CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Bestemmingsplan III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat)

Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat)29.039 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Concentratie in bepaalde wijken is ongewenst. De sociale woningvoorraad is onderdeel van de sociale basisinfrastructuur. In theorie is in Eindhoven de sociale woningvoorraad in balans met de doelgroep. Twee ontwikkelingen vragen echter om aandacht: de samenstelling van de sociale woningvoorraad en de positie van de 13.500 huishoudens met een middeninkomen. Met de inwerkingtreding van de nieuwe woningwet 2015 moeten woningcorporaties hun woningen 'passend toewijzen'. Minimaal 80% van de vrijkomende sociale huurwoningen moet aan huishoudens met een laag inkomen worden toegewezen. Daarnaast is er ruimte om 10% van de woningen toe te wijzen aan huishoudens met een middeninkomen. De resterende 10% sociale huurwoningen mogen woningcorporaties vrij toewijzen, maar daarbij moeten zij wel voorrang geven aan mensen die door bijvoorbeeld fysieke of psychische beperkingen moeilijk aan voor hen passende huisvesting kunnen komen. Het aantal eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens groeit. Dit betekent een grote uitdaging. Niet alleen in woonwensen maar ook in betaalbaarheid, want alleen wonen is relatief duur. We zetten in op transformatie en ander gebruik. Bij de transformatie van grotere kantoren, zorg- en onderwijsgebouwen kunnen (collectief) particulier opdrachtgeverschap en nieuwe woonconcepten een oplossing bieden.

Ook het gebruik van eengezinswoningen door bijvoorbeeld twee eenpersoonshuishoudens, met name in het gebied buiten de Rondweg, behoort tot de mogelijkheden. Innovatieve stad We gaan partijen uitdagen om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. En ook in de aanpak van de bestaande voorraad en in de transformatie van kantoren en zorggebouwen is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Een andere ontwikkeling is het zogenaamde flexwonen. Tot voor kort kende de woningmarkt een vrij overzichtelijk aanbod: koop- of huurwoningen, zelfstandige of onzelfstandige woonruimten, grondgebonden woningen of appartementen. Maar de vraagkant is de afgelopen jaren sterk veranderd. Er komen steeds meer groepen die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte. Denk bijvoorbeeld aan studenten, expats, arbeidsmigranten, mensen die een echtscheiding achter de rug hebben, ex-gedetineerden en mensen die uit een opvangvoorziening komen. Deze mensen zijn op zoek naar goede tijdelijke huisvesting, met passende voorzieningen, die snel beschikbaar is en tegen een prijs die past bij hun budget. Dit flexwonen wordt een belangrijke nieuwe woonvorm in Eindhoven. Het biedt tevens kansen voor de transformatie van leegstaand vastgoed. 34

vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

Verder willen we in de koopsector dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door het stimuleren (collectief) particulier opdrachtgeverschap. En we willen dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor de huishoudens met een hoger inkomen. Ook in de huursector is er sinds de herziening van de Woningwet meer aandacht voor mede-eigendom en zelfbeheer, bijvoorbeeld via het model van wooncoöperaties. Wooncoöperaties zijn een soort tussenvorm van huur en koop. Samen met de corporaties willen we de vraag naar deze eigendoms- en beheervorm en de mogelijkheden in Eindhoven onderzoeken. 3.5.3

Woningbouwbehoefte

Kwalitatieve behoefte Uit het meest recente regionaal woningmarktonderzoek (2018) blijkt dat er nog een grote behoefte is aan sociale huurwoningen. In het huursegment zijn de grootste tekorten in de betaalbare huurprijsklasse (€ 418,- tot € 711,- (prijspeil 2018). In absolute zin is dit het grootste theoretische tekort in alle prijsklassen van zowel huur als koop. Daarnaast blijkt uit dit onderzoek dat een theoretisch tekort aan appartementen in alle subregio's zichtbaar is. In Eindhoven is het theoretisch tekort naar appartementen groter. In het plangebied zijn maximaal 139 woningen toegestaan in de vorm van appartementen en grondgebonden woningen. Het betreft woningen in de sociale huur (> 30%) als middeldure huur en (middel)dure koopwoningen. Gelet op het bovenstaande passen de appartementen in ieder geval binnen de kwalitatieve behoefte van de huidige (regionale) woningmarkt. Ook de grondgebonden woningen dragen bij aan het belang voor de regio om de groei van de bevolking op te kunnen vangen. In de Visie op Wonen geeft Stedelijk Gebied Eindhoven aan dat ze wil inzetten op het aantrekken van instromers en dat ze tevens starters en doorstromers wil vasthouden voor de regio. De gezinswoningen kunnen interessant zijn voor met name starters of doorstromers. Gelet op het voorgaande voorziet dit plan dan ook in een deel van de (kwalitatieve) woningbehoefte.

