Bijlage 1 - Technische toelichting
Tekst van het document
Bijlage 1: Technische toelichting Raadsvoorstel Oprichting publiek energiebedrijf Eindhoven (24bst01138)
30 september 2024
Inhoud
Via deze bijlage wordt ter ondersteuning van het raadsvoorstel Oprichting publiek energiebedrijf Eindhoven (24bst01138) technische toelichting geboden de volgende punten: •
Publieke belangen energievoorziening als kader - ondersteuning inleiding
•
Mogelijke activiteiten van Eindhoven Energie BV - Grafische ondersteuning argumenten 1.1 t/m 1.3
•
Meer grip op warmtetransitie - ondersteuning argument 1.3
•
Activiteiten van Eindhoven Warmte BV - Grafische ondersteuning argumenten 1.3, 2.2 en 3.1
•
Organogram van de start van Eindhoven Energie BV - Grafische ondersteuning argumenten 1.1, 1.3, 1.4, 2.1 en 2.2
•
Organogram van de groei van Eindhoven Energie BV - Grafische ondersteuning argumenten 1.1, 1.3, 2.1, 2.2 en 3.1
•
Flexibele inrichtingsmogelijkheden voor de toekomst - Ondersteuning argumenten 1.1, 1.3, en 1.4 (illustratieve weergaven)
•
Fasering en risicobeheersing in ontwikkeling en exploitatie - Ondersteuning argument 2.3
Publieke belangen energievoorziening als kader Ondersteuning inleiding
Vastgestelde publieke belangen
Betrouwbaar energiebesparingsmogelijkheden helpt significant. Leveringszekerheid van energie is een essentieel. We Daarnaast moeten schaars beschikbare lokale De publieke belangen die Eindhoven met haar laten huishoudens niet ‘in de kou zitten’, zorgen dat de (duurzame) energiebronnen (bijvoorbeeld uit de bodem of energievoorziening wil realiseren zijn in 2023 vastgesteld lichten blijven branden en bedrijvigheid door kan gaan en restwarmte) zo ingezet worden dat zij zoveel mogelijk door de raad (23bst00400). Deze belangen vormen de groeien. Leveringszekerheid draagt bij aan de afnemers kunnen bedienen. Collectieve opdracht voor een publiek energiebedrijf. concurrentiepositie van de stad en wordt onder meer energievoorzieningen ondersteunen hierbij. In Eindhoven is de energievoorziening: behaald middels robuuste infrastructuren, diversiteit in het De toenemende elektriciteitsvraag leidt tot meer kabels gebruik van energiedragers en de ontsluiting van Duurzaam en leidingen ondergronds en transformatorhuisjes meerdere duurzame bronnen en back-upvoorzieningen. Schone energie draagt bij aan een meer leefbare, bovengronds. Collectieve warmtevoorzieningen vragen gezondere en klimaatneutrale stad. In haar doelen uit de Voortvarend en efficiënt een vergelijkbaar ruimtebeslag. Lokale energieproductie Eindhovense klimaatverordening gaat Eindhoven voor De stad groeit.
In aantallen inwoners, bedrijven, wordt zichtbaar op woningen, gebouwen en in gebieden. 55% minder uitstoot van broeikasgassen in 2030 verkeersbewegingen en economisch. Een Dit alles vergt efficiënt gebruik van ruimte, aandacht voor (vergeleken met 1990) en in 2050 voor een reductie van energiesysteem faciliteert die groei en zorgt voor nieuwe de kwaliteit van de leefomgeving en het zoveel mogelijk 95%. Daarnaast moet in 2045 alle gebruikte energie kansen om in de energievraag te voorzien. Een rekening houden met meekoppelkansen. duurzaam opgewekt zijn. De gebruikte energie wordt uitgangspunt is dat energievoorzieningen tijdig Maatschappelijk en financieel rendabel zoveel mogelijk lokaal en regionaal geproduceerd. beschikbaar zijn en flexibel en adaptief meegroeien met Het continue en voor langere termijn realiseren en borgen Eindhoven gaat voor maximale energie- en de ontwikkeling van de stad van de publieke belangen van de stad, werkt alleen milieuprestaties. Innovatie is een belangrijke voorwaarde om de wanneer we een verantwoord maatschappelijk en Betaalbaar en inclusief energietransitie mogelijk te maken. Dit bestaat uit zowel financieel rendement op energie kunnen halen. De Iedereen moet mee kunnen doen aan en profiteren van technische alsook sociale innovatie. Om door te kunnen risico’s en kansen per energieactiviteit kunnen de energietransitie.
