CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Was-Wordt Tabel

Raadsvergadering 1 juli 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Zesde wijziging ASV Eindhoven4.353 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel 6e Wijziging Algemene subsidie verordening (ASV Eindhoven) Leeswijzer In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Wanneer alleen tekst in de bestaande tekst vervalt, is die tekst cursief gemaakt. Artikel 1 onder m, komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 1 Definities In deze verordening, en onderliggende regelgeving, wordt verstaan onder: .. m. Wet: Algemene wet bestuursrecht

Nieuwe tekst

In artikel 2, vierde lid, wordt ‘wet’ vervangen door ‘Awb’ Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2 Reikwijdte verordening Artikel 2 Reikwijdte verordening 4. Het college is bevoegd tot het verstrekken van begrotingssubsidies, met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen en - indien de begroting nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder het voorbehoud (als bedoeld in artikel 4:34 van de wet) dat

4. Het college is bevoegd tot het verstrekken van begrotingssubsidies, met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen en - indien de begroting nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder het voorbehoud (als bedoeld in artikel 4:34 van de Awb) dat

Reden van wijziging Uniformeren term “Awb” wordt al gedefinieerd onder sub c van dit artikel

Reden van wijziging Uniformeren term ‘’Awb’’ in plaats van ‘’wet’’

voldoende gelden ter beschikking worden gesteld, aan het college. Het opschrift van artikel 3 komt te luiden: Bestaande tekst Artikel 3 Subsidieregelingen

voldoende gelden ter beschikking worden gesteld, aan het college.

Nieuwe tekst Artikel 3. Subsidieregelingen en bevoegdheden college.

Reden van wijziging Aanpassing titel

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4 Staatssteunregels 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

Nieuwe tekst Artikel 4 Staatssteunregels 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

Reden van wijziging Aanpassing artikel tekstueel

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5 Subsidieplafond 2. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen als:

Nieuwe tekst Artikel 5 Subsidieplafond 2. Het college kan een subsidieplafond verlagen als:

Reden van wijziging Aanpassing artikel tekstueel

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 6 Bij aanvraag in te dienen gegevens 1. De aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college.

2. Een subsidieaanvraag gaat naast het bepaalde in artikel 4:2 van de Awb vergezeld van: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen. In het bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente Eindhoven of haar ingezetenen en op door de gemeente Eindhoven vastgestelde doelen of beleidsterreinen; c. een begroting en dekkingsplan van de

Nieuwe tekst Artikel 6 Bij aanvraag in te dienen gegevens 1. De aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld geschiedt dit met gebruikmaking daarvan. 2. Een subsidieaanvraag bevat naast het bepaalde in artikel 4:2 van de Awb ook:

Reden van wijziging Standaardiseren aanvraagformulieren. Door het gebruik van aanvraagformulieren verplicht te stellen en tekstueel te verduidelijken welke gegevens de aanvrager mee moet sturen wordt het voor subsidieaanvragers duidelijker welke gegevens zij bij de aanvraag moeten overleggen.

a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen. In het bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente Eindhoven of haar ingezetenen en op door de gemeente Eindhoven vastgestelde doelen of beleidsterreinen; c. een begroting van de kosten en

In de praktijk is gebleken dat deze

kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

uitgaven van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, inclusief de inkomsten en opbrengsten ten behoeve van dezelfde activiteiten;

d. indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand van de egalisatiereserve en bestemmingsreserve(s)op het moment van de aanvraag;

d. indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand van de egalisatiereserve en bestemmingsreserve(s)op het moment van de aanvraag;

e. vermelding van bestaan van (zakelijke) relaties op het niveau van bestuur of directie van de subsidieaanvrager met bloed- of aanverwanten dan wel eigen bedrijven, eigen stichtingen of andere eigen rechtspersonen en de aard van deze verhoudingen alsmede de financiële impact ervan;

e. vermelding van bestaan van (zakelijke) relaties op het niveau van bestuur of directie van de subsidieaanvrager met bloed- of aanverwanten dan wel eigen bedrijven, eigen stichtingen of andere eigen rechtspersonen en de aard van deze verhoudingen alsmede de financiële impact ervan;

f.

