CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Bestemmingsplan Buitengebied (Eikenburg)

Raadsvergadering 23 januari 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: AFGEVOERD - Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied (Eikenburg)’32.122 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Neerslag die op een onverharde bodem valt infiltreert voor een (belangrijk) deel in de bodem en komt dan uiteindelijk in het grondwater of via ondergrondse afstroming in een oppervlaktewaterlichaam terecht. Ter plaatsen van verhard oppervlak zal de neerslag niet of nauwelijks in de bodem dringen. Als het verhard oppervlak niet is aangesloten op de riolering, stroomt vrijwel al het water direct af naar het oppervlaktewatersysteem. Dit betekent dat het oppervlaktewatersysteem bij een flinke regenbui een grote afvoerpiek moet kunnen opvangen en dat infiltratie in de bodem niet of slechts beperkt kan plaatsvinden. Bij het afkoppelen van verhard oppervlak zal de neerslag die valt op de verharding niet meer worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering maar rechtstreeks op de ontvangende waterloop worden geloosd. Ook dit zorgt voor een versnelde en/of extra afvoer richting het ontvangende oppervlaktewater. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet daarom zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. Dit houdt in dat de aanvrager/initiatiefnemer voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Hierbij wordt getoetst aan de trits “vasthouden-bergen-afvoeren”.

Wateroverlast door versneld afvoeren van verhard oppervlak moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit kan op twee manieren waarbij de voorkeur uitgaat naar zoveel mogelijk vasthouden aan de bron. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. Dit past het meest bij het principe hydrologisch neutraal ontwikkelen, zowel voor het ontvangend oppervlaktewatersysteem als het grondwatersysteem. Ingeval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening die het water tijdelijk bergt noodzakelijk. Het gaat hier dan om een voorziening die er voor zorgt dat water in ieder geval niet versneld wordt afgevoerd. 5.2.4

Gemeentelijk beleid

5.2.4.1 Gemeentelijk Rioleringsplan (2019-2022) Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) verantwoordt aan de inwoners van Eindhoven de ambities en bijbehorende maatregelen en middelen op watergebied. In het GRP 2019 - 2022 wordt aangegeven op welke wijze er omgegaan wordt met de zorgplichten rondom afval-, hemel- en grondwater. Hiervoor zijn in het plan activiteiten opgenomen enerzijds gericht op het beheer en onderhoud en anderzijds op het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit en het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel. vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

79

Speerpunt van het GRP is het inspelen op de klimaatverandering welke extreme regenbuien, langdurige droogteperiodes en hittestress met zich meebrengt. Hiervoor zijn uitgangspunten, richtlijnen en ontwerpnormen uit het klimaatplan 2016-2020 en de hierin benoemde beleidsregel ´Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen´ nader uitgewerkt. Concreet betekent dit dat voor het aspect water bij nieuwe ontwikkelingen tot max. 75 mm berging gerealiseerd dient te worden over het totaal verhard oppervlak binnen het plangebied. Daarbij kan de waterbergingseis gereduceerd of verhoogd worden naargelang de hoeveelheid groen of grijs binnen datzelfde plangebied. Dit om overlast van hittestress, verdroging en biodiversiteit te beperken. Om initiatiefnemers te ondersteunen heeft de gemeente een website ontwikkeld waar de benodigde waterberging kan worden berekend en voorbeelden zijn beschreven om invulling te geven aan de opgave.

5.2.5

Waterplan

Het Waterplan is een plan dat is opgesteld door de gemeente Eindhoven, Waterschap De Dommel, de provincie Noord-Brabant en het (drink)waterleidingbedrijf Brabant Water. Het plan omvat drie delen. Het "Visiedocument" (vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2004) geeft het gezamenlijke streefbeeld van de waterpartijen weer. De onderdelen "Taken en Bevoegdheden" en "Maatregelen" zijn achterhaald.

5.3

Eindhovense klimaattoets

Het klimaat verandert. Dat heeft gevolgen voor Eindhoven. We krijgen onder andere te maken met meer en hevigere buien, langere perioden van droogte en meer hitte(stress). Om in de toekomst prettig te wonen en te werken in onze groeiende stad, is het noodzakelijk nú maatregelen te nemen. Dit betekent dat we 'klimaatrobuust' te werk moeten gaan. 5.3.1

Klimaatadaptiebeleid

In samenwerking met Brabantse overheden en kennisinstellingen is een prototype klimaatadaptatie-toets ontwikkeld met richtlijnen en ontwerpnormen voor de (her)inrichting en ruimtelijke ontwikkeling van stedelijk gebied op straat- en wijkniveau. De toets omvat 3 hoofdregels en deze vormen de basis voor het Eindhovens klimaatadaptatie beleid: Zorg voor voldoende bergingsruimte om extreme buien tijdelijk op te vangen en vertraagd af te voeren. Infiltreer regenwater zoveel mogelijk en waar mogelijk op de plek waar het valt, en voorkom daarmee droogte. Zorg dat de straat niet onnodig opwarmt en voldoende plekken voor verkoeling heeft op het heetst van de dag. Voor de klimaatadaptatie normen en richtlijnen is een indeling gemaakt naar ruimtelijke ontwikkelingen op privaat terrein (circa 60% van het areaal) en op publiek terrein (circa 40% van het areaal). In de binnenstad ligt deze verhouding zelfs op 80-20%. Bovenstaand is vertaald in een waterbergingsnorm.

