Bijlage 1 - Toelichting Verordening bomen 2021
Tekst van het document
Inboeknummer: 5680884
Bijlage 3:
Toelichting bij Verordening bomen 2021
1. Inleiding Het groen in Eindhoven zorgt voor een leefbare, gezonde en klimaat adaptieve stad. Groen draagt namelijk zorg voor: • Beperking van de opwarming van de stad, vermindering van hittestress en luchtvervuiling en levert een bijdrage aan een goede gezondheid; • Natuurwaarden (vergroot biodiversiteit); • Recreatief gebruik; • Water (bergt water); • Productie (verhoogt de arbeidsproductiviteit en kan zorgdragen voor voedselproductie); • Landschappelijke en cultuurhistorische waarden; • Stads- en dorpsschoon Groen bepaalt daarnaast mede de identiteit van Eindhoven: • De stad is ontstaan op de overgang van dekzandruggen naar beekdalen van de Dommel, Gender, Tongelreep; • Er lopen drie groene wiggen vanuit het buitengebied tot in het centrum; • De oude wegen en assen, verbindingen met andere steden zijn nog steeds herkenbaar; • De stedenbouwkundige elementen worden omzoomd met groen. Bomen spelen in de gewenste groene leefomgeving een voorname rol. De grote diversiteit in boomsoorten en variëteiten is een kernkwaliteit voor Eindhoven. Een hoogwaardig bomenbestand dat een duurzame bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit en recht doet aan het groene imago van de stad is waar de gemeente naar streeft. Het bomenbeleid is bijgevolg gestoeld op drie pijlers: behoud, versterking en ruimte voor dynamiek. Duurzaam behoud van de groene signatuur staat voorop.
De Verordening bomen 2021 ondersteunt dit beleid.
2. Verordening bomen 2021 De Verordening bomen 2021 vervangt de Verordening bomen 2015. Deze verordening beoogt een meer overzichtelijk, eenduidig maar ook enigszins aangescherpt kapbeleid. Dat laatste is nodig door de steeds grotere waarde die bomen vertegenwoordigen, als gevolg van het veranderende klimaat. Wat regelt de Verordening bomen 2021? In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen allereerst een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen. Hierna wordt verder ingegaan op een aantal van deze onderwerpen.
3. Begrippen Bouwplaats inrichting:
Afwegingsmatrix:
Voorafgaande aan de start van de werkzaamheden dient een inrichtingstekening van het plangebied of de bouwplaats te worden overlegd. Hierop dienen locaties te zijn aangegeven van eventuele tijdelijke verblijfsruimten (keten), materiaalopslag en transportroutes. Op basis hiervan dient een plan te worden overlegd hoe aanwezige bomen te beschermen tegen nadelige gevolgen van het tijdelijke terrein gebruik. Een boombeschermingsposter zoals van het Norminstituut bomen geeft inzicht in de mogelijkheden hoe bomen te beschermen. In de matrix wordt de waarde van de boom (voor het algemeen belang) afgezet tegen de mate van overlast. Indien de waarde toekenning van de overlast hoger is dan de waarde toekenning aan de boom is het verlenen van een vergunning eventueel gerechtvaardigd. Alleen als er sprake is van dusdanige overlast dat dit niet in balans is met de waarde van de boom voor het algemeen belang, kan een afweging worden gemaakt om een vergunning voor het vellen van de boom of houtopstand te verlenen. In de matrix wordt de waarde van de boom (voor het algemeen belang) afgezet tegen de mate van overlast.
