Bijlage 1 - Regiovisie Jeugdhulp 2023-2026 Samen voor Jeugd
Tekst van het document
Regiovisie jeugdhulp 2023-2026
Januari 2023
Voorwoord Deze regiovisie betreft de jeugdregio Samen voor Jeugd. Deze bestaat uit de gemeenten Best, Bladel, Bergeijk, Cranendonck, Eersel, Eindhoven, Heeze-Leende, Oirschot, Reusel-De Mierden en Valkenswaard. Gezamenlijk wordt specialistische jeugdhulp ingekocht en werken we aan de gezamenlijke transformatieopgave van de jeugdhulp voor de inwoners uit onze gemeenten. Doel van de regiovisie is ervoor te zorgen dat we samen kwalitatief goede en betaalbare hulp blijven bieden die aansluit bij de behoeften van gezinnen. De regiovisie bevat de afspraken binnen de regio over samenwerking die richting geven aan wat de regio samen doet. Bijvoorbeeld hoe wij, nadrukkelijk samen met onze partners, de transformatie van de jeugdhulp vormgeven. Deze transformatie heeft als doel te komen tot een samenhangend jeugdbeleid dat gemeenten samen met maatschappelijke organisaties uitvoeren voor jeugdigen. Als het jeugdbeleid in samenhang wordt uitgevoerd, worden jeugdigen en gezinnen geholpen. Belangrijke samenwerkingspartners van de gemeenten zijn de jeugdgezondheidszorg en huisartsen. Hun expertise is geen onderdeel van de Jeugdwet maar zien wel veel jeugdigen en zijn bevoegd om zelf te verwijzen naar jeugdhulp. Ook het onderwijs is een belangrijke partner. Een ander belangrijk onderdeel van de regiovisie is de verbinding met de lokale gemeenten.
Onder andere omdat preventie en de toegang tot jeugdhulp daar belegd zijn en omdat de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet veel raakvlakken met elkaar hebben. Ook komen de bovenregionale samenwerkingsvormen aan bod. Tevens geven we met de regiovisie invulling aan de afspraken rondom de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is vastgesteld en waaraan gemeenten zich gecommitteerd hebben. Het doel van Samen voor Jeugd is dat jeugdigen en gezinnen direct en op de juiste plaats geholpen worden. Preventief en voorliggend waar dat kan, specialistisch waar dat nodig is. We zien kansen om preventieve inzet en ondersteuning in het voorliggend veld nog meer te versterken. Daar waar specialistische jeugdhulp wel nodig is, moet dit kwalitatief goede hulp zijn met een duurzaam resultaat. De basis voor preventie leggen de gemeentes lokaal, op een manier die het best aansluit bij de lokale kenmerken. Het door de regio ingekochte specialistische aanbod zien we als aanvullend hierop en wordt op maat en kostenbewust ingezet. De basis voor deze regiovisie ligt in de ‘Samenwerkingsovereenkomst Samen voor Jeugd, het ‘Position Paper Samen voor Jeugd’ en het ‘Transformatieplan Samen voor Jeugd’.
Ook zijn elementen uit landelijke onderzoeken en ontwikkelingen meegenomen, zoals het rapport “Stelsel in groei’, de ontwikkelingen rondom de landelijke Hervormingsagenda en het onderzoek van de Jeugdautoriteit naar de regiovisies en de Beweging van Nul. De afgelopen jaren is er immers al veel denkwerk verricht over de veranderingen die nodig zijn in het jeugdzorglandschap. Voor de invulling van de ontwikkelopgaves uit deze regiovisie is nadrukkelijk gesproken met jeugdhulpaanbieders, verwijzers, beleidsadviseurs, bestuurders, onderwijs, adviesraden en gemeenteraden. We hebben een gezamenlijk proces doorlopen, met als doel dat de regiovisie richting geeft op organisatie én inhoud voor de jeugdhulp in onze regio.
Wethouders Samen voor Jeugd
2 Regiovisie
INHOUDSOPGAVE
1.
Jeugdhulp in onze regio ........................................................................................................... 4 1.1 Gegevens jeugdigen en jeugdhulpgebruik ..................................................................................... 4 1.2 Aanbod jeugdhulp .......................................................................................................................... 4 1.3 Uitgaven jeugdhulp......................................................................................................................... 4 1.4 Gewenste ontwikkeling jeugdhulplandschap ................................................................................. 5
2.
Hoe de regio samenwerkt ......................................................................................................... 7 2.1 Lokale samenwerking: Meer dan toegang tot jeugdhulp ............................................................... 7 2.2 Regionale samenwerking 10 gemeenten: Samen voor jeugd ....................................................... 8 2.3 Bi-regionale samenwerking 21 gemeenten: 21 voor de jeugd ....................................................... 8 2.4 Bovenregionale samenwerking ...................................................................................................... 8 2.6 Een solide governance ................................................................................................................... 8 2.7 Sturing en bekostiging .................................................................................................................... 9
3.
Wat willen we bereiken en hoe doen we dat? ....................................................................... 10 Leidende principes ............................................................................................................................. 10 3.1 We voorkomen specialistische jeugdhulp door in te zetten op preventie ................................. 10 3.2 We werken data-gedreven ........................................................................................................ 11 3.3 We versterken de onderlinge relatie, op alle lagen binnen de regio......................................... 11 3.4 Jeugdigen groeien op in hun eigen omgeving en bij voorkeur ‘thuis’ ....................................... 12 3.5 Jeugdigen krijgen de juiste hulp op maat ................................................................................. 12 Overzicht van ontwikkelopgaves ..................................................................................................... 13
4. Transformatie ................................................................................................................................... 13 5. Monitoring ........................................................................................................................................ 14 Bijlage A: Governancestructuur Samen voor Jeugd ............................................................................. 15 Bijlage B: Regiovisie Bovenregionale Samenwerking ........................................................................... 16
3 Regiovisie
1. Jeugdhulp in onze regio Onze opdracht is het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp, dichtbij de inwoner en van goede kwaliteit. We moeten adviseren over welke hulp het beste past, samen met de jeugdige en het gezin de juiste vorm kiezen en ervoor zorgen dat de jeugdhulp ook echt beschikbaar is. Jeugdhulp is in principe bedoeld voor personen tot 18 jaar, waarbij sinds 1 juli 2018 sommige vormen van jeugdhulp zoals pleegzorg standaard doorlopen tot 21 jaar. In uitzonderlijke gevallen kan de jeugdhulp worden voortgezet tot de leeftijd van 23 jaar. We noemen dat de verlengde Jeugdwet. 1.1 Gegevens jeugdigen en jeugdhulpgebruik In totaal wonen er in de 10 gemeenten van Samen voor Jeugd ruim 73.000 jeugdigen in de leeftijd van 0-18 jaar. Dit aantal neemt jaarlijks wat af, van 74.170 in 2019 tot 73.500 in 2022. Het aantal jeugdigen in Samen voor Jeugd dat jeugdhulp gebruikt neemt over de jaren genomen ook wat af, van 9662 jeugdigen in 2019 tot 9218 jeugdigen in 2022. Hierbij moet worden opgemerkt dat de cijfers over 2022 voorlopig zijn en eventueel hoger kunnen uitvallen. Dat het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp wat afneemt, betekent niet automatisch dat de uitgaven aan jeugdhulp ook afnemen. Eén jeugdige kan meerdere vormen van jeugdhulp nodig hebben. Ook wordt er gestuurd op waar mogelijk problemen op te lossen in het voorliggend veld.
