CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a 1.2 (openbaar) - Rapport Verkenning Rijksmuseum Eindhoven

Raadsvergadering 10 maart 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Rijksmuseum Eindhoven6.293 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025 Advisering Rijksmuseum

2024.312 AJ0081/Te/Gt 27 november 2025 © ToornendPartners

1 1.1 1.2 1.3

Inleiding aanleiding verkenning leeswijzer

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Visie 4 Het Rijksmuseum 4 nieuw gebouw en nieuwe locatie: een andere dynamiek 5 waarom het Rijksmuseum in Eindhoven? 6 inhoudelijke visie Rijksmuseum Eindhoven 7 visie op het gebouw en de locatie 9

3

Voorkeurslocatie: Dommelvallei

18

4 4.1 4.2 4.3

Ruimtelijk model en inpassing ruimteprogramma ruimtemodellen model voor kostenraming

20 20 21 26

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Financiële aspecten toelichting benchmarks uitgangspunten proces uitgangspunten tijd en mijlpalen indicatieve kosten

30 30 30 30 32 33

6

Vervolgstappen

35

Niets uit dit document mag op enigerlei wijze worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, daaronder mede begrepen gehele of gedeeltelijke bewerking van het document, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ToornendPartners.

© ToornendPartners / AJ0081

1 1 1 2

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

1

INLEIDING

1.1

aanleiding

De gemeente Eindhoven en het Rijksmuseum slaan de handen ineen om de haalbaarheid van een dependance van het Rijksmuseum in Eindhoven te onderzoeken. Het is al jaren een wens van de gemeente Eindhoven om een toonaangevend museum met internationale uitstraling naar de regio te halen. Cultuur is van grote waarde voor het internationale profiel, de leefbaarheid en het vestigingsklimaat. Het Rijksmuseum, het nationale museum van Nederland dat kunst, geschiedenis en mensen verbindt, is een van de beroemdste musea ter wereld. Een dependance van het Rijksmuseum – het ‘Rijksmuseum Eindhoven’ – zou van grote waarde zijn voor de stad en de regio. Een instituut dat creatie en inspiratie hoog in het vaandel heeft staan past in een omgeving van makers en vernieuwers.

Als nationaal museum wil het Rijksmuseum zijn collectie en kennis delen met een zo groot mogelijk publiek. Een vestiging in een dynamische regio als Eindhoven, dat snel groeit en zich ontwikkelt, stelt nog veel meer mensen, zowel volwassenen als kinderen, makers en creators, in staat van de wereldberoemde collectie van het Rijksmuseum te genieten.

Om te kunnen besluiten of het initiatief voldoende kansrijk is voor een volgende stap, is onderzoek nodig. Het onderzoek dient het beeld op te leveren van in welke vorm en onder welke voorwaarden en condities een Rijksmuseum Eindhoven haalbaar kan zijn.

1.2

verkenning

In nauwe samenwerking tussen het Rijksmuseum en de gemeente Eindhoven is een haalbaarheidsonderzoek gedefinieerd; een verkenning naar de mogelijkheden. Onder meer kijkend naar de verwachte aard en omvang van de bouwopgave, de mogelijke locatie zijn ook de inhoudelijke aspecten zoals de programmering en de exploitatie onderzocht.

Het onderzoek is van start gegaan met een globaal ruimteprogramma dat het Rijksmuseum heeft ingebracht, met name als grondslag voor het locatieonderzoek. Zonder locatie is een opgave niet voldoende bepaald om de haalbaarheid te kunnen bepalen.

© ToornendPartners / AJ0081

1/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

Uit een uitgebreid gezamenlijk locatieonderzoek op is een voorkeurslocatie aangewezen – vooralsnog alleen op ambtelijk niveau – in de Dommelvallei, aan de rand van KnoopXL. Uitgaande van deze voorkeurslocatie is de verkenning van de haalbaarheid uitgewerkt.

Daartoe is een visie van het Rijksmuseum opgesteld voor de dependance, uitgaande van de kwaliteiten van de locatie en de kansen die daar gezien worden. Passend bij de visie is een ruimteprogramma opgesteld dat ook toegesneden is op de locatie. Dat is vervolgens in de vorm van een ruimtelijk model ingepast, om op basis daarvan de verwachte bouw- en investeringskosten te bepalen. Deze kosten vormen de grondslag voor een beeld van de verwachte exploitatiekosten van het gebouw en de organisatie. Behalve de contouren van de bouwopgave, zijn ook organisatorische en procesmatige aspecten zijn van belang voor de haalbaarheid van het voornemen. Zo is een beeld van de planning belangrijk, omdat vrijwel alle kosten in de bouw tijdgebonden zijn.

De samenwerking tussen partijen tijdens de ontwikkeling en bouw van de dependance en alle gerelateerde opgaven, als ook daarna (de ‘governance’), is ook belang. In parallel aan deze verkenning, waarvan de resultaten in dit rapport zijn weergegeven, is daardoor gewerkt aan een intentieverklaring: een ‘Letter of Intent’. Die verklaring is de opmaat naar een geformaliseerde samenwerking tussen de gemeente Eindhoven en het Rijksmuseum om de dependance projectmatig tot stand te brengen, mocht vastgesteld worden dat het voornemen voldoende kansrijk is om een stap verder te worden gebracht.

1.3

leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten geschetst voor de visie en missie van het Rijksmuseum Eindhoven. Daar worden de ambities ten aanzien van de beoogde programmering en de exploitatie weergegeven. De resultaten van het locatieonderzoek zijn in hoofdstuk 3 weergegeven. De uitwerking van het ruimteprogramma en de inpassing van het programma op de voorkeurslocatie komen in hoofdstuk 4 aan de orde. In hoofdstuk 5 komen de financiële aspecten aan bod met een aantal onderliggende uitgangspunten, zoals een doorkijk naar de procesaanpak en de planning. De verwachte bouw- en investeringskosten zijn bepaald als ook de exploitatiekosten, die uitgerekend zijn over een periode van 40 jaar.

