CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting Verordening VHO Eindhoven 27 november 2020

Raadsvergadering 16 maart 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Herziening Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Eindhoven 202120.756 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

7

LJN BW5954, Raad van State, 201107376/1/A2.

definitief d.d. 27 november 2020

44|53

Toelichting Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Gemeente Eindhoven 2021

DEEL D – MINIMUMNORMEN BIJ HET REALISEREN VAN NIEUWE VOORZIENINGEN In de Verordening zijn uitsluitend minimumnormen opgenomen. Het is aan het bevoegd gezag om de ruimten en indeling van het schoolgebouw te bepalen. Daarbij moet het bevoegd gezag wel voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit.

definitief d.d. 27 november 2020

45|53

Toelichting Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Gemeente Eindhoven 2021

BIJLAGE IV – NORMBEDRAGEN VOOR VERGOEDING EN INDEXERING Algemeen Artikel 102, derde lid, van de WPO, artikel 100, derde lid, van de WEC en artikel 76m, derde lid, van de WVO verplichten de gemeenteraad normen vast te stellen voor het bekostigen van de voorzieningen huisvesting onderwijs die worden toegekend. Bijlage IV is de uitwerking van deze artikelen en deze bijlage heeft een relatie met artikel 4 van de Verordening, waarin is opgenomen welke voorzieningen worden bekostigd op basis van normbedragen.

DEEL A – INDEXERING De normbedragen moeten jaarlijks worden aangepast aan het dan geldende prijspeil. Met het bijstellen aan de hand van een indexcijfer wordt het normbedrag op een actueel prijspeil gebracht. De Verordening past de BDB-indexsystematiek toe voor de prijsontwikkeling van de voorzieningen ‘nieuwbouw en uitbreiding’ omdat deze volgens de gemeente en bevoegde gezagsorganen beter aansluit bij de prijsontwikkeling van deze voorzieningen dan de door de VNG geadviseerde MEVindexering. De BDB-index maakt onderscheid naar structurele en conjuncturele indexcijfers. Structurele indexcijfers beschrijven de ontwikkeling van de directe bouwkosten (arbeid, materiaal, materieel). De conjuncturele indexcijfers geven aan hoe de indirecte bouwkosten (opslagen aannemers incl. winst en risico) zich ontwikkelen. De gehanteerde BDB-indexsystematiek betreft de conjuncturele én structurele prijsontwikkeling van onderwijsgebouwen. Op de volgende pagina is een voorbeeldberekening van de BDB-indexsystematiek uitgewerkt. Deze voorbeeldberekening gaat nog uit van basisjaar april 2012 = 100. Het basisjaar is door BDB in 2021 aangepast naar januari 2021 = 100. Het nieuwe basisjaar is al wel verwerkt in de verordeningstekst, maar nog niet in onderstaand voorbeeld.

Voor de voorzieningen ‘eerste inrichting onderwijsleerpakket, leer- en hulpmiddelen en meubilair, huur sportvelden’ wordt uitgegaan van het MEV-prijsindexcijfer dat jaarlijks, gelijktijdig met de miljoenennota, wordt gepubliceerd.

definitief d.d. 27 november 2020

46|53

Toelichting Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Gemeente Eindhoven 2021

03 nov 2020

BDB Maand - en Prognosecijfers

BDB Trends

Laatste update:

oktober 2020

Laatste update:

Referentieproject(en):

Schoolgebouwen Nieuwbouw

Basisjaar:

april-2012= 100

Status:

Definitief

2020 Q2

15,0% 13,0% 11,0% 9,0% 7,0% 5,0% 3,0% 1,0% -1,0% -3,0% -5,0% -7,0% -9,0% -11,0% -13,0% -15,0%

120,00 118,00 116,00 114,00

112,00 110,00 108,00 106,00

BDB Maandcijfers BDB Prognosecijfers BDB Marktindicator

BDB Trends

104,00

Total arbeid (MF) #VERW!

Total arbeid (FF)

Total materiaal (MF) #VERW!

Total materiaal (FF)

Total aanneemsom excl. BTW (MF) #VERW!

