Bijlage 1 - Overdrachtsdocument 2026
Tekst van het document
esp
Lijst met afgestemde onderwerpen = groen Afgestemde onderwerpen niet-openbaar = geel
Inhoudsopgave
Programma 1 Klimaat en weer
3
Programma 2a Ondernemende stad
17
Programma 2b Onderwijs
28
Programma 2c Sociale stad
29
Programma 3a Woningbouw en fijne wijken
40
Programma 3b Bereikbaarheid
56
Programma 4 Veilige wijken
63
Programma 5 Levendige stad
67
Programma 6 Organisatie
74
Resultaten UPBA Samen Morgen Mooier Maken
87
2
Programma 1 Klimaat en weer 1.1 Klimaat Programmaonderdeel
Klimaat en weer - Klimaat
Onderwerp
Betaalbaarheid warmtetransitie: iedereen mee vs. haalbare business cases Besluitvorming
Status Omschrijving
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
Het beperken van de energievraag voor warmte en het benutten van duurzame warmtebronnen is gunstig voor de energietransitie en het elektriciteitsnet voor Nederland als geheel. Voor een versnelling in de warmtetransitie is echter meer vertrouwen in collectieve warmtevoorzieningen nodig. Dit raakt de uitvoering van het Warmteprogramma 2026-2030. Er is momenteel voor veel inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren geen prikkel om zich aan te sluiten op een warmtenet. De huidige situatie - niets doen en op aardgas blijven - is op de korte termijn financieel aantrekkelijker. Zonder breed draagvlak en grote overstapbereidheid komen collectieve oplossingen niet van grond. Voor het winnen van vertrouwen is een betaalbaar aanbod van een publiek warmtebedrijf (in ons geval Eindhoven Energie BV) een voorwaarde. Dit kan enkel door collectieve warmte aantrekkelijk te maken voor de eindgebruiker ten opzichte van de alternatieven, ofwel relatieve betaalbaarheid te garanderen. Een landelijk betaalbaarheidskader voor collectieve warmte ontbreekt en de kostensystematiek van ACM leidt niet tot aantrekkelijke energielasten voor de eindgebruiker. Politiek-bestuurlijk afbreukrisico / te maken strategische keuze
Huidige poho(s)
We gaan (tijdelijke) lokale kaders ontwikkelen met als uitgangspunt dat uitvoering van de lopende aardgasvrij-projecten met een n.t.b. omvang gepaard gaat met leergeld voor rekening van de gemeente. • Er worden vier scenario's uitgewerkt i.s.m. de G4. De financiële consequenties kunnen aanzienlijk zijn; denk aan maximaal €20.000 per aansluitende woning. Rijksmiddelen en subsidies dekken dit maar ten dele. (heeft relatie met Proeftuinen aardgasvrij 't Ven Lievendaal en Eindhoven Noordoost). Rik Thijs
Programmaonderdeel
Klimaat en weer: Klimaat
Onderwerp
Investeringen infra: Ontwikkeling warmtenetten
Status
Voorbereiding
Omschrijving
Reden opname
De ontwikkeling van gecentraliseerde warmtenetten is essentieel. De gemeente heeft een publiek energiebedrijf Eindhoven Energie opgericht waar een verdere investerings- en financieringsstrategie wordt uitgewerkt in samenwerking met de EIB. Wanneer de raad op 10 maart 2026 akkoord gaat, kan EE voor warmteprojecten in de komende tien jaar rekenen op: • € 8.500.000,- ten behoeve van het ontwikkelen van de startportefeuille; • € 6.770.000,- voor de ontwikkelportefeuille; • € 910.000,- ten behoeve van de ontwikkeling van het Warmtenet Hudsonlaan; • € 18.000.000,- in de vorm van een kapitaalgarantie gedurende de periode 2025-2032, bestemd voor het in ontwikkeling nemen van concrete projecten. Majeure ontwikkeling / te maken strategische keuze
Bestuurlijke aandachtspunten Huidige poho(s)
Operationeel maken van de gemeentelijke rol in opwek, distributie en tarieven onder de vlag van Eindhoven Energie. Rik Thijs
3
Programmaonderdeel
Klimaat en Weer - Klimaat
Onderwerp
Investeringen infra: Proeftuinen aardgasvrij 't Ven Lievendaal en Eindhoven Noordoost Besluitvorming
Status Omschrijving
Huidige poho(s)
In het Warmteprogramma 2026-2030 is ‘we halen het maximale uit onze proeftuinen’, één van richtinggevende uitgangspunten. Sinds 2018 zijn de buurten 't Ven en Lievendaal een proeftuin aardgasvrij van Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) met rijksbijdrage van € 4,65 mln. Binnen het project zijn een zonnecollector onder een korfbalveld en een warmteen koudeopslag gerealiseerd. Hiermee kunnen 200+ woningen via een warmtenet worden verwarmd en bij uitbreiding nog eens 400 woningen. Sinds 2022 zijn ook 500 woningen in de Generalenbuurt een proeftuin aardgasvrij van NPLW met rijksbijdrage van €5,986 mln. De proeftuin is uitgebreid tot project Aardgasvrij Noordoost omdat de RWZI die dient als warmtebron in potentie circa 10.000 woningen zou kunnen voorzien van warmte. De rioolwaterzuiveringsinstallatie voor 8.000-11.000 woningen. Er zijn diverse schetsontwerpen en businesscases ontwikkeld. We onderzoeken samen met Woonbedrijf of de flats aan de Hudsonlaan al in 2026 aardgasvrij kunnen worden. Hiervoor zijn definitief ontwerp en businesscase van Eindhoven Energie BV in de maak. Samen met Woonbedrijf werken we aan het aardgasvrij maken van de flats aan de Hudsonlaan, waarmee de eerste 366 woningen van het aardgas af worden gehaald. Hiervoor zijn definitief ontwerp en businesscase inmiddels aangeboden aan de raad van Eindhoven Energie BV in de maak.
In een volgende fase kijken we of ook grondgebonden woningen in Oude Toren kunnen worden aangesloten op het warmtenet. De businesscase hiervoor moet nog worden opgesteld. Naast deze proeftuinen worden in het warmteprogramma nog 6 andere gebiedsgerichte aanpakken geprioriteerd, waarvan 5 met collectieve warmtevoorzieningen. Majeure ontwikkeling / significante risico's / politiekbestuurlijk afbreukrisico / te maken strategische keuze / afspraak raad • De warmtenetten en de ontsluiting van de duurzame warmtebronnen in deze proeftuinen aardgasvrij vraagt om investeringsbesluiten van de raad om realisatie door Eindhoven Energie BV mogelijk te maken. • Rijksmiddelen kennen een deadline en er zijn landelijk slechts 66 proeftuinen. (heeft relatie met betaalbaarheid warmtetransitie: Iedereen mee vs. haalbare business cases) Rik Thijs
Programmaonderdeel
Klimaat en weer: Klimaat
Onderwerp
Investeringen infra: Waterstofnetwerk
Status
Voorbereiding
Omschrijving
De oplevering van de tracé-studie in april 2025 markeerde een belangrijke mijlpaal richting de ontwikkeling van een duurzame waterstofinfrastructuur in de regio Eindhoven. De realisatie van deze waterstofinfrastructuur is een zeer belangrijk bouwblok om onze lokale klimaatdoelstellingen te halen (klimaatverordening 2016). De focus zal in de voorbereiding liggen op verdere analyses, stakeholdergesprekken en daarna de concretisering van ontwerp- en vergunningsprocedures. Met een gezamenlijke inzet van publieke en private partijen zet de Brainportregio opnieuw een stap in de richting van een toekomstbestendige energievoorziening in de regio Eindhoven. Voor elk tracé zijn de verwachte aanlegkosten en technische uitdagingen in kaart gebracht. Ook is gekeken naar de vergunningen die nodig zijn voor het realiseren van het netwerk. De investeringskosten voor de realisatie van het volledige waterstofsysteem zal globaal zeker
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
4
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
meer dan 100 miljoen euro bedragen en de totale planning bedraagt circa 6 jaar. De verdeling van de aanloopkosten wordt in 2026 inzichtelijk wanneer duidelijk wordt welke bedrijven in welke gemeenten als eerste worden aangesloten. Majeure ontwikkeling / te maken strategische keuzes
1. Zekerheid over regionale vraag en businesscase: Een lokaal
Huidige poho(s)