© ToornendPartners / AJ0081

2/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

Echter, gelet op vertrouwelijkheid van de financiele gegevens, zijn alleen de hoofdlijnen opgenomen in het rapport. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de periode beschreven na oplevering van het conceptonderzoeksrapport in november 2025, waarin het haalbaarheidsonderzoek nader uitgewerkt en definitief gemaakt zal worden.

© ToornendPartners / AJ0081

3/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

2

VISIE

2.1

Het Rijksmuseum

Het Rijksmuseum is hét museum van Nederland voor Nederland en verbindt mensen, kunst en geschiedenis.

© John Lewis Marchall (2014)

Het Rijksmuseum opende in 1885 in een speciaal daarvoor ontworpen gebouw van architect Pierre Cuypers zijn deuren. In het eerste decennium van deze eeuw werd het museum geheel gerenoveerd en vernieuwd en heropende het in 2013 voor het oog van de wereld met een internationaal geprezen presentatie van Nederlandse kunst en geschiedenis van Middeleeuwen tot nu. De decoratieve schilderingen in het monumentale gebouw zijn in originele staat teruggebracht onder meer met hulp van studenten van de restauratie-opleiding Sral. De collectie van het Rijksmuseum omvat op dit moment meer dan één miljoen objecten die onderdeel uit maken van de Collectie Nederland. Jaarlijks geeft het museum meer dan 3000 objecten in bruikleen aan musea in binnen- en buitenland. Ook werkt het Rijksmuseum met een groot aantal musea in het land samen aan tentoonstellingen. Jaarlijks verwelkomt het Rijksmuseum meer dan 2,4 miljoen bezoekers en met spraakmakende tentoonstellingen zoals Rembrandt (2019), Slavernij (2021) en Vermeer (2024) mag het museum steeds opnieuw rekenen op grote internationale belangstelling.

© ToornendPartners / AJ0081

4/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

De laatste jaren is het museum bovendien uitgegroeid tot een internationaal gerenommeerd kennisinstituut waar wetenschappelijk medewerkers en onderzoekers, in nauwe samenwerking met universiteiten en opleidingen, werken aan innovatie en restauratie, (kunst)historisch en technisch onderzoek en waar een nieuwe generatie wordt opgeleid voor de toekomst. Leren, inspireren en creëren. Het museum staat midden in de maatschappij en wil graag een bijdrage leveren aan het kunstonderwijs in Nederland. Zo is er uitgebreid aanbod educatieve programma’s voor basis- en middelbare scholen. Ook werkt het museum samen met praktijkonderwijs en mboopleidingen en biedt het voor deze groep leerlingen een speciaal programma met workshops, praktijkstages en projecten, zoals de jaarlijkse fotografiewedstrijd Document Nederland Junior.

2.2

nieuw gebouw en nieuwe locatie: een andere dynamiek

Het Rijksmuseum is in het laatste decennium gegroeid van een museum tot een belangrijk instituut en katalysator voor innovatie, kennis en creativiteit. Een nieuwe locatie in een andere omgeving en een nieuw gebouw dat een grote dynamiek uitstraalt biedt niet alleen kansen om een breed publiek uit Eindhoven en omgeving en ver daarbuiten te laten genieten van de wereldberoemde kunst, maar ook om de collectie van het Rijksmuseum in een nieuwe context en vanuit een ander perspectief te tonen. Nog even de overwegingen van het Rijksmuseum op een rij: •

Bereik. Het Rijksmuseum heeft een nationale taak, dat wil zeggen, het is van en voor Nederland. Een locatie buiten Amsterdam biedt de mogelijkheid om nieuw publiek te bereiken, zowel lokaal als nationaal en internationaal. Het Rijksmuseum Eindhoven stelt bezoekers en scholieren die niet zo snel de reis naar Amsterdam maken in staat om prachtige tentoonstellingen uit de collectie te bewonderen.

•

Groeiende belangstelling. In 1885 ontving het Rijksmuseum jaarlijks 250.000 bezoekers. In 2000 was dit aantal gegroeid tot 1,2 miljoen bezoekers en in 2024 bezochten 2,4 miljoen mensen het Rijksmuseum. Een tweede locatie biedt ruimte voor deze groeiende belangstelling.

•

Toegang tot de collectie. Een nieuw gebouw maakt het mogelijk om op een open en dynamische manier onderdelen van de uitgebreide collectie in een nieuw licht te tonen.

•

Kennis. Een nieuwe, innovatieve omgeving geeft een impuls aan kennisontwikkeling. Baanbrekend onderzoek naar de rijkscollectie verbindt het verleden, het heden en de toekomst.

•

Dynamiek. Het tentoonstellen van de nationale collectie in een nieuwe omgeving wekt nieuwe energie. Het brengt beweging in hoe we mensen, kunst en geschiedenis verbinden.

© ToornendPartners / AJ0081

5/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

2.3

waarom het Rijksmuseum in Eindhoven?

De stad en regio Eindhoven onderscheidt zich dankzij zijn innovatieve en creatieve profiel, strategische relevantie en de behoefte aan verbinding die gepaard gaat met groei. •

Creatieve hoofdstad. Eindhoven is het centrum van innovatie en design in Nederland, met een ecosysteem van o.a. de Dutch Design Week, de Design Academy en Glow.

•

Strategische relevantie. Een succesvolle Brainport-regio is cruciaal voor welvaart in Nederland en technologische autonomie van Europa. Het Rijksmuseum Eindhoven versterkt een aantrekkelijke leefomgeving in de mondiale strijd om talent.

•

Behoefte aan verbinding. De economische en bevolkingsgroei in de regio Eindhoven brengt maatschappelijke uitdagingen met zich mee (bijvoorbeeld toegang tot huisvesting, snelle internationalisering), terwijl investeringen in verbindende cultuur achterblijven. Het Rijksmuseum Eindhoven verbindt juist in deze context mensen, kunst en geschiedenis.