Total aanneemsom excl. BTW (FF)

Total aanneemsom incl. BTW (MF)

Total aanneemsom incl. BTW (FF)

Peildatum

Totaal arbeid (index)

October 2019

115,5

November 2019

BDB Marktindicator

2018 Q3

5,7%

BDB Trends

Totaal aanneemsom

Totaal aanneemsom

2018 Q4

6,6%

2019 Q1

7,3%

109,2

111,5

113,4

2019 Q2

7,7%

115,5

109,2

111,5

113,4

2019 Q3

7,7%

December 2019

115,5

109,2

111,5

113,4

2019 Q4

7,7%

January 2020

115,4

109,6

111,7

113,5

2020 Q1

7,5%

February 2020

115,4

109,6

111,7

113,5

2020 Q2

7,3%

March 2020

115,4

109,9

111,9

113,8

2020 Q3

7,0%

April 2020

115,4

109,5

111,7

113,5

2020 Q4

6,3%

May 2020

115,4

109,5

111,7

113,5

2021 Q1

5,3%

June 2020

115,4

109,5

111,7

113,5

2021 Q2

3,8%

July 2020

115,4

109,6

111,7

113,6

August 2020

115,4

109,7

111,8

September 2020

115,4

109,8

111,8

October 2020

115,4

115,4

Totaal materiaal (index)

Kwartaal

110,3

110,3

112,1

112,1

MIA

MIB MA

0,073

0,038

113,6

0,07

2021 Q3

1,0%

113,7

2021 Q4

-2,0%

113,7

2022 Q1

-4,0%

2022 Q2

-5,5%

114,0

114,0

November 2020

115,4

110,3

112,2

114,1

December 2020

117,7

110,3

113,0

114,9

January 2021

117,4

111,1

113,4

115,3

February 2021

117,4

111,2

113,4

115,3

Bron:

BDB

March 2021

117,4

111,2

113,5

115,4

Contact:

info@bdb.nl / 088 - 426 16 00

April 2021

117,4

111,4

113,6

115,5

May 2021

117,4

111,6

113,7

115,6

June 2021

117,4

111,6

113,7

115,6

July 2021

117,4

111,6

113,7

115,6

August 2021

117,4

111,6

113,7

115,6

September 2021

117,4

111,8

113,8

115,7

October 2021

117,4

111,9

113,9

115,8

MB

115,6

Alle intellectuele eigendomsrechten en alle databankrechten op alle door BDB uitgegeven dienstverlening berust bij BDB en/of haar licentiegevers. Niets uit deze dienstverlening mag zonder uitdrukkelijke, voorafgaande, schriftelijke toestemming van BDB w orden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt. Daarnaast kunnen aan de in deze publicatie vermelde gegevens geen rechten w orden ontleend.

= Bron:

BDB

Contact:

info@bdb.nl / +31 88 4261600

0,9844

Alle intellectuele eigendomsrechten en alle databankrechten op alle door BDB uitgegeven dienstverlening berust bij BDB en/of haar licentiegevers. Niets uit deze dienstverlening mag zonder uitdrukkelijke, voorafgaande, schriftelijke toestemming van BDB w orden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt. Daarnaast kunnen aan de in deze publicatie vermelde gegevens geen rechten w orden ontleend.

DEEL B – NORMBEDRAGEN A en B. Nieuwbouw en uitbreiding met permanente bouwaard De opgenomen normbedragen omvatten alle bijkomende kosten, zoals eventuele kosten voor fundering, aansluitkosten, terreininrichting en dergelijke en zijn inclusief omzetbelasting (BTW). De hoogte van de normvergoeding is voor: -

een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs opgebouwd uit een: 1° startbedrag, inclusief een aantal m2 bruto vloeroppervlakte en 2° bedrag per m2 bruto vloeroppervlakte.

-

een school voor voortgezet onderwijs opgebouwd uit een: 1° vaste voet (bij uitbreiding < 2.500 m2 en werkplaatsen) 2° bedrag per m2 bruto vloeroppervlakte, afhankelijk van de toegekende bruto vloeroppervlakte en toegekende ruimtesoort.

definitief d.d. 27 november 2020

47|53

Toelichting Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Gemeente Eindhoven 2021

De normvergoeding ‘uitbreiding’ voor een school voor voortgezet onderwijs wordt als volgt vastgesteld: a.

per ruimtesoort bepalen het verschil tussen bestaande capaciteit bruto vloeroppervlakte en toegekende uitbreiding bruto vloeroppervlakte;

b.

per ruimtesoort berekenen de vergoeding op basis van het onder a vastgestelde verschil in capaciteit, en

c.

vaststellen de hoogte van de vergoeding.

