CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Bestemmingsplan I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan)

Raadsvergadering 12 maart 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan ‘I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan)’28.804 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Vastgesteld bestemmingsplan

I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan)

Februari 2024

I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan)

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Het plangebied

7

1.3

Voorgaande plannen

8

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied

11

2.1

Historisch perspectief

11

2.2

De buurten

11

2.3

Huidige stedenbouwkundige structuur

11

2.4

Het plan

12

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader

13

3.1

Inleiding

13

3.2

Rijksbeleid

13

3.3

Provinciaal beleid

21

3.4

Gemeentelijk beleid

25

3.5

Volkshuisvesting

28

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

28

3.7

Verkeer en parkeren

31

3.8

Groen

34

3.9

Kabels, leidingen en straalpaden

38

Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf

39

4.1

Milieueffecten

39

4.2

Bedrijven en milieuzonering

39

4.3

Geluid

40

4.4

Luchtkwaliteit

42

4.5

Externe veiligheid

43

4.6

Duurzaamheid

46

4.7

Bodem

49

4.8

Natuur

50

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf

55

5.1

Inleiding

55

5.2

Beleid

55

5.3

Eindhovense klimaattoets

59

5.4

Beschrijving watersysteem plangebied

62

5.5

Toekomstige situatie van het watersysteem

66

Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving

69

6.1

69

2

Algemeen

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

6.2

Planmethodiek

69

6.3

Verbeelding

69

6.4

Planregels

69

Hoofdstuk 7 Handhaving

73

Hoofdstuk 8 Financiële aspecten

75

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

77

9.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro

77

9.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

77

9.3

Inspraak

77

9.4

Zienswijzen

78

Bijlagen bij toelichting

79

Regels

81

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

83

Artikel 1

Begrippen

83

Artikel 2

Wijze van meten

91

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

93

Artikel 3

Groen

93

Artikel 4

Verkeer - Verblijfsgebied

95

Artikel 5

Wonen - Woonwagenstandplaats

97

Artikel 6

Waarde - Archeologie 2

99

Artikel 7

Waarde - Cultuurhistorie - 2

101

Hoofdstuk 3 Algemene regels

103

Artikel 8

Anti-dubbeltelregel

103

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

105

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

107

Artikel 11

Parkeren

109

Artikel 12

Parkeren bij wijziging gebruiksfunctie

111

Artikel 13

Voorwaardelijke verplichting waterberging

113

Artikel 14

Groenopgave

115

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

117

Artikel 15

Overgangsrecht

117

Artikel 16

Slotregel

119

Bijlagen bij de regels

121

Bijlage 1

122

Lijst van bedrijfsactiviteiten bij wonen

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

3

4

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

Toelichting

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

5

6

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Het bestemmingsplan 'I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan)' bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend. Het voorliggend bestemmingsplan voorziet in de in- en uitbreiding van de bestaande woonwagenlocatie Castiliëlaan en voorziet in maximaal 9 extra woonwagenstandplaatsen.

1.2

Het plangebied

Het plangebied ligt aan de Castiliëlaan ten zuiden van de A50, in de wijk Blixembosch in Eindhoven. Ten westen en noorden van het plangebied ligt Buurtschap te Veld (in aanbouw). De gronden zijn kadastraal bekend als WSL01-W-7474. Het plangebied betreft uitsluitend de in- en uitbreidingslocatie, niet de bestaande locatie.

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

7

Af beelding: Luchtf oto plangebied huidige woonwagenlocatie (Bron luchtf oto www.ruimtelijkeplannen.nl)

Het woonwagenterrein wordt aan de noord- en zuidkant uitgebreid. Het plangebied betreft: maximaal 6 woonwagenstandplaatsen aan de noordzijde; 2 (losse) woonwagenstandplaatsen aan de zuidzijde en maximaal één woonwagenstandplaats door splitsing van een bestaande woonwagenstandplaats.

Uitsnede (ontwerp)verbeelding bestemmingsplan "I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan)"

Daarnaast voorziet het plangebied in een tweede ontsluiting(sweg), een groene omzoming en krijgt de Castiliëlaan na de bestaande ontsluiting(sweg) ook een groenbestemming.

1.3

Voorgaande plannen

Het bestemmingsplan "I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan)" vervangt deels het bestemmingsplan Blixembosch 2020, vastgesteld door de raad op 6 april 2021.