Dit betekent dat jeugdigen die wel jeugdhulp ontvangen, regelmatig complexe problematiek hebben waar intensieve zorginzet nodig kan zijn. Het grootste deel van het jeugdhulpgebruik betreft ambulante behandeling of begeleiding (88%). Daarbinnen zien we een lichte afname van behandeling en een toename van begeleiding. Een kleiner aandeel van het jeugdhulpgebruik (8%) betreft Verblijf. Onder verblijf vallen dag-nachtbehandeling (24-uurszorg), maar ook pleegzorg, gezinshuizen, logeren en begeleiding naar zelfstandig wonen. Aandeel jeugdhulpgebruik naar categorie Categorie Behandeling Begeleiding Verblijf Vervoer
2019 70% 17% 8% 3%
2020 70% 18% 8% 3%
2021 68% 20% 8% 3%
2022* 68% 22% 6% 3%
Tabel 1: jeugdhulpgebruik naar categorie, Samen voor Jeugd 2019-2022. *: De cijfers van 2022 zijn voorlopig.
1.2 Aanbod jeugdhulp Samen voor Jeugd heeft via de inkooporganisatie Eindhoven ongeveer 150 aanbieders van jeugdhulp gecontracteerd. Er is aanbod in de categorieën ambulante specialistische jeugdhulp (begeleiding, behandeling), hoogspecialistische jeugdhulp (zoals dagbehandeling), verblijf (24 uurs zorg), crisis en vervoer. Zes van de tien gemeenten in Samen voor Jeugd hebben ook het product Multi ingekocht. Hiervoor zijn twee samenwerkingsverbanden van aanbieders gecontracteerd. Multi biedt gezinnen die in een complexe opvoed- en opgroei situatie verkeren met problematiek op verschillende domeinen, gecoördineerde en specialistische jeugdhulp vanuit één aanbiederscombinatie. Daarnaast kan gebruik gemaakt worden van het Regionaal Expertteam Zuidoost-Brabant (RET) en het bovenregionaal Expertisenetwerk (BEN) bij complexe én meervoudige én weinig voorkomende problematiek. Zij denken mee over de best passende oplossing of wat te doen als aanbod ontbreekt. 1.3 Uitgaven jeugdhulp Binnen Samen voor Jeugd zijn de uitgaven aan specialistische jeugdhulp voor 2022 geprognosticeerd op zo’n € 72 miljoen. Het grootste deel daarvan wordt besteed aan behandeling en begeleiding van jeugdigen, ofwel ambulante hulp (58%). Een kleiner deel gaat naar jeugdigen die ergens verblijven waar zij jeugdhulp ontvangen (pleeggezin, instelling).
Een deel van de kosten wordt ingezet voor zorg die door de landelijke overheid gecontracteerd is. Dat betreft zeer specialistische of zeer weinig
4 Regiovisie
voorkomende zorg, bijvoorbeeld bij eetstoornissen, verslavingszorg of genderproblematiek. 8% wordt uitgegeven aan zorg die niet door de regio gecontracteerd is. Om te voorzien in een dekkend aanbod van zorg is het soms nodig een niet gecontracteerde aanbieder in te zetten voor een client (bijvoorbeeld als gevolg van het nieuwe woonplaatsbeginsel). Het is onze ambitie om het gecontracteerde zorgaanbod dekkend te laten zijn. Dat betekent dat de inzet van niet-gecontracteerde zorg de komende jaren niet moet doorstijgen en waar mogelijk moet afnemen. Om hier gericht op te kunnen sturen is meer data en duiding van die data nodig, hiervoor zetten we de benodigde acties in. Er zijn ook ouders die in overleg met de gemeente zelf zorg inkopen met behulp van een persoonsgebonden budget (pgb). Dit betreft 3% van de uitgaven en kan vrijwel alle zorgvormen betreffen. 1% van de kosten gaat naar vervoersvoorzieningen. Vervoer wordt alleen ingezet als de omgeving van een jeugdige niet zelf voor vervoer van of naar een jeugdhulpaanbieder kan zorgen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de categorieën van jeugdhulp en het percentage van de kosten daarvan: Categorie jeugdhulp Behandeling Begeleiding Verblijf Landelijk ingekochte zorg Niet gecontracteerde zorg (NGZ) Persoonsgebonden budget (pgb) Vervoer
Aandeel van totale jeugdhulpbudget 37% 21% 19% 11% 8% 3% 1%
Tabel 2: aandeel in kosten specialistische jeugdhulp Samen voor Jeugd 2022. De gegevens over 2022 zijn voorlopig.
1.4 Gewenste ontwikkeling jeugdhulplandschap Specifiek voor het jeugdhulpgebruik en -aanbod zien we voor de middellange termijn een aantal kansen. Deze lichten we kort toe. Op een breder vlak, namelijk het gehele veld van preventie, toegang en jeugdhulp, zetten we daarnaast een aantal overstijgende ontwikkelingen in. Deze vier ‘ontwikkelopgaves’ beschrijven we in hoofdstuk 3. Intensieve- en flexibele inzet mogelijk maken, in het hele gezin Het zwaartepunt van het jeugdhulpgebruik ligt op ambulante behandeling en begeleiding. Deze hulp is primair gericht op de jeugdige. Voor een duurzaam resultaat is het nodig dat het hele gezinssysteem wordt meegenomen. We hebben de afgelopen jaren via pilots ervaring opgedaan met verschillende behandelvormen waarbij ouder(s) intensief betrokken zijn bij het traject met hun kind. In 2023 starten we de ontwikkeling van een ‘product’ dat intensieve, gezinsgerichte en flexibele jeugdhulp (beter) mogelijk maakt. We verwachten dat voor een groep jeugdigen deze ondersteuning een alternatief is voor een (tijdelijke) uithuisplaatsing, zeker wanneer ook andere domeinen uit het Sociaal Domein betrokken worden. Verblijf: kleinschalig en dichtbij De categorie verblijf betreft ongeveer 8% van het jeugdhulpgebruik, dat is nog geen tiende van het totale jeugdhulpgebruik. De afgelopen jaren is al ingezet op het terugdringen van verblijf (24-uurs zorg).
De kosten voor verblijf zijn met 19% echter bijna een vijfde van het totale budget. Dit komt omdat het hier gaat om intensieve zorg voor jeugdigen met meerdere, complexe problemen en een kwetsbaar gezinssysteem. Voor een groep jeugdigen is intensieve, ambulante ondersteuning onvoldoende. Verblijf (in de vorm van dag- en nachtbehandeling) kan afnemen, maar blijft voor een beperkte groep noodzakelijk. Onderdeel van de transformatie is het streven naar kleinschalig verblijf. In lijn met deze landelijke ontwikkeling zetten we in 2023 verdere stappen naar verblijfsvormen voor jeugdigen die zo veel mogelijk lijken op thuis: kleinschalig en in de buurt. Wachttijden Landelijk, maar ook in onze regio is er sprake van wachttijden voor bepaalde vormen van jeugdhulp. De druk op de zorg is groot vanwege de arbeidskrapte. In de aankomende periode worden er, gelet op deze ontwikkelingen, nadere kaders beschreven hoe om te gaan met wachttijden. Daarnaast
5 Regiovisie
maken we wachttijden voor de lokale toegangsteams en andere verwijzers naar jeugdhulp (beter) inzichtelijk. Monitoring van wachttijden draagt bij aan het snel duidelijk hebben waar een jeugdige geholpen kan worden en tijdige inzet van zorg.
6 Regiovisie
2. Hoe de regio samenwerkt Samenwerking in de jeugdzorgregio Zuidoost-Brabant kent een lange geschiedenis, waarbij samenwerking rondom de inkoop en transformatie steeds dichter bij elkaar zijn gekomen. In onze regio Samen voor Jeugd kopen we gezamenlijk jeugdhulp in en werken we samen aan de transformatie van jeugdhulp. De jeugdhulpregio Zuidoost-Brabant is één van de 42 door de overheid vastgestelde jeugdzorgregio’s in Nederland. Tot 2018 werkten we als 21 gemeenten binnen deze jeugdzorgregio samen. De schaalgrootte van 21 gemeenten voor de inkoop van jeugdhulp leidde echter tot stroperige besluitvorming. Dit zorgde voor een remmend effect op de transformatie. De regio Zuidoost-Brabant heeft daarom in 2018 zelf het initiatief genomen zich op te splitsen in twee inkoopregio’s: - Samen voor Jeugd :10 gemeenten - Een 10 voor de jeugd :11 gemeenten Binnen deze structuur ervaren we een grotere slagvaardigheid ten opzichte van de structuur van 21 gemeenten. Omdat de governancestructuur in beide inkoopregio’s gelijk is, kunnen we elkaar op alle niveaus snel en makkelijk vinden. We werken dan ook samen waar mogelijk of wenselijk en leren van en met elkaar. De governancestructuur van Samen voor Jeugd is terug te vinden in bijlage A. Voor bepaalde onderwerpen moeten we verplicht als 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant samenwerken. Dit doen we onder de naam ‘21 voor de jeugd'.