Inboeknummer: 5680884
Snoei:
Het uitgangspunt is dat overlast alleen geen reden is om te snoeien. Een tweede uitgangspunt is dat bij snoei de natuurlijke vorm (habitus) van de boom zoveel mogelijk wordt behouden. De zienswijze van de gemeentelijk boombeheerder is daarin bepalend. Als aan deze uitgangspunten wordt voldaan, kan via snoei de overlast (tijdelijk) worden verminderd. De (on)zichtbaarheid van commerciële uitingen zoals reclame etc. is geen reden om een boom te snoeien of vellen
Noodkap:
De burgemeester kan op grond van de Gemeentewet toestemming geven tot het direct vellen van een beschermde houtopstand bij acute gevaarzetting of een vergelijkbaar spoedeisend belang van de openbare orde of veiligheid. Dit geldt zowel voor bomen in particulier- als in gemeentelijk eigendom. De acute gevaarzetting dient te zijn vastgesteld door de gemeentelijk boombeheerder of een boomdeskundige. Noodkap wordt toegepast in die gevallen waarin het onverantwoord is om de reguliere procedure voor het verkrijgen en gebruiken van een omgevingsvergunning te doorlopen. Bij noodkap wordt achteraf de omgevingsvergunning verleend, met als mogelijk voorschrift een herplantof compensatieplicht.
Duurzame groeiplaats:
Een groeiplaats die, zowel boven- als ondergronds, zodanig gunstig is dat de houtopstand, voor de beoogde omlooptijd, onbelemmerd kan uitgroeien en het gewenste eindbeeld kan bereiken. Ondergronds voldoende vocht, zuurstof, voeding, doorwortelbare ruimte en een lage verdichtingsgraad en bovengronds voldoende ruimte voor het door ontwikkelen van de kroon, stam en stamvoet.
Hakhout:
Eén of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.
Kandelaberen:
Onder kandelaberen wordt in de verordening bomen 2021 zowel; kandelaberen als kandelaren verstaan, waarbij voor beide begrippen de volgende toelichting wordt gehanteerd: Kandelaberen:(terug)Snoeien tot op de hoofdtakken van een boom, alle gesteltakken worden tot tussen de 35 en 50% van de taklengte ingekort, resterende takken worden kort gezet. Kandelaren: (terug)Snoeien tot op de hoofdtakken van een boom, alle gesteltakken worden tot tussen de 50% en 75% van de taklengte ingekort, , resterende takken worden kort gezet.
Oogsten: hakhout
Het kappen van bomen ten gunste van het gebruik van het gekapte
Plantenziekte:
Aantasting van planten (waaronder bomen) door o.a. schimmels, bacteriën, virussen en nematoden.
Onrechtmatig snoeien:
Het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand als gevolg kunnen hebben.
Boomonderzoek:
Onderzoek waarin o.a. de boomsoort, standplaats, vitaliteit en levensverwachting van de boom wordt onderzocht op basis van de landelijke richtlijnen (private normen) welke gelden op het moment van vaststelling van de verordening. Het onderzoek dient uitgevoerd te worden door een boomdeskundige.
Boom Effect Analyse:
Een BEA is een gestandaardiseerde beoordeling die alle mogelijke effecten van bouw of aanleg op het duurzaam voorbestaan van een boom of houtopstand in beeld brengt. Hierin wordt ook omschreven hoe de nadelige effecten tot een minimum kunnen worden beperkt. Bovendien wordt onderzocht wat het meest boomvriendelijke alternatief is. Indien er sprake is van een (tijdelijke) bronnering dient de BEA door middel van een
Inboeknummer: 5680884
bijgevoegd bronneringsrapport inzicht te geven in de gevolgen voor de bomen binnen de invloedssfeer van de bronnering. Dit kunnen ook bomen zijn buiten de plangrens. Tevens dient te worden aangegeven hoe de (nadelige) gevolgen gecompenseerd kunnen worden. De BEA dient te worden uitgevoerd door een daartoe gekwalificeerd bureau dat minimaal in het bezit is van een ETT-certificering (European tree technician) of aantoonbaar vergelijkbaar niveau. Dunnen/Dunning:
Kappen uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van een overblijvende houtopstanden, gericht op het duurzaam in stand houden van de houtopstand inclusief onderbeplanting. Dunning is als beheermaatregel van toepassing op een houtopstand bestaande uit meerdere bomen van vergelijkbare grootte, waarvan de kronen elkaar raken en gezamenlijk een min of meer gesloten bladerdak vormen. De dunning dient er op gericht te zijn de overgebleven bomen dusdanig meer ruimte te geven dat de kronen zich verder kunnen ontwikkelen om binnen 10-15 jaar weer een gesloten bladerdak te kunnen vormen of een gelijkwaardig beeld terug te krijgen. Als vuistregel zal een dunning de verwijdering van maximaal de helft van het aantal bomen in het plangebied betekenen.