Energie is een primaire pakken is de innovatiekracht van de Brainportregio verschillend zijn, maar ook wet- en regelgeving spelen levensbehoefte, die voor iedereen in dezelfde situatie essentieel. een rol. Rendement kan worden ingezet daar waar tegen dezelfde voorwaarden toegankelijk moet zijn. Ook publieke belangen onvoldoende worden gediend. Ook het efficiënt gebruik van de boven- en ondergrondse moeten toegang en gebruik van energie betaalbaar zijn. ruimte en de efficiënte inzet van energie vragen De duurzame Eindhovense energievoorziening streeft de aandacht. De energiebehoefte groeit, vanuit de laagst mogelijke acceptabele maatschappelijke kosten bestaande en de groeiende stad. Het realiseren van na.
Mogelijke activiteiten van Eindhoven Energie BV Grafische ondersteuning argumenten 1.1 t/m 1.3
Onderstaande betreft een vereenvoudigde weergave van het energielandschap. De weergave maakt inzichtelijk dat activiteiten ontwikkelt kunnen worden •
Per energiedrager
•
Per assetgroep
•
Integraal over ketens heen (horizontaal en/of verticaal)
•
En over meerdere energiedragers
Illustratief is voor de energiedrager elektriciteit de assetgroep infra niet ingevuld, omdat hier bestaande publieke monopolie posities zijn vergeven aan de landelijke netbeheerder Tennet (voor transmissie) en de regionale netbeheerders, zoals Enexis (voor distributie). Activiteiten worden ontwikkeld (a) waar dat nodig is, (b) waar dat gewenst is, en (c) waar het kan en mag. Daarin wordt gestart met de keten van warmte (nodig, gewenst, kan en mag).
Assetgroepen binnen energieketen
Productie
Elektriciteit Energieketen per energiedrager
Duurzaam gas (bv. waterstof)
Warmte
Infra T&D
Opslag
Levering
Achter de meter diensten
Overige diensten
Activiteit
-
Activiteit
Activiteit
Activiteit
Activiteit
Activiteit
Activiteit
Activiteit
Activiteit
Activiteit
Activiteit
Activiteit
Activiteit
Activiteit
Activiteit
Activiteit
Activiteit
Meer grip op warmtetransitie ondersteuning argument 1.3
Meer grip in de warmtetransitie ontstaat doordat de gemeente een regierol alsook een aandeelhoudersrol in een publiek warmtebedrijf neemt. Vanuit haar regierol stelt de gemeente een warmteprogramma vast waarin zij aangeeft welke gebieden, wanneer en op welke wijze voorzien zijn om aardgasvrij te worden. Gebieden waar de gemeente vanuit haar regierol een collectieve warmtevoorziening voorziet als de beste optie om te voorzien in de behoefte aan ruimteverwarming en/of warm tapwater worden vastgesteld als warmtekavel (>1.500 verbruikers). Warmtekavels worden door de gemeente openbaar gepubliceerd en de aanwijzingsprocedure geopend. Warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschappen kunnen vervolgens een aanvraag indienen bij het college om aangewezen te worden. Het warmtebedrijf dient hiertoe een globaal kavelplan in en een besluit van de ACM dat de bekwaamheid van het warmtebedrijf aantoont. Het college wijst vervolgens een warmtebedrijf aan. Een aangewezen warmtebedrijf is, in een warmtekavel, exclusief verantwoordelijk om voldoende warmte te verzorgen - door inkoop of eigen productie van warmte -, de warmte te transporteren en te leveren aan afnemers. Het aangewezen warmtebedrijf ontwerpt en ontwikkelt hiertoe een collectieve warmtevoorziening en dient een uitgewerkt kavelplan in.