netwerk is alleen haalbaar als er voldoende, stabiele vraag is bij industrie, mobiliteit. Dat is nu nog onzeker en beïnvloedt de financiering en fasering. 2. Samenwerking en rolverdeling tussen publieke en private partijen: Succes vereist commitment van producenten, afnemers, gemeenten, provincie, netbeheerders en Hynetwork/Gasunie. Duidelijkheid over verantwoordelijkheden en governance is essentieel. 3. Ruimtelijke inpassing, procedures en participatie: Ruimtelijke procedures en vergunningen zijn complex en tijdrovend. Vroege participatie, transparantie en ruimtelijke afstemming zijn cruciaal, mede gezien veiligheidseisen en beperkingen bij hergebruik van leidingen. 4. Financiële risico’s en afhankelijkheid van subsidies en regelgeving: Er zijn grote onzekerheden rond kosten, tariefstructuren, subsidies en marktordening, die zich nog volop ontwikkelen in 2026. Dat vraagt actief risicomanagement en bestuurlijke keuzes over investeringsbereidheid. Rik Thijs
Programmaonderdeel
Klimaat en weer - Klimaat
Onderwerp
Aanpak netcongestie: Bovenlokale samenwerking en versnelling
Status
Voorbereiding & uitvoering
Omschrijving
De regio kampt met een vol elektriciteitsnet, wat de schaalsprong belemmert. Dit heeft een grote maatschappelijke impact, waardoor o.a. woningbouw, verduurzaming van de gebouwde omgeving en het bedrijfsleven en de omschakeling naar elektrisch vervoer in de knel komt. De situatie blijft zeker tot 2033 zorgwekkend. Dat maakt dat de regio de komende jaren 1) waar mogelijk versnelt met de realisatie van energie infrastructuur en 2) bewust moet omgaan met de schaarse transportcapaciteit op het elektriciteitsnet. Samen met partners wordt ingezet op een versnellingsaanpak met het Rijk voor de Brainportregio. Significante risico's
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten Huidige poho(s)
Grote uitbreidingprojecten energie-infra en bijhorend versnellingsbudget; prioritering in projecten woningbouw/economie/voorzieningen; samenwerking netbeheerders Enexis/TenneT, verankering thema in afspraken met het Rijk (o.a. BO Brainport) Rik Thijs
Programmaonderdeel
Klimaat en Weer: Klimaat
Onderwerp
Aanpak netcongestie: Hoogspanningsprojecten Eindhoven
Status
Uitvoering
Omschrijving
TenneT voert meerdere hoogspanningsprojecten uit, waaronder uitbreiding van het 380 kV-net Maasbracht–Eindhoven, nieuwe 150 kVverbindingen (Eindhoven-Zuid–Hapert) en een nieuw hoogspanningsstation Eindhoven-Zuid (gereed 2028). Deze projecten zijn cruciaal voor leveringszekerheid en energietransitie. Majeure ontwikkeling / significante risico's / politiek-bestuurlijk afbreukrisico Realisatie is afhankelijk van vergunningen en tracékeuzes. Vertraging kan leiden tot ernstige netcongestie en economische schade. Intensieve samenwerking met Tennet provincie en gemeenten is vereist. Omgevingsmanagement (communicatie & participatie) is een belangrijk aandachtspunt in deze ontwikkelingen.
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
5
Huidige poho(s)
Rik Thijs
Programmaonderdeel
Klimaat en Weer: Klimaat
Onderwerp
Aanpak netcongestie: Middenspanning en laagspanning – Buurtaanpak Enexis Uitvoering
Status Omschrijving
Huidige poho(s)
Enexis versterkt het middenspannings- en laagspanningsnet in Eindhoven via een buurtaanpak. Tot 2045 worden circa 108 buurten aangepakt. Voorbeeld: Blixembosch-West (2025–2026) met zes nieuwe transformatorhuisjes en kabelverzwaring. Majeure ontwikkeling / significante risico's / politiek-bestuurlijk afbreukrisico Planning loopt tot 2045, maar vertraging kan woningbouw (100.000 woningen) en mobiliteitsdoelen hinderen. Intensieve samenwerking met Enexis, gemeente en projectontwikkelaars is vereist. Voor de blauwdruk voor de participatie-aanpak van all-electric wijken, waarvan Blixembosch de eerste is, zie bijgaande link recente raadsbrief Raadsbrieven Raadsbrief Energietransitie: participatiestrategie eerste fase uitvoeringsplannen Warmteprogramma Gemeente Eindhoven Rik Thijs / Mieke Verhees
Programmaonderdeel
Klimaat en weer
Onderwerp
Aanpak netcongestie: nieuwe werklocaties BIC
Status
Voorbereiding
Omschrijving
Zowel op BIC Noord (ASML) als BIC2 worden grote campussen ontwikkeld. Deze moeten tijdig worden voorzien van een stroomaansluiting richting Enexis/TenneT station Best zodat ze per 2027/2028 operationeel kunnen zijn. Majeure ontwikkeling / politiek-bestuurlijk afbreukrisico
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten Huidige poho(s)
Er moet een gezamenlijke planning worden gehanteerd met intensieve samenwerking met ASML, Enexis enzovoort. Daarbij is het op tijd prioriteit krijgen bij Enexis (conform het nieuwe ACM prioriteringskader) een must om per 2027 operationeel te kunnen zijn op BIC Noord. Jeroen Dijsselbloem / Rik Thijs / Stijn Steenbakkers
Programmaonderdeel
Klimaat en weer - Klimaat
Onderwerp
Circulaire stad: economie, bouw en consumenten aanpak
Status
Uitvoering
Omschrijving
Onder meer in de Omgevingsvisie en het klimaatplan zijn ambities geformuleerd met als doel een volledig circulaire stad in 2050. Te maken strategische keuze / afspraak raad
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
Huidige poho(s)
De ambities uit het Klimaatplan op het gebied van circulariteit moeten de komende jaren verder concreet handen en voeten krijgen. Gemeenten zijn voor een circulaire economie sterk afhankelijk van wet- en regelgeving door het Rijk. Zo vertalen we ambities en kaders zoveel mogelijk in lijn met landelijke ontwikkelingen naar uitgangspunten voor gebieden in ontwikkeling in de stad. Daarnaast wordt er intensief samengewerkt met stakeholders in de stad om lokale en regionale bewegingen in de transitie op gang te brengen. Zoals met woningcorporaties in het Duurzaamheidspact tav biobased bouwen, met ondernemers op De Hurk, en met kringloopwinkels en repair cafés in campagnes. Tot slot zetten we in op het circulair maken van de eigen organisatie en nemen we een voorbeeldrol door onze leveranciers uit te dagen. Rik Thijs
Programmaonderdeel
Klimaat en Weer - Klimaat
Onderwerp
Warmteprogramma
6
Status
Uitvoering
Omschrijving
In december 2025 is het Warmteprogramma 2026-2030 vastgesteld. Dit is een verplicht programma binnen de Omgevingswet en het sturingsinstrument voor de lokale regierol in de warmtetransitie (volgens nieuwe wetgeving Wgiw en Wcw). Bovendien vormt het warmteprogramma de basis voor het inzetten van de aanwijsbevoegdheid en het beëindigen van de aardgaslevering via Omgevingsplan. Het warmteprogramma kijkt 5+5 jaar vooruit en gaat in op hoe de stad, op basis van 10 richtinggevende uitgangspunten, van aardgas overgaat op duurzame energie om woningen en gebouwen te verwarmen, te koken en warm water te krijgen. Per gebied is benoemd welke oplossing (collectieve warmtevoorziening of individuele all electric oplossing) wanneer wordt beoogd, zodat inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren handelingsperspectief hebben.
Reden opname
Significante risico's / politiek-bestuurlijk afbreukrisico
Bestuurlijke aandachtspunten
•
• •
Warmteprogramma krijgt uitvoering via gebiedsgerichte aanpak, aanpak energie- en warmtegemeenschappen, koelte aanpak, stadsbrede energiebesparingsaanpak en energiehuis en aanpak energiearmoede. Uitvoeringskosten zijn nog niet volledig gedekt. Dit is exclusief investeringen Eindhoven Energie BV. (zie ook format warmtenetten) Betaalbaarheid collectieve warmteoplossing voor de inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren afhankelijkheid van rijksmiddelen en subsidies.
