Bijlage 1 - Ontwerp Warmteprogramma 2026-2035
Tekst van het document
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 Eindhoven Een kwestie van aanpakken
2
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
Samenvatting Als gemeente Eindhoven werken we aan een toekomstbestendige warmtevoorziening zonder aardgas. Voor inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren betekent dit dat zij geleidelijk overstappen van aardgas naar duurzamere warmteoplossingen, zoals een warmtepomp of een collectieve warmtevoorziening. Dit heeft directe gevolgen voor de manier van verwarmen en koken. De warmtetransitie is een omvangrijke en complexe transformatie. Het gaat niet alleen om het vervangen van een techniek, maar om het herinrichten van onze energie-infrastructuur, het aanpassen van gebouwen, het veranderen van gedrag en het versterken van samenwerking tussen publieke en private partijen. Tegelijk biedt de warmtetransitie kansen voor lagere energiekosten, minder CO₂-uitstoot en een gezondere leefomgeving. Het Warmteprogramma 2025–2035 is een vervolg op de Transitievisie Warmte (2021) en vormt een juridisch en beleidsmatig kader voor de uitvoering van de warmtetransitie. Het programma is verplicht onder de nieuwe Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en sluit aan bij de Omgevingswet. Het biedt handelingsperspectief voor inwoners, ondernemers en gebouweigenaren, en vormt de basis voor het aanwijzen van gebieden waar het aardgasnet op termijn wordt afgesloten. De ambitie is dat uiterlijk in 2050 alle wijken en bedrijventerreinen in Eindhoven aardgasvrij zijn.
Voor het opstellen van het Warmteprogramma is gekozen voor participatie met belanghebbenden en partnerorganisaties (zoals woningcorporaties, netbeheerder en energiecoöperaties), mede op basis van lessen uit eerdere proeftuinen. De uitkomsten van het Warmteprogramma vertalen we naar een publieksvriendelijke versie en verwerken we in de digitale Warmtewijzer op www.eindhovenduurzaam.nl. We richten de communicatie laagdrempelig en transparant in. De uitvoering van het programma wordt gestuurd door tien gidsprincipes. • We zien warmte als een publieke voorziening • We starten met kosten, maar sturen met waarde • We investeren ongelijk voor gelijke kansen • We halen het maximale uit onze proeftuinen • We maken de stad lagere-temperatuur-klaar • We laten warmte niet verloren gaan • We laten het bestaande profiteren van het nieuwe • We brengen innovaties in de praktijk • We gaan uit van de kansen en de krachten van onze stad • We schalen en schakelen op Duidelijke keuzes voor handelingsperspectief Deze vormen de basis voor de keuzes die we maken in het warmteprogramma. Deze keuzes gaan over de ‘wat’- en ‘wanneer’-vragen: wat is de voorkeurswarmteoplossing per gebied? en wanneer gaan we waar aan de slag?
3
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
Een kwestie van aanpakken Naast de keuzes die we maken voorziet het warmteprogramma een aantal aanpakken in de planperiode. De stadsbrede aanpakken bevatten maatregelen die we over de hele gemeente uitrollen. In de gebiedsgerichte aanpakken werken we in een gebied toe naar een aardgasvrije warmtevoorziening. Als gemeente nemen we daar een coördinerende rol en houden rekening met de specifieke eigenschappen van het gebied. • Stadsbrede aanpakken o Energiebesparingsaanpak o Energiedienstenorganisatie o Energie- en warmtegemeenschappen o Koelte-aanpak • Gebiedsgerichte aanpakken o Eindhoven Noordoost o ’t Ven Lievendaal o Groots Gestel o Fellenoord – Oud-Woensel
4
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
o o o o o
Woenselse centrumring Binnenstad Blixembosch-West Bedrijventerreinen Gebiedsgerichte haalbaarheidsonderzoeken
Daarnaast omschrijven we de aanpakken voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed en het uitwerken van de nieuwe rol van het energiesysteem in het ruimtelijke domein. Participatie Met de gebiedsgerichte aanpakken gaan we een stap verder. Samen op weg naar duurzame warmte, oftewel aardgasvrij is geen eenzijdige of rechte weg voor inwoners, ondernemers en gebouweigenaren. Het vraagt om maatwerk, om luisteren, om meebewegen op de vraag en het vermogen om mee te kunnen doen. We geven zoveel mogelijk duidelijkheid over o.a. wat bestuurlijk is vastgesteld, waar er financiering voor is, over wederzijdse rollen en verantwoordelijkheden, en over het tijdspad. Ook zijn we eerlijk en open over wat nog niet duidelijk is. We bouwen aan vertrouwen en zetten in op een lange termijn relatie (van ongeveer 10 jaar). We zetten daarnaast in op stadsbrede communicatie over maatregelen. We geven advies over energie besparen om toe te werken naar ‘lage-temperatuur-klaar’. Milieueffectrapportage Voor het Warmteprogramma is een milieueffectrapportage (mer) doorlopen. Zo brengen we de milieueffecten van verschillende warmteoplossingen in kaart op de thema’s klimaat & energie, geluid, bodem, water, lucht, groen & natuur, circulariteit, ruimtelijke kwaliteit, archeologie & cultuurhistorie en hitte. Mitigerende (verzachtende) maatregelen zijn geformuleerd om negatieve effecten te beperken.
De inzichten zijn geïntegreerd in een afwegingsmodel en worden meegenomen in de gebiedsgerichte uitvoeringsplannen. Monitoring en middelen Het warmteprogramma werkt toe naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Om te zien welke stappen we maken, zorgen we voor monitoring op stads- en gebiedsniveau. Voor de uitvoering is (voor de komende vijf jaar) een meerjarige (uitvoeringskosten) raming opgesteld. De benodigde middelen worden deels gedekt uit bestaande rijksbijdragen, gemeentelijke reserves en incidentele financiering uit de gemeentelijke begroting. De daadwerkelijk beschikbare middelen zijn afhankelijk van de begroting 2026 en de daaropvolgende jaren. Op dit moment is er geen volledige financiële dekking om alle maatregelen uit het programma te realiseren.
5
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
Inhoudsopgave Samenvatting............................................................................................................................................................................................................................................................. 3 Inhoudsopgave .......................................................................................................................................................................................................................................................... 6 1. Inleiding ................................................................................................................................................................................................................................................................. 8 1.1 Ambitie van de gemeente................................................................................................................................................................................................................................. 8 1.2 Functie van dit Warmteprogramma ..................................................................................................................................................................................................................
8 1.3 Inhoud en leeswijzer ........................................................................................................................................................................................................................................ 9 1.4 Voortgang sinds Transitievisie Warmte .......................................................................................................................................................................................................... 10 2. Beleid en planproces ........................................................................................................................................................................................................................................... 12 2.1 Beleidsambities en regelgeving ..................................................................................................................................................................................................................... 12 2.2 Wetgeving ......................................................................................................................................................................................................................................................
13 2.3 Planproces ..................................................................................................................................................................................................................................................... 14 2.4 Milieueffectrapportage .................................................................................................................................................................................................................................... 17 2.5 Rol belangengroepen en partnerorganisaties ................................................................................................................................................................................................ 18 3. Hoe, wat en wanneer ........................................................................................................................................................................................................................................... 21 3.1 Hoe gaan we te werk? ...................................................................................................................................................................................................................................