80

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

5.3.2

Waterbergingsnorm

5.3.2.1 Minimale en maximale ontwerpnormen waterberging openbaar terrein Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op openbaar terrein moet minimaal 20 mm en mag tot 60 mm van de waterbergingsopgave ingevuld worden via primaire waterberging. Voorbeelden zijn waterpleinen, wadi's, watergangen, waterbergende funderingen of bakken. Eventuele resterende mm's (tot 40mm) van de waterbergingsopgave dient secundair te worden ingevuld. Denk daarbij aan parken, plantsoen c.q. grasvelden, parkeerplaatsen en wegen. Dit is acceptabel zolang er geen schade wordt veroorzaakt en/of dit niet ten koste gaat van andere primaire functies zoals op routes van hulpdiensten, markt- of evenement locaties. Als de secundaire waterbergings-opgave niet mogelijk is binnen de grenzen van de ruimtelijke ontwikkeling dan dient de waterbergingsopgave alsnog als primaire waterberging te worden ingevuld. Of er dienen maatregelen te worden genomen om de secundaire waterberging naar nabijgelegen ruimte te verplaatsen als dat hydraulisch mogelijk is. Bij ontwikkelingen op privaat terrein ligt de verantwoordelijkheid voor het opvangen en verwerken van hemelwater in eerste instantie bij de eigenaar van het perceel waar de druppel valt. De landelijke voorkeursvolgorde '(her)gebruiken, vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren´ is van toepassing.

Een voorbeeld van hergebruiken is hemelwater als spoelwater voor toiletten en een voorbeeld van vasthouden is infiltratie van hemelwater in de bodem. Als hergebruik en vasthouden door lokale omstandigheden niet doelmatig is kan hemelwater worden geborgen en vertraagd worden afgevoerd. Dat is de waterbergingsopgave. Hiermee wordt het rioolstelsel bij piekbuien ontlast met als gevolg beperking van wateroverlast. Daarnaast wordt het oppervlaktewatersysteem gelijkmatiger belast. Als ondersteuning voor de berekening van de waterbergingsopgave op privaat terrein is een rekentool ontwikkeld, te vinden via de website rekentool.eindhovenduurzaam.nl/.

5.3.2.2 Ontwerpnorm waterberging privaat terrein De waterbergingsopgave geldt voor alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op privaat terrein in Eindhoven. In gebieden waar vanuit het verleden afspraken over waterberging zijn gemaakt, wordt in overleg bepaald of en hoe de waterbergingsopgave in de ontwikkeling wordt verhoogd. Klimaatverandering kan namelijk ook in deze gebieden aanvullende waterberging noodzakelijk maken en daarmee het risico op waterschade aan (nieuw)bouw verlagen. Indien nodig worden hierover maatwerkafspraken gemaakt. In het beleid 'Klimaatrobuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen' wordt onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen met 150 m² of meer verharding binnen het plangebied en kleinere ontwikkelingen tot 150 m² verharding binnen het plangebied. Voor de eerste groep geldt de eis tot 75 mm waterberging per m² verharding. Dit komt overeen met 75 liter waterberging per m² of voor een bouwplan met 400 m² verhard oppervlak 30 m³ (ofwel 30.000 liter) waterberging. Voor de tweede groep is de eis tot 25 mm. Dit komt overeen met 25 liter waterberging per m² of voor een woning met 100 m² verhard oppervlak 2,5 m³ (ofwel 2500 liter) waterberging. De ontwerpnormen ter voorkoming van wateroverlast betekenen voor particulieren, ontwikkelaars en de gemeente een opgave om klimaat adaptief te bouwen.

Vanaf 1 januari 2020 geldt voor particulieren en ontwikkelaars een wateropgave om bij ruimtelijke ontwikkelingen klimaat adaptief handelen. De datum van indiening van de omgevingsvergunning is leidend. De uitzonderingsregel is geregeld in artikel 32.2.2 van de regels.

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

81

5.3.2.3 Stimulans klimaatadaptatiebeleid De gemeente Eindhoven draagt met het klimaatbeleid ook bij aan het verbeteren van de kwaliteit van een gezonde leefomgeving en meer biodiversiteit door de voorkeur te geven aan vergroenen als klimaat adaptieve maatregel. Het beleid is zo opgesteld dat vergroening op privaat terrein bij nieuwbouw wordt gestimuleerd en beloond. Hoe groener een plangebied wordt ingericht hoe lager de waterbergingseis in mm wordt. Ook groene ontwikkelingen in groen arme buurten worden op deze manier gestimuleerd. De website geeft een overzicht van deze mogelijke beloningen via de 'rekentool'. De stimuleringsregeling waarbij méér groen een lagere waterbergingsopgave oplevert geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen op privaat terrein.