Kwantitatieve behoefte Uit het 3.2.2 en 3.5.1 blijkt dat ook kwantitatief voldoende ruimte is om deze woningen te realiseren. Deze ontwikkeling voorziet zowel in een kwalitatieve behoefte als kwantitatieve behoefte. Daarnaast sluit dit plan aan bij de gemeentelijke woonvisie.

3.5.4

Kamerverhuur en woningsplitsing

Op 12 juni 2018 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen.

vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

35

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1

Archeologie

Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van cultuurhistorie en archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Dit wordt samen met de andere onderdelen rond de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving overgeheveld naar de toekomstige Omgevingswet.

Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012' , dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart. Volgens de Archeologische Waardenkaart kent onderhavig plangebied geen archeologisch waardevolle gebieden of archeologische verwachtingsgebieden.

Binnen het bestemmingsplan hoeft dan ook geen rekening te worden gehouden met archeologische waarden of verwachtingen. Wel geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Mochten tijdens eventuele grondwerkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht ingevolge art. 5.10 Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en de afdeling Omgevingskwaliteit van de gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.

36

vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

3.6.2

Cultuurhistorie

Gemeente Eindhoven heeft een cultuurhistorische waardenkaart vastgesteld. Deze kaart is recentelijk nog geactualiseerd. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stads- en dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart. Hieronder is een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van gemeente Eindhoven opgenomen.

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Eindhoven (plangebied globaal aangeduid met blauwe cirkel) De vroege en late industriëlen van Eindhoven, van Keunen en Smits in de late 18e eeuw tot Philips in de 20e eeuw, hebben een zeer grote invloed op de ruimtelijke ontwikkeling van Eindhoven gehad. Deze ontwikkeling heeft deels het landelijk karakter bewaard (zoals rond de Wielewaal), maar toch ook vooral sterk de verstedelijking een boost gegeven. Deze ontwikkeling heeft geleid tot een bijzondere collectie van terreinen, structuren en elementen die aan de verschillende fasen van de industrialisering te koppelen zijn, van de oude watermolens in het buitengebied tot de 20e-eeuwse fabrieksterreinen en Philipsparken. Samen zijn ze als een 'collectie' te beschouwen, te bundelen per fase of per bedrijf(stak). Op die manier blijven de onderdelen geen losse objecten, maar vertellen ze in samenhang een verhaal. Een deel van het plangebied behoorde in het verleden ook tot één van de vele bedrijfsterreinen van Philips. Zo had Etos (opgerichte winkelketen door Philips) er de opslag van benzine en olie. Etos was toen nog meer dan een drogist. Later werd deze plek het depot van de vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

37

bezemwagens van de Philips Reinigingsdienst. Het plangebied zelf wordt omringd door cultuurhistorische structuren. De oude Postdijk, zijnde een oude verbindingsas die in de Wielewaal en gedeeltelijk in Strijp R te herkennen is, loopt ten noordoosten van het plangebied. Noordwestelijk van het plangebied is landgoed De Wielewaal aangeduid als historisch landschap. Landgoed De Wielewaal is zowel fraai in de structuur als waardevol door de geschiedenis. Belangrijk hierbij is de sterke overeenkomst tussen de waardering van het gebied als geheel en die van de individuele elementen. Om die reden heeft zowel het landschap van De Wielewaal als geheel, als het opgaand groen en de meeste paden een hoge waarde toegekend gekregen. De bomen aan weerszijden van de Koenraadlaan zijn ook aangeduid als 'historisch landschap'. Drents Dorp is als geheel aangeduid als historische stedenbouwkundige structuur. Ten behoeve van de herontwikkeling van Drents Dorp is in 2002 een cultuurhistorische quickscan uitgevoerd. Daaruit blijkt dat Drents Dorp als geheel een redelijk zeldzaam voorbeeld is van architectuur en stedenbouw uit de jaren '20 van de vorige eeuw. In die periode was er een overgang merkbaar van de vroegere, esthetisch georiënteerde stedenbouw naar rationele stedenbouw. Van beide uitganspunten lijkt er iets in Drents Dorp herkenbaar te zijn.

De ambitie voor Drents Dorp luidt: 'groenstedelijk wonen met cultuurhistorische kwaliteit'. Vanwege de aanwezige groene kwaliteiten en de nabijheid van stedelijke voorzieningen geeft dit mogelijkheden voor Drents Dorp om zich door te ontwikkelen tot een groenstedelijk woonmilieu. Drents Dorp zal zich als groenstedelijk woonmilieu binnen Eindhoven onderscheiden door de aanwezige en te versterken cultuurhistorische kwaliteiten: deze kwaliteiten versterken het eigen karakter van Drents Dorp. Voor de te vernieuwen, te vervangen en nieuwe woongebieden in Drents Dorp betekent een groenstedelijk woonmilieu dat gestreefd wordt naar woningen op zo kort mogelijke afstand van groenstructuren binnen Drents Dorp. De groene kwaliteiten van de Wielewaal worden als het ware Drents Dorp ingetrokken. De Wielewaal wordt hierdoor ervaren tot in het centrum van het plangebied. Deze groenstructuren kunnen op verschillende manieren worden vormgegeven. Belangrijk is dat bestaande groenelementen worden opgenomen in de nieuwe structuur. Dit geldt ook zoveel als mogelijk voor het solitaire bomenbestand. In het plangebied is een middelhoge herkenbaarheid van het pre-stedelijk landschap volgens de RAAP rapporten ( RAAP-RAPPORT Het landschap onder de stad; Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven uit 2019).