Huidige poho(s)
Rik Thijs
Programmaonderdeel
Klimaat en weer - Klimaat
Onderwerp
Opbouw Projectportfolio Eindhoven Energie en professionaliseren toezicht Besluitvorming
Status Omschrijving
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
De komende jaren zal Energie Eindhoven gestaag werken aan het uitbreiden van het projectportfolio. Naast de realisatie van de ontwikkeling van het warmtenet Hudsonlaan en het buurtwarmtecentrum (besluitvorming raad: 10 maart), staan dit jaar de overname van het Warmtenet Meerhoven en de WKO Mercado en Vredesplein op de planning. Daarnaast wordt gestart met de ontwikkeling van een collectief warmtenet in Fellenoord en de warmteprojecten voor het Stadhuisplein (Smart Thermisch Grid), Groot Gestel en Stadshart Woensel. Voor een deel van deze projecten wordt nog in de tweede helft van 2026 een eerste investeringsbesluit verwacht. Afspraak raad
Huidige poho(s)
Risicobeheersing ten aanzien van de waardevastheid van de in te brengen kapitaalinjecties en een beheersbare span of control voor het warmtebedrijf. Voor een adequaat en professioneel toezicht op de bedrijfsvoering van Eindhoven Energie en de projecten in het bijzonder, is de aanstelling van een Raad van Toezicht in voorbereiding. Het principebesluit hierover is op 20 januari 2026 reeds in het college genomen en op 22 januari 2026 in de AVA bevestigd. Eind 2026 zal het college in haar rol van aandeelhouder/eigenaar een formeel benoemingsbesluit moeten nemen over de bemensing van de RvC. Aandachtspunt is de kwaliteit van de kandidaten en de competenties/aandachtsgebieden van de RvC als geheel. Rik Thijs / Remco van Dooren
Programmaonderdeel
Klimaat en weer - Klimaat
Onderwerp
Energiebesparingsaanpak
Status
Uitvoering
7
Omschrijving
Huidige poho(s)
De energiebesparingsaanpak is onderdeel van het Warmteprogramma 2026-2030 en o.a. het richtinggevende uitgangspunt ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen'. De aanpak bestaat uit een stadsbreed ondersteuningsaanbod voor alle inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren voor de komende 5 jaar. Doelen zijn CO₂-reductie, geen energiearmoede meer in 2035 en bijdragen aan bestaanszekerheid en gezondheid. De aanpak stimuleert energiebesparende keuzes en gedrag, ondersteunt isolatie en biedt handelingsperspectief op weg naar aardgasvrije lage temperatuur verwarming. We informeren, adviseren en ontzorgen vier doelgroepen: particuliere verhuurders en huurders, eigenaar-bewoners, utiliteit in de wijk en verenigingen van eigenaren. Voor huurders wordt samengewerkt met het Duurzaamheidspact. Er wordt met gemeentelijke middelen niet geïnvesteerd in andermans vastgoed (daarvoor zijn wel rijksmiddelen, soms via de gemeente, beschikbaar voor inwoners); er wordt vooral aangezet tot en ontzorgd met subsidies inzetten en het zelf investeren in een energiezuinig en toekomstbestendig gebouw. Significante risico's / politiek-bestuurlijk afbreukrisico / te maken strategische keuze / afspraak raad • Er is nog geen volledige dekking om alle benodigde maatregelen door te voeren om de beoogde CO₂reductie doelstelling 2030 te halen. Ook voor de aanpak energiearmoede ontbreekt dekking na 2027.
• De aanpak energiearmoede sluit aan op het beleidsplan Een Financieel Zeker Bestaan en het Warmteprogramma 2026-2030. Gemeentelijke inzet blijft noodzakelijk voor de vaak kwetsbare en moeilijk te bereiken inwoners. Ook in de landelijke lobby vraagt dit bestuurlijke aandacht (o.a. inzet Rijk met noodfonds). • Het gemeentelijke energiehuis dat in 2026 start om de uitvoering van de aanpak mee vorm te geven heeft nog geen structurele dekking. (heeft relatie met Warmteprogramma en Energiehuis) Rik Thijs (energiearmoede i.s.m. Saskia Lammers)
Programmaonderdeel
Klimaat en Weer - Klimaat
Onderwerp
Energiehuis
Status
Besluitvorming Het gemeentelijke energiehuis heeft als doel om inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren te ondersteunen in de warmtetransitie. Dit is onderdeel van het Warmteprogramma 20262030. Coaching, technisch, financieel en subsidie advies en waar mogelijk ontzorging voor energie besparen, isoleren, voorbereiding op laagtemperatuur verwarming, aansluiten op collectieve warmtevoorzieningen of individuele all electric oplossing. Beoogde fysieke locatie is winkelcentrum Woensel XL. Energiehuis start in Q1 2026 in een basis-variant en sluit aan op energiebesparende maatregelen en verduurzamingsadviezen die al beschikbaar zijn. Het energiehuis maakt gebruik van geleerde lessen van o.a. Positief Energie Café (i.s.m. Duurzaamheidspact) in Woensel Zuid rond het bereiken van kwetsbare inwoners en huishoudens in energiearmoede.
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
Omschrijving
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
Huidige poho(s)
Politiek-bestuurlijk afbreukrisico / te maken strategische keuze / afspraak raad • Energiehuis op fysieke locatie (beoogd in stadshart Woensel, Q2 2026) in de stad is in 2025 toegezegd aan de raad (behandeling Klimaatplan en raadsvoorstel Warmteprogramma) • Energiehuis kent alleen incidentele dekking voor 2026. Kosten lopen op tot €1-1,3 mln per jaar. • Zie ook raadsbrief 8098433_2_2_1_ Raadsbrief Oprichting Energiehuis en campagne energiebesparing Rik Thijs
8
Programmaonderdeel
Klimaat en weer - Klimaat
Onderwerp
Programma’s SVGG/SVV
Status
Zowel voorbereiding als besluitvorming en uitvoering.
Omschrijving
SVGG, STG Stadhuisplein: Dossier voor investeringen in de volgende fase van het Smart Thermisch Grid Stadhuisplein is in voorbereiding en hangt samen met het dossier investeringen vanuit het energiebedrijf. Gemeente wil voor de bouw het tracé STG aanleggen. Start realisatie eerste fases verwacht in Q1 2027. Overig SVGG (Slim Verduurzamen Gemeente Gebouwen): Het college heeft op 10 februari ingestemd met verlenging contract SVGG.
Reden opname
Slim Verduurzamen Vastgoed: • Verduurzaming Genneper Parken, dossier voor vaststelling en commitment bij ambitiedocument is in voorbereiding, verwacht eind Q1/Q2. • PowerNEST Stadhuistoren, afronding DO loopt, daarna dossier voor realisatie incl. investeringskrediet, planning voor de raad van mei. • Warmtenet De Kade, plan wordt aangepast n.a.v. actuele ontwikkelingen bij partijen in het gebied. Gesprekken daarvoor (o.a. met DAF) lopen al en laten veel potentie zien. • Verduurzaming Sportpark Eindhoven Noord, verkenning is afgerond. Vervolgstappen volgen n.a.v. besluiten door Sport en Vastgoed m.b.t. Ir. Ottenbad. • Ook in andere gebieden in de stad zien we kansen om stappen te maken. Bijvoorbeeld in de omgeving van/ rondom het Catherina ziekenhuis. De haalbaarheid van deze kansen gaan we onderzoeken. Majeure ontwikkeling / bestuurlijk afbreukrisico
Bestuurlijke aandachtspunten Huidige poho(s)
Diverse: financiën, risico’s, impact, etc.
Programmaonderdeel
Klimaat en weer - Klimaat
Onderwerp
Lobbyagenda Klimaat en Energie (ook i.r.t. Klimaatmissie)
Status
Voorbereiding
Omschrijving
Op 15 oktober 2025 ontvingen de gemeenten Eindhoven en Helmond van de Europese Commissie het label ‘Klimaatneutrale en Slimme Steden’. Deelname aan deze Europese missie helpt om sneller toe te werken naar een fossielvrije, circulaire en klimaatbestendige samenleving. Dit geeft Eindhoven toegang tot een Europees netwerk met inhoudelijke en financiële expertise. Er wordt gewerkt aan een heldere lobbystrategie voor klimaat en energie. De lobbystrategie is in ontwikkeling en wordt actueel gehouden om een coherente boodschap uit te dragen richting Rijk, Europa, provinciale en regionale partners. Inhoudelijke focus ligt op netcongestie, energietransitie, warmte en waterstof. Te maken strategische keuze
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten Huidige poho(s)
Rik Thijs
Zorgen voor voldoende verankering in de diverse relevante overlegstructuren zoals BO Brainport, BO MIRT, NMiek en op Europese trajecten zoals de klimaatmissie. Rik Thijs (i.o.m. Jeroen Dijsselbloem, Stijn Steenbakkers)
1.2 Groen
9
Programmaonderdeel
Klimaat en Weer - Groen
Onderwerp
Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie opstellen en vaststellen in 2026 met (hoofdonderwerpen: hitte, droogte, biodiversiteit en wateroverlast)
Status
Voorbereiding
Omschrijving
Het Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie (besluitvorming H2 2026) wordt nu opgesteld met input uit participatie, Het programma werkt de strategische keuzes uit de Omgevingsvisie uit en is richtinggevend voor de organisatie en stimulerend voor de stad.
