CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Nota van zienswijzen TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur

Raadsvergadering 10 maart 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling wijzigingsbesluit TAM-omgevingsplan BIC Noord – ASML en wegenstructuur34.935 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

3 De indiener geeft aan dat een plan-MER opgesteld dient te worden voor deze ontwikkeling. Dat is gebeurd in 2015. Het is daarnaast niet nodig om

75

voor één ontwikkeling meerdere milieueffectrapporten op te stellen. Jurisprudentie (o.a. ECLI:NL:RVS:2024:1048) wijst uit dat het bevoegd gezag gebruik mag maken van een “levend” MER en dat het is toegestaan dat het milieueffectrapport bij op het eerste besluit volgende plannen steeds actueel gehouden wordt en aangevuld wordt met meer gedetailleerde informatie over milieueffecten. Bij een opvolgend ruimtelijk plan van het totale plangebied dient het bevoegd gezag wel te kijken of het oorspronkelijke MER nog toereikend is, en kan waar nodig gewerkt worden met een aanvulling op het MER. Uit de aanvulling op het MER blijkt dat het oorspronkelijke MER niet volledig toereikend is, en om die reden is voor die onderwerpen een actuele analyse opgesteld. Hieruit volgt dat de effecten uit het oorspronkelijke MER ook bij de detailinvulling van BIC Noord vallen binnen de bandbreedte van destijds beschreven effecten. Het klopt dat de Commissie mer in 2015 adviseerde om de verkeerseffecten voorafgaand aan besluitvorming nader in beeld te brengen. Deze nadere analyse heeft plaatsgevonden door de uitgebreide verkeersstudie die als bijlage bij het TAM-omgevingsplan is gevoegd. Daarmee is invulling gegeven aan het advies van de Commissie mer.

Ad.4 Naar aanleiding van dit onderdeel in de zienswijze kan worden opgemerkt dat de eisen die ASML zichzelf bij de ontwerpen en de realisering van nieuwe bedrijfsbebouwing oplegt strenger zijn dan op grond van de richtlijnen inzake trillingshinder opgelegd zouden kunnen worden. ASML is zich bewust van de trillingshinder die vanwege de luchthaven, de vliegbasis en het Defensieterrein kan ontstaan. Om die reden heeft ASML TNO ingeschakeld om onderzoek te doen naar trillingen vanuit de vliegbasis in relatie tot de gebouwen van ASML. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de categorieën van gebouwen aangewezen, waarbij op grond van het Bkl met het effect van trillingen rekening moet worden gehouden. De gebouwen van ASML vallen daar echter niet onder. De apparatuur die ASML nodig heeft om de machines mee te maken, kan echter gevoelig zijn voor trillingen. Om die reden betrekt ASML bijvoorbeeld al het NLR dat thuis is in het doorrekenen van de effecten van een vliegbasis bij de te bouwen constructies van ASML op de nieuwe locatie.

ASML draagt hierin dus een grote mate van eigen verantwoordelijkheid, waar zij bewust kiest voor het realiseren van een nieuwe ASML campus vlakbij de vliegbasis en luchthaven enerzijds en anderzijds zij zich bewust is van de geluidsruimte die Defensie nodig heeft en nodig acht om het belang van de nationale veiligheid onder alle omstandigheden goed te kunnen dienen. Omdat er geen wettelijk kader is dat hierin in afdoende mate kan voorzien, wordt tussen ASML, de gemeente Eindhoven, Eindhoven Airport en Defensie schriftelijk overeengekomen dat partijen borgen dat ook toekomstige ontwikkelingen bij Defensie mogelijk zijn en blijven. Indien de theoretische situatie zich voor zou doen dat er gronden van de gemeente

76

Eindhoven niet aan ASML maar aan een derde partij in erfpacht worden uitgegeven, dan geldt dat de gemeente aan die partij als voorwaarde zal stellen, dat ook deze partij deelneemt aan de al gemaakte afspraken over het functioneren van en de benodigde ruimte voor toekomstige ontwikkelingen van de luchthaven. Wij zijn van mening dat daarmee een ongehinderd functioneren van de vliegbasis en de luchthaven ook na vestiging van ASML in de toekomst mogelijk blijft. Ad. 5 Voorliggend TAM-omgevingsplan en de bijbehorende BOPA’s gaan uit van aansluiting van het onderliggende wegennet (OWN) op de huidige op- en afritten van de A58. Hiervoor is aan de zuidzijde een klein deel nodig van het defensieterrein. Dit heeft geen effect op de bereikbaarheid van Eindhoven Airport en/of andere stakeholders. Ad. 6 De veiligheidszones zijn conform het interim beleid externe veiligheid luchthaven Eindhoven van het (voormalig) Ministerie van VROM opgenomen. De begrenzing van deze contouren is gebaseerd op informatie die is verstrekt door Defensie. Voor uitgebreidere informatie hierover wordt verwezen naar het gemeentelijk standpunt bij zienswijze 4. Alleen ruimtelijke plannen waarover besluitvorming heeft plaatsgevonden zijn opgenomen in het BBMA-model waarmee is gerekend. Er kan dan ook nog geen rekening worden gehouden met eventuele toekomstige uitbreidingsplannen van Defensie. Ad.

7 Naar aanleiding van de zienswijze wordt de planbegrenzing op de verbeelding aangepast. Gebleken is dat de verbreding van de Spottersweg ter hoogte van de parkeerplaatsen van de Luchthaven kan worden aangelegd op de eigen gronden, waardoor de plangrens op de kadastrale perceelsgrens kan worden gelegd. Van Eindhoven Airport worden geen gronden binnen de plangrens meer betrokken. Van Defensie blijven wel gronden nodig voor de verbreding van de Spottersweg. Zoals in de beantwoording van de zienswijze van de Fietsersbond onder 2.1 al is aangegeven is het gebied tussen de Spottersweg en het Beatrixkanaal in de Omgevingsverordening Noord-Brabant aangewezen als Natuur Netwerk Brabant (NNB). Hier kan de plangrens niet worden aangepast. Op deze locatie is deze NNB-zone al smal. De benodigde ruimte van de weguitbreiding zou leiden tot een verdergaande versmalling waardoor er bijna geen NNB-zone meer overblijft. Aantasting van de strook langs het Beatrixkanaal kan leiden tot een knelpunt qua versnippering van leefgebied voor doelsoorten, waardoor we in strijd zouden komen met de

