Bijlage 10.3 - GRWRE - Toelichting herziening GRWRE
Tekst van het document
Toelichting herziening Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningschap Regio Eindhoven Inleiding In deze toelichting wordt eerst een algemene schets van de wetswijzigingen die geleid hebben tot aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningschap Regio Eindhoven (GRWRE) gegeven. Vervolgens worden de gedane wijzigingen artikelsgewijs toegelicht. In de bijlage zijn twee documenten opgenomen: 1. De huidige versie van de GRWRE (d.d. 2020). 2. Een voorstel voor een aangepaste GRWRE. De nieuw toegevoegde/gewijzigde artikelen zijn hierin geel gemarkeerd. Proces Dit voorstel is voorbereid in samenspraak met een werkgroep bestaande uit ambtenaren van de deelnemende gemeenten. Daarbij hebben we externe expertise ingewonnen (Capra mr. drs. S. Richters) teneinde te borgen dat de wijzingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) op een correcte wijze in de GRWRE worden opgenomen en dat ook overigens de GRWRE weer in de pas loopt met overige van belang zijnde wet- en regelgeving. We hebben tevens de ontwikkelingen bij de regionale grote gemeenschappelijke regelingen (GGD, ODZOB, MRE en VRBZO) gevolgd, alsmede die van andere sociaal-ontwikkelingsbedrijven. Beide ook met het oog om een voorstel te kunnen voorleggen dat past bij de aard van onze Gemeenschappelijke Regeling (GR). Het voorstel is aangeboden aan de werkgroep.
De gemeente Veldhoven (Esther van Kruijsdijk) en gemeente Eindhoven (Khadija Didbih) hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om hun opmerkingen kenbaar te maken en te bespreken. Deze zijn verwerkt in het voorstel. Na akkoord op het voorstel van het beleidsteam, is het doorgeleid naar het Dagelijks Bestuur ter bespreking op 1 juni 2023. Het gemaakte opmerkingen van het Dagelijks Bestuur zijn in de toelichting en de nieuwe tekst GRWRE verwerkt. De opmerkingen betroffen het benoemen van concrete termijnen in de GRWRE en het (uitgebreider) toelichten van de gemaakte keuzes. Vervolgproces/besluitvormingsproces. Het vervolgproces ligt in lijn met het proces binnen de grote GR- ‘en in de regio. ACTIVITEIT Voorstel in beleidsteam Voorstel in DB Vaststellen ontwerpregeling AB DB legt ontwerpregeling voor aan deelnemers voor zienswijze. Al dan niet ontvangst zienswijzen Ontwerpregeling voorleggen aan de deelnemers ter vaststelling: definitieve regeling
TIJDSPAD 11 mei 2023 1 juni 2023 22 juni AB (andere GR-en juli 2023) Na vaststellen ontwerpregeling. (Andere GR-‘en 4e kwartaal nu vaststelling in juli en daarmee derde kwartaal plaats vindt) 1e en 2e kwartaal 2024 (uiterlijk 1 juli 2024)
a. Het DB overweegt welke zienswijzen leiden tot wijziging van de ontwerpregeling; b. De definitieve ontwerpregeling wordt vastgesteld door het AB; c. De ontwerpregeling wordt door het DB aangeboden aan de colleges ter vaststelling; d. Colleges vragen toestemming aan de raad voor wijziging van de GR; e. Na besluitvorming van colleges gaat de wijziging van de GR in f. Door publicatie van de gewijzigde regeling treedt deze in werking
Algemeen kader Ergon voert voor de gemeente Eindhoven, Heeze-Leende, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en onderdelen (het re-integratie- en werkdeel) van de Participatiewet (Pw) uit. De Wsw wordt in delegatie uitgevoerd en de onderdelen van de Pw in mandaat. Sinds de laatste wijziging van de GRWRE in 2020 is er een aantal wetswijzigingen geweest die effect hebben op de GRWRE. Met name de aanpassing van de Wgr in 2021 noopt tot aanpassingen in de GRWRE. Wij hebben de GRWRE verder in brede zin aangepast zodat deze weer in de pas loopt met de actualiteit van overige regelgeving en de Ergonorganisatie. De wijziging van de Wgr heeft als doel om de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol, de inhoudelijke betrokkenheid, van gemeenteraden te versterken. In de gewijzigde Wgr worden meer keuzemogelijkheden omtrent de werking van een gemeenschappelijke regeling en de positie van gemeenteraden, inwoners en belanghebbenden gegeven. Er zijn verschillende soorten gemeenschappelijke regelingen. Gemeenschappelijke regelingen met een meer beleidsmatige inhoud en gemeenschappelijke regelingen van een meer uitvoerende aard. De GRWRE behoort tot de laatste categorie. Het strategisch beleid wordt immers binnen de deelnemende gemeenten vastgesteld.