21 3.2 Wat is de voorkeurs warmteoplossing per gebied? ........................................................................................................................................................................................ 26 3.3 Wanneer gaan we waar aan de slag? ............................................................................................................................................................................................................ 29 4. Aanpakken ........................................................................................................................................................................................................................................................... 32 4.1 Stadsbrede aanpak ........................................................................................................................................................................................................................................ 32 4.2 Gebiedsgerichte aanpakken ..........................................................................................................................................................................................................................
37 4.3 Energiesysteem en ruimte ............................................................................................................................................................................................................................. 48 4.4 Maatschappelijk vastgoed .............................................................................................................................................................................................................................. 49 5. Resultaten en Monitoring ..................................................................................................................................................................................................................................... 52 5.1 Verwachte resultaten van het Warmteprogramma ......................................................................................................................................................................................... 52
6
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
5.2 Monitoring Warmteprogramma ....................................................................................................................................................................................................................... 54 5.3 Evaluatie en herijking ..................................................................................................................................................................................................................................... 56 6. Middelen .............................................................................................................................................................................................................................................................. 57 6.1 Algemeen ....................................................................................................................................................................................................................................................... 57 6.2 Raming benodigde middelen .........................................................................................................................................................................................................................
57 6.3 Beschikbare middelen .................................................................................................................................................................................................................................... 60 Bijlage lijst................................................................................................................................................................................................................................................................ 63
7
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
1. Inleiding 1.1 Ambitie van de gemeente In lijn met de nationale doelstelling om in 2050 alle wijken en bedrijventerreinen in Nederland aardgasvrij te maken, werken we in Eindhoven aan een toekomstbestendige warmtevoorziening zonder fossiele brandstoffen. Deze warmtetransitie is een enorme opgave: het gaat om het verduurzamen van circa 100.000 bestaande woningen en gebouwen, 40 werklocaties én het realiseren van een grote nieuwbouwopgave. Daarvoor hebben we tot 2050 de tijd om deze transitie zorgvuldig en stapsgewijs te realiseren. Eindhoven is al begonnen. Zo is het gemeentelijk energiebedrijf opgericht, zijn er collectieve inkoopacties voor isolatiemateriaal en zonnepanelen uitgevoerd, en zijn in meerdere wijken de eerste stappen gezet richting aardgasvrij wonen en werken. Ook zijn veel inwoners en ondernemers begonnen met verduurzamen van hun woningen en gebouwen. Toch ligt er nog een grote opgave voor ons. In dit Warmteprogramma beschrijven we wat we de komende tien jaar gaan doen. Het Warmteprogramma is een concrete uitwerking van de Omgevingsvisie Eindhoven1, waarin we de stad van de toekomst vormgeven. Deze visie is gebaseerd op een integrale ambitie waarin economie, ecologie en welzijn in balans zijn. De warmtetransitie draagt in het bijzonder bij aan de deelambitie ‘Eindhoven als toekomstbestendige stad’: een klimaatadaptieve, gezonde, biodiverse en duurzame stad.
In 2040 willen we zoveel mogelijk energie lokaal opwekken en geen fossiele brandstoffen meer gebruiken voor verwarming en vervoer. Daarnaast sluit het programma aan bij de Koers Sociaal (2)040 2, waarin we inzetten op een inclusieve en sociale stad. De warmtetransitie moet voor iedereen haalbaar en betaalbaar zijn. Een toekomstbestendig energiesysteem betekent ook blijvende leveringszekerheid. Daarom werken we samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties aan oplossingen die recht doen aan de diversiteit van onze stad. Met dit programma zetten we een belangrijke stap richting een duurzaam Eindhoven, waarin iedereen mee kan doen en waarin we samen bouwen aan een leefbare toekomst.
1.2 Functie van dit Warmteprogramma Het Warmteprogramma is de opvolger van de Transitievisie Warmte ‘Eindhoven Aardgasvrij’ uit 2021 3. Waar de transitievisie de hoofdlijnen schetste, biedt het Warmteprogramma een concreter plan voor de periode tot 2035. Het Warmteprogramma: • biedt handelingsperspectief voor inwoners, ondernemers en gebouweigenaren; • vormt de basis voor gebiedsgerichte en stadsbrede aanpakken; • zet het monitoren van de voortgang van de warmtetransitie in gang; • en legt de juridische basis voor de inzet van de aanwijsbevoegdheid. Met de invoering van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) per 2026, is het Warmteprogramma bovendien een verplicht onderdeel van het gemeentelijk planproces onder de Omgevingswet. Het programma vormt de juridische en inhoudelijke onderbouwing voor het aanwijzen van gebieden waar het aardgasnet op termijn wordt afgesloten. Deze aanwijsbevoegdheid stelt gemeenten in staat om daadwerkelijk regie te voeren op de warmtetransitie binnen het omgevingsplan. Het Warmteprogramma is
1 24bst01157: Omgevingsvisie Eindhoven 2 24bst00856; Koers Sociaal (2)040 3 21bst01448; Raadsvoorstel Transitievisie Warmte; november 2021
8
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
daarmee niet alleen een beleidsdocument, maar ook een sturingsinstrument dat essentieel is voor de uitvoering van de warmtetransitie in Eindhoven.
1.3 Inhoud en leeswijzer Dit Warmteprogramma beschrijft hoe we als gemeente Eindhoven de overstap naar duurzame warmte vormgeven. Het document is bedoeld voor beleidsmakers, uitvoerende partners en andere betrokkenen die een rol spelen in de warmtetransitie. Om de leesbaarheid te vergroten gebruiken we een toegankelijke schrijfstijl waarin we complexe onderwerpen zo helder mogelijk uitleggen. Waar mogelijk gebruiken we actieve formuleringen en vermijden we jargon. Tenzij anders aangegeven, verwijst het gebruik van "we" in dit document naar de gemeente Eindhoven. Daarnaast gebruiken we de woorden collectief en individueel alleen als we het over de warmteoplossing hebben. We gebruiken de termen gebiedsgerichte aanpak en stadsbrede aanpak om te spreken over collectieve aanpakken. Het programma is opgebouwd uit zes hoofdstukken. In hoofdstuk 1 lichten we de functie van dit programma toe en staan we stil bij de voortgang sinds de Transitievisie Warmte (1.4). Vervolgens zetten we in hoofdstuk 2 het beleidsmatige en juridische fundament uiteen. Hierin komen onder meer relevante wet- en regelgeving, het planproces en instrumenten zoals warmtekavels, het omgevingsplan en de milieueffectrapportage aan bod. Een belangrijk onderdeel van de warmtetransitie is de betrokkenheid van inwoners en andere belanghebbenden.
Dit hoofdstuk gaat dan ook in op de manier waarop participatie is vormgegeven en hoe stakeholders, zoals woningcorporaties, netbeheerders en regionale partners, een actieve rol spelen in de uitvoering. De praktische invulling van de warmtetransitie komt aan bod in hoofdstuk 3, waarin we de gidsprincipes toelichten die als leidraad dienen voor de uitvoering. Hier zoomen we ook in op de warmteoplossing en planning per gebied. Hoofdstuk 4 omschrijft de gemeentelijke aanpak: zowel de stadsbrede strategie – met aandacht voor energiebesparing, energiediensten en energiegemeenschappen – als de gebiedsgerichte aanpak in specifieke gebieden. Ook bedrijventerreinen, maatschappelijk vastgoed en de ruimtelijke inpassing van het energiesysteem krijgen hierin een plek. Om de voortgang van het programma te kunnen volgen en waar nodig bij te sturen, is monitoring essentieel. Hoofdstuk 5 beschrijft hoe de verwachte resultaten worden gemeten en geëvalueerd, met aandacht voor wettelijke verplichtingen, indicatoren en de evaluatiecyclus. Tot slot gaan we in hoofdstuk 6 in op de benodigde middelen voor de uitvoering. Hierbij gaat het zowel om de financiële raming per onderdeel als om de beschikbare financieringsbronnen. Ter ondersteuning van het geheel is in de bijlage aanvullende informatie opgenomen.