5.3.3

Toelichting rekentool

De gemeente Eindhoven maakt bij de beoordeling van de voor een nieuwe ontwikkeling in een plangebied voorgestelde maatregelen gebruik van een rekentool. Deze rekentool klimaatopgave, beschikbaar op rekentool.eindhovenduurzaam.nl, maakt het een ontwikkeling mogelijk interactief haar plangebied en de te nemen maatregelen te beschrijven en te controleren of aan de gemeentelijke eisen wat betreft waterberging en vergroening wordt voldaan. Bovendien kan een afschrift van de beschrijving van het plangebied en de keuze van de maatregelen met voorbeelden voor de verdere uitwerking gedownload worden om bijgevoegd te worden bij de eventuele watertoets of aanvraag van de omgevingsvergunning. De werking van de rekentool kan worden aangepast aan nieuwe inzichten en de uitkomst van de laatste versie van de tool is maatgevend.

5.3.3.1 Principewerking van de rekentool De rekentool klimaatopgave vraagt de klimaatrobuuste maatregelen te specificeren die zijn voorzien in het ontwerp binnen het plangebied en, waar nodig, hoe groot de oppervlakken zijn waar deze worden toegepast. Hieruit berekent de tool welk deel van het regenwater van een bui binnen het plangebied geborgen moet worden (de waterbergingsopgave, het grijze deel) en welk deel de klimaatrobuuste maatregelen zelf voor hun rekening nemen (het groene deel). Daarna kunnen nog extra maatregelen toegevoegd worden. Het doel is dat alle maatregelen bij elkaar de totale waterbergingsopgave (berging van al het water van een bui) van het plangebied voor hun rekening nemen. De specificatie van maatregelen en oppervlakken vindt interactief plaats: de tool laat direct het effect van deze specificaties zien op de daaruit afgeleide totale waterbergingsopgave; daarnaast laat de tool op een aantal manieren visueel zien wat de individuele groene en grijze bijdrage van een maatregel is. Vóór elke maatregel staat in de tool een i-symbool; door daarop te klikken wordt meer informatie over die maatregel gegeven zoals specifieke uitvoeringseisen en links naar achtergrondinformatie.

De tool doorloopt hierbij vier stappen: Wat zijn de kerngegevens van het project? Welke klimaatrobuuste maatregelen worden binnen het plangebied gerealiseerd? Hoe lost u de resterende waterbergingsopgave op? Download het resultaat. Als een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, voeg dit resultaat dan, inclusief uitwerking, bij die aanvraag.

82

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

5.4

Beschrijving watersysteem plangebied

5.4.1

Checklist watersysteem

Checklist Watersysteem A-w ateren binnen plangebied

Nee

B-w ateren binnen plangebied

Nee

Beschermde keurgebieden binnen plangebied?

Ja, zie voor beschrijving paragraaf 5.2.3.2

Binnen 25-100 jaarszone?

Ja, binnen 25-jaarszone, hiervoor gelden w ettelijke regels om vervuiling van het grondw ater te voorkomen.

Binnen boringsvrije zone?

Nee

Ecologische verbindingszone?

Nee

Binnen reserveringsgebied w aterberging

Nee

Attentiegebied NNB

Ja, zie paragraaf 3.3.2.

Rioolw atertransportleiding

Nee

Waterschap gemaal

Nee

Verdachte/verontreinigde locaties?

Zie paragraaf 4.6

Infiltratie praktisch mogelijk?

bij deellocatie A naar verw achting mogelijk bij deellocatie B in beginsel lastig

Uitw erkingsplicht / w ijzigingsbevoegdheid

Nee

Gebiedsspecifieke eigenschappen met betrekking tot water Oppervlaktewater Binnen het plangebied uitsluitend een kleine vijver aanwezig in de 'voortuin' van het voormalige kloostergebouw. In de directe omgeving is een meertje aanwezig (ten westen van het plangebied). Verharding Het plangebied is in de huidige situatie voor een groot gedeelte onverhard en bestaat grotendeels grasveld dan wel moestuin. Bodemopbouw Voor beschrijving van de geohydrologische situatie is gebruik gemaakt van het bijgevoegde verkennend bodem en doorlatendheidsonderzoek en gegevens van boringen opgenomen in DINOloket. Infiltratie van hemelwater ter plaatse van deellocatie A is naar verwachting mogelijk. Ter plaatse van deellocatie B is infiltratie van hemelwater in beginsel lastig. Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen.

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

83

Grondwater Tijdens het bemonsteren van de peilbuizen op 11 maart 2020 bleek dat de gemiddelde grondwaterstand zich bij deellocatie A bevond op 1,85 m-mv. Bij deellocatie B was die dag de grondwaterstand 1,15 m-mv.