expliciet gereguleerd via de Wet collectieve warmte (Wcw), die naar verwachting in werking treedt 1 juli 2025. Daarnaast biedt een eigen publiek warmtebedrijf de mogelijkheid om op deze onderwerpen voor de lokale context versnelling of verscherping aan te brengen, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van CO₂ reductie. Tot invoering van de Wcw bepaalt de gemeente, via oprichting van het eigen warmtebedrijf, de invulling van deze publieke belangen, binnen bestaande wet- en regelgeving. Ook biedt het eigen warmtebedrijf de mogelijkheid om schaars beschikbare bronnen, zoals bodemenergie in het centrumgebied, collectief en in het publiek belang in te zetten. Daarmee wordt het mogelijke aantal projectontwikkelingen voor woningbouw en bedrijfsleven geoptimaliseerd. Een eigen publiek warmtebedrijf kan zo bijdragen om Eindhoven voortvarend te laten groeien, ontwikkelen en gelijktijdig verduurzamen. Daarmee wordt maatschappelijk rendement gecreëerd middels een financieel rendabel portfolio aan warmteprojecten.
Alvorens het warmtebedrijf tot realisatie van de warmtevoorziening overgaat controleert het college de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van het ontwerp. Pas na goedkeuring door het college kan het warmtebedrijf gaan realiseren. Dit proces is in figuur 1 vereenvoudigd weergegeven. Via de regierol en de bedrijfsmatige rol is er grip op de te realiseren publieke belangen, daar waar die grip in de huidige situatie onvoldoende bestaat. Verder worden de betaalbaarheid, duurzaamheid en betrouwbaarheid van geleverde warmte Figuur 1: Vereenvoudigde weergave rollen conform Wgiw en Wcw
Activiteiten van Eindhoven Warmte BV Grafische ondersteuning argumenten 1.3, 2.2 en 3.1 Assetgroepen binnen energieketen
Productie
Elektriciteit Energieketen per energiedrager
Duurzaam gas (bv. waterstof)
Warmte
Wat zegt de aanstaande Wet collectieve warmte:
Infra T&D
Opslag
Levering
Achter de meter diensten
Overige diensten
Activiteit
-
Activiteit
Activiteit
Productie
Facilitering (bv. data)
Activiteit
Activiteit
Activiteit
Activiteit
Conversie
Congestie- of Hub management
Bron
Netwerk
Opslag
Aansluiting
-
-
Warmtebedrijf heeft eigen bronnen of koopt warmte in
Warmtebedrijf: • is in meerderheid publiek • is integraal verantwoordelijk voor transport en levering van (duurzame) warmte • heeft het juridisch en economisch eigendom
Organogram van de start van Eindhoven Energie BV Grafische ondersteuning argumenten 1.1, 1.3, 1.4, 2.1 en 2.2
Gemeente Eindhoven 100% Eindhoven Energie BV (holding) 100% Eindhoven Warmte BV
Door zelfstandig een eigen publiek energiebedrijf op te richten dat aandeelhouder is van een publiek warmtebedrijf in de vorm van een besloten vennootschap: •
Kan de gemeente voldoen aan bestaande en toekomstige wet- en regelgeving
•
Kan de gemeente, vanwege de publieke structuur, het eigen warmtebedrijf opdrachten gunnen om collectieve warmtevoorzieningen te realiseren en te exploiteren en daarmee de huidige projecten dienen
•
Kan het warmtebedrijf de in opdracht gegunde werkzaamheden zelf uitvoeren of (volledig) via een aanbesteding uitbesteden
•
Kan het warmtebedrijf, na goedkeuring door de ACM, gebruik maken van leveringsvergunning van de gemeente
•
Wordt het eigen warmtebedrijf bij inwerkingtreden van de Wcw automatisch aangewezen als warmtebedrijf
•
Kan de gemeente als aandeelhouder van het energiebedrijf goedkeuring verlenen op potentieel medeaandeelhouderschap van andere publieke of private partijen in het warmtebedrijf dan wel op warmteproject niveau. •
Uit verkenning van de markt lijken zowel publieke als private partijen definitieve besluitvorming over de Wcw af te wachten alvorens tot medeaandeelhouderschap over te gaan. Dat maakt dat 100% eigen aandeelhouderschap in het warmtebedrijf niet alleen bruikbaar is in relatie tot de aanbestedingsregels waarbij de gemeente haar warmtebedrijf werkzaamheden mag gunnen, maar ook noodzakelijk. Vanaf invoering van de Wcw worden warmteprojecten niet meer aanbesteedt, maar aangewezen. Vanaf dat moment dient onder andere rekening gehouden te worden dat het warmtebedrijf minimaal 50% + 1 aandeel in publieke handen is.
