Bijlage 10 - Verkenning Energiedienstenorganisatie Eindhoven
Tekst van het document
Verkenningsdocument energiedienstenorganisatie Verkenning naar het opzetten van een energiedienstenorganisatie voor de gemeente Eindhoven
12 augustus 2025
VERSIE 2.0
SAMENVATTING De gemeente Eindhoven voert een verkenning uit naar de ontwikkeling van een Eindhovense energiedienstenorganisatie. Hierdoor sluit de gemeente Eindhoven aan bij een groeiend aantal vooruitstrevende regio’s en gemeenten. Overal klinkt hetzelfde geluid: de warmtetransitie vraagt om nieuwe vormen van ondersteuning. Een energiedienstenorganisatie is daar een krachtige en samenhangende invulling van. Het vertrekpunt van deze verkenning zijn de maatregelen die de gemeente Eindhoven momenteel aanbiedt aan inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren, evenals de ondersteuning die zij biedt aan warmtegemeenschappen, energiegemeenschappen en bewonersinitiatieven. Daarnaast hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten voor de oprichting van een energiedienstenorganisatie: 1. Eén herkenbaar loket voor verduurzaming 2. Persoonlijke routes, persoonlijk contact 3. Wijkgerichte aanpak en verschillende doelgroepen 4. Aandacht voor participatie, draagvlak en communicatie 5. Gebruik van data, opschaling en samenwerking 6. In samenwerking met partners in de stad
worden alle functies uit de basisniveau aangevuld met een uitgebreider dienstenpakket. In het max-niveau komen de maximale ambities van de gemeente Eindhoven samen. De drie ambitieniveaus (Basis, Plus en Max) helpen bij het maken van keuzes over de gewenste vorm van de energiedienstenorganisatie. Tegelijkertijd is het niet nodig om in één keer naar het meest uitgebreide model te springen. De energiedienstenorganisatie zal naar verwachting stapsgewijs groeien – in schaal, aanbod, organisatievorm en zichtbaarheid. Zo kan in 2026 opgestart worden in de vorm van het basisniveau, die in een periode van vijf jaar doorgroeit naar een volledig operationele max-aanpak. Het vervolg op dit verkenningsdocument is een uitwerking van de 3 niveaus, zodat per niveau inzichtelijk is wat nodig is om de energiedienstenorganisatie te realiseren. Dit krijgt een plek in de Routekaart energiedienstenorganisatie (september/oktober 2025). De uitwerking van de ambitieniveaus vormt de basis voor bestuurlijke besluitvorming. Op basis hiervan wordt een voorkeursrichting bepaald en een kwartiermaker aangesteld om de gekozen aanpak verder vorm te geven en te implementeren.
Het huidige aanbod van ondersteuning, de stadsbrede energiebesparingsaanpak (bijlage 7) en de uitgangspunten en aandachtspunten vanuit de gemeente, samen met inspiratie vanuit al bestaande energiedienstenorganisaties in Nederland, vormen de basis voor het opstellen van drie ambitieniveaus voor de energiedienstenorganisatie. Elk ambitieniveau, Basis, Plus en Max, bouwt voort op het vorige niveau en laat zien welke dienstverlening mogelijk is bij toenemende inzet van middelen en samenwerking. Het Basisniveau omvat alle diensten die de gemeente Eindhoven kan aanbieden met het beschikbare budget. In het Plusniveau 2
INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding .................................................................................... 4 1.1 Aanleiding .................................................................................... 4 1.2 Leeswijzer ..................................................................................... 5
2. Uitgangspunten ........................................................................ 6 3. Drie ambitieniveaus ................................................................. 7 3.1 Het basisniveau ............................................................................ 7 3.2 Het Plusniveau ............................................................................. 9 3.3 Het Max-niveau ......................................................................... 10
4. Het groeipad ........................................................................... 11 5. Vervolgproces ......................................................................... 13
3
1. Inleiding 1.1 Aanleiding In deze bijlage is uitgewerkt hoe de oprichting van een energiedienstenorganisatie kan ondersteunen bij de stadsbrede aanpak van energiebesparing en het verduurzamen van vastgoed. We beschouwen daarbij de periode 2026-2030 omdat dit aansluit bij de energiebesparingsaanpak en de doelstellingen van de gemeente om in 2030 minimaal 55% minder CO₂ uit te stoten dan in 1990. Deze opgave is fors en vraagt om een extra versnelling van de energietransitie in de gebouwde omgeving. Hiervoor is méér nodig dan wat de gemeente nu doet: meer regie, meer hulp voor inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren, en meer samenhang tussen partijen.