Ook zijn er thema’s die in nog groter verband (op het niveau van landsdelen) worden opgepakt. Tenslotte zijn er op landelijk niveau afspraken, die door de VNG namens de gemeenten worden gemaakt.
Bovenregionale samenwerking
21 voor de jeugd
Samen voor Jeugd
Een 10 voor de jeugd
Het is mogelijk dat de scope van de samenwerking de komende jaren verschuift als gevolg van landelijke ontwikkelingen zoals de hervormingsagenda. Waar nodig wordt er bestuurlijke afstemming georganiseerd om de ontwikkelingen te volgen en hierop te acteren. 2.1 Lokale samenwerking: Meer dan toegang tot jeugdhulp Elke gemeente heeft een eigen toegang tot de specialistische jeugdhulp. Deze teams zijn opgezet op lokaal en/of subregionaal niveau en werken wijk- of dorpskerngericht. De teams zorgen ervoor dat jeugdigen en gezinnen de (specialistische) jeugdhulp krijgen die zij nodig hebben. Elk team werkt vanuit het uitgangspunt één kind, één gezin, één plan, één coördinator, en zet zich in om de eigen kracht van gezinnen te versterken, te normaliseren en hulp zo laagdrempelig mogelijk te houden. De meeste teams bieden ook zelf de benodigde ondersteuning. Zij zijn – elk op eigen wijze - uitgegroeid tot een belangrijke speler binnen een gemeente of subregio, onder andere op het gebied van preventie en vroegsignalering. De kracht van deze lokale teams komt voort uit de binding en kennis van zowel lokale voorzieningen en de samenwerking met zowel lokale partners als scholen, huisartsen en de jeugdgezondheidszorg als de specialistische jeugdhulpaanbieders. Samen
7 Regiovisie
versterken zij het opvoed- en opgroeiklimaat. In het jeugdzorglandschap heeft de lokale toegang een cruciale rol. Zij toetst de aanvragen en verbindt zorgvragen aan passende hulp. Lokale gemeenten kopen zelf geen specialistische jeugdhulp in maar organiseren wel met partners preventieve activiteiten en voorliggende zorg. Ook zijn zij belangrijke partners voor de afstemming van jeugdhulp op aanpalende thema’s als volwassenenzorg, onderwijs, gezondheidszorg en de veiligheidsketen. De afstemming tussen lokale gemeenten en de regio Samen voor Jeugd is op zowel beleidsmatig als uitvoerend niveau stevig ingebed in de governancestructuur. Doel is dat jeugdigen en gezinnen een soepel proces ervaren, ongeacht in welke gemeente zij wonen. 2.2 Regionale samenwerking 10 gemeenten: Samen voor jeugd De regio Samen voor Jeugd wordt gevormd door de gemeenten: - Eindhoven - Bergeijk, Bladel, Eersel, Reusel-De Mierden : subregio Kempengemeenten - Cranendonck, Heeze-Leende, Valkenswaard : subregio A2-gemeenten - Best, Oirschot : subregio BO-gemeenten Gezamenlijk kopen deze gemeenten specialistische jeugdhulp in. De gemeente Eindhoven verzorgt deze inkoop van de specialistische jeugdhulp voor deze regio. Door contracten voor meerdere jaren af te sluiten en een goede structuur van contractmanagent waarborgen we de beschikbaarheid en continuïteit van de benodigde zorg in onze regio.
Onze gemeentelijke samenwerking is juridisch vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. Het invullen van de samenwerkingsovereenkomst was een zorgvuldig en gedragen proces. Iedere gemeente levert een bijdrage. Voor zorgaanbieders is het duidelijk hoe we georganiseerd zijn en namens wie we spreken. 2.3 Bi-regionale samenwerking 21 gemeenten: 21 voor de jeugd Zoals aangegeven pakken we diverse vraagstukken als 21 gemeenten op. Dit gaat met name om de taken die wettelijk gezien op niveau van een (landelijke) jeugdzorgregio moeten worden opgepakt. Dit doen de twee regio’s onder de noemer van ‘21 voor de Jeugd’ (21vdJ). Jaarlijks wordt door de 21 gemeenten een gezamenlijk werkplan 21voordeJeugd vastgesteld met daarin visie en ambities op deze samenwerking. Deze samenwerking richt zich inhoudelijk op de volgende onderwerpen: • Veiligheid (o.a. Veilig Thuis, Jeugdbescherming, Jeugdreclassering, Beschermtafel) • Regionaal Expertiseteam (RET). De coördinator RET is verbonden aan de lokale teams • Coördinatie crisishulp • Kennisdeling (regionale bijeenkomsten voor de 21 gemeenten) Deze samenwerking is formeel vastgelegd in een Dienstverleningsovereenkomst (DVO21). In bijlage B vindt u een uitgebreide toelichting op de samenwerking van de 21 gemeenten.
2.4 Bovenregionale samenwerking Soms is zorg zo specialistisch of weinig voorkomend dat de zorg georganiseerd wordt op een grotere schaal, bijvoorbeeld per landsdeel. Dit geldt onder andere voor jeugdzorgplus (gesloten jeugdzorg). Doel van inkoop en afstemming op de schaal van landsdeel Zuid is deze hoogspecialistische zorg beschikbaar te houden voor onze inwoners én invloed uit te oefenen b.v. ten dienste van kleinschaligheid en modernisering. Jeugdbescherming en jeugdreclassering wordt uitgevoerd door vier gecertificeerde Instellingen (GI). Zij bieden zelf geen zorg, maar hebben een verantwoordelijkheid en bevoegdheid voor het inzetten van jeugdhulp door jeugdhulpaanbieders. Voor de visie op en afstemming over deze zorg hebben we vanuit Samen voor Jeugd overleg met de accounthoudende regio of gemeente. Voor jeugdzorgplus is dit de gemeente Roermond. Binnen de samenwerking 21voordejeugd hebben we aansluiting met gemeente Roermond geborgd. Voor jeugdbescherming en jeugdreclassering is Tilburg de account-houdende gemeente voor Brabant-brede aangelegenheden, zoals de (Brabant-brede) tarieven voor de GI’s. De gemeente Eindhoven staat in contact met gemeente Tilburg en voert namens de 21 gemeenten het contractmanagement voor JBJR binnen ZOB. Met en via 21voordejeugd volgt en initieert Samen voor Jeugd ontwikkelingen binnen jeugdbescherming en jeugdreclassering.
2.6 Een solide governance De afgelopen twee jaar is er hard gewerkt aan een solide structuur voor de governance van Samen voor Jeugd. Het resultaat is een formele bestuurlijk vastgestelde Samenwerkingsovereenkomst tussen
8 Regiovisie
de 10 gemeenten en een overzichtelijke structuur die voor onbepaalde tijd is overeengekomen. Deze richt zich op de gezamenlijke transformatieopgave, inkoop en contractmanagement. De gemeenten hebben een gelijkwaardige en niet-vrijblijvende samenwerking. Iedere gemeente is betrokken in de samenwerking en levert een bijdrage. Binnen de structuur is afstemming tussen verschillende disciplines, duidelijkheid over beslissingsbevoegdheden en het gezamenlijk optrekken met partijen uit het veld geborgd. De programmamanager heeft een centrale positie. Deze is het bestuurlijke aanspreekpunt en treedt intern en extern op namens de regio. 2.7 Sturing en bekostiging Zowel de inkoop van de specialistische jeugdhulp als het erop toezien dat het contract met de jeugdhulpaanbieder conform afspraak wordt uitgevoerd (contractmanagement) is voor de regio Samen voor Jeugd belegd bij het team Inkoop, subsidies en contractmanagement (ISCM) van de gemeente Eindhoven. Beide zien we als een middel om beleidsdoelstellingen te behalen. Een inkooptraject start met de vertaling van een beleidsopdracht naar een inkoopstrategie. De fases die we vervolgens doorlopen zijn: de voorbereidingsfase, de contracteringsfase, de implementatiefase en de uitvoerende fase van de contracten in de praktijk.