77

instructieregels uit de Omgevingsverordening van de provincie en de zorgplicht uit de Omgevingswet. Waar wordt gewezen op het feit dat binnen het plangebied zelf NNB gronden in gebruik worden genomen ten behoeve van de ontwikkeling, geldt dat de uitbreiding van ASML in BIC Noord zoveel als mogelijk buiten de NNB mogelijk wordt gemaakt. Daar waar dit niet mogelijk is – dit betreft vooral infrastructurele voorzieningen – worden die gronden ruimschoots gecompenseerd binnen het plangebied grenzend aan de oorspronkelijke locatie (de evz-zone). Ad. 8 In het proces om van het huidige schetsontwerp te komen tot een voorlopig ontwerp wordt de maaiveldhoogte van de omgeving in beeld gebracht. Het hoogteverschil nabij de Spottersplek kan technisch worden opgelost. De wijze waarop dit kan gebeuren wordt met Defensie, als huidige grondeigenaar, besproken en ingepast. Ad. 9 De planregeling waar Eindhoven Airport naar verwijst wordt niet juist gelezen. Niet 40% van de bestemming ‘Maatschappelijk – Luchthaven’ mag worden bebouwd, maar 40% van het bouwvlak dat binnen deze bestemming is gelegen. Dit volgt uit de definitie van het begrip ‘bebouwingspercentage’ in artikel 2. De gronden die benodigd zijn voor de verbreding van de Spottersweg vallen niet samen met de gronden waar de bouwvlakken op zijn gelegen. Datzelfde geldt voor de 10% van de bestemming ‘Maatschappelijk Militaire Luchthaven”.

De wegverbreding heeft dus zowel voor Defensie als voor Eindhoven Airport niet tot gevolg dat de bouwmogelijkheden afnemen. Ad. 10 De borging van calamiteitenroutes/uitgangen vindt plaats via de benodigde vergunningen voor de benodigde wegwerkzaamheden. Te allen tijde zullen deze toegangen beschikbaar blijven. Als dit echt niet kan dan wordt tijdig met stakeholders en de veiligheidsregio een acceptabel alternatief gezocht en vastgelegd. De Spottersplaats blijft vooralsnog gehandhaafd. Wel wordt gezocht of er alternatieve locaties zijn. Het belang van een spottersplaats wordt breed gedragen door Eindhoven Airport, Defensie en de gemeente Eindhoven. Enerzijds omdat de behoefte er is om vliegtuigen te spotten en regulering hiervan op één plek de voorkeur heeft boven handhaving op diverse ongewenste locaties rond de luchthaven. Anderzijds is het vanuit recreatief oogpunt (nabij knooppunt fietsroutes) een gewenste voorziening. Er is de afgelopen maanden gezamenlijk gezocht naar een alternatieve locatie maar deze is (nog) niet gevonden. Reconstructie van dit deel van de

78

Spottersweg is voorzien vanaf 2028 waardoor er nog tijd is de verkenning voor te zetten. Mocht die er niet zijn dan borgt voorliggend TAMomgevingsplan behoud van de spottersplek nabij de huidige locatie. Ad. 11 Voorliggend plan maakt een verbreding van de Spottersweg mogelijk. De verkeersontsluiting van P5, P6 en P7 verandert niet door de nieuwe situatie. In het bestemmingplan voor P5 is expliciet opgenomen dat een eventueel gebouwde parkeervoorziening geen aansluiting krijgt op de Spottersweg. De in dat plan opgenomen groen/blauwe buffer is om die reden in dat plan opgenomen. Voorliggende ontwikkeling verandert die situatie niet. In het bestemmingsplan voor P5 is het volgende opgenomen: “Er komt geen extra afslag vanaf de Spottersweg omdat er dan kans is op opstoppingen”. De verkeersontsluiting is voorzien via de Luchthavenweg (gelijk aan huidige situatie). Voorliggend plan verandert deze situatie niet. Door een toename van verkeer op de Spottersweg wordt het kruispunt van deze weg met de Luchthavenweg gereconstrueerd. Hierbij wordt meer capaciteit toegevoegd voor de toename van verkeer. In het voorliggend plan is rekening gehouden met de verkeersintensiteit van de vastgestelde plannen zoals P5 en P7.

Zoals toegelicht onder punt 2 en punt 17 wordt Eindhoven Airport bij de verdere uitwerking/optimalisatie van het kruispunt LuchthavenwegSpottersweg betrokken, waarbij ook (koppel)kansen in relatie tot Eindhoven Airport District kunnen worden meegenomen, maar ook (bijvoorbeeld) het traject van de Brainportlijn. Mochten er te zijner tijd nieuwe inzichten zijn die gevolgen hebben voor de ontsluiting van (bijvoorbeeld) P5 en P7, dan moet alsdan bekeken worden welke maatregelen er nodig zijn. Een goede bereikbaarheid van Eindhoven Airport is een belangrijk uitgangspunt in de ontwerpopgave van het grotere gebied. Ad. 12 Het fietspad c.q. de fietsstraat stopt bij de Spottersplek en wordt niet doorgetrokken tot de kruising met de Luchthavenweg. Zoals hiervoor onder randnummer 7 en 10 is aangegeven zijn de gronden van Eindhoven Airport niet langer meer binnen de plangrenzen gelegen. Ad. 13 Met betrekking tot de extra watergang langs de Spottersweg aan luchthavenzijde kan worden opgemerkt dat met Defensie en Eindhoven Airport is afgesproken dat er op deze locatie hiervoor een technische oplossing wordt gemaakt, zoals het aanbrengen van een duiker. Er zal

79

geen aantasting plaatsvinden van waterbergingscapaciteit op het terrein van Eindhoven Airport. Ad. 14 Het maken van het voorlopige ontwerp wordt op korte termijn opgestart. Indien op dat moment de plannen voor de toekomstige waterberging van EA voldoende zijn uitgewerkt dan kunnen deze worden geïntegreerd in het voorlopig ontwerp van de infrastructuur. Dit zal te zijner tijd moeten worden afgestemd. Ad. 15 De berekeningen voor het nieuwe ILS-systeem worden in opdracht van Defensie in het buitenland uitgewerkt door de leverancier van dit systeem. Op dit moment zijn de resultaten en de daaraan gekoppelde eisen/randvoorwaarden nog niet bekend. Het is ook niet bekend wanneer deze beschikbaar komen. Voorliggend plan kan hier echter niet op wachten waardoor eventuele latere eisen niet verwerkt kunnen worden. De gemeente Eindhoven erkent en ondersteunt het grote belang van implementatie van dit systeem en zal, zodra de resultaten bekend zijn, in overleg met Defensie bekijken of er en zo ja welke, technische aanpassingen nodig zijn voor het ontwerp van de Spottersweg. Uitgangspunt is wel dat de Spottersweg 2x2 rijstroken gaat omvatten en dat doorstroming en verkeersveiligheid hierbij worden geborgd. Ad. 16 Door het vervallen van het fietspad langs de Spottersweg is er geen eigendom meer nodig van Eindhoven Airport.

