woningvoorraad en in de transformatie van kantoren en zorgvastgoed is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Voor inwoners die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte, die snel beschikbaar en financieel bereikbaar is, worden in Eindhoven flexwoningen ontwikkeld. Dit biedt tevens kansen voor transformatie van leegstaand vastgoed. Verder wil de gemeente Eindhoven dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door (collectief) particulier opdrachtgeverschap. Daarnaast wil de gemeente dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor huishoudens met een hoger inkomen.
Woonprogramma Eindhoven 2021-2025 Vanwege de hoge dynamiek op de woningmarkt heeft de gemeenteraad op 15 december 2020 het Woonprogramma 2021-2025 vastgesteld. Het Woonprogramma sluit aan bij eerder vastgesteld beleid voor wonen en de fysieke leefomgeving. De ambities uit de Woonvisie 2015 blijven cruciaal voor de ontwikkeling van de stad, maar komen door de snelle prijsstijgingen in de afgelopen jaren in een ander daglicht te staan. Met het oog daarop kiest de gemeente voor een accentverschuiving richting de volgende ambities: 1. forse groei van de woningvoorraad (binnen én buiten de ring) om de grote groei van woningen te kunnen opvangen; vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
25
2. een evenwichtig woningaanbod, zodat alle inwoners een betaalbare woning kunnen vinden; 3. voldoende geschikte woningen voor kwetsbare inwoners. Eindhoven streeft ernaar om jaarlijks minimaal 3.000 extra woningen aan de voorraad toe te voegen. Voor de stad als geheel is voor de periode 2020-2022 de onderstaande differentiatie leidend:
Deze percentages hoeven niet bij elk woningbouwproject gerealiseerd te worden. De exacte invulling op projectniveau is onder meer afhankelijk van het (beoogde) woonmilieu en de bestaande woningvoorraad in het betreffende gebied. Het streefpercentage van 20% sociale huur is opgenomen in het Collegeprogramma 2018-2022. Voor de periode daarna voorzien we een noodzakelijke groei naar 30%.
Beoordeling plan Kwalitatieve behoefte Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 249 wooneenheden op een locatie waar in de huidige situatie 130 woningen zijn toegestaan. Het gaat bij dit planvoornemen om deze reden om een toevoeging van 119 woningen ten opzichte van het geldend bestemmingsplan. Het betreft woningen in de sociale huur. Uit het meest recente regionaal woningmarktonderzoek (2018) blijkt dat er nog een grote behoefte is aan sociale huurwoningen. In het huursegment zijn de grootste tekorten in de betaalbare huurprijsklasse (€ 418 tot € 711). In absolute zin is dit het grootste theoretische tekort in alle prijsklassen van zowel huur als koop. Kwantitatieve behoefte Uit het 3.2.2 en 3.5.1 blijkt dat ook kwantitatief voldoende ruimte is om deze woningen te realiseren. Daarnaast zijn deze woningen opgenomen in de prestatieafspraken met de gemeente Eindhoven. 26
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
Deze ontwikkeling voorziet zowel in een kwalitatieve behoefte als kwantitatieve behoefte. Daarnaast sluit dit plan aan bij de gemeentelijke woonvisie.
3.5.3
Kamerverhuur en woningsplitsing
Op 12 juni 2018 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen.
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
3.6.1
Archeologie
Wettelijk en beleidsmatig kader Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is vertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Dit wordt samen met de andere onderdelen rond de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving overgeheveld naar de toekomstige Omgevingswet. Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid.
Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012', dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
27
gemeentelijke Archeologische Waardenkaart, onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart.
