CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 - Aanpak WEBA

Raadsvergadering 25 november 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Energietransitie Ontwerp Warmteprogramma 2026–20356.180 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inhoud

Begrippenlijst ....................................................................................................... 3 1.

Introductie – plan van aanpak ............................................................................. 5

2. Warmtegemeenschappen, Energiegemeenschappen en Bewonersenergieinitiatieven aanpak (WEBA) ....................................................................................... 6 2.1 Waarom een aanpak? ...................................................................................... 6 2.2 Beleids- en juridische context .......................................................................... 6 2.3 Lokale context ................................................................................................. 6 2.4 De gemeente ondersteunt collectieve buurt energie-initiatieven ......................... 7 2.5 Welke buurt energie-initiatieven onderscheiden we? ......................................... 7 2.6 Hoe ondersteunen we; wat zit in onze gemeentelijke gereedschapskist? ............. 9 2.7 Samenwerking - 040energie ........................................................................... 10 2.8 Hoe gaan we opschalen? ............................................................................... 11 2.9 Doelen .......................................................................................................... 12 3.

Gebruik maken van ervaring en onderzoek ........................................................ 13

4.

Bewonersenergie in de buurt ............................................................................ 15 4.1 Bestaande initiatieven buurt - duurzaamheid .................................................. 15

Bijlage 1: Stroomschema’s ..................................................................................... 17 Duurzame Warmte .............................................................................................. 17 Opwek en delen elektriciteit ................................................................................ 18 Energie besparen ................................................................................................ 18 Bijlage 2: Bureaustudie ........................................................................................... 20 Bijlage 3: (Landelijke) middelen ............................................................................... 21 Bijlage 4: Financiën ................................................................................................ 22

2

Begrippenlijst •

• • •

•

•

• • • •

•

•

• •

• •

040energie: Een groep actieve en onafhankelijke vrijwilligers in Eindhoven, een vereniging zonder winstoogmerk die particuliere huishoudens helpt met besparen op energie, zelf energie opwekken en verduurzamen. Buurt energie-initiatieven: Initiatieven van bewoners in een buurt die zich richten op energiebesparing, hernieuwbare energieopwekking, en verduurzaming van woningen. Eindhoven Energie/Eindhoven Warmte: het publiek energie- en warmtebedrijf van Eindhoven. Energiecoöperatie: Een groep bewoners die zich inzet voor het lokaal opwekken van hernieuwbare energie, energiebesparing, en het verduurzamen van woningen. Energiecoöperaties hebben een maatschappelijke doelstelling, geen winstoogmerk, open toetreding en democratische zeggenschap. Energiegemeenschap: Een organisatie die milieudoelen, sociale doelen en gemeenschapsdoelen combineert. Energiegemeenschappen kunnen verschillende juridische vormen hebben (niet alleen coöperaties) en zijn bedoeld om samen energie op te wekken, delen en verkopen. De feitelijke zeggenschap over de energiegemeenschap is gelegen bij leden, vennoten of aandeelhouders die natuurlijk personen, micro-ondernemingen, kleine ondernemingen of gemeenten, waterschappen, provincies of gemeenschappelijke regelingen zijn. Participatie is open en vrijwillig.

Zowel de Europese Unie als Nederland heeft het concept ‘energiegemeenschappen’ geïntroduceerd in de energiewetgeving. Energie Samen is de landelijke koepel en belangenorganisatie van energiecoöperaties. Ze ondersteunen duurzame buurt energie-initiatieven. Specifiek in de warmtetransitie wordt ook de naam warmtegemeenschap gebruikt. Deze is door Energie Samen gelanceerd als naam voor warmte-energiegemeenschappen. Door Energie Samen staat ‘lokaal eigendom’ in het Klimaatakkoord. Energiewet: Wet die energiegemeenschappen en ‘energie delen’ als nieuwe activiteit opneemt, waardoor lokaal hernieuwbare energie opwekken, delen en gebruiken beter mogelijk wordt. Financiële ondersteuning: Middelen die de gemeente beschikbaar stelt aan Buurt energieinitiatieven voor haalbaarheidsonderzoeken, procesbegeleiding, en risicomanagement. Haalbaarheidsonderzoek: onderzoekt de technische, financiële, juridische en sociale aspecten om te bepalen of een duurzaam warmteproject levensvatbaar is. Klimaatverordening 2016 van Eindhoven stelt doelen om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 tot nagenoeg nul te reduceren en verplicht de gemeente tot het opstellen van een klimaatplan en jaarlijkse klimaatbegroting.

Het Nationale Klimaatakkoord is een overeenkomst tussen de Nederlandse overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties om de CO₂-uitstoot tegen 2030 met 49% en tegen 2050 met 95% te verminderen ten opzichte van 1990. Praktische ondersteuning: De gemeente Eindhoven biedt praktische ondersteuning aan buurt energie-initiatieven via een vast aanspreekpunt en een specialistenteam, helpt bij technische, financiële en juridische vragen, en koppelt initiatieven aan relevante externe organisaties. Procesbegeleider: Een (externe) professional die buurtinitiatieven ondersteunt bij het ontwikkelen en uitvoeren van hun plannen. De Regionale Energie Strategie (RES) is een gezamenlijk initiatief van de Nederlandse overheid, provincies, gemeenten en waterschappen om de energietransitie op regionaal niveau vorm te geven door duurzame energieopwekking en warmtevoorziening te bevorderen. Risicomanager: Een professional die helpt bij het identificeren en beheren van risico’s in een project. Warmtegemeenschap: Een groep bewoners die activiteiten in het warmtesysteem organiseert, vaak (maar niet per se) als coöperatie zonder winstoogmerk. Warmtegemeenschappen hebben 3

•

•

•

zeggenschap en eigendom in de omgeving van het project en werken volgens sociale spelregels zoals democratische besluitvorming. In de aankomende Wcw krijgen warmtegemeenschappen een juridische positie, apart van publieke en private warmtebedrijven. Alleen warmtebedrijven met een publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschappen kunnen voor een warmtekavel aangewezen worden en daar een grootschalige collectieve warmtevoorziening exploiteren. WEBA: De aanpak van de gemeente Eindhoven om Warmtegemeenschappen, Energiecoöperaties, Energiegemeenschappen en Bewonersenergie-initiatieven te ondersteunen met praktische en financiële middelen. Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw): Wet die gemeenten de verantwoordelijkheid geeft om aan te geven welk gebied wanneer en met welk warmtealternatief aardgasvrij wordt gemaakt. Wetsvoorstel collectieve warmte (Wcw): Wet die vastlegt dat de invulling van de collectieve warmtevoorziening een publieke taak wordt. Warmtegemeenschappen krijgen een eigen juridische positie apart van publieke en private warmtebedrijven.