De plangrens van het TAMomgevingsplan wordt aangepast overeenkomstig het verzoek aan westzijde langs de Spottersweg ter hoogte van de eigendomsgrens van Eindhoven Airport. Ad. 17 Ten aanzien van de entree van de luchthaven via de Luchthavenweg kan worden vermeld dat Eindhoven Airport wordt betrokken bij de verdere uitwerking van deze plannen. Verder wordt door een toename van verkeer op de Spottersweg het kruispunt van deze weg met de Luchthavenweg gereconstrueerd. Hierbij wordt meer capaciteit toegevoegd voor de toename van verkeer. In het voorliggend plan is rekening gehouden met de verkeersintensiteit van de planologisch vastgestelde plannen zoals P1. Dit heeft dus geen gevolgen voor de bereikbaarheid van deze parkeervoorziening. De exacte vormgeving van dit kruispunt wordt in overleg met Eindhoven Airport uitgewerkt.

80

Ad. 18 Het voorliggend ruimtelijk plan is gebaseerd op het onderliggend verkeerskundig ontwerp. Daarnaast voldoet dit ontwerp aan alle landelijke richtlijnen die gelden voor dit type wegen. Onduidelijk is wat wordt bedoeld met de “rare kronkel bij de camping”. Ad. 19 De plangrenzen van voorliggend Tam-omgevingsplan zijn vastgesteld op basis van het onderliggend verkeerskundig ontwerp. Hierin is een reconstructie voorzien van het kruispunt Spottersweg-Anthony Fokkerweg inclusief vervanging en verbreding van beiden bruggen over het Beatrixkanaal. Hierbij is ook voldoende ruimte aanwezig voor langzaam verkeer. Ad.20 Bij de volgende stappen ten aanzien van de uitwerking van het onder het TAM-Plan gelegen ontwerp van de wegenstructuur zal Eindhoven Airport als belangrijke stakeholder worden betrokken. Ad. 21 In het ambitiescenario waarbij 33% van de werknemers gebruik maken van het OV zal dit onder andere zijn door de inzet van bussen die op de snelweg rijden in combinatie met snelweghubs en parkeren op afstand. Dit maakt deel uit van het bestaande regionale beleid en is daarom niet apart opgenomen als maatregel. Eindhoven gaat niet over eventuele uitwisseling van beschikbare parkeercapaciteit. Mochten partijen in het gebied kansen zien om met elkaar samen te werken op dit gebied, dan is dat aan partijen zelf.

Wel dienen eventuele effecten hiervan op niet voorziene verkeersstromen inzichtelijk te worden gemaakt zodat er geen nieuwe knelpunten gaan ontstaan. Ad. 22 - In het verkeersonderzoek naar BIC Noord zijn er op verschillende locaties in het netwerk zogenoemde selected link analyses uitgevoerd in het verkeersmodel. Deze analyses maken inzichtelijk wat de herkomst en bestemming van verkeer op een wegvak is. In de ‘Achtergrondrapportage verkeer’ is het resultaat van deze selected link analyses toegelicht in paragraaf 6.3. Op de toe- en afritten van de aansluiting A58 Best is deze analyse ook uitgevoerd. Dit laat zien waar verkeer op deze toe- en afritten vandaan komt en naartoe gaat. Hieruit blijkt dat slechts een heel beperkt aandeel van het verkeer op deze aansluiting de gehele Spottersweg uitrijdt en doorrijdt naar Veldhoven (en vice versa). Op etmaalniveau gaat het om enkele honderden voertuigen, een fractie van het totaal op Flight Forum en de aansluiting A58 Best. Er kan gesteld worden dat, ook na verbreding van de Spottersweg naar 2x2, sluipverkeer

81

-

-

-

-

tussen Veldhoven en de A58 nauwelijks aanwezig is op de Spottersweg. Voor de ontwikkeling van BIC Mix dient een afzonderlijke procedure gevolgd te worden. Daarbij dient aangetoond te worden dat de verkeersgeneratie aansluit bij hetgeen is aangenomen in het onderzoek naar BIC Noord en mogelijk wordt gemaakt door de aanpassingen in de wegenstructuur. Voorliggend plan heeft geen invloed op mobiliteitsbeleid bij BIC I (en II), dit kan dan ook niet als randvoorwaardelijk worden meegenomen. De modal split (50% auto) is inderdaad niet afdwingbaar, maar wel realistisch gelet op de ervaringsgegevens van ASML in Veldhoven, op de maatregelen die getroffen worden om het gebied direct met een HOV-halte bereikbaar te maken en het maximeren van het aantal parkeerplaatsen in het plangebied. In het verkeersonderzoek bij het TAM-omgevingsplan wordt onderkend dat op veel locaties rondom BIC Noord in de autonome situatie (dus zonder ontwikkeling BIC Noord) al knelpunten optreden op de huidige infrastructuur van het onderliggend wegennet. Daarom wordt op diverse locaties op het onderliggend wegennet de capaciteit infrastructuur uitgebreid, om het autonome verkeer én het verkeer van/naar het plangebied te accommoderen. Het resultaat is dat, ten opzichte van de autonome situatie, de doorstroming in de omgeving rond de luchthaven (veel) beter is als gevolg van het plan.