9
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
1.4 Voortgang sinds Transitievisie Warmte 1.4.1 Oprichting publiek warmte- en energiebedrijf In december 2024 heeft de Raad ingestemd met de oprichting van een publiek energiebedrijf, Eindhoven Energie4. Dit doen we om vijf publieke belangen5 te realiseren en te borgen (3.1.2). De rol van het energiebedrijf in dit Warmteprogramma is toegelicht onder hoofdstuk 2.5.2. 1.4.2 Energiebesparingsaanpak • Al ongeveer vijf jaar maken we gebruik van energiecoaches. Zij zoeken het contact met inwoners op. Zo bezoeken ze inwoners deur-aan-deur, sluiten ze aan bij activiteiten en bijeenkomsten voor inwoners en hebben zij een inloopspreekuur in de bibliotheek. • De Eindhovense Klusbus (samenwerkingsproject vanuit het Duurzaamheidspact) heeft van 2022 tot 2025 zo’n 16.000 Eindhovense huishoudens geholpen met kleine energiebesparende maatregelen. • Van 2020 t/m 2024 werkten we via het Duurzaamheidspact samen met de Energiebox. Meer dan 11.000 inwoners zijn via de Energiebox geholpen met energieadvies en kleine energiebesparende maatregelen. • Sinds 2021 bieden we een ondersteuningsprogramma voor Verenigingen van Eigenaars (VvE's) via het VvE Transitiecentrum Brabant. • Van april 2018 tot april 2022 liep de gezamenlijke inkoopactie Groene Zone Zonnepanelen waarmee ongeveer 1300 installaties zijn voltooid. • Sinds 2022 wordt er ieder najaar een Energy Race op basisscholen georganiseerd.
Leerlingen leren tijdens de race over het thema energie en gaan de strijd aan om zoveel mogelijk energie te besparen, thuis en in de buurt. • Met de organisatie Winst uit je Woning voerden we van oktober 2023 tot november 2023 een collectieve inkoopactie uit. 76 isolatieopdrachten volgden. • Van juli 2023 t/m juni 2024 voerde het Regionaal Energieloket een glasactie uit. Bij ongeveer 100 huishoudens werd tegen een korting enkelglas of verouderd dubbelglas vervangen voor HR++ glas. • In 2022 en 2023 draaiden we met subsidie van het Volkshuisvestingsfonds (VHF) een pilot met een subsidieregeling voor verduurzaming particulier woningbezit in Woensel-Zuid. Op basis van deze resultaten zetten we een vergaande ontzorgingsaanpak op voor de verduurzaming van ruim 600 huishoudens in Woensel Zuid. • In 2024 is bij het Volkshuisvestingsfonds een subsidie aangevraagd voor het isoleren van 143 woningen in 7 VvE's in de Generalenbuurt. Hier werken we aan een collectieve warmteoplossing. Met de subsidie kunnen deze VvE's en woningeigenaren vergaand ontzorgd worden in de verduurzaming van hun gebouwen. • In juni 2025 is de Witgoed-omruilactie gestart. Hiermee kunnen ongeveer 8700 huishoudens die in 2024 recht hadden op de Meedoenbijdrage een oud witgoedapparaat gratis omruilen voor een nieuw energiezuinig exemplaar.
• Eind 2025 start Eindhoven de uitvoering van het Nationale Isolatieprogramma (NIP)6. • Sinds 2023 werken we samen met bedrijven via bedrijveninvesteringszone en de Provincie Brabant aan verduurzamen van bedrijventerreinen in het zogenaamde programma: ‘de Grote Oogst’. Een community manager helpt bedrijven met inzicht krijgen in de energie en warmtevraag d.m.v. een breed aanbod van warmte- en energiescans. Inmiddels zijn 100 bedrijven betrokken en zijn ruim 60 scans afgenomen. • In 2024 is de MKB Deal opengesteld om midden en kleinbedrijf (MKB) te stimuleren bij duurzaamheidsinitiatieven. 4 24bst01138; Raadsvoorstel Oprichting publiek energie- en warmtebedrijf; oktober 2024 5 23bst00400; Bijlage 1 Startnotitie Publiek Energiebedrijf; maart 2023 6 Nationaal Isolatieprogramma
10
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
•
In drie buurten (Sintenbuurt, Generalenbuurt en ’t Ven) zijn bewoners actief betrokken bij het proces om te komen tot een buurtplan aardgasvrij. Een uniek participatietraject waar de gemeente voor deze buurten de samenwerking aangegaan is met Buurkracht en Omons (zie ook Eindhoven, Buurkracht en Omons slaan handen ineen | Eindhovenduurzaam).
1.4.3 Proeftuinen aardgasvrij Eindhoven heeft twee proeftuinen in het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW), voorheen Programma Aardgasvrije Wijken (PAW), namelijk: • ’t Ven en Lievendaal Sinds 2018 maken de buurten ’t Ven en Lievendaal deel uit van een NPLW proeftuin. In 2022 bleek het oorspronkelijke plan, de uitbreiding van het gemeentelijke warmtenet vanuit Meerhoven naar de proeftuin, financieel niet haalbaar. Daarom is een innovatief plan ontwikkeld op basis van een zonnecollector onder een korfbalveld. In 2023 is dit collectorveld opgeleverd en aangesloten op de bestaande gemeentelijke warmte- en koudeopslag (WKO) aan de Botenlaan op Sportpark Strijp. Met deze duurzame warmtebron sluiten we ruim 200+ woningen aan op een gemeentelijk warmtenet. De bron en de WKO zijn uit te breiden, waardoor op termijn nog 400 extra woningen kunnen worden voorzien van duurzame warmte. • Aardgasvrij Noordoost Sinds 2022 maken 500 woningen in de Generalenbuurt deel uit van een NPLW proeftuin. In deze buurt heeft woningcorporatie Woonbedrijf 500 woningen voorbereid op aardgasvrij verwarmen. Daarnaast is de proeftuin uitgebreid naar een project tot ongeveer 8.000 woningen, gelegen in 6 buurten (Eckart, Generalenbuurt, Hondsheuvels, Oude Gracht-West, Oude Toren en Vlokhoven). Dit project noemen we Aardgasvrij Noordoost.
In 2023 is gewerkt aan een schetsontwerp voor Aardgasvrij Noordoost, met als doel realisatie vanaf 2025. Half 2024 is besloten om meer tijd te nemen voor het ontwerp. De voorlopige planning is om in 2027 van start te gaan. We onderzoeken samen met Woonbedrijf of de flats aan de Hudsonlaan wel al vanaf 2026 aardgasvrij gemaakt worden, omdat Woonbedrijf daar al verduurzaming heeft gepland. Als dat mogelijk is, wordt de Hudsonlaan de eerste fase van het project Eindhoven Noordoost. 1.4.4 Overige activiteiten • We zijn op bedrijventerrein de Hurk sinds 2024 samen met de ondernemers en de BedrijveninvesteringsZone (BIZ) in gesprek over aardgasvrije oplossingen. • Van 2024 tot 2026 is er via de MKB Deal 1 miljoen beschikbaar gemaakt voor initiatieven voor MKB'ers op verschillende thema's waaronder warmtetransitie. • In de Transitievisie Warmte is Woensel Zuidwest ook omschreven als kansrijk gebied om te starten met een collectieve warmtevoorziening, net als bovengenoemde proeftuinen. Het idee was om het warmtenet van Ennatuurlijk hiernaartoe uit te breiden. Dit is vanwege de ontwikkelingen in landelijke wetgeving stil komen te liggen. • De Raad heeft besloten tot het uitfaseren van biomassa (februari 2020)7. • Samen met Waterschap de Dommel is een Waterenergieplan opgesteld (zie bijlage 12).