Uitsnede archeologische waardenkaart 2008 Conclusie Volgens de gemeentelijke Archeologische Waardenkaart uit 2008 is het plangebied niet aangeduid als een archeologisch waardevol of verwachtingsgebied óf als een gebied dat op de landelijke Archeologische Monumentenkaart voorkomt. Er geldt geen archeologische onderzoeksplicht voor het laten uitvoeren van archeologisch (voor)onderzoek. Belangrijk aandachtspunt Op de archeologische waardenkaart van Eindhoven van 2008 is geen sprake van archeologische waarden of verwachtingen in het plangebied. Uitgaande van het huidige beleid hoeft daarom vooraf geen rekening te worden gehouden met archeologisch onderzoek. Echter, in 2020 is de gemeentelijke archeologische waardenkaart uit 2008 geactualiseerd in de vorm van een archeologische verwachtingen- en waardenkaart. De kaart uit 2020 wordt beschouwd als een gemeentedekkend bureauonderzoek. Hierbij zijn de archeologische waarden en verwachtingen omgezet in beleidscategorieën en zijn deze gecombineerd met verstoringsinformatie en de resultaten van eerdere onderzoeken binnen de gemeente. Op deze nieuwe kaart is een deel van de oostelijke deellocaties ingekleurd als een zone met hoge verwachting historische kern (categorie 4). Het overgrote gedeelte van de overige locaties is ingedeeld als een zone met een hoge archeologische verwachting (categorie 5).
Ter hoogte van de oostelijke deellocaties ligt tevens een strook met een middelhoge archeologische verwachting (categorie 6). 28
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
Daarom is in het kader van risicobeheersing is voor de gehele ontwikkeling een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat in dit bestemmingsplangebied een lage verwachting geldt op het aantreffen van archeologische waarden. Daarom is geadviseerd om voor dit deel geen archeologisch (vervolg)onderzoek uit te laten voeren. Contact bij toevalsvondsten Dat het plangebied volgens de Archeologische Waardenkaart geen archeologische waarde of verwachting heeft, betekent niet dat er geen archeologische resten kunnen worden aangetroffen (Vergelijk de Archeologische Waardenkaart uit 2008 met de Archeologische Verwachtingen- en waardenkaart uit 2020). Er geldt daarom voor archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Mochten tijdens grondwerkzaamheden archeologische vondsten resten (vondsten, grondsporen et cetera) worden gevonden, dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht ingevolge art. 5.10 Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden bij de minister van OC&W ( en tevens bij de (afdeling Omgevingskwaliteit) gemeente Eindhoven. Vervolgens zal door het bevoegd gezag bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.
3.6.2
Cultuurhistorie
Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke structuren en beschermde stadsgezichten. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.
Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Eindhoven.
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
29
Conclusie Hierboven is een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van gemeente Eindhoven opgenomen. Zoals op deze afbeelding te zien is, ligt het plangebied binnen een cultuurhistorisch stedenbouwkundig gebied, namelijk 'historisch stedenbouwkundig structuur' en grenst het aan twee historische wegenstructuren. Historische stedenbouwkundige structuur: Het Ven Deze woonwijk rondom het Hugo de Grootplein is ontworpen door J.H. van den Broek. De eerste plannen voor deze wijk dateren uit 1941. Door de bezetting kan pas in 1946 met de bouw worden begonnen. Het ontwerp van zowel de woningen als het stedenbouwkundig plan is vooruitstrevend te noemen. De wijk heeft een regelmatig en strak patroon van brede straten met stroken openbaar groen. De aaneengesloten woonblokken bestaan uit tweelaagse huizen, deels voorzien van voortuinen. In de wijk is per hectare een groter aantal woningen geplaatst dan gebruikelijk, doch door de ruime opzet wordt dit niet als zodanig ervaren. In de woningen - met aan voor- en achterzijde voor die tijd zeer grote vensters - zijn voor het eerst op ruime schaal materialen toegepast als beton (vloeren, dak, balkons) en staal (kozijnen). Ook de in de wijk geïntegreerde bejaardenwoningen waren een nieuwe ontwikkeling. De wijk, in opdracht van de Vereeniging Volkshuisvesting (Philips) gebouwd, is het eerste naoorlogse woningbouwcomplex in Eindhoven.