In de verkeersmodellering is rekening gehouden met toekomstige gebiedsontwikkelingen waar besluitvorming over heeft plaatsgevonden. In de verkeersmodellering is (onder andere) ook rekening gehouden met zo’n 15%-20% verkeersgroei voor het hele luchthavengebied tussen 2019-2030. Dit leidt tot de prognose van verkeersintensiteiten op de wegen aan zowel de noord- als zuidzijde van het netwerk. Voor zowel de autonome situatie als de plansituatie is in het BBMA verkeersmodel een zogenoemde toedeling uitgevoerd. Hierbij worden de routes van verkeer in het netwerk berekend. Het verkeersmodel houdt in de routekeuze rekening met deze drukte. Dit leidt ook tot de bevindingen met betrekking tot toenames van intensiteit op omliggende wegen als gevolg van het plan. Deze toedeling is uitgevoerd met rekenmodules die in het BBMA verkeersmodel ter beschikking worden gesteld. Voor de werking hiervan wordt verwezen naar de technische documentatie van het BBMA verkeersmodel (op aanvraag beschikbaar via Provincie Noord-Brabant, via Verkeersmodel.BBMA@brabant.nl). Voor de verbreding van de A2/N2, A58 en realisatie van de Brainportlijn worden afzonderlijke trajecten doorlopen. Deze projecten zijn van regionaal belang. Deze projecten zijn niet randvoorwaardelijk voor de doorgang van dit specifieke plan. Het

82

plan is erop ingericht deze ontwikkelingen vooral niet onmogelijk te maken of te belemmeren Ad. 23 Deze verbinding is in de huidige situatie al aanwezig. Voorliggende ontwikkeling heeft geen effect op doorgaand verkeer dat momenteel ook gewoon gebruik kan maken van deze verbinding. Ad. 24 Medio 2027 wordt de eerste fase van BIC2 in bedrijf genomen. Voorwaarde volgens het bestemmingsplan Brainport Industries Campus (cluster 2) is dat, bij opening van BIC2 de Rein Welschenlaan wordt opengesteld voor verkeer van en naar BIC1 en BIC2 via de aansluiting op de Spottersweg. De huidige aansluiting van de Landsard op de Spottersweg is vanaf dat moment alleen nog beschikbaar voor openbaar vervoer. Ad. 25 In de verkeersrapportage (paragraaf 2.3) is aangegeven dat er gerekend is met 20.000 ‘people on site’ in BIC Noord. Dat betekent dus dat er 20.000 mensen op een dag aanwezig zijn. Dit omvat niet alleen werknemers van ASML en BIC Mix, maar ook bezoekers / zakelijke relaties. In de berekening van de totale verkeersgeneratie is dus rekening gehouden met personenverkeer van niet-werknemers en medewerkers die tussen de locaties onderling reizen. Er is daarbij een worst-case benadering aangehouden dat zij zich net als werknemers gedragen en grotendeels in de spitsperioden reizen. In de praktijk zal dit aandeel dus iets lager en gunstiger zijn.

Bovendien zullen de werknemers niet in één keer, maar gefaseerd naar BIC komen. Het aantal vrachtbewegingen van en naar de gebiedsontwikkeling is ook aangegeven in paragraaf 2.3 van de verkeersrapportage. Dit aantal is gebaseerd op de praktijkervaring van ASML in Veldhoven. Ad. 26 Een touchpoint is een gebouw of onbebouwde ruimte waar uitwisseling van kennis en ideeën kan plaatsvinden tussen voornamelijk werknemers van ASML en andere bedrijven op de campus. De touchpoints creëren contactpunten tussen ASML en de gehele campus van BIC en bevorderen ontmoetingen in verschillende vormen. Deze ontmoetingsplekken liggen aan of nabij het campuspad om zo een goede en herkenbare verbinding te maken met andere fabrieksclusters en ontmoetingsplekken op BIC. Een touchpoint is qua functie te vergelijken met het atrium van BIC 1 waar iedere dag interactie tussen de medewerkers van de verschillende bedrijven, studenten en bezoekers plaatsvindt. Kennisuitwisseling is de basis voor innovatie; de reden waarom de gemeente en ASML dit van groot belang achten. Gebruikers/bezoekers van deze faciliteiten kunnen gebruik maken van HOV voorzieningen, fiets en parkeerplaatsen (conform parkeernorm) om de site te bereiken.

83

Ad. 27 Voorliggend plan wordt aangepast waardoor er geen eigendom meer nodig is van Eindhoven Airport. Er is geen HOV-busbaan voorzien op het deel tussen de Landsardseweg en de Luchthavenweg. De nieuwe inrichting van het kruispunt Spottersweg-Luchthavenweg raakt de huidige in- en uitgang van P7 niet (Castendijkweg). Optimalisatie wordt gezocht binnen de eigendomsgrenzen van de gemeente Eindhoven. Er zijn op dit moment geen concrete plannen bekend voor eventueel aanpassen van P7, waardoor voorliggende ontwikkeling uitgangspunt is voor de benodigde reconstructie van dit kruispunt. De aanwezigheid van HOV is wel degelijk gekoppeld aan de verkeersintensiteit en modaliteit. De koppeling is gemaakt bij de parkeernorm. Door de aanwezigheid van HOV vindt een 25% reductie plaats op de parkeernorm. De gemeente zal direct bij aanvang van ontwikkeling zorgen voor een aansluiting op de bestaande HOV 3, zodat BIC Noord direct bij opening goed per HOV bereikbaar is. De Brainportlijn loopt een ander procedureel traject, omdat dit ook andere gemeenten in de regio raakt. Hier vindt separate besluitvorming over plaats, maar in het TAM-omgevingsplan is wel een ruimtereservering opgenomen, zodat de Brainportlijn in de toekomst optimaal ingepast kan worden. De exploitatie van de HOV kan niet worden geregeld in een TAMomgevingsplan, enkel het ruimtegebruik.

