CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Was wordt tabel Veertiende wijziging APV Eindhoven

Raadsvergadering 17 december 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Veertiende wijziging APV Eindhoven8.285 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel 14e Wijziging Algemene plaatselijke verordening

Leeswijzer modelbepalingen In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Wanneer alleen tekst in de bestaande tekst vervalt, is die tekst cursief gemaakt.

Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:

Nieuwe tekst Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:

• bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet;

• bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet;

• Beperkingen gebied activiteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

• Beperkingen gebied activiteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

• bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; • bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; • bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van het Reglement; • deelvoertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1.1. van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, die op een openbare plaats ter beschikking worden gesteld om, al dan niet tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden, herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruikt te worden op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke en rechtspersonen en/of een of

• bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; • bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; • bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van het Reglement;

• deelvoertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1.1. van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, die op een openbare plaats ter beschikking worden gesteld om, al dan niet tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden, herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruikt te worden op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke en rechtspersonen en/of een of 1

meerdere aanbieder(s). Onder deelvoertuigen wordt niet verstaan voertuigen waarvoor burgemeester en wethouders een vergunning voor deelauto’s zoals bedoeld in categorie III in artikel 3 van de Parkeerverordening 2009 Eindhoven hebben verleend;

meerdere aanbieder(s). Onder deelvoertuigen wordt niet verstaan voertuigen waarvoor burgemeester en wethouders een vergunning voor deelauto’s zoals bedoeld in categorie III in artikel 3 van de Parkeerverordening 2009 Eindhoven hebben verleend;

• gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

• gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

• handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

• handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; • Omgevingsplan: omgevingsplan gemeente Eindhoven;

• motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. • openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; • openbare plaats: wat in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;

• motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. • openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

• openbare plaats: wat in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; • paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een openbare inrichting.

• rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;

• rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; 2

• slecht levensgedrag: wat daaronder wordt verstaan bij toepassing van artikel 8 van de Alcoholwet; • voertuig: voertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;

• weg: • weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; • de – al dan niet met enige beperking – voor publiek toegankelijke parkeerterreinen en parkeergebouwen; • de – al dan niet met enige beperking – voor publiek toegankelijke stegen, pleinen, open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten, veerponten en aanlegplaatsen voor vaartuigen; • de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen die uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimten toegang geven en niet afsluitbaar zijn; • andere voor het publiek toegankelijke – al dan niet afsluitbare – stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of

• slecht levensgedrag: wat daaronder wordt verstaan bij toepassing van artikel 8 van de Alcoholwet; • voertuig: voertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;

• vrijwilliger: een natuurlijke persoon die, niet in dienstverband, werkzaamheden uitvoert voor een paracommerciële rechtspersoon. • weg: • weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; • de – al dan niet met enige beperking – voor publiek toegankelijke parkeerterreinen en parkeergebouwen; • de – al dan niet met enige beperking – voor publiek toegankelijke stegen, pleinen, open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten, veerponten en aanlegplaatsen voor vaartuigen; • de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen die uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimten toegang geven en niet afsluitbaar zijn; • andere voor het publiek toegankelijke – al dan niet afsluitbare – stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht is bevoegd zijn afgesloten. 3

vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht is bevoegd zijn afgesloten. Artikel 1:6, eerste lid, komt te luiden: Bestaande tekst

1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

Nieuwe tekst 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. indien de houder of de rechtverkrijgende dit verzoekt. f.

Indien de houder of rechtverkrijgende van slecht levensgedrag is.

d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. indien de houder of de rechtverkrijgende dit verzoekt. f. indien de houder, rechtverkrijgende, leidinggevende of beheerder van slecht levensgedrag is. g. indien de werkelijke situatie afwijkt van de vergunde situatie.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 2:10 komt te luiden: Bestaande tekst

Nieuwe tekst 4

Artikel 2:10 Gebruik van of voorwerpen op, aan, onder of boven de weg 1.Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders de weg anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2.Geen vergunning is vereist voor de door burgemeester en wethouders aan te wijzen categorieën en gevallen onder de door hen te stellen voorwaarden. 3.Behalve op de gronden genoemd in artikel 1:8, kan de vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig of veilig gebruik daarvan, of een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. als het beoogde gebruik op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c.in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 4. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid, de woon- en leefomgeving of de bescherming van het milieu nadere regels stellen ten aanzien van laadpalen, terrassen, uitstallingen en reclameborden. 5. Het verbod is niet van toepassing als in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam uitvoering wordt gegeven aan een publieke taak. 6.

Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Het opschrift van artikel 2:11 komt te luiden: Bestaande tekst

Artikel 2:11 (Omgevinges)vergunning voor het aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg

Artikel 2:10 Gebruik van of voorwerpen op, aan, onder of boven de weg 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de weg anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2.Geen vergunning is vereist voor de door het bevoegd gezag aan te wijzen categorieën en gevallen onder de door hen te stellen voorwaarden. 3.Behalve op de gronden genoemd in artikel 1:8, kan de vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig of veilig gebruik daarvan, of een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. als het beoogde gebruik op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c.in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 4. Het bevoegd gezag kan in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid, de woonen leefomgeving of de bescherming van het milieu nadere regels stellen ten aanzien van laadpalen, terrassen, uitstallingen en reclameborden. 5. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing als in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam uitvoering wordt gegeven aan een publieke taak. 6.

Het is verboden een terras voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de vergunning ter plaatse aanwezig is. 7. Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Nieuwe tekst Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg.

5

Artikel 2:24, onderdeel g komt te luiden: Bestaande tekst

g. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39;

Nieuwe tekst g. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 (straatartiest) en 2:39 (exploitatie speelgelegenheid).

Artikel 2:25, tweede lid, komt te luiden: Bestaande tekst

2. Onverminderd artikel 1:8 weigert de burgemeester de evenementenvergunning bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f., als de organisator van dat evenement in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

Nieuwe tekst 2. Onverminderd artikel 1:8 weigert de burgemeester de evenementenvergunning bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, als de organisator van een evenement in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Daarnaast kan de burgemeester een evenementenvergunning weigeren indien: a. onevenredig veel beslag wordt gelegd op de hulpdiensten; b. De persoon van de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van het evenement; of c. in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Evenementenkalender al een reservering is opgenomen voor een ander evenement op de gevraagde tijd, locatie of in de nabijheid daarvan.

Artikel 2:25b, eerste lid, komt te luiden: Bestaande tekst

1.De burgemeester kan besluiten onder door hem te stellen voorschriften, dat het verbod zoals opgenomen in artikel 2:24 niet geldt voor een door hem aangewezen evenement, of categorie van evenementen, in de gehele gemeente dan wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente.

Nieuwe tekst 1. De burgemeester kan besluiten, onder door hem te stellen voorschriften, dat het verbod zoals opgenomen in artikel 2:25 lid 1 niet geldt voor een door hem aangewezen evenement, of categorie van evenementen, in de gehele gemeente dan wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente.

Artikel 2:29 komt te luiden: Bestaande tekst

Artikel 2:29 Sluitingstijd 1.Het is verboden een openbare inrichting geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te laten verblijven tussen 02:00 uur en 08:00 uur.

Nieuwe tekst Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Het is verboden een openbare inrichting geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te laten verblijven tussen 02:00 uur en 08:00 uur.

6

2. Het verbod geldt niet tussen 02.00 uur en 04.00 uur op zaterdag en zondag, en tijdens de carnavalsdagen, Tweede Paasdag, Koningsdag, de dag na Hemelvaart, Tweede Pinksterdag, Eerste Kerstdag en de dag na Tweede Kerstdag ,voorts niet tussen 02.00 uur en 05.00 uur in de nacht van het ingaan van de zomertijd, voor een openbare inrichting die is gelegen binnen het gebied: a. Centrum, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Emmasingel, de Keizersgracht, de Wal, de P.C. Hooftlaan, de Hertogstraat, de Vestdijk en het 18 Septemberplein, de inrichtingen, die aan deze wegen zijn gelegen voor zover niet zijn gelegen in het gebied ‘de Bergen’((CBS wijkcode 112) alsmede de openbare inrichtingen gelegen aan het Stationsplein en de Dommelstraat; b.Strijp S, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Beukenlaan, het spoor, de Glaslaan, de Kastanjelaan en Schootsestraat, met uitzondering van deze wegen en mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 04.00 uur. 3.Het verbod geldt niet: a.