•

Centrale ligging. Eindhoven is goed bereikbaar vanuit heel Nederland, België (Antwerpen, Brussel), Duitsland (Keulen, Düsseldorf) en heeft een internationaal vliegveld.

In Brabant en omstreken is er nog geen rijksmuseum. Op de onderstaande kaart zijn locaties van huidige rijksmusea. De blauwe stip is het toekomstige rijksmuseum in Eindhoven: het Rijksmuseum Eindhoven.

© ToornendPartners / AJ0081

6/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

2.4

inhoudelijke visie Rijksmuseum Eindhoven

2.4.1

collectie – welke verhalen worden verteld?

Bij de stad van innovatie hoort een plek waar maken centraal staat. De Rijksmuseum collectie is veelzijdig en betreft uiteenlopende disciplines en materialen zoals schilder- en beeldhouwkunst, porselein, papier, textiel, mode, glas, fotografie, meubelen van de allerhoogste kwaliteit en van grote historische waarde. Een dynamische plek die gaat over en inspireert tot creatie. Denk aan het hoe en waarom van een kunstwerk, van opdrachtgeven tot kunstenaar. Van ontwerpproces tot maakproces. Van de materialiteit van kunst tot de context en functie ervan. Van creatie tot (digitale) re-creatie. Dit wordt gedaan door programmeren van tentoonstellingen uit de collectie (van topstukken tot onbekende schatten) met publieksbegeleiding, educatieve programmering in en buiten de muren van het museum, onderzoek, en digitale uitingen. Samenwerking met de in Eindhoven aanwezige onderwijsinstellingen biedt daarbij een unieke kans. Tentoonstellingen en programmering worden gestuurd door een aantal uitgangspunten: •

Identiteit van Eindhoven. Eindhoven is een stad die draait om innovatie, technologie en design. Het is een stad van ‘makers’ en ‘doeners’. In het Rijksmuseum Eindhoven staat het ontwerpproces, de maker en de maakcultuur centraal, van experiment tot uitvoering.

•

Topstukken. Bekende stukken uit de collectie (bijvoorbeeld Rembrandt, Vermeer en Van Gogh) worden wisselend getoond met minder bekende, weinig of niet getoonde schatten uit de rijkscollectie.

•

Wetenschappelijke en artistieke revolutie. Er worden verhalen verteld over paradigmaverschuivingen in de wetenschap en in de kunsten, over het verleden, het heden en de toekomst.

•

Schilderkunst en toegepaste kunst. Deze bieden bij uitstek een kans om als inspiratiebron en kruisbestuiving voor de design- en architectuurgemeenschap in Eindhoven (bijvoorbeeld studenten aan de Design Academy en Technische Universiteit studenten) te dienen.

•

Kwaliteit. Bezoekers herkennen de onmiskenbare Rijkmuseum kwaliteit en signatuur - van tentoonstellingsvormingeving tot aandacht voor details.

2.4.2

doelgroepen – wie worden bereikt?

De ambitie is om jaarlijks 150.000 tot 200.000 bezoekers te ontvangen.

© ToornendPartners / AJ0081

7/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

•

Inwoners. Er wonen naar schatting 2–2,5 miljoen mensen in een straal van 60 km rondom Eindhoven. Ter vergelijking wonen er tussen de 4–5 miljoen mensen in een straal van 60 km rondom Amsterdam.

•

Bezoekcijfers regionale musea. Musea in de regio trekken vergelijkbare hoeveelheden bezoekers, met Museum de Pont in Tilburg (~75.000 bezoekers per jaar) en het Noord-Brabants Museum in Den Bosch (~200.000 bezoekers per jaar).

•

Bezoekcijfers internationale musea. Deze bezoekersaantallen zijn vergelijkbaar met MoMA PS1 (~200.000 bezoekers per jaar) en minder dan andere locaties van grote instellingen, die vaak grotere tentoonstellingsruimtes hebben dan het Rijksmuseum voor ogen heeft voor het paviljoen. Het Louvre-Lens bijvoorbeeld beschikt over 6.000 m² tentoonstellingsruimten en trekt zo’n 500.000 bezoekers per jaar.

Het Rijksmuseum Eindhoven is open en toegankelijk en het richt zich op een brede doorsnede van de samenleving, met aandacht voor specifieke groepen. •

Inwoners van provincies in zuid Nederland. Rijksmuseum Eindhoven brengt de prachtige collectie dichter bij de inwoners Noord-Brabant, Limburg en Zeeland. Een bezoek aan het Rijksmuseum Eindhoven wordt deel van een dagje uit, bijvoorbeeld voor bezoekers uit de steden en dorpen rondom Eindhoven.

•

Scholieren. Op dit moment bezoekt een deel van de Nederlandse scholieren het Rijksmuseum in Amsterdam. Het Rijksmuseum Eindhoven brengt deze mogelijkheid voor heel veel scholieren dichterbij.

•

Families en gezinnen: het Rijksmuseum Eindhoven is zoals alle musea een veilige plek: daar waar families en gezinnen in een ontspannen en ongedwongen sfeer kunnen verblijven, zowel in als rondom de dependance.

•

Jong publiek. Eindhoven heeft, net als andere G10 steden, veel jonge inwoners (37% jonger dan 30 jaar). Het Rijksmuseum Eindhoven richt zich onder andere op jonge internationale Techprofessionals en studenten aan de Design Academy of Technische Universiteit.

•

Liefhebbers. Met specifieke tentoonstellingen worden nationaal en internationaal op de liefhebbers van kunst en geschiedenis bereikt.

© ToornendPartners / AJ0081

8/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

2.4.3

samenwerkingen – wie zijn partners en inspiratiebronnen?