Het gaat om een gebied van het type: type vochtige landbouwontginningen waarvan gebruik is gemaakt voor heide en broekontginngingen. De hoofdstructuur hiervan is goed herkenbaar gebleven. Toepassing plangebied Het beoogde planvoornemen voorziet in een groenstedelijk woonmilieu en vormt de verbinding van Drents Dorp fase 1 naar De Wielewaal. De groene aanzetten zullen vanuit de Zutphen- en Needestraat en ook aan de andere zijde van de Lochemstraat herkenbaar terugkomen en een doorzicht geven naar het landgoed. Deze groene dooradering vormde dan ook het concept van onderhavige ontwikkeling, zoals op onderstaande afbeelding is weergegeven.

38

vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

Afbeelding concept groene dooradering nieuw woongebied Ook is invulling gegeven aan het opnemen van bestaand groen en zoveel mogelijk behoud van het solitaire bomenbestand in de structuren van het stedenbouwkundig plan. Ook de bestaande laanprofiel van de Koenraadlaan blijft behouden en zal door het aanplanten van vijf nieuwe bomen aan deze straat versterkt worden. Op deze manier wordt geen afbreuk gedaan aan, respectievelijk voldoende rekening gehouden met de cultuurhistorie van het plangebied en de relatie met de omgeving.

3.7

Verkeer en parkeren

De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het plangebied beschreven. 3.7.1

Verkeer

Autoverkeer De wegencategorisering is in Eindhoven op Weg geactualiseerd. Er is een nieuwe tussencategorie opgenomen ten opzichte van de vorige wegencategorisering: de zogenaamde 'wijk- en buurtontsluitingsweg'. Het plangebied wordt voor autoverkeer ontsloten via de erftoegangswegen Koenraadlaan, Lochemstraat en Apeldoornstraat. De Halve Maanstraat fungeert voorts als wijk- en buurtontsluitingsweg. De Noord Brabantlaan, overgaand op de Beukenlaan, respectievelijk de Tilburgseweg fungeren als gebiedsontsluitingswegen. Gelet op de capaciteit van de omringende wegen is het plangebied goed ontsloten. Uitgaande van zes verkeersbewegingen per woning per dag (ingevolge normering CROW), genereert deze ontwikkeling een verkeersintensiteit van circa 840 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Deze toename kan goed verwerkt worden binnen de huidige infrastructuur. Betreffende toename van het aantal verkeersbewegingen zal niet voor problemen zorgen. Fietsverkeer De gemeente Eindhoven wil het gebruik van de fiets stimuleren. In de mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is een fietsnetwerk opgenomen dat bestaat drie soorten fietsroutes. In volgorde van belangrijkheid; snelfietsroutes, primaire fietsroutes en secundaire fietsroutes. Het plangebied is ook goed ontsloten voor fietsverkeer.

De Elburglaan maakt onderdeel uit van vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

39

een primaire fietsroute en in de nabijheid van het plangebied - te weten langs de Zwaanstraat loopt de snelfietsroute Oirschot - Helmond. Openbaar vervoer Eindhoven op Weg gaat uit van twee netwerken voor het openbaar vervoer: een Hoogwaardig Openbaar Vervoer netwerk (HOV-netwerk) en een netwerk van ontsluitende buslijnen. De Noord-Brabantlaan maakt onderdeel uit van het HOV-netwerk. De dichtstbijzijnde bushalte is bij het Evoluon, op ruim 500 meter afstand van het plangebied. De buslijnen die deze halte aandoen geven een rechtstreekse verbinding met het Centraal Station Eindhoven. Station Strijp-S ligt tot slot op circa een kilometer afstand van het plangebied. Hiermee is het plangebied ook goed ontsloten op het openbaar vervoer.

3.7.2

Parkeren

Autoparkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een bouwplan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Daarbij dienen de parkeernormen uit de Nota Parkeernormen 2019 gehanteerd te worden. De parkeernormen uit 2016 zijn geactualiseerd, maar wel met voorwaarden om parkeeroverlast in woonwijken te voorkomen. Flexibele parkeernormen maken ontwikkelingen mogelijk die goed zijn voor de stad. Ook is het wenselijk dat er niet meer parkeerplekken worden gerealiseerd in de stad dan nodig. Dan blijft er meer ruimte over voor bijvoorbeeld groen of recreatie. Tot slot wordt duurzame mobiliteit gestimuleerd, dus meer lopen, fietsen en openbaar vervoer-gebruik. Ontwikkelingen op locaties die goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer, die goede voorzieningen hebben voor fietsers en bijvoorbeeld deelauto's aanbieden, hebben minder ruimte nodig voor parkeren. Dat betekent ook dat bewoners op zo'n nieuwe locatie geen recht hebben op een gemeentelijke parkeervergunning of bezoekersregeling indien betaald parkeren wordt ingevoerd. Zo wordt meer mogelijk gemaakt en wordt gezorgd voor een goede leefbaarheid in wijken en buurten. Voor onderhavige ontwikkeling is een mobiliteitsplan opgesteld die als bijlage onderdeel uitmaakt van deze toelichting.