tussen 02.00 uur en 07.00 uur op maximaal tien keer per kalenderjaar voor de houder van de openbare inrichting gevestigd op de begane grond in het Klokgebouw op Strijp S, mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 07.00 uur, de gewenste dag minimaal vier weken van tevoren aan de burgemeester wordt gemeld en de burgemeester na ontvangst van de melding niet heeft besloten tot een verbod. b. tussen 02.00 uur en 07.00 uur op maximaal vijf dagen per kalenderjaar, op carnavalszondag en op Koningsdag voor de houder van de openbare inrichting gevestigd in het Beursgebouw aan de Lardinoisstraat, mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 07.00 uur, de gewenste dag minimaal vier weken van tevoren aan de burgemeester wordt gemeld en de burgemeester na ontvangst van de melding niet heeft besloten tot een verbod. c. op nieuwjaarsdag, mits de openbare inrichting op dat moment niet gesloten hoeft te

2. Het verbod uit het eerste lid geldt niet tussen 02.00 uur en 08.00 uur voor een openbare inrichting die is gelegen binnen het gebied: a. Centrum, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Emmasingel, de Keizersgracht, de Wal, de P.C. Hooftlaan, de Hertogstraat, de Vestdijk en het 18 Septemberplein, of gelegen aan deze wegen of aan het Stationsplein en de Dommelstraat, mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 08.00 uur op maandag tot en met vrijdag en tussen 04.00 uur en 08.00 uur op zaterdag en zondag; b. Strijp S, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Beukenlaan, het spoor, de Glaslaan, de Kastanjelaan en Schootsestraat, met uitzondering van deze wegen en mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 08.00 uur; c . ‘de Bergen’ (CBS wijkcode 112) mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 08.00 uur; d. ‘de Witte Dame’ (CBS wijkcode 113) mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 08.00 uur. 3. Het verbod uit het eerste lid geldt voor andere gebieden dan genoemd in het tweede lid niet: a.

tussen 02.00 uur en 07.00 uur op maximaal tien dagen per kalenderjaar, op carnavalszondag en op Koningsdag voor de houder van de openbare inrichting gevestigd in het Beursgebouw aan de Lardinoisstraat en op het adres Klokgebouw 50 op Strijp S, mits daarin geen bezoekers worden toegelaten tussen 02.00 uur en 07.00 uur, de gewenste dag minimaal vier weken van tevoren aan de burgemeester wordt gemeld en de burgemeester na ontvangst van de melding niet heeft besloten tot een verbod. b. op nieuwjaarsdag, mits de openbare inrichting op dat moment niet gesloten hoeft te zijn op grond van de Omgevingswet, de Opiumwet, de Gemeentewet of artikel 2:40a. c. tussen 06.00 uur en 08.00 uur in verband met het serveren van een alcoholvrij ontbijt. d. tijdens de carnavalsdagen, Tweede Paasdag, Koningsdag, de dag na Hemelvaart, Tweede Pinksterdag, Eerste Kerstdag en de dag na Tweede Kerstdag voor het gebied benoemd in artikel 2:29 lid 2 onder a mits daarin geen 7

zijn op grond van de Omgevingswet, de Opiumwet, de Gemeentewet of artikel 2:40a. d. tussen 06.00 uur en 08.00 uur in verband met het serveren van een alcoholvrij ontbijt. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Het verbod geldt niet voor openbare inrichtingen die zijn genoemd in artikel 2:28 lid 3 onder b. Voor een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 2:28, derde lid onder b eerste gedachtestreepje gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 6. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

nieuwe bezoekers worden toegelaten tussen 04.00 uur en 08.00 uur. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. De burgemeester kan bepalen dat een inrichting, al dan niet tijdelijk, tussen 02.00 uur en 06.00 uur voor publiek gesloten dient te zijn in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid, gezondheid of van het woon- en leefmilieu. 6. Het verbod geldt niet voor openbare inrichtingen die zijn genoemd in artikel 2:28 lid 3 onder b. Voor een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 2:28, derde lid onder b eerste gedachtestreepje gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 7. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin is voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet 8. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:30 komt te luiden: Bestaande tekst

Artikel 2:30 Aanwezigheid leidinggevende 1. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde leidinggevende in de inrichting aanwezig is. 2.Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de vergunning ter plaatse aanwezig is. 3.Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester dat een persoon als leidinggevende dient te worden bijgeschreven op de vergunning. De melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel behorende bij de vergunning. 4.De burgmeester bevestigt onverwijld schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de aanvraag.

Nieuwe tekst Artikel 2:30 – aanwezigheid leidinggevende of vrijwilliger 1. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben indien in de inrichting niet aanwezig is een op de vergunning of aanhangsel vermelde leidinggevende. 2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de vergunning ter plaatse aanwezig is. 3. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester dat een persoon als leidinggevende dient te worden bijgeschreven op de vergunning. De melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel behorende bij de vergunning. 4. De burgemeester bevestigt onverwijld schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de aanvraag.