Het Rijksmuseum Eindhoven zoekt samenwerkingen op in en rond Eindhoven met de gemeente Eindhoven, Brainport-bedrijven en instellingen en uiteraard ook culturele en creatieve organisaties. •

Gemeente Eindhoven. Samenwerking op stedelijke initiatieven.

•

Educatieve instellingen. Samenwerking met de TU Eindhoven, de Design Academy Eindhoven en het SintLucas.

•

Technologiebedrijven. Partnerschappen met bedrijven zoals ASML, Philips, VDL en andere potentiële partners in de Brainport.

•

Culturele instellingen. Samenwerking met culturele instellingen in Eindhoven en omgeving, zoals het Van Abbemuseum.

•

Creatieve organisaties. Samenwerking met Eindhovense ontwerpers of instellingen zoals de Dutch Design Week.

2.5

visie op het gebouw en de locatie

2.5.1

gebouw – welk gebouw past?

Om uit te drukken dat het open, luchtig, en experimenteel is een paviljoen een goede metafoor. Een plek waar cultuur en natuur elkaar ontmoeten. Een ruimte voor dynamiek, voor schoonheid, contemplatie en ontspanning. •

Nieuwbouw. Sculpturaal en vrijstaand. Om zonder relatie tot een bestaand gebouw de dynamiek van een paviljoen te kunnen ontwikkelen.

•

Grootte. Ongeveer 3.000 m² groot, waarvan ongeveer 1.000 m² hoge kwaliteit tentoonstellingsruimte.

•

Functioneel programma. Een ruime entree in de vorm van een atrium dat leidt naar hoge tentoonstellingszalen; een café/restaurant; een museumwinkel; ruimtes voor publieksprogramering en educatie en een lounge voor o.a. lezingen en ontvangsten. Behalve voorzieningen voor bezoekers zijn er ook ruimten voor de organisatie en ten behoeve van logistieke stromen.

•

Duurzaamheid en toegankelijkheid. Het paviljoen is vooruitstrevend met betrekking tot duurzaamheid en het dient voor iedereen toegankelijk te zijn (universeel ontwerp).

© ToornendPartners / AJ0081

9/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

•

Kwaliteit. De uitnodiging voor het architectonisch en landschapsontwerp is gericht op (inter)nationale toonaangevende architecten.

Louisiana Museum of Modern Art, Humlebaek, Denemarken, © Lars Plougmann

Kistefos Museum, Jevnaker, Noorwegen – BIG Bjarke Ingels Group, © Lian The (2021)

© ToornendPartners / AJ0081

10/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

The Menil Collection, Houston, VS – Renzo Piano Building Workshop © RPBW

Paviljoen Centro de Arte Contemporânea Inhotim, Brazil © Vinicius Depizzol

© ToornendPartners / AJ0081

11/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

Museum of Old and New Art (MONA), Tasmania, Australia © MONA

He Art Museum, Shunde, China – Tadao Ando © HEM

© ToornendPartners / AJ0081

12/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

Jardins de Villars, Villars, Luberon, Frankrijk,© LOCAL architecture and urbanism

© ToornendPartners / AJ0081

13/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

2.5.2

locatie – welke locatie past?

Het is een iconische locatie in de stad – in ieder geval in potentie. Loopafstand van het station (minder dan 15 minuten), opgenomen in bestaande looproutes of in een stadsdeel in ontwikkeling. Het Rijksmuseum Eindhoven heeft de potentie om een grote impuls te geven aan een gebied en vereist een bijzondere locatie. De ontwikkelkans en de haalbaarheid van een locatie (denkend aan de eigendomssituatie, het omgevingsplan, vergunningen) zijn aandachtspunten. •

Landschappelijke inbedding. Om tot een open en luchtige dynamiek te komen is ruimte en landschappelijke inbedding nodig, met groen en enige afstand tot gebouwde omgeving.

•

Zichtlijnen. Mooie zichtlijnen voor verbinding en inbedding in de omgeving.

•

Grootte. 1.500 m² oppervlakte voor het gebouw (voetprint) en daarnaast veel ruimte voor een (beelden)tuin en landschapsarchitectuur, circa 2 hectare.

•

Functioneel programma. Het terreinprogramma omvat veel groen en natuurlijke elementen zoals water; een stadspark met beeldentuin en met ondersteunende functies zoals een terras, fietsparkeerplaatsen, een opstelplaats voor hulpdiensten en landschappelijk goed ingepast parkeren.

•

Bereikbaarheid. Uitstekende bereikbaarheid voor openbaar vervoer, auto en fiets.

•

Kwaliteit. Esthetische kwaliteit van de omgeving en natuurwaarden. In potentie een iconische locatie die past bij Eindhoven. Potentie tot synergie met partners met innovatief karakter.

© ToornendPartners / AJ0081

14/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

Louisiana Museum of Modern Art, Humlebaek, Denemarken, © Povl Kvols (2023)

Oudolf Field, Hauser & Wirth Sometse, © Jason Ingram (2017)

© ToornendPartners / AJ0081

15/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

National Gallery of Scotland, Edinburgh, Schotland, © Lian The (2024)

Louisiana Museum of Modern Art, Humlebaek, Denemarken, © Louisiana Museum of Modern Art

© ToornendPartners / AJ0081

16/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

Fondation Maeght, Saint-Paul-de-Vence, Frankrijk © Fondation Maeght

Storm King Art Center, New York, VS, © Victoria Lipov

© ToornendPartners / AJ0081

17/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

3

VOORKEURSLOCATIE: DOMMELVALLEI

Om tot een geschikte locatie – in ieder geval in potentie – te komen voor het Rijksmuseum Eindhoven is de afgelopen maanden een uitgebreid gezamenlijk locatieonderzoek gedaan. De breedte van het gedane onderzoek is vastgelegd in een separate, vertrouwelijke notitie. Uit het uitgebreide locatieonderzoek is een voorkeurslocatie gekomen die zowel door de gemeente Eindhoven op ambtelijk niveau, als het Rijksmuseum wordt onderschreven. Het gele vlak geeft globaal en nog indicatief aan waar het paviljoen ingepast zou kunnen worden.