• We werken in het Duurzaamheidspact samen met woningcorporaties aan verduurzaming van hun woningbezit, energiebesparing, energiearmoede en de Samenwerkingsovereenkomst Warmtenetten8. • De interne organisatie is versterkt voor het uitvoeren van klimaat- en energietaken. • We verduurzaamden gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed.
7 19bst01788: Raadsvoorstel Uitgangspunten Warmtetransitie 8 Samenwerking voor warmtenetten in Eindhoven | Gemeente Eindhoven
11
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
2. Beleid en planproces 2.1 Beleidsambities en regelgeving Als gemeente staan we voor de opgave om onze stad klimaatneutraal te maken9. De warmtetransitie speelt hierin een belangrijke rol. We baseren ons beleid op een reeks internationale, nationale en lokale afspraken en visies. Hieronder geven we een overzicht van de belangrijkste documenten die richting geven aan onze aanpak en ambities op het gebied van duurzame warmtevoorziening. Tabel 1 Beleid Titel
Korte Samenvatting
Relevantie
Klimaatakkoord van Parijs
Internationaal akkoord (2015) om CO₂ uitstoot te verminderen. Basis voor NL en Eindhovens klimaatbeleid.
Mondiale klimaatdoelen, basis voor nationaal en lokaal beleid.
Nationaal Klimaatakkoord
Afspraken tussen overheid, bedrijven en organisaties om uitstoot in 2030 te halveren en in 2050 met 95% te reduceren.
Nederland aardgasvrij in 2050 als uitwerking van het Klimaatakkoord van Parijs.
Gemeentelijke Klimaatverordening 2016
Verplicht vijfjaarlijks Klimaatplan. Doelen: 55% reductie in 2030, 95% in 2050. Nationale klimaatwet stelt nu anders: nul uitstoot in 2050.
Gemeentelijke regelgeving, afgestemd op nationale doelen.
Klimaatplan 2020-202510
Vertaalslag doelstelling uit Klimaatverordening naar een korter tijdsbestek: een reductie van 400 kiloton ten opzichte van 2015 per 2025. Verder uitgewerkt in een tweejaarlijkse uitvoeringsagenda.
In de Uitvoeringsagenda Klimaat 2024-2025 is de gemeenteraad geïnformeerd over het opstellen van een warmteprogramma.
Klimaatplan 2026-203011
Uitwerking van de gemeentelijke klimaatdoelen voor de periode 2026-2030.
Concrete stappen voor 2026–2030.
Omgevingsvisie Eindhoven
In de omgevingsvisie staan de ambities en stedelijke opgaven benoemd. Hierin staat onder andere dat we toewerken naar het duurzaam, zonder CO₂-uitstoot, verwarmen van onze gebouwen in 205012.
Richtinggevend voor ruimtelijke ontwikkeling en warmtetransitie.
Koers Sociaal (2)040
Sociale visie op een inclusieve stad. Warmtetransitie ook als sociale opgave.
Verbindt technische en sociale aspecten van duurzaamheid. Ongelijk investeren voor gelijke kansen.
9 Pagina 8 Omgevingsvisie Eindhoven 10 20bst01485; Raadsvoorstel Klimaatplan 2021-2025 11 7914745_02: Klimaatplan III 2026-2030 12 Pagina 45 Omgevingsvisie Eindhoven
12
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
Nota participatiebeleid Omgevingswet13
Participatiebeleid – kaders en uitgangspunten – ter invulling van de participatieverplichting uit de Omgevingswet.
Basis voor het participatieplan voor het warmteprogramma. Onderdeel hierbij is dat we het proces zo duidelijk en transparant mogelijk inrichten en resultaten terugkoppelen.
Programma Ondergrond14
Beleidskader voor ondergrondse ruimte. Bodemenergie en grondwaterbeheer als kansen.
Ondergrond is essentieel voor duurzame warmtevoorziening.
Masterplan Bodemenergie centrumgebied15
Ruimtelijke kaders voor waar en hoe bodemenergiesystemen kunnen worden toegepast.
Inhoudelijk en ruimtelijk kader bij het kiezen van duurzame warmtebronnen.
Relatie met andere programma’s
Het warmteprogramma is één van de thematische programma’s waar we als gemeente aan werken. Andere domeinen waarin we aan een programma werken zijn gezonde fysieke leefomgeving, klimaatadaptatie, wonen, enz.
Integraal onderdeel van stedelijke ontwikkeling en energie-infrastructuur. Belangrijk dat de verschillende thematische programma’s op elkaar aansluiten.
2.2 Wetgeving We staan als gemeente voor de uitdaging om de warmtetransitie zorgvuldig en doelgericht vorm te geven. Daarbij krijgen we te maken met nieuwe wet- en regelgeving die onze rol als regisseur versterkt en ons meer instrumenten geeft om de overstap naar duurzame warmtevoorziening mogelijk te maken. Hier geven we een overzicht van de belangrijkste wetten en besluiten die vanaf 2026 van kracht worden. Deze juridische kaders bepalen hoe we plannen opstellen, gebieden aanwijzen, samenwerken met partners en bewoners betrekken. We werken in Eindhoven nu alvast in de geest van de aankomende wetgeving. Tabel 2 Wetgeving Titel
Samenvatting
Wet gemeentelijke instrumenten Warmtetransitie (Wgiw)
De WGIW vervangt vanaf 2026 de Transitievisie Warmte door het Warmteprogramma. Het Warmteprogramma wordt verplicht onder de Omgevingswet en moet elke 5 jaar worden geactualiseerd. Het bevat o.a. een overzicht van gebouwen, isolatieplannen, energie-infrastructuur en nationale kosten. Ook moet het de resultaten van het vorige programma beschrijven. De wet geeft gemeenten de bevoegdheid om gebieden in de gebouwde omgeving aan te wijzen die eerder van het gas af gaan. Deze bevoegdheid wordt via maatwerkregels in het omgevingsplan ingezet. Het Warmteprogramma is een voorwaarde om deze bevoegdheid te kunnen gebruiken. De gemeente moet zorgen dat gebouwen tijdig overstappen op duurzame warmte. Als blijkt dat dit niet haalbaar is, moet de einddatum voor gasafsluiting worden aangepast. Milieuaspecten en nationale kosten spelen een belangrijke rol in de besluitvorming.
Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw)
Het Bgiw is de uitvoeringsregeling bij de Wgiw en werkt de aanwijsbevoegdheid verder uit. Gemeenten moeten rekening houden met haalbaarheid en betaalbaarheid voor bewoners. Participatie van burgers en organisaties is verplicht bij het wijzigen van het omgevingsplan. Er moet een redelijke termijn zijn tussen aanwijzen en overstappen op duurzame warmte (richtlijn: 8 jaar). Gebouweigenaren mogen een eigen duurzaam alternatief kiezen (opt-out), mits even duurzaam. Het uitvoeringsplan dient als onderbouwing voor deze waarborgen. De gemeente moet aantonen hoe bewoners zijn betrokken en hoe rekening is gehouden met hun mogelijkheden. De opt-out biedt keuzevrijheid voor bewoners. Het besluit stelt
13 21bst01550: Nota participatiebeleid Omgevingswet 14 22bst01702: Omgevingsprogramma Ondergrond Eindhoven 2023-2026 15 22bst00120: Masterplan Bodemenergie
13
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
juridische en niet-juridische eisen aan de inzet van bevoegdheden. Het Bgiw zorgt voor zorgvuldige besluitvorming en bescherming van bewonersbelangen. Wet Collectieve Warmtevoorzieningen (WCW)
De WCW geeft gemeenten de regierol in de ontwikkeling van warmtenetten. Het eigendom van warmtenetten wordt publiek georganiseerd. De gemeenteraad van Eindhoven heeft ingestemd met een publiek energiebedrijf. Na invoering van de WCW kunnen gemeenten warmtekavels vaststellen. Een publiek energiebedrijf wordt dan aangewezen voor het maken van een kavelplan. Het kavelplan bevat een aanbod voor afnemers in het gebied. De voorgenomen warmtekavels worden opgenomen in het Warmteprogramma. De wet versterkt de rol van gemeenten in de warmtevoorziening. Het bevordert publieke sturing en transparantie. De WCW formaliseert ook een rol voor warmtegemeenschappen. Deze kunnen dan in warmtebedrijven deelnemen, maar ook zelfstandig een warmtekavel exploiteren. De WCW treedt naar verwachting in werking in januari 2026. Deze wet borgt ook de leveringszekerheid van collectieve warmtesystemen.
Omgevingswet
De Omgevingswet maakt het Warmteprogramma verplicht zodra de WGIW in werking treedt. Voor programma’s gelden verplichtingen op het gebied van participatie, monitoring en verslaglegging. Voor het Warmteprogramma geldt ook een Plan-MER-plicht. Een Plan-MER is een milieueffectrapportage voor plannen met mogelijke milieugevolgen. Het Warmteprogramma is kaderstellend voor activiteiten die mer-plichtig kunnen zijn. Het Plan-MER is opgenomen als bijlage 1 bij het Warmteprogramma. De Omgevingswet zorgt voor integratie van ruimtelijke en milieubelangen. Het programma moet transparant en zorgvuldig worden opgesteld. Participatie van belanghebbenden is verplicht. De wet bevordert samenhang in beleid en uitvoering.
Energiewet
De nieuwe Energiewet vervangt de Gaswet en Elektriciteitswet 1998. De wet moderniseert en verduurzaamt het energiesysteem. Consumenten worden beter beschermd met transparante voorwaarden en vaste contracten. Het stroomnet wordt flexibeler benut via congestiemanagement en cable pooling. De wet stimuleert lokale energieopwekking en energiegemeenschappen. Veilig datagebruik wordt bevorderd met nieuwe regels. De wet implementeert Europese richtlijnen voor energiegebruikers. Een opvallend element is de formele erkenning van energiegemeenschappen. Deze collectieven van burgers, bedrijven en/of overheden mogen gezamenlijk energie opwekken, delen en verkopen, wat lokale betrokkenheid en duurzaamheid bevordert. Meer over energiegemeenschappen in hoofdstuk 4.1.3.
2.3 Planproces 2.3.1 Algemeen Met de nieuwe wetgeving zijn een aantal nieuwe instrumenten geïntroduceerd, van Warmteprogramma tot warmtekavels. Onderstaande figuur 1 laat zien hoe deze samenkomen. In het rood zijn de instrumenten waar de gemeente de regie over heeft. In het blauw de instrumenten waar het warmtebedrijf in eerste instantie de regie over heeft. Elk instrument heeft een aangewezen bevoegd gezag, College van Burgemeesters en Wethouders of de Gemeenteraad. Gedurend het hele traject is er sprake van communicatie, participatie en een energiebesparingsaanpak. De energiebesparingsaanpak omschrijven we verder in hoofdstuk 4.1.
14
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
Figuur 1: Plan- en besluitproces duurzame warmte. 2.3.2 Warmteprogramma In het Warmteprogramma (WP) omschrijven we welke gebieden op welke manier van het aardgas af gaan, en per wanneer. Op het abstractieniveau van het Warmteprogramma is nog veel onzeker. We spreken dus over voornemens en meest kansrijke warmteoplossingen. Het Warmteprogramma herijken wij elke vijf jaar. Het college van burgemeester en wethouders stelt het Warmteprogramma vast. 2.3.3 Uitvoeringsplan We werken in gebiedsgerichte aanpakken toe naar uitvoeringsplannen (UP). Het uitvoeringsplan richt zich op een specifiek gebied. In het uitvoeringsplan wordt de warmteoplossing verder uitgewerkt en werken we samen met de buurt toe naar steeds meer zekerheid. Hierbij kijken we naar de techniek, sociale samenhang van een buurt, het organisatorisch vermogen, financieen, juridische zaken, etc. Het UP is niet alleen een einddocument, maar vooral ook een proces (2.3.4) dat we samen met stakeholders
15
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
en de buurt vormgeven. Het uitvoeringsplan dient daarnaast als onderbouwing voor de juridische en niet-juridische waarborgen uit het Bgiw. Het uitvoeringsplan bevat onder andere: • Een gebiedsanalyse van het gebied op alle relevante ruimtelijke en sociale thema’s. • Een studie naar de haalbaarheid van de meest kansrijke warmteoplossing. • Globaal communicatie- en participatieplan en verslag. • Programma van eisen voor de publieke warmtebedrijven. • Omschrijving en onderbouwing van de warmtekavel(s) (2.3.5). • Een omschrijving van de gekozen warmteoplossing (inclusief definitief ontwerp), op basis van het afwegingsmodel. • Een tijdspad met het beoogde tijdstip waarbij men op redelijke termijn de overstap maakt op een duurzame warmtevoorziening. • Een beschrijving van de maatregelen die nodig zijn om dit te realiseren, zoals financiele ondersteuning en subsidiemogelijkheden. • Een analyse van kosten en baten voor bewoners en gebouweigenaren. • Een toelichting op het doenvermogen. Op welke manier er rekening is gehouden met de draagkracht en mogelijkheden van de bewoners. • Uitleg over de keuzevrijheid om een eigen duurzaam alternatief te kiezen. In tegenstelling tot het Warmteprogramma is een gemeente niet verplicht om een uitvoeringsplan op te stellen.
2.3.4 Communicatie- en participatie Samen op weg naar duurzame warmte, oftewel aardgasvrij is geen eenzijdige of rechte weg voor inwoners, ondernemers en gebouweigenaren. Het vraagt om maatwerk, om luisteren, om meebewegen op de vraag en het vermogen om mee te kunnen doen. Vragen als: ‘Waar ben ik aan toe, heb ik keuzevrijheid, hoe kan ik meedenken en meedoen?” komen aan bod. In de stappen die we met de buurt gaan zetten, geven we ruimte aan al dit soort vragen. We hanteren de volgende uitgangspunten in de communicatie en participatie bij de Uitvoeringsplannen: • De warmtetransitie is een complex proces. Veel is nog onduidelijk. Hierover eerlijk en open zijn is cruciaal. • We zijn helder over wat bestuurlijk is vastgesteld en waarvoor financiering geregeld is (en wat niet). • Gemeente heeft op gebiedsniveau een regierol. Op gebouwniveau nemen we de faciliterende en ondersteunende rol. De gebouweigenaar maakt de keuze voor hoe het eigen gebouw te verduurzamen en betaalt de benodigde aanpassingen (met behulp van eventuele subsidies). • We volgen een heldere tijdlijn zodat inwoners, ondernemers en gebouweigenaren weten wat er wanneer van hen wordt verwacht en zij zich kunnen voorbereiden op een duurzame warmteoplossing. • We starten actieve communicatie op in een gebied zodra we aan het uitvoeringsplan beginnen.