5.5

Toekomstige situatie van het watersysteem

Voor dit planvoornemen is een aparte bijlage voor de hemelwaterberging opgesteld. Deze is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de belangrijkste resultaten. Per saldo neemt de hoeveelheid groen toe en neemt de hoeveelheid verharding en bebouwing af. Dat er toch een waterbergingsopgave nodig is, heeft te maken met het feit dat er diverse mutaties plaatsvinden in het plangebied. In totaal wordt in het ca.10 hectare grote plangebied op bijna 1,1 hectare iets gewijzigd of getransformeerd. Van die 1,1 hectare wordt circa 7.000 m² verhard en circa 4.000 m² vergroend. De nieuwe groen-grijs verhouding is 42%-58%. Dat resulteert in een resterende waterbergingsopgave van 269,4 m3. Na aftrek van compensatie voor nieuwe bomen (circa 175 stuks) resteert er nog een waterbergingsopgave van 190 m³. De waterbergingsopgave wordt als volgt gerealiseerd: Wadi en 2 patio's plan Pannenhoef/Leemerhoef

39 m³

4 poelen bij transformatielocaties

151 m³

Twee poelen krijgen een overstort op het regenwaterriool onder de parkeerplaats bij het hoofdgebouw. De andere twee poelen worden dusdanig geprofileerd, dat ze kunnen overstromen op de naastgelegen weide en tuinen, zonder overlast te genereren voor bebouwing. Het nieuw aan te leggen kwart van de Ring krijgt een tonrond profiel en watert af naar de grasbermen. De bermen liggen hol, waardoor het water langzaam kan infiltreren. In de directe nabijheid van dit deel van de Ring bevindt zich geen bebouwing waar overlast kan ontstaan. De gehele notitie m.b.t. de waterberging is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Bij de nadere uitwerking van de omgevingsvergunning wordt een watersysteemkaart gevoegd, waaruit de volledige (HWA en DWA) werking blijkt, zodat het systeem onderhouden kan worden en voldaan kan worden aan de instandhoudingsplicht.

Waterberging Bij het afkoppelen, en duurzame watersystemen in het algemeen, verdient de waterkwaliteit van het afstromende regenwater bijzondere aandacht. Sommige af te koppelen of nieuw aan te sluiten verharde oppervlakken kunnen de waterkwaliteit nadelig beïnvloeden (bv. olie van parkeerterreinen, en uitloogbare bouwmaterialen zoals zink, lood en koper verwerkt in daken). In het kader van duurzaamheid is het toepassen van uitloogbare materialen, zoals zink of lood, niet toegestaan. Conform de handreiking "afkoppelen & niet aankoppelen" dienen de verharde oppervlakken gekwalificeerd te worden

5.6

Advies / overleg Waterschap

In het kader van het vooroverleg is het bestemmingsplan toegestuurd aan Waterschap De Dommel. Het waterschap heeft xx brief gereageerd. Het waterschap heeft ingestemd met het plan, omdat het voldoet aan de waterbergingseisen van het waterschap en aan de Eindhovense klimaattoets. Dit is geborgd in de regels van dit bestemmingsplan

84

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

85

86

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 6

6.1

Juridische vormgeving

Algemeen

Het bestemmingsplan "Buitengebied (Eikenburg)" is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012. Waar dat noodzakelijk is wordt afgeweken van de standaard en is specifiek ingespeeld op de situatie binnen het onderhavige plangebied.

6.2

Planmethodiek

Er is, conform de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Al dan niet in combinatie met een nadere - eisen - regeling.

6.3

Verbeelding

Op de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. In verband met de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen. Dit heeft ermee te maken dat de manier van raadplegen anders is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.

6.4

Planregels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. Inleidende regels (Artikel 1 en 2) De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten. Dit is om te voorkomen dat er discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In "Artikel 1 Begrippen" wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als in de regels begrippen voorkomen die niet in dit artikel zijn opgenomen, dan geldt hiervoor de uitleg/interpretatie conform het normale taalgebruik. In "Artikel 2 Wijze van meten" zijn de te gebruiken meetmethodes opgenomen. De regels bij de bestemming wordt hierna afzonderlijk toegelicht. Bestemmingsregels Bestemming 'Gemengd' (Artikel 3) Deze bestemming is gelegd voor o.a. de volgende functies: wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden-beroep; short-stay; kamerverhuur; werken, waaronder in ieder geval begrepen: vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

87

1. ateliers; 2. tinker spaces; 3. ambachtelijke bedrijvigheid; publieksgerichte functies, waaronder in ieder geval begrepen: 1. maatschappelijke voorzieningen; 2. cultuur en ontspanning; 3. congressen; recreatieve voorzieningen; gebouwen ten behoeve van overnachtingsmogelijkheden (anders dan wonen) in relatie tot de maatschappelijke voorzieningen; een begraafplaats, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats'; de aan een landgoed eigen ontwikkeling, instandhouding en herstel van landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; moestuinen en dierenweides; Met deze functies is beoogd de bestaande bebouwing van een duurzame toekomst te kunnen voorzien voor de lange termijn. Tevens worden de beoogde nieuwe reguliere woningen ook mogelijk gemaakt binnen deze bestemming.

Bestemming 'Natuur - 1' Deze bestemming beperkt zich tot grond die ingevolge de provinciale Interim omgevingsverordening behoort tot de ruimtelijke werkingsgebied Natuur Netwerk Brabant (NNB). Deze gronden genieten een hoge mate van bescherming tegen ontwikkelingen die een inbreuk kunnen betekenen op de ecologische waarden en kwaliteiten ervan. Extensief medegebruik (bijvoorbeeld wandelen en fietsen) is een belangrijk functioneel onderdeel hiervan.