Indicatieve weergave locatie, afdeling ruimtelijke ontwikkeling, gemeente Eindhoven

© ToornendPartners / AJ0081

18/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

Er zijn ook aandachtspunten met betrekking tot deze locatie, zoals het gegeven dat delen van gronden waarop de bovenstaande inpassing van een nieuw parklandschap met daarin het paviljoen, eigendom zijn van de TUe. Ook zijn er afhankelijkheden in de tijd maar ook ten aanzien van de uiteindelijk te realiseren kwaliteit van anderen en andere ontwikkelingen in het plangebied. Hoewel er allerlei factoren en ook belanghebbenden zijn om rekening mee te houden, biedt deze locatie kansen en raakvlakken met de visie van het Rijksmuseum op het gebouw en op de locatie zoals die in hoofdstuk 2 zijn weergegeven. Deze locatie biedt echter de unieke mogelijkheid in Eindhoven, ervan uitgaande dat de TUe bereid zal zijn om medewerking te verlenen, om een hoogwaardig nieuw park te realiseren met hoge natuur- en cultuurwaarden.

Het Rijksmuseum streeft naar een locatie in een ruim opgezet park waar vandaan ook een verbinding kan worden gelegd met de omgeving, zoals met de TUe. Het zoekgebied voor de locatie voor het gebouw en het park is hieronder weergegeven met een tweetal voor het Rijksmuseum belangrijke assen: een lijn vanuit het Station Eindhoven Centraal en een lijn die samenvalt met de stedenbouwkundige as van de TUe wijk. In dit gebied kan het paviljoen van het Rijksmuseum Eindhoven fysiek goed ingepast worden binnen een groter geheel en dat tot een nieuwe iconische plek in Eindhoven ontwikkeld kan worden. Daardoor is dit gebied als uitgangspunt genomen voor het haalbaarheidsonderzoek.

© ToornendPartners / AJ0081

19/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

4

RUIMTELIJK MODEL EN INPASSING

4.1

ruimteprogramma

Op basis van de inhoudelijk visie van het Rijksmuseum voor het Rijksmuseum Eindhoven is het ruimteprogramma voor het paviljoen bepaald. Voor de uitwerking van de ruimtebehoefte wordt uitgegaan van een conservatievere aanname van gemiddeld 150.000 bezoekers per jaar en 1.000 m² aan tentoonstellingszalen. Dit sluit aan op de visie van het Rijksmuseum op de aard en omvang van de programmering. Het aangegeven conservatieve gemiddelde aantal bezoekers, houdt uiteraard niet in dat niet meer bezoekers op jaarbasis mogelijk zijn met een dependance van deze omvang. Het eerdere ruimteprogramma is uitgaande van de voorkeurslocatie opgewerkt tot de ruimte- en functiestaat voor het paviljoen en het omliggende parklandschap. De gedetailleerde uitwerking van het ruimteprogramma is in een separaat, vertrouwelijk document vastgelegd.

Het ruimteprogramma gaat uit van 1.000 m² functioneel nuttige oppervlakte (FNO zoals bedoeld in de NEN 2580) aan tentoonstellingszalen aangevuld met educatieve ruimten. Daarnaast wordt rekening gehouden met 870 m² FNO aan publieksvoorzieningen en ontvangstruimten. Dit bevat onder andere het atrium met grote foyer, een volwaardig restaurant en een winkel. Voor de organisatie wordt rekening gehouden met 230 m² FNO en nog 200 m² FNO aan logistieke en andere ondersteunende ruimten. In totaal komt het ruimteprogramma voor het paviljoen uit op 2.400 m² FNO.

Om van FNO, de oppervlakten die nodig zijn voor een functioneel goed werkende ruimte, te komen tot het te bouwen BVO, wordt een aantal toeslagen gehanteerd.

Voor het paviljoen wordt uitgegaan van 20% voor programma-onvoorzien. Het ruimteprogramma is in dit stadium nog globaal en zal, indien het project verder wordt gebracht, in de fase Projectdefinitie uitgewerkt worden in een PvE onder andere op basis van het nog te ontwikkelen museale concept. In die uitwerkingsslag kunnen bepaalde functies en ruimten die nu gedefinieerd zijn wijzigen. Ook kunnen aanvullende ruimten nodig blijken te zijn. Door opname van deze toeslag, is de BVO zoals die nu berekend is, de bovenkant van de bandbreedte van de gebouwomvang.

Er wordt een toeslag van 15% aangehouden voor verkeersruimten. Dit is zowel horizontale verkeersruimte zoals gangen als verticale verkeersruimten zoals trappenhuizen. Er wordt ook een toeslag gehanteerd voor ontwerpverlies en inpassing. Dit is 10%.

© ToornendPartners / AJ0081

20/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

Er gaat ook een deel van de te bouwen ruimte naar installatieruimten en schachten. Voor technische onderdelen zoals installatieruimten, schachten en de constructies wordt een toeslag aangehouden van 5%.

In totaal komt de toeslag voor de omrekening van FNO naar BVO uit op 50%. Daarvan uitgaande komt de bouwopgave uit op afgerond 3.600 m² BVO.

4.2

ruimtemodellen

Uitgaande van een opgave van ongeveer 3.600 m² BVO en de voorkeurslocatie is een aantal ruimtemodellen gemaakt. Daarbij is gekeken naar de mogelijke inpassing op de voorkeurslocatie van het verwachte bouwvolume. Opgemerkt wordt dat de modellen niet al een ontwerp zijn, maar studies om te onderzoeken of een locatie daadwerkelijk geschikt is voor de inpassing en ook om de kosten te kunnen bepalen. De kleuren van de volumes corresponderen met de kleuren van de functionele clusters van het ruimteprogramma.