Hieruit is gebleken dat er een parkeerbehoefte is van 179 parkeerplaatsen. Mobiliteitscorrectie De mobiliteitscorrectie bestaat uit een combinatie van het inzetten van 10 deelauto's en het gebruik van openbare parkeerplaatsen. Hiermee komt het totaal aantal te realiseren parkeerplaatsen op 139. Deze parkeerplaatsen worden doormiddel van 4 parkeerclusters gerealiseerd binnen het plangebied. Er worden 10 parkeerplaatsen voor de deelauto's gerealiseerd aan de Lochemstraat. Aan de Koenraadlaan komen 14 parkeerplaatsen. Daarnaast worden er buiten het plangebied, in de openbare ruimte, ook nog 10 parkeerplaatsen gerealiseerd.

40

vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

Overzicht parkeerplaatsen projectgebied Fietsparkeren Op basis van de rekentool is er in de nieuwe situatie een parkeerbehoefte 518 fietsenstallingen. De normering voor de grondgebonden woningen is 4 fietsstallingen. Elke grondgebonden woning beschikt over een berging waar ruimte is voor het stallen van 4 fietsen. In de openbare ruimte zullen minimaal 15 fietsstallingen worden voorzien ten behoeve van bezoekers van de grondgebonden woningen. De normering voor de niet-grondgebonden woningen (appartementen) is 3 fietsstallingen. De appartementen beschikken over een individuele berging in het complex, waar ruimte is voor het stallen van 2 fietsen. De bergingen in het complex, zijn per fiets goed bereikbaar, om te stimuleren dat ze veel gebruikt worden als stallingsruimte. In de openbare ruimte direct grenzend aan de appartementencomplexen worden 18 plekken voor bezoekers voorzien.

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.

Het vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

41

behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.

Figuur: Ruimtelijke Strategieënkaart

Plangebied Het plangebied is geheel gelegen binnen de strategie 'Stad, groen beeldbepalend'. Dit zijn stedelijke gebieden met een uitgesproken groen karakter die bovendien aansluiten bij de hoofdgroenstructuur en deze daardoor ruimtelijk versterken. De verweving van rood en groen manifesteert zich in deze gebieden op allerlei manieren: kleinschalig en grootschalig, in privéen openbare ruimtes. Het karakter is vaak afhankelijk van de aangrenzende groenstructuur en kan dus zowel landschappelijk als stedelijk zijn. Het beleid is gericht op het behouden en 42

vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

ontwikkelen van het bijzondere groene imago en de aansluiting op de groenstructuur. De groene beleving staan voorop. De specifieke kwaliteit en identiteit van een plek moet daarom worden beschermd en versterkt. Bouwen is in deze gebieden beperkt mogelijk mits het groene karakter centraal blijft staan. In de nader uit te werken ontwerprichtlijnen wordt beschreven wat dat in de praktijk betekent. Om het groene karakter te beschermen geldt in ieder geval een algehele kapvergunningsplicht, ook voor private percelen. Deze vergunningplicht is opgenomen en bestuurlijk vastgesteld in de Verordening Bomen en Nadere regels bomen, waarover hierna meer.

Uitsnede ruimtelijke strategieën Groenbeleidsplan 2017 Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen. Groenplan Onderdeel van de Beleidsregel groencompensatie is het 'Groenplan' dat voor iedere vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

43

ontwikkeling dient te worden opgesteld. Voor onderhavig plan zijn er een aantal onderzoeken gedaan om de haalbaarheid van het geheel te toetsen. Dit valt uiteen in een analyse van de bomen, een toets op de klimaatadaptatie d.m.v. waterberging en een onderzoek naar de mogelijkheden rondom groen en ecologie. Deze onderzoeken, inclusief het groenplan, zijn als bijlage toegevoegd aan dit bestemmingsplan. Hierin is onder andere opgenomen dat er circa 10.580 m2 openbaar groen terug komt op maaiveld in het plangebied en circa 4.000 m2 aan 'groene' daken. Dat komt neer op bijna 105 m2 groen per woning. De verschillende woontypologieën reageren op de verschillende groensferen binnen het plangebied. In onderstaande afbeelding wordt dat nader toegelicht.