Bestemming 'Natuur - 2' De gronden die ingevolge de provinciale Interim omgevingsverordening (IOV) behoren tot het werkingsgebied Groenblauwe mantel zijn voorzien van deze bestemming.

Dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3 tot en met 6' Deze bestemingen gelden voor die delen in het plangebied, waar bij bepaalde ingrepen eerste een nader archeologisch onderzoek is vereist. Door middel van een dubbelbestemming wordt gezorgd dat de aanwezige waarden optimaal beschermd worden.

Dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 2' De gebieden en landschapselementen in het plangebied die cultuurhistorisch waardevol zijn, hebben de dubbelbestemming 'Waarde - cultuurhistorie - 2' gekregen. Op 29 november 2022 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven geactualiseerd. De overzichtskaart met cultuurhistorische waarden bestaat uit twee deelwaardenkaarten, te weten de waardenkaart historisch cultuurlandschap en de waardenkaart historische stedenbouw en gebouwd erfgoed. De genoemde dubbelbestemming 'Waarde- cultuurhistorie 2' is hierop gebaseerd. In dat verband wordt verwezen naar bijlage 2 'Cultuurhistorische onderbouwing' van de toelichting De regels hebben tot doel ongewenste aantasting van cultuurhistorische waarden te voorkomen.

88

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

Algemene regels Onder de Algemene regels zijn de Anti-dubbeltelregel, Algemene afwijkingsregels en de Overige regels opgenomen. Deze regels gelden voor het hele plan. De Algemene afwijkingsregels bevatten bepalingen op basis waarvan in bepaalde gevallen binnenplans kan worden afgeweken van de bepalingen uit de bestemmingsregels. In de algemene aanduidingsregels zijn de volgende aanduidingen opgenomen: overige zone - Interim omgevingsverordening te verwijderen NNB Onder de Overige regels zijn eisen opgenomen die gelden met betrekking tot het aspect parkeren. Voor het aantal parkeerplaatsen wordt in de regels verwezen naar de vigerende parkeernormen. Overgangs- en slotregels In de Overgangs- en slotregels zijn het Overgangsrecht en de Slotregel opgenomen.

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

89

90

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 7

Handhaving

Handhavingsnota Leefomgeving 2018-2021 In Eindhoven streven we naar een aantrekkelijke stad waar inwoners en bezoekers zich welkom, thuis en veilig voelen. Voor het behoud van een prettige leefomgeving zijn regels nodig. Het voorkomen van overtredingen en de bereidheid om regels na te leven heeft een hoge prioriteit. Hoe dit wordt vormgegeven staat in de 'nota Handhaving Leefomgeving 2018-2021'. De nota is op 27 februari 2018 door het college vastgesteld. Het is een integraal beleidsplan waarin op hoofdlijnen de keuzes voor het handhaven van de fysieke leefomgeving staan beschreven. Op basis van de nota wordt jaarlijks een uitvoeringsplan opgesteld waarin de aanpak wordt geconcretiseerd. Uitgangspunten Bij de vertaling van dit beleidskader naar een concreet, jaarlijks uitvoeringsplan worden een aantal uitgangspunten in acht genomen. De belangrijkste uitgangspunten zijn: Informatie gestuurd De gemeente Eindhoven ziet informatie gestuurde handhaving als een belangrijke pijler. Er zijn ontwikkelingen op het gebied van ICT en data analyse. Door gemeentelijke en andere informatiebronnen te ontsluiten, te analyseren en te combineren kunnen we een problematiek eerder (of preventief) en gerichter aanpakken. Gebiedsgericht Om optimaal in te kunnen spelen op vraagstukken van inwoners zet de gemeente Eindhoven binnen het ruimtelijk domein al geruime tijd in op gebiedsgericht toezicht.

Dit doen we door - vanuit een actieve samenwerking met wijkteams - te kijken naar naleefgedrag, oorzaken en oplossingen gerelateerd aan geografische gebieden. Er zijn verschillende vragen, doelgroepen en belangen. Kennis wordt gedeeld en ervaringen van inwoners en bedrijven worden verzameld. Deze input is van invloed op de prioriteiten in het jaarlijkse uitvoeringsplan, waar mogelijk toegespitst op een specifieke wijk. Per wijk kunnen er dus op basis van gebiedsanalyses en bijvoorbeeld buurtcontracten verschillende bouwstenen zijn voor het uitvoeringsplan. Risico- en oplossingsgerichte benadering De gemeente Eindhoven benadert toezicht en handhaving risico- en oplossingsgericht. De prioriteiten worden in beginsel gebaseerd op een inschatting van de veiligheids- en gezondheidsrisico's voor inwoners. Ook aspecten als leefbaarheid, duurzaamheid en omgevingskwaliteit wegen in belangrijke mate mee. Daarnaast worden prioriteiten mede gebaseerd op wat inwoners en bedrijven belangrijk vinden. Eindhoven hecht eraan om vraagstukken waar mogelijk gezamenlijk op te lossen. Er zijn onderwerpen die in algemene zin aandacht vragen. Brandveilig gebruik van woongebouwen verdient (nog) meer aandacht, in de context van kwetsbare groepen die langer zelfstandig blijven wonen. Ook aanpak van jeugdoverlast, duurzaamheid en de bestaande bouw zijn voorbeelden.