f. een opgave van eventuele

een opgave van eventuele

beschrijving en onder andere de term ‘’Dekkingsplan’’ zorgen voor verwarring. Voorgesteld wordt om de beschrijving te vervangen door een kortere en duidelijkere beschrijving. De verwachting is dat hiermee voor subsidieaanvragers duidelijker is welke gegevens zij bij de aanvraag moeten overleggen. Hierdoor hoeft het subsidiebureau minder vaak andere of aanvullende gegevens op te vragen wat de beoordelingstijd ten goede komt.

samenwerkingspartners;

samenwerkingspartners.

g. Als de aanvrager een onderneming is 1°. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; 2°. een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot deminimissteun (de-minimisverklaring 3. Indien een aanvrager voor het eerst een subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier. Een balans is niet vereist als het een subsidie betreft van niet meer dan €5.000,--.

3. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt levert ook een exemplaar van de oprichtingsakte of de meest recente statuten aan en een exemplaar van de jaarrekening en indien een jaarrekening niet voorhanden is daaraan gelijk te stellen stukken waaruit de financiële positie van de aanvrager blijkt. Een jaarrekening is niet vereist bij subsidieaanvragen van niet meer dan € 15.000,--.

4. Het college kan bepalen dat ook andere

4. Het college kan bepalen dat ook andere

In de praktijk is gebleken dat een deminimisverklaring niet in alle gevallen nodig is of de juiste oplossing is. Het bij voorbaat opvragen van deze gegevens is daarmee bij een aantal aanvragen onnodig. Als sprake is van staatssteun kan het college op grond van het vierde lid van artikel 6 deze extra gegevens altijd opvragen. Daarmee wordt gezorgd voor een lastenverlaging bij de aanvraag voor een groot deel van de subsidieaanvragers.

Vermindering documentatie In de praktijk lijkt het opvragen van al de financiële stukken overbodig omdat de jaarrekening vaak al de benodigde gegevens bevat. Door deze wijziging dienen minder stukken te worden overgelegd.

of minder dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag van belang zijn, worden overgelegd.

of minder dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 7 Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt ingediend uiterlijk vóór 1 oktober in het jaar voorafgaande aan het jaar of de jaren, waarop de aanvraag betrekking heeft.

Nieuwe tekst Artikel 7 Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt ingediend uiterlijk op 30 september in het jaar voorafgaande aan het jaar of de jaren, waarop de aanvraag betrekking heeft.

2. Een aanvraag voor een eenmalige subsidie wordt ingediend tenminste 13 weken vóór aanvang van de activiteiten.

2. Een aanvraag voor een eenmalige subsidie wordt ingediend tenminste 13 weken vóór aanvang van de activiteiten.

3. Een aanvraag voor een eenmalige subsidie tot en met € 5.000,-- als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onderdeel d van de Wet dient te worden ingediend tenminste 6 weken voorafgaande aan de activiteiten. 4. Het college kan bij subsidieregeling andere termijnen stellen voor daarbij aan te

3. Een aanvraag voor een eenmalige subsidie tot en met € 5.000,-- als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onderdeel d van de Awb dient te worden ingediend tenminste 6 weken voorafgaande aan de activiteiten. 4. Het college kan bij subsidieregeling andere termijnen stellen voor daarbij aan te

Reden van wijziging Versimpeling data In de praktijk was hier verwarring over en werden aanvragen soms een dag te laat ingediend.

Uniformering term

wijzen subsidies voor het indienen van een aanvraag.

wijzen subsidies voor het indienen van een aanvraag.

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 9 Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Wet weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval:

Nieuwe tekst Artikel 9 Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb weigert het college de subsidie in ieder geval:

a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard, of

a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard, of

Reden van wijziging

Uniformering term

c. het college voor dezelfde activiteiten reeds subsidie heeft verstrekt, of

c. het college voor dezelfde activiteiten reeds subsidie heeft verstrekt, of

d. subsidieverstrekking niet past binnen de door de raad vastgestelde beleidskaders en financiële kaders.

d. subsidieverstrekking niet past binnen de door de raad vastgestelde beleidskaders en financiële kaders.