Monumentale boom:
Boom in gemeentelijk of particulier eigendom die voldoet aan de volgende eisen: De boom heeft een leeftijd van tenminste 80 jaar (een uitzondering kan gemaakt worden voor een boom met een grote dendrologische waarde en/of een zeldzame boom of een herdenkingsboom), De boom mag niet in een onomkeerbare slechte conditie verkeren. De boom voldoet tenminste aan één van de gestelde intrinsieke waarden en levert een belangrijke positieve bijdrage aan die waarde(n) voor de directe omgeving. Ook herdenkingsbomen zijn monumentale bomen. De boom voldoet tenminste aan één van de gestelde intrinsieke waarden en levert een belangrijke positieve bijdrage aan die waarde(n) op stadsniveau (of wijde omgeving).
Waardevolle boom:
Boom in gemeentelijk of particulier eigendom die voldoet aan de volgende eisen: 1. De boom heeft een leeftijd van tenminste 50 jaar. 2. De boom verkeert niet in een onomkeerbare slechte conditie. Intrinsieke waarden: De boom voldoet tenminste aan één van de gestelde intrinsieke waarden en levert een belangrijke positieve bijdrage aan die waarde(n) voor de directe omgeving. Waardevolle bomen zijn ook de bomen, die onderdeel uitmaken van de gemeentelijke groenstructuur (eigendom gemeente). De boom voldoet tenminste aan één van de gestelde intrinsieke waarden en levert een belangrijke positieve bijdrage aan die waarde(n) op wijk- of stadsdeelniveau.
Herdenkingsboom:
Een boom aangeplant in de ter nagedachtenis aan een memorabele gebeurtenis zoals geboorte, huwelijk, overlijden, jubileum of herdenking (van bijvoorbeeld een prins of prinses). Een herdenkingsboom is een monumentale boom. Er moet echt sprake zijn van een specifieke bijzondere gebeurtenis waarvoor de boom is aangeplant. Bomen geplant naar aanleiding van de jaarlijkse boomplantdag zijn geen herdenkingsbomen.
Dendrologische waarde:
De boom of houtopstand is dendrologisch waardevol als het een soort betreft die in Nederland zeldzaam of zeer zeldzaam is. Uitgangspunt zijn de bomen die worden aangegeven in het boek "Dendrologie van de lage landen". (meest recente druk).
Onomkeerbare slechte conditie:
De vitaliteit van de boom is dermate slecht dat volledig verval van de boom, ondanks maatregelen, binnen 10 jaar te verwachten is.
Inboeknummer: 5680884
4. Aanvraag omgevingsvergunning (artikel 6) In een aantal gevallen is voor het kappen van een houtopstand een omgevingsvergunning nodig. Wanneer er een vergunningsplicht is zie artikel 6 van de verordening. Aan te leveren stukken/bescheiden (artikel 6) Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor kappen moeten bepaalde stukken worden gevoegd. Bijvoorbeeld een oude en nieuwe situatietekening. Ook moet worden gemotiveerd waarom kappen nodig is, zie artikel 6 van de verordening.
5. Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: • Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); • Groenarme gebieden; • Centrumgebied; • Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming;(Particuliere) percelen groter dan 250 m2. Deze informatie is onder meer van belang bij het aanvragen van een omgevingsvergunning ten behoeve van kap en in verband met de compensatieplicht. Gemeentelijke groenstructuur: De majeure structuren, die van waarde zijn voor de stad Eindhoven en haar identiteit. De groenstructuur vormt een netwerk door de stad (groene wiggen en groene dooradering, hoofd- en nevengroenstructuur, zie groenbeleidsplan 2017) en draagt onder andere bij aan de leefbaarheid, klimaatbestendigheid en groenbeleving van Eindhoven. Binnen de groenstructuren zijn veel bomen aanwezig. Het netwerk vormt een fundament voor de kwaliteit en identiteit van de groenstructuur in Eindhoven. Het zijn structuren die hoofdroutes in en uit de stad begeleiden of de verbinding vormen tussen de stadsdelen. De structuren zijn veelal ‘van oudsher’ al aanwezig in de stad en in die gevallen van cultuurhistorische waarde. Binnen deze groenstructuur zijn alle bomen op gemeentegrond waardevolle bomen met uitzondering van bomen binnen de nevengroenstructuur.