Er wordt gezocht naar de beste oplossing die nodig is voor het versterken van de veiligheid in de leefomgeving van onze inwoners. Hiermee ontstaat een risicoanalyse op basis waarvan vervolgens de prioriteiten binnen het toezicht worden gesteld. Consequent en doelmatig Uitvoeringsplannen en jaarverslagen bevatten een overzicht van de inzet en capaciteit voor handhaving. In het verlengde van informatie gestuurde en oplossingsgerichte handhaving vergt doelmatige handhaving een analyse van resultaten. Meetbare doelen om te vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

91

beoordelen of de beschikbare capaciteit zo doelmatig mogelijk wordt ingezet. We beogen in de komende jaren een ontwikkeling door te maken in de vierslag capaciteit – prioriteit – risicoanalyse - nalevingsniveau. Dit moet onder andere leiden tot meer inzicht in de relatie tussen handhavingsinspanningen en het nalevingsniveau (effect). Prioritering De gemeente Eindhoven maakt keuzes om ervoor te zorgen dat de beschikbare capaciteit zo adequaat mogelijk wordt ingezet. Om goede prioriteiten te stellen is inzicht noodzakelijk in mogelijke problemen, de risico's en negatieve effecten. Hierdoor kan beter ingespeeld worden op de grootste ergernissen en notoire overtreders en draagt handhaving bij aan een verhoogd gevoel van veiligheid. Met inachtneming van de uitgangspunten zijn in de nota prioriteiten gesteld. Aan de hand van deze prioriteiten, het budget uit de programmabegroting, incidentele bestuurlijke prioriteiten en het naleefgedrag van burgers en bedrijven, wordt jaarlijks het uitvoeringsplan voor toezicht en handhavingsprogramma opgesteld. Uitvoeringsplan In het uitvoeringsplan wordt op hoofdlijnen opgenomen waar de capaciteit dat jaar wordt ingezet.

Daarbij is een onderverdeling gemaakt in: Object en informatiegericht - Bouwen en Wonen - Openbare leefomgeving - Bedrijven Gebiedsgericht - Pilot Veiligheid en leefbaarheid - Actiegebieden Themagericht Bij ieder onderdeel worden jaarlijks een aantal belangrijke ontwikkelingen op het gebied van toezicht en handhaving opgenomen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om woonoverlast bij de Activiteiten Bouwen & Wonen. Of duurzaamheid en energiebesparing bij de Activiteiten Bedrijven. Bovengenoemde onderverdeling komt in elk uitvoeringsplan terug. Per jaar wordt aangegeven welke prioriteit een onderdeel heeft en hoeveel capaciteit er wordt ingezet. Duidelijke regels Om overtredingen te voorkomen en goed te kunnen handhaven is het belangrijk dat regels duidelijk zijn. Het moet duidelijk zijn wat wel en niet mag. Regels dienen niet voor verschillende uitleg vatbaar te zijn. Bij het opstellen van bestemmingsplannen is daarom gekozen voor een zo helder mogelijke juridische methodiek. De regels zijn zo geschreven, dat deze in de praktijk goed toetsbaar zijn. De juridische toelichting op het bestemmingsplan en de begrippenlijst geven nadere uitleg over de regels en over de begrippen die gebruikt worden.

92

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 8

Financiële aspecten

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dient de gemeenteraad eveneens een exploitatieplan vast te stellen. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten; die de gemeente moet maken om deze ontwikkeling mogelijk te maken, te verhalen op de eigenaar/ontwikkelaar. Van deze verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het kostenverhaal op een andere manier is geregeld. Dit kan bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of door het afsluiten van een overeenkomst. Er is in casu een anterieure overeenkomst afgesloten zodat er geen verplichting bestaat tot het vaststellen van een exploitatieplan.

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

93

94

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

9.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro

Op grond van artikel 1.3.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden, kennis worden gegeven. De kennisgeving van de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan is geplaatst in Groot Eindhoven op 26 februari 2020. De kennisgeving is tevens bij de officiële publicaties op de gemeentelijke website www.eindhoven.nl geplaatst. Er zijn geen stukken betreffende het voornemen ter inzage gelegd, noch de mogelijkheid open gesteld om zienswijzen tegen het voornemen in te dienen of instanties om advies te vragen.

9.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Omdat geen rijksbelangen in het geding zijn, heeft geen vooroverleg plaatsgevonden met het Rijk. Met de provincie heeft is 2019 reeds vooroverleg en afstemming plaatsgevonden met betrekking tot de geringe ingrepen binnen Natuurnetwerk Brabant. Daarnaast heeft begin 2022 vooroverleg plaatsgevonden met: 1. Provincie Noord-Brabant 2. Waterschap de Dommel 3. Trefpunt Groen Eindhoven 4. Henri van Abbestichting 5. Stichting Bescherming Wederopbouwerfgoed Eindhoven

Wij hebben van alle vooroverlegpartners een reacties ontvangen. Hieronder is een samenvatting van de ontvangen vooroverlegreacties weergegeven met het gemeentelijk standpunt op die reacties.