Wel is het generieke uitgangspunt voor een HOV-lijn in Eindhoven dat er een minimale busfrequentie wordt gerealiseerd. Met de provincie is nauw overleg over de toekomstige HOV bereikbaarheid van het gebied. Ad. 28 In de huidige situatie is reeds sprake van congestie op het hoofdwegennet (A58/N2/A2). Studies om dit op te lossen zijn of worden op korte termijn gestart door Het Rijk (Innova58 en MIRT N2/A2). Vanuit de regio wordt ingezet op spoedige realisatie van beide projecten. Voorliggend project voorziet in een robuuste aanpassing van het onderliggend wegennet in de situatie met en zonder aanpassingen op het hoofdwegennet. Om deze reden en omdat de verantwoordelijkheid voor het aanpakken van het hoofdwegennet bij het Rijk ligt en dit voorspoedig wordt opgepakt wordt geen voorwaardelijke verplichting opgenomen. Ad. 29 Het deel tussen de huidige Dirk Noordhoflaan en de A58 (inclusief onderdoorgang) wordt in de eerste fase gerealiseerd (functioneel gereed voor 1-1-2028). Vervolgens wordt gestart met de aanpassingen op het deel van de Spottersweg ten zuiden van de Dirk Noordhoflaan. Zolang het

84

zuidelijke deel nog niet gereed is kan het verkeer van en naar ASML alleen via en vanaf de A58 de nieuwe campus bereiken door een fysieke afslagbeperking op de Spottersweg. Zodra het zuidelijke deel tussen de Dirk Noordhoflaan en de N2/A2 gereed is komt deze verplichte rijrichting te vervallen. De eerste fase van BIC2 wordt in de loop van 2027 opgeleverd, het huidige verkeersnetwerk heeft voldoende capaciteit om dit te verwerken. De planvorming voor BIC Mix moet nog plaatsvinden, maar in voorliggende plannen is qua bereikbaarheid, doorstroming en verkeersveiligheid rekening gehouden met de verkeerstoename als gevolg van BIC-Mix. Partijen, waaronder Eindhoven Airport, worden betrokken om het gebied tijdens de realisatiefase bereikbaar te houden. Conclusie De zienswijze voor zover deze ziet op het respecteren van de eigendomsgrenzen van de luchthaven geeft aanleiding tot wijziging van de verbeelding van het vast te stellen TAM-omgevingsplan door de plangrens op de kadastrale grens te leggen die de percelen van Eindhoven Airport met die van de gemeente van elkaar scheidt.

2.20 Defensie Het ministerie van Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) onderkennen het belang van de ontwikkeling van ASML op BIC Noord. Defensie en RVB zijn in een vroeg stadium bij de beoogde ontwikkeling van BIC Noord-ASML betrokken. De samenwerking wordt als constructief ervaren en wordt gewaardeerd. In zijn algemeenheid geldt dat een kenbare plantoelichting op welke onderzoeken ten grondslag liggen aan de ontwikkeling ontbreekt. Een aantal aspecten worden onder de aandacht gebracht. 1. Beperkingengebied Het plangebied ligt binnen het beperkingengebied van het Luchthavenbesluit. Op grond van artikel 10.17, lid 6 en 8.8, lid 1 van de Wet luchtvaart moet bij de vaststelling van een omgevingsplan het Luchthavenbesluit in acht worden genomen. Daarnaast geldt in zijn algemeenheid op grond van artikel 5.151 Bkl dat geen activiteiten zijn toegestaan die het gebruik van militaire terreinen of objecten kunnen belemmeren. Uit het plan en de onderzoeken blijkt niet dat met de bouwhoogte van 30 en 40 meter wordt voldaan aan de kaders zoals wettelijk gesteld. Bovendien worden in de regels ondergeschikte bouwdelen uitgezonderd van de maximale bouwhoogten. De maximale bouwhoogte dient inclusief ondergeschikte bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te gelden.

Verzocht wordt het gehele beperkingengebied op te nemen in het TAM-omgevingsplan en daarbij te onderbouwen hoe het plan voldoet aan de gestelde kaders binnen de beperkingengebieden van het Luchthavenbesluit.

85

2. Verbreding Spottersweg Door veranderende verkeersbewegingen kan meer verstoring optreden op de ILS. In 2027 wordt het ILS-systeem vervangen door een nauwkeuriger en gevoeliger systeem. De verstoring van de verbreding is nog niet getoetst aan het nieuwe systeem. De verbreding kan conflicteren met beperkingengebieden van aanvliegverlichting en de nieuwe weg kan invloed hebben op de aanleg van aanvliegverlichting en armaturen. E.e.a. moet onderzocht worden vóór vaststelling van het TAM-plan. Indien maatregelen noodzakelijk zijn moeten die worden opgenomen in het TAM-plan. Het omgevingsplan dient in ieder geval te voorzien in het handhaven van de huidige en mogelijke nieuwe locaties van de aanvliegverlichting in het plangebied. 3. Spottersweg op Defensieterrein De begrenzing van het TAM-omgevingsplan komt op Defensieterrein te liggen als gevolg van de verbreding van de Spottersweg. Dat is onwenselijk en onnodig. De verbreding kan worden uitgevoerd zonder militair terrein. 4. Geluid in relatie tot trilling door vliegverkeer Militaire procedures wijken af van conventionele verkeersroute evenals vlieghoogten. Dit kan trilling vanuit de lucht veroorzaken. Het plangebied bevindt zich op relatief korte afstand van de kazerne en Oirschotse heide waar in de toekomst 8500 vliegbewegingen per jaar kunnen plaatsvinden.

De gevolgen van de trillingen van het vliegverkeer dienen door ASML dan wel de gemeente door TNO en NLR inzichtelijk te worden gemaakt. Defensie wil daartoe onder voorwaarden gegevens met de onderzoeksbureaus delen. Dit is noodzakelijk voor de ontwerpen van de ASML bebouwing zodat de bedrijfsvoering geen hinder ondervindt van huidige en toekomstige activiteiten op en rondom de vliegbasis Eindhoven en de kazerne. Daarnaast voor de gemeente om de noodzakelijke kaders op te nemen in het omgevingsplan om de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan te kunnen garanderen. Bij het uitblijven van onderzoek naar trillingen voldoet het TAMomgevingsplan niet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Gevraagd wordt om e.e.a. te onderzoeken en als daaruit blijkt dat maatregelen nodig zijn om de nieuwe gebouwen en/of activiteiten tegen trillingshinder te beschermen dient dat in het Omgevingsplan te worden opgenomen. Zonder een onderzoek voldoet het plan niet aan ETFAL. 5. Tijdelijke Gebruiksfuncties Het TAM-plan ziet op een campus waardoor het beeld ontstaat dat mogelijk ook tijdelijke huisvesting wordt geboden aan werknemers en studenten. Tijdelijk verblijf kan ook een niet geluidgevoelige functie