• Gebieden die een onderzoeksgebied zijn voor een collectieve oplossing, informeren we na vaststelling van het Warmteprogramma actief. • We bouwen aan vertrouwen en zetten in op een lange termijn relatie (van ongeveer 10 jaar). • We zetten in op stadsbrede communicatie over maatregelen. We geven advies over energie besparen om toe te werken naar ‘lage-temperatuur-klaar’.
16
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
Daarnaast is participatie is verplicht voor programma’s onder de Omgevingswet en essentieel voor het hele planproces. Doel is om belangen, meningen en ideeën van inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren tijdig op tafel krijgen16. 2.3.5 Warmtekavels Met invoering van de Wet collectieve warmte (Wcw) is het beheer en exploitatie van collectieve warmtevoorzieningen een publieke taak. Dit onderdeel is dus niet van toepassing bij individuele warmteoplossingen. Het vaststellen van een warmtekavel is een instrument om een gebied te koppelen aan een warmtebedrijf. De gemeente wijst een warmtekavel aan, dat wil zeggen: de gemeente kiest een gebied waar een publieke warmtevoorziening wordt verwacht. Vervolgens schrijft een (publiek) warmtebedrijf zich hierop in. Zij stelt dan een kavelplan op over hoe zij het gebied van warmte gaat voorzien. Al deze stappen hebben hun eigen wettelijke eisen voor de nodige onderbouwing. Deze stappen lopen parallel met het uitvoeringsplan. In de Wcw krijgt het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om warmtekavels vast te stellen. 2.3.6 Omgevingsplan De aanwijsbevoegdheid zetten we in middels een wijziging van het Omgevingsplan. Zo leggen wij de keuze voor de aardgasvrije warmtevoorziening en de termijn waarop aardgas wordt afgesloten wettelijk bindend vast.
Het uitvoeringsplan geldt als de onderbouwing van de aanwijsbevoegdheid, wanneer deze voldoet aan de waarborgvereisten volgens het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw). Het wijzigen van het omgevingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad. 2.3.7 Realisatie Bij een collectieve warmteoplossing wordt in deze realisatiefase gewerkt aan aanleg, exploitatie en beheer. Bij een individuele oplossing worden gebouweigenaren gestimuleerd om hun gebouwen te verduurzamen. In beide gevallen blijven we het uitvoeringsplan monitoren en evalueren om ervoor te zorgen dat niemand in de kou komt te staan.
2.4 Milieueffectrapportage 2.4.1 Algemeen Voor het Warmteprogramma hebben we een plan-mer onderzoek uitgevoerd (bijlage 1). Onderdeel van de procedure milieueffectrapportage (mer) is een eindrapport, genaamd het milieueffectrapport (MER). Het doel van dit plan-MER is tweeledig: leren over milieueffecten van het Warmteprogramma om de besluitvorming hierin te verrijken, en aandachtspunten meegeven aan vervolgtrajecten (Uitvoeringsplannen). 2.4.2 Leren over milieueffecten We onderzochten de effecten van verschillende onderzoeksvarianten op verschillende aspecten van het milieu. De onderzoeksvarianten bevatten een mix aan collectieve en individuele warmtetechnieken. Voor het milieueffect van deze technieken hebben wij gekeken naar de volgende aspecten: Klimaat en energie, Geluid, Bodem, Lucht, Water, Groen en natuur, Circulariteit, Ruimtelijke kwaliteit, Archeologie en cultuurhistorie en Hitte. In paragraaf 3.2.9 worden conclusies uit het plan-MER meegenomen in de toelichting van de voorkeursoplossing per gebied. In het plan-MER (bijlage 1) worden de milieueffecten in detail omschreven.
16 Pagina 3 Nota participatiebeleid Omgevingswet
17
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
2.4.3 Aandachtspunten en mitigerende maatregelen meegeven aan vervolgtrajecten. Bij het maken van een definitief ontwerp voor de warmteoplossing passen we maatregelen toe om de potentiële negatieve effecten van de gekozen oplossing zo klein mogelijk te houden (de zogenaamde mitigerende maatregelen). Waar verschillende (milieu)belangen elkaar in de weg staan, maken wij een transparante afweging van deze belangen. Op het moment dat de definitieve techniekkeuze verankerd wordt in het omgevingsplan (met de aanwijsbevoegdheid, toegelicht in 2.2), moeten de gemaakte afwegingen en keuzes transparant en navolgbaar zijn. Bij de gebiedsgerichte aanpakken (4.2) halen we de relevante aandachtspunten uit het plan-mer op en de daarbij horende mitigerende maatregelen. We nemen ook de positieve effecten op het milieu (zoals CO₂-besparing) mee in onze afwegingen. Om ons tijdens de rest van het hele planproces (2.3) de verschillende belangen en afwegingen navolgbaar en transparant te maken, ontwikkelden wij een afwegingsmodel (bijlage 6).
2.5 Rol belangengroepen en partnerorganisaties 2.5.1 Algemeen We hebben voor het Warmteprogramma een participatieproces doorlopen. Uit evaluaties over participatie in de proeftuinen aardgasvrij en in landelijke rapporten van de proeftuinen geven inwoners aan graag pas weer betrokken te worden zodra er concrete oplossingen worden geboden en er een duidelijk financieel plaatje is van de geboden aardgasvrije oplossing. Dit maakt dat we ervoor hebben gekozen om in het Warmteprogramma te participeren met belanghebbendengroepen en partnerorganisaties in plaats van op individueel niveau. In deze paragraaf lichten we de rol van de belangrijkste partnerorganisaties toe, variërend van netbeheerders en woningcorporaties tot energiebedrijven, overheden en maatschappelijke initiatieven. Het participatieverslag is opgenomen in bijlage 3. 2.5.2 Eindhoven Energie Eindhoven Energie functioneert als een holdingmaatschappij met daaronder verschillende deelnemingen. Eén daarvan is Eindhoven Warmte B.V. i.o., die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het Warmteprogramma. We werken als gemeente samen met Eindhoven Energie gedurende het planproces (2.3). In het juridische model van Eindhoven Energie is het ook mogelijk om te participeren in- of samen te werken met warmtegemeenschappen. 2.5.3 Enexis Enexis is de netbeheerder van het elektriciteits- en gasnet in Eindhoven.