1. Provincie Noord Brabant Aangegeven wordt dat de herontwikkeling van Eikenburg, en het daartoe voorgelegde plan, een uitgebalanceerd plan met aandacht voor groen, landschap en cultuurhistorie. Het toevoegen van nieuwe functies is ook in verhouding met en passend op deze locatie. lnhoudelijk past het plan dan ook goed binnen het provinciale beleid zoals vastgelegd in de lnterim Omgevingsverordening. Wel wordt nog aandacht gevraagd voor voor een tweetal aspecten: de borging van de uitvoering van de natuurcompensatie en de borging van de uitvoering van de kwaiiteitsverbetering van het landschap. Natuurcompensatie Door het plan vindt een kleine aantasting van het NNB plaats als gevolg van de aanleg van het ontbrekende deel van de ontsluitingsring. De gemeente zal in dat kader een verzoek om vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

95

hergebrenzing gaan doen. Vastgesteld wordt dat er aandacht is voor de daaraan gekoppelde natuurcompensatie. De uitvoering en instandhouding van deze natuurcompensatie moet echter ook juridisch geborgd zijn in het bestemmingsplan. Dat ontbreekt nog. Verzocht wordt daarom in de planregeling een voorwaarde op te nemen dat de natuurcompensatie binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan aangelegd moet zijn (en in stand gehouden) en daaraan ook een inrichtingsplan te koppelen (als bijlage bij de planregeling). Kwaliteitsverbetering van landschap Elke ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied moet op grond van het provinciale beleid (artikel 3.9 IOV) gepaard gaan met kwaliteitsverbetering van het landschap. In het plan is veel aandacht voor kwaliteitsverbetering van het landschap. De uitvoering en instandhouding van deze kwaliteitsverbetering van het landschap moet echter ook juridisch geborgd zijn in het bestemmingsplan. Ook met betrekking tot dit onderdeel is deze borging er nu nog niet. Verzocht wordt om in de toelichting bij het plan met betrekking tot het provinciale beleid specifieker in te gaan op het onderdeel kwaliteitsverbetering van het landschap.

Ook wordt verzocht om in de planregeling een voorwaarde op te nemen die de aanleg en instandhouding van de kwaliteitsverbetering van het landschap borgt met daaraan een landschappelijk inrichtingsplan (als bijiage bij de planregeling) gekoppeld.

Antwoord We vinden het prettig om te vernemen dat het plan door de provincie Noord Brabant positief is ontvangen en passend wordt gevonden binnen het provinciale beleid zoals vastgelegd in de IOV. Natuurcompensatie De natuurcompensatie, die het gevolg is van een kleine aantasting van het NNB zal worden geborgd door aan de planregels aan de bestemming 'Gemengd' een nieuw artikel 3.4 op te nemen met daarin een voorwaardelijke verplichting natuurcompensatie en landschappelijke kwaliteit. Dit artikel luidt als volgt: 'Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van de gronden en gebouwen als bedoeld in lid 3.1 en 3.2.1 sub a, is alleen toegestaan indien de natuurcompensatie en het landschappelijk inrichtingsplan, zoals opgenomen in bijlage 4, binnen 3 jaar na het slopen van het zwembad (Aalsterweg 283) is uitgevoerd en tevens in stand wordt gehouden.'. De nieuwe bijlage 4 is toegevoegd aan de planregels. Kwaliteitsverbetering van landschap In de toelichting is specifieker ingegaan op het onderdeel kwaliteitsverbetering van het landschap door de verwijzing naar een nieuw, aangepast Masterplan (bijlage 1 bij de toelichting) en een nieuwe bijlage 3, ook bij de toelichting (Voorwaardelijke verplichting aanpassing groen).

Voor wat de borging van de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt verwezen naar het nieuwe artikel 3.4, waarin ook de lanschappelijke kwaliteitsverbetering wordt geborgd.

2. Waterschap De Dommel Aandacht wordt gevraagd voor de volgende punten: het plan is wat moeilijker te doorgronden met de diverse ontwikkelingen in fases en vele gebouwen van sloop en nieuwbouw tot renovatie en aanleg en verwijderen van verharding. In bijlage 11 Waterbergingsopgave is een geprobeerd om het goed uit te leggen, maar het plan blijft niet gemakkelijk te doorgronden. Gevraagd wordt om meer een optimalisatie daarvan. 96