woningeigenaren, verhuurders, VvE’s en ondernemers. Een energiedienstenorganisatie biedt handelingsperspectief en, voor wie dat wil, zelfs volledige ontzorging: van eerste advies tot uitvoering. Het Eindhovense Klimaatplan 2026-2030 omschrijft de doelstelling om tot een energiedienstenorganisatie te komen als volgt: Om de inwoners met een eigen woning te ondersteunen bij de verduurzaming van hun woning, wordt een Eindhovens energiedienstenbedrijf opgericht. Dit heeft als doel bewoners en eigenaars van woningen maximaal te ontzorgen in de verduurzaming van de woning. Het energiedienstenbedrijf geeft niet alleen informatie. Het geeft ook concreet technisch en financieel verduurzamingsadvies en kan ook een aanbieding voorleggen en maatregelen laten uitvoeren. Ook het aanvragen van subsidies en/of hulp bij financiering kan onderdeel uitmaken van de dienstverlening. Het energiedienstenbedrijf is de paraplu waar onder andere de website eindhovenduurzaam.nl, de Eindhovense energiecoaches en het energieloket onder komen te vallen. Hiermee hebben bewoners op meerdere plekken toegang tot actuele informatie, advies en ondersteuning. Hierbij zoekt de gemeente nadrukkelijk de samenwerking met bestaande Eindhovense bedrijven en met initiatieven in de stad, zoals 040energie.
Ook op Europees niveau groeit de druk om te versnellen. De herziene EPBDrichtlijn (Energieprestatie van Gebouwen) stelt onder meer dat in 2030 het energiegebruik van woningen met minstens 16% omlaag moet ten opzichte van 2020. Voor utiliteitsgebouwen geldt dat in 2030 minstens 16% van de slechtst presterende gebouwen moet zijn verbeterd, en in 2033 zelfs 26%. Belangrijker nog: lidstaten moeten ervoor zorgen dat gebouweigenaren toegang hebben tot ondersteuning bij verduurzaming. Denk aan informatie over technische oplossingen, hulp bij financiering en begeleiding bij het verbeteren van de energieprestatie van gebouwen.
Deze aanpak sluit aan bij het Europese idee van een ‘one-stop shop’ (ook wel energiehuis of éénloketsysteem genoemd): één plek waar informatie, ondersteuning en uitvoering samenkomen. Niet alleen digitaal, maar juist ook fysiek aanwezig in de stad en in wijken.
In het Klimaatplan 2026-2030 is aangekondigd dat de gemeente hier invulling aan geeft door het oprichten van een Eindhovense energiedienstenorganisatie. Deze organisatie wordt een herkenbaar en toegankelijk aanspreekpunt voor iedereen die wil verduurzamen: particuliere
Uit een recent landelijk behoefteonderzoek van IPSOS blijkt dat veel mensen hulp willen bij het verduurzamen van hun woning. Ze vragen om persoonlijk advies, hulp bij subsidies of gewoon praktische uitleg. Het idee van ‘alles onder één dak’ spreekt breed aan. De uitkomsten van de Eindhovense
4
Inwonersenquête 2024 bevestigen dit beeld. 39% van de woningeigenaren ervaart drempels bij het verduurzamen van hun woning. De meest genoemde reden is een gebrek aan eigen geld. Daarnaast worden ook technische moeilijkheden (bijvoorbeeld bij oudere woningen), een gebrek aan informatie over de beste oplossingen en het ontbreken van betrouwbare leveranciers als belemmeringen genoemd. Ook blijkt dat het bestaande aanbod van hulp en informatie nog onvoldoende zijn weg vindt naar inwoners: slechts 20% van de respondenten gaf aan in 2024 gebruik te hebben gemaakt van het energieloket of eindhovenduurzaam.nl, terwijl 38% deze voorzieningen helemaal niet kende. Dit onderstreept het belang van een zichtbaarder en meer samenhangend ondersteuningsaanbod.
1.2 Leeswijzer Dit verkenningsdocument beschrijft het voorlopige denkkader voor de Eindhovense energiedienstenorganisatie en bevat de volgende hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.
5.
Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding en doelstelling van de verkenning. Hoofdstuk 2 vat de uitgangspunten vanuit de gemeente Eindhoven voor de oprichting van een energiedienstenorganisatie samen. Hoofdstuk 3 werkt drie ambitieniveaus voor de energiedienstenorganisatie voor de gemeente Eindhoven uit. Hoofdstuk 4 schetst een mogelijke route waarin de energiedienstenorganisatie vanaf 2026 opstart in de vorm van de basisvariant, en in een periode van vijf jaar doorgroeit naar een volledig operationele variant van Max. Deze fasering is bedoeld als eerste verkenning en inspiratie, en biedt houvast bij het maken van een realistisch groeipad. Hoofdstuk 5 beschrijft het vervolgproces voor deze verkenning.
5
2. Uitgangspunten Voor de oprichting van de energiedienstenorganisatie zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: 1. Eén herkenbaar loket voor verduurzaming. Een energiedienstenorganisatie moet voor inwoners een helder, vertrouwd en compleet loket zijn voor verduurzaming; van isolatie tot de overstap naar een aardgasvrije warmtevoorziening. 2. Persoonlijke routes, persoonlijk contact. Elke bewoner of gebouweigenaar heeft een andere hulpvraag. Daarom werkt de organisatie met persoonlijke routes, op basis van o.a.: • De wijk waarin iemand woont of bezit heeft; • De technische staat van de woning of het gebouw; • Wat iemand al gedaan heeft aan verduurzaming; • De mate waarin iemand zelf stappen kan en wil zetten. 3. Wijkgerichte aanpak en verschillende doelgroepen De gemeente Eindhoven kiest voor een langjarige benadering van gemiddeld 10 jaar per gebied. Dat begint met bewustwording, dan isolatie, en pas later het aanbod voor aardgasvrij (zoals aansluiting op een warmtenet). De rol van de energiedienstenorganisatie is hierin cruciaal: • In gebieden waar een uitvoeringsplan wordt opgesteld is de organisatie fysiek aanwezig en actief. • In andere gebieden is de organisatie ook beschikbaar, met passende dienstverlening.
De energiedienstenorganisatie is er voor meerdere doelgroepen: • Particuliere woningeigenaren, zowel doe-het-zelvers als mensen die compleet ontzorgd willen worden. • VvE’s, met procesbegeleiding, ondersteuning bij bewonersparticipatie.
• •
Huurders, met informatievoorziening, doorverwijzing en samenwerking met woningcorporaties of particuliere verhuurders. Eigenaren en huurders van utiliteitsgebouwen en ondernemers, met een soortgelijke dienstverlening als voor woningen, via samenwerking met Ondernemend Eindhoven.
De energiedienstenorganisatie heeft extra aandacht voor inwoners met energiearmoede. Voor deze groep ligt de nadruk op toegankelijke communicatie, gratis maatregelen en extra ondersteuning bij financiering. 4. Participatie, draagvlak en communicatie Om zoveel mogelijk inwoners te bereiken is communicatie essentieel. Denk aan flyers, bijeenkomsten, brieven, online informatie en persoonlijke benadering. Daarnaast maakt de gemeente gebruik van voorlopers die al maatregelen hebben genomen en andere inwoners kunnen inspireren. Dit kunnen gebiedscoördinatoren, ambassadeurs en een meedenkteam van inwoners en ondernemers zijn. 5. Gebruik van data, opschaling en samenwerking De energiedienstenorganisatie gebruikt data slim om: • Inwoners gericht te benaderen. • Doelgroepen te identificeren. • De juiste maatregel voor de juiste woning aan te bieden. • Inschatting te maken van technische staat, potentieel en financiële situatie. 6. Samenwerken met partners in de stad De energiedienstenorganisatie werkt samen met haar partners in de stad, zoals 040Energie, het VvE platform 040, het Duurzaamheidspact van Eindhoven en Eindhoven Energie. Deze organisaties hebben ervaring en een bestaand netwerk in de stad. Door samen te werken hoef je als energiedienstenorganisatie niet opnieuw het wiel uit te vinden en kunnen krachten worden gebundeld om de gezamenlijke doelen te bereiken. 6
3. Drie ambitieniveaus We verkennen met de oprichting van de energiedienstenorganisatie een nieuwe manier om inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren te ondersteunen bij verduurzaming. Omdat de invulling van deze organisatie in nauwe samenhang moet plaatsvinden met financiële ruimte, samenwerkingsmogelijkheden en de voorkeuren van betrokken partners, is ervoor gekozen om drie ambitieniveaus van een energiedienstenorganisatie te schetsen: Basis, Plus en Max. Elk ambitieniveau, bouwt voort op het vorige niveau en laat zien wat mogelijk is bij toenemende inzet van middelen en samenwerking. Dit maakt het mogelijk om een weloverwogen keuze te maken over welk ambitieniveau het beste aansluit bij de ambities en mogelijkheden van de gemeente Eindhoven en haar partners. Het basisniveau richt zich vooral op het isoleren en ventileren van gebouwen om deze klaar te maken voor lage temperatuurverwarming en is te realiseren binnen het nu beschikbare budget. Het max-niveau ontzorgt inwoners van Eindhoven volledig bij het aardgasvrij maken van hun gebouw of woning. Dit is het niveau dat de gemeente verwacht te moeten aanbieden via de energiedienstenorganisatie om haar doel te bereiken: in 2030 55% minder CO₂-uitstoot ten opzichte van 1990. Sinds juni 2025 is bestuurlijk bevestigd dat de energiedienstenorganisatie een fysieke locatie krijgt.