In de voorbereidingsfase wordt onder meer een besluit genomen over de procedure, de duur van de contracten, de kwaliteit van de diensten die gevraagd worden, de continuïteit van de jeugdhulp bij aflopende contracten, hoeveel budget ervoor begroot is en overige contractvoorwaarden. Deze zaken worden in inkoopopdrachten voor de “markt” uitgewerkt en gepubliceerd. Ook wordt in de voorbereidingsfase besloten over hoe de betalingen voor de producten er uit moet zien. We sluiten in onze regio zoveel als mogelijk aan bij de landelijke uitvoeringsvarianten van het Ketenbureau die bijdragen aan lastenvermindering voor gemeenten en aanbieders. Bij nieuwe contracten worden de contractstandaarden toegepast. De Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Reële Kostprijs vraagt dat gemeenten werken met objectief vastgestelde tarieven, bij voorkeur door een onafhankelijke expert. Indien nodig schakelen we dan ook een onafhankelijk expert in. Tevens maken we gebruik van Benchmark gegevens en raadplegen we de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) voor richtlijnen. Op basis van een implementatieplan wordt samen met de jeugdhulpaanbieders de nadere uitwerking van contracten voorbereid zodat de uitvoering een goede start kan maken.
Eventuele nieuwe processen worden uitgewerkt, er wordt geïnstrueerd en gecommuniceerd en alle systemen van de gecontracteerde aanbieders en gemeenten moeten gevuld worden met de juiste contractgegevens. De contractbeheerders van ISCM verzorgen de borging van de inhoud van de contracten en de benodigde communicatie voor de regio Samen voor Jeugd. Nadat de contracten zijn getekend start de uitvoeringsfase. Gedurende de looptijd van een contract voeren we contractbeheer dan wel contractmanagement uit op basis van een risicoprofiel. Dit doen we in regionale multidisciplinaire teams. In een regionaal uitvoeringsoverleg bundelen we signalen vanuit de toegangsteams of de aanbieders over de uitvoeringspraktijk. Dit stelt ons in staat om te sturen we op kwaliteit, toegankelijkheid en financiële beheersing. Daarnaast organiseren we leer-en ontwikkeltafels met jeugdhulpaanbieders.
9 Regiovisie
3. Wat willen we bereiken en hoe doen we dat? Samen voor Jeugd wil dat alle jeugdigen gezond, veilig en kansrijk opgroeien. Ouders zijn hier allereerst verantwoordelijk voor. Wanneer hulp nodig is, moeten jeugdigen en hun gezinnen direct en op de juiste plek geholpen worden. Dat betekent dat er verschillende vormen van ondersteuning beschikbaar moeten zijn: dichtbij, licht en kortdurend, maar ook intensief, zwaar en langdurig wanneer nodig. De ondersteuning is altijd gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid van de jeugdige en het gezin en sluit aan bij de al aanwezige kennis en vaardigheden van ouder(s)/verzorger(s) en het sociale netwerk. Om dit te bereiken heeft Samen voor Jeugd vijf leidende principes van waaruit zij werkt. Deze komen voort uit de visie, ambities en doelstellingen die we eerder met elkaar hebben vastgesteld. Als we vanuit de leidende principes naar de toekomst kijken, komen we uit op vier ontwikkelopgaves. Dat is de kern van de regiovisie. De ontwikkelopgaves lichten we in dit hoofdstuk ook toe. Leidende principes 1. We voorkomen specialistische jeugdhulp door in te zetten op preventie. 2. We werken data-gedreven. 3. We versterken de onderlinge relatie, bestuurlijk en op alle andere lagen binnen de regio. 4. Jeugdigen kunnen opgroeien en zich ontwikkelen in hun eigen omgeving, het liefst ‘thuis’. 5. Jeugdigen krijgen de juiste hulp op maat.
De leidende principes zijn in dit hoofdstuk nader uitgewerkt aan de hand van de vragen: wat willen we bereiken, waar richten we ons op en welke ontwikkelopgave zien we? Deze ontwikkelopgaves vormen de kern van de regiovisie. Dit zijn de punten waar we de komend jaren gezamenlijk aan werken. 3.1 We voorkomen specialistische jeugdhulp door in te zetten op preventie Wat willen we bereiken? Met een focus op preventie wil de regio de inzet van specialistische jeugdhulp waar mogelijk voorkomen of verkorten. We willen passende hulp bieden op de juiste plek: die plek kan specialistische jeugdhulp zijn, maar we zien ook kansen om voorliggende ondersteuning beter in te zetten. De focus op preventie vormt de belangrijkste basis voor Samen voor Jeugd, ter ondersteuning, stimulering en versterking van de lokale jeugdhulpplicht van de gemeenten. De toegang tot jeugdhulp en de inzet van preventie is lokaal dan wel subregionaal georganiseerd, met eigen accenten en initiatieven. Deze lokale eigenheid biedt de gemeente mogelijkheden om te sturen in het jeugdveld. Het gaat om preventief handelen, curatief optreden waar noodzakelijk en innovatief zijn waar het kan. Ook bij inkoop van gespecialiseerde jeugdhulp wil de regio deze aansluiting met preventie stimuleren. Een zogenoemde beweging naar voren met focus op preventieve initiatieven en voorzieningen.
Als specialistische jeugdhulp noodzakelijk is, dan leidt de zorg tot een duurzame oplossing. Tijdige inzet van (specialistische) jeugdhulp kan ook een preventieve werking hebben, omdat het escalatie van problemen voorkomt. Specialistische jeugdhulp hoeft echter niet altijd de juiste oplossing te zijn. Een steunende omgeving en het erkennen van hobbels die horen bij het opvoeden en opgroeien zijn soms voldoende. Dit duiden we aan met ‘normaliseren’. Zorgprofessionals, gemeenten en bestuurders dragen dit uit. Als jeugdhulp wel noodzakelijk is, dan wordt zorg ingezet die leidt tot een duurzame oplossing. Waar richten we ons op? Het principe van normaliseren moet meer leidend worden in zowel de toegangsfase als binnen de uitvoering van jeugdhulp. Lokaal is het belangrijk een sterke sociale, pedagogische basis te hebben, gericht op het vermogen van mensen om met de uitdagingen in het leven om te gaan. Door met elkaar te praten over normaal opgroeien en opvoeden en ervaringen met elkaar te delen, ook als het moeilijk is, kan men leren van elkaar en is professionele jeugdhulp niet altijd nodig. Normaliseren draagt bij aan het voorkomen van snel labelen van problemen waarvoor hulp wordt gevraagd en doet een beroep op de eigen verantwoordelijkheid voor het omgaan met hobbels. Een steunende omgeving is vaak meer nodig dan professionele zorg en sommige dingen gaan vanzelf over.
De regio organiseert een dekkend zorglandschap, dat aansluit op de lokaal beschikbare ondersteuning en dat voorziet in specialistische ondersteuningsbehoeften.
10 Regiovisie
Welke ontwikkelopgave zien we? Normaliseren: ontwikkelopgave - We definiëren gezamenlijk het begrip normaliseren en vertalen dit naar de dagelijkse praktijk in de jeugdhulp en binnen de toegang. - We organiseren een brede dialoog met maatschappelijke partners, toegang en onderwijs over knelpunten en onzekerheden die bij het leven horen. Doel hiervan is dat ieder hierover goed het gesprek kan aangaan met ouders.