Bomen op particulier terrein zijn waardevol als ze voldoen aan de kenmerken van een waardevolle boom, conform de begrippenlijst. Hoofdgroenstructuur:
Hoofdstructuur: cultuurhistorisch waardevol, identiteit van de stad, groene longen van de stad, robuuste groenstructuur samen met de groene wiggen. Conform en aansluitend op Groenbeleidsplan 2017.
Groenarme gebieden:
Die buurten conform Groenbeleidsplan 2017, waar het groenareaal per woning beneden de landelijke norm van 75 m2 per woning ligt.
Centrumgebied:
Het centrumgebied wordt gevormd door de buurten die conform de statische wijkindeling behoren bij het stadsdeel Centrum. Het betreft de buurten: TU-terrein, Fellenoord, Witte Dame, Beren, Binnenstad en de wijk Centrum.
Bebouwde komgrens
Wet natuurbescherming (Wnb): De Wet natuurbescherming beschermt op basis van paragraaf 4.1, houtopstanden buiten de bebouwde komgrens Wet natuurbescherming. Dit geldt wanneer de houtopstand gelijk of groter is dan 10 are of het meer dan 20 bomen in een rij betreft. De provincie Noord-Brabant is in dat geval bevoegd gezag. Voor kleinere houtopstanden dan 10 are of bomenrijen van minder dan 21 bomen, solitaire bomen, of boomgroepen is de Verordening bomen 2021 onderdeel van de Verordening Fysieke Leefomgeving van de gemeente Eindhoven van toepassing. De situering van de bebouwde komgrens Wet natuurbescherming wordt bepaald door de gemeenteraad en wordt bij relevante verandering van bebouwing geactualiseerd. (Het betreft een andere bebouwde komgrens dan de grens van de wegenverkeerwet).
(Particuliere) percelen groter dan 250 m2:
Percelen > 250 m2, betreft individuele kadastrale percelen. In geval van woningbouwverenigingen wordt gekeken naar het totale oppervlak van het kadastrale perceel. Dit kan meerdere woningen betreffen bijvoorbeeld in geval van woningbouwverenigingen wordt het oppervlak van een aantal rijtjeswoningen als 1 gezien en bij elkaar opgeteld. Voor de openbare ruimte geldt altijd > 250 m2.
Inboeknummer: 5680884
De informatie op de groene kaart is nodig om: • Te duiden waar de waardevolle bomen staan; • Te duiden waar de monumentale bomen staan; • Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; • Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Update-informatie op de kaart Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent, lees maandelijks minimaal een keer bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers.
6. Compensatie (artikel 5) Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald. Compensatie Het bevoegd gezag mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen, uitgewerkt in de ‘Nadere Regels voor compensatie’ bij de Verordening bomen 2021. Compensatietoets Het compensatieplan wordt gedurende de vergunningprocedure voorgelegd aan de boombeheerder. Deze toetst het compensatieplan conform hetgeen is bepaald in de Nadere regels Verordening bomen 2021. Bomencompensatiefonds Het Bomencompensatiefonds is ingesteld door de gemeenteraad op d.d. 23-04-2013 (13R5283). Het geld in het Bomencompensatiefonds wordt gebruikt om maatregelen te financieren die bijdragen aan het verhogen van de kwaliteit van het boomareaal en daarmee samenhangende doelen als leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Zo worden er bomen geplant of vindt groeiplaatsverbetering bij waardevolle bomen plaats.