Organogram van de groei van Eindhoven Energie BV Grafische ondersteuning argumenten 1.1, 1.3, 2.1, 2.2 en 3.1
Gemeente Eindhoven 100%
•
Stap 1: Gemeente richt Eindhoven Energie BV op.
•
Stap 2: Eindhoven Energie BV richt Eindhoven Warmte BV op.
•
Stap 3: warmteprojecten worden ingebracht en ingericht per warmtekavel. •
De Wcw en de ontwikkeling naar een op kosten gebaseerde tariefstructuur zorgen ervoor dat alle kosten en opbrengsten van een warmtekavel door het warmtekavel gedragen moeten worden.
•
Binnen de grenzen van het op kosten gebaseerde tarief per warmtekavels biedt de structuur de mogelijkheid kostenverschillen per warmtekavel te nivelleren en toe te werken naar één warmtetarief in de gemeente. Dit helpt mocht het nog niet haalbaar blijken om één groot warmtekavel aan te wijzen (begin 2025 is dat duidelijk)
•
Waar het warmteprojecten betreft die in de ontwikkelfase zitten, worden vennootschappen opgericht na het doorlopen van de Definitief Ontwerp fase
•
Warmteprojecten die reeds in exploitatie zijn (bv. warmtenet Meerhoven) worden bij aanvang in een vennootschap ingericht.
•
Namen vennootschappen zijn illustratief.
Eindhoven Energie BV (holding) 100% Eindhoven Warmte BV
100%
100%
100%
STG Warmte BV
‘t Ven Warmte BV
Evt. Bron
Evt. Bron
Infra
Levering
Infra
Levering
Meerhoven Warmte BV Evt. Bron
Infra
Levering
100%
Fellenoord Warmte BV Evt. Bron
Infra
Levering
Flexibele inrichtingsmogelijkheden voor de toekomst Ondersteuning argumenten 1.1, 1.3, en 1.4 1. Medeaandeelhouderschap per energieactiviteit, bv. warmte
2. Medeaandeelhouderschap per energieproject
Gemeente Eindhoven
Gemeente Eindhoven
100%
100%
Eindhoven Energie BV (holding)
Publieke partner
Eindhoven Energie BV (holding)
Private partner
100%
<50%
Samen >50%
Publieke / private partner
Eindhoven Warmte BV 100%
100%
Eindhoven Warmte BV
49%
51%
Energie coöperatie
60%
40%
STG Warmte BV
‘t Ven Warmte BV
STG Warmte BV
‘t Ven Warmte BV
Evt. Bron
Evt. Bron
Evt. Bron
Evt. Bron
Illustratieve weergave
Infra
Levering
Infra
Levering
Illustratieve weergave
Infra
Levering
Infra
Levering
Flexibele inrichtingsmogelijkheden voor de toekomst Ondersteuning argumenten 1.1, 1.3, en 1.4
3. Nieuwe energieactiviteiten en wel/geen medeaandeelhouders Gemeente Eindhoven 100% Publieke / private partner
Eindhoven Energie BV (holding)
51% 100%
49%
Eindhoven Warmte BV 100%
Energiehub BV 100%
STG Warmte BV
‘t Ven Warmte BV
Evt. Bron
Evt. Bron
Infra
Levering
Illustratieve weergave
Infra
Levering
100%
100%
Zon en Wind productie BV
Elektrische opslag BV
25%
75% Energie coöperatie A
25% 75%
Wijk A
Wijk Z
Energie coöperatie Z
Fasering en risicobeheersing in ontwikkeling en exploitatie Ondersteuning argument 2.3