8

5. In afwijking van het eerste lid is het een paracommerciële rechtspersoon verboden een openbare inrichting geopend te houden, indien niet in de inrichting aanwezig is: a. een op de vergunning of aanhangsel vermelde leidinggevende; of b. een vrijwilliger mits aan de eisen van het zesde lid wordt voldaan. 6. Het bestuur van een paracommerciële rechtspersoon houdt een registratie bij van vrijwilligers. In ieder geval worden de voorletters, achternaam en de leeftijd vermeld. Een vrijwilliger dient de minimale leeftijd van 18 jaar te hebben. De registratie of een afschrift daarvan is in de inrichting aanwezig. Artikel 2:31, eerste lid, komt te luiden: Bestaande tekst

Artikel 2:31 Verboden gedragingen 1.De exploitatie van een openbare inrichting is zodanig dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu niet op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed.

Nieuwe tekst Artikel 2:31 Verboden gedragingen 1. De exploitatie van een openbare inrichting is zodanig dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu niet op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed.

Artikel 2:34g wordt vernummerd tot 2:34j, als volgt: Bestaande tekst

Artikel 2:34g Bepalingen para commerciële rechtspersonen van verzorgende aard Het is para commerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van verzorgende aard niet toegestaan alcoholhoudende drank te verstrekken anders dan tijdens bijeenkomsten van verzorgende aard en bijeenkomsten van persoonlijke aard gericht op patiënten of bewoners.

Nieuwe tekst Artikel 2:34j Bepalingen para commerciële rechtspersonen van verzorgende aard Het is para commerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van verzorgende aard niet toegestaan alcoholhoudende drank te verstrekken anders dan tijdens bijeenkomsten van verzorgende aard en bijeenkomsten van persoonlijke aard gericht op patiënten of bewoners.

Artikel 2:48, vierde lid, komt te luiden: Bestaande tekst

Nieuwe tekst 4. Het is verboden om in perioden en gebieden die door de burgemeester zijn aangewezen, bedrijfsmatig of anders dan om 9

niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik elders dan ter plaatse, dan wel deze dranken te verstrekken in strijd met de beperkingen die de burgemeester aan de verstrekking heeft verbonden. Artikel 2:48a komt te luiden: Bestaande tekst

Artikel 2.48a Glazen drinkgerei 1. De houder van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27 is verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van de openbare inrichting geen drinkgerei van glas of flessen van glas buiten de inrichting brengen. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door burgemeester en wethouders aangewezen gebied, drinkgerei van glas of geopende flessen van glas die kennelijk zijn bestemd voor het bewaren van drank bij zich te hebben of met zich mee te voeren. 3. Het tweede lid geldt niet voor: a. een terras dat behoort bij een openbare inrichting, als bedoeld in artikel 2:27; b. de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

Nieuwe tekst Artikel 2.48a Glazen drinkgerei of (wegwerp)plastic 1. De houder van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27 is verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van de openbare inrichting geen drinkgerei van glas, flessen van glas of voor eenmalig gebruik bestemd (wegwerp)plastic buiten de inrichting brengen. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door burgemeester en wethouders aangewezen gebied, drinkgerei van glas, geopende flessen van glas of voor eenmalig gebruik bestemd (wegwerp)plastic die kennelijk zijn bestemd voor het bewaren van drank bij zich te hebben of met zich mee te voeren. 3. Het tweede lid geldt niet voor: a. een terras dat behoort bij een openbare inrichting, als bedoeld in artikel 2:27; b. de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

Artikel 2:48b komt te luiden: Bestaande tekst

Artikel 2:48b Glas- en blikverbod horeca 1. Het is de houder van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27 respectievelijk van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet verboden in een door de burgemeester aangewezen gebied en binnen een door de burgemeester aangewezen periode binnen die openbare inrichting of op de plaats waarvoor de genoemde ontheffing geldt, drank te verstrekken in drinkgerei van glas, in flessen van glas en in blikjes.

Nieuwe tekst Artikel 2:48b Glas-, blik-, of (wegwerp)plastic verbod horeca 1. Het is de houder van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27 respectievelijk van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet verboden in een door de burgemeester aangewezen gebied en binnen een door de burgemeester aangewezen periode binnen die openbare inrichting of op de plaats waarvoor de genoemde ontheffing geldt, drank te verstrekken in drinkgerei van glas, in flessen van glas, in blikjes of voor eenmalig gebruik bestemd (wegwerp)plastic.