86

betreffen. Verzocht wordt om aan te geven dat (tijdelijk) verblijf binnen het plangebied niet is toegestaan. 6. Inrichting waterpartijen De voorziene aanleg van wadi’s, waterpartijen en waterberging in de nabijheid van de vliegbasis kan een vogel aantrekkende werking hebben en daarmee een gevaar vormen voor de vliegveiligheid. Van belang is de waterbergingsproblematiek rondom de vliegbasis en het kazerneterrein met mogelijke oplossingsrichtingen – waaronder recreatieplas de Landsard – integraal met het gebied BIC Noord te beschouwen. 7. Verkeersmaatregelen en ontsluiting Verzocht wordt Defensie te betrekken bij de verdere uitwerking van de plannen. De gevolgen voor de vliegbasis en de kazerne kunnen op dit moment moeilijk worden ingeschat. In de stukken lijkt een toelichting te ontbreken op de maatregelen die getroffen worden tijdens de realisatiefase om de bereikbaarheid van de kazerne en de vliegbasis te borgen. De ontsluiting over Ericaweg wordt ook gebruikt als ontsluiting voor zwaar militair transport. Het kazerneterrein moet voor grote vervoersbewegingen met militaire voertuigen onbelemmerd toegang kunnen bieden. In geval van calamiteiten dient er ongehinderd toegang mogelijk te zijn via de calamiteitenpoort. De ontsluiting van zowel kazerne als vliegbasis dient in alle gevallen verzekerd te zijn.

Het TAM-omgevingsplan biedt te weinig onderbouwing bij de uitvoering in de realisatiefase, meer in het bijzonder hoe nadelige gevolgen voor kazerne en vliegbasis worden beperkt en ontsluiting geborgd zal blijven, ook tijdens realisatiefase. 8. Verzocht wordt actief betrokken te blijven bij de ontwikkeling. Verzocht wordt om een overzicht van de vervolgstappen. Standpunt gemeente Ad. 1: In het voortraject is ambtelijk een aantal keer overleg geweest over de bouwhoogte beperkingen zoals opgenomen in het Luchthavenbesluit Eindhoven. Begin 2025 zijn de massavolume plannen voor deze ontwikkeling van ASML voorgelegd om te laten doorrekenen door de Koninklijke Luchtmacht op deze bouwhoogte beperkingen. De nu in het TAM-omgevingsplan opgenomen maximale bouwhoogten voor gebouwen zijn op deze doorrekening gebaseerd voor wat betreft de funnel en IHCS. Deze doorrekening is ook onderbouwd en gevisualiseerd in hoofdstuk 6.1.4 (par. ‘obstakelbeheergebieden’, onder kop ‘locatie versus obstakelbeheergebieden’) van de motivering bij het TAM-omgevingsplan. Naar aanleiding van de zienswijze met betrekking tot ‘ondergeschikte bouwonderdelen’ is in de regels (artikel 3.3) de mogelijkheid om de

87

maximale bouwhoogte met ten hoogste 10% te overschrijden door ‘ondergeschikte bouwonderdelen’ verwijderd. Wat betreft de werking van het ILS kan uit de hierboven genoemde afbeelding in de motivering van het TAM-omgevingsplan worden afgeleid dat vanwege de maaiveldhoogte van circa 19 meter + NAP bebouwing vanaf 21 meter hoog in noordelijke richting oplopend tot 30 / 40 meter dient te worden getoetst. Bij de toetsing begin 2025 van de bouwplannen is vanuit Defensie bevestigd dat zowel de huidige als de nieuwe ILS geen beperking geeft op de ontwikkeling van ASML in BIC Noord bij de opgenomen bouwhoogtes van 30 en 40 meter. Uit overleg met Defensie is gebleken dat de regels van het ontwerp-TAMomgevingsplan niet aangepast hoeven te worden. Tussen Defensie, Eindhoven Airport, ASML en de gemeente Eindhoven worden schriftelijke afspraken gemaakt waarin wordt afgesproken dat in de uitvoering onderling overleg zal plaats hebben over tussentijdse nieuwe ontwikkelingen en/of informatie die voor de bedrijfsvoering van één of meerdere partijen van belang kan zijn. Het onderzoek naar interferentie met de ILS door de verbreding van de Spottersweg loopt nog. De gemeente Eindhoven denkt graag mee in oplossingen. Op voorhand zijn er geen signalen dat een juiste werking van het nieuwe ILS-systeem onevenredig verstoord zal gaan worden. Ad.

2: De berekeningen voor het nieuwe ILS-systeem worden in opdracht van Defensie uitgewerkt door de leverancier van dit systeem. Op dit moment zijn de resultaten en de daaraan gekoppelde eisen/randvoorwaarden nog niet bekend. Het is ook niet bekend wanneer deze beschikbaar komen. Voorliggend plan kan hier echter niet op wachten waardoor nu niet bekend is welke eisen eventueel verwerkt moeten en kunnen worden. De gemeente Eindhoven erkent het belang van implementatie van dit systeem en zal, zodra de resultaten bekend zijn, in overleg met Defensie kijken of er en zo ja welke, technische aanpassingen nodig en mogelijk zijn voor het ontwerp van de Spottersweg. Uitgangspunt is dat de Spottersweg 2x2 rijstroken gaat omvatten en dat doorstroming en verkeersveiligheid geborgd blijven. Ad. 3: De plangrens van het TAM-omgevingsplan is vastgesteld op basis van het huidige schetsontwerp. In de verdere uitwerking tot een Voorlopig ontwerp zal in overleg met Defensie worden gezocht naar een verdere optimalisatie. Doel is het benodigde grondgebruik van Defensie tot een minimum te beperken. Voor een toelichting ten aanzien van het fietspad wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijzen van de Fietsersbond en Eindhoven Airport.