2. Onverminderd het vorige lid weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader, omdat:

2. Onverminderd het vorige lid weigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader, omdat:

a. Subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. De subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3. Onverminderd de vorige leden kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren:

Uniformering term

a. Subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. De subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3. Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren:

Uniformering term

a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; c. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; d. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; e. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is net de interne markt;

a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; c. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; d. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; e. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; f.

de aanvrager ook zonder subsidie over

Verschrijving

f. de aanvrager ook zonder subsidie over de benodigde gelden, hetzij uit eigen middelen of uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken; g. op het niveau van bestuur en directie (zakelijke) relaties bestaan met bloed- of aanverwanten dan wel eigen bedrijven, eigen stichtingen dan wel andere eigen rechtspersonen die naar het oordeel van het college ongewenst zijn; h. de doelstellingen of activiteiten van aanvrager in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde; i. de activiteiten een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap hebben; j. voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd geen of onvoldoende gelden op de begroting zijn gereserveerd;

de benodigde gelden, hetzij uit eigen middelen of uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken; g. op het niveau van bestuur en directie (zakelijke) relaties bestaan met bloed- of aanverwanten dan wel eigen bedrijven, eigen stichtingen dan wel andere eigen rechtspersonen die naar het oordeel van het college ongewenst zijn; h. de doelstellingen of activiteiten van aanvrager in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde; i.

de activiteiten een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap hebben;

j.

voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd geen of onvoldoende gelden op de begroting zijn gereserveerd;

k. gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de te verlenen subsidie niet of in onvoldoende mate zal worden besteed (of bijdragen) aan het beleidsdoel of doel waarvoor de subsidie is bedoeld; l. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. 4. Het college kan een subsidie in ieder geval weigeren of intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 5. Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.

Het opschrift van hoofdstuk 4 komt te luiden:

k. gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de te verlenen subsidie niet of in onvoldoende mate zal worden besteed (of bijdragen) aan het beleidsdoel of doel waarvoor de subsidie is bedoeld; l.

in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.

4. Het college kan een subsidie weigeren of intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 5. Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak

Bestaande tekst Hoofdstuk 4 Verlening van de subsidie

Artikel 10 komt te luiden: Bestaande tekst Artikel 10 Tussentijdse rapportage 1. Indien een subsidie meer dan € 50.000 bedraagt, dient de subsidieontvanger uiterlijk 1 juli een halfjaarrapportage in bij het college. 2. Indien de halfjaarrapportage aanleiding geeft tot inhoudelijke en/of financiële aanpassingen door de subsidieontvanger, rapporteert subsidieontvanger het college hierover uiterlijk 1 oktober. 3. Het college kan in de verleningsbeschikking afwijken van het bepaalde in het eerste en het tweede lid. 4. In de overige gevallen besluit het college in de verleningsbeschikking over de wijze van rapporteren.

Nieuwe tekst Hoofdstuk 4 Tussentijdse Rapportage, betaling en bevoorschotting

Reden van wijziging Aanpassing titel ter bevordering duidelijkheid

Nieuwe tekst Artikel 10 Tussentijdse rapportage 1. Bij een subsidie hoger dan € 50.000 kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.

Reden van wijziging Terugbrengen rapportageverplichtingen De halfjaarlijkse tussentijdse rapportage wordt ervaren als een enorme administratieve last. Daarom wordt voorgesteld om het artikel te wijzigen zodat maatwerk het uitgangspunt wordt (in lijn met het VNG model).

2. Het college kan in een subsidieregeling of verleningsbeschikking de wijze en frequentie van rapporteren en een ander grensbedrag voor tussentijdse rapportage opleggen.

Artikel 11 komt te luiden: Bestaande tekst Artikel 11 Betaling en bevoorschotting 1. Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één keer plaats.

Nieuwe tekst Artikel 11 Betaling en bevoorschotting 1. Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één keer plaats.

2. Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100% bevoorschot in één termijn.

2. Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100% bevoorschot in één termijn.

