Bijlage 1 - Uniform Oplegvel 4 GR-en
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Control 28 maart 2020
Oplegvel 4GR Betreft: Oplegvel t.b.v. de begroting 2023 van de vier Gemeenschappelijke Regelingen De regio Zuidoost-Brabant telt 21 gemeenten. Deze gemeenten nemen deel aan diverse Gemeenschappelijke Regelingen. Aan vier Gemeenschappelijke Regelingen nemen alle 21 gemeenten deel, namelijk Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, GGD Brabant-Zuidoost, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant en Metropoolregio Eindhoven (hierna: 4GR). Op initiatief van de Kring van Gemeentesecretarissen hebben deze 4GR samenwerking gezocht op het gebied van planning en control, zowel ten aanzien van de procedure als van de inhoud. Hierbij zijn afspraken zijn gemaakt over financiële onderwerpen, zodat gemeenteraden eenduidiger regie kunnen voeren. U bent hierover geïnformeerd in de raadsinformatiebrief ‘beleidsnotitie kaders P&C documenten vier regionale GR-en’, d.d. 20 maart 2018. Het doel van de beleidsnotitie is om met elkaar kaders af te spreken en harmonisatie te bereiken op de financiële onderwerpen, zodanig dat dit eenduidiger wordt voor de gemeenteraden en ook efficiency oplevert voor de 4GR. Om deze reden wordt dit oplegvel aan de dossiers van de 4GR toegevoegd. Indexeringsmethodiek De gewenste harmonisatie heeft geleid tot een gelijke indexering van de inwonerbijdrage. De wegingsfactor wordt bepaald door de verdeling van de totale lasten in de begroting van de GR over prijzen en lonen.
Dit kan ‘organisatie specifiek’ zijn en wordt door de eigen organisatie bepaald. Door de wegingsfactor te vermenigvuldigen met de index wordt een gewogen index verkregen. Beleidsnotitie kader indexeringen 2021 In 2021 is de ‘Beleidsnotitie kader indexeringen’ vastgesteld in de 4GR met als doel te komen tot een geactualiseerd kader over de wijze van indexeren. Aanleiding hiervoor is dat bij de initiële vaststelling van de kaders voor de 4GR is afgesproken dat (onderdelen van) deze kaders na 4 jaar worden geëvalueerd en zo nodig aangepast. Ten aanzien van de lonen en prijsmutaties wordt de indexering vanaf kadernota/begroting 2023 vastgesteld met behulp van ramingen die het Centraal Planbureau (CPB) publiceert in de Marco Economische Verkenning (MEV) voor het jaar ‘t’ in plaats van ‘t-1’. Met deze bijgestelde wijze van indexeren worden de cijfers gebruikt voor het jaar waar de op te stellen kadernota en begroting betrekking op hebben. Het gaat hierbij om de loonvoet sector overheid en prijs netto materiele overheidsconsumptie (IMOC). Bij deze methodiek van indexering vindt geen nacalculatie in een lopend jaar plaats bij tussentijdse verhogingen van de prijs- en loonindexeringen. Deze komen ten laste van de algemene reserve. De loonindex en de prijsindex zijn voor de 4GR op deze manier aan elkaar gelijk, maar de gewogen index kan verschillen per gemeenschappelijke regeling.
In de tabel hieronder is de gewogen index per GR opgenomen. Begroting
GGD-
Onderdeel
Verhouding
Prijzen
25,0%**
2020
2021
1,60%
1,60% 2,86%
BZO
Lonen
75,0%**
3,40%
Prijzen
37,5%
1,60%
VRBZO 62,5%
3,40%
Prijzen
10,0%
1,60%
MRE
ODZOB
2,80%
90,0%
3,40%
Prijzen
18,0%
1,60%
Lonen
82,0%
1,60% 1,77%
1,80%
2,23% 2,30%
1,50% 2,58%
2,80%
2,04% 2,30%
1,50%
1,60%
3,40%
1,60% 1,69%
2,68% 2,80%
2,13% 2,30%
1,80%
1,60%
3,08%
1,60%
1,50% 2,35%
2,80%
2023
1,71% 1,80%
1,60%
3,22% Lonen
1,50% 2,44%
2,73% Lonen
2022
1,60% 1,50%
1,50%*
2,20% 2,30%
* Alle 4 GR’en baseren zich zoals afgesproken in de ‘Beleidsnotitie kaders PC-documenten’ op de Macro Economische Verkenningen 2021 (MEV). Omdat de Kadernota evenals de Begroting op 2022 betrekking heeft, en de MEV ook de indexeringscijfers voor 2022 in zich heeft, heeft ODZOB gekozen voor de indexering voor 2022, waardoor voor zowel de prijzen als de lonen 1,5% is opgenomen. Dit is besproken in 4GR-verband. ** Vanaf de begroting 2023 hanteert de GGD-BZO een ander wegingsfactor voor prijs-loon indices (resp. 25%75%) t.o.v. eerdere begrotingen (resp. 30%-70%). Deze wijziging is vastgesteld in de nieuwe ‘Beleidsnotitie kader indexeringen’ van de 4GR uit 2021.