Reden opname
majeure ontwikkeling / te maken strategische keuze / afspraak raad
Bestuurlijke aandachtspunten
Het omgevingsprogramma gaat ook in op de volgende ontwikkelingen/programma’s: • Water- en klimaatadaptatie Aanpak 2026-2032: het uitvoeringsprogramma WKA omvat gemeentelijke watertaken (watergerelateerde) klimaatadaptatie. De investeringen en exploitatie uit het WKA worden grotendeels betaald uit de rioolheffing. Vanuit gestegen kosten, toename en integraliteit van de opgaven en een inflatie-correctie voorzien we voor 2027 een keuze over de dekking van deze kosten. Mogelijkheden zijn het bijstellen van de ambities, een stijging van de rioolheffing of het organiseren van alternatieve dekking • Kaderrichtlijn Water: deze stelt Europese eisen aan de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater, die uiterlijk eind 2027 gehaald moeten zijn. Provincie en waterschap zijn primair verantwoordelijk; gemeenten dragen bij via verbetering van stadswateren en vermindering van overstorten en indirecte bedrijfslozingen. Eindhoven werkt hiervoor samen met partners (onder meer aan dossier Nyrstar). • Europese verordening voor natuurherstel en vervolg op beantwoording motie “Hoe beschermen we groen dat niet groen bestemd is”. Vanaf 2024 tot 2030 mag het groenareaal en boomkroonbedekking niet afnemen, vanaf 2030 dient het groenareaal en boomkroonbedekking worden vergroot en de kwaliteit van groen toe te nemen. De uitwerking door het Rijk wordt in Q3 2026 in concept duidelijk.
Naar verwachting gaat groen op particuliere grond even zwaar meetellen als groen in de openbare ruimte. • De herziene Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater is in 2024 in werking getreden en richt zich op verbetering van transparantie, waterkwaliteit en volksgezondheid. Voor gemeenten zijn vooral emissies uit het rioolstelsel en monitoring van overstorten en hemelwateruitlaten relevant. Het omgevingsprogramma bevat een actie-agenda/ uitvoeringsprogramma inclusief de benodigde middelen.
Huidige poho(s)
Rik Thijs
Programmaonderdeel
Klimaat en weer - Groen
Onderwerp
Groenplan Centrum
Status
Uitvoering
Omschrijving
Vanuit het Bestuursakkoord zijn middelen beschikbaar gesteld voor de vergroening van het centrum. Hierin zijn een aantal concrete projecten
10
gerealiseerd, een aantal projecten in uitvoering (Stadsdommel, Genderwig) en een aantal plannen gemaakt die nog verdere uitwerking vergen. Dit proces vraagt om een vervolg voor verdere uitvoering en aanvullende middelen voor locaties die nog niet zijn opgepakt. Daarnaast ligt er een grote uitdaging om de stad mee te krijgen in deze vergroeningsslag, met name bij het vergroenen van daken (Upside Park). Reden opname
Afspraak raad
Bestuurlijke aandachtspunten
• • •
Veel raakvlakken met andere projecten/ gebiedsontwikkelingen, vraagt veel afstemming Daardoor ook veel koppelkansen, dit vraagt om veel bestuurlijke en ambtelijke flexibiliteit Er ligt een grote opgave en kans in het vergroenen van daken (Upside Park), dit kan niet zonder medewerking van de stad
Huidige poho(s)
Rik Thijs
Programmaonderdeel
Klimaat en weer - Groen
Onderwerp
Groene wiggen, waaronder Genneper Parken, Karpen en Lichtbos
Status
Uitvoering (verdere ontwikkelingen in en rondom Genneper Parken en Lichtbos) en voorbereiding en Besluitvorming: keuzes in ontwikkeling Karpen
Omschrijving
De groene wiggen, waaronder Genneper Parken, Lichtbos en Karpen, vormen de belangrijkste structurerende elementen van het stedelijk groen. Ze verbinden de binnenstad met de omliggende landelijke gebieden en natuurgebieden. Dankzij hun hoogwaardige groenkwaliteit zijn deze wiggen een essentiële drager van een aantrekkelijk verblijf- en vestigingsklimaat. Daarnaast bieden ze, juist in een tijd waarin biodiversiteit onder druk staat, een robuuste zone waar ecosystemen zich kunnen ontwikkelen en waar planten- en diersoorten duurzaam kunnen floreren.
Reden opname
Te maken strategische keuze / afspraak raad
Bestuurlijke aandachtspunten
In 2021 stemde de gemeenteraad in met het inrichtingsplan voor de Genneper Parken. In februari 2024 stelde de raad vervolgens de ontwikkelingsvisie voor het Lichtbos vast. Voor de Karpen is enkele jaren geleden een ontwikkelvisie opgesteld. De afgelopen periode heeft dit echter minder aandacht gekregen door de focus op de Genneper Parken en het Lichtbos. In de komende bestuursperiode behoeft het uitvoeringsprogramma Genneper Parken nog doorzetting en is het wenselijk deze ontwikkelvisie opnieuw op te pakken en verder uit te werken tot een uitvoeringsprogramma, mede gezien de ontwikkelingen in KnoopXL, het Rijksmuseum en andere initiatieven.
Huidige poho(s)
Rik Thijs
Programmaonderdeel
Klimaat en weer - Groen
Onderwerp
Twee nieuwe parken (programma Stedelijke en Maatschappelijke voorzieningen) zoals Kanaalpark en centrum
Status
Voorbereiding
Omschrijving
Er is vanuit Programma Stedelijke en Maatschappelijke Voorzieningen gebleken dat minimaal twee nieuwe parken nodig zijn in het centrum. Eén locatie is al in beeld vanuit Groenplan Centrum: Kanaalpark. Dit
11
vraagt om verdere uitwerking en afstemming irt tot aangrenzende gebiedsontwikkeling (Kanaaldijk Zuid). Daarnaast dient een tweede locatie gevonden en mogelijk verworven te worden. Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
Majeure ontwikkeling / te maken strategische keuze •
Afstemming met gebiedsontwikkeling
• Ruimte is beperkt, realisatie vraagt mogelijk onconventionele oplossingen (strategische verwerving, realisatie vooruit laten lopen op gebiedsontwikkeling)
Huidige poho(s)
Rik Thijs
Programmaonderdeel
Klimaat en weer - Groen
Onderwerp
Soortenmanagementplan (SMP)
Status
Uitvoering
Omschrijving
Een soortenmanagementplan (SMP) is een gebiedsgericht plan waarin wordt vastlegt hoe beschermde plant- en diersoorten duurzaam beschermd en behouden blijven, terwijl ruimtelijke ontwikkelingen binnen dat gebied toch mogelijk blijven. Het onderzoeksplan voor het SMP is vastgesteld. De vervolgopdracht is geformuleerd en de samenwerking met ecologische adviesbureaus is voortgezet. Het ecologisch onderzoek start in 2026, waarbij de eerste helft van Eindhoven wordt onderzocht. Als grens van het onderzoeksgebied geldt de contour ‘stedelijk gebied’, zoals gehanteerd door de provincie Noord-Brabant. Hierna wordt de gebiedsgerichte omgevingsvergunning voor de flora- en fauna-activiteit aangevraagd. Het kan enkele weken tot enkele maanden duren voordat de omgevingsvergunning door de Omgevingsdienst Brabant Noord wordt verleend en in werking treedt. In 2027 wordt de andere helft van Eindhoven onderzocht, waarna een aanvulling op de omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Volgens de huidige planning kunnen ontwikkelingen die binnen de scope van het SMP vallen vanaf begin 2028 worden uitgevoerd onder de voorwaarden van de gebiedsgerichte omgevingsvergunning.
Reden opname
Majeure ontwikkeling en afspraak raad
Bestuurlijke aandachtspunten
Het (taakstellend) budget en de planning is mogelijk ontoereikend als de Omgevingsdienst Brabant Noord aanvullend onderzoek eist.