Elke variant van de energiedienstenorganisatie gaat dus uit van ten minste één vaste plek in de stad. Het huidige aanbod en plannen vanuit de gemeente (zie bijlage 7: Stadsbrede energiebesparingsaanpak), de geformuleerde uitgangspunten en de ervaringen van al bestaande energiedienstenorganisaties vormen de basis van de verschillende ambitieniveaus die in dit hoofdstuk worden omschreven.
3.1 Het basisniveau In het basisniveau wordt alles wat de gemeente Eindhoven nu al aanbiedt of binnenkort start aan ondersteuning aangeboden via de energiedienstenorganisatie. Bestaande energiediensten van de gemeente Eindhoven worden onder één herkenbare vlag gebracht. Woningeigenaren, huurders van particuliere verhuurders, VvE’s en utiliteiten kunnen voortaan terecht bij één aanspreekpunt voor verduurzamingsadvies op een nog nader te bepalen fysieke locatie centraal in de stad. Deze diensten bestonden al, maar worden nu herkenbaarder en beter toegankelijk. De toegankelijkheid wordt verder vergroot met het uitbreiden van de bestaande website, een eigen telefoonnummer (los van het gemeentelijke Klant Contact Centrum) en een online chatscherm. Er is een chatbot beschikbaar die bewoners te woord staat. Op basis van de vraag, het kennisniveau en de wijk waarin iemand woont, wordt automatisch de juiste route gestart. Als de chatbot het gesprek niet goed kan voortzetten of als de bewoner daarom vraagt, neemt een medewerker van de energiedienstenorganisatie het gesprek over. Te allen tijde bestaat bovendien de mogelijkheid om, op een aantal dagdelen in de week, langs te komen op de fysieke locatie om daar met adviseurs in gesprek te gaan. De fysieke locatie heeft een toegankelijke stijl.
Het straalt uit dat Eindhovenaren op een laagdrempelige wijze het gesprek aan kunnen gaan over de verduurzaming van hun gebouw. Het nodigt hen uit om een eerste stap te zetten (bijvoorbeeld door een energiecoach te laten langskomen) en inspireert door concrete voorbeelden van met name isolatiematerialen te laten zien. Op de fysieke locatie worden de voordelen belicht van het isoleren naar de isolatiestandaard: een lagere energierekening, een bijdrage aan een schoner Eindhoven en meer comfort.
7
Verschillende doelgroepen In het basisniveau blijft de energiedienstenorganisatie beperkt in haar rol tot de basisaanpak per doelgroep. Dit betekent dat de organisatie de volgende diensten aanbiedt per doelgroep (meer informatie over de doelgroep is te vinden in bijlage 7): • Verhuurders/ huurders: o Woningcorporaties: de energiedienstenorganisatie werkt nauw samen met het duurzaamheidspact, waar de vier Eindhovense woningcorporaties onderdeel van zijn. In gezamenlijkheid organiseren zij aanvullende ondersteuning voor huurders. o Institutionele en particuliere beleggers: de energiedienstenorganisatie organiseert informatiecampagnes en inloopmomenten op de fysieke locatie voor huurders en verhuurders. Daarnaast geven de energiecoaches van de organisatie advies in de vorm van een verduurzamingsrapport (quickscanrapport) met besparingskansen voor de woning. Zij kunnen daarnaast ook hulp bieden bij het aanvragen van subsidies. • Eigenaar-bewoners: de eigenaar-bewoners worden via informatiecampagnes ingelicht over mogelijkheden om hun huis te verduurzamen. Zij kunnen persoonlijk advies krijgen via een Energiecoach in dienst van de organisatie.