88

Daarnaast wordt opgemerkt dat het belang van een spottersplaats breed wordt gedragen door Eindhoven Airport, Defensie en de gemeente Eindhoven. Enerzijds omdat de behoefte er is om vliegtuigen te spotten en regulering hiervan op één plek de voorkeur heeft boven handhaving op diverse ongewenste locaties rond de luchthaven. Anderzijds is het vanuit recreatief oogpunt (nabij knooppunt fietsroutes) een gewenste voorziening. Er is de afgelopen maanden gezamenlijk gezocht naar een alternatieve locatie maar deze is (nog) niet gevonden. Reconstructie van dit deel van de Spottersweg is voorzien vanaf 2028 waardoor er nog tijd is de verkenning naar oplossingsrichtingen voort te zetten. Mochten die er niet zijn dan borgt voorliggende TAM-omgevingsplan behoud van de Spottersplek nabij de huidige locatie. Ad. 4: Naar aanleiding van dit onderdeel in de zienswijze kan worden opgemerkt dat de eisen die ASML zichzelf bij de ontwerpen en de realisering van nieuwe bedrijfsbebouwing oplegt strenger zijn dan op grond van richtlijnen inzake trillingshinder opgelegd zouden kunnen worden. ASML is zich bewust van de trillingshinder die vanwege de vliegbasis en het Defensieterrein kan ontstaan. In het Bkl zijn de categorieën van gebouwen aangewezen, waarbij op grond van het Bkl met het effect van trillingen rekening moet worden gehouden. De gebouwen van ASML vallen daar echter niet onder.

De apparatuur die ASML nodig heeft om de machines mee te maken, kan echter gevoelig zijn voor trillingen. Om die reden betrekt ASML bijvoorbeeld al het NLR dat thuis is in het doorrekenen van de effecten van een vliegbasis bij de te bouwen constructies van ASML op de nieuwe locatie. ASML draagt hierin dus een grote mate van eigen verantwoordelijkheid, waar zij bewust kiest voor het realiseren van een nieuwe ASML campus vlakbij de vliegbasis en luchthaven enerzijds en anderzijds zij zich bewust is van de geluidsruimte die Defensie nodig heeft en nodig acht om het belang van de nationale veiligheid onder alle omstandigheden goed te kunnen dienen. Omdat er geen wettelijk kader is dat hierin in afdoende mate kan voorzien, wordt tussen ASML, de gemeente Eindhoven, Eindhoven Airport en Defensie schriftelijk overeengekomen dat partijen borgen dat ook toekomstige ontwikkelingen bij Defensie mogelijk zijn en blijven. Indien de theoretische situatie zich voor zou doen dat er gronden van de gemeente Eindhoven niet aan ASML maar aan een derde partij in erfpacht worden uitgegeven, dan geldt dat de gemeente aan die partij als voorwaarde zal stellen, dat ook deze partij deelneemt aan de al gemaakt afspraken over het functioneren van en de benodigde ruimte voor toekomstige ontwikkelingen die Defensie nodig heeft.

Wij zijn van mening dat daarmee een ongehinderd functioneren van de vliegbasis ook na vestiging van ASML in de toekomst mogelijk blijft. Ad. 5:

89

Uit de regels van het TAM-omgevingsplan die voor de functie ‘Bedrijf’ zijn opgenomen onder ‘Toepassingsbereik’, blijkt niet dat een vorm van tijdelijk verblijf is toegestaan. Het woord “campus” wordt in de regels ook niet gebruikt. Tijdelijke huisvesting aan werknemers en/of studenten is op grond van dit TAM-omgevingsplan niet toegestaan. Ad.6: De vliegveiligheid staat voorop bij het nader uitwerken van de voor het TAM-omgevingsplan en BOPA’s benodigde waterberging compensatie. Een groot deel van deze bergingen wordt als (nood-)overloopgebied ingericht waar het water vervolgens infiltreert en/of wordt afgevoerd naar de Ekkersrijt. De waterbergingen worden in overleg met Defensie vogelluw ingericht. Door de combinatie te zoeken met natuurcompensatie, door het aanbrengen van rietkragen e.d. voor doelsoorten, wordt voorkomen dat er grote wateroppervlakten ontstaan. Het uitgewerkte inrichtingsplan zal worden afgestemd met Defensie. Ad. 7: Calamiteitenuitgangen zullen altijd bereikbaar blijven. Met RWS is afgesproken dat er bij nood (m.b.t. de landmacht c.q. kazerne) een directe op-afrit op de A58 in gebruik wordt gesteld indien de huidige op- en afritten niet beschikbaar zijn. De nieuwe infra wordt afgestemd op het maatgevend voertuig dat door Defensie is aangedragen (Leopard 2geniedoorbraaksysteem).

Over beschikbaarheid van de route vanaf de kazerne naar de losplaats in het Eindhovense stadsdeel Acht zullen afspraken worden gemaakt met Defensie. Omleidingsroutes en fasering van de werkzaamheden wordt in directe samenspraak met Defensie opgesteld. Dit zal de komende maanden worden opgepakt middels een BLVC-plan (Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid, Communicatie). In een BLVC-plan wordt beschreven wat de consequenties van een project/werkzaamheden zijn voor de omgeving en hoe de negatieve effecten worden beheerst. Het plan bevat een raamwerk aan afspraken en kaders die van toepassing zijn op de projecten/werkzaamheden. Als aan die afspraken wordt voldaan, dan zijn de omgevingsrisico’s tot een aanvaardbaar niveau teruggebracht Ad. 8: Eind maart/begin april 2026 wordt het voorlopig ontwerp voor de 1e fase van de wegenstructuur afgerond. Dit is de basis om de bouwmethode met bijbehorende fasering te gaan opstellen in directe samenspraak met alle stakeholders in de directe omgeving van deze werkzaamheden, waaronder Defensie. Vervolgstap met betrekking tot de TAM-omgevingsplan procedure is vaststelling ervan in de raad van 10 maart 2026. Conclusie De zienswijze voor zover die ziet op het kunnen overschrijden van de maximale bouwhoogte geeft aanleiding artikel 3 (Meet- en

90

rekenbepalingen) van het vast te stellen TAM-omgevingsplan gewijzigd vast te stellen.