3. In de overige gevallen besluit het college bij de subsidieverlening ambtshalve over bevoorschotting. Daarbij worden de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald en kan dit afhankelijk worden gesteld van de voortgang en uitvoering van de activiteiten.

3. In de overige gevallen betaalt het college een voorschot van 95% van het verleende subsidiebedrag. Het college kan bij subsidieverlening besluiten om voorschotten in termijnen te betalen en dit afhankelijk stellen van de voortgang en uitvoering van de activiteiten. Het overgebleven subsidiebedrag tot maximaal 5% betaalt het college als na de vaststelling van de subsidie blijkt dat de subsidieontvanger daar recht op heeft.

4. Indien sprake is van een beschikking tot subsidieverlening aan een rechtspersoon in oprichting, wordt pas overgegaan tot

Reden van wijziging

Verhelderen proces bevoorschotting en betaling. Duidelijker wordt nu beschreven dat het gaat om uitbetaling van 95% van het verleende subsidiebedrag in voorschotten en 5% bij de vaststelling van de subsidie. Voorts dient duidelijk te zijn welke gevolgen een lagere vaststelling van de subsidie op de voorschotten en het uit te betalen restant hebben (te denken valt aan een situatie

bevoorschotting nadat de oprichtingsakte is overgelegd.

4. Voorschotten worden bij de vaststelling van de subsidie verrekend. Indien de subsidieontvanger meer voorschot heeft ontvangen dan waarop hij op grond van het besluit tot vaststelling recht heeft, wordt het meerdere in het besluit tot vaststelling teruggevorderd.

waarbij bij de eindverantwoording blijkt dat de activiteiten niet allemaal zijn uitgevoerd door de subsidieontvanger en het college om die reden het totale subsidiebedrag lager vaststelt – dan kunnen te veel ontvangen voorschotten teruggevorderd worden).

5. Indien sprake is van een beschikking tot subsidieverlening aan een rechtspersoon in oprichting, wordt pas overgegaan tot bevoorschotting nadat de oprichtingsakte is overgelegd. 6. Het college kan in een subsidieregeling of verleningsbeschikking afwijken van het derde lid.

Het opschrift van artikel 12 komt te luiden: Bestaande tekst Artikel 12 BTW en niet subsidiabele kosten

Nieuwe tekst Artikel 12 BTW en subsidiabele kosten

Reden van wijziging Aanpassen titel. Een wijziging in het kader van de duidelijkheid en leesbaarheid.

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 15 Verantwoording subsidies tot en met € 5.000,-1. Subsidies tot en met € 5.000,-- worden door het college: a. direct vastgesteld of; b. ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht;

Nieuwe tekst Artikel 15 Verantwoording subsidies tot en met € 15.000,--. 1. Subsidies tot en met € 15.000,-- worden door het college: a. direct vastgesteld of; b. ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht;

2. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op door haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

2. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op door haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 16 Verantwoording subsidies van meer dan € 5.000,-- tot en met € 50.000,-1. Indien de subsidieverlening meer dan €

Nieuwe tekst Artikel 16 Verantwoording subsidies van meer dan € 15.000,-- tot en met € 50.000,-1. Indien de subsidieverlening meer dan €

Reden van wijziging Verhoging drempelbedrag verantwoording. Aanpassing van het drempelbedrag levert voor veel subsidieontvangers administratieve lastenverlichting op omdat geen aanvraag tot vaststelling ingediend hoeft te worden.

Reden van wijziging Tekstuele wijziging als gevolg van wijziging artikel 15. Verhoging drempelbedrag. 31 maart:

5.000- of meer bedraagt, maar minder of gelijk aan € 50.000,--, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend.

15.000- of meer bedraagt, maar minder of gelijk aan € 50.000,--, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college uiterlijk op 31 maart in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend.

2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.

2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.