10

Artikel 2:48c komt te luiden: Bestaande tekst

Artikel 2:48c Glas- en blikverbod op wegen 1.Het is verboden op de door de burgemeester aangewezen wegen of weggedeeltes en binnen een door de burgemeester aangewezen periode drank in drinkgerei van glas, in flessen van glas en in blikjes bij zich te hebben of met zich mee te voeren.

Nieuwe tekst Artikel 2:48c Glas-, blik- of (wegwerp)plastic verbod op wegen 1. Het is verboden op de door de burgemeester aangewezen wegen of weggedeeltes en binnen een door de burgemeester aangewezen periode drank in drinkgerei van glas, in flessen van glas, in blikjes of voor eenmalig gebruik bestemd (wegwerp)plastic bij zich te hebben of met zich mee te voeren.

Na artikel 2:48d wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2:48d Nadere regels Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen aangaande het bepaalde in artikel 2.48a, 2:48b en 2:48c, waaronder regels over herbruikbare statiegeldbekers.

Artikel 2:71 komt te luiden: Bestaande tekst

Artikel 2:71 Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder: • consumentenvuurwerk: vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik; • fop- en schertsvuurwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.

Nieuwe tekst Artikel 2:71 Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder: • consumentenvuurwerk: vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik; • fop- en schertsvuurwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.

Artikel 2:78 komt te luiden: Bestaande tekst

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die een strafbaar feit of openbare orde verstorende handeling verricht, een bevel geven

Nieuwe tekst Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die een strafbaar feit of openbare orde verstorende handeling verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 11

zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. Met het oog op deze belangen kan de burgemeester aan een in het eerste lid genoemde persoon een bevel geven zich: a. gedurende ten hoogste het lopende en komende uitgaansweekeinde (donderdagavond tot en met maandagmorgen) telkens tussen 22.00 uur en 07.00 uur niet in of in de omgeving van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27 en in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden, indien dat feit of die handeling verband houdt met veilig uitgaan; b. tot het einde van een evenement als bedoeld in artikel 2:24 gedurende de tijden dat dit plaatsvindt, niet op of in de omgeving van het terrein of de terreinen waar dat evenement plaatsvindt op te houden, indien dat feit of die handeling verband houdt met dat evenement. 3. Met het oog op die belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie een bevel als bedoeld in het eerste of tweede lid is gegeven en die binnen een jaar na het geven van dat bevel opnieuw een strafbaar feit of openbare orde verstorende handeling verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste vier weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 4.

Met het oog op die belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie een bevel als bedoeld in het derde lid of in dit lid is gegeven en die binnen een jaar na het geven van dat bevel opnieuw een strafbaar feit of openbare orde verstorende handeling verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 5. De burgemeester beperkt een in de vorige leden gesteld bevel, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. 6. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel. 7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet

24 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een in het eerste lid genoemde persoon een verbod opleggen om: a. gedurende ten hoogste het lopende en komende uitgaansweekeinde (donderdagavond tot en met maandagmorgen) telkens tussen 22.00 uur en 07.00 uur in of in de omgeving van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27 en in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden, indien dat feit of die handeling verband houdt met veilig uitgaan; b. tot het einde van een evenement als bedoeld in artikel 2:24 gedurende de tijden dat dit plaatsvindt, op of in de omgeving van het terrein of de terreinen waar dat evenement plaatsvindt op te houden, indien dat feit of die handeling verband houdt met dat evenement. 3. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in het eerste of tweede lid en die binnen een jaar na een eerder tijdelijk verbod opnieuw een strafbaar feit of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste vier weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 4.

Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie een tijdelijk verbod als bedoeld in het derde lid of in dit lid is gegeven en die binnen een jaar na het opleggen van dat verbod opnieuw een strafbaar feit of openbare orde verstorende handeling verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 5. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste tot en met vierde lid opgelegd verbod. 6. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste tot en met vierde lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de 12

bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. 7. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 8. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op. 9. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 3.1.1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

seksinrichting: a. een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, tantramassagesalon een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; b. de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd.

Nieuwe tekst • seksinrichting: a, een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, tantramassagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; b. de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden; • sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd.