3.2 We werken data-gedreven Wat willen we bereiken? Samen voor Jeugd vindt kwaliteit en effectiviteit van zorg belangrijk. We werken met kwantificeerbare doelen om dit te meten. Daarnaast richten we ons op een sterke relatie met zorgaanbieders ten behoeve van het borgen van zorg(kwaliteit) naar de toekomst. Data helpt ons om goed zicht te hebben op de inzet, kwaliteit en knelpunten in de jeugdhulpverlening. Er is al veel data beschikbaar. We zetten dit gestructureerd en gericht in. Waar richten we ons op? Datagedreven werken geeft inzicht in de inzet, kwaliteit en effectiviteit van zorg. Dit krijgt in 2023 gerichter aandacht in Samen voor Jeugd. Gedeelde data maakt inzichtelijk wat de ondersteuningsbehoeften vanuit de jeugdigen en gezinnen uit de gehele regio zijn. Dit maakt een vertaling mogelijk naar de doelstellingen en producten welke nodig zijn voor passende, effectieve en doelmatige ondersteuning vanuit de jeugdwet, maar ook naar de behoeften aan de lokale algemene en preventieve voorzieningen vanuit de individuele gemeenten. In het specifieke project ‘Data op Orde’ worden alle aspecten van datagedreven werken verder ingevuld.
3.3 We versterken de onderlinge relatie, op alle lagen binnen de regio Wat willen we bereiken? De gemeenten van Samen voor Jeugd, de jeugdhulpaanbieders, verwijzers en preventieve partners staan aan de lat voor de gezamenlijke ambitie. Vanuit het principe ‘niet gelijk, wel gelijkwaardig’ werken we slagvaardig samen. Alle partijen voelen zich verantwoordelijk voor een goede ondersteuning aan jeugdigen en ouders. In de manier waarop we de jeugdhulp organiseren en uitvoeren zijn verbeteringen mogelijk. We halen deze verbeterpunten actief op en bespreken kansen voor doorontwikkeling met elkaar. Samen voor Jeugd stimuleert de onderlinge samenwerking en afstemming tussen partijen. Soms als aanjager, soms als facilitator en gastheer. Waar richten we ons op? We stimuleren afstemming en samenwerking door verschillende vaste overlegmomenten. Er is een Leer- en Ontwikkeltafel (LOT) waar contractuele zaken worden besproken tussen gemeenten en aanbieders. Er zijn een aantal keer per jaar Thematafels waar gemeenten en andere partijen (zoals aanbieders, maar ook verwijzers en onderwijs) verdiepend op een vraagstuk ingaan. Ook zoeken de gemeenten op bestuurlijk niveau afstemming met zorgaanbieders. Iedere partij brengt in de samenwerking een eigen expertise en verantwoordelijkheid mee.
Naast het stimuleren van kennisdeling en het bespreken van verbeterpunten, zien we dat de implementatie ervan soms achter blijft. We geven de implementatie van verbeteringen, veranderingen en/of doorontwikkeling daarom extra aandacht.
11 Regiovisie
Welke ontwikkelopgave zien we? Samen leren, ontwikkelen én implementeren: ontwikkelopgave - We verbeteren het implementeren van verandering/verbetering. Hiervoor gebruiken we de bestaande overlegstructuur. Voorstellen tot verbetering worden uitgewerkt in de thematafels en voorgelegd aan het Beleidsoverleg en de LOT. - Op zowel de LOT als in het Bestuurlijk Overleg Zorgaanbieders zijn de (tussentijdse) resultaten van verbeteringen een vast agendapunt.
3.4 Jeugdigen groeien op in hun eigen omgeving en bij voorkeur ‘thuis’ Wat willen we bereiken? We willen dat jeugdigen opgroeien en zich ontwikkelen in hun eigen omgeving. Als zij extra ondersteuning nodig hebben dan regelen we dat ‘dichtbij’: thuis, in de wijk, op school en zo gewoon mogelijk. Als thuis niet mogelijk is, organiseren we ondersteuning via pleegzorg, een gezinshuis of kleinschalige verblijfsvoorzieningen in de wijk/buurt. Waar richten we ons op? Een sterke thuisbasis met betrokken ouders is belangrijk, net als een sociaal netwerk, een stabiele financiële situatie, een veilige plek om te wonen en mogelijkheden om te ontwikkelen. Professionals die samenwerken vanuit deze context dichtbij een jeugdige kunnen vanuit een breed perspectief handelen. Voor een opgroeiend jeugdige is school een belangrijke plek voor ontwikkeling. Als er bij het opgroeien op school naast de inzet vanuit school extra zorg nodig is, bieden we die zorg op scholen in afstemming met alle partners en ouders. Waar schotten in regelgeving of financiering bestaan, zoeken we gezamenlijk naar een oplossing. De ontwikkeling naar kleinschalig verblijf is het afgelopen jaar duidelijker geworden. Samen met de regio Een 10 voor de jeugd geven we begin 2023 richting aan zorgaanbieders over wat we als gemeente verwachten van kleinschalige verblijfsvoorzieningen, dichtbij de omgeving van de jeugdige.
Welke ontwikkelopgave zien we? Aansluiting onderwijs-jeugdhulp ontwikkelopgave - We gaan samen met scholen, zorgaanbieders en andere partners toewerken naar een regionale aanpak rondom het collectief financieren van zorg in onderwijstijd. Dit doen we aan de hand van gezamenlijk commitment en gezamenlijke doelen. De vorm kan verschillen per onderwijssoort en doelgroep. We beginnen klein en leren van de bestaande initiatieven die we bij elkaar brengen. We zoeken hierbij verbinding met de regio Een 10 voor de jeugd.
3.5 Jeugdigen krijgen de juiste hulp op maat Wat willen we bereiken? Tijdige en passende hulp betekent dat er maatwerk geboden wordt. Dit geldt net zo goed voor jeugdigen en gezinnen met een hulpvraag die inzet vraagt vanuit verschillende sectoren, domeinen of wetten. Toegangsteams bouwen voort op wat eventueel door andere professionals, zoals jeugdgezondheidszorg, huisarts, GI (Gecertificeerde Instelling) of aanbieder, reeds is vastgesteld en geprobeerd. Zorgaanbieders op hun beurt bouwen voort op wat de lokale toegang of de verwijzer heeft aangegeven. Gesprekken hierover met elkaar worden open en zonder oordeel gevoerd. Er wordt integraal samengewerkt om te komen tot een goede analyse en de juiste zorginzet. Door samen te werken maken we optimaal gebruik van ieders expertise. Waar richten we ons op? De verwijzers spelen een cruciale rol in het bieden van de juiste hulp op maat. Naast de gemeentelijke toegang zijn de verwijzers naar jeugdhulp op grond van de jeugdwet: huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, rechters, jeugdbeschermers en jeugdreclassering. Zij moeten met elkaar en met diverse partijen in het zorgveld samenwerken. Dit is voor alle jeugdigen van belang, maar zeker als
12 Regiovisie
het complexe problematiek betreft waarvoor verschillende vormen van ondersteuning naast elkaar of in het verlengde van elkaar nodig zijn of de jeugdige 18 jaar wordt. Scholen zien we als secundaire verwijzers. Zij verwijzen ouders en jeugdigen naar de verwijzers. Een goede samenwerking tussen scholen en verwijzers draagt bij aan het snel op de juiste plek zijn. Tenslotte moeten verwijzers goed op de hoogte zijn van het (lokale) preventieve aanbod, om hier optimaal gebruik van te kunnen maken. In een goede samenwerking tussen verwijzers, gemeentelijke toegang, aanbieders en preventief aanbod zien we kansen om de wachttijden te verminderen. Een sterke gemeentelijke toegang, waarin de vijf basisfuncties 1 op orde zijn, is van groot belang. Welke ontwikkelopgave zien we? Versterken lokale toegang ontwikkelopgave De lokale toegang moet sterk zijn op drie gebieden: a. Samenwerking: snel en effectief afstemmen met partners zoals aanbieders, voorliggend veld. Bekendheid met elkaars aanbod en elkaar weten te vinden. b. Kwaliteit: de vijf basisfuncties voor de toegang moeten op orde zijn, zoals opgenomen in de Norm voor Opdrachtgeverschap. c. Kwantiteit: de toegang heeft een cruciale rol. Als er bij de gemeentelijke toegang sprake is van wachttijd of onvoldoende capaciteit voor afstemming, komt snelle en passende ondersteuning aan gezinnen direct in het geding.