3. Het college kan bij subsidieregeling andere termijnen stellen of andere of minder gegevens verlangen.

3. Het college kan bij subsidieregeling andere termijnen stellen of andere of minder gegevens verlangen.

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 17 Verantwoording subsidies van meer dan € 50.000,-1. Indien de subsidieverlening meer dan € 50.000,-- bedraagt, dient de

Nieuwe tekst Artikel 17 Verantwoording subsidies van meer dan € 50.000,-1. Indien de subsidieverlening meer dan € 50.000,-- bedraagt, dient de

Hierdoor hebben de subsidieontvangers eerder duidelijkheid over de vaststelling van de subsidie en kunnen zij sneller de resterende 5% betaald krijgen. De verantwoording tot en met € 50.000,bestaat uit een inhoudelijk verslag. Ze zijn niet afhankelijk van een boekhouder en/of accountant wat het verantwoordingsproces minder tijdsintensief maakt. Door het naar voren halen van de termijn met 1 maand hebben subsidieontvangers nog steeds minimaal 3 maanden de tijd na het uitvoeren van de activiteiten om de aanvraag tot vaststelling in te dienen en dus tot een inhoudelijk verslag te komen. Het naar voren halen van de termijn wordt dan ook niet gezien als een benadeling voor de subsidieontvangers.

Reden van wijziging

subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend.

subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college uiterlijk op 30 april in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend.

2. De aanvraag tot vaststelling bevat:

2. De aanvraag tot vaststelling bevat:

a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;

a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;

b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

b. een financieel verslag: overzicht van de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van de gesubsidieerde activiteiten dat aansluit op de begroting zoals ingediend bij de subsidieaanvraag

c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daar op; d. een beoordelingsverklaring voor subsidies van meer dan € 100.000,-- tot en met € 500.000,--. e. een controleverklaring voor subsidies

c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daar op; d. een beoordelingsverklaring voor subsidies van meer dan € 125.000,-- tot en met € 500.000,--.

Versimpeling data ter verbetering duidelijkheid

Verduidelijking gevraagde gegevens

Voorgesteld wordt om het drempelbedrag van € 100.000,-- te verhogen naar € 125.000,--. Mede ook omdat uit de praktijk is gebleken dat de beoordelingsverklaring door sommige partijen als drempel (kosten en administratieve last) wordt ervaren bij

van meer dan € 500.000,--. 3. Het college kan bij subsidieregeling of in de verleningsbeschikking andere termijnen stellen of meer of minder gegevens verlangen.

e. een controleverklaring voor subsidies van meer dan € 500.000,--. 3. Het college stelt een controleprotocol vast. De subsidieontvanger die een beoordelingsverklaring of controleverklaring overlegt doet dat conform de eisen uit het controleprotocol. 4. Het college kan bij subsidieregeling of in de verleningsbeschikking andere termijnen stellen of meer of minder gegevens verlangen.

het aanvragen van een subsidie waardoor ze bij voorbaat niet meer dan € 99.999,-aanvragen. Door het oprekken van de drempel voor een beoordelingsverklaring van € 100.000,- naar € 125.000,- worden accountantskosten bespaart, levert dit een administratieve lastenverlichting op en ervaren aanvragers minder drempels bij het aanvragen van subsidie. Cijfermatig komt het neer op ongeveer ± 23% meer dossiers (15) die geen beoordelingsverklaring meer hoeven in te leveren Aanpassing artikel; lid 3: Hierdoor wordt zowel bij subsidieontvangers als ook hun controlerende accountant op voorhand duidelijk op welke wijze er verantwoord moet worden en wat de werkzaamheden van de accountant zullen zijn. Met als gevolg minder aanvullende vragen en dus een sneller vaststellingsproces. Ook zal de kwaliteit van verantwoording worden verhoogd.

In artikel 20 wordt ‘8, eerste lid’ vervangen door ‘9, eerste lid’. Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 20 Hardheidsclausule Artikel 20 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen een Het college kan in bijzondere gevallen een artikel of artikelen van deze verordening artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing voor aanvrager of voor zover toepassing voor aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Dit met uitzondering overwegende aard. Dit met uitzondering van van de artikelen 1, 2, 3, tweede lid en 8, de artikelen 1, 2, 3, tweede lid en 9, eerste eerste lid. lid.

Reden van wijziging

De verwijzing in artikel 20 naar artikel 8, eerste lid, is onjuist. Deze verwijzing wordt aangepast naar artikel 9, eerste lid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15580964/2