4

1. Introductie – plan van aanpak De energietransitie vraagt om een gezamenlijke inspanning van overheden, bedrijven én bewoners. Lokale collectieven zoals energiecoöperaties, warmtegemeenschappen, energiegemeenschappen en andere buurtenergie-initiatieven kunnen daarin een cruciale rol spelen. Zij kunnen zorgen voor betaalbare, rechtvaardige en lokale oplossingen voor duurzame energie en warmte in de buurt. Met de komst van nieuwe wetgeving zoals de Energiewet, de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en het Wetsvoorstel collectieve warmte (Wcw), krijgt de gemeente Eindhoven een duidelijke regierol. Tegelijkertijd ontstaan er nieuwe kansen voor bewoners om actief deel te nemen aan de energietransitie. De WEBA (Warmtegemeenschappen, Energiegemeenschappen en Bewonersenergie-initiatieven Aanpak) is onze gemeentelijke aanpak om deze initiatieven te ondersteunen. Door middel van praktische en financiële ondersteuning, een vast aanspreekpunt en samenwerking met partners zoals 040energie en Eindhoven Energie, willen we bewonersinitiatieven helpen groeien. Zo bouwen we samen aan een duurzame, sociale en lokaal gedragen Energietransitie in Eindhoven.

5

2. Warmtegemeenschappen, Energiegemeenschappen en Bewonersenergie-initiatieven aanpak (WEBA) 2.1 Waarom een aanpak? Met de WEBA willen we duidelijkheid geven over de rol van de gemeente en hoe we omgaan met nieuwe wetgeving rondom energie- en warmtegemeenschappen. We bieden heldere informatie, een vast aanspreekpunt binnen de gemeente, een open houding en ondersteuning op maat voor verschillende buurtenergie-initiatieven in Eindhoven.

2.2 Beleids- en juridische context In de Klimaatverordening 2016 is vastgelegd dat de uitstoot van broeikasgassen binnen Eindhoven in 2050 tot nagenoeg nul moet zijn teruggebracht. Dit doel sluit aan bij het nadien gesloten Nationale Klimaatakkoord, waarin gemeenten een regierol in de warmtetransitie krijgen toebedeeld. Deze taak is nader uitgewerkt in de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)1 die gemeenten de verantwoordelijkheid geeft om aan te geven welk gebied wanneer en met welk warmtealternatief aardgasvrij wordt gemaakt. Daarnaast wordt via het aanstaande Wetsvoorstel collectieve warmte (Wcw)2 vastgelegd dat de invulling van de collectieve warmtevoorziening een publieke taak wordt. Warmtegemeenschappen krijgen een eigen juridische positie in de Wcw apart van publieke en private warmtebedrijven. Deze wet treedt naar verwachting in januari 2026 in werking. Warmtegemeenschappen kunnen dan in warmtebedrijven van verschillende samenstellingen deelnemen, maar ook zelfstandig een warmtekavel exploiteren 3. Op 10 december 2024 is de nieuwe Energiewet aangenomen door de Eerste Kamer. In de Energiewet die geldend is vanaf 1 januari 2026 zijn energiegemeenschappen en ‘energie delen’ als nieuwe activiteit opgenomen4.

Dat maakt het beter mogelijk om in samenwerking lokaal hernieuwbare energie op te wekken, met elkaar te delen en te gebruiken en moet de energietransitie bespoedigen. Ook kan dat concept helpen netcongestie tegen te gaan, omdat door het lokaal opwekken en lokaal weer gebruiken kan het zijn dat het net minder wordt belast5.

2.3 Lokale context Op 26 november 2024 is in de raadsvergadering bij de bespreking voor de oprichting van het publiek warmte bedrijf Eindhoven Energie/Eindhoven Warmte 6 toegezegd dat de gemeente een aanpak ontwikkelt t.a.v. energiecoöperaties, warmtegemeenschappen en andere (collectieve) bewonersenergieinitiatieven waarbij de gemeente een ondersteunende rol aanneemt naar energiecoöperaties. Deze aanpak nemen we in 2025 op in het Warmteprogramma van de gemeente. In het bestuursakkoord Eindhoven 2022-2026 staat: we hebben een publieke taak om grip te krijgen op de energietransitie en de maatschappelijke belangen zoals betaalbaarheid, duurzaamheid en ontwikkeling van onze stad te borgen en energiemonopolies te voorkomen 7.

Het publiek energiebedrijf is een unieke kans om de energietransitie niet alleen duurzaam, maar ook sociaal rechtvaardig en lokaal De Wgiw is op 23 april 2024 aangenomen door de Tweede Kamer (kamerstuk 36387) De Wcw ligt ter behandeling voor in de Tweede Kamer, verwachte ingangsdatum: 1 januari 2026 3 Link: Kamerbrief 7-10-2024 over randvoorwaarden voor de verdere uitrol van warmtenetten 4 Link: Energiegemeenschappen | Regionale Energiestrategie 5 Link: Energiewet aangenomen door de Eerste Kamer der Staten-Generaal - PONT Klimaat 6 Vergadering Raadsvergadering 26-11-2024 Gemeente Eindhoven Motie - Energiecoöperaties stimuleren 7 Link: Bestuursakkoord Eindhoven 2022-2026 1 2

6

gedragen te maken in samenwerking met lokale energiecoöperaties. Daarbij worden de energiecoöperaties praktisch en financieel ondersteunt door de gemeente. Dit kan leiden tot een bredere maatschappelijke betrokkenheid en meer lokaal eigenaarschap in Eindhoven. Waar de verduurzamingsopgave vaak ook een technische opgave is, blijkt het noodzakelijk en goed mogelijk om de energietransitie in buurten en wijken te verbinden met de aanpak van sociale opgaven. 8 In de Regionale Energie Strategie (RES) is de behoefte aan professionalisering van lokale energiecoöperaties geïnventariseerd. Om de belangrijke rol die bewonersinitiatieven in de energietransitie kunnen spelen te versterken, is het belangrijk om deze initiatieven te helpen professionaliseren 9. Hier wordt een intentieovereenkomst voorbereid om op korte termijn te werken aan concrete projecten, ontwikkelen professionaliteit en opbouwen vertrouwen. En op de lange termijn het verdiepen van de relaties richting een strategisch partnerschap.