Overzicht van ontwikkelopgaves De vier ontwikkelopgaves zijn opgesteld op basis van input van gemeenten, verwijzers, aanbieders en gemeenteraadsleden. Deze onderwerpen staan centraal in wat Samen voor Jeugd de komende jaren oppakt. Het betreft: -
Normaliseren Samen leren, ontwikkelen én implementeren Aansluiting onderwijs-jeugdhulp Versterken lokale toegang
De eerste stap voor iedere ontwikkelopgave is het nader definiëren wat we er gezamenlijk onder verstaan, en welk aspect we als eerste een plek geven. Normaliseren doorkruist alle andere ontwikkelopgaves en wordt daarom als een van de eerste opgaves gestart.
4. Transformatie De ontwikkelopgaves uit hoofdstuk 3 gaan voornamelijk over de organisatie van de jeugdhulp. Samen voor Jeugd heeft daarnaast transformatiedoelen opgesteld. Deze doelen gaan over de inhoudelijke verandering van de jeugdhulp. De transformatiedoelen zijn: Thema ‘dichtbij’ 1. Meer individuele voorzieningen worden als basis- of collectieve voorzieningen ingezet 2. Verbeteren aansluiting jeugdhulp, onderwijs en kinderopvang Thema ‘thuis’ 3. Meer kinderen groeien zo thuis mogelijk op in een veilige omgeving 4. Meer kinderen krijgen hulp in een veilige thuissituatie 5. Als thuis niet kan, dan verblijf meer dichtbij en kleinschaliger Thema ‘integraal’ 6. Betere doorgaande lijn van 18- naar 18+ 7. Meer afgestemde ondersteuning tussen verschillende sectoren, ook bij Crisis 8. Korte lijnen en samenwerking 1 De 5 basisfuncties van de lokale toegang, voortvloeiend uit de Norm voor Opdrachtgeverschap, zijn: veilige
leefomgeving, tijdig signaleren, vindbare en toegankelijke hulp, handelen met een brede blik, leren en verbeteren voor iedereen.
13 Regiovisie
Om beter richting te geven aan de transformatie, maken we bovenstaande doelstellingen SMART (Specifiek, Meetbaar, Realistisch, Acceptabel en Tijdgebonden). We verzamelen input en ervaringen uit het veld. In samenspraak met de verschillende stakeholders worden de doelstellingen verder ingevuld en SMART gemaakt. Het specifiek maken van deze doelstellingen betekent onder andere dat we aansluiten bij actuele ontwikkelingen die kenmerkend zijn voor onze regio. Hierbij valt te denken aan de toename van bevolkingsgroei in het algemeen, de toename van anderstaligen in onze regio vanwege de Brainport functie en actuele ambities op het gebied van jeugdhulp en onderwijs. Na het vaststellen van de SMART transformatiedoelen stellen we een innovatiebudget (inclusief beoordelingskader) beschikbaar. Op deze manier geven we richting aan de transformatie én ruimte om ideeën te implementeren. Zo sturen we op verandering en verbetering in de jeugdhulp. De SMART transformatiedoelen stellen we in 2023 op.
5. Monitoring De vier ontwikkelopgaves uit deze visie geven aan welke thema’s we de komende jaren met prioriteit oppakken. De leidende principes geven aan vanuit welke grondhouding we dit doen. Het concreet uitwerken van de ontwikkelopgaves wordt onderdeel van het Jaarplan Samen voor Jeugd. Zo borgen we dat hier aandacht en capaciteit voor beschikbaar is. Om zicht te houden op de inspanningen en effecten, is goede monitoring onmisbaar. De Regiovisie monitoren we kwalitatief en kwantitatief. Op inspanning en inhoud De voortgang van (de ontwikkelopgaves uit) de Regiovisie wordt als vast agendapunt belegd in de overlegstructuur van Samen voor Jeugd. De voortgang bespreken we op de Leer- en Ontwikkeltafel en twee maal per jaar in het Bestuurlijk Overleg Zorgaanbieders. De bespreking richt zich op de vraag welke inspanningen geleverd zijn, welke effecten en leerpunten we merken, en wat de volgende stappen moeten zijn. De inspanningen op de Regiovisie komen ook terug in het Jaarplan. Kwantitatief De cijfermatige monitoring van de Regiovisie wordt opgenomen in het lopende project ‘Data op Orde’. Dit project monitort trends en ontwikkelingen in onze regio, op het gebied van jeugdhulp. Zo houden we zicht op eventuele verschuivingen in het jeugdzorggebruik.
14 Regiovisie
Bijlage A: Governancestructuur Samen voor Jeugd
Besluitvorming in Samen voor Jeugd:
15 Regiovisie
Bijlage B: Regiovisie Bovenregionale Samenwerking 1. Inleiding / Afspraak NvO / leeswijzer De VNG heeft in het najaar van 2020 de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) vastgesteld. Met de NvO maken gemeenten afspraken binnen de jeugdregio en leggen deze samenwerking duurzaam vast. De afspraken in het kader van de NvO geven daarmee op langere termijn richting aan wat een jeugdhulpregio samen doet en hoe dit lokaal en bovenregionaal is verbonden. De ambitie is om samen met het jeugdveld een duurzame beweging in gang te zetten om kwalitatief goede, beschikbare en betaalbare hulp voor jeugdigen, ouders en gezin te borgen. In de NvO is de volgende afspraak in het kader van bovenregionale samenwerking opgenomen: Regio’s geven in hun regiovisie aan hoe en voor welke functies ze bovenregionaal samenwerken, met als doel dat deze bovenregionale functies beschikbaar blijven. De jeugdhulpregio Zuidoost-Brabant is één van de 42 jeugdzorgregio’s in Nederland en bestaat uit een tweetal regio’s, te weten ‘Samen voor Jeugd’ en ‘Een 10 voor de jeugd’. Deze twee regio’s pakken een aantal vraagstukken gezamenlijk op. Dit gaat met name om de wettelijke jeugdhulptaken; de taken die wettelijk gezien op niveau van een jeugdzorgregio moeten worden opgepakt. Dit doen de twee regio’s onder de noemer van ‘21 voor de Jeugd’ (21vdJ).
Jaarlijks wordt een werkplan 21voordeJeugd met daarin visie en ambities op deze samenwerking vastgesteld in de 21 gemeentelijke colleges. Dit stuk is input voor het hoofdstuk over de bovenregionale samenwerking in de Regiovisies van jeugdhulpregio’s Samen voor Jeugd en Een 10 voor de Jeugd (10vdJ). Het doel is om duidelijkheid te creëren over de taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot thema’s waarbij sprake is van bovenregionale samenwerking. 2. Niveaus van samenwerking Door de splitsing van de jeugdhulpregio’s Samen voor Jeugd en 10vdJ heeft (boven)regionale samenwerking een andere dimensie gekregen. Om duidelijkheid te scheppen over welk niveau het precies gaat worden de volgende begrippen voor samenwerkingsschaal gehanteerd: Regionaal Samenwerking op het niveau van de 10 gemeenten van jeugdhulpregio Samen voor Jeugd danwel de samenwerking van de 11 gemeenten van 10vdJ. Bi-regionaal (ZOB) Samenwerking op het niveau van de 21 gemeenten in Zuidoost Brabant. Bovenregionaal Samenwerking die de schaal van de 21 gemeenten in Zuidoost Brabant overstijgt. 3. Beleid De meeste vormen van jeugdhulp worden op regionaal niveau ingekocht (schaal 10vdJ of Samen voor Jeugd). Dit ligt in lijn met het beleidsmatige uitgangspunt om jeugdhulp zo lokaal als mogelijk te organiseren.