Huidige poho(s)
Rik Thijs
Programmaonderdeel
Klimaat en weer - Groen
Onderwerp
Hengelsport vergunning
Status
Voorbereiding
Omschrijving
Op 30 juni 2027 verloopt de huidige verhuur-overeenkomst visrechten. Deze dient van rechtswege voor 30 oktober 2026 opgezegd te worden als gemeente Eindhoven wijzigingen hierin aan wil brengen. Anders loopt deze automatisch door voor een periode van 6 jaar en is er pas in 2033 een mogelijkheid tot beëindigen van de overeenkomst of het stellen van andere voorwaarden in een nieuwe verhuurovereenkomst. Het nieuwe college neemt in 2026 een standpunt in en komt met een voorstel over de verhuur van visrechten als onderdeel van het dierenwelzijnsbeleid. Zowel een nieuwe overeenkomst, al dan niet met gewijzigde voorwaarden, als het stoppen van de verhuur van visrechten worden gewogen.
12
Reden opname
Strategische keuze/afspraak raad
Bestuurlijke aandachtspunten
Vanwege het aflopen van de verhuurovereenkomst visrechten moet het bestuur besluiten over een nieuwe overeenkomst of het stoppen met verhuur. Dit dossier is door de wethouder aangekondigd aan de Raad n.a.v. raadsvragen over hengelsport in relatie tot het dierenwelzijnsbeleid.
Huidige poho(s)
Rik Thijs
Programmaonderdeel
Klimaat en weer - Groen
Onderwerp
Uitvoeringsprogramma spelen en sporten in de openbare ruimte + vergroening schoolpleinen
Status
Uitvoering en voorbereiding
Omschrijving
Vanuit het programma Stedelijke en Maatschappelijke Voorzieningen worden 120 locaties voor nieuwe speel- en sportplekken bepaald. Dit is onderdeel van de (middel)lange termijn aanpak uit het Uitvoeringsprogramma Spelen en sporten in de openbare ruimte. Parallel hieraan loopt het onderhoudsprogramma voor spelen en sporten, waarbij de bestaande locaties (540+) in beeld worden gebracht en daarbij wordt ook gekeken naar de nieuwe uitgangspunten en standaardisatie om de kosten duidelijk in beeld te krijgen.
Reden opname
Majeure ontwikkeling /afspraak raad / politiek-bestuurlijk afbreukrisico.
Bestuurlijke aandachtspunten
In de nieuwe bestuursperiode worden keuzes voorzien rondom de financiële middelen voor spelen en sporten in de openbare ruimte. Het gaat om middelen voor het onderhoudsprogramma, voor realisatie van speel- en sportplekken op (middel)lange termijn. Over gezonde en groen-blauwe schoolpleinen ontvang de raad binnenkort een raadsbrief
Huidige poho(s)
Rik Thijs (spelen) en Remco van Dooren (sport)
Programmaonderdeel
Klimaat en Weer - Groen
Onderwerp
Stadsbeheer Beheer en onderhoud groen
Status
Voorbereiding en uitvoering
Omschrijving
Beheer en onderhoud openbaar groen met de onderwerpen: Invoering Beheerkader Groen Maatregel uit het Beheerkader Groen (BKG) dienen uitgevoerd te worden. De maatregelen die van belang zijn voor het volgende college zijn: het ontwikkelen van de indicatoren voor (beheer en onderhoud van) groen, het opgave gestuurd beheer en onderhoud (hierbij wordt ook rekening gehouden met schoon, heel en veilig, klimaat, biodiversiteit, gezondheid en identiteit), versnellen herplant van bomen t/m 2028 en extra inspanning op groen in de binnenstad. Technische staat groen (vitaal groen) Met het Beheer kader Groen zijn middelen geregeld voor voldoende vervanging van groen. De prognose is dat hiermee de vitaliteit van het groen van ca. 75% zal toenemen naar meer dan 90% aan het einde van 2029. Krediet voor vergroenen in projecten OR/water koppelen aan krediet voor projecten bij OR/water Om minimaal 10% te vergroenen in onderhouds-projecten van OR/water zijn bijdrage vanuit groen nodig. Doordat in deze projecten
13
steeds meer kansen worden benut om meer te vergroenen en door aanvullende eisen met betrekking tot grondwerkzaamheden ten behoeve van het vergroenen raakt de ambitie van 10% vergroenen uit zicht. Binnen de onderhoudsbudgetten van wegen en water is hier ook geen dekking voor. Invasieve exoten (Raadsbrief april 2025) Beheersing en bestrijding invasieve exoten draagt bij aan behoud van biodiversiteit. Beheersing in het kader van volksgezondheid van Aziatische Hoornaar is per 2026 een nieuwe taak voor de gemeente.
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
Algemene onderwerpen De algemene onderwerpen prijsstijgingen, krapte op de arbeidsmarkt en gevolgen klimaatverandering/extreem weer zijn toegelicht in de format ‘openbare ruimte algemeen’ onder programma 3. Bereikbaarheid en ook van toepassing bij Beheer en onderhoud groen. Politiek-bestuurlijk afbreukrisico & te maken strategische keuze Invoering Beheerkader Groen Door onvoldoende uitleg en te veel/snelle verandering in beheer van groen kan er te weinig draagvlak voor klimaatbestendig beheer overblijven. Waardoor vitaliteit van groen achteruitgaat. Klimaatbestendig beheer is noodzakelijke voor een gezonde en groene leefomgeving. Technische staat groen (vitaal groen) In 2026, 2027, 2028 en begin 2029 zal de vitaliteit van het groen onder het doel van 90% blijven. Zie Raadsbrief Beheerkader Groen, bijlage 2 Monitoring openbare ruimte – groen trend. Krediet voor vergroenen in projecten OR/water koppelen aan krediet voor projecten bij OR/water Eerst kijken naar oplossingen vanuit intensiveringen KN26 en Begroting 2026. Indien dat onvoldoende is dient een keuze gemaakt te worden hoe hiermee om te gaan.
Huidige poho(s)
Invasieve exoten Voor het nieuwe seizoen (2026) van de Aziatische Hoornaar dient een keuze te worden gemaakt over de wijze van beheersing. Als er geen keuze gemaakt wordt kan er geen beheersing plaats vinden. Afhankelijk van de keuze voor de wijze van beheersing kunnen de kosten wel of niet binnen de beschikbare middelen passen. Rik Thijs
Programmaonderdeel
Klimaat en Weer - Groen
Onderwerp
Dierenwelzijn 1. Herijking dierenwelzijnsbeleid 2. Positionering dierenwelzijnsbeleid in organisatie 3. Stand van zaken ROZE 1. Voorbereiding en besluitvorming 2. Besluitvorming 3. Uitvoering 1. Het dierenwelzijnsbeleid is verlengd t/m 2026 en dient daarom herijkt te worden. Dit is expliciet met de raad afgesproken. Incidenteel is bij de begroting 2026 2 ton gealloceerd, in te zetten door de raad bij de herijking. 2. Het voorstel is om het dierenwelzijnsbeleid te positioneren bij REO en zo meer te verbinden met de uitvoerende taken binnen REO. 3. Meningvormende avond over stichting ROZE heeft op 9 december plaatsgevonden. Er zijn organisatorische zaken op orde gebracht. De uitwerking/het vervolg van beide wordt in de gaten gehouden. https://eindhoven.notubiz.nl/document/1631644 Afspraak raad/te maken strategische keuze
Status
Omschrijving
Reden opname
14
Bestuurlijke aandachtspunten
-
Huidige poho(s)
Rik Thijs
-
We zijn als gemeente Eindhoven de gemandateerde gemeente voor de regionale opvang zwerfdieren Eindhoven (ROZE) namens 14 gemeenten. Herijking gemeentelijk dierenwelzijnsbeleid
1.3 Milieu Programmaonderdeel
Klimaat en weer - Milieu
Onderwerp
Uitvoering en uitwerking omgevingswetprogramma Gezonde Leefomgeving incl. luchtkwaliteit met subsidieregelingen en omgevingswet programma bodem en ondergrond Uitvoering
Status Omschrijving
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
Het programma heeft als doel om 3 gezonde levensjaren voor iedere Eindhovenaar toe te voegen en de gezondheidsverschillen in de stad met 20% terug te dringen. Gezondheid wordt bovendien een vast onderdeel van ruimtelijke plannen in Eindhoven. De milieuthema’s worden nu nog onvoldoende inhoudelijk samenhangend gebruikt bij toetsing van plannen. Daarbij is niet altijd duidelijk hoe kaderstelling op milieuthema’s bijdraagt aan de gezondheid van mens en omgeving. Met het programma wordt samenhang in de afweging gerealiseerd en wordt een kader gemaakt om inhoudelijk afgewogen kaders per plek te stellen. Majeure ontwikkeling / te maken strategische keuze / afspraak raad
Huidige poho(s)