Compensatieplan Bij aanvraag van de omgevingsvergunning ten behoeve van kap met een compensatieplicht, dient initiatiefnemer een compensatieplan in op basis van de waarde van de te kappen houtopstand. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald waar het compensatieplan aan moet voldoen. Kwaliteit staat bij compensatie voorop, waarbij niet alleen bovengronds, maar ook ondergronds voldoende ruimte aanwezig moet zijn en zo nodig grondverbetering wordt toegepast. Hierdoor krijgt de houtopstand de kans om te groeien en duurzaam bij te dragen aan de leefbaarheid van Eindhoven. Richtlijnen voor de benodigde ruimte voor bomen zijn o.a. te vinden in het handboek bomen (uitgave van het Norminstituut bomen). Het terug planten van het exacte aantal bomen is van ondergeschikt belang. De kwaliteit van de bomen, het te bereiken bladvolume en het groen beeld wat daarmee wordt gecreëerd staat voorop.
7. Omgevingsvergunning voor het kappen van bomen of houtopstanden Eindhoven is een groene gemeente en wil dat blijven. Voor het vellen van bijzondere bomen of houtopstanden, de zogeheten beschermde houtopstanden, is in beginsel een omgevingsvergunning nodig. Bij overmatige overlast (onrechtmatige hinder) of noodkap is dit niet het geval. Hieronder wordt beschreven in welke gevallen hier sprake van kan zijn. Onrechtmatige hinder Het kapverbod geldt niet voor een houtopstand die voor overmatige overlast zorgt. Bedoeld is hiermee ‘onrechtmatige hinder’ zoals dit in artikel 37 van Boek 5 BW is bepaald: ‘De eigenaar van een erf mag niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 162 van Boek 6 onrechtmatig is, aan eigenaars van andere erven hinder toebrengen zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun.’ Bomen zijn belangrijk voor een gezonde stad en een goed leefklimaat in Eindhoven. Het algemeen belang van de bomen weegt daarom veelal zwaarder dan het individueel belang van bewoners. Overlast door bomen is in principe geen reden om een boom te kappen. Dit geldt zowel voor bomen in gemeentelijk eigendom als voor bomen in particulier eigendom. De
Inboeknummer: 5680884
gemeente beoordeelt of bij een beschermde houtopstand in particulier eigendom en of sprake is van overmatige overlast en of het treffen van maatregelen gewenst is. Het snoeien van een boom en in zeer uitzonderlijke gevallen kappen van een boom, kan de overlast verminderen. Niets doen aan de overlast, en deze accepteren, is zeker ook een optie. Afval van vruchten, blad e.d. wordt in de regel niet gezien als overmatige overlast en is onder andere geen reden om een boom te kappen.
8. Beoordelingsregels (artikel 5) Afweging aangevraagde omgevingsvergunning ten behoeve van kap (Afwegingsmatrix). De afweging of een omgevingsvergunning ten behoeve van kap al dan niet wordt verleend, vindt plaats op basis van het bepalen van de waarde van de houtopstand, die vervolgens wordt afgezet tegen de overlast door middel van de bij deze verordening horende afwegingsmatrix. Een vergunning wordt verleend als de ‘overlastwaarde’ van de houtopstand groter is dan de ‘waarde van de houtopstand’ op basis van de afwegingsmatrix. Bij het beoordelen van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het vellen van bomen of houtopstanden weegt de gemeente het belang van behoud van de boom of houtopstand af tegen het belang van verwijdering. In geval van monumentale en waardevolle bomen, zie 10. Criteria omgevingsvergunning Bij het beoordelen van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het vellen van bomen of houtopstanden weegt de gemeente het belang van behoud van de boom of houtopstand af tegen het belang van verwijdering. Het belang van behoud wordt afgemeten aan de mate waarin een boom of houtopstand voldoet aan één of meer van onderstaande waarden: Intrinsieke waarde:
De waarden die een boom kan vertegenwoordigen, waarbij de volgende waarden worden onderscheiden: Natuurwaarde, Landschappelijke waarde, Cultuurhistorische waarde, waarde van stads- en dorpsschoon, waarde voor de leefbaarheid, beeldbepalende waarde, waarde voor waterberging, hittestress, natuurwaarde, productie. De waarden zijn nader te bepalen door een landschapsarchitecte, stedenbouwkundige, ingenieur Tuin- en Landschapsinrichting.