Voor het behoud van een aantal hoogspecialistische vormen van jeugdhulp is ook die regionale schaal te beperkt om de beschikbaarheid ervan te kunnen garanderen. Om de continuïteit van deze functies te waarborgen is er daarom bi-regionale samenwerking of bovenregionale samenwerking tussen jeugdregio’s nodig. Er is een aantal criteria op basis waarvan bepaald kan worden of bovenregionale samenwerking nodig is voor een specifieke functie. Deze criteria zijn: • Schaal: schaarste van het aanbod in relatie tot volume en kosten • Personeel: beschikbaar maken en behouden van professionals in een bepaald gebied • Kennis: beschikbaar maken en behouden van kennis over hoogspecialistische functies • Innovatie: waarborgen van continuïteit en kwaliteit van kennis en expertise in de toekomst
Samenwerking op de schaal van 21vdJ
In onze regio Zuidoost-Brabant hebben we al een aantal jaar overzicht over de inrichting van jeugdhulp, en hoe de taken belegd zijn op niveau van de gemeenten, de subregio’s en de regio van 21. Jeugdbescherming, Jeugdreclassering, Spoedeisende zorg, Veilig Thuis en JeugdzorgPlus wordt op schaal van 21 ingekocht en aangestuurd. Ook rondom crisishulp en coördinatie crisishulp wordt gezamenlijk opgetrokken. Aansluiting op de inkoop en aansturing vanuit de twee subregio’s (op schaal van 10 en schaal van 11) is geborgd. Inhoudelijk is de visie en het werkplan 21voordeJeugd al vanaf 2012 de basis waarop de 21 gemeenten in Zuidoost Brabant samenwerken bij de jeugdhulp. De regionale samenwerking richt zich vanaf 2020 vooral op de drang en dwang (wettelijke taak om dit op jeugdzorgregio-niveau te doen). Daarnaast is er nog een aantal taken die tijdelijk of deels op de schaal van 21 opgepakt worden. De samenwerking richt zich de op: 1. Uitvoering drang en dwang (veiligheid, JeugdzorgPlus); 2. Gezamenlijke visie en strategische agenda formuleren in de transformatieopgave van wettelijke regionale vraagstukken 3. Zo nodig bestuurlijke afstemming organiseren tussen bestuurders van de twee subregio’s vanuit strategisch belang richting landelijke ontwikkelingen.
De samenwerking op schaal van de 21 gemeenten richt zich inhoudelijk op de volgende onderwerpen: JeugdzorgPlus; de gesloten residentiele jeugdzorg. Veiligheid; dit omvat afspraken Veilig Thuis, Jeugdbescherming& Jeugdreclassering en het overleg met de keten. Daarnaast bestaat er in onze regio het overleg ‘De Beschermtafel’; een casusoverleg vóór overgegaan wordt op een gedwongen maatregel.
16 Regiovisie
Expertteam; een casusteam dat zoekt naar passende hulp voor álle jeugdigen, ongeacht de complexiteit van de zorgvraag en wachtlijsten bij aanbieders Coördinatie crisishulp; om er zorg voor te dragen dat er in iedere (crisis)situatie een plek is voor een jeugdige, werken instellingen samen en wordt de spoedhulp gecoördineerd. Dit wordt tot de nieuwe inkoopafspraken per 2022 vanuit 21voordejeugd geregeld. Ook na 2022 werken de 21 gemeenten samen rondom (coördinatie) crisishulp. Regionale bijeenkomsten op de schaal van 21; om op regionaal niveau een netwerkfunctie vorm te kunnen geven en kennis en ervaring te delen (tussen gemeenten en regionale Jeugdhulporganisaties), worden er diverse regionale bijeenkomsten georganiseerd en ondersteund. Onder meer: de jaarlijkse 21VoordeJeugdDag, de Aan Tafel Sessies en diverse (ad hoc) bijeenkomsten op initiatief vanuit ministerie en VNG. Verdere invulling hiervan staat in het Werkplan 21VoordeJeugd.
Transformatie
Ook in het bovenregionale veld is het doel om de komende jaren verder te transformeren. Van aanbieders wordt onder meer gevraagd om - waar mogelijk - behandelingen te verkorten, te ambulantiseren, samen te werken en waar dat kan aan te sluiten bij lokale ketens en de toegang. Ook is het nodig dat kennis en expertise lokaal beschikbaar gesteld wordt, onder meer voor preventie en vroegsignalering. Deze veranderingen vormen een complexe opgave, waarvoor gedeeld commitment, tijd en voldoende middelen van belang is. Tegelijk vormen deze voorzieningen de meest schaarse en gespecialiseerde hulp en is dus voorzichtigheid in de contractering op zijn plaats. Het is belangrijk dat er een goede aansluiting is tussen het bovenregionale aanbod en het lokale veld. Het verbinden van de bovenregionale functies door werkprocessen of financieringsconstructen alleen is niet genoeg. De sleutel tot succes zit hier in de samenwerking tussen mensen. Hierbij is vooral belangrijk dat er stabiele relaties tussen medewerkers uit de lokale teams en de bovenregionale aanbieders ontstaan. 4. Zorgvormen en invulling samenwerking Bij zorgvormen waar sprake is van bi-regionaal (ZOB) of bovenregionale samenwerking wordt onderscheid gemaakt tussen samenwerking bij: 1.
Het organiseren van een functie in het zorglandschap
2.
Het organiseren van aanbod
3.
De toeleiding naar zorg /samenwerking in de toegang
4.
Kennis en expertise
Het gaat hierbij om specialistische jeugdhulp die aanwezig dient te zijn in de jeugdzorgregio zoals: Crisis en Spoedeisende zorg (o.a. ambulancefunctie) Jeugdbescherming en jeugdreclassering Veilig Thuis Het gaat hierbij om specialistische jeugdhulp, maar zó specialistisch en soms ook zo weinig voorkomend dat dit op een groter niveau dan de jeugdzorgregio georganiseerd en aangeboden wordt. Voorbeelden: JeugdzorgPlus Forensische jeugdhulp Verslavingszorg Langdurig wonen Moeder Kind Huizen Orthopsychiatrie Genderklinieken Eetstoornissen Intramurale gezinsbehandelingen
Het gaat hier om casusoverleggen die ervoor zorgen dat iedereen op de juiste manier de juiste hulpvorm kan krijgen. De casus overleggen die complexe problematiek betreffen (melding bij de RvdK, JZ+ en complexe problematiek) zijn regionaal opgezet. Regionaal expertteam Beschermtafel Civiel trajectberaad
Het gaat hier om het op bi-regionaal niveau faciliteren van kennis en expertise uitwisseling om het zorglandschap op peil te kunnen houden. Bovenregionaal expertisecentrum (BEN) Kennisdeel- en uitwisselingsfunctie
17 Regiovisie
Invulling samenwerking
Positie van de regio ten opzichte van andere regio’s is per thema en zelfs per zorgvorm verschillend. De regio werkt bij alle bovenregionale vormen van jeugdhulp samen met de andere regio in Zuidoost-Brabant. Bij gezamenlijke inkoop (bi-regionaal en bovenregionaal) ligt een gezamenlijke visie ten grondslag. Afstemming gebeurt binnen een lichte governancevorm. Op bi-regionaal niveau vindt gezamenlijke inkoop plaats, vastgelegd in een overeenkomst (DVO21). Het regionaal inkoopteam maakt gebruik van input vanuit beleid, inkoop en contractmanagement bij nieuw in te kopen Jeugdhulp.
1.