Structureel verbeteren van de gezondheid van inwoners van Eindhoven. We vertalen onze wettelijke taak uit de Omgevingswet naar een praktische aanpak per gebied, met ongelijk investeren voor gelijke kansen. We sturen op aantoonbare gezondheidswinst. We werken actief samen met inwoners en partners aan specifieke bundels van acties en maatregelen passend bij het gebied. Hierbij sturen we bij ontwikkeling in gebieden op het verbeteren van de 8 indicatoren uit het programma gezonde leefomgeving. Op deze manier kan geprioriteerd worden in de gebieden die aangepakt worden, maar ook bij het bepalen van de doelstellingen. Daarnaast is er met name aandacht voor (mogelijk) tegenstrijdige belangen zoals die naar voren komen bij de aanleg van warmtenetten, met de groenopgave en beschikbare ruimte in de ondergrond. Rik Thijs
Programmaonderdeel
Klimaat en weer - Milieu
Onderwerp
Aansturing Gemeenschappelijke Regelingen Cure en ODZOB
Status
Uitvoering
Omschrijving
Cure en ODZOB zijn beide gemeenschappelijke regelingen waar de uitvoering van beleid in samenwerking met andere gemeenten (en provincie) belegd is. Aansturing en verantwoordelijkheid rust bij (onder meer) de gemeente Eindhoven Te maken strategische keuze / afspraak raad
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
Huidige poho(s)
Beide uitvoeringsorganisaties krijgen een steeds grotere rol in het uitvoeren van beleid en de veranderopgaven van de gemeente Eindhoven (zoals op het gebied van circulariteit, energietransitie, groeiopgave). Daarbij staat er druk op de budgetten van beide organisaties door landelijke en marktontwikkelingen. Er wordt extra op handhaving van bijzet ingezet door de handhaving bij Cure te beleggen. De juridische uitvoering ligt (verplicht) bij de gemeente. Bij het extra inzetten op handhaving moet dit proces ook verder opgeschaald worden. Rik Thijs
Programmaonderdeel
Klimaat en weer - Milieu
15
Onderwerp
Meest milieurelevante (overlast gevende) bedrijven i.s.m. EZ
Status
Uitvoering
Omschrijving
Door de ontwikkeling van de stad verhoogt de druk op de ruimte en de relaties tussen bedrijven en woon- en leefomgeving. Met een gebiedsgerichte en brongerichte aanpak wordt erop gestuurd dat bedrijven en woon- en leefomgeving zo min mogelijk negatieve effecten op elkaar hebben en elkaar versterken. Te maken strategische keuze / afspraak raad
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
Het wettelijk kader wordt gehanteerd. Waar mogelijk en passend, wordt gebruik gemaakt van het toepassen van bovenwettelijke maatregelen om negatieve effecten zoveel als mogelijk te voorkomen. Bij het toepassen van deze bovenwettelijke maatregelen zijn bestuurlijke afwegingen nodig en de toekomstige aanpak zal waar nodig verankerd worden in beleid, zoals op de Hurk waar recent afspraken zijn gemaakt het toekomstperspectief (zie Raadsbrieven Raadsbrief Toekomstperspectief en bestuurlijke bedrijfsbezoeken De Hurk Gemeente Eindhoven
Huidige poho(s)
Rik Thijs (ism Stijn Steenbakkers tav De Hurk)
16
Programma 2a. Ondernemende stad 2.a.1. Economische ontwikkeling Programmaonderdeel Onderwerp Status Omschrijving
Huidige poho
Ondernemende stad – Economische ontwikkeling Regionale arbeidsmarktaanpak Uitvoering Het Regionaal Beraad is het bestuurlijk overleg van de arbeidsmarktregio Zuidoost-Brabant. Dit overleg zorgt voor regie op hoe onze arbeidsmarkt functioneert. Samen met 24 partners is een meerjarenaanpak vastgesteld die inzet op een sterke arbeidsmarktinfrastructuur. Dit betekent dat inwoners en werkgevers goed worden begeleid bij alle belangrijke bewegingen op de arbeidsmarkt. Dit is hard nodig, want het vinden van voldoende en geschikt talent voor cruciale functies in onze regio wordt steeds moeilijker door aanhoudende krapte. Onze aanpak richt zich niet alleen op het benutten van onbenut talent, maar kijkt breder: bijvoorbeeld naar het ondersteunen van ‘werk naar werk’-trajecten en het stimuleren van hogere arbeidsproductiviteit. Ook wordt via Human Capital Agenda’s op meer balans tussen vraag en aanbod gestuurd voor belangrijke sectoren of maatschappelijke transities als Zorg en Welzijn of Klimaat. Deze aanpak sluit aan bij, en is aanvullend op, het Talentprogramma van Brainport Development, dat zich vooral richt op het vinden, ontwikkelen en behouden van technisch personeel. Majeure ontwikkeling/significante risico's Het Rijk heeft wettelijk vastgelegd dat de centrumgemeente de regie voert over de regionale arbeidsmarkt.
In onze arbeidsmarktregio hebben we met veel partners een aanpak ontwikkeld die werkt in de praktijk én vernieuwend is. Zo sturen we op meer balans. De opgave is complex en er zijn veel partners betrokken. Goede samenwerking is daarom cruciaal. Dat vraagt om bestuurlijke aandacht voor netwerksturing: duidelijkheid over ieders rol, benutten van elkaars expertise en samen daadkracht tonen. Hoewel het Rijk het belang van een meerjarige regionale aanpak erkent, is er geen structureel geld beschikbaar voor de uitvoering. Centrumgemeenten krijgen vaak losse uitkeringen voor specifieke doelgroepen. Dit leidt tot versnippering en extra schotten, waardoor innovatie wordt tegengewerkt. Tot nu toe lukt het om met incidentele middelen (zoals Europese en provinciale subsidies) de opgave aan te pakken, maar structureel budget zou efficiënter zijn en meer rust en ruimte geven om echt door te pakken. Belangrijke risico’s: • Het niet vinden, ontwikkelen en behouden van talent voor cruciale sectoren vormt een bedreiging voor brede welvaart. • Op middellange termijn zijn er onvoldoende middelen om een actieve regionale aanpak te financieren.
• De landelijke inrichting van het arbeidsmarktsysteem is complex en op sommige punten knellend voor een regionale aanpak: denk bijvoorbeeld aan sectorale versus regionale financiering, gefragmenteerde dienstverlening door verschillende prikkels in aansturing en onnodige bureaucratische regelgeving. Saskia Lammers
Programmaonderdeel Onderwerp
Ondernemende stad – Economische ontwikkeling Aanvalsplan microchip talent
Status Omschrijving
Uitvoering Onder de noemer ‘Project Beethoven’ investeren Rijk en regio in een omvangrijk pakket maatregelen voor het behoud en versterking van de microchip industrie (semicon). Talentontwikkeling (de beschikbaarheid van voldoende mbo, hbo en wo talent) is onderdeel van dit pakket. Voor talentontwikkeling reserveert het Rijk op nationaal niveau extra € 450 miljoen t/m 2030 en daarna structureel € 80 miljoen per jaar. In dit kader is aan 4 regio’s (Groningen, Enschede, Delft en Eindhoven) gevraagd om samen met de microchipsector met een uitgewerkt plan
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
17
Huidige poho
te komen: aanvalsplan Microchip Talent. Voor de Brainportregio betekent dit plan dat we komende jaren via drie actielijnen investeren in meer technisch talent: 1) Onderwijsaanbod, 2) Verhoging Instroom, Doorstroom, Uitstroom, 3) Brainport Academy. Actielijn 1 en 2 zijn met name geborgd binnen het (reguliere) onderwijs. De inzet van de arbeidsmarktregio’s richt zich met name op actielijn 3 (leven lang ontwikkelen en onbenut talent), in de vorm van een ‘Brainport Academy’. Hiermee wordt ingezet op één infrastructuur en flexibel, modulair onderwijsaanbod in het kader van leven lang ontwikkelen voor de semicon industrie. De Brainport Academy richt zich in het kader van Beethoven specifiek op de semicon sector, maar is naar verwachting op middellange termijn ook (her)bruikbaar voor andere sectoren. Majeure ontwikkeling/significante risico's Het is belangrijk om voldoende technisch talent beschikbaar te krijgen gelet op het belang van de Semicon-industrie en de beoogde groeiambities. In korte tijd dient in goed samenspel met veel partners veel talent ontsloten en geschoold te worden. Dat vraagt bestuurlijke aandacht voor een netwerksturing die rolbewustzijn van en kennis over de expertise van iedere partner koppelt aan daadkracht.