Deze berekening is noodzakelijk omdat een uitbreiding van een school voor voortgezet onderwijs enerzijds bestaande ruimten in het schoolgebouw moeten worden uitgebreid en anderzijds mogelijk bestaande ruimten in bruto vloeroppervlakte kunnen worden teruggebracht. Naast de genoemde normbedragen voor de stichtingskosten kunnen, afhankelijk van de toe te kennen voorziening, aanvullende vergoedingen worden toegekend voor bijv. paalfundering, het realiseren van een speellokaal of een lift. Kosten voor de verwerving van een terrein zijn niet opgenomen, aangezien deze kosten afhankelijk van de ligging sterk kunnen variëren. A.2 Kosten voor terreinen De gemeente moet de grond bouw- en woonrijp opleveren. Dit betekent dat alle kosten die verband houden met het bouw- en woonrijp maken (aankoop, aanleggen riolering, schoongrond verklaring et cetera) voor rekening van de gemeente komen. Bij vervangende nieuwbouw, onafhankelijk van de plek, behoren de kosten van de sloop tot de kosten van het terrein en komen dus voor rekening van de gemeente. De sloopkosten worden op basis van feitelijke kosten bekostigd. De kosten voor herstel van het terrein behoren tot de kosten voor terreinen voor zover dit het opschonen en bouwrijp maken van het terrein betreft. Voor zover dit het (opnieuw) aanbrengen van bestrating en terreininrichting betreft, vallen de kosten onder de bouwkosten.

C. TIJDELIJKE VOORZIENING Een tijdelijk gebouw kan worden gerealiseerd in de vorm van nieuwbouw, of door middel van huur van een tijdelijke voorziening of bestaande huisvesting (een tijdelijke accommodatie kan ook betrekking hebben op een semipermanent gebouw). De keuze tussen aankoop en huur van tijdelijke huisvesting is afhankelijk van aspecten als de verwachte gebruiksduur, verwerving van eigendom en multifunctioneel gebruik. Tijdelijke lokalen kunnen noodzakelijk zijn: -

als eerste voorziening (nieuwbouw);

-

voor het uitbreiden van een permanent hoofdgebouw, en

-

voor het uitbreiden van een bestaande accommodatie.

De keuze tussen huur of koop van tijdelijke huisvesting in plaats van het realiseren van permanente huisvesting wordt gebaseerd op de uitkomst van een vergelijking tussen de kosten van: -

tijdelijke huisvesting in relatie tot de kosten van een permanente voorziening, en

-

aankoop van tijdelijke huisvesting in relatie met de kosten van huur van tijdelijke huisvesting,

definitief d.d. 27 november 2020

48|53

Toelichting Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Gemeente Eindhoven 2021

-

waarbij in beide vergelijkingen rekening moet worden gehouden met de kosten van het plaatsen en het in de toekomst verwijderen van de te huren resp. aan te kopen lokalen.

Afhankelijk van de uitkomst van de berekening kan de conclusie zijn dat gelet op de: -

kosten van de tijdelijke huisvesting in vergelijking met de kosten van de permanente huisvesting alsnog bekostiging voor permanente bouw wordt toegekend (dit speelt vooral als de tijdelijke huisvesting naar verwachting voor lange termijn noodzakelijk is);

-

korte periode waarvoor de voorziening noodzakelijk is een huurvergoeding wordt toegekend, of

-

periode waarvoor de voorziening noodzakelijk is, wordt overgegaan tot koop van een tijdelijk gebouw omdat dit goedkoper is dan huur.