Situatietekening 'groensferen' De boszone aan de Elburglaan vormt een natuurlijke overgang naar het landgoed De Wielewaal. De boomstructuur langs de Koenraadlaan wordt voortgezet in/langs het plangebied. Aan de Lochemstraat worden de bestaande kwalitatief waardevolle bomen gehandhaafd en wordt aansluiting gezocht met de groene entrees van de Needestraat en Zutpenstraat. De grote diversiteit aan bomen welke ecologisch waardevol is voor vogels en insecten wordt gehandhaafd. Bij nieuwe aanplant van bomen wordt het diverse boombestand o.a. uitgebreid met vruchtdragende soorten voor mens en dier. Doordat er geen traditionele stratenverkaveling wordt toegepast, maar de woningen ontsloten worden middels langszaamverkeerspaden door een openbaar en groen parkgebeid ontstaat er een klimaatbestendig woonpark. Het merendeel van het terrein zal na de planontwikkeling uit groen openbaar gebied bestaan. Dit groene gebied wordt ingericht met diverse recreatieve voorzieningen voor de buurt.

44

vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

3.8.2

Beleid Bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2015. Deze is op 7 april 2015 door de gemeenteraad vastgesteld en op 24 augustus 2016 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels Bomen is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: - bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; - alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; - bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of of de Verordening Bomen 2015. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing. Verordening Bomen Het bomenbeleid is gebaseerd op drie pijlers: behoud, versterking en ruimte voor dynamiek. Eindhoven wil een aantrekkelijke groene stad zijn en blijven. Bomen spelen daarbij een voorname rol. Een hoogwaardig bomenbestand dat een duurzame bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit en recht doet aan het groene imago van de stad is waar de gemeente naar streeft. Duurzaam behoud van de groene signatuur staat voorop.

Het bomenbestand dient echter ook aan te sluiten op intensief gebruik van de openbare ruimte en de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent soms dat in een bepaalde situatie andere belangen preferabel zijn en bomen moeten wijken. Het bomenbeleid voorziet in die gevallen in de mogelijkheden tot mitigatie en compensatie. Groene kaart Een belangrijk onderdeel van de Verordening Bomen is de Groene Kaart. Het is een topografische kaart met daarop aangegeven de beschermde houtopstand. De Groene Kaart bevat verschillende categorieën houtopstanden. Voor bomen in gemeentelijk eigendom (publiek eigendom) kent de Groene Kaart zes categorieën: Monumentale bomen; Waardevolle bomen; Basisbomen; Bomen hoofdstructuur; Bomen nevenstructuur; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend. De Groene Kaart kent daarnaast voor bomen in particulier eigendom (privaat eigendom) drie categorieën: Waardevolle bomen; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend; Bomen op percelen van 500 m2 of groter. Voor het vellen van een houtopstand die deel uit maakt van tenminste één van deze categorieën is, behoudens een aantal vrijstellingen, een omgevingsvergunning verplicht. Nadere regels Bomen De Verordening is uitgewerkt in nadere regels Bomen. Deze zijn op 19 juli 2016 vastgesteld door het college en op 4 augustus 2016 in werking getreden.

De beleidsregels geven inzicht in de wijze waarop het college gebruik maakt van de aan haar in de Verordening toegekende bevoegdheden tot het aanwijzen en plaatsen van houtopstanden op de Groene Kaart. Tevens zijn richtlijnen uitgewerkt voor omgang met overlast, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de weigeringsgronden bij beoordeling van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in houtopstanden.

vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

45

Het plangebied Het gehele plangebied bestaat uit kadastrale percelen, groter dan 500 m². Ingevolge de gemeentelijke Verordening bomen kunnen bomen op dergelijke percelen een belangrijke bijdrage leveren aan de natuurlijke en cultuurhistorische identiteit van de wijk of het stadsdeel waarin die percelen liggen. Een omgevingsvergunning tot het vellen van bomen wordt slechts verleend indien verwijdering de leefbaarheid in (een deel van) de wijk niet in gevaar brengt of juist ten goede komt en alternatieven zijn onderzocht en ongeschikt zijn gebleken. De huidige locatie kenmerkt zich door een groene inrichting met een grote diversiteit aan volwassen bomen. Deze kwaliteit vormde dan ook de basis voor het stedenbouwkundig plan. Concreet zijn binnen het plangebied een aantal basisbomen en waardevolle particuliere bomen, een drietal waardevolle gemeentelijke bomen en twee monumentale gemeentelijke bomen aanwezig. Bomen Effect Analyse Om in beeld te krijgen wat de invloed van de geplande werkzaamheden op de bomen binnen en in de directe omgeving van het plangebied is, is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. De resultaten zijn gerapporteerd en als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen. Voor 99 bomen wordt geadviseerd om deze te rooien i.v.m.de kwaliteit en levensvatbaarheid (<15 jaar).

Voor 21 bomen die wel kwaliteit hebben en levensvatbaar (>15 jaar) zijn, is inpassing geen mogelijkheid. Deze bomen staan op onderstaande afbeelding aangegeven.