Artikel 4.1. komt te luiden: Bestaande tekst

Artikel 4:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: • Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

Nieuwe tekst Artikel 4:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: • collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal locaties is verbonden; • houder van een locatie: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins

13

• collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; • houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; • horeca-inrichting: een inrichting waarbij uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van: a. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, of b. daaraan verwante inrichting, waar tegen vergoeding logies worden verstrekt, dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. • incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; • inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Besluit; •recreatie-inrichting: inrichting waarbij uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van: a. een gelegenheid tot zwemmen of baden, b. een of meer voorzieningen of installaties voor het dansen of geven van dansonderricht, c. het onderrichten van muziek of toneel, of oefenen voor of houden van muziek-, toneel- of daarmee verwante uitvoeringen, d.

het vertonen van films, het houden van presentaties, vergaderingen of congressen, of tentoonstellen van gebruiksvoorwerpen of voortbrengsels van kunst, cultuur of wetenschap, e. het gelegenheid bieden tot het deelnemen aan kansspelen of om mee te dingen naar prijzen of premies door enige kansbepaling of tot het gebruiken van speelautomaten, f. het recreatief dagverblijf bieden of waar een of meer voorzieningen aanwezig zijn voor recreatieve doeleinden, recreatief nachtverblijf bieden in vakantiewoningen, trekkershutten of door middel van een kampeerterrein; •sportinrichting: inrichting waarbij uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van een of meer

op de locatie een milieubelastende activiteit verricht; • horecalocatie: een locatie waarop uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van: a. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, of b. daaraan verwante activiteiten, waar tegen vergoeding logies worden verstrekt, dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. • incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal locaties; • Locatie: locatie waarop een milieubelastende activiteit wordt verricht; • milieubelastende activiteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, niet zijnde activiteiten als bedoeld in artikel 22.41, tweede lid van het Omgevingsplan; • recreatielocatie: locatie waarop uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van: a. een gelegenheid tot zwemmen of baden; b. een of meer voorzieningen of installaties voor het dansen of geven van dansonderricht; c. het onderrichten van muziek of toneel, of oefenen voor of houden van muziek-, toneel- of daarmee verwante uitvoeringen; d. het vertonen van films, het houden van presentaties, vergaderingen of congressen, of tentoonstellen van gebruiksvoorwerpen of voortbrengsels van kunst, cultuur of wetenschap; e.

het gelegenheid bieden tot het deelnemen aan kansspelen of om mee te dingen naar prijzen of premies door enige kansbepaling of tot het gebruiken van speelautomaten; f. het recreatief dagverblijf bieden of waar een of meer voorzieningen aanwezig zijn voor recreatieve doeleinden, recreatief nachtverblijf bieden in vakantiewoningen, trekkershutten of door middel van een kampeerterrein; • Sportlocatie: locatie waarop uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van een of meer voorzieningen of installaties voor het beoefenen van sport in wedstrijdverband, ter voorbereiding van wedstrijden of ter recreatie.

14

voorzieningen of installaties voor het beoefenen van sport in wedstrijdverband, ter voorbereiding van wedstrijden of ter recreatie. Artikel 4:2 komt te luiden: Bestaande tekst

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19a en 2.20 van het Besluit gelden niet voor horeca-inrichtingen voor: a. carnavalsvrijdag tot en met carnavalsdinsdag 24.00 uur; b. koningsnacht vanaf 17.00 uur tot en met Koningsdag 24.00 uur; c. 24 december vanaf 17.00 tot sluitingstijd (25 december); d. 26 december vanaf 17.00 uur tot sluitingstijd (27 december); e. de jaarwisseling vanaf 17.00 uur tot 12.00 uur op 1 januari. 2.Burgemeester en wethouders kunnen wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet was te voorzien, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit aanwijzen. Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting, niet zijnde een horeca-, recreatie- of sportinrichting, toegestaan maximaal twee incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 2.

Het is een horeca-, recreatie- en sportinrichting toegestaan maximaal vijf incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 3. Het tweede lid is niet van toepassing op horeca- en recreatie*- inrichtingen die zijn

Nieuwe tekst Artikel 4:2 Collectieve en incidentele festiviteiten 1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 van het Omgevingsplan gelden niet voor horeca-, recreatie- of sportlocaties tijdens de volgende collectieve festiviteiten: a. carnavalsvrijdag tot en met carnavalsdinsdag 24.00 uur; b. koningsnacht vanaf 17.00 uur; c. koningsdag tot uiterlijk 24.00 uur; d. 24 december vanaf 17.00; e. 26 december vanaf 17.00; f. de jaarwisseling vanaf 17.00 uur tot 12.00 uur op 1 januari.