Organiseren van een functie
Thema Spoedeisende zorg: ambulance-functie (24/7 bereikbaarheid, triagefunctie) Jeugdbescherming en jeugdreclassering
Beleid Bi-regionaal (ZOB) (ZOB)
Inkoop Bi-regionaal (ZOB), inkoop door Eindhoven
Leveranciersmanagement Bi-regionaal (ZOB), bij Eindhoven belegd
Bi-regionaal (ZOB)
Bi-regionaal (ZOB), bij Eindhoven belegd. Contractmanagement op brabantniveau afgestemd
Veilig Thuis
Bi-regionaal (ZOB)
Bi-regionaal (ZOB), inkoop door Eindhoven, contracten zijn gelijkgetrokken met heel Brabant Bi-regionaal (ZOB), inkoop door Eindh, samen met Helmond kartrekkende gemeente
2.
Bi-regionaal (ZOB), bij Eindhoven belegd
Organiseren van aanbod
Thema Crisis (vervolg op spoedeisende zorg): coördinatie en inzet crisishulp (ambulant en verblijf) JeugdzorgPlus
Bi-regionaal (ZOB)
Regionale inkoop, biregionale afstemming
Leveranciersmanagem ent Regionaal en biregionaal
Bi-regionaal (ZOB) en bovenregionaal
Bovenregionaal (Landsdeel Zuidoost), Roermond is penvoerder
Bovenregionaal (Landsdeel Zuidoost), Roermond voert leveranciersmgt
Forensische jeugdhulp
Bovenregionaal (bij voorkeur op niveau van arrondissement)
Bovenregionaal (bij voorkeur op niveau van arrondissement)
Bovenregionaal (bij voorkeur op niveau van arrondissement)
Verslavingszorg
Regionaal
Regionaal (via maatwerkcontracten)
Regionaal
Langdurig wonen
Regionaal
Bi-regionaal (ZOB) (in ontwikkeling)
Bi-regionaal (ZOB) (in ontwikkeling)
Bi-regionaal (ZOB) (in ontwikkeling)
Moeder Kind Huizen
Regionaal
Regionaal
Regionaal
Eetstoornisklinieken
Regionaal
Regionaal
Regionaal
Intensief ambulant aanbod ter vervanging van intramuraal
Regionaal
Regionaal, biregionale afstemming
Regionaal
Orthopsychiatrie
Regionaal
Landelijk opgestelde raamcontracten
Regionaal
Genderklinieken
Regionaal
Regionaal
Intramurale gezinsbehandeling
Regionaal
Landelijk opgestelde raamcontracten Landelijk opgestelde raamcontracten
3.
Beleid
Inkoop
Regionaal
Samenwerking in de toegang
Thema Regionaal Expertteam
Beleid Bi-regionaal (ZOB)
Inkoop Bi-regionaal (ZOB)
Leveranciersmanagement Bi-regionaal (ZOB)
Beschermtafel
Bi-regionaal (ZOB)
Bi-regionaal (ZOB)
Bi-regionaal (ZOB)
Civiel Trajectberaad
Bi-regionaal (ZOB)
Bi-regionaal (ZOB)
Bi-regionaal (ZOB)
18 Regiovisie
4.
Kennis en expertise
Thema Bovenregionaal Expertisenetwerk
Beleid Bovenregionaal (Brabant, Zeeland) met input biregionaal
Inkoop Bovenregionaal (Brabant, Zeeland)
Leveranciersmanagement Bovenregionaal (Brabant, Zeeland). Eindhoven is coördinerende gemeente
Kennisdeel functie
Bi-regionaal (ZOB)
Bi-regionaal (ZOB)
Bi-regionaal (ZOB)
Regionaal Expert Team en Bovenregionaal Expertisenetwerk Brabant/Zeeland
De regio heeft, vanuit haar verantwoordelijkheid passende jeugdhulp te bieden, een Bovenregionaal ExpertiseNetwerk Brabant/Zeeland (BEN) en neemt haar verantwoordelijkheid deze werkwijze te blijven door ontwikkelen. De regio werkt bi-regionaal samen in het Regionaal Expertteam (RET ZOB) voor jongeren met meervoudige en complexe problematiek. Binnen dit Regionaal Expertteam en dit Bovenregionaal Expertisenetwerk waarvan respectievelijk 21voordeJeugd en Eindhoven als coördinerende gemeente de opdrachtgevende rol vervullen, krijgen de functies consultatie, organisatie van hulp en kennisontwikkeling, gestalte.
Doorontwikkeling zorglandschap
De verantwoordelijkheid voor het inventariseren van lacunes in het zorglandschap is belegd bij het BEN Brabant /Zeeland. De input daarvoor wordt onder meer geleverd vanuit het RET ZOB. Een goede binding tussen het expertteam en de DVO21 is noodzakelijk om invulling te geven aan het opdrachtgeverschap van de bi-regionale samenwerking. Het BEN Brabant Zeeland wordt uitgevoerd vanuit Eindhoven. Vanuit het BEN wordt input uit de regio opgehaald en terug gecommuniceerd. Met het RET ZOB bestaat een intensievere samenwerkingsvorm. 5 Organisatie en governance De NvO stelt eisen aan de regionale governance. Aan bovenregionale samenwerking (bi- en bovenregionaal) worden geen specifieke eisen met betrekking tot governance gesteld. De bi-regionale samenwerking is op het gebied van governance tot op heden geregeld binnen de 21voordeJeugd, middels de DVO21. De DVO21 is een overeenkomst die de gemeente Eindhoven sluit met de overige gemeenten om de inkoop en contractmanagement van de bi-regionale jeugdhulp uit te voeren. De DVO21 is een vehikel om de eerder besproken thema’s samen vorm te kunnen geven. Het is denkbaar dat de scope van de bi- en bovenregionale samenwerking in de komende jaren verschuift. Om deze reden is het wenselijk dat het werkplan 21voordeJeugd en de nieuwe DVO hier ruimte voor bieden.
Dit vraagt om een flexibele DVO waarbij ruimte is om thema’s in de loop van de tijd toe te voegen of weg te halen.
Accounthouderschap
De regio Zuidoost-Brabant is accounthoudende regio voor een aantal zorgaanbieders. Deze verantwoordelijkheid betekent dat de regio, -behoudens de eigen verantwoordelijkheid van een aanbieder zorg te dragen voor een adequate bedrijfsvoering-, zicht houdt op de financiële en organisatorische ontwikkeling van deze aanbieder en daartoe periodiek overleg heeft met die aanbieder. Indien noodzakelijk roepen de accounthoudende regio’s en de betrokken aanbieder andere regio’s bij elkaar. Het accounthouderschap wordt gebaseerd op de hoeveelheid cliënten vanuit een regio die gebruik maken van die aanbieder. In onze regio ligt het accounthouderschap in de regio voor de GI Jeugd Veilig Verder, BJ Brabant en de Combinatie Jeugdzorg. 6
Doorontwikkeling bi- en bovenregionale samenwerking
In gesprek blijven over zorgvormen
De regio werkt bij alle bovenregionale vormen van jeugdhulp samen met de andere regio in Zuidoost-Brabant. Afstemming tussen beide regio’s gebeurt intensief, binnen een lichte governancevorm. Het gesprek over hulpvormen en op welk niveau dit het beste georganiseerd kan worden moet continu blijven bestaan. We kijken steeds of er zorgonderdelen zijn waarbij het kwalitatief en financieel beter is om het op bi-regionaal niveau in te kopen. Daarvoor is een flexibele organisatie nodig.
Flexibele organisatie
De bi- en regionale organisatie moet zó ingericht zijn dat op het moment dat besloten wordt dat zorgvormen bijvoorbeeld van regionaal naar bi-regionaal worden opgepakt, dit binnen de structuren van DVO en samenwerking kan. Op bi-regionaal niveau is er een gezamenlijke inkoop, vastgelegd in een overeenkomst (DVO21). Het regionaal inkoopteam maakt gebruik van input vanuit beleid, inkoop en contractmanagement bij nieuw in te kopen Jeugdhulp. Op deze manier kan op alle niveaus snel geschakeld worden.
19 Regiovisie
20 Regiovisie