2.4 De gemeente ondersteunt collectieve buurt energie-initiatieven Ontstaan van een Warmtegemeenschap, Energiecoöperatie, Energiegemeenschap of Bewonersenergie-initiatief is afhankelijk van de actiebereidheid van buurtbewoners. De gemeente kan dit niet afdwingen. De gemeente kan wel zorgen voor de juiste omstandigheden om een initiatief te kunnen starten. Daarom is inzet van een stevigere ondersteuning vanuit de gemeente gewenst. De gemeente geeft daarmee bewonersenergie-initiatieven vertrouwen en ruimte voor contact. Dit gebeurt met een vast aanspreekpunt(en) vanuit de gemeente, inclusief praktische ondersteuning en het betrekken van het interne en externe netwerk. Voor warmte-initiatieven komt onder andere geld vanuit de gemeente beschikbaar voor het betalen van haalbaarheidsonderzoeken en het inhuren van een (externe) procesbegeleider. Het initiatief blijft bij de groep bewoners wanneer zij behoefte hebben om binnen hun ambitie of organisatie de gemeente een rol te geven. Dat kan structureel of eenmalig zijn. In dit geval zijn de inwoners de initiator en participeert de gemeente. Oftewel overheidsparticipatie. Dat wil zeggen dat het initiatief bij de inwoner(s) blijft en dat het initiatief autonoom is. Dat kan anders worden, zodra er sprake is van een gezamenlijk project tussen initiatief gemeente of in samenwerking met Eindhoven Energie.

Tegen die tijd worden er maatwerkafspraken gemaakt over de samenwerking. In het juridische model van het Eindhoven Energie10 is het mogelijk om te participeren in- of samen te werken met warmtegemeenschappen. Een warmtegemeenschap, energiegemeenschap of energiecoöperatie start meestal met een groep bewoners die initiatief neemt met betrekking tot energie in hun buurt. De gemeente ondersteunt deze groepen en initiatieven hierbij. Ook als het initiatief nog geen officiële rechtsvorm heeft ondersteunen wij bewonersenergie-initiatieven. Daarna zijn verschillende mogelijkheden om de groep (in een officiële rechtsvorm) te organiseren.

2.5 Welke buurt energie-initiatieven onderscheiden we? Opwek en delen elektriciteit11 Dit kan gaan om collectieve zonnedaken (industrie, buurthuis, schaduwdoeken, gevels, parkeerterrein). De gemeente kan hierin ondersteunen door het aanwijzen van ontwikkellocaties, door het afstemmen van bestemmingsplannen en zorgen voor verbinding bij ontwikkelingen in de regio.

Uyterlinde et al., Samen naar een duurzame en leefbare wijk Link: Kabinetsaanpak Klimaatbeleid | Tweede Kamer der Staten-Generaal 10 Link: (84) Uitlegvideo Publiek energie- en warmtebedrijf - Gemeente Eindhoven - YouTube 11 Zie bijlage 1: stroomschema Opwek en delen elektriciteit 8 9

7

Energiegemeenschappen12 in bestaande buurten die samen energie opwekken en delen. Eventueel in combinatie met een buurtbatterij. Dit is nog pionieren. Dit kunnen we als gemeente wel stimuleren door het toekennen van een pilotstatus voor innovatieve projecten van bewoners-initiatieven. Voor initiatieven rondom het delen van lokaal opgewekte elektriciteit en de inzet van buurtbatterijen is samenwerking met netbeheerder Enexis essentieel. Zij bieden praktische procesondersteuning o.a. door middel van het beschikbaar stellen van interne expertise en een engineer van Enexis die bekend is met de Eindhovense situatie. Buurtbatterijen kunnen afhankelijk van de situatie ter plekke worden aangesloten mits ze lokaal worden ingezet. Uiteraard moet het i.v.m. netcapaciteit mogelijk zijn dat er een grootverbruik-aansluiting gemaakt kan worden. Enexis kan adviseren rondom aansluitingen en beschikbare netcapaciteit. Bij concrete initiatieven in Duurzame warmte moet Enexis betrokken worden bij de planvorming. Energiebesparen13 Bij energiebesparing draait het om initiatieven die het energieverbruik in de buurt helpen verminderen, ongeacht of het gaat om fossiele of duurzame energie. Dit kan bijvoorbeeld door bewoners meer inzicht te geven in hun energieverbruik, hen te stimuleren tot kleine gedragsaanpassingen of door eenvoudige maatregelen.

Ook grotere stappen, zoals het gezamenlijk isoleren van woningen per straat of buurt, vallen hieronder. Met de WEBA-aanpak willen we ruimte bieden om te experimenteren met verschillende vormen van collectieve energiebesparing. In sommige buurten kan dat door bewoners actief te betrekken en te activeren, terwijl in andere situaties juist ontzorging en ondersteuning centraal staan. Zo zoeken we samen naar wat werkt in de praktijk, passend bij de behoeften van elke buurt. Duurzame warmte14 Om wat voor soort warmte-initiatief gaat het: • • •

Een collectief warmtenet boven de 1500 aansluitingen. Een collectief (klein) warmtenet tot 1500 aansluitingen. Individueel all-electric (warmtepomp).