Door de elektrificatie van ons energiesysteem en de groei van onze stad leggen we een steeds groter beslag op de capaciteit van het elektriciteitsnet. Ook de plannen in dit Warmteprogramma vragen extra capaciteit van het elektriciteitsnet. We stemmen onze plannen voortdurend met Enexis af om ervoor te zorgen dat er tijdens de realisatie voldoende netcapaciteit is. 2.5.4 Woningcorporaties In Eindhoven zijn vier woningcorporaties actief, namelijk: ‘thuis, Trudo, Woonbedrijf en Wooninc. Samen hebben zij 37% van de woningvoorraad in handen. Via het Duurzaamheidspact werken we nauw samen. Zo hebben we in april 2025 samen huurdersvertegenwoordiging Platform Eindhovense Klantraden en Eindhoven Energie de Samenwerkingsovereenkomst Warmtenetten ondertekend. De belangrijkste punten van de samenwerkingsovereenkomst zijn: Warmtenet-tenzij, aardgas geen referentie, betaalbaarheid, isoleren en een redelijk rendement voor het warmtebedrijf.
18
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
2.5.5 Waterschap de Dommel Water is een belangrijke duurzame warmtebron voor Eindhoven. We zetten bijvoorbeeld in op warmte uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie en uit de Dommel. Met het Waterschap bespreken we kansen voor de inzet van aquathermie, op een manier dat past bij de kerntaken van het Waterschap. 2.5.6 Energie Beheer Nederland (EBN) Energie Beheer Nederland (EBN) is een publiek bedrijf in de energiesector. Eén van hun werkzaamheden (in samenwerking met TNO) is het SCAN (Seismische Campagne Aardwarmte Nederland) programma. SCAN brengt de onbekendere delen in de Nederlandse ondergrond in kaart, en onderzoekt de geschiktheid van de ondergrond voor geothermie. In 2025 is de onderzoeksboring in Stad van Gerwen uitgevoerd. De resultaten geven inzicht in de potentie van geothermie in gemeente Eindhoven. 2.5.7 Ennatuurlijk Ennatuurlijk is een Nederlands, privaat warmtebedrijf. In Eindhoven, waar ook het hoofdkantoor gevestigd is, beheert Ennatuurlijk meerdere warmtenetten die samen zo’n 7.000 huishoudens en 40 zakelijke klanten van warmte voorzien. Het grootste warmtenet van Ennatuurlijk loopt vanaf de biomassacentrale op Strijp-T en bedient onder andere de wijken Strijp-S, Strijp-T, Vredeoord, delen van Woensel-West en het centrum.
De aankomende Wet collectieve warmte (2.2) organiseert dat het eigendom van warmtenetten op termijn in meerderheid publiek wordt, en voorziet in kaders voor de overgang van privaat naar publiek. 2.5.8 Buurgemeenten 21 gemeenten, waaronder Eindhoven, vormen samen de Metropoolregio Eindhoven (MRE). Dit is een regionale samenwerking om gezamenlijk de energietransitie vorm te geven, o.a. in de uitvoering van de Regionale Energiestrategieën (RES). De Wet collectieve warmte (2.2) bepaalt daarnaast dat gemeenten elkaar raadplegen wanneer warmtebronnen of infrastructuur over gemeentegrenzen heen reiken. 2.5.9 Provincie De provincie Brabant vervult een ondersteunende en strategische rol in de warmtetransitie binnen de Metropoolregio Eindhoven (MRE) en in de uitvoering van de Regionale Energiestrategieën (RES). De provincie beheert onder andere het Warmtebronnenregister, een geografisch overzicht van bestaande en potentiële warmtebronnen in NoordBrabant. De provincie, EBN en Enexis Groep verkennen ook de ontwikkeling van een Brabants warmtebedrijf.17 De Wet collectieve warmte (Wcw) (2.2) bepaalt dat ook de provincie wordt geraadpleegd wanneer warmtebronnen of infrastructuur over gemeentegrenzen heen reiken. De provincie heeft een formele rol vanuit de Wcw als toezichthouder bij warmtekavels die gemeentegrenzen overstijgen.
2.5.10 040Energie 040Energie is een onafhankelijke vereniging die particuliere woningeigenaren helpt met het verduurzamen hun woning in Eindhoven, door advies en collectieve inkoopacties te organiseren. 040Energie is een belangrijke samenwerkingspartner die veel contact heeft met inwoners.
17 Provincie, EBN en Enexis Groep verkennen ontwikkeling Brabants warmtebedrijf - Brabant
19
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
2.5.11 Intermediaire partners bedrijfsleven Onze intermediaire partners zijn onder andere Stichting ondernemersverenigingen Eindhoven (St. OVE) en VNO-NCW. Zij vertegenwoordigen het bedrijfsleven van Eindhoven. Met hen maken we integraal afspraken over de aanpakken van de diverse bedrijventerreinen van Eindhoven. Ook gaan we bij vele ondernemersplatfora in Eindhoven in gesprek over duurzaamheidsthema’s. Met de 2 campussen (HTC en TU/E) hebben we contact over de duurzaamheidsopgaven en hoe we hier gezamenlijk in kunnen optrekken. 2.5.12 Brainport Eindhoven Eindhoven maakt deel uit van de innovatieve toptechnologieregio Brainport Eindhoven. Via het Bestuurlijk Overleg Brainport werkt de regio samen met het Rijk aan een strategische agenda die onder meer de energietransitie versnelt. Projecten zoals ‘Beethoven’ – een gezamenlijke investering van €2,5 miljard – zijn gericht op het versterken van het vestigingsklimaat voor hightechbedrijven. Tegelijkertijd zet Brainport zich in voor investeringen in energie-infrastructuur, woningbouw, onderwijs, bereikbaarheid en regelgeving die de groei van de regio mogelijk maakt. 2.5.13 Trefpunt groen Trefpunt Groen Eindhoven (TGE) is een stichting, met een formele rol vastgelegd in het Protocol Centraal Milieu Overleg.
TGE werkt samen met natuur- en milieuorganisaties, bewonersgroepen en andere betrokkenen om een duurzaam beleid te bevorderen op het gebied van: natuur, milieu, ecologie en cultuurhistorie. TGE geeft zowel gevraagd als ongevraagd advies aan de gemeente Eindhoven en andere partijen. Ze zijn actief betrokken bij ruimtelijke plannen van de gemeente en fungeren als bemiddelaar bij conflicten tussen de gemeente en belanghebbenden zoals inwoners en ondernemers. 2.5.14 Wijkverenigingen In Eindhoven kennen we veel wijk- en buurtverenigingen die zich inzetten voor een fijne en leefbare woonomgeving. Ze organiseren activiteiten die inwoners met elkaar verbinden, zoals: buurtfeesten, sportdagen of gezamenlijke opruimacties. Vanuit de kennis die bewonersverenigingen hebben over hun buurt kunnen ze een adviserende rol richting gemeente en andere organisaties vervullen.
20
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
3. Hoe, wat en wanneer 3.1 Hoe gaan we te werk? 3.1.1 Algemeen In de eerdere Transitievisie Warmte ‘Eindhoven Aardgasvrij’ zijn drie leidende principes geïntroduceerd: Impact, Inclusief en Innovatie. Deze principes zijn in het voorliggende Warmteprogramma verrijkt tot een set van tien gidsprincipes. Deze principes geven concreet invulling aan het ‘hoe’ van de Eindhovense warmtetransitie. In de volgende paragrafen gaan we in op het ‘wat’ (de inhoudelijke keuzes en maatregelen) en het ‘wanneer’ (de planning en fasering van de gebiedsgerichte aanpakken). Maar eerst lichten we hieronder de gidsprincipes toe die onze aanpak structureren. 3.1.2 We zien warmte als een publieke voorziening We beschouwen warmte in Eindhoven als een publieke voorziening. Dat betekent dat het belang van inwoners centraal staat: iedereen moet toegang hebben tot betrouwbare, duurzame en betaalbare warmte. Inwoners moeten kunnen rekenen op een systeem dat niet alleen technisch goed functioneert, maar ook aansluit bij hun leefwereld, zorgen en wensen. Om deze belangen structureel te borgen, hebben we een afwegingsmodel (bijlage 6) ontwikkeld. Dit model bevat zowel kwalitatieve als kwantitatieve criteria en helpt ons om transparant, onderbouwd en consistent besluiten te nemen over de inrichting van de toekomstige warmtevoorziening in een gebied.