De keuze voor de inhoud van de nieuwe GRWRE is mede hierdoor ingegeven. Concreet en in hoofdzaak behelzen de wijzigingen in de Wgr dat bepalingen in de gemeenschappelijke regeling moeten worden opgenomen over: • Besluiten waarover, aanvullend op de wettelijke verplichting, zienswijze kan worden ingediend door gemeenteraden (artikel 11 GRWRE); • Wijze van invulling actieve informatieplicht bestuur richting raden (artikel 18/19 en 20 GRWRE); • Of en zo ja hoe participatie (betrokkenheid/inspraak) bij besluiten van de gemeenschappelijke regeling voor burgers en belanghebbenden wordt vormgegeven (artikel 12 GRWRE); • Evaluatie van de regeling (artikel 39 GRWRE); • Wijze waarop uittreding zal worden vormgegeven (artikel 36 GRWRE). Ook dienen de termijnen voor begroting en jaarrekening (p&c cyclus) te worden aangepast.
Samenstelling Algemeen en Dagelijks Bestuur Twee redenen, buiten de wijzigingen van de Wgr om, hebben ook de vraag opgeroepen om na te denken over de samenstelling van het Algemeen en het Dagelijks bestuur: • Het gegeven dat het vaker lastig is om het vereiste quorum voor de algemeen bestuursvergaderingen (art. 8 lid 4) te halen. De belasting voor de AB leden. • De wens tot meer betrokkenheid bij de voorbereiding van AB-besluiten van de gemeenten die geen lid zijn van het Dagelijks Bestuur. Een aantal varianten zijn in ogenschouw genomen, waaruit het voorstel naar voren is gekomen om in de nieuwe GRWRE op te nemen dat het Dagelijks Bestuur uit minimaal drie leden bestaat. Hiermee kan opgeschaald worden naar een Dagelijks Bestuur van vijf leden. Artikel 14 lid 1 komt dan als volgt te luiden: Art. 14 lid 1 Het Dagelijks Bestuur bestaat, met inbegrip van de voorzitter, uit minimaal drie leden van het Algemeen Bestuur. De leden van het Dagelijks Bestuur mogen nimmer de meerderheid van het Algemeen Bestuur uitmaken. Artikelsgewijze toelichting Begripsomschrijving – artikel 1 (voor wijziging: artikel 1) Aan artikel 1 zijn verschillende definities (t.w. colleges, gemeenteraden, WSW, PW, Wgr) toegevoegd. Belangen, taken en bevoegdheden – artikel 4 (voor wijziging: artikel 4, 5 en 6) De ‘oude’ artikelen 4, 5 en 6 worden samengebracht in één nieuw artikel: artikel 4.