Hoogte algemene reserve In het najaar van 2017 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de beleidsnotitie Kaders P&C documenten 4GR, deel 2. Hierin zijn o.a. kaders vastgesteld voor de hoogte van de algemene reserve, zijnde het weerstandsvermogen van de organisatie. Als hoogte van de algemene reserve wordt het totaal van de baten gehanteerd aangezien dit een relatief stabiel beeld geeft in de meerjarenbegroting. Er wordt gewerkt met een staffel zodat de hoogte van de totale baten in de begroting niet voortdurend invloed heeft op de hoogte van de aan te houden algemene reserve. Totale baten
Minimum stand
Maximum stand
Huidige stand
Verschil t.o.v. minimum
Algemene reserve PG
38.350.000
1.500.000
2.000.000
1.500.000
0
Algemene reserve AZ
29.650.000
1.200.000
1.500.000
1.400.000
200.000
54.076.891
2.000.000
2.400.000
2.000.000
0
• Totale baten primaire begroting 2023. • Reservestand per 31-12-2021 (na resultaatbestemming van voorgaand boekjaar).
Algemene reserve MRE
11.036.427
600.000
1.200.000
830.620
230.620
Algemene reserve RHCe
3.284.511
150.000
300.000
249.949
99.949
• Totale baten primaire begroting 2023. • Reservestand per 31-12-2021 (na resultaatbestemming van voorgaand boekjaar).
Algemene reserve
25.600.512
1.200.000
1.500.000
1.905.317
705.317
TOTAAL
161.998.341
6.650.000
8.900.000
7.885.886
1.235.886
GGD-BZO
VRBZO Algemene reserve
MRE
ODZOB
Toelichting
• Totale baten primaire begroting 2023. • Reservestand per 31-12-2021 (na resultaatbestemming van voorgaand boekjaar).
• Totale baten primaire begroting 2023. • Reservestand per 31-12-2021 (na resultaatbestemming van voorgaand boekjaar).
2
Om een bestendige gedragslijn te krijgen wordt, conform de beleidsnotitie, voorgesteld om het jaarresultaat in principe te muteren op de algemene reserve als en voor zover deze zich binnen de marge van bovenstaand minimum en maximum bevindt. Dit betreft een kaderstellende bandbreedte. Het is aan het Algemeen Bestuur van de verbonden partij of de bandbreedte volledig wordt ingevuld. Dit is namelijk organisatie-specifiek en wordt bepaald door de aard van de baten en lasten. Indien de algemene reserve lager is dan het minimum, en door aanvulling via resultaatbestemming van het jaarresultaat onder het minimum blijft, dan kan een aanvullende bijdrage aan de gemeenten gevraagd worden om de algemene reserve op te hogen tot aan het minimum. Het kan ook betekenen dat de GR efficiency- of bezuinigingsmaatregelen moet nemen. Het AB besluit over het jaarresultaat en eventuele bijstorting of onttrekking aan de algemene reserve. Besluitvormingsproces De begrotingen 2023 van de 4GR worden in de raadsvergadering van 24 mei 2022 aangeboden. Mocht één dossier worden aangehouden in het besluitvormingsproces verzoeken wij u niet alle vier de dossiers tot die tijd aan te houden. Er zal aandacht moeten blijven voor de eigenheid van de afzonderlijke GR-en.
Zienswijzen gemeenschappelijke regelingen ODZOB, GGD en VRBZO Wij verwachten van de GR regelingen goede onderlinge synergie in de bijdrage aan de opgaven van de Omgevingswet en outcome op door gemeente Eindhoven in de Omgevingsvisie (juni 2020) vastgestelde doelen “Gezonde en toekomstbestendige stad” en “Sociaal en inclusief’’. Met blijvende aandacht voor optimalisering van efficiency, en de raad te informeren over wat daartoe is gedaan en wordt bereikt. Specifieke aandachtspunten per gemeenschappelijke regeling • GGD-BZO: In de begroting 2023 is zijn nog de tarieven voor Jeugdgezondheidszorg (JGZ) 0–4 jarigen gehanteerd die in 2022 en 2021 gelden. Bij het besluit in 2020 om JGZ 0–4 aan het takenpakket van de GGD toe te voegen is destijds besloten om het verschil in tarieven voor JGZ 0–4 met ingang van 1 januari 2023 te harmoniseren. Het Algemeen Bestuur heeft in haar vergadering van 16 maart jl. besloten tot een inhoudelijke en financiële harmonisatie voor JGZ 0–18 jarigen (integraal) en deze in 2022 verder uit te werken en nu nog niet op te nemen in deze concept programmabegroting 2023. Deze harmonisatie is complex en betreft dus zowel een inhoudelijke als een financiële harmonisatie. In het najaar ontvangt u een begrotingswijziging 2023 waarin de inhoudelijke en financiële harmonisatie JGZ 0–18 is verwerkt.
Door de coronacrisis is er ook vertraging opgelopen in het verloop van de bestuursopdracht. Dit meerjarige veranderingsproces hopen we eind 2023 te beëindigen. Het integratieproces JGZ 0-4 is inmiddels wel gerealiseerd. • VRBZO: Geen specifieke aandachtspunten. •
MRE:
Het betreft de eerste begroting in de nieuwe samenwerkingsperiode 2023-2026. Indien blijkt dat afspraken in het nieuwe samenwerkingsakkoord leiden tot financiële aanpassingen binnen de primaire begroting 2023, zal een begrotingswijziging worden opgesteld. Als het financieel effect ook leidt tot een verhoging van de gemeentelijke bijdragen moeten de raden om een zienswijze worden gevraagd. • ODZOB: Geen specifieke aandachtspunten.
3