© ToornendPartners / AJ0081

21/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

Model 1 is een projectie uitgaande van vrijwel alle clusters op de begane grond. Alleen de ruimten voor de organisatie liggen op een verdieping.

© ToornendPartners / AJ0081

22/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

Model 2 gaat uit van een meer compact gebouw in drie bouwlagen, waarbij de tentoonstellingsruimten op de verdieping zijn gelegen.

© ToornendPartners / AJ0081

23/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

Model 3 geeft aan hoe het bouwvolume ingepast zou kunnen worden op het op gele vlak zoals dat op pagina 18 is weergegeven. Uitgaande van de relatief kleine voetprint, dienen meer ruimten op een verdieping te worden ondergebracht. Dit zorgt ervoor dat tentoonstellingszalen en ook publieksruimten in meerdere lagen en ruimten verdeeld dienen te worden. Dit is relatief ongunstig voor de beleving van bezoekers en efficiency in het gebruik van ruimten.

© ToornendPartners / AJ0081

24/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

Model 4 is opgezet om te verkennen hoe een paviljoenstructuur op de locatie ingepast kan worden, rekening houdend met bomen.

© ToornendPartners / AJ0081

25/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

Tot slot is de paviljoenstructuur in Model 5 nog verder doorgetrokken, waarbij ook losse volumes bedacht zijn die optimaal ingepast kunnen worden in de aanwezige groenstructuur.

4.3

model voor kostenraming

Zoals is aangegeven, zijn de modellen geen ontwerp maar ze zijn met name bedoeld om een goed beeld te kunnen schetsen van de verwachte bouwkosten. De bouwkosten bepalen in belangrijke mate de investeringskosten maar ook de toekomstige exploitatiekosten.

Doorgaans is een compact gebouw het meest efficiënt om te realiseren: hoe kleiner de gebouwschil is (grondvlak, gevels en het dakvlak), hoe beter het is voor de kosten.

© ToornendPartners / AJ0081

26/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

Model 3 is de meest compacte versie en sluit exact aan op de inpassing zoals voorgesteld door de gemeente. Model 5 is het meest uitgestrekt. Deze beide modellen, die gezien kunnen worden als de bandbreedte van de ruimtelijke uitwerking, zijn hieronder in een satellietfoto ingepast.

Model 3 – meest compact

© ToornendPartners / AJ0081

27/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

Model 5 – meest uitgestrekt

© ToornendPartners / AJ0081

28/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

Hoe het volume daadwerkelijk ontworpen en ingepast zal worden, is onderdeel van de ontwerpopgave van het ontwerpteam later, maar voor de raming van de kosten in het volgende hoofdstuk wordt ervan uitgegaan dat de uitwerking uit zal uitkomen op een compact model, echter zonder de nadelen van Model 3. Dat is Model 2.

© ToornendPartners / AJ0081

29/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

5

FINANCIËLE ASPECTEN

5.1

toelichting

Uitgaande van Model 2 voor de ruimtelijke uitwerking van het bouwprogramma, is een investeringskostenoverzicht op basis van de NEN 2699 opgesteld. Ook zijn gedetailleerd de verwachte exploitatiekosten berekend. Deze uitwerking is vastgelegd in een separate vertrouwelijke bijlage. Daarin zijn alle uitgangspunten en toelichtingen opgenomen maar uiteraard ook de ramingen. Omdat de gehanteerde uitgangspunten ten aanzien van het proces en ook de tijd medebepalend zijn voor de kosten en onderwerp zijn van gesprekken over de verkenning en de haalbaarheid, zijn die onderwerpen opgenomen in dit hoofdstuk, met de uitkomst van de ramingen op hoofdlijnen.

5.2

benchmarks

ToornendPartners is geabonneerd op verschillende databases met bouwkosteninformatie, maar beschikt ook over eigen projectanalyses en -data die nuttig zijn bij het opstellen van een kostenraming. Deze benchmarks worden per geval beoordeeld en ingezet omdat nu eenmaal ieder bouwwerk echt uniek is. Dit houdt overigens in dat alle ramingen verwachtingen zijn. Het moment van de waarheid is de fase van prijs- en contractvorming met uitvoerende partijen. Op basis van de standaard benchmarks aangevuld met een goede dosis ervaring, leveren de ramingen doorgaans weinig verrassingen op later in het proces. Dit heeft ook veel te maken met de aansturing c.q. het inhoudelijke projectmanagement: zonder goed projectmanagement dat een project beheerst en het binnen taakstellende kaders houdt, zijn afwijkingen van ramingen niet te voorkomen.

5.3

uitgangspunten proces

Ten behoeve van de investeringskostenraming is het uitgangspunt voor het proces, dat een professioneel, goed georganiseerd ontwikkelingsproces zal worden doorlopen dat volgens de gebruikelijke principes van het projectmatig werken wordt opgezet.

Voor de organisatie, aanpak en bewaking van het project zal na besluitvorming over de haalbaarheid in de fase projectdefinitie behalve een programma van eisen ook een plan van aanpak opgesteld dienen te worden. In dat projectplan worden de taakstellende projectkaders, de samenwerking tussen het de gemeente Eindhoven en het Rijksmuseum en de wijze waarop het project beheerst en (aan)gestuurd zal worden, inclusief risicomanagement, uitgewerkt en vastgelegd. De principes ten aanzien van participatie, communicatie en ook de bestuurlijke besluitvormingsprocessen worden ook in het plan gevat.

© ToornendPartners / AJ0081

30/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

De projectorganisatie zal worden uitgeschreven met de verdeling van taken en verantwoordelijkheden alsook de diverse belangrijke momenten van besluitvorming, stakeholdermanagement en dergelijke. Een belangrijk onderdeel van ieder project is het vormgeven van een toegesneden projectorganisatie waarin taken en verantwoordelijkheden worden belegd bij de best mogelijke partij voor het vervullen ervan. Zo zal voor het slagen van deze complexe opgave een kwalitatief hoogstaand team aan ontwerpers en adviseurs aangetrokken dienen te worden.