Bij initiatieven in duurzame warmte is er bij de ondersteuning een rolverdeling tussen de gemeente en Eindhoven Energie die we baseren op de indeling van het Buurtproces Energie Samen15 met diverse fases en mijlpalen in het initiatief: • • • • •

Beginfase: Mobiliseren van de buurt en draagvlak ophalen Fase 1 Initiatie: voorbereiding, samenwerking en visievorming en planvorming Fase 2 Ontwikkeling: ontwerp, uitwerking en investeringsplan Fase 3 Realisatie: contracteren, uitvoering en nazorg Fase 4 Exploitatie: onderhoud, optimalisatie en vervanging

Beginfase en fase 1 richt zich op het mobiliseren van de buurt, het ophalen van draagvlak en het ondersteunen bij visievorming en planontwikkeling. In deze fase verkennen we ook of samenwerking met Eindhoven Energie mogelijk is. Vanaf fase 2 – de uitwerking en realisatie – kan Eindhoven Energie een actieve rol spelen, afhankelijk van de schaal en het type initiatief. Wat staat er in het warmteprogramma van het buurt initiatief? Voor grootschalige warmtenetten (boven de 1500 aansluitingen) geldt dat alleen warmtebedrijven met een publiek meerderheidsbelang of

Zie link: Waarom energiegemeenschappen de energiehubs van de toekomst zijn Zie bijlage 1: stroomschema Energiebesparen 14 Zie bijlage 1: stroomschema Duurzame warmte 15 Link: Indeling van het Buurtproces Energie Samen academie 12 13

8

warmtegemeenschappen kunnen worden aangewezen voor exploitatie. Bij kleinschalige warmtenetten (tot 1500 aansluitingen) is dat niet verreist. In het juridische model van het Eindhoven Energie is samenwerking met warmtegemeenschappen en energiecoöperaties mogelijk. De komende vijf/zes jaar (2025-2030) willen we deze samenwerkingsvormen in de praktijk verder ontwikkelen. Het bewonersinitiatief, gemeente, Eindhoven Energie en andere partners moeten de ruimte krijgen om de samenwerking vorm te geven. En het bewonersinitiatief moet de ruimte krijgen om in stappen op te groeien tot een professionele energiecoöperatie, warmtegemeenschap of energiegemeenschap. Dit noemt Energie Samen Opgroeiruimte16. In deze Opgroeiruimte moeten wij, de gemeente, tijd investeren. Hierin is niet alles in een proces te vangen. Basis is vertrouwen, het aangaan van contact en een open houding van de gemeente richting een buurt energie-initiatief.

2.6 Hoe ondersteunen we; wat zit in onze gemeentelijke gereedschapskist? Hoe kunnen wij als gemeente helpen om de volgende stap te zetten? We kunnen op verschillende manieren helpen: informeren, praktische ondersteuning en financiële ondersteuning. Veel hangt af van de behoefte van het initiatief. We ondersteunen niet zomaar wat; we willen aansluiten bij de behoefte van het initiatief. Dat betekent dat er in de praktijk veel ruimte moet zijn voor maatwerk. Om in aanmerkingen te komen voor praktische en financiële ondersteuning moet het initiatief: • • • • •

Een basis in Eindhoven hebben; Zich inzetten voor de publieke zaak (gezamenlijke inwoners belangen) en waarde creëren voor de eigen leefomgeving; Het moet passen of passend te maken zijn binnen lokaal beleid; Transparant zijn over opgehaalde kennis en ervaring, zodat er ook door anderen van geleerd kan worden; De initiatieven leveren een bijdrage aan de energietransitie.

Informeren We informeren over beschikbare middelen en (landelijke)subsidies. We zorgen voor de zichtbaarheid van bestaande buurt energie-initiatieven in Eindhoven. Brengen bestaande platforms en netwerken in de stad, regio en land onder de aandacht. Om op deze manier initiatieven met elkaar te verbinden, te inspireren en om kennis en ervaring met elkaar uit te wisselen. We werken aan een communicatie aanpak om de WEBA onder de aandacht te brengen en zo bewoners van Eindhoven te laten zien hoe ze invloed uit kunnen oefenen op hun eigen, lokale energietransitie. We maken gebruik van de bestaande bewonersenergie in de buurten van Eindhoven. Dit doen we door actief te informeren over de WEBA aan bestaande duurzaamheid (in de breedste zin van het woord) initiatieven. Praktische ondersteuning Voor een buurt energie-initiatief zijn de gemeente en haar externe partners grote en soms logge organisaties waar het lastig kan zijn om de weg te vinden. Hier moeten wij als gemeente in ondersteunen. De gemeente biedt praktische ondersteuning voor een buurt energie-initiatief via een vast aanspreekpunt binnen de gemeente. Belangrijk dat het aanspreekpunt voldoende mandaat, aanzien en verbindingen 16

Opgroeiruimte: een proces om te groeien naar een volwassen partnerschap - Energie Samen Academie

9

heeft binnen de gemeente. Om zo het interne netwerk te kunnen aanspreken en eventueel aan het buurt energie-initiatief koppelen. Via het vaste aanspreekpunt bieden we praktische ondersteuning met een WEBA specialisten/expertise team (technisch, juridisch, financiën) binnen de gemeente. Die kunnen helpen bij vragen zoals: past het in de grond? Wat zijn financieringsmogelijkheden? Hoe kunnen beginnende initiatieven (nog geen rechtsvorm) subsidie aanvragen? Wat zijn de risico’s 17 bij het ontwikkelen van een warmtenet? We helpen bij het aanspreken en aan de juiste organisaties koppelen van het externe netwerk. Denk hierbij aan 040Energie, Energie Samen, Eindhoven Energie, Enexis, Woningbouwcoöperaties, Financiële sector, kennisorganisaties. We bieden praktische ondersteuning bij het mobiliseren van de buurt. Zodra initiatieven bekend zijn en communicatieve ondersteuning nodig hebben, kijken we hoe we deze kunnen bieden (denk o.a. aan een communicatie-toolkit). Financiële ondersteuning Om in aanmerking te komen voor financiële ondersteuning tot en met fase 1 moet het gaan om een duurzaam warmte-initiatief. Het moet duidelijk zijn dat het niet gaat om één enthousiast individu maar om een initiatief met draagvlak in de buurt.

Om aan te tonen dat er draagvlak in de buurt is moet het gaan om een minimaal georganiseerde groep in de buurt of minimaal 100 handtekeningen in de buurt zijn opgehaald. Om in aanmerking te komen voor financiering in fase 1 moet er een eerste plan van aanpak voor het buurt initiatief zijn. We maken hiervoor gebruik van het format 18 startdocument buurtorganisatie van Energie Samen. De financiële ondersteuning die we beschikbaar stellen is bedoeld voor een haalbaarheidsonderzoek voor startende warmte-initiatieven, het inhuren van een (externe) procesbegeleider (ondersteuning buurt warmte-initiatief) voor fase 1, het inhuren van een risicomanager of voor een risicosessie om de risico’s samen met het warmte-initiatief in kaart brengen. We willen aansluiten bij de behoefte van het initiatief dus ook in dit geval moet er ruimte zijn voor maatwerk.

2.7 Samenwerking - 040energie 040energie heeft een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente. Dit is een groep actieve en onafhankelijke vrijwilligers, een vereniging zonder winstoogmerk met onafhankelijk advies en collectieve inkoop. Met als doel particuliere huishoudens met een eigen woning te helpen met besparen op energie, zelf energie opwekken en te verduurzamen. Naast deze individuele ondersteuning speelt 040energie ook een rol in het versterken van collectieve bewonersinitiatieven. Afhankelijk van het type en de schaal van het initiatief kunnen zij adviseren, ondersteunen bij de opstart, en helpen bij het organiseren van lokale samenwerking. Met hun brede netwerk, technische expertise en ervaring in stadsbrede campagnes is 040energie een waardevolle schakel in het bereiken van bewoners, het creëren van draagvlak en het versterken van lokale gemeenschappen. Binnen de WEBA wordt 040energie actief betrokken bij initiatieven in de stad, zowel in de verkennende fase als bij de uitvoering. De vereniging staat open voor samenwerking met beginnende collectieven en kan bijdragen aan het opzetten van energiegemeenschappen, het mobiliseren van bewoners en het bieden van praktische ondersteuning.

17 18

Link: Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie | Beheersing van risico’s… Link: Format Startdocument Buurtorganisatie.pdf

10

2.8 Hoe gaan we opschalen? We maken ruimte om zes warmte-initiatieven in de periode 2025 en 2026-2030 financieel te ondersteunen. Daarnaast hebben we ruimte om meerdere bewonersenergie-initiatieven in Duurzame Warmte, Opwek en delen elektriciteit en Energiebesparen praktische ondersteuning te bieden. Wanneer we ervan uitgaan dat we in 2050 van het aardgas af moeten zijn in Eindhoven. Dat betekent dat in 2042 de laatste initiatieven gestart moeten zijn (gemiddeld 8 jaar van initiatief tot realisatie). Wanneer we starten met de capaciteit en euro’s voor één initiatief per jaar dan komen we op 17 buurten uit tot 2042. Dat is maar een klein deel van de 116 buurten van Eindhoven. Ook moeten we incalculeren dat initiatieven soms zullen stoppen. Niet alle buurten waar we financiële ondersteuning bieden doorlopen fase 1 t/m 4 volledig. Vooraf is het moeilijk te voorspellen hoeveel buurten gebruik willen maken van de WEBA. We hebben een poging gedaan om een inschatting te maken door middel van een stadsanalyse19 op basis van een aantal indicatoren. Zie afbeelding 2, hoe groener een buurt op de kaart, hoe beter die scoort op de indicatoren.

Afbeelding 2: schatting buurten op basis van indicatoren Op basis hiervan schatten we in dat 11-27 buurten gebruik willen maken van de financiële ondersteuning die de gemeente in de WEBA biedt voor warmte-initiatieven. Tegelijkertijd vraagt opschaling om een andere manier van denken. In plaats van te focussen op het in één keer realiseren van een warmtenet, kiezen we binnen de WEBA om stappen die bijdragen aan het bredere energiesysteem, ook als ze klein beginnen, te ondersteunen. Denk aan energiedelen, energie opwekken en energieopslag. Deze maatregelen zijn waardevol op zichzelf én brengen andere oplossingen, zoals een 19

Link pagina 4 energiecoöperaties_indicatoren 2024 - Infogram

11

warmtenet, dichterbij. Ze zijn bovendien no-regret: ook als het warmtenet er uiteindelijk niet komt, leveren ze maatschappelijke waarde op. We zien dat het energiesysteem steeds meer verweven is: warmte, elektriciteit, opslag en gedrag zijn met elkaar verbonden. Daarom ondersteunen we initiatieven die bijdragen aan dit systeem als geheel, en niet alleen aan één specifieke oplossing. Ook verbindingen met de fysieke en sociale omgeving – zoals woningbouw, vergroening of buurtontwikkeling – kunnen bijdragen aan het versterken van het energiesysteem. Doormiddel van monitoring en het evalueren van de WEBA willen we de komende jaren bepalen of nog opgeschaald- of juist afgeschaald moet worden in het ondersteunen van buurt initiatieven in duurzame warmte, opwek en delen elektriciteit en energiebesparen. Bij deze monitoring en evaluatie zoeken we ondersteuning en samenwerking met de TU/e. Mocht de WEBA zich de komende 5 jaar (tot 2030) bewijzen, dan is het belangrijk dat we nu al ook nadenken over de opschaling en verankering van de aanpak voor de lange termijn richting 2050. En ervoor zorgen dat de WEBA de komende jaren verspreid en verankerd wordt binnen de interne organisatie. Zodat deze niet afhankelijk blijft van individuele medewerkers. Hier moeten we tijd en aandacht voor hebben.

2.9 Doelen Doel WEBA: Bredere maatschappelijke betrokkenheid bij en meer lokaal eigenaarschap voor de energietransitie in Eindhoven. De aanpak draagt bij aan de doelen uit het Nationale Klimaatakkoord20: • In 2050 geen aardgas meer te verbruiken t.b.v. de gebouwde omgeving (verwarmen of koelen). • Bij opwekking van duurzame energie op land moeten burgers voor minstens de helft kunnen profiteren van het project. De WEBA-aanpak draagt direct bij aan de uitvoering van het Bestuursakkoord21 van de gemeente Eindhoven. In lijn met dit akkoord zetten we in op een energietransitie die haalbaar en betaalbaar is voor zowel de gemeente, gebouweigenaren als bewoners. We zorgen ervoor dat iedereen kan meedoen: door ondersteuning op maat, het wegnemen van drempels en het stimuleren van samenwerking in de buurt. Daarnaast geven we invulling aan het uitgangspunt om de klimaatopgave gebiedsgericht en samen met inwoners aan te pakken. We ondersteunen buurtenergie-initiatieven en belonen goede ideeën van onderop. De WEBA biedt daarmee een concrete en uitvoerbare aanpak om deze bestuurlijke ambities waar te maken.

20 21

Link: Klimaatakkoord | Publicatie | Klimaatakkoord Link: Bestuursakkoord 2022-2026: Samen morgen mooier maken

12

3. Gebruik maken van ervaring en onderzoek Voor dit plan van aanpak zijn eerst gesprekken gevoerd met bestaande initiatieven in de stad, de regio en het land. Naast deze gesprekken is ook onderzoek gedaan. We hebben verschillende bronnen geraadpleegd en een bureaustudie uitgevoerd (zie bijlage 2). Het doel was om een goed beeld te krijgen van de mensen die betrokken zijn bij bewonersinitiatieven en energiecoöperaties. Wat zijn hun vragen? Waar lopen ze tegenaan? Wat hebben ze nodig? Daarbij is ook gekeken naar landelijke voorbeelden van succesvolle samenwerking tussen gemeenten en bewonersinitiatieven. Ook zijn ervaringen van andere gemeenten meegenomen. In de regio zijn een aantal energiecoöperaties actief. Binnen de gemeente Eindhoven zijn een aantal buurt energie-initiatieven actief, o.a. meer&deel en Oude Gracht Oost. Nederland telt liefst 714 energiecoöperaties , ongeveer twee per gemeente gemiddeld. Deze burgercollectieven bestaan uit vrijwilligers die zich inzetten voor de duurzame energievoorziening in ons land. Naar schatting zijn er zo’n 131.000 leden in totaal. Het is een recente ontwikkeling: vijftien jaar geleden waren er nog maar 17 energiecoöperaties. Deze coöperaties zetten zich in voor bijvoorbeeld energiebesparing (301), collectieve warmte (70), collectieve zon opwek (146) en collectieve wind opwek (105).

Gesprekspartners Wij spraken voor dit plan van aanpak met Energiecoöperatie Culemborg, bewonersinitiatief uit een Vinexwijk in Culemborg, een projectleider van LSA, Kempenstroom, Energiecoöperatie Ecoburen, de gemeente Vught, Energiecoöperatie Morgen Groene Energie, Iris Elektrick, een startend initiatief in buurtbatterij en energie delen, Meer&deel Eindhoven, Oude Gracht Oost Eindhoven, 040 Energie. Ook spraken we met een adviesbureau en hun ervaring met energiecoöperaties uit Utrecht, Heerenveen en Noorderveld, gebiedscoördinatoren van de gemeente, onderzoekers van de TU/e Innovation Sciences, TNO, Eindhoven Energie, Energie Samen en netbeheerder Enexis. Belangrijke bevindingen uit de gesprekken Uit de gevoerde gesprekken kwamen verschillende inzichten naar voren. Energiecoöperaties willen transparant zijn, ook ten opzichte van elkaar. Durf als gemeente vaker initiatieven los te laten: geef bewoners de ruimte die ze vragen en de ondersteuning die ze nodig hebben. Laat de gedachte los dat alles maakbaar is. Geef vertrouwen – het zijn vaak vrijwilligers, maar zeker kundige mensen met veel kennis. Partnerschap tussen gemeente en coöperaties is belangrijk. Werk samen op gelijke voet binnen projecten. In het begin kost dit meer tijd, vanwege participatietrajecten en het opbouwen van een relatie. Maar als het lukt, heb je goud in handen: bewoners worden echt partner.

Niet de gemeente trekt de kar, maar de bewoners. Het gaat ook om het organiseren van macht én tegenmacht – daaruit ontstaan vaak de beste plannen. Gelijke behandeling van bewonersinitiatieven moet je als gemeente durven loslaten. Dat vraagt lef. Sluit aan bij wat er al is en maak gebruik van de bestaande bewonersenergie. Energiecoöperaties dragen bij aan het gemeenschapsgevoel. Ze zijn vaak gericht op het verbeteren van de wijk. Tegelijkertijd geldt: soms zijn slechts een paar bewoners enthousiast, terwijl de rest van de buurt niet meedoet. Daar moet je als gemeente oog voor hebben. Bij bewonersinitiatieven zie je soms een gebrek aan tijd, kennisachterstand of moeite met professioneel werken. Ook ervaren bewoners extra druk, omdat ze het goed willen doen voor hun medebewoners. Het is belangrijk om het perspectief van bewoners en coöperaties goed te begrijpen. Maar stel jezelf als gemeente steeds de vraag: “Wat betekent dit voor ons?”

13

Over de informatie en praktische ondersteuning die wij als gemeente kunnen bieden, werden de volgende inzichten gedeeld. Wees als gemeente helder en duidelijk in beleid, en geef duidelijkheid over de rol die de gemeente kan en wil vervullen in een project. Er is behoefte aan een vast contactpersoon bij de gemeente. Wanneer iemand met een idee komt, is het belangrijk om te kijken hoe je kunt helpen – blijf daarbij luchtig. Het toekennen van een pilotstatus aan innovatieve projecten van bewonersinitiatieven, met een evaluatieverplichting, wordt als waardevol gezien. Ook het creëren en onderhouden van een platform om initiatieven met elkaar te verbinden is belangrijk. Risico’s moeten benoemd en waar mogelijk afgedekt worden. Daarnaast is het van belang om communicatiemiddelen beschikbaar te stellen, contacten met externe partijen te faciliteren en interne of externe expertise beschikbaar te maken. De gemeente kan ook ondersteunen door te informeren over subsidie- en financieringsmogelijkheden, en door bestaande initiatieven zichtbaar te maken om andere bewoners te stimuleren om deel te nemen aan initiatieven of coöperaties. Van droom naar realiteit: de “ideale oplossing” die een initiatief vaak voor ogen heeft, botst soms met de technische of economische realiteit.

Het is belangrijk om dit “desillusierisico” te onderkennen en in een vroeg stadium een algemeen haalbaarheidsgevoel op te vragen bij experts. Het is belangrijk om het opgroeirecht van bewonersinitiatieven te erkennen. Een initiatief moet zich geleidelijk kunnen professionaliseren. Geef bewonersinitiatieven de tijd en ruimte om zich te ontwikkelen en om fouten te mogen maken. Financiële ondersteuning kwam in meerdere gesprekken naar voren als een belangrijke randvoorwaarde. Er is behoefte aan een goede (externe) procesbegeleider of projectleider voor de buurt. Tegelijkertijd moet worden ingecalculeerd dat sommige initiatieven tussentijds kunnen stoppen. Het faciliteren en verstrekken van (voor)financiering voor projecten is essentieel, net als het aanbieden van betaalbare financiering. Ook het leveren van een financiële bijdrage om een initiatief te starten of een coöperatie op te richten werd genoemd als belangrijk. Daarnaast is het van waarde om middelen beschikbaar te stellen voor ontmoetingsruimten waar diverse bijeenkomsten kunnen plaatsvinden. Wanneer een externe begeleider wordt ingeschakeld om het buurtinitiatief te ondersteunen, is het belangrijk om aan het begin van het proces de opdracht en wederzijdse verwachtingen zorgvuldig af te bakenen. Ook de afbakening van de analyse moet in een vroeg stadium worden vastgesteld.

Het is af te raden om deze later in het proces aan te passen.

14

4. Bewonersenergie in de buurt Niet elke buurt in Eindhoven beweegt op dezelfde manier of in hetzelfde tempo mee in de energietransitie. In sommige buurten zal relatief eenvoudig een energiegemeenschap of warmtegemeenschap ontstaan. In andere buurten ontstaan eerder losse initiatieven of blijft het stil. Toch is het organiseren van een collectief van groot belang. Alleen via samenwerking kunnen bewoners profiteren van voordelen zoals energiedelen of mede-eigenaarschap van een warmtenet. Daarom is het belangrijk dat we als gemeente ruimte bieden voor verschillende vormen van initiatief, en ondersteuning bieden die aansluit bij de fase en context van een buurt. In buurten met een sterke organisatiekracht kunnen bewoners zelf het voortouw nemen, en mogelijk ook andere buurten ondersteunen. Tegelijkertijd moeten we erkennen dat er ook buurten zijn waar dat niet vanzelf gaat. Ook daar willen we als gemeente aanwezig zijn met maatwerk en een open houding.

4.1 Bestaande initiatieven buurt - duurzaamheid Collectieve verduurzaming en sociale samenhang in een wijk zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden 22. We hebben een inventarisatie gemaakt van de al bestaande initiatieven met betrekking tot duurzaamheid (in de breedste zin van het woord) in een buurt23. Om zo de bestaande bewonersenergie in de buurten in kaart te brengen. We zien 24 buurten met één initiatief, 10 met twee initiatieven en 4 met drie initiatieven. In 78 buurten zijn geen initiatieven bekend. Op Afbeelding 1 zie je hoe groener een buurt op de kaart, hoe meer initiatief.

Afbeelding 1: bestaande initiatieven buurt m.b.t. duurzaamheid Zo’n 6 buurtinitiatieven en 2-3 stedelijke initiatieven gaan specifiek over energie. Dat is nog een klein aantal op het totaal en laat zien dat hier nog een opgave ligt. Tegelijkertijd laat de hoeveelheid buurtenergie zien dat er wel een goede voedingsbodem lijkt te zijn!

22 23

Link: Hoe iedereen mee kan doen met verduurzamen; zes inzichten - LSA Link pagina 4 energiecoöperaties_indicatoren 2024 - Infogram

15

16

Bijlage 1: Stroomschema’s Duurzame Warmte

Stroomschema 1: Duurzame Warmte

17

Opwek en delen elektriciteit Stroomschema 2: Opwek en delen elektriciteit

Energie besparen

18

Stroomschema 3: Energie besparen

19

Bijlage 2: Bureaustudie Samenwerken met warmtegemeenschappen, energiegemeenschappen, energiecoöperaties en bewoner energie-initiatieven: • Als gemeente samenwerken met energiecoöperaties: de basics | HIER • Handreiking voor gemeenten over de samenwerking met energiecoöperaties (rvo.nl) • Stappenplan - Samenwerking en besluitvorming bewonersinitiatieven en gemeenten (nplw.nl) • Participatiecoalitie Factsheet 50% eigendom van de lokale omgeving • Handreiking: werken aan een goede rolverdeling bij het ontwikkelen van zonneparken en windmolens met lokaal eigendom - De Participatiecoalitie • Samenwerking met overheden - Energie Samen Academie • Handreiking ‘Wind- en zonneparken realiseren samen met inwoners’ | HIER • Buurtwarmte (energiesamen.nu) helpt wijk- en dorpsgenoten om samen duurzame, lokale warmte te realiseren. Dat doen ze door hun initiatieven te professionaliseren. Ze bieden daarvoor een integrale buurtaanpak aan. • Organisatiemodellen en samenwerkingsvormen onder de Wet Collectieve Warmte • Organisatiemodellen onder de Wet collectieve warmte • Handreiking “Mini- en kleinschalige warmtenetten” • Het Nationaal Klimaatplatform Lokale daadkracht versterkt Landelijke best practices en voorbeelden andere gemeentes: • Warmte-initiatief Westerkwartier Culemborg - Eigenaarschap bij wijkbewoners. Dan voelen deze zich betrokken en komt het initiatief van de grond.

Plannen om afvalwater te benutten voor een warmtenet. • Nijmegen Duurzaam Hengstdal - bewoners krijgen zeggenschap over de exploitatie van het systeem en worden ook eigenaar. Randvoorwaarden vooraf opgesteld met bewoners. • Utrecht: Wedstrijd energiecoöperaties Utrecht. Vijf teams/buurten werkten plannen uit, die door een jury werden beoordeeld. Voor de beste plannen was er een geldprijs. Met het geld dat je als buurt kon winnen, kon je de volgende stap zetten naar verwarmen zonder gas. • Energie van Utrecht versterkt de kracht en professionaliteit van de lokale energiecoöperaties bij zon- wind- en warmteprojecten. • KetelhuisWG is de lokale energiecoöperatie voor de WG-buurt in Amsterdam Oud-West. • Amsterdam: Zon op Kattenburg, 357 zonnepanelen geplaatst op twee daken van het complex Groot Kattenburg. • Den Haag Warm in de Wijk is een bewonersinitiatief door inwoners van de Vruchtenbuurt, die zich verenigd hebben in de Coöperatie Duurzame Vruchtenbuurt. • Goeie voorbeelden gemeente Utrecht en gemeente Zwolle betalen haalbaarheidsstudie met onafhankelijke partij (ter waarde van €60 duizend+) voor startende initiatieven. • Gemeente Wageningen ondersteund initiatieven doormiddel van €30.0000 en €70.000 incidenteel geld. •

Local4Local Een nieuw energiesysteem waarin landelijk samenwerkende energiecoöperaties hun lokale duurzaam opgewekte stroom en warmte gaan aanbieden tegen een eerlijke prijs. Zoveel mogelijk onafhankelijk van de markt. Met stabiele prijzen en lokaal zeggenschap. Dát is local4local.

•

Langs de A16 in West-Brabant werken bewoners, organisaties, ontwikkelaars en overheden samen aan schone energie. Energie A16 | Duurzame energie voor en door bewoners

De input van de gesprekken en bureaustudie zijn onderdeel geworden van deze aanpak. Het zwaartepunt in het vervolgtraject kwam te liggen op de vraag: Wat betekent dit voor de (rol) gemeente? Hiervoor gingen we met de opgehaalde input in de vorm van drie stroomschema’s (Duurzame warmte, Opwek en delen elektriciteit, Energie besparen, zie bijlage 1 stroomschema’s) intern en met onze partners (extern) het gesprek aan en hebben deze verder aangescherpt om tot een breed gedragen aanpak te komen.

20

Bijlage 3: (Landelijke) middelen Binnen de WEBA verkennen we hoe we bewonersinitiatieven kunnen ondersteunen bij het vinden van de juiste financieringsmix – passend bij hun schaal, ambitie en fase van ontwikkeling. Subsidies vormen een belangrijke bron van financiering, maar zijn vaak tijdelijk en afhankelijk van landelijke of regionale regelingen. Daarom is het van belang dat initiatieven goed worden begeleid bij het volgen van deadlines, het inspelen op nieuwe subsidiemogelijkheden en het omgaan met veranderende voorwaarden. We informeren initiatieven over de beschikbare landelijke en gemeentelijk subsidies. Ook crowdfunding is een optie. In feite is dat wat veel initiatieven al doen: geld mobiliseren bij bewoners, bijvoorbeeld voor een collectieve inkoopactie. Er bestaan ook professionele platforms die dit proces kunnen ondersteunen. Een knelpunt voor warmtegemeenschappen om een rol te spelen in de energietransitie is het ontbreken van financiële middelen in de ontwikkelfase van de collectieve warmtevoorziening. Om dit op te lossen is met Energie Samen een pilot gestart voor een Ontwikkelfonds Warmte voor energiecoöperaties. Dit is bedoeld voor fase 2 - de ontwikkelfase. Landelijke subsidies: • •

• • • • • •

Subsidieregeling procesondersteuning opschaling renovatieprojecten (SPOR) Home - De Participatiecoalitie betrekt bewoners bij de energietransitie: een subsidie voor procesbegeleiding aan te vragen. Zij stellen geen eis zoals de SPOR-subsidie. De enige eis die zij stellen is dat het een energiecoöperatie is. Zodat democratie is gewaarborgd. Nationaal Isolatieprogramma (NIP) Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid CDOKE Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) Subsidie voor het benutten van innovatiekracht voor economische én maatschappelijke impact Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE)

Gemeentelijke subsidie: • • •

Subsidie versterken sociale basis max €20k Maatschappelijke insteek en buurt overstijgend zijn. Subsidie gebiedsgericht werken max €5.000 Vanuit gebiedsexpertise (actiegebieden) €10 per bewoner, €2,50 per bewoner (geen actiegebied). In 2025 de mogelijkheid verkennen om een subsidie te ontwikkelen vanuit de gemeente voor Warmtegemeenschappen -> maximaal €30.000 per buurt voor de fase 0-1.

21

Bijlage 4: Financiën 2025: totaal €60.000. Hiervan is €10.000 al gereserveerd voor de WEBA en beschikbaar in het jaarplan van de afdeling Energietransitie, de overige €50.000 kan vanuit de EBA betaald worden. Totaal t/m 2030: €610.000 E Praktische en financiële ondersteuning Onderzoeken haalbaarheid startende initiatieven Inhuren (externe) Procesbegeleider Ondersteunende middelen (zaal huur, interviews, fotografie, filmpje(s) etc.)

Totaal

2025 €30.000 per jaar €10.000 (0,2 fte) €20.000

€60.000

2026 t /m 2030 per jaar €30.000 per jaar

2026 t/m 2030

€60.000 (0,4 fte) per jaar €20.000 per jaar

€300.000

€110.000

€550.000

€150.000

€100.000

Naast de €610.000 is capaciteit nodig voor praktische ondersteuning. Dit past binnen de bestaande formatie ET en incidenteel verspreid over diverse medewerkers en afdelingen binnen de gemeente.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15892101/1