D. EERSTE INRICHTING De vergoeding voor de eerste inrichting van een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs bestaat uit een basisbedrag en een bedrag per m2. Bij een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt zowel bij het basisbedrag als het bedrag per m2 onderscheid gemaakt naar onderwijssoort. Voor het voortgezet onderwijs wordt bij (vervangende) nieuwbouw het bedrag van de bekostiging eerste inrichting waarop de school voor voortgezet onderwijs aanspraak maakt op gelijke wijze berekend als de berekening van vergoeding bouwkosten (vervangende) nieuwbouw. Aanvullende bekostiging eerste inrichting leer- en hulpmiddelen is niet in alle gevallen noodzakelijk: -

als een school goedkope ruimte (bijv. algemene ruimte) moet ombouwen voor dure ruimte (bijv. werkplaats of specifieke ruimte) wordt het verschil in inventariskosten gecompenseerd;

-

als een school een werkplaats of specifieke ruimte ombouwt tot algemene ruimte ontstaat de omgekeerde situatie, in principe wordt de school gekort op het bedrag voor inventaris. Als deze situatie zich voordoet wordt vastgesteld dat de school een hoger bedrag aan bekostiging heeft ontvangen dan waarop het volgens de Verordening aanspraak maakt. Dit verschil wordt geregistreerd.

E. LOKALEN BEWEGINGSONDERWIJS De normbedragen voor de lokalen bewegingsonderwijs zijn onderverdeeld in bedragen voor: -

nieuwbouw;

-

uitbreiding, en

-

eerste inrichting met onderwijsleerpakket/meubilair.

Daarnaast hebben de scholen voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs voor LG- en MG-leerlingen aanspraak op een aanvullende bekostiging voor het vergroten van de entree en de was- en kleedruimte als deze lokalen bewegingsonderwijs niet toegankelijk zijn.

definitief d.d. 27 november 2020

49|53

Toelichting Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Gemeente Eindhoven 2021

F. HUUR SPORTVELDEN Een school voor voortgezet onderwijs maakt aanspraak op een vergoeding van het college voor het gebruik van een sportveld. Op deze vergoeding bestaat uitsluitend aanspraak als het sportveld niet is gerealiseerd met gemeentelijke middelen. De huurvergoeding is een vergoeding in de investeringskosten. Naast de vergoeding voor de investeringskosten die voor rekening van de gemeente komt kan de verhuurder aan de school voor voortgezet onderwijs in rekening brengen een vergoeding voor de exploitatiekosten. De hoogte van de exploitatiekosten wordt vastgesteld door degene die het sportveld beschikbaar stelt en deze kosten komen volledig voor rekening van het bevoegd gezag. De gemeentelijke vergoeding is gebaseerd op de periode van 8 weken en wordt alleen vermenigvuldigd met het aantal lesuren dat de school voor voortgezet onderwijs van het sportveld gebruik maakt. Voorbeeldberekening De vergoeding wordt, op basis van 20 klokuren gebruik sportveld per week als volgt berekend: 20 klokuren x € 20,94 = € 418,80. De uitkomst wordt niet vermenigvuldigd met 8 weken.

DEEL C – VERGOEDING FEITELIJKE KOSTEN Voor het vaststellen van de vergoeding op basis van de feitelijke kosten wordt onderscheid gemaakt in de voorzieningen genoemd in artikel 2, onder a, en de voorzieningen genoemd in artikel 2, onder b en c. In de kostenbegroting van de eerstgenoemde voorzieningen zijn opgenomen de kosten van de architect en het bouwkundig toezicht. Deze kosten maken geen onderdeel uit van de ontvangen offertes voor het herstel als gevolg van een constructiefout of andere schade. Ook bij het vaststellen van deze niet genormeerde kosten moet rekening worden gehouden met de kosten van technische advisering.8 De vergoeding voor de feitelijke kosten wordt in alle gevallen bepaald op basis van de door het college goedgekeurde offerte of indien de offerte de begroting niet overschrijdt, de door het college goedgekeurde begroting. Voor sommige voorzieningen geldt dat een toeslag voor onvoorziene omstandigheden wenselijk is omdat ten tijde van het opstellen van de offerte niet alle risico’s in beeld zijn. De afzonderlijke toeslagen wordt vastgesteld in relatie tot de goedgekeurde offerte of begroting. Er worden geen toeslagen over toeslagen bekostigd.