Het is van belang dat werkgevers, naast de geleverde financiële investering, ook op inhoud meedenken en -schakelen om de onderliggende concrete initiatieven succesvol te realiseren. Een aantal risico’s spelen een rol bij de verdere uitvoering: • Onduidelijkheid vanuit het Rijk over definitieve financiering actielijn 3 (staatssteun). Mogelijk ingewikkelde verantwoordingssystematiek • Mismatch van aanbod van (onbenut) talent en de vraag van het bedrijfsleven • Het onvoldoende vinden en scholen van talent laat de groeiambitie van een belangrijke sector stagneren (arbeidsmarkt wordt leidend i.p.v. volgend) Saskia Lammers
Programmaonderdeel
Ondernemende stad – Economische ontwikkeling
Onderwerp
Uitvoering programma voorzieningen en toezeggingen aan de raad Uitvoering
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
Status Omschrijving
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
Huidige poho
In 2025 is het omgevingsprogramma voorzieningen vastgesteld, met nadruk op een aantal prioriteiten. Om uitvoering te geven aan het programma is een programmateam voorzieningen opgericht, dat samen met de lijnorganisatie gaat werken aan de realisatie. Tot eind 2027 is er financiële ruimte voor de inzet van 4,5 FTE, vanaf 2028 valt de inzet terug naar 1,5 FTE. De financieringsbehoefte per voorziening wordt per case uitgewerkt wanneer locatie, omvang en volume duidelijk is. Mogelijk uitvoeringsrisico vanaf 2028. Mogelijk financieel risico in de realisatie. De opdracht is omvangrijk en er zijn veel stakeholders betrokken, zowel intern als extern. Daarnaast is de connectie met de regio en het Rijk belangrijk, zowel in de lobby als in de samenwerking. De praktijk moet uitwijzen of de 1,5 FTE aan capaciteit voldoende is. De financiering van voorzieningen is niet concreet meegenomen in het Beethoven convenant, daarin is echter wel meegenomen dat dit verder onderzocht moet worden. Dit traject is ingezet in samenwerking met de MRE. We sparen nu voor voorzieningen met reserveringen voor kapitaallasten, maar dit is niet voldoende om in de toekomstige behoefte te voorzien. Stijn Steenbakkers
18
Programmaonderdeel
Ondernemende Stad – Economische ontwikkeling
Onderwerp
Vervolg Optimalisatie Ondernemersdienstverlening
Status
Uitvoering
Omschrijving
In lijn met het bestuursakkoord wordt ingezet op de verdere optimalisatie van ondernemersdienstverlening. In 2025 is een aantal prioriteiten vastgesteld: structureel inzicht in beschikbare producten voor ondernemers, digitaal inzicht in voortgang van aanvragen (MijnEindhoven), inregelen structurele mogelijkheid tot geven feedback op ondernemersdienstverlening en actievere algemene communicatie met ondernemers via digitale kanalen. Hiervoor zijn incidenteel middelen vrijgemaakt via de reserve SMMM tot en met 2026. Significante risico's: Middelen beschikbaar tot en met 2026.
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
Huidige poho
Ondernemersdienstverlening is een gemeente brede aangelegenheid. Dit betekent veel interne stakeholders en daarmee veel afstemming op inhoud, planning en benodigde/ beschikbare capaciteit. Ook is er afhankelijkheid van (de planning van) gemeente brede projecten zoals GIVE. Dit zorgt voor een langere doorlooptijd, terwijl de middelen maar beschikbaar zijn tot en met eind 2026. Stijn Steenbakkers
Programmaonderdeel
Ondernemende Stad – Economische ontwikkeling
Onderwerp
Brainport Balans Check
Status
Uitvoering
Omschrijving
Toezegging gedaan om jaarlijks in Q1 (vooruitlopend op de kadernota) een 'Brainport Balans Check’ te houden. Gesprek gaat over meer grip te krijgen op de schaalsprong, of deze in balans is met het voorzieningenniveau, de klimaatdoelen en brede welvaart en, als dat niet het geval blijkt, aan welke knoppen de raad kan draaien om de balans te herstellen. Afspraak raad
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
Huidige poho
Afgelopen jaren (2024 voor het eerst) is de Balans Check in het eerste kwartaal voorafgaand aan Kadernota georganiseerd. Aandacht nodig hoe op de langere termijn de Brainport Balans Check invulling te geven. De portefeuillehouder heeft aangegeven een initiatief vanuit de raad voor de doorontwikkeling van de Brainport Balans Check te zullen faciliteren. Stijn Steenbakkers
Programmaonderdeel
Ondernemende Stad – Economische ontwikkeling
Onderwerp
Transformatie wijkwinkelcentra
Status
Uitvoering
Omschrijving
In het bestuursakkoord SMMM is opgenomen: We werken actief aan de transformatie van wijkwinkelcentra, zodat we met functievermenging levendigheid creëren of behouden in onze wijken en leegstand voorkomen. De grondslag voor de geprioriteerde wijkcentra ligt in de Detailhandelsvisie 2030. Het transformatieteam centrumgebieden voert deze opdracht uit. In deze aanpak: • Aanjagen van nieuwe startende ondernemers met innovatieve concepten met de Subsidieregeling kleinschalig ondernemerschap. • Inzet van matchmaker die als verbindende schakel tussen ondernemers, vastgoedeigenaren en makelaars de juiste ondernemer naar de juiste plek begeleidt. • Opstellen brancheringsvisies die richting geven aan de juiste mix van functies. • Stimuleren samenwerking door oprichting van Bedrijveninvesteringszones (BIZ) te faciliteren
19
•
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
Inzet op tijdelijke initiatieven en placemaking, met name op WoensXL Op basis van een tussentijdse evaluatie van de transformatie-aanpak worden in 2026 twee (pilot)projecten voorbereid en uitgevoerd: • Verbeteringstraject met bestaande ondernemers in wijkcentra. • Strategische vastgoedposities in wijkcentra verkrijgen en inzetten voor versneld laten landen gewenste voorzieningen. Aanvullend is bij de begrotingsbehandeling 2026 de motie ‘Aantrekkelijke wijkcentra’ omarmd. In de begroting zijn nu middelen opgenomen om de openbare ruimte bij de wijkcentra Nederlandplein, Haagdijk, Vaartbroek en St. Trudoplein op te waarderen. Strategische keuzes: evaluatie en eventueel bijsturen van Transformatieaanpak. Afspraken met raad (uitvoering motie aantrekkelijke wijkcentra). • Subsidieregeling loopt eind 2026 af en hiermee komt ook budget voor transformatie-opgave grotendeels te vervallen. • Financiering pilot met strategische vastgoedposities vindt plaats met restant subsidieregeling. Hiervoor is een begrotingswijziging nodig.
Huidige poho
Stijn Steenbakkers
Programmaonderdeel
Ondernemende Stad – Economische ontwikkeling
Onderwerp
Topvoorzieningen
Status
Voorbereiding
Omschrijving
Op 14 april 2025 is door het Dagelijks Bestuur van de MRE de shortlist regionale- en topvoorzieningen besproken. Afgesproken is dat op basis van deze shortlist verdiepende studies en uitwerkingen plaats kunnen vinden. Daarvoor staan de betreffende gemeenten en partners van het initiatief zelf aan de lat. Majeure ontwikkeling
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
Huidige poho
In 2025 is in het DB MRE een shortlist topvoorzieningen vastgesteld, waarbij is afgesproken dat gemeenten aan de lat staan om deze verder te verdiepen en uit te werken. Door Eindhoven zijn de volgende topvoorzieningen (mede) aangedragen: • Versterken Futurelab/Evoluon Eindhoven • Toonaangevend internationaal museum (deze ambitie heeft invulling via het traject Rijksmuseum Eindhoven) • Grootschalige Multifunctionele Faciliteit (binnen de MRE is afgesproken om eerst het spoor uit te lopen op de kansrijke locatie Aquabest; binnen Eindhoven zien we potentie voor een ‘midsize’ faciliteit) • De Groote Heide • Versterken Design Ecosysteem (Eindhoven) (loopt via Design Development Eindhoven) Stijn Steenbakkers
Programmaonderdeel
Ondernemende Stad – Economische ontwikkeling
Onderwerp
BrabantRing
Status
Uitvoering
Omschrijving
BrabantRing is een gezamenlijk deelneming de gemeente Eindhoven, Helmond, Den Bosch en Brede (elk 5,2%), provincie Brabant (30,2%) en Breedband Regio Eindhoven (49%).