2. Het is een op locatie, niet zijnde een horeca, recreatie- of sportlocatie, toegestaan maximaal twee incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 van het Omgevingsplan niet van toepassing zijn, mits de houder van de locatie ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 3. Het is op een horeca-, recreatie- en sportlocatie, toegestaan maximaal vijf incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 van het Omgevingsplan niet van toepassing zijn, mits de houder van de locatie ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld.

15

gelegen aan het Begijnenhof, het Catharinaplein (gevestigd in het Catharinahuis), de Molenstraat, het Stratumseind, de Stratumsedijk (het gedeelte tussen het Stratumseind en de Bilderdijklaan),de Oude Stadsgracht. 4. Het is een horeca-, recreatie- en sportinrichtingen binnen het gebied Strijp S als genoemd in artikel 2:29, derde lid, toegestaan maximaal tien incidentele festiviteiten per kalender jaar te houden, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 5.Het is een sport- en recreatie-inrichting toegestaan om tijdens maximaal vijf incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sport- of recreatieactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 6. Aan de kennisgevingsplicht, bedoeld in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid, is voldaan wanneer het daartoe door burgemeester en wethouders vastgestelde formulier volledig en naar waarheid is ingevuld en tijdig is ingeleverd. 7.

De kennisgeving, bedoeld in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid, wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 8. De leden 1, 2, 3 en 4 gelden slechts voor zover wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders ter voorkoming van geluidshinder te stellen voorwaarden. 9. Op deze procedure is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beslissing bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

4. Het derde lid geldt niet voor een horeca- en recreatie- locatie die is gelegen aan het Begijnenhof, het Catharinaplein (gevestigd in het Catharinahuis), de Molenstraat, het Stratumseind, de Stratumsedijk (het gedeelte tussen het Stratumseind en de Bilderdijklaan), de Oude Stadsgracht. 5. Naast het gestelde in het eerste lid en in afwijking van het derde lid is het een horeca-, recreatie- en sportlocatie binnen het gebied Strijp-S, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Beukenlaan, het spoor, de Glaslaan, de Kastanjelaan en Schootsestraat, met uitzondering van deze wegen, toegestaan maximaal tien incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden, mits de houder van de locatie ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 6. Het is op een sport- en recreatielocatie toegestaan om tijdens maximaal vijf incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sport- of recreatieactiviteiten waarbij artikel 22.239, eerste lid, van het Omgevingsplan niet van toepassing is, mits de houder van de locatie ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 7.

Aan de kennisgevingsplicht, bedoeld in het tweede, derde, vijfde en zesde lid, is voldaan wanneer het daartoe door burgemeester en wethouders vastgestelde formulier volledig en naar waarheid is ingevuld en tijdig is ingeleverd. 8. Het gestelde in het tweede, derde en vijfde lid geldt slechts voor zover wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders ter voorkoming van geluidshinder te stellen voorwaarden. 9. Op deze procedure is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beslissing bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 4:3 komt te luiden Bestaande tekst

Nieuwe tekst

16

Artikel 4.3 is opgegaan in het nieuwe 4:2,zie hierboven.

Artikel 4:3 Tijden vrijstelling van de geluidsnormen 1. Vrijstelling van de geluidsnormen van de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 uit het Omgevingsplan tijdens incidentele en collectieve festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2, kan verkregen worden vanaf 08:00 uur in de ochtend tot uiterlijk 02:00 uur de volgende dag, tenzij anders vermeld. 2. In afwijking van het eerste lid geldt de vrijstelling van de geluidsnormen van de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 uit het Omgevingsplan tijdens incidentele en collectieve festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 tot uiterlijk 04:00 uur van de volgende dag, indien deze plaatsvinden bij een horeca, recreatie- of sportlocatie, op vrijdag en zaterdag en tijdens de volgende feestdagen (Carnavalsdagen, Eerste Paasdag, Koningsnacht, Hemelvaart, Eerste Pinksterdag, Kerstavond en Tweede Kerstdag), en deze locatie is gelegen: a. in het gebied centrum, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Emmasingel, de Keizersgracht, de Wal, de P.C. Hooftlaan, de Hertogstraat, de Vestdijk en het 18 Septemberplein, inclusief de locaties die aan deze wegen zijn gelegen, met uitzondering van de locaties die zijn gelegen in het gebied ‘de Bergen’ (CBS wijkcode 112); b. aan het Stationsplein; c. aan de Dommelstraat; d.