Natuurwaarde:
Een boom heeft een (bovengemiddelde) waarde voor de natuur indien deze deel uit maakt van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen ecologische hoofdstructuur), vliegroute voor vleermuizen, etc. De gebieden die onderdeel uitmaken van Natuurnetwerk Nederland zijn te vinden op de website van de Provincie Noord-Brabant. Ook wanneer de boom huisvesting biedt aan zeldzame/ beschermde flora en fauna, het een inheemse soort betreft of de boom genetisch van waarde is als zaadgaard (streekeigen), heeft deze een natuurwaarde. Invasieve exoten hebben in beginsel een lage natuurwaarde.
Landschappelijke waarde:
Een boom heeft landschappelijke waarde als deze onderdeel uit maakt van een kenmerkend landschappelijk element of karakteristiek is voor de omgeving en daarmee de identiteit van de stad of het landschap zichtbaar maakt.
Cultuurhistorische waarde: Bomen die kenmerkend zijn voor het historische karakter van een gebied (verhaal, structuur of gebruik) en daarbij de landschappelijke kwaliteit van het onbebouwde en bebouwde gebied verhogen. Het gaat hierbij om bomen die informatie geven over de geschiedenis van het landschap. Een voorbeeld zijn bomenrijen die tracés van historische wegen zichtbaar maken of individuele bomen die een historische locatie aangeven (voormalige boerderij of hoeve) of herinneren aan een historisch gebruik van het landschap (boomgaarden, houtwallen, grienden, ontginningen etc.). Ook karakteristieke bomen nabij historische gebouwen/ monumenten zijn cultuurhistorisch waardevol. De cultuurhistorische waarde kaart is te raadplegen op de website van de Gemeente Eindhoven. Een monumentale boom, jubileumboom, gedenkboom etc. heeft ook cultuurhistorische waarde. Typerend voor Eindhoven is het erfgoed van Frans Fontaine ofwel de unieke collectie aan bijzondere boomsoorten en variëteiten in de stad. Zeldzame exemplaren zijn om deze reden van hoge cultuurhistorische waarde.
Inboeknummer: 5680884
Stads en dorpsschoon:
Leefbaarheid:
Een boom heeft waarde voor stads- en dorpsschoon wanneer de boom onderdeel uitmaakt van een beschermd dorps- of stadsgezicht of onderdeel uitmaakt van een Rijks- of gemeentelijk monument. Beschermde dorps- en stadsgezichten zijn opgenomen in de bestemmingsplannen.
Bomen zijn van cruciaal belang voor de leefbaarheid in de stad als ze substantieel bijdragen tot het verminderen van fijnstof, hittestress etc. ofwel gunstige effecten hebben op het microklimaat of de luchtkwaliteit. Hetzelfde geldt voor een boom die van waarde is voor het welbevinden van bewoners in lichamelijk en geestelijk opzicht of voor de direct aangrenzende biotoop zoals vitaliteit en/of stabiliteit van omringende bomen. Door het verwijderen van de boom ondervinden de resterende bomen of specifieke onderbeplanting ernstige schade.
Beeldbepalende waarde:
Bomen hebben een hoge beeldbepalende waarde indien ze een grote esthetische- en belevingswaarde voor een straat, plein of wijk hebben. De bomen zijn door hun leeftijd, omvang of verschijningsvorm onvervangbaar, geven karakter aan de omgeving en vormen bovendien een buitengewoon structurerend en herkenbaar element voor de openbare ruimte. Een opvallende of aansprekende locatie van de boom speelt een rol bij de beoordeling van de beeldbepalende waarde. Een boom op een markante plek heeft een hogere esthetische waarde dan een vergelijkbare boom op een achteraf locatie. Het criterium beeldbepalend zegt tevens iets over de mate waarin de boom zichtbaar is. Een boom is beeldbepalend als >50% van de omvang vanaf openbare weg te zien is.
Dendrologische waarde:
De boom of houtopstand is dendrologisch waardevol als het een soort betreft die in Nederland zeldzaam of zeer zeldzaam is. Per variëteit wordt dit aangegeven in het boek Dendrologie van de lage landen (meest recente druk).