Reden opname
BrabantRing is een relatief ‘jonge’ startup. Er wordt nu vol ingezet op acquisitie. Tegelijkertijd speelt een herijking van het oorspronkelijke businessplan, inclusief de keuze om het investeringsvermogen van BrabantRing te versterken.
20
Bestuurlijke aandachtspunten
Huidige poho
Er zijn een aantal aandachtspunten: • Eindhoven heeft een relatief klein belang in BrabantRing, maar via Breedband Regio Eindhoven indirect een groter belang. Dit vraagt permanente uitlijning van belangen van BrabantRing en BRE. • Wellicht dat alle publieke aandeelhouders door de provincie benaderd worden voor een bijdrage aan vergroten van het investeringsvermogen. Stijn Steenbakkers
Programmaonderdeel
Ondernemende Stad – Economische ontwikkeling
Onderwerp
Breedband Regio Eindhoven / Connectie Brainport
Status
Uitvoering
Omschrijving
Breedband Regio Eindhoven / Connectie Brainport is een Deelneming waarvan de gemeente Eindhoven grootste minderheidsaandeelhouder is met ruim 37%. Door de ontwikkeling van Knoop-XL is het noodzakelijk om het fysieke netwerkknooppunt te verhuizen naar een nieuwe locatie. Een dergelijke verhuizing is technisch gecompliceerd en brengt kosten met zich mee. Tegelijkertijd is de deelneming financieel zeer gezond. De gemeente heeft in de context van de verhuizing twee verschillende rollen, nl aandeelhouder en bevoegd gezag voor de ruimtelijke aspecten van de verhuizing (vergunningverlening e.d.). Hier kunnen verschillende belangen spelen.
Reden opname
Bestuurlijke aandachtspunten
Huidige poho
Stijn Steenbakkers
Programmaonderdeel
Ondernemende Stad – Economische ontwikkeling
Onderwerp
Grip op Campussen/BIC1
Status
Uitvoering
Omschrijving
Vanaf eind 2021 wordt gesproken om de publieke (regionale) belangen op campussen beter te borgen, met als concrete casus de ontwikkelingen BIC. Daarvoor benutten we verschillende publiek- en privaatrechtelijke instrumenten: bestemmingsplan, actief grondbeleid (o.a. Wet voorkeursrecht gemeenten), instellen van een Campus Ontwikkel Organisatie (COO) en aankoop van (belang in) campusvastgoed. De aankoop van BIC1 heeft geleid tot toezeggingen aan de gemeenteraad van 25 februari 2025, die leiden tot 3 vervolgdossiers met bijbehorende (tijd)lijnen: 1. Brede Actualisering deelnemingenbeleid; 2. Strategie, governance en financiën BIC1, vennootschappelijke structurering van BIC1, publieke uitgangspunten en kadering; 3. Mogelijke participatie van derden.
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
Ad 1 Is gemeentebreed en kaderstellend voor deelnemingen. Een collegedossier met voorstel aan de raad is in voorbereiding. Ad 2 Ook volgt een voorstel voor (a) de vennootschappelijke structurering van BIC1, (b) de publiek uitgangspunten en kaderstelling vanuit het eigenaarschap van de gemeente en (c) de invulling van het bestuur en financiële strategie van BIC1. Ad 3 Afgesproken hierover eerst Rijk en/of provincie te benaderen. In het Bestuurlijk Overleg Brainport van 3 november 2025 is afgesproken dat een werkgroep Rijk-Regio start waarin zowel Rijk, provincie als gemeente vertegenwoordigd zijn. Deze werkgroep komt tot een uitwerking en voorstellen voor vervolgafspraken. Majeure ontwikkeling/te maken strategische keuzes •
Langjarige bewaken van ingezette strategie voor campusontwikkeling (in afstemming met Brainport Development)
21
•
Huidige poho
Samenhang met: o Actualisatie gemeentelijk deelnemingenbeleid/verbonden partijen o (Toekomstige) vormgeving BIC1 en ontwikkeling van de Brainport Industries Campus, met name BIC2, mogelijk BIC3); • Bewaken samenhang met BO Brainport en de agendering daarbinnen van campussen als strategische investeringsopgave (uitvoering van de Strategische Agenda Brainport); • Samenhang met nieuw Regeerakkoord, met name de daarin opgenomen ambitie om te investeren in regionale campussen en innovatieclusters. Stijn Steenbakkers
Programmaonderdeel
Ondernemende Stad – Economische ontwikkeling
Onderwerp
Strategische Agenda Brainport/Bestuurlijk Overleg Brainport (BO Brainport) Uitvoering
Status Omschrijving
Reden opname
In het coalitieakkoord Rutte IV (2021-2025) is afgesproken om de mainport-status van Brainport Eindhoven (als brandpunt van de Nederlandse hightechmaakindustrie) door te ontwikkelen. Daarvoor heeft het kabinet vanaf juni 2022 een uniek en -voor de regio belangrijk en strategisch- rijk-regio-overleg ingericht, het Bestuurlijk Overleg Brainport. Het overleg is 2 keer per jaar en wordt gevoerd aan de hand van de Strategische Agenda Brainport, met een groot aantal opgaven tot 2030/2032 op het gebied van de versterking van: • Internationale waardeketens (waaronder campussen); • Talent, en • het Woon-, leef; en vestigingsklimaat. Afgesproken is dat het BO Brainport ook kan worden benut voor capaciteit op het elektriciteitsnet en voor stikstofruimte. Majeure ontwikkeling/te maken strategische keuzes
•
Bestuurlijke aandachtspunten
Het BO Brainport is een belangrijk toeleidend overleg voor de jaarlijkse zogeheten BO’s MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport, IenW) en BOL (Leefomgeving, VRO) en de daar te maken financiéle afspraken. Vanaf 2024 wordt het BO Brainport benut om de uitvoering van de afspraken uit het Convenant Beethoven te monitoren. Voorzieningen en Uitvoeringskracht zijn nieuwe agendapunten. Zo ook de vestiging van ASML op BIC-Noord. Eerstvolgend BO Brainport is op 27 mei a.s. In oktober 2026 wordt de volgende gepland; • Continuering bestuurlijke deelname vanuit gemeente Eindhoven. Het BO Brainport raakt steeds meer (regionale) onderwerpen -denk aan netcapaciteit, (ruimte voor) defensie en voorzieningen. Dat vraagt borging van de integrale ambtelijke en bestuurlijke afstemming met andere portefeuilles (in Eindhoven en MRE).
Huidige poho
Stijn Steenbakkers
2.a.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur Programmaonderdeel
Ondernemende Stad – Fysieke bedrijfsinfrastructuur
Onderwerp
Programma Werklocaties
Status
Voorbereiding
Omschrijving
Werklocaties (bedrijventerreinen, kantoorlocaties en campussen) spelen een cruciale rol bij de economische ontwikkeling van Eindhoven en de Brainportregio. Om deze toekomstbestendig te maken en te houden zijn er gerichte en samenhangende keuzes
22
Reden opname Bestuurlijke aandachtspunten
nodig. De in 2025 ontwikkelde kansenkaarten voor 42 Eindhovense werklocaties wordt in 2026 vertaald naar een actiegericht programma werklocaties inclusief uitvoeringsagenda. Belangrijke thema's zijn intensivering/ beter benutten en de grote transities in verduurzaming. Daarnaast is een economisch vitale en levendige stad gebaat bij een divers aanbod aan werkmilieus en –typologieën. Daartoe biedt het programma mogelijkheden om concreet te sturen op waar herstructurering, transformaties en functiemenging in (nieuwe) woongebieden wenselijk zijn (handelingskader). Te maken strategische keuze
Huidige poho
Voor deze eerste fase van voorbereiding wordt het college geadviseerd bij de keuze voor een passende vorm van het programma bij de opgave (variërend van een formeel omgevingsprogramma onder de Omgevingsvisie tot aan lichtere instrumenten als specifieke uitvoeringsagenda's per werklocatie). Daarnaast zal de uitvoeringsagenda vragen om concrete projecten (m.n. ruimtelijk-fysiek) en significante investeringen. Stijn Steenbakkers