De cultuurhistorische waarden van deze wijk zijn uitgebreid onderzocht in het cultuurhistorisch onderzoek naar 't Ven. Van belang zijn de stedenbouwkundige opzet van de wijk en de relatie met het vooroorlogse deel van deze stadsuitbreiding, namelijk het cluster rondom de Theresiakerk en de bebouwing langs de Bredalaan. Op verschillende plekken in de wijk 't Ven is bovendien de gaafheid en architectuur van de bebouwing van waarde. De westpunt van 't Ven vertoont in de stedenbouwkundige opzet een duidelijke relatie met het deel van 't Ven dat op de cultuurhistorische waardenkaart is geduid. Het Hugo de Grootplein neemt binnen dit geheel een bijzondere plaats in. De inrichting van het plein vormt een vroeg voorbeeld van de vernieuwing die de Afdeling Plantsoenen na de oorlog met het aantrede van F.J. Fontaine nastreefde. In deze kinderrijke wijk streefde men niet langer naar de vooroorlogse, min of meer statische sierplantsoenen, maar naar open ruimten waar gespeeld kon worden. Nieuw was ook de introductie van het schuine pad halverwege het park dat een korte doorsteek mogelijk maakte. Verschillende originele bijzondere boomsoorten, zoals de tulpenboom, sieren dit plantsoen nog altijd. Historische wegstructuren voor 1900: Bredalaan De huidige Bredalaan (voorheen Klauwierstraat) is aangeduid als historische wegenstructuur voor 1900.
Deze wegstructuur volgt nog het oude wegen- en padenpatroon dat was gelegen tussen de kernen Strijp en Zeelst, de gehuchten Heuvel, Sliffert en Welschap (vanaf 1932 ook vliegveld Welschap) en de Strijpsche Heide. Historische wegstructuren na 1900: Noord Brabantlaan De Noord Brabantlaan is aangeduid als historische wegenstructuur na 1900. In de plannen van De Casseres uit 1930 is de Noord Brabantlaan als uitvalsweg richting het zuidwesten al opgenomen en een aantal wegstukken zijn voor de oorlog al gereedgekomen. Het wegtraject werd na de oorlog voltooid. Toepassing plangebied Voor het Ven is een onderzoek naar de ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteit van het plangebied uitgevoerd. Deze is als bijlage opgenomen bij dit bestemmingsplan. De verdichtingsopgave voor 't Ven is ingestoken vanuit de cultuurhistorie. De wijk is ontworpen 30
vastgesteld III Strijp buiten de Ring 2019 (div. locaties 't Ven) Gemeente Eindhoven
door de Broek en Bakema architecten vanuit de tuinstadgedachte. In de verdichtingsopgave waar 't Ven nu voor staat is herinterpretatie van de tuinstad gedacht het uitgangspunt voor de verdichting en de vergroening van de buurt. De originele tuinstad gedachte kan daarom in doorontwikkelde vorm een goede basis bieden voor een klimaat adaptieve buurt. Door het groen naast zicht en speelbeleving in te zetten voor intensivering van biodiversiteit en waterberging. Waarbij in het verleden het leven zich afspeelde in de buurt, de gedachte waarop de tuinstad gebaseerd is. Is in de loop der jaren een schaalsprong gemaakt. Voorzieningen zijn minder buurt gebonden en het leven in de buurt speelt zich af in een groter deel van de stad. Verbindingen naar omliggende voorzieningen en groengebieden zijn waardevol om de leefbaarheid in de buurt te verbeteren. "De buurt" wordt de breder geïnterpreteerd. De buurtvoorzieningen in 't Ven hebben de afgelopen decennia hun functionaliteit veelal verloren. De poortfunctie die de gebouwtjes hebben voor de wijk, blijft waardevol en functioneel. De functie gaat van voorzieningen naar kleine woonstudio's, waarbij de karakteristieke vormgeving behouden blijft. De groenstructuur blijft in de lead in de buurt. Deze wordt met de verdichting verstevigd en meer geborgd.