46

vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

Stedenbouwkundig plan met aanduiding te rooien bomen met een levensduur van meer dan 15 jaar (rode cirkels). In totaal blijven er 68 bomen behouden met voldoende kwaliteit en een levensverwachting. De te vellen bomen worden deels gecompenseerd in het plangebied, want er worden circa 37 nieuwe bomen ingepast in het stedenbouwkundig ontwerp. Voor de overige te vellen bomen vindt financiële compensatie plaats, die zal worden ingezet om bij projecten elders in de gemeente nieuw groen aan te leggen.

Nieuw aan te planten bomen

vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

47

3.9

Kabels, leidingen en straalpaden

Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen of straalpaden aanwezig. Ten noorden van het plangebied, grenzend aan de bestemming 'groen', bevindt zich een ondergrondse hoogspanningsleidingen van Tennet. Het planvoornemen wordt niet belemmerd door de aanwezigheid van kabels, leidingen en straalpaden.

48

vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

Milieuparagraaf

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Wettelijk kader

Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. In dit kader is met name 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang.

Het gaat daarbij om: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Bij een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient aan de hand van de volgende aspecten te worden beoordeeld of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben: 1. de kenmerken van de activiteit (aard, omvang, cumulatie met andere ontwikkelingen); 2. de locatie van de activiteit (kenmerken van het plangebied en de kwetsbaarheid van de omgeving); 3. de mogelijke gevolgen van de activiteit voor het milieu. Het resultaat van deze beoordeling is opgenomen in de bijlage van deze toelichting. Conclusie Uit deze vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van onderhavig plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen nadelige effecten optreden, dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen worden beperkt, zodat wordt voldaan aan de geldende wet -en regelgeving. Geconcludeerd kan worden dat er geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is.

vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

49

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. Toepassing plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 139 woningen. De locatie heeft in de huidige situatie een gemengde bestemming.

Ingevolge het vigerend bestemmingsplan zijn onder de noemer 'woondoeleinden' de volgende functies toegestaan: wonen, inclusief praktijkruimten, kantoren, bedrijven, niet zijnde detailhandel en aanverwante dienstverlening, en daarbij behorende herstellings- en/of productieruimte, uitsluitend voor zover deze voorkomen in de categorieën 1 en 2 van de staat van bedrijfsactiviteiten en daarmee qua milieubelasting gelijk te stellen bedrijven, showrooms, openbare en bijzondere gebouwen en horeca. De oostelijke helft van het plangebied is tevens bestemd voor industriedoeleinden, meer specifiek bedrijven, niet zijnde detailhandel en aanverwante dienstverlening, en daarbij behorende herstellings- en/of productieruimte, uitsluitend voor zover deze voorkomen in de categorie 1 tot en met 3 van de staat van bedrijfsactiviteiten en daarmee qua milieubelasting gelijk te stellen bedrijven. In de omgeving van het plangebied komen naast de functie wonen (zowel grondgebonden, als gestapeld), ook niet-woonfuncties voor, binnen de bestemmingen 'Maatschappelijk', 'Sport', en diverse varianten van 'Gemengd'. Voorts is het plangebied gelegen nabij de Tilburgseweg, onderdeel van de hoofdinfrastructuur van Eindhoven. Het omringende gebied is derhalve te typeren als 'gemengd gebied', zodat richtafstanden met één stap kunnen worden verlaagd.

De richtafstanden gelden volgens de VNG-brochure tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is. Direct ten westen van het plangebied aan de Elburglaan 51, is de kerk van de Vergadering van Gelovigen Eindhoven 'De Bron' gelegen. Deze valt op basis van de VNG-brochure onder de categorie 'kerkgebouwen e.d.' (SBI 9491). In voornoemd kerkgebouw is tevens kinderdagverblijf 'De Groene Boomhut' gevestigd, welke op basis van voornoemde brochure onder de categorie 'kinderopvang' (SBI 853) valt. Voor beide inrichtingen geldt de milieucategorie 2, met een richtafstand van 30 meter voor geluid, hetgeen in de huidige situatie neerkomt op een afstand van 10 meter. De afstand van de beoogde woningen tot het bestemmingsvlak van de kerk bedraagt meer dan 10 meter. Ten zuidwesten van het plangebied op circa 15 meter van de plangrens, is het Urban Sportpark Eindhoven gelegen (Elburglaan 53) gelegen. Deze inrichting is te categoriseren als 'veldsportcomplex (met verlichting)' (SBI 931 G). Hiervoor geldt de milieucategorie 3.1, met een maximale richtafstand van 50 meter voor geluid, die in dit geval is verminderd naar 30 meter. 50

vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

Tussen het sportpark en de dichtstbij geprojecteerde woningen zijn parkeerplaatsen en verblijfsruimte in de vorm van groen en paden geprojecteerd, waardoor ruim wordt voldaan aan voornoemde richtafstand. De dichtstbijzijnde woning is gelegen op circa 55 meter. Ten oosten van het plangebied, aan de Kathodelaan, vanaf circa 35 meter van de plangrens, ligt een complex met een gemengde bestemming, bestaande uit de functies: detailhandel, buurthuis, kinderopvang, horeca van categorie 1a (cafetaria, snackbar, automatiek, lunchroom, ijssalon, kiosk, pannenkoekenhuis, shoarmazaak, poffertjeszaak, crêperie) en 2b (tearoom, koffiehuis), kantoor, dienstverlening en wonen. De grootste richtafstand bedraagt 30 meter, hetgeen in de huidige situatie neerkomt op een afstand van 10 meter. Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Aan de richtafstanden kan worden voldaan, waardoor enerzijds sprake is van een goed woon- en leefklimaat, en anderzijds worden niet-woonfuncties niet in de bedrijfsvoering belemmerd.

4.3

Geluid

4.3.1

Wettelijk kader

De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximumhoogte, mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtsmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in realisatie van 139 wooneenheden. Deze zijn geluidsgevoelig in de zin van de Wgh.

4.3.2

Wegverkeerslawaai

Het plan is gelegen binnen de zone van de Tilburgseweg. In het kader van "Duurzaam Veilig" hebben de overige wegen in de nabijheid van het plangebied een maximumsnelheidsregime van 30 km/uur gekregen. Deze wegen en woonerven hebben volgens de Wet geluidhinder geen zone, zodat hiervoor geen hogere waarden kunnen worden aangevraagd of verleend. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient echter wel te worden beoordeeld of de geluidbelasting op de gevels van de nieuw te bouwen woningen nabij wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur voldoet aan de voorkeursgrenswaarden van 48 dB. Op basis van het voorgaande is voor zowel de zoneplichtige weg als voor de genoemde 30-km/uurwegen getoetst of de geluidsbelasting van de nieuw te bouwen woningen voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. De resultaten van dit onderzoek zijn gerapporteerd en als bijlage aan deze toelichting gehecht. De voornaamste bevindingen en conclusies zijn hieronder weergegeven. vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

51

Voor wegverkeerslawaai bedraagt de voorkeursgrenswaarde 48 dB. Is de geluidbelasting lager dan 48 dB dan legt de Wet geluidhinder geen restricties op aan het onderhavige plan. Wordt deze voorkeursgrenswaarde overschreden dan kan door de gemeente een hogere waarde worden vastgesteld. Indien de geluidbelasting lager is dan de maximale ontheffingswaarde, kan de gemeente ontheffing verlenen indien maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB onvoldoende doeltreffend zijn dan wel op overwegende bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. De locatie in onderhavig onderzoek is gelegen in binnenstedelijk gebied. De maximale ontheffingswaarde bedraagt derhalve 63 dB. Uit de berekeningen blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de Tilburgseweg en de overige wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkel toetspunt op de gevels van de nieuwe woningen overschrijdt. Derhalve is er op basis van onderhavige situatie geen sprake van een procedure hogere waarde ten gevolge van wegverkeerslawaai.

4.3.3

Railverkeerslawaai

Het plangebied ligt op ongeveer 770 meter van de spoorlijn. Het plangebied is dan ook niet gelegen binnen de zone van de spoorlijn. Het aspect railverkeerslawaai is dan ook niet aan de orde bij dit bestemmingsplan. 4.3.4

Industrielawaai

Het plan ligt niet in de zone van een industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder, waarop de vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers is toegestaan. Het aspect industrielawaai is dan ook niet aan de orde bij dit bestemmingsplan. 4.3.5

Luchtvaartlawaai

Het plangebied ligt op hemelsbreed circa 3,5 kilometer van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militair vliegveld met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). Vanaf 1 november 2009 geldt de Wet luchtvaart. Deze wet omvat een nieuw stelsel van besluitvorming en normen voor alle luchthavens, met uitzondering van Schiphol. Conform de systematiek van deze wet is voor luchthaven Eindhoven één luchthavenbesluit vastgesteld met een militaire geluidsruimte voor militair vliegverkeer en een burgergeluidsruimte voor het commercieel burgermedegebruik. Het luchthavenbesluit is op 26 september 2014 vastgesteld. Met dit besluit is de 35Ke-geluidszone rond de luchthaven vastgelegd als grens van de geluidsbelasting van het gezamenlijke militaire en civiele vliegverkeer. Het plangebied ligt niet binnen deze vastgestelde geluidszone (35Ke-contouren). Deze geluidszone werkt daarom niet belemmerend voor dit plangebied.

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Wettelijk kader

Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt 52

vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex. 4.4.2

Besluit niet in betekenende mate bijdragen

In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor: woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg; woningbouwlocaties die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 1 ontsluitingsweg en kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen. Samengevat Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer.

Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL.

4.4.3

Besluit gevoelige bestemmingen

Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als een 'gevoelige bestemmingen' wordt mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als 'gevoelige bestemming': scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien.