8

BD3606 Raad van State, 200705694/1.

definitief d.d. 27 november 2020

50|53

Toelichting Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Gemeente Eindhoven 2021

BIJLAGE V – CRITERIA VOOR HET VASTSTELLEN VAN DE PRIORITEIT VAN DE AANGEVRAAGDE VOORZIENING Op grond van de onderwijswetten dient de gemeente in de Verordening urgentiecriteria op te nemen. Verder dient het college jaarlijks op grond van artikel 11 een bekostigingsplafond vast te stellen voor de bekostiging van voorzieningen onderwijshuisvesting. De aanvragen waarvoor geen weigeringsgrond geldt, worden geprioriteerd aan de hand van de urgentiecriteria. Indien het bekostigingsplafond onvoldoende ruimte biedt om alle aangevraagde voorzieningen waarvoor geen weigeringsgrond geldt te bekostigen, wordt aan de hand van de urgentiecriteria in deze bijlage bepaald welke aanvraag voorrang krijgt op de andere aanvragen.

definitief d.d. 27 november 2020

51|53

Toelichting Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Gemeente Eindhoven 2021

BIJLAGE VI – CRITERIA VOOR BEOORDELEN AANVRAAG VOOR BEKOSTIGING IN ONDERHOUD EN AANPASSING LOKAAL BEWEGINGSONDERWIJS, BEKOSTIGING BOUWVOORBEREIDING EN OVERIGE VOOR BEKOSTIGING IN AANMERKING KOMENDE ZAKEN 1. Onderhoud en aanpassing lokaal bewegingsonderwijs Per 1 januari 2015 is de bekostiging van onderhoud en aanpassingen van schoolgebouwen voor primair onderwijs overgeheveld van gemeenten naar schoolbesturen. De bekostiging van onderhoud en aanpassingen van lokalen bewegingsonderwijs is echter bij gemeenten gebleven. Sinds de overheveling is deze bekostiging geen voorziening in de huisvesting meer en daarom opgenomen in bijlage VI van de Verordening. 2. Bouwvoorbereidingskrediet In de Verordening is de mogelijkheid opgenomen om bekostiging van bouwvoorbereiding aan te vragen. Het bouwvoorbereidingskrediet wordt gebaseerd op een percentage van het normbedrag zoals opgenomen in bijlage IV, of op een percentage van het geraamde bedrag van de feitelijke kosten. Nadat het definitieve bedrag van de bekostiging is vastgesteld wordt bij het beschikbaar stellen van de vergoeding het al beschikbaar gestelde bouwvoorbereidingskrediet in mindering gebracht op het bedrag van de vastgestelde bekostiging. Tevens is de mogelijkheid opgenomen het bouwvoorbereidingskrediet voorafgaand aan of gelijktijdig met de aanvraag van de huisvestingsvoorziening in te dienen.

Dit om het realisatieproces te kunnen bespoedigen. 3.A. Haalbaarheidsonderzoek Een haalbaarheidsonderzoek wordt uitgevoerd op het moment dat bij het college het voornemen bestaat tot bekostiging van een huisvestingsvoorziening, maar nader onderzoek noodzakelijk is om te bepalen onder welke condities dat mogelijk is. Als er in het haalbaarheidsonderzoek werkzaamheden zijn uitgevoerd die onderdeel uitmaken van de bekostiging van de voorziening, worden deze kosten in mindering gebracht op de bekostiging van de voorziening. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het samenstellen van een schetsontwerp om de mogelijkheden van een inpassing te onderzoeken. 3.B. Toeslag parkeerplaatsen Indien het bevoegd gezag op het beschikbare terrein niet voldoende parkeerplaatsen kan realiseren, kan de gemeente een toeslag voor de aanleg van parkeerplaatsen op openbaar terrein toekennen. In beginsel worden parkeerplaatsen op openbaar terrein door de gemeente gerealiseerd, maar in specifieke gevallen kan het voorkomen dat de gemeente met het bevoegd

definitief d.d. 27 november 2020

52|53

Toelichting Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Gemeente Eindhoven 2021

gezag afspreekt dat het bevoegd gezag deze parkeerplaatsen meeneemt met de realisatie van een toegekende huisvestingsvoorziening. 3.C. Toeslag gebouwde parkeervoorziening Indien het bevoegd gezag op het beschikbare terrein niet voldoende parkeerplaatsen kan realiseren en parkeren op openbaar terrein ook niet mogelijk of wenselijk is, kan de gemeente een toeslag voor een gebouwde parkeervoorziening toekennen. De gebouwde parkeervoorziening wordt gerealiseerd op het schoolterrein door het bevoegd gezag tenzij de gemeente met het bevoegd gezag afspreekt dat de gemeente zorg draagt voor de realisatie.

definitief d.d. 27 november 2020

53|53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11742055/1