Levensverwachting minder dan 5 jaar Vrijstelling van vergunning voor een boom met een levensverwachting van minder dan vijf jaar, is slechts mogelijk indien een boomonderzoek voorafgaand aan de velling is overlegd en is goedgekeurd door de gemeente. Het boomonderzoek dient te zijn uitgevoerd door een boomdeskundige. Dit geldt zowel voor een boom zijnde een monumentale, waardevolle of basisboom, als voor een boom deel uitmakend van een beschermde houtopstand.
9. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden beschermt bomen buiten de bebouwde komgrens Wet natuurbescherming (paragraaf 4.1 Wnb). Dit geldt wanneer de houtopstand gelijk of groter is dan 10 are of het meer dan 20 bomen in een rij betreft. De provincie Noord-Brabant is in dat geval bevoegd gezag. Voor kleinere percelen met bomen dan 10 are of bomenrijen van minder dan 21 bomen, solitaire bomen, of boomgroepen is de Verordening bomen 2021 van toepassing.
10. Zwaarwegend maatschappelijk en maatschappelijk belang 1.
Zwaarwegend maatschappelijk belang: Verlening van een vergunning voor Monumentale bomen kan, bij uitzondering, plaatsvinden indien er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang en geen alternatieven voor handen zijn om met behoud van de houtopstand dit belang adequaat te dienen. Een voorbeeld van zwaarwegend maatschappelijk belang is de aanleg van een hoofd infrastructurele ontsluiting (hoofdverkeersweg, hoofdriool, hoofdgasleiding etc.) Het verschil tussen zwaarte van maatschappelijke belangen hangt samen met de omvang van het deel van de bevolking dat hierbij gebaad is. Denk aan uitbreiding van het ziekenhuis (zwaarwegend maatschappelijk belang) ten opzichte van de uitbreiding van een huisartsenpost (‘gewoon’ maatschappelijk belang). Door middel van een bomenonderzoek met bomeneffectanalyse dient als onderdeel van de vergunningsaanvraag aangetoond en beargumenteerd te worden dat de boom niet te handhaven is. De verlening van de vergunning is enkel aan de orde als alternatieven voor het duurzaam behoud van de bomen niet voorhanden zijn. Door de Programmaleider Groen en recreatie kan worden overwogen de verwijdering en herplant van de bomen integraal
Inboeknummer: 5680884
onderdeel uit te laten maken van het project. Wanneer de kosten voor (toekomstige) boom besparende maatregelen niet (meer) in verhouding staan tot de totale projectkosten, kan een vergunning voor het vellen van een boom worden overwogen. Hoe deze verhouding ligt is per situatie verschillend en ter finale beoordeling aan de programmaleider groen. Aan het verlenen van een vergunning voor het vellen van een boom of houtopstand in het kader van een (zwaarwegend) maatschappelijk belang kunnen voorschriften worden verbonden. 2.
Maatschappelijk belang Verlening van een vergunning voor waardevolle bomen kan, bij uitzondering, plaatsvinden indien er sprake is van een maatschappelijk belang en geen alternatieven voor handen zijn om met behoud van de houtopstand dit belang adequaat te dienen. Maatschappelijk belang wordt daarbij gedefinieerd als de bouw van woningen, bedrijven en andere opstallen een infrastructureel werk. Door middel van een bomenonderzoek met bomeneffectanalyse dient als onderdeel van de vergunningsaanvraag aangetoond en beargumenteerd te worden dat de boom niet te handhaven. De verlening van de vergunning is enkel aan de orde als alternatieven voor het duurzaam behoud van de bomen niet voorhanden zijn. Door de Programmaleider Groen en recreatie kan worden overwogen de verwijdering en herplant van de bomen integraal onderdeel uit te laten maken van het project. Bij een maatschappelijk belang gaat het ook over de inzet van publieke middelen. Wanneer de kosten voor (toekomstige) boom besparende maatregelen niet (meer) in verhouding staan tot de totale projectkosten, kan een vergunning voor het vellen van een boom worden overwogen. Hoe deze verhouding ligt is per situatie verschillend en ter finale beoordeling aan de programmaleider groen.
Aan het verlenen van een vergunning voor het vellen van een boom of houtopstand in het kader van een (zwaarwegend) maatschappelijk belang kunnen voorschriften worden verbonden.