In aanvulling op het Besluit gevoelige bestemmingen is er een Brabantse “Handreiking gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit” opgesteld (maar in Eindhoven (nog) niet vastgesteld). Deze Handreiking heeft als uitgangspunt geheel nieuwe bestemmingen voor kinderen en ouderen (conform de AmvB gevoelige bestemmingen) niet te situeren binnen 50 meter van de vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

53

wegrand van drukke gemeentelijke wegen (als eerstelijns bebouwing) of binnen 300 meter van snelwegen, ongeacht de berekende concentraties. 4.4.4

Goede ruimtelijke ordening

Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden. 4.4.5

Planbeschrijving en toetsing

Het planvoornemen ziet op de realisatie van maximaal 139 woningen. Het aantal te realiseren woningen ligt ver beneden de drempelwaarde 1.500 woningen in de situatie met één ontsluitingsweg. Dit project zal dan ook een 'niet in betekenende mate bijdrage' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Het project mag dan ook zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Aangezien woningen in de zin van het Besluit gevoelige bestemmingen niet als een gevoelige bestemming worden gezien, hoeft niet aan dit besluit getoetst te worden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied bepaald met de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Met behulp van de monitoringstool kan inzicht worden gekregen in de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wet milieubeheer. Uit de Monitoringstool volgt dat ter plaatse van de Tilburgseweg (dichtstbijzijnde locatie nabij het plangebied, met meer verkeersstromen dan ter hoogte van het plangebied) zowel in de huidige situatie als voor 2020 en 2030 de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 ruimschoots onder de grenswaarden van 40 microgram per kubieke meter lucht liggen.

Het aantal dagen per jaar dat de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 groter is dan 50 microgram per kubieke meter lucht ligt eveneens onder de grenswaarde van 35 dagen per jaar. Ten slotte wordt ook de grenswaarde van 25 microgram per kubieke meter lucht als jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 niet overschreden. Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan ten aanzien van luchtkwaliteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit plan.

54

vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen (inrichtingen, transportroutes en buisleidingen). Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Hierbij wordt ook een beschrijving gegeven van het wettelijk kader op gebied van externe veiligheid. 4.5.1

Wettelijk kader

Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt; april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2011). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen het Plaatsgebonden risico en het Groepsrisico. Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'; Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht.

vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

55

Uitsnede risicokaart

Het plangebied Aan de hand van de Risicokaart is bekeken of binnen of in de nabijheid van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn. Hieruit blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen of buisleidingen in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn. Het plangebied ligt ook niet binnen het plasbrandaandachtsgebied, de plaatsgebonden risicocontour, of het invloedsgebied van wegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Een verdere verantwoording van het groepsrisico is dan ook niet aan de orde. 4.5.2

Gemeentelijk beleid: Visie Externe Veiligheid

De gemeente Eindhoven heeft de visie Externe Veiligheid: 'Risico's de maat genomen' opgesteld. De gemeenteraad heeft de visie op 19 mei 2009 vastgesteld waardoor het een kaderstellend beleidsstuk is geworden. Dit betekent dat lokale ruimtelijke besluiten en milieubeheervergunningen vanuit de visie kunnen worden gemotiveerd. Met de visie Externe Veiligheid wordt richting en uitwerking gegeven aan een verantwoorde veilige, integrale invulling van duurzame ruimtelijke ontwikkeling passend binnen de Brainportontwikkelingen en het Programma Brabant veiliger. In de visie wordt aangegeven waar ruimte bestaat voor nieuwe risicovolle bedrijvigheid en onder welke veiligheidsverhogende condities dat mogelijk is. Tevens wordt aangegeven waar in de stad geïnvesteerd dient te worden in een beter niveau van beheersbaarheid. Tot slot wordt beschreven waar de veiligheid in de bestaande woonomgeving door het 'aanpakken' van bestaande knelpunten kan worden verbeterd. In de Visie Externe Veiligheid is Halve Maan aangewezen als woonwijk waar geen risicovolle activiteiten plaatsvinden.

56

vastgesteld III Halve Maan 2013 (Koenraadlaan-Lochemstraat) Gemeente Eindhoven

4.5.3

Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.6

Duurzaamheid

De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Onderstaande tekst legt concreet uit wat we als stad willen en waar dat op gebaseerd is. 1. CO2 reductie Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. In januari 2017 heeft de gemeenteraad in het Klimaatplan 2016-2020 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt.

1A) Aardgasloze verwarming Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk. We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. Per 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Te bouwen bouwwerken (in gewone taal: nieuwbouw) voor kleinverbruikers – woningen, winkels, kantoren – mogen niet langer worden aangesloten op aardgasnetten. Daarnaast streeft de gemeente er nadrukkelijk naar te voorkomen dat ALLE nieuwe ontwikkelingen nog op aardgas worden aangesloten. In het Klimaatplan 2016-2020 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en ook daar waar het nog niet wettelijk is bepaald nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11743952/1