De coach kan inzicht geven in de mogelijkheden voor het verduurzamen van de woning, welke stappen doorlopen moeten worden om te komen tot de isolatiestandaard en informatie geven over de subsidies en financiële regelingen die het Rijk en gemeente aanbiedt. Voor bepaalde doelgroepen zijn subsidies beschikbaar vanuit de NIP-gelden en het Volkshuisvestingsfonds. Hier worden de desbetreffende inwoners over ingelicht. Ook werkt de energiedienstenorganisatie aan een pilot om voor woningen in gebieden waar wordt gewerkt aan een uitvoeringsplan, een advies op te stellen met de stappen om de woning volledig te verwarmen zonder aardgas. • Utiliteit in de wijk: de energiedienstenorganisatie gaat stadsbreed een informatiecampagne uitvoeren, om de plannen voor verduurzaming en de stop op aardgas onder de aandacht te brengen. Daarnaast worden bijeenkomsten georganiseerd om gebouweigenaren en -gebruikers te
•
•
adviseren, helpen en te verwijzen naar belangrijke platvormen voor ondersteuning (zoals Ondernemend Eindhoven). Het uiteindelijke doel is dat in ieder geval alle eigenaren en/of gebruikers van utiliteitsgebouwen op de hoogte zijn van de mogelijkheden die de Gemeente Eindhoven biedt aan ondersteuning en wat de verplichtingen zijn en gaan zijn. Daarnaast heeft zij een procesbegeleider in dienst die eigenaren van utiliteitsgebouwen kunnen ondersteunen in het verduurzamen van hun gebouw. Deze procesbegeleider ondersteunt de gebouweigenaren ook in de mogelijkheden voor collectieve inkoop en specialistisch advies over de verduurzaming van zowel hun gebouw als (bedrijfs)proces VvE’s: Voor VvE’s is een speciaal traject beschikbaar dat bewoners kunnen volgen voor de verduurzaming van hun VvE via de energiedienstenorganisatie. De organisatie biedt informatiebijeenkomsten, cursussen, oriëntatiescans en een helpdesk aan (bijvoorbeeld via het VvE Transitie Centrum Brabant). Ook kunnen VvE’s hulp krijgen van een VvEregisseurs. Dit is een energiecoach speciaal voor VvE’s. Bewoners worden geïnformeerd over de subsidies en financiële regelingen die het Rijk aanbiedt. Om te zorgen dat geen enkele inwoner van een VvE in de financiële problemen komt door verduurzaming van de VvE, stelt de energiedienstenorganisatie een vertrouwenspersoon beschikbaar voor inwoners met een smalle beurs.
Warmtegemeenschappen, energiecoöperaties, energiegemeenschappen en andere collectieve bewonersenergie-initiatieven: De energiedienstenorganisatie ondersteunt warmtegemeenschappen, energiecoöperaties, energiegemeenschappen en andere collectieve bewonersenergie-initiatieven door de juiste omstandigheden te creëren om initiatieven te kunnen starten. Dit gebeurt met een vast aanspreekpunt vanuit de energiedienstenorganisatie die kan informeren over het proces en de beschikbare middelen en landelijke subsidies voor initiatieven. Op de website van de energiedienstenorganisatie worden goede voorbeelden gedeeld van initiatieven in Eindhoven.
8
3.2 Het Plusniveau In het plusniveau worden alle functies uit de basisaanpak behouden en vervolgens aangevuld met een uitgebreider dienstenpakket. Het doel is om inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren in de hele stad te ondersteunen om, direct of stapsgewijs, toe te werken naar de isolatiestandaard. In dit niveau gaat de energiedienstenorganisatie actief voorlopers die al maatregelen hebben genomen (ambassadeurs) betrekken om andere inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren te kunnen inspireren.
•
•
Stap 3 – Financieren: Er wordt een inschatting gemaakt van de kosten voor het uitvoeren van de verschillende maatregelen. De bewoner wordt ondersteund door de energieadviseur bij het aanvragen van de beschikbare subsidies. Stap 4 – Uitvoeren: Voor de uitvoering zijn vaste teams van bouwers, installateurs en toeleveranciers beschikbaar. Met deze teams zijn afspraken gemaakt over prijs en kwaliteit door de intermediair. Woningeigenaren kunnen ook zelf offertes aanvragen en zijn dus niet verplicht om gebruik te maken van de bouwteams. De intermediair controleert de maatregelen naar wens zijn uitgevoerd.