2.21 Bewoner Burgstraat Best 1. Beperking gebruiksmogelijkheden Het perceel van deze bewoner mag op dit moment agrarisch worden gebruikt en zo wordt het ook geëxploiteerd. Het huidige gebruik stemt niet overeen met het beoogde gebruik voor de functie ‘Bedrijf’, t.b.v. bedrijven en activiteiten voor de vervaardiging van machines voor lithografische systemen. Indien conform de voorziene functie de eigenaar de gronden in gebruik zou willen nemen, kan hij niet voldoen aan de voorgeschreven ‘fysieke’ natuurcompensatie op twee locaties waar hij geen eigenaar van is. Daardoor is het voor hem onmogelijk de gronden te gebruiken conform het ontwerp-omgevingsplan en wordt hij onevenredig geschaad in het gebruik van zijn perceel. Het overgangsrecht biedt wel de mogelijkheid het gebruik voort te zetten, maar beperkt eventuele wijzigingen van gebruik en gebruiksmogelijkheden. Het gebruik kan niet gedeeltelijk wijzigen naar bijvoorbeeld recreatief medegebruik wat het huidige omgevingsplan wel mogelijk maakt. Ook moet hij er rekening mee houden dat bij staking gebruik, dit niet langer dan een jaar gestaakt mag blijven omdat anders de huidige gebruiksmogelijkheden vervallen. 2. Wegenstructuur Door de verlegging van de Dirk Noordhoflaan heeft de eigenaar vanaf zijn perceel geen rechtstreekse aansluiting meer op de openbare weg, waardoor hij het perceel niet meer kan bereiken.

Hij dient daar een beroep voor te doen op derden, wat tot een onaanvaardbare situatie leidt. 3. Het plan is niet in overeenstemming met een evenredige toedeling van functies aan locaties. In het geheel is geen rekening gehouden met de belangen van de eigenaar. Van een belangenafweging is geen sprake en mocht die er wel zijn, dan ontbreekt daartoe de motivering.

Standpunt gemeente Ad. 1 Het TAM-omgevingsplan bouwt voort op de Omgevingsvisie Eindhoven. In de Omgevingsvisie is het gedeelte waar het perceel van de indiener van de zienswijze is gelegen opgenomen als “BIC Noord”. Uit de omgevingsvisie kan worden afgeleid dat de gemeente hier sterke ontwikkelingen verwacht met een grote invloed op de samenleving. In de omgevingsvisie zijn deze gebieden opgenomen als voorkeursrechtgebieden. De Omgevingsvisie Eindhoven is door de raad vastgesteld op 26 november 2024. Op basis van

91

de Omgevingsvisie en de in dit gebied al eerder vastgestelde bestemmingsplannen voor BIC I en BIC II lag het in de lijn der verwachting dat een langdurige voortzetting van het agrarische gebruik voor dit gebied niet meer voor de hand zou liggen. Vervolgens heeft de raad in zijn vergadering van 9 september 2025 het VOSP vastgesteld dat de naam heeft “ASML op BIC Noord”. De procedure om tot vaststelling van het TAM-omgevingsplan te komen bouwt hierop voort en is de laatste stap om tot een planologisch regime te komen, dat de bouw en ontwikkeling van de ASML-campus moet faciliteren. Met de vaststelling van dit TAM-omgevingsplan is duidelijk dat een voortzetting van het agrarische gebruik hier niet langer meer passend is. De gronden maken immers deel uit van de functie ‘Bedrijf’ welke gronden de gemeente wil verwerven en waarover met de grondeigenaar gesprekken gaande zijn. De gemeente wil de gronden graag minnelijk verwerven, maar sluit onteigening daarmee niet uit. Ook de ontwerponteigeningsbeschikking heeft ter inzage gelegen. Na verwerving door de gemeente is het idee dat de betreffende gronden in gebruik worden gegeven aan ASML ten behoeve van de bouw van de nieuwe ASML-campus. Duidelijk is dat voortzetting van het agrarische gebruik op korte termijn beëindigd zal gaan worden.

Het idee dat de grondeigenaar niet zelf de grond in gebruik kan nemen voor de nieuwe functie ‘Bedrijf’ omdat hij aan bepaalde compensatieverplichtingen niet zou kunnen voldoen, maakt niet dat hij als gevolg van de planregeling daardoor onevenredig wordt benadeeld. De omvang van het plangebied en de specifieke aard van de functie ‘Bedrijf’ maken dat het voor individuele partijen niet haalbaar zal zijn om de functie zelfstandig te realiseren. Dat leidt niet tot de conclusie dat het plan daardoor voor individuen tot een onevenredig nadeel leidt. Ad. 2 Gelet op de voorgenomen planontwikkeling, is het ook niet langer wenselijk of de bedoeling dat het perceel vanaf de Dirk Noordhoflaan bereikbaar is of zal blijven. Het perceel zal deel gaan uitmaken van de ASML-campus, waar voor ASML strenge beveiligingseisen gelden voor wat betreft het kunnen verkrijgen van toegang tot de campus. Overigens ligt de Dirk Noordhoflaan er pas sinds juni 2021. Voor die tijd en ook thans was en is het perceel via de Oude Bestse Ploegstraat bereikbaar. Ad. 3 Met de voorgenomen ontwikkeling wordt niet alleen het nationaal, regionaal belang gediend maar zelfs het Europees belang. De ontwikkeling leidt daarnaast tot een enorme positieve impuls voor de Brainportregio. In de motivering bij dit TAM-omgevingsplan wordt daar op ingegaan.

Dat niet ieder individueel belang daarmee in overeenstemming is, maakt niet dat de

92

afweging om aan het betreffende perceel een andere dan een agrarische functie toe te kennen, daarmee onevenredig is. Wij zijn van mening dat als gevolg van de wijziging van de functie agrarisch naar de functie ‘Bedrijf’ als voorzien in het TAM-omgevingsplan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot gewijzigde vaststelling van het TAM-omgevingsplan.

2.22 Bewoners van Straatje en Notel Oirschot 1. In het ontwerp staat geen bepaling die aangeeft dat een deel van het gebied in een veiligheidszone van het vliegveld ligt en hier slechts 100 personen per hectare mogen verblijven. Het toevoegen van dit risicogebied is nodig omdat het beperkingen stelt aan het gebruik. 2. Vanwege de verslechterde internationale veiligheid alsmede gezien de veranderingen in het gebruik van de luchthaven mag worden verondersteld dat de veiligheidsnormen flink zijn aangepast. Bij het toevoegen van de risicocontour moet naar deze meest recente normen worden verwezen. Standpunt gemeente Omdat deze zienswijze nagenoeg gelijkluidend is als de zienswijze nummer 4 wordt verwezen naar het gemeentelijk standpunt bij deze zienswijze. Conclusie De zienswijze