Het opdrachtgeverschap is een van de belangrijkste verantwoordelijkheden om te leggen. De wijdere gebiedsontwikkeling waar de bouw en uiteindelijk ook het succes van het Rijkmuseum Eindhoven in grote mate van afhankelijk is, is een aandachtspunt. De gemeente Eindhoven is in belangrijke mate leidend in en voor de gebiedsontwikkeling. Daaruit voortvloeiend is de gemeente idealiter de verantwoordelijke partij voor het omgevingsmanagement, het traject van bestuurlijke besluitvorming en vergunningen (permissiemanagement) en ook het realiseren van het omgevingsplan, met inbegrip van de aanpassing en nieuwe aanleg van de benodigde infrastructuur en van de terreininrichting. Het Rijksmuseum gaat ervan uit in nauwe samenwerking met de gemeente Eindhoven en met een professioneel ondersteunend team, bestaande uit interne en externe deskundigen, de rol van gedelegeerd opdrachtgever van de ontwikkeling en bouw van het gebouw te vervullen. Onderdeel hiervan is verantwoordelijkheid voor de integrale ontwerpopgave waar het landschapsontwerp ook onderdeel vanuit maakt.

Voor de bepaling van de kosten zijn ook uitgangspunten geformuleerd voor de contractvorming met uitvoerende partijen. Gecombineerde contracten waarbij uitvoerende partijen in bepaalde mate verantwoordelijk worden gemaakt voor het ontwerp zijn in de regel duurder dan traditionele contractmodellen. Voor de bouwopgave binnen het project, waarbij ervaring heeft geleerd dat doorlopend controle vanuit het Rijksmuseum op de kwaliteit van producten die de projectorganisatie oplevert noodzakelijk is, wordt uitgegaan van een traditioneel contract.

Dit houdt in dat het Rijksmuseum in de rol van gedelegeerd opdrachtgever verantwoordelijk is voor het ontwerp binnen de vastgestelde projectkaders. Dit neemt niet weg dat uitvoerende partijen vroegtijdig betrokken worden om hun expertise in te brengen, bijvoorbeeld over bouwmethodiek en alternatieven voor te stellen op basis van beschikbare materialen. Gedacht wordt daarbij aan bio-based materialen en ook mogelijkheden voor hergebruik.

© ToornendPartners / AJ0081

31/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

Voor maximale controle op de kwaliteit van de uiteindelijke uitvoering tegen de beste totale prijs, is het uitgangspunt voor de bouwopgave dat gewerkt wordt met een bouwcontract in de vorm van nevenaanneming, waarbij de bouwkundig aannemer de werken van andere aannemers, tegen betaling van een coördinatievergoeding, coördineert.

Voor andere delen van de opgave en de activiteiten en werkzaamheden binnen het grotere geheel van de gebiedsontwikkeling kan het zo zijn dat andere contractmodellen meer geschikt zijn. Dit is bijvoorbeeld het contractmodel van een bouwteam of meer gecombineerde contractvormen, zoals Design & Construct.

5.4

uitgangspunten tijd en mijlpalen

Behalve een ruimteprogramma en -model en een beeld bij de projectaanpak is ook een beeld van de planning nodig om de kosten te kunnen bepalen. Voor de planning wordt ervan uitgegaan dat eind 2025 (begin 2026?) een besluit wordt genomen over het plan project en de benodigde middelen. Het streven van het Rijksmuseum is om het paviljoen binnen 6 tot 8 jaar na vaststelling van de haalbaarheid te kunnen openen. Voor de raming is uitgegaan van een meer conservatieve tijdlijn zodat tegenvallers in de tijd op termijn geen afbreuk veroorzaken aan de kwaliteit. Voor de raming is daardoor het uitgangspunt dat de integrale ontwikkeling na besluitvorming eind dit jaar (uiterlijk begin volgend jaar) ongeveer 10 jaar in beslag zal nemen,

De projectplanning ziet er het conservatieve model als volgt uit: −

eind 2025/begin 2026: besluitvorming haalbaarheid

−

2026: doorlopen fase Projectdefinitie (PvE/PvA), vormgeven samenwerkingsovereenkomst tussen Rijksmuseum en de gemeente Eindhoven, start omgevingsmanagement en participatieprocessen

−

begin 2027 – medio 2027: selectie en contractvorming ontwerp- en adviesteams

−

medio 2027 – medio 2028: doorlopen ontwerpfasen VO en DO voor het gebouw en VO en DO voor de omgeving (landschap en terrein), tevens ontwerpfase VO voor de inrichting

−

begin 2028 – medio 2031: doorlopen diverse vergunningaanvragen en planprocedures

−

medio 2028 – eind 2028: doorlopen ontwerpfase TO terrein en infrastructuur

−

medio 2028 – medio 2029: doorlopen ontwerpfase TO gebouw en DO inrichting

−

begin 2029 – medio 2029: selectie en contractvorming uitvoerende partijen terrein en omgeving

© ToornendPartners / AJ0081

32/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

−

medio 2029 – medio 2031: uitvoering bouw- en woonrijp maken terrein

−

medio 2031 – medio 2033: realisatieperiode paviljoen (24 maanden)

−

medio 2033 – medio 2034: finetunen, inregelen klimaat en productie inrichtingselementen

−

medio 2033 – medio 2034: afwerking en inrichting terrein,

−

medio 2034 – eind 2034: inhuizen collecties en proefdraaien

−

begin 2035: opening Rijksmuseum Eindhoven (uiterlijk)

−

tot en met 2040: afronding periode van herontwikkeling Knoop XL en bereiken eindsituatie

5.5

indicatieve kosten

De investeringskosten van het paviljoen zoals dat in de voorgaande hoofdstukken is uitgewerkt, komt uit op afgerond € 80 miljoen op het prijspeil juli 2025 exclusief btw.