Warmteprojecten worden ontwikkeld en geëxploiteerd om waarde te creëren. De waarde die we willen realiseren en borgen bestaan uit de vijf vastgestelde publieke belangen. Warmteprojecten worden gefaseerd ontwikkeld. Zo worden in het ontwikkelproces technische, financiële, organisatorische en juridische inzichten verkregen op basis waarvan per fase keuzes kunnen worden gemaakt en kan worden bijgestuurd. Ook kan een project worden beëindigd of op een andere manier worden ingevuld om de beoogde waarde van het project te realiseren. Globaal ontwikkelt een warmteproject zich als volgt De gemeente stelt een warmteprogramma vast en bepaalt vanuit haar regierol welke gebieden zij aanwijst als warmtekavel waarvoor een collectieve warmtevoorziening de warmte verzorgt (planning en definitie fasen).
Vanaf dit moment kan een publiek warmtebedrijf aan de slag. Dat gebeurt door het ontwerpen van een aanbod aan de hand van een technisch, financieel en, voor het gebied, uitvoerbaar ontwerp van de warmtevoorziening. Een publiek warmtebedrijf levert hiervoor een globaal kavelplan op basis van tenminste een schetsontwerp (SO). • Schetsontwerp (SO). Vanuit een haalbaarheidsstudie ontstaat een voorkeur voor het technisch ontwerp van de warmtevoorziening. In de SO-fase wordt op een hoger abstractieniveau gekeken of een ontwerp technisch, financieel en maatschappelijk haalbaar en uitvoerbaar is. De resultaten van deze fase vormen het globaal kavelplan, waarop het college een warmtebedrijf aanwijst.
• Voorlopig ontwerp (VO). Tijdens het voorlopig ontwerp ligt de focus op een vergunbaar ontwerp. Dit betekent dat alle onderdelen van het ontwerp concreet genoeg zijn, om een vergunningsaanvraag te doen. • Definitief ontwerp (DO). Hierin wordt het ontwerp uitgewerkt tot een realiseerbaar ontwerp. Bestaande tekeningen zijn in detail uitgewerkt, er is een planning voor de uitvoering, leveranciers en aannemers komen tot definitieve prijszetting, vergunning zijn binnen. De resultaten van deze fase vormen het uitgewerkt kavelplan, waarop het college akkoord verleend. • Realisatie. Na goedkeuring van het definitief ontwerp (uitgewerkt kavelplan) start de realisatiefase. Bij oplevering wordt de warmtevoorziening getest en vrijgegeven voor exploitatie.
• Exploitatie. Als laatste volgt de fase waarin het project wordt gaan geëxploiteerd. We Warmte wordt geleverd aan de aangesloten gebouwen en we beheren en houden de warmtevoorziening in stand. Ook vindt er gepland en incidenteel onderhoud plaats. Het netwerk blijft tijdens de exploitatiefase in ontwikkeling, door bijvoorbeeld te groeien richting aansluitende gebieden, door aansluiting van nieuwe afnemers in het bestaande gebied of door wensen om specifieke waarde te optimaliseren (bv. verduurzaming van bronnen) of risico’s te mitigeren.