Het model is gebaseerd op de publieke belangen die zijn vastgelegd in de startnotitie voor het publieke energiebedrijf18. Deze zijn: inclusief en betaalbaar; duurzaam; betrouwbaar; efficiënt en voortvarend; en maatschappelijk en financieel rendabel. Hieronder valt ook leveringszekerheid, de basis van een betrouwbaar energiesysteem. Resultaat van dit principe: De oprichting van Eindhoven Energie markeert een belangrijke stap in het publiek organiseren van de warmtetransitie. Het stelt ons in staat om publieke belangen leidend te maken in de uitvoering en opschaling van duurzame warmtevoorziening. 3.1.3 We starten met kosten, maar sturen op waarde De warmtetransitie vraagt om forse investeringen in infrastructuur, technologie en organisatie. Daarom is het essentieel om vanaf het begin inzicht te hebben in de nationale kosten. De Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving vormde hiervoor een vertrekpunt. Deze brengt voor heel Nederland de nationale kosten van verschillende warmteopties in beeld en geeft zo richting aan de eerste keuzes. Daarnaast hebben we een extra technische economische analyse uitgevoerd (bijlage 4), waarmee we de financiële consequenties van warmtekeuzes op lokaal niveau beter begrijpen. Maar kosten zijn slechts één kant van het verhaal. In Eindhoven sturen we nadrukkelijk op maatschappelijke waarde.
Dat betekent dat we verder kijken dan alleen de euro’s. We wegen ook bredere baten mee, zoals het klimaatadaptief maken en vergroenen van de leefomgeving, het vergroten van comfort en gezondheid, het terugdringen van energiearmoede, en het versterken van de lokale werkgelegenheid en innovatiekracht.
18 23bst00400; Bijlage 1 Startnotitie Publiek Energiebedrijf; maart 2023
21
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
Het afwegingsmodel (bijlage 6) speelt hierin een centrale rol. Dit model integreert kosten én maatschappelijke baten, en bevat ook de weging van de milieucriteria uit de milieueffectrapportage. Het stelt ons in staat om transparante, waarde-gedreven keuzes te maken gedurende het hele planproces. Resultaat van dit principe: In enkele gebieden – zoals Erp, Oud-Strijp en Doornakkers-West & Lakerlopen (4.2.11) – bood de kostenanalyse geen eenduidige uitkomst. Hier is het afwegingsmodel toegepast om tot een onderbouwde keuze te komen. Dit model, dat gedurende het hele planproces wordt ingezet, integreert ook milieucriteria uit de milieueffectrapportage (mer). Zo maken we transparante en waarde-gedreven keuzes voor de warmtevoorziening in Eindhoven. 3.1.4 We investeren ongelijk voor gelijke kansen De warmtetransitie moet naast duurzaam ook eerlijk zijn. In het Bestuursakkoord Samen Morgen Mooier Maken is vastgelegd dat Eindhoven een innovatieve, ondernemende en sociale stad wil zijn, waar iedereen profiteert van de vooruitgang. Dit uitgangspunt sluit aan bij het principe van ongelijk investeren voor gelijke kansen, zoals geformuleerd in Koers Sociaal (2)040. We erkennen dat niet elke wijk of bewoner dezelfde uitgangspositie heeft. Sommige buurten kampen met hoge energielasten, lage isolatiegraad en beperkte investeringskracht.
Daarom kiezen we ervoor om juist daar méér te investeren. Dit doen we onder andere door via Eindhoven Energie een balans te creëren tussen rendabele en onrendabele projecten, zodat ook kwetsbare wijken toegang krijgen tot duurzame warmte. We onderzoeken hoe we het instrument warmtekavels kunnen inzetten om kosten te socialiseren. Resultaat van dit principe: We hebben wijkanalyses uit Koers Sociaal (2)040 gebruikt om gebieden met sociale uitdagingen in beeld te krijgen. Op basis daarvan investeren we bewust meer in deze wijken. De energiebesparingsaanpak wordt zowel stadsbreed als gebiedsgericht toegepast. Daarnaast zetten we een energiedienstenorganisatie op die inwoners actief ondersteunt met advies, begeleiding en uitvoering. Zo zorgen we ervoor dat iedereen kan meedoen, en dat de warmtetransitie bijdraagt aan het terugdringen van energiearmoede en het verbeteren van comfort en gezondheid. 3.1.5 We halen het maximale uit onze proeftuinen Eindhoven loopt voorop in de warmtetransitie en benut actief de kansen die landelijke programma’s bieden. Via deelname aan de proeftuinen van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) doen we waardevolle praktijkervaring op. Zo leren we onder andere over technieken, samenwerkingsvormen en participatieprocessen. De kracht van de proeftuinen zit in het leren door te doen.
We ontdekken wat werkt en wat niet, en vertalen deze inzichten naar onze bredere aanpak. Zo hebben we geleerd dat vroegtijdige inwonersbetrokkenheid, technische flexibiliteit en duidelijke communicatie cruciaal zijn voor het slagen van projecten. De lessen uit de proeftuinen vormen daarmee een belangrijke basis voor opschaling en versnelling in andere delen van de stad. Resultaat van dit principe: Eindhoven ontvangt rijksbijdragen voor de proeftuinen in Eindhoven Noord-Oost (4.2.3) en ’t Ven, Lievendaal (4.2.4). Deze gebieden vormen een vliegwiel voor de verdere uitrol van de warmtetransitie in de stad.
22
Ontwerp Warmteprogramma 2026-2030 - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Augustus 2025
3.1.6 We maken de stad lagere-temperatuur-klaar Een toekomstbestendige warmtevoorziening begint bij energiebesparing. Daarom zet de gemeente Eindhoven vol in op het verbeteren van de energieprestatie van gebouwen. Goed geïsoleerde woningen en gebouwen zijn essentieel om verwarming met een lage aanvoertemperatuur — rond de 50 ºC — mogelijk te maken. Dit maakt duurzame oplossingen zoals warmtepompen of collectieve lage-temperatuurnetten technisch en economisch haalbaar. De basis hiervoor bestaat uit isolatie, kierdichting, ventilatie en een geschikt afgiftesysteem. Deze beperken warmteverlies en zorgen voor een gezond binnenklimaat. De gemeente ondersteunt bewoners, ondernemers en andere gebouweigenaren actief met advies, subsidies en collectieve inkoopacties. De focus ligt daarbij op woningen die momenteel nog slecht geïsoleerd zijn. Cultureel erfgoed vraagt om een specifieke aanpak. Monumentale panden en beeldbepalende gebouwen hebben vaak historische bouwmaterialen en constructies die niet altijd geschikt zijn voor standaard isolatiemaatregelen of installatietechnieken. Toch is ook hier met maatwerk verduurzaming mogelijk met respect voor de cultuurhistorische waarde. Resultaat van dit principe: We voeren een energiebesparingsaanpak (4.1.1) uit die zowel stadsbreed als gebiedsgericht wordt toegepast, onder andere via de inzet van de energiedienstenorganisatie (4.1.2).