In het gewijzigde artikel komt naast de rol van Ergon op het gebied van de WSW, ook de rol in de Pw explicieter naar voren. Daarnaast biedt het artikel ruimte voor het uitvoeren van taken op het terrein van andere sociale zekerheidswetten door Ergon. Werkwijze – artikel 8 (voor wijziging: artikel 10) Lid 8 is aangepast aan artikel 23 Wgr, waarin verwezen wordt naar de Wet open overheid als het gaat om de bevoegdheid tot geheimhouding. Reglement van orde – artikel 9 (voor wijziging: artikel 11) Het Algemeen Bestuur van Ergon heeft momenteel geen reglement van orde. Een reglement van orde heeft interne werking en geeft ‘orderegels’. Een gemeenschappelijke regeling is niet wettelijk verplicht om een reglement van orde voor de vergaderingen van het Algemeen Bestuur te hebben. Het artikel is gewijzigd in een ‘kan’-bepaling. Als er wordt gekozen voor een reglement van orde, dan kunnen daarin afspraken worden vastgelegd over bijvoorbeeld (digitaal) vergaderen en (digitale) ondertekening van besluiten. Zienswijze – artikel 11 (nieuw artikel) Conform de nieuwe Wgr is het verplicht om in de gemeenschappelijke regeling vast te leggen of en zo ja welke besluiten van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling voorgelegd worden aan de gemeenteraden voor een zienswijze buiten de besluiten die op grond van de Wgr al voorgelegd moeten worden voor zienswijze (begroting).
Met de nieuwe Wgr bestaat de mogelijkheid om meer dan de wettelijk verplichte besluiten voor zienswijze aan de raden voor te leggen, maar dat is geen verplichting. Dit is besproken met de werkgroep, het beleidsteam en de extern adviseur. Dit heeft geleid tot het opnemen van de kanbepaling in dit artikel. Dit artikel maakt het mogelijk dat het Algemeen Bestuur de raden om een zienswijze vraagt, alvorens een besluit genomen wordt, als het Algemeen Bestuur daarvoor in een
specifieke situatie termen voor aanwezig acht. Participatie – artikel 12 (nieuw artikel) Conform de nieuwe Wgr is het verplicht om in de gemeenschappelijke regeling vast te leggen of, en zo ja op welke wijze, burgers de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd. Gelet op de aard van onze gemeenschappelijke regeling, een uitvoeringsorganisatie voor de Wsw en het re-integratie/werkgerelateerde deel van de PW, is er voor gekozen om aan te sluiten op de bestaande mogelijkheden die er zijn voor betrokkenheid bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid binnen de deelnemende gemeenten op deze onderwerpen binnen het totale sociaal domein. Oprichten van en deelnemen in rechtspersonen – artikel 13 (artikelnummer niet gewijzigd) Op grond van de nieuwe Wgr geldt een verplichte zienswijzemogelijkheid voor de gemeenteraden bij het oprichten van en deelnemen in rechtspersonen. Het Dagelijks bestuur – artikel 14 (artikelnummer niet gewijzigd) Het artikel is geredigeerd om tot een duidelijkere tekst te komen. Inlichtingen en verantwoording – artikel 18, 19 en 20 (artikelnummer 18 en 19 niet gewijzigd, artikel 20 is nieuw) Conform de nieuwe Wgr is het verplicht om een bepaling op te nemen over de wijze waarop inlichtingen worden verstrekt.
Er is voor gekozen om bij artikel 18 te verwijzen naar verstrekking ‘op de in de deelnemende gemeente gebruikelijke wijze’ en bij artikel 19 naar de regels in ‘het reglement van orde van het betreffende college’ dat om inlichtingen heeft gevraagd aan het door hem aangewezen lid van het AB en DB. Artikel 20 is in de gemeenschappelijke regeling opgenomen omdat een artikel over de interne verantwoordingsplicht en verplichting tot het geven van inlichtingen vanuit het DB richting het AB nog ontbrak. Personeel en organisatie – artikel 22 en 24 (voor wijziging: artikel 21 en 23) In dit artikel is ‘concerncontroller’ gewijzigd in ‘directeur Financiën en Bedrijfsvoering’ en managementteam in ‘directieteam’. Dit sluit aan bij de benamingen die bij Ergon gebruikt worden. Archief – artikel 27 (voor wijziging: artikel 26) Lid 3 is toegevoegd. De Archiefwet verplicht Ergon om een voorziening te treffen over het bewaren en beheren van archiefbescheiden. Financiële informatieplicht – artikel 28 (voor wijziging artikel 27) Het artikel is aangepast aan de nieuwe termijnen uit de Wgr. Begroting – artikel 31 (voor wijziging artikel 29) Het artikel is aangepast onder verwijzing naar de nieuwe termijnen uit de Wgr. Ook is toegevoegd dat een wijziging van de begroting niet voor zienswijze voorgelegd wordt aan de raden als deze wijziging het gevolg is van: 1.