Voor de exploitatie zijn de de operationele exploitatiekosten en de gebouwgebonden exploitatiekosten in beeld gebracht. De totale opbrengsten zijn geschat, gebaseerd op een conservatieve schatting van 100.000 bezoekers per jaar. De ambitie is meer, maar voor de exploitatie is voor een conservatieve benadering gekomen. De totale exploitatiekosten worden geschat op circa € 8,5 miljoen per jaar, exclusief btw waardoor sprake is van verwacht negatief exploitatiesaldo van tussen de € 7 en € 8 miljoen per jaar, exclusief btw. Het uitgangspunt van het Rijksmuseum is dat alle kosten (instellings-, financierings- en exploitatiekosten) zijn voor rekening van de gemeente Eindhoven en eventuele partners, fondsen en dergelijke. 5.5.1

Operationele exploitatiekosten

In deze fase kan slechts een ruwe inschatting gemaakt worden van de operationele exploitatiekosten, namelijk tussen de €4.000.000 tot €5.000.000 per jaar. Deze operationele exploitatiekosten zijn geïndexeerd naar het prijspeil juli 2025. De operationele exploitatiekosten rusten op aannames gebaseerd op de exploitatie van het Rijksmuseum in Amsterdam en een vergelijking met het personeelsbestand van kleinere museums in Nederland. Een korte toelichting op de onderdelen van de operationele exploitatiekosten: −

Personele lasten. Deze kosten gaan uit van een organisatie van ±25 FTE.

−

Tentoonstellingskosten. Deze kosten zijn gebaseerd een combinatie van grote en kleinere presentaties, en bestaan onder andere uit verzekeringen, transport, en ontwikkeling van educatieve middelen.

© ToornendPartners / AJ0081

33/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

−

Marketing & communicatie. Deze kosten bestaan uit kosten voor marketing en pers, voor tentoonstellingen en voor Rijksmuseum Eindhoven in het algemeen.

−

Overige kosten. Deze kosten bestaan onder andere uit kosten voor publieksonderzoek, evenementen en lezingen, administratie, en IT.

5.5.2

Gebouwgerelateerde exploitatiekosten

De investeringskosten zijn gebruikt als basis voor de berekening van de gebouwgerelateerde exploitatiekosten. De exploitatieperiode vangt direct aan na de oplevering van het gebouw. De aanvangskosten zijn geïndexeerd naar het prijspeil dat geldt bij oplevering. Binnen deze exploitatieperiode van veertig jaar zijn rente en afschrijvingen met verschillende afschrijvingstermijnen berekend; vijf, tien, vijftien, twintig, vijfentwintig en veertig jaar. Na afloop van een afschrijvingstermijn zijn de kapitaallasten voor de vervangingsinvesteringen berekend. Voor de afschrijvingstermijnen zijn de door de overheid aangegeven termijnen toegepast. De afschrijvingsbedragen van vervangingsinvesteringen zijn geïndexeerd tot de vervangingsdatum. De exploitatiekosten zijn berekend over een periode van veertig jaar.

De kapitaallasten bedragen gemiddeld per jaar afgerond € 4,7 miljoen exclusief btw en bestaan uit rente en afschrijvingen over de aanvangsinvestering en over de toekomstige vervangingsinvesteringen. Deze kosten zijn aangevuld met onderhoudskosten, schoonmaakkosten, verzekeringen, heffingen en energiekosten. Dat gaat om een gemiddeld bedrag van circa € 2,5 miljoen per jaar. Deze kosten zijn jaarlijks geïndexeerd over de looptijd van veertig jaar. De gemiddelde jaarlijkse exploitatiekosten bedragen komen uitgaande van deze bedragen uit op circa € 7,2 miljoen. Voor de volledigheid is een berekening gemaakt van de kapitaallasten. Dit alleen ter informatie en om in deze fase een volledig beeld te schetsen. De financiering van het project komt immers voor rekeningen van de gemeente Eindhoven.

© ToornendPartners / AJ0081

34/35

Verkenning Rijksmuseum Eindhoven Definitief Eindconcept d.d. 27 november 2025

6

VERVOLGSTAPPEN

Het finale concept van het haalbaarheidsonderzoek dient medio november 2025 te worden opgeleverd om besproken te kunnen worden tijdens de informele bijeenkomst van het College van B&W op 21 november. Die bijeenkomst zal worden benut om het college mee te nemen in het haalbaarheidsonderzoek en de stand van zaken.

Afhankelijk van het moment van besluitvorming, dient in deze periode ook de Letter of Intent (LoI) vorm en inhoud te krijgen. De LoI beschrijft de periode na besluitvorming en totdat de projectdefinitie dusdanig is uitgewerkt dat een samenwerkingsovereenkomst aangegaan kan worden. De governance, projectaanpak, risico’s en ook financiering voor het project en ook het structurele beeld van de kosten daarna zijn de hoofdonderwerpen die in de LoI en later de samenwerkingsovereenkomst geregeld dienen te worden. Voor zowel het Rijksmuseum als de gemeente dient er tevens een beeld te zijn wat voorwaarden zijn die vervuld moeten worden voor doorgang van het project en wat ook onderwerpen kunnen zijn die tot aanpassing of zelfs ontbinding van de dan vormgegeven samenwerking kunnen leiden. Dit kan bijvoorbeeld het ontbreken zijn van instemming van publiek- en/of privaatrechtelijke stakeholders.

Het streven is om eind november 2025 een definitief eindconcept van het rapport op te leveren. Idealiter is dan ook de LoI gereed voor ondertekening, indien het beeld dat zich de komende weken aftekent, is dat het een haalbaar plan en project is.

© ToornendPartners / AJ0081

35/35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16509360/1