CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Was wordt tabel Dertiende wijziging APV Eindhoven

Raadsvergadering 19 december 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Dertiende wijziging APV Eindhoven1.829 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel 13e Wijziging Algemene plaatselijke verordening

Leeswijzer modelbepalingen In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Wanneer alleen tekst in de bestaande tekst vervalt, is die tekst cursief gemaakt.

Artikel 2:27 openbare inrichting sub a en b wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:27 begripsbepalingen •

Nieuwe tekst Artikel 2:27 begripsbepalingen

•

openbare inrichting

a. elke voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies worden verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid, met inbegrip van een terras; b. een hotel, restaurant, café, waterpijpcafé, pension, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, afhaalzaak of clubhuis;

openbare inrichting

a. elke voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies worden verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid, dan wel gelegenheid wordt gegeven anders dan om niet enigerlei eet- of drinkwaar te verkrijgen, af te halen of te verbruiken, met inbegrip van een terras; b. onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, café, waterpijpcafé, pension, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, afhaalzaak of clubhuis;

Artikel 2:28, wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting

Nieuwe tekst Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting

1.Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

1.Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

2.Onverminderd artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:

2.Onverminderd artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:

a.de aanvrager geen dan wel een afwijzende beschikking verklaring omtrent het gedrag (VOG) met betrekking tot de leidinggevende(n) overlegt die uiterlijk drie maanden voor de

a.de aanvrager geen dan wel een afwijzende beschikking verklaring omtrent het gedrag (VOG) met betrekking tot de leidinggevende(n) 1

datum waarop de aanvraag is ingediend, is afgegeven; b.de leidinggevende(n) de leeftijd van18 jaar niet heeft bereikt; c.de leidinggevende(n) onder curatele staat; d.de leidinggevende(n) in enigerlei mate van slecht levensgedrag is, of e.redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke situatie niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. 3.Het verbod geldt niet: a.voor een openbare inrichting waarvoor een vergunning is vereist op grond van artikel 3 van de Alcoholwet, of b.voor: • een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet, voor zover de horecaactiviteit niet een zelfstandige stroom bezoekers genereert; • een zorginstelling; • een museum of gildehuis; • een bioscoop of theater; • een sportvereniging, sportschool of dansschool, behalve als daar ook openbare dansavonden georganiseerd worden; • een biljart/snookercentrum of bowlingcentrum; • vrijetijdsaccommodaties met uitzondering van verenigingsgebouwen;

overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is ingediend, is afgegeven; b.de leidinggevende(n) de leeftijd van18 jaar niet heeft bereikt; c.de leidinggevende(n) onder curatele staat; d.de leidinggevende(n) in enigerlei mate van slecht levensgedrag is, of e.redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke situatie niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. 3.Het verbod geldt niet: a.voor een openbare inrichting waarvoor een vergunning is vereist op grond van artikel 3 van de Alcoholwet, of b.voor: • een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet, voor zover de horecaactiviteit niet een zelfstandige stroom bezoekers genereert; • een zorginstelling; • een museum of gildehuis; • een bioscoop of theater; • een sportvereniging, sportschool of dansschool, behalve als daar ook openbare dansavonden georganiseerd worden; • een biljart/snookercentrum of bowlingcentrum;

2

• studieverenigingen binnen het TUE-terrein. 4.Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen ten aanzien van openbare inrichtingen bedoeld in lid 3 onder a. 5.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet

bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

• vrijetijdsaccommodaties met uitzondering van verenigingsgebouwen; • studieverenigingen binnen het TUE-terrein;

• standplaatsen bedoeld in artikel 5:17, tenzij het gaat om standplaatsen die er langer staan dan 68 dagen.

4. De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden. Dit aanhangsel maakt onlosmakelijk deel uit van de vergunning.

5.Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen ten aanzien van openbare inrichtingen bedoeld in lid 3 onder a. 6.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:30, wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:30 Aanwezigheid leidinggevende

Artikel 2:30 Aanwezigheid leidinggevende

Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde leidinggevende in de inrichting aanwezig is.

1. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben zonder dat een op het aanhangsel vermelde leidinggevende in de inrichting aanwezig is. 2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de vergunning en aanhangsel ter plaatse aanwezig is; 3. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester dat een persoon als leidinggevende dient te worden bijgeschreven op de vergunning. De melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel behorende bij de vergunning.

3

4. De burgmeester bevestigt onverwijld schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de aanvraag.

Artikel 2:34g Proeverijen in slijtlokalen, wordt als volgt toegevoegd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2:34g Proeverijen in slijtlokaliteiten 1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit. 2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.

De titel van artikel 2:47 wordt als volgt gewijzigd:

•

Bestaande tekst Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen

Nieuwe tekst Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag en straatintimidatie op openbare plaatsen

Artikel 2:65 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:65 Bedelarij [vervallen]

Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken.

Artikel 3.2.5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.2.5 Seksinrichtingen

Nieuwe tekst Artikel 3.2.5 Seksinrichtingen

4

1.Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3.2.1 op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is.

1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat een op de vergunning en het aanhangsel vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is. 4. De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de exploitant en beheerders. Dit aanhangsel maakt onlosmakelijk deel uit van de vergunning. 5. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester dat een persoon als beheerder dient te worden bijgeschreven op de vergunning. De melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel behorende bij de vergunning.

Artikel 5:17, wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:17 Begripsbepaling

Nieuwe tekst Artikel 5:17 Begripsbepaling

1.In deze afdeling is sprake van een standplaats als:

1.In deze afdeling is sprake van een standplaats als:

a. goederen of diensten worden aangeboden, verkocht of afgeleverd, b. dat vanaf een vaste, openbare en in de open lucht gelegen plaats gebeurt, en c. daarbij gebruik wordt gemaakt van fysieke middelen. 2.Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

a. goederen of diensten worden aangeboden, verkocht of afgeleverd, b. dat vanaf een openbare en in de open lucht gelegen plaats gebeurt, en c. daarbij gebruik wordt gemaakt van fysieke middelen. 2.Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24; c. een standplaats op particulier terrein.

Artikel 5:18, wordt als volgt gewijzigd: 5

Bestaande tekst Artikel 5:18 Standplaatsen

Nieuwe tekst Artikel 5:18 Standplaatsen

1. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: a. als de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs is te verwachten dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt. 3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing 4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de standplaatsen die door het college als zodanig zijn aangewezen. 5. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van standplaatsen.

Artikel 5:18 Standplaatsen 1. Het is verboden een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de standplaatsen die door het college als zodanig zijn aangewezen; 3. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van standplaatsen; 4. Burgemeester en wethouders kunnen in uitzonderlijke gevallen van dit verbod ontheffing verlenen; 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:19 en 5:20 komen te vervallen: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van burgemeester en wethouders standplaats wordt of is ingenomen.

Vervallen

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1.Het verbod van artikel 5:18 is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Verordening wegen Noord Brabant 2010. 2.De weigeringsgrond van artikel 5:18, tweede lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken. Artikel 5:21a wordt als volgt gewijzigd: 6

Bestaande tekst

Artikel 5:21a Loketverkoop 1.Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een afleveringsloket of andere dergelijke verstrekkingsmogelijkheid, waaronder mede begrepen aan de deur verkoop, voor eet- en drinkwaren te hebben, als deze vanaf de weg voor het publiek onmiddellijk bereikbaar is.

Nieuwe tekst 3. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17.

2.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

============================================================================== ==============================================================================

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13470320/2