in het gebied Strijp S, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Beukenlaan, het spoor, de Glaslaan, de Kastanjelaan en Schootsestraat, met uitzondering van de locaties die gelegen zijn aan deze wegen. 3. In afwijking van het eerste lid geldt de vrijstelling van de geluidsnormen van de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 uit het Omgevingsplan tijdens incidentele en collectieve festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 tot uiterlijk 07:00 uur de volgende dag, wanneer aan de hieronder beschreven voorwaarden wordt voldaan: a. maximaal 10 keer per jaar voor de locatie gelegen aan het Klokgebouw 50, mits de houder van de locatie minstens twee weken voor de aanvang van de festiviteit, zowel collectief als incidenteel, burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld; 17

b. op carnavalszaterdag en koningsnacht en daarnaast nog maximaal 5 keer per jaar voor de locatie gelegen aan de Lardinoisstraat 8, mits de houder van de locatie minstens twee weken voor de aanvang van de festiviteit, zowel collectief als incidenteel, burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 4. Aan de kennisgevingsplicht, bedoeld in het derde lid, is voldaan wanneer het daartoe door burgemeester en wethouders vastgestelde formulier volledig en naar waarheid is ingevuld en tijdig is ingeleverd.

Artikel 4:4 komt te luiden: Bestaande tekst

Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten [vervallen]

Nieuwe tekst Artikel 4:4 Onvoorziene festiviteiten Indien een festiviteit, als bedoeld in artikel 4:2, waarvoor vrijstelling van de geluidsnormen van de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 uit het Omgevingsplan zou moeten gelden redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college: a. een festiviteit terstond aanwijzen als collectieve festiviteit. b. op verzoek van een houder van een locatie, een incidentele festiviteit terstond toestaan, waarmee de kennisgeving, bedoeld in het tweede, derde, vijfde of zesde lid van artikel 4:2, geacht wordt te zijn gedaan.

Artikel 5:21a komt te luiden: Bestaande tekst

Artikel 5:21a Loketverkoop 1. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een afleveringsloket of andere dergelijke verstrekkingsmogelijkheid, waaronder mede

Nieuwe tekst Artikel 5:21a Loketverkoop 1. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een afleveringsloket of andere dergelijke verstrekkingsmogelijkheid, waaronder mede 18

begrepen aan de deur verkoop, voor eet- en drinkwaren te hebben, als deze vanaf de weg voor het publiek onmiddellijk bereikbaar is. 2. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17.

begrepen aan de deur verkoop, voor eet- en drinkwaren te hebben, als deze vanaf de weg voor het publiek onmiddellijk bereikbaar is. 2. De mogelijkheid om op grond van het eerste lid een vergunning aan te vragen vervalt per 1 januari 2025. De reeds verleende vergunningen blijven voor de periode waarvoor zij zijn afgegeven na deze datum van kracht, tot het moment waarop ze worden ingetrokken, vervallen of er geen gebruik meer van gemaakt wordt. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien een ontheffing op grond van artikel 35 Alcoholwet is verstrekt. 5. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op automatieken indien hier een vergunning voor is verstrekt op basis van artikel 2:28.

Artikel 6:2, eerste lid, komt te luiden: Bestaande tekst

Artikel 6:2 Toezichthouders 1.Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast ambtenaren van:

Nieuwe tekst Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast ambtenaren van:

•de politie, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012; alsmede, ieder voor zover het betreft zaken welke aan zijn toezicht zijn toevertrouwd;

• de politie, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012; alsmede, ieder voor zover het betreft zaken welke aan zijn toezicht zijn toevertrouwd;

•de Koninklijke marechaussee indien zij belast zijn met een politietaak zoals genoemd in artikel 4 van de Politiewet 2012;

• de Koninklijke marechaussee indien zij belast zijn met een politietaak zoals genoemd in artikel 4 van de Politiewet 2012;

•de sector Ruimtelijke Uitvoering van de gemeente Eindhoven; •de G.G.D. Brabant-Zuidoost; •de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost; •de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant.

• de sector Veiligheid en Handhaving van de gemeente Eindhoven; • de G.G.D. Brabant-Zuidoost; • de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost; • de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant.

19

============================================================================== ==============================================================================

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14774425/4