Wijzigingen in de gemeentefondsuitkeringen door van de Rijksoverheid uitgegane Voorjaarnota en Miljoenennota. 2. Het natuurlijk verloop in gerealiseerde arbeidsjaren, als bedoeld in de Wsw. 3. Een verschil in operationeel resultaat van minder dan € 2.500.000, - (zijnde 2% van de exploitatie).
Jaarrekening - artikel 32 (voor wijziging artikel 31) Het artikel is aangepast onder verwijzing naar de nieuwe termijnen uit de Wgr. Toetreding – artikel 35 (voor wijziging artikel 34) Wat nieuw in de Wgr is, is dat de raden van de deelnemende gemeenten na ontvangst van het ontwerp-toetredingsbesluit hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Dit betekent dat slechts de deelnemende bestuursorganen bevoegd zijn te beslissen tot toetreding, waarbij de colleges toestemming van de raden nodig hebben, nadat de raden eerder al om zienswijzen is gevraagd. Wat betreft deze laatste wijziging is een nieuw artikellid 4 opgenomen. Uittreding – artikel 36 (voor wijziging artikel 34) De nieuwe Wgr bepaalt dat in de gemeenschappelijke regeling afspraken moeten worden vastgelegd over de gevolgen van uittreding voor het vermogen van de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Er kan niet langer worden volstaan met de afspraak dat het Algemeen Bestuur de uittredingsvoorwaarden vaststelt. In artikel 36 is uitgewerkt welke stappen worden doorlopen bij het uittreden van één van de deelnemende gemeenten. Een uittredingsplan, waarbij een externe deskundige wordt ingeschakeld is hier een onderdeel van.
Wijziging – artikel 37 (voor wijziging artikel 36) Wat nieuw in de Wgr is, is dat de raden van de deelnemende gemeenten na ontvangst van het ontwerp-wijzigingsbesluit hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Dit betekent dat slechts de deelnemende bestuursorganen bevoegd zijn te beslissen tot wijziging, waarbij de colleges toestemming van de raden nodig hebben, nadat de raden eerder al om zienswijzen is gevraagd. Wat betreft deze laatste wijziging is een nieuw artikellid 3 opgenomen. Technische wijzigingen worden in lid 4 uitgezonderd van zienswijzemogelijkheid. Opheffing – artikel 38 (voor wijziging artikel 37) Conform de nieuwe Wgr is er ook bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling een zienswijzemogelijkheid voor de raden. Evaluatie – artikel 39 (nieuw artikel) Nieuw in de Wgr is de verplichting om in de GR afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling, waarbij de bepaling ook kan inhouden dat de regeling niet wordt geëvalueerd. Het gaat om de evaluatie van de regeling. Verandert de wet, zoals nu, dan moet de GR aangepast worden en is wachten tot het evaluatiemoment niet gewenst. Voorstel is dan ook om geen periodiek evaluatiemoment op te nemen in de regeling. Dit is opgenomen in artikel 39. Evaluatie van het functioneren van de GRWRE vindt plaats via de gebruikelijke verantwoording, zoals het jaarrekening en kwartaalrapportages.
Duur en bekendmaking en inwerkingtreding – artikel 40 (voor wijziging artikel 38) Dit artikel is in overeenstemming gebracht met de actuele wet- en regelgeving op dit terrein.