8

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

Uitsnede: De huidige locatie voor woonwagens in het bestemmingsplan 'Blixembosch 2020'

Het Paraplubestemmingsplan parkeren, kamerbewoning en woningsplitsing 2021, vastgesteld 24 mei 2022 wordt vervangen door dit bestemmingsplan. De regeling voor parkeren, kamerbewoning en woningsplitsing zijn opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Het Paraplubestemmingsplan waterberging, vastgesteld op 24 november 2020, wordt vervangen door dit bestemmingsplan. De regeling voor waterberging is opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

9

10

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 2

2.1

Beschrijving plangebied

Historisch perspectief

In 1920 versmolt Woensel met nog vijf andere dorpen tot de stad Eindhoven. In Woensel-Noord is eind jaren '50, begin jaren '60 een zeer groot aantal onbebouwde terreinen gelegen met een zodanige oppervlakte dat hier nieuwe woonwijken met de daarbij behorende voorzieningen tot stand moeten komen die het gezicht van het "nieuwe Eindhoven" moeten gaan vormen. Na het bouwen van 'parochies' ten tijde van de woningnood, werd eind jaren '70 het gebied Achtse Barrier ontwikkeld, gevolgd door Acht en Blixembosch. De stadsbuurt Blixembosch is gebouwd op voormalige akkergronden en bestaat na gefaseerde nieuwbouwplannen van de gemeente Eindhoven uit verschillende buurten. De wijk Aanschot dankt zijn naam aan het oude gehucht Aanschot. Dat was vroeger grondgebied van de gemeente Son. Aan de gelijknamige weg door Blixembosch liggen nog enkele boerderijen. De naam Blixembosch is al in 1390 vermeld. Hier lagen voorheen een boerderij en zandweggetje "Bliksembos". Toen de buurt gebouwd werd, koos men voor de chique spelling. Ten noorden van het gebied Blixembos aan de Castiliëlaan is de woonwagenlocatie te vinden. Op dit moment bevinden zich hier 15 woonwagens.

2.2

De buurten

2.2.1

Castiliëlaan

In het gebied liggen diverse instellingen voor speciaal onderwijs en het revalidatiecentrum Blixembosch. De hele buurt wordt via de gelijknamige Castiliëlaan ontsloten. De bebouwing bestaat vooral uit grote complexen met daarbij behorende parkeerplaatsen. Uitzondering hierop vormen de gebouwen aan de oostzijde van Castiliëlaan. Deze bestaan uit geclusterde wooneenheden. De gebouwen liggen in een ruim opgezette parkachtige omgeving. Tussen de gebouwen door liggen voornamelijk wegen en paden ten behoeve van langzaam verkeer.

2.3

Huidige stedenbouwkundige structuur

Opbouw Ten noordwesten van de woonwijken Blixembosch-West en -Oost bevindt zich de buurt Castiliëlaan. Een groot deel van de buurt bestaat uit gebouwen van het orthopedagogisch centrum St. Marie (Kentalis). Tevens ligt hier een aantal schoolgebouwen, het revalidatiecentrum Blixembosch en een woonwagenlocatie. Deze buurt wordt door het beekdal van de Groote Beek afgescheiden van het andere deelgebied van het dit bestemmingsplan. Groen en water In de buurten zelf zijn op diverse plaatsen groenelementen te vinden. Deze zijn ingericht als speelveldjes of kennen een meer parkachtige invulling. In Blixembosch-Oost bevindt zich nog een aantal waterpartijen dat met name de centrale as van Blixembosch-Oost vormgeeft. Het water loopt door tot aan de Groote Beek. Verkeer Aan het eind van de Castiliëlaan ligt een bestaande woonwagenlocatie voor maximaal 15 woonwagens. De huidige woonbestemming ligt in twee rijen rondom een doodlopende straat, waarbij de middenberm tevens kan wordt gebruikt voor parkeren. vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

11

2.4

Het plan

Het is gewenst om de bestaande capacitieit op woonwagenlocaties uit te breiden. Op deze manier ontstaat ruimte om een woonwagenstandplaats te verkrijgen. Op dit moment is sprake van een bestaand woonwagenterrein met plaats voor maximaal 15 woonwagenstandplaatsen. Het bestaande woonwagenterrein wordt aan de noord- en zuidkant uitgebreid: 6 woonwagenstandplaatsen aan de noordzijde; 2 nieuwe woonwagenstandplaatsen aan de zuidzijde en 1 woonwagenstandplaats door splitsing van een bestaande standplaats. Deze ligt ook aan de noordzijde van het bestaande woonwagenterrein. Daarnaast zal er aan de noordkant van het plangebied een nieuwe (tweede) ontsluiting worden aangelegd, ter hoogte van de maximaal 6 nieuwe woonwagenstandplaatsen.

Situatietekening met in rode blokken de locaties voor nieuwe woonwagen standplaatsen.

12

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 3 beleidskader

3.1

Uitgangspunten, randvoorwaarden en

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.

Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land.Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk. In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieu's, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor. Realisatie

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

13

Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke aanpak, waarmee investeringen en ander rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt. De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: 1. Kaders (gebiedsgerichte op thematische uitwerkingen van SVIR, relevante wetgeving); 2. Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); 3. Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfond, Deltafonds); 4. Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkeling, verspreiden van 'best practices'). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig). 1.

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. 2. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijk ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke ordening belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (Watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. Ladder van duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Daarin staat: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Uit vaste rechtspraak blijkt dat een ontwikkeling, ook een uitbreiding van een stedelijke ontwikkeling (o.a. ECLILNL:RVS:2014:570) voldoende substantieel moet zijn om als 'stedelijke ontwikkeling' te kunnen worden aangemerkt. Voor woningbouw geldt dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 nieuwe woningen, de ontwikkeling niet als een stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt (o.a. ECLI:NL:RVS:2017:1724). . Dit bestemmingsplan maakt 9 nieuwe woonwagen(woning)standplaatsen mogelijk. In dit geval is dus geen sprake van een "stedelijk ontwikkeling" als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro. Desondanks is de behoefte wel onderzocht. Uit het woonbehoefteonderzoek blijkt dat behoefte is aan extra standplaatsen (zie par.3.5 Volkshuisvesting).

14

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

3.2.2

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransititie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. De NOVI is op 9 september 2020 vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. Dit bestemmingsplan maakt negen nieuwe woonwagenstandplaatsen mogelijk. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. 3.2.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal NatuurNetwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen (zie ook paragraaf 3.3.3) waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd. 3.2.4

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening

In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Voor onderhavig gebied zijn de geluidszone en het obstakelbeheergebied behorende bij het luchtvaartterrein relevant. Deze gebieden zijn op onderstaande kaart aangegeven. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op geluid en in paragraaf 3.2.5 op de beperkingengebieden. Onderstaande kaart behoort bij de Rarro.

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

15

kaart militair luchtvaartterrein – Vliegbasis Eindhoven (bijlage 3.4 Rarro) Bron: http://wetten.overheid.nl

3.2.5

Luchthavenbesluit

In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld. Dit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit is het luchthavengebied, de gebruiksmogelijkheden en het beperkingengebied vastgelegd. Voor het bestemmingsplan is vooral het beperkingengebied van belang. Het beperkingengebied bestaat uit: 1. de geluidszone: dit is de weergave van de geluidsbelasting van het gezamenlijke luchtverkeer (hier wordt in paragraaf 4.2.5 op ingegaan). Binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. 2. de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. 3. het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. 16

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

Hieronder wordt nader ingegaan op het obstakelbeheergebied en het vogelbeheersgebied.

Kaart beperkingengebied

De obstakelbeheergebieden Met de obstakelbeheergebieden wordt geregeld tot welke hoogte gebouwen en bouwwerken gebouwd mogen worden. Dit is om gevaar voor het vliegverkeer op en rondom de luchthaven te voorkomen. De toegestane hoogten worden bepaald door de vliegfunnel, de IHCS en de ILS. Vliegfunnel De vliegfunnel wordt bepaald door de start- en landingsbaan en het verlengde daarvan. Hier gelden beperkingen ten aanzien van het oprichten van obstakels. Deze beperking loopt op van 20 tot 170 meter boven NAP. Het plangebied is buiten deze funnel geprojecteerd en maakt een beperkte bouwhoogte mogelijk. De funnel vormt daarom geen belemmering voor deze ontwikkeling. IHCS Het IHCS (Inner Horizontal and Conical Surface) is bedoeld om vliegtuigen die in het circuit vliegen (circuitverkeer), voorafgaand aan de landing, te beschermen tegen hoge objecten. Het betreft een zone van 4 km rond de landingsbaan waar maximaal 45 meter hoog mag worden gebouwd. Buiten deze zone gaat de maximaal toegestane bouwhoogte geleidelijk omhoog.

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

17

Kaart obstakelbeheergebieden voor de vliegfunnel en IHCS

De bouwplannen binnen voorliggend bestemmingsplan staan een beperkte bouwhoogte toe voor hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De maximaal toegestane bouwhoogte binnen het obstakelbeheersgebied wordt niet overschreden. ILS Daarnaast beschikt de Luchthaven over een Instrument Landing System (ILS). Dit wordt gebruikt om een landing in verminderde weersomstandigheden mogelijk te maken. Voor een goed functioneren van het ILS geldt dat een gebied rondom de start- en landingsbaan geen verstoring mag opleveren. Daarom gelden ook in dit gebied beperkingen ten aanzien van de bouwhoogten van gebouwen en bouwwerken (zie onderstaande afbeelding).

Kaart ILS-verstoringsgebied

Het plangebied is buiten deze ILS geprojecteerd en maakt een beperkte bouwhoogte mogelijk. Het vormt daarom geen belemmering voor deze ontwikkeling. Het vogelbeheersgebied Binnen het vogelbeheersgebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels 18

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

aantrekt. In beginsel is een grondgebruik of bestemming binnen de volgende categorieën niet toegestaan: oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare; natuurbeschermingsgebieden en vogelbeschermingsgebieden; vishouderijen met extramurale bassins; extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal; afvalwaterzuiveringsinstallaties. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hier niet in.

Kaart Vogelbeheersgebied

3.2.6

Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel

Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met een baken van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel. Baken luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven is een baken (zie figuur 3.1) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. De toetsingsgebieden liggen voor VDF geheel over het plangebied, maar hebben gezien de maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties.

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

19

Figuur 3.1. Afbeelding hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF.

Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatie-apparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Onderhavig plangebied ligt niet binnen dit radarverstoringsgebied.

Uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen- arcering= radarverstoringsgebied van 20

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

vliegbasis Volkel.

3.2.7

Outer-horizontal

Met de “outer-horizontal” moet rekening worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hoge objecten door de “outer-horizontal” kunnen leiden tot aanpassing van de vliegprocedures wat het, bijvoorbeeld, minder goed mogelijk maakt om het vliegverkeer van- en naar Eindhoven te spreiden. Deze “outer-horizontal” heeft een radius van 15 km rondom het midden van de start- en landingsbaan en ligt op een hoogte van 150 meter boven maaiveld (gerelateerd aan de baan). Objecten hoger dan 150 meter zijn toelaatbaar indien aangetoond is dat deze geen impact hebben op het vliegverkeer. Deze ontwikkeling kent slechts een beperkte bouwhoogte. 3.2.8

Conclusie plangebied Castiliëlaan

Dit bestemmingsplan maakt 9 nieuwe woonwagenstandplaatsen mogelijk. De maximaal toelaatbare bouwhoogte voor gebouwen is <7 meter. De locatie vormt geen belemmering voor de geluidszone en het obstakelbeheergebied behorende bij het luchtvaartterrein. Evenmin is sprake van een belemmering van het baken van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel of de 'outer horizontal' voor het vliegverkeer bij Eindhoven.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie

De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. 3.3.2

Structuurvisie

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking. Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren. vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

21

Deel B De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn: 1. de groenblauwe structuur De groenblauwe structuur bestaat uit bestaande natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden is hier belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust watersysteem. Dit is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering. 2. het landelijk gebied Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie streeft hier naar een multifunctionele gebruiksruimte, met behoud van agrarische productieruimte in die delen van het landelijk gebied waar de landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen. 3. de stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen.

De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen. 4. de infrastructuur Het infrastructuurnetwerk bestaat uit een fijnmazig en samenhangend netwerk van wegen, spoorlijnen, vaarwegen, luchthavens en buisleidingen. De Brabantse infrastructuur maakt deel uit van het internationale netwerk van infrastructuur in noordwest Europa. De provincie kiest hier voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische clusters van Noord-Brabant. Voor het personenvervoer zijn het hoofdwegennet en het OV-netwerk 22

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

BrabantStad de dragers. Het goederenvervoer wordt zoveel mogelijk via de te ontwikkelen Goederenruit (spoor en waterwegen) geleid. Zo wordt ruimte gemaakt voor het versterken van de (inter)nationale ontsluiting (weg, water, spoor en lucht) van de Brabantse steden. Uitwerking structuurvisie De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft haar visie op het landschap vorm in de zogenaamde 'gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Er zijn ook deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Zo is voor het gebied ten oosten van Eindhoven de deelstructuurvisie Brainport Oost opgesteld. Deze bevat keuzes voor wonen, werken en bereikbaarheid ten oosten van Eindhoven. Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking.

Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden. Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant. 3.3.3

Interim omgevingsverordening

De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019. Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening (hierna: IOV) is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving). Deze IOV voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen. In de IOV staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen.

Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de IOV voor de volgende thema’s rechtsreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Op de 'Kaart 3: Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed' is te zien dat vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

23

de projectlocatie is aangeduid als 'concentratiegebied - stedelijk gebied'. Het stedelijk gebied is primair aangewezen om stedelijke functies zoals wonen, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen op te vangen. In de IOV zijn hier regels aan gekoppeld. Bij nieuwe ontwikkelingen moet hieraan getoetst worden. Dat is bij dit plan niet aan de orde. De huidige functies binnen de projectlocatie passen binnen de op basis van de verordening toegestane functies binnen stedelijk gebied.

Kaart 3 Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed

Het plangebied ligt in het werkingsgebied 'Stedelijk gebied' (Concentratiegebied). Het bestemmingsplan maakt in- en uitbreiding van nieuwe woonwagen(woning)standplaatsen mogelijk. Dit past binnen het stedelijk gebied. 3.3.4

(Ontwerp) Omgevingsverordening Noord-Brabant

De provincie heeft als eerste stap een IOV vastgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet (verwachting: 1 januari 2024) treedt ook de Omgevingsverordening in werking. In de Omgevingsverordening worden, in tegenstelling tot de IOV, ook enkele beleidswijzigingen verwerkt. De huidige regels in de IOV zijn gehanteerd als uitgangspunt. De belangrijkste wijzigingen zijn: Aansluiting is gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen. De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wav-kaarten) is vervallen. De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen. Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels. Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing. 24

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

Gedeputeerde Staten hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze verordening treedt pas in werking na in werking treding van de Omgevingswet. Het toevoegen van nieuwe woonwagenstandplaatsen past eveneens in de (ontwerp) Omgevingsverordening.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Eindhoven

Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant' (versie 1.0), die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Deze omgevingsvisie (versie 1.0) is gebaseerd op het bestaand beleid. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie versie 2.0 wordt de interim structuurvisie wel ingetrokken.

Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden. Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities.

Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

25

De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra. Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod.

Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven. Plangebied Het bestemmingsplan is in lijn met de uitgangspunten van de omgevingsvisie.

Voorliggend plan omvat de realisatie van 9 woonwagenstandplaatsen en is daarmee passend binnen het in de interimstructuurvisie aangewezen ruimtegebruik ten behoeve van wonen. 3.4.2

Interimstructuurvisie 2009

In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit. Het bestemmingsplangebied ligt in een transformatiegebied (gearceerd gebied) Voor beschrijving van de voorgenomen ontwikkeling; p. 35 van de Interimstructuurvisie); 3.4.2.1 Ruimtelijke hoofdstructuur De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de ontwikkelingen ten opzichte van de ruimtelijke hoofdstructuur. Met andere woorden de kaart geeft de ontwikkelingen aan binnen de hoofdstructuur.

26

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

Figuur: Ruimtelijke hoofdstructuur Interimstructuurvisie Eindhoven

3.4.2.2 Gebruik van de ruimte De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik.

Figuur: Gebruik van de ruimte Interimstructuurvisie Eindhoven

Onderhavig plangebied is op de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie aangeduid als; Wonen vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

27

Deze gronden zijn voornamelijk bedoeld voor wonen, inclusief alle afgeleide wijk- en buurtgerichte functies op het gebied van (middelbaar-/ basis-)onderwijs, zorg, opvang, cultuur, religieuze voorzieningen, ontspanning en vrije tijd, groen (o.a. buurt- en wijkparken, sportfaciliteiten en –velden, buurtontmoetingsruimten), detailhandel en werken (woonwerkcombinaties en kleine bedrijven met milieucategorie 1, 2 en gedeeltelijk 3). Deze functies zijn noodzakelijk voor het functioneren van een gebied als woongebied. Zij vallen dus onder deze definitie en worden niet afzonderlijk in beeld gebracht, mede omdat hun ruimtebeslag relatief beperkt is. Onderwijs Deze gronden zijn bedoeld voor geclusterde onderwijs- en onderzoekfaciliteiten voor voortgezet (speciaal) onderwijs en op MBO, HBO en universitair niveau en daarbij horende voorzieningen als kleine aantallen studentenwoningen, ex-pat hotel, detailhandel, horeca, congresfaciliteiten en sportvoorzieningen.

3.5

Volkshuisvesting

3.5.1

Woonwagenbeleid en koploperlocaties

Op 11 april 2017 heeft de gemeenteraad de 'Herijking Woonwagenbeleid Gemeente Eindhoven' vastgesteld. Dat beleid gaat uit van een vast aantal standplaatsen en woonwagenlocaties. Er is geen specifieke koppeling gemaakt tussen woningaanbod en woonbehoefte van woonwagenbewoners. In september 2020 is een behoefteonderzoek uitgevoerd onder de Eindhovense woonwagenbewoners. Uit dit onderzoek blijkt dat er in de afgelopen 25 jaar weinig standplaatsen zijn gerealiseerd en onvoldoende woonvoorzieningen beschikbaar zijn om aan de vraag te voldoen. Dit betekent dat het woonwagenbeleid, met daarin het aantal vastgestelde standplaatsen, niet langer toereikend was en moest worden geactualiseerd. Onderdeel van deze actualisatie was de keuze over te gaan tot uitbreiding van het aantal woonvoorzieningen en dit aantal in lijn te brengen met de specifieke woonbehoefte. De raad heeft daarom op 30 november 2021 besloten om het woonwagenbeleid te actualiseren en in te stemmen met de stapsgewijze uitrol van het beleid met differentiatie in de aangeboden woonvoorzieningen en verdere verdichting en uitbreiding van (bestaande) woonwagenlocaties. De woonwagenlocatie Castiliëlaan is aangewezen als een zogenoemde 'koploperlocatie'. Dit bestemmingsplan vormt het juridisch en planologisch kader om op de locatie Castiliëlaan 9 woonwagenstandplaatsen toe te voegen.

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1

Archeologie

Wettelijk en beleidsmatig karakter Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld wanneer andere belangen zwaarder wegen, dan moeten de waarden worden opgegraven en daarmee ex situ worden behouden. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente het bevoegd gezag op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen en het toekomstig omgevingsplan 28

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie. Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld. Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. De geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en – na inwerkingtreding van de Omgevingswet – het omgevingsplan. Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8).

Ter bescherming van de archeologische waarden worden deze (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Archeologisch kader De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het 'restveen' - blijken vaak een waardevol archeologisch gegevensbestand te bevatten. Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken.

Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn. Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale en regionale geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger. Plangebied Het plangebied ligt ten noorden van de Castiliëlaan. Het plangebied heeft op de 21 juni 2022 vastgestelde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart 2022 (Berkvens en Arts 2022) een archeologische waarde (categorie 2), vanwege de ligging in het buurtschap Ter b. Het plangebied is groter dan de vrijstellingsgrens.

Dat betekent dat het nodig was hier archeologisch onderzoek uit te voeren voorafgaand aan de ontwikkeling. vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

29

Het plangebied op de archeologische verwachtingen- waarden kaart van de gemeente Eindhoven (Berkvens en Arts 2022)

Archeologisch onderzoek: Het plangebied maakt onderdeel uit van het grotere plangebied Castiliëlaan, Buurtschap te Veld, waarin sinds 2022 een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd. In dat kader zijn op 24 april 2023 in het plangebied door archeologisch onderzoeksbureau BAAC drie kleine proefsleuven aangelegd. Tijdens het onderzoek is gebleken dat in het plangebied (Te Veld) geen archeologische sporen of vondsten aangetroffen/ geen archeologische waarden zijn aangetroffen (bijlage 1). In het plangebied was een dikke ophogingslaag aanwezig (ca. 1,5 á 2 m). De resultaten van het onderzoek zijn gerapporteerd met de archeologische begeleiding Castiliëlaan Te Veld. Het plangebied wordt formeel vrijgegeven. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling (in- en uitbreiding). 3.6.2

Cultuurhistorie

Op 29 november 2022 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven geactualiseerd. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart bestaat uit twee deelwaardenkaarten, te weten de waardenkaart historisch cultuurlandschap en de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart. Op de waardenkaart historisch cultuurlandschap zijn aangegeven en gewaardeerd de historische landschappelijke gebieden (incl. historische nederzettingslocaties) en elementen (landschapselementen infrastructuur, waterstaat, opgaand groen, religie en funerair erfgoed en reliëf), die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven Op de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed zijn aangegeven de beschermde rijksen gemeentelijke monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke archeologische monumenten, cultuurhistorisch waardevolle objecten, historisch waardevolle 30

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

kunstwerken, historische wegen en waterlopen, historisch-stedenbouwkundige structuren en waardevol aangelegd groen en bomen, die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven. Plangebied Voorliggend plangebied is op de gemeentelijke cultuurhistorische waarenkaart niet gekenmerkt als gebied met bijzondere waarden. Ten zuiden van het plangebied ligt een historisch landschap (Aanschot) wat geen nadelige effecten ervaart door de ontwikkeling van voorliggend plan.

Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart Historische Stedenbouw en gebouwd erfgoed 2022

Het gebied is ook niet gelegen in het in de provinciale Interim omgevingsverordening (IOV) aangewezen als 'Cultuurhistorisch waardevol gebied'. Het aspect cultuurhistorie levert dan ook geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.7

Verkeer en parkeren

De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld en recent geactualiseerd (Actualisatie Eindhoven op weg 2022). Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. Onderstaande zijn de essentiële elementen voor het gebied van dit bestemmingsplan beschreven: Autoverkeer De wegencategorisering is in Eindhoven op Weg geactualiseerd. Er is een nieuwe tussencategorie opgenomen ten opzichte van de vorige wegencategorisering: de zogenaamde 'wijk- en buurtontsluitingsweg'. De woonwagenlocatie wordt (aan 2 zijden) ontsloten via de vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

31

bestaande toegangsweg: de Castiliëlaan. De Castiliëlaan is een 30 km weg. Deze is geschikt voor de beperkte verkeerstoename als gevolg van de 9 extra standplaatsen. Over het terrein zelf wordt éénrichtingsverkeer ingesteld. Autoparkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een plan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 (verder: Nota) is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. We hebben te maken met een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk moeten we het centrum van Eindhoven goed bereikbaar houden. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het autoluwe centrum. Daarom streven we nu naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en we zetten zoveel mogelijk in op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer.

In de Nota is dat uitgewerkt in de zogenaamde verplichte "HOV-reductie" (minder parkeerplaatsen bij stations en Hoogwaardig openbaar vervoer-haltes) en het stimuleren van gebruik van deelauto's voor bewoners. Als tweede aanpassing willen we de bestaande (privé) parkeercapaciteit beter en efficiënter gaan benutten ten opzichte van realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein. De derde belangrijke aanpassing is dat ontwikkelaars een bijdrage in het mobiliteitsfonds moeten storten, bij gebruik van reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen. Met dat geld willen we onder andere de opbouw van een stadsbreed deelmobiliteit netwerk op weg helpen. In de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 hebben we eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd en gaan daar uitgebreider op toetsen en handhaven. Verder is van belang dat elk bestaand adres of een nieuw adres waar een omgevingsvergunning is afgegeven na 2016 in het POET-overzicht (parkeren op eigen terrein) komt. Adressen uit dit overzicht kunnen geen (nieuwe) parkeervergunning aanvragen en hebben geen recht op een bezoekersregeling binnen betaald parkeergebieden. Bestaande parkeervergunningen worden niet meer verlengd. Dat gaan we in een vroeg stadium communiceren met de nieuwe bewoners. Het plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in maximaal 9 extra woonwagen(woning)standplaatsen.

De locatie is op grond van de Nota gelegen in het 'Rest Gebied'. Aangesloten is bij de in de Nota opgenomen parkeernorm voor een "grondgebonden woning". Het nieuwe woonconcept gaat uit van een vloeroppervlakte van max. 90 m2. Uitgaande van de parkeernorm "Grondgebonden woning midden (60 tot 120 m2)" in Restgebied betreft de parkeerbehoefte voor deze planontwikkeling 13 parkeerplaatsen:

32

vastgesteld I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan) Gemeente Eindhoven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13832820/2