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

het plangebied is deels gelegen in 'Beschermde gebieden' van de Keur en 'attentiezone NNB'. De omgeving rond het plangebied is bijna met dit speciale gebied omsloten. Het is dan ook belangrijk dat water zoveel mogelijk wordt vastgehouden op eigen terrein of terug wordt geven aan de bodem. De oplossingsrichting om 1 wade en 4 poelen te realiseren en 175 bomen is prima, maar behoeft nog een nadere uitwerking. Een iets betere uitleg over de nieuw aan te leggen poelen en wadi is dan ook wenselijk: 1. de wadi nabij de patio's Pannenhoef / Leemerhoef (gebied J) is dicht bij de (nieuwbouw)woningen. Graag iets meer uitleg over de noodoverloop en leegloopvoorziening en worden/zijn de woningen voldoende hoog genoeg aangelegd dat er rekening is gehouden met ontwateringsdiepte en logische maaiveld? 2. twee poelen hebben een overstort op het regenwaterriool onder de parkeerplaats bij het hoofdgebouw. Het is niet geheel duidelijk waar het regenwaterriool op uitkomt, op het eigen meertje? Hoe zit het met leegloop en noodoverloopvoorziening van deze waterbergingsvoorziening? Hoe zit het met de hoogtes van maaiveld en regenwaterriool want de waterbergingsopgave dient gezocht te worden boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand water. 3. graag meer uitleg over de overige twee poelen dat er bij extreme lange en hevige regenbuien het water geen overlast zal veroorzaken op eigen terrein.

Dit is eigen risico, maar het zou jammer zijn om het verkeerd in te schatten. 4. het is niet duidelijk waar de 175 stuks bomen worden gerealiseerd in het plangebied als extra maatregel, om waterbergingsopgave kleiner te krijgen. Graag vanuit de gemeente hierop toezien en als het kan verduidelijken in het plan. de hoogte van maaiveld en inschatting van goede grondwaterstand is wel belangrijk om water een goede plaats te kunnen geven in dit bestemmingsplan. Hier zou meer aandacht voor mogen zijn in dit plan. Bij het waterschap is bekend dat de GHG varieert van circa 60 tot 120 cm-mv. Op de kaarten van de provincie is het wat droger en zit de grondwaterstand duidelijker wat dieper. Voor erfverharding is dit minder spannend, maar voor realiseren van nieuwbouw is dit belangrijk. door paden en erfverharding slim aan te leggen, zoals is beschreven in het plan, kan regenwater ook in de bermen en in het groen infiltreren. Dit is correct benoemd, maar het is de vraag of het voldoende doordacht is om het ook zo slim aan te gaan leggen. graag meer uitleg over het rioolstelsel zowel vuilwater als schoonwater. Het vuilwater zal toenemen door extra bewoning en dit aspect heeft extra aandacht nodig van de gemeente. Antwoord Het bestemmingsplan regelt in hoofdlijnen hoe er met de wateropgave wordt omgegaan.

Een aantal vragen over de uitwerking komt pas in het ontwerpproces van ingrepen en bouwplannen aan de orde. Het is lastig om daar nu al op vooruit te lopen. ad 1. de nieuwbouw en de wadi zijn gerealiseerd en afgelopen jaar opgeleverd. De patio's hebben een vertraagde afvoer op elkaar en op de wadi. De wadi heeft een nood-overstort op de vijver. De wadi ligt op ruime afstand van het gebouw. ad 2. het regenwaterriool onder de parkeerplaats bij het hoofdgebouw is reeds aangelegd en ligt boven de GHG. De poelen / wadi's zijn ondiep (max. 40 cm) en liggen boven de GHG van 60 tot 120 cm -mv. Het regenwaterriool krijgt een nood-overstort op de bestaande vijver (het meertje). ad 3. De poelen liggen op plekken waar het geen probleem is als deze overstromen. Rondom de poelen is voldoende ruimte (een moestuin, een weiland, een dierenweide) waar de poel/wadi in extreme situaties kan overstromen, zonder dat gebouwen daar last van hebben. Zie ook de onderstaande afbeelding. ad 4. De nieuwe bomen die op de onderstaande afbeelding vermeld staan, zijn de 175 bomen. Een groot deel daarvan komt in een houtwal en laan tussen de dierenweide en vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

97

de sporthal en tussen de sporthal en de kloostertuinwoningen.

Afbeelding

poelen en wadi's zijn ondiep en boven de grondwaterstand. Ook de nieuwbouw is ruim boven de genoemde grondwaterstand aangelegd. het gaat hier bijvoorbeeld over de afwatering van het ontbrekende stukje Ring dat aangelegd wordt. Deze weg ligt bol, het regenwater loopt in de bermen. Dit is niet anders dan hoe het in de huidige situatie is bij de Ring. De berm kan iets hol gelegd worden. Daarnaast ligt veelal bos. Er staat geen bebouwing dichtbij het nieuwe stukje Ring, dus bij extreme situaties is er geen overlast voor gebouwen. Het riool is eigendom van Trudo, niet van de gemeente. De hoeveelheid vuilwater zal naar verwachting afnemen. Het zwembad, de bijbehorende kantoren en het kinderdagverblijf worden gesloopt. Daarvoor komen 9 woningen terug, dus minder waterverbruik en minder verhard oppervlak. In het hoofdgebouw zitten nu 70 appartementen. Voorheen zaten daar 200 leerlingen. Ook hier neemt de hoeveelheid vuil water af. Pannenhoef Leemerhoef is gebouwd voor 200 leerlingen intern. Nu wonen er 28 huishoudens, vooral alleenstaand. 3. Trefpunt Groen Eindhoven (TGE) 98

vastgesteld Buitengebied (Eikenburg) Gemeente Eindhoven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13415760/2