Daarnaast gaat de energiedienstenorganisatie een extra service aanbieden voor woningeigenaren in gebieden waar de gemeente werkt aan een uitvoeringsplan. In deze gebieden wordt, naast het geven van advies, een totaalontzorgingspakket aangeboden dat door een consortium van aannemers, installateurs en adviseurs wordt uitgevoerd. Het totaalontzorgingspakket helpt de huiseigenaren met het ‘klaar maken voor lage temperatuurverwarming’ van hun woning in een aantal stappen, zodat zij aangesloten kunnen worden op de nieuwe warmteoplossing voor de wijk. De energiedienstenorganisatie werkt samen met een intermediair. Deze intermediair bemiddelt tussen een bewoner en (een consortium van) aannemers/installateurs die de woning naar de isolatiestandaard brengt (meteen of in stappen). Het pakket bevat de volgende stappen: •
•
Stap 1 – Inzicht en informeren: de huiseigenaren krijgen een gratis generiek advies voor de stappen die gezet kunnen worden naar een woning die klaar is voor lage temperatuurverwarming. Ook krijgen zij informatie over de nieuwe warmteoplossing voor de wijk. Op basis hiervan kunnen woningeigenaren besluiten om een maatwerkadvies aan te vragen. Stap 2 – Plan maken: Een energieadviseur van de intermediair bezoekt de woning en stelt een persoonlijk plan van aanpak op met de wensen van de woningeigenaar. De woningeigenaar besluit zelf welke maatregel zij wanneer uitvoeren. 9
3.3 Het Max-niveau In het max-niveau komen de maximale ambities van de gemeente Eindhoven samen. Deze variant bouwt voort op het plusniveau en voegt daar een aantal krachtige extra’s aan toe die zowel de zichtbaarheid als de impact van de energiedienstenorganisatie vergroten. Zo heeft de fysieke locatie bredere openingstijden en is er ook een verplaatsbare mobiele energiedienstenlocatie, die zich vestigt in gebieden die als eerste van het aardgas af gaan en waar een uitvoeringsplan wordt opgesteld. Ook experimenteert het max-niveau met innovatieve tijdelijke oplossingen, zoals een CV-pool. Goed functionerende tweedehands CV-ketels (die verwijderd worden in wijken die worden aangesloten op warmtenetten) worden opgekocht en beschikbaar gesteld aan bewoners die in afwachting zijn van een alternatieve warmteoplossing. Daarmee biedt de energiedienstenorganisatie maatwerk voor huishoudens die tijdelijk een overbrugging nodig hebben. Het max-niveau per doelgroep In het max-niveau wordt het volgende per doelgroep aangeboden om de doelstellingen van de gemeente Eindhoven te behalen: • Verhuurders/ huurders: o Woningcorporaties: De energiedienstenorganisatie zet haar samenwerking met het Duurzaameheidspact voort. o Institutionele en particuliere beleggers: Voor de huurders worden slimme meters uitgegeven door de energiedienstenorganisatie.
Deze geven gedetailleerd inzicht in energieverbruik, waardoor huurders bewuster kunnen omgaan met hun energiegebruik. Ook kunnen huurders vanuit de energiedienstenorganisatie een voucher krijgen, een financiële stimulans waarmee een huurder energiebesparende maatregelen of advies kan kopen. • Eigenaar-bewoners: Elke woningeigenaar in Eindhoven kan gebruik maken van het totaalontzorgingspakket. Naast het verschaffen van inzicht en informatie, wordt een persoonlijk plan opgesteld om de woning klaar te maken voor lagere temperatuur verwarming. Ook krijgt de bewoner hulp bij de financiering en wordt ontzorgd in de uitvoering van het isoleren en ventileren van de woning. Woningeigenaren die de middelen niet hebben
•
•
•
om de beschikbare subsidies voor te schieten, kunnen gemakkelijk een lening krijgen via bijvoorbeeld het Nationaal Warmtefonds waar de energiedienstenorganisatie nauw mee samenwerkt. Met de bouwteams worden scherpe prijsafspraken gemaakt voor de uitvoering. De energiedienstenorganisatie heeft extra aandacht voor gebieden met een uitvoeringsplan en werkt hier samen met Eindhoven Energie om advies te geven voor de volgende fase, de overstap op een aardgasvrije warmtevoorziening. Daarnaast voert de organisatie een pilot uit in deze wijken om eigenaren volledig te ontzorgen in de uitvoering van het aardgasvrij maken van de woning. Utiliteit in de wijk: De energiedienstenorganisatie verzorgt online en fysieke cursussen over energiebesparing, wet- en regelgeving met betrekking tot verduurzaming van utiliteitsbouw en de overstap naar duurzame warmte. Ook heeft zij meerdere procesbegeleiders in dienst die eigenaren van utiliteitsgebouwen vergaand kunnen ondersteunen in het verduurzamen van hun gebouw. Zo kunnen zij maatwerkadvies leveren en energiescans maken van het gebouw. Zij kunnen, net als in het basisniveau, ook ondersteunen in de mogelijkheden voor bijvoorbeeld collectieve inkoop en blowerdoortesten. VvE’s: De energiedienstenorganisatie biedt vergaande hulp aan VvE’s door haar eigen informatiebijeenkomsten en cursussen te organiseren.
Ook heeft de organisatie eigen VvE-regisseurs in dienst, die de verschillende stappen naar verduurzaming met de VvE kunnen doorlopen. Deze VvEregisseurs hebben ook inloopmomenten op de fysieke locatie en zetten zich in om VvE’s te activeren (bijvoorbeeld door soortgelijke gebouwen bij elkaar te brengen). De energiedienstenorganisatie heeft voor inwoners met een smalle beurs een vangnetregeling. Warmtegemeenschappen, energiecoöperaties, energiegemeenschappen en andere collectieve bewonersenergie-initiatieven: de energiedienstenorganisatie heeft een procesbegeleider in dienst die hulp kan bieden aan warmte-initiatieven. Deze procesbegeleider heeft budget om een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren naar de warmteoplossing die de bewoners voor ogen hebben.
10
4. Het groeipad De drie ambitieniveaus (Basis, Plus en Max) helpen bij het maken van keuzes over de gewenste vorm van de energiedienstenorganisatie. Tegelijkertijd is het niet nodig om in één keer naar het meest uitgebreide ambitie te springen. De energiedienstenorganisatie kan ook stapsgewijs groeien – in schaal, aanbod, organisatievorm en zichtbaarheid, mede afhankelijk van het beschikbare budget. Het groeipad kan gaandeweg ook nog wijzigen door veranderende omstandigheden of voortschrijdend inzicht. Hieronder schetsen we een mogelijke route waarin de energiedienstenorganisatie vanaf 2026 opstart in de vorm van een basisniveau, en in een periode van vijf jaar doorgroeit naar het max-niveau voor het behalen van de doelstellingen van de gemeente Eindhoven. Deze fasering is bedoeld als eerste verkenning en inspiratie, en biedt houvast bij het maken van een realistisch groeipad. Toewerken naar het basisniveau
•
•
• •
Toewerken naar het plusniveau 2027 – Verdieping en verbreding • •
2026 – Startjaar •
•
• •
De energiedienstenorganisatie start met het bundelen van bestaande dienstverlening onder één vlag. Energiecoaches, een projectleider en een coördinator gaan werken onder de vlag van de organisatie en samen met Team Energietransitie vormen zij het fundament. De energiedienstenorganisatie krijgt een website, een herkenbare visuele identiteit en een eigen telefoonnummer/chatfunctie worden gelanceerd. Er wordt hiervoor samengewerkt/rekening gehouden met Eindhovenduurzaam.nl en Ondernemendeindhoven.nl. AI-chatassistent wordt getest en geoptimaliseerd; overname door energiedienstenorganisatie-medewerkers waar nodig. Interne werkstructuren, informatiesystemen en data-infrastructuur worden ingericht en geëvalueerd.
Eerste gesprekken met partners over samenwerking, bijvoorbeeld met het VvE Transitie Centrum Brabant, het Energiebedrijf van de gemeente Eindhoven, 040Energie, het VvE Platform 040 en het Duurzaamheidspact van Eindhoven. Een procesondersteuner wordt aangenomen voor de ondersteuning van utiliteiten. Deze procesondersteuner is ook verantwoordelijk voor online cursussen op het platform van de energiedienstenorganisatie. Een fysieke locatie wordt ingericht, met beperkte openingstijden. Daarnaast wordt gestart met aanvullende dienstverlening uit de basisaanpak per doelgroep beschreven in bijlage 7 van dit Warmteprogramma.
• • • •
De energiedienstenorganisatie gaat zelf (digitale) bijeenkomsten organiseren. De energiedienstenorganisatie breidt haar dienstverlening uit met ondersteuning richting de isolatiestandaard voor gebieden waar een uitvoeringsplan wordt opgesteld. Zij start met samenwerken met intermediairs om in deze gebieden extra ondersteuning te bieden. Uitbreiding van het aantal energiecoaches; introductie van gebiedsgerichte spreekuren. Vooronderzoek naar een mobiele energiedienstenlocatie. De energiedienstenorganisatie werkt nauw samen met ambassadeurs in verschillende gebieden die andere inspireren om te verduurzamen. Ambassadeurs worden getraind; eerste wijkacties met inzet van ‘Energiegame’.
11
Toewerken naar het max-niveau 2028 – Opschaling en organisatieontwikkeling • • • • • • •
Start opzet CV-pool en tijdelijke CV-oplossingen. In meer wijken wordt vergaande ondersteuning aangeboden richting de isolatiestandaard via een maatregelpakket. Samenwerking met de intermediair wordt geëvalueerd en verbeterd. Uitrol en aanschaf van een mobiele energiedienstenorganisatie. Start meedenkteam van inwoners om aanbod en communicatie te verbeteren. Uitbreiding van data-infrastructuur en koppelingen met wijkinformatie. Definitief besluit en implementatie PPS-structuur of andere governancevorm.
• •
De fysieke plek en de mobiele locatie van de energiedienstenorganisatie zijn een voorbeeldlocatie voor andere steden. Bewoners geven vertrouwen aan de energiedienstenorganisatie – mede dankzij de samenwerking met lokale initiatieven, vrijwilligers en gebiedsteams.
Tot slot Deze fasering laat zien dat de ontwikkeling van de energiedienstenorganisatie niet allesomvattend hoeft te starten, maar wél richting kan hebben. De weg naar het max-niveau vraagt om heldere keuzes, groeimomenten en leervermogen. Een stapsgewijze aanpak maakt het mogelijk om partners aan te laten haken, inwoners te betrekken en ruimte te houden om bij te sturen. Zo groeit de energiedienstenorganisatie niet alleen in omvang, maar vooral in betekenis.
2029 – 2031 Energiedienstenorganisatie als stadsbreed platform •
• •
• • •
•
De mobiele energiedienstenlocatie is structureel inzetbaar in gebieden waar een uitvoeringsplan wordt opgesteld. In deze gebieden werkt de organisatie nauw samen met Eindhoven Energie. De energiedienstenorganisatie biedt maatregelpakketten voor alle bewonersroutes. Partnerschappen zijn geformaliseerd; uitvoering wordt deels uitbesteed in een heldere PPS-structuur. Evaluatie eerste PPS-ervaringen en besluitvorming over langetermijnstructuur. Er wordt een procesondersteuner speciaal voor warmte-initiatieven aangenomen bij de organisatie. De VvE regisseur ondersteunt VvE’s structureel in heel Eindhoven. De Energiedienstenorganisatie is een herkenbare, breed gedragen, professionele organisatie die bewoners en ondernemers door de gehele verduurzamingsreis begeleidt. De Energiedienstenorganisatie is stevig ingebed in het Warmteprogramma en levert een directe bijdrage aan de Eindhovense klimaatdoelstellingen.
12
5. Vervolgproces Het vervolg op dit verkenningsdocument is een uitwerking, zodat per ambitieniveau inzichtelijk is wat nodig is om de energiedienstenorganisatie te realiseren. Dit krijgt een plek in de Routekaart energiediensten-organisatie (september/oktober 2025). In deze routekaart worden ook afwegingen opgenomen wat betreft de organisatievorm van de energiedienstenorganisatie. De organisatie werkt in een publiek-private samenwerking of in een andere organisatievorm, zoals een gemeentelijke uitvoeringsorganisatie, een stichting of een coöperatief model. De gemeente Eindhoven blijft eigenaar en regisseur van de energiedienstenorganisatie, maar veel uitvoering wordt belegd bij private partners. De gemeente bewaakt het publieke belang en behoudt zeggenschap. De uitwerking van de ambitieniveaus en de organisatievormen vormt de basis voor bestuurlijke besluitvorming. Op basis hiervan wordt een voorkeursrichting bepaald en een kwartiermaker aangesteld om de gekozen variant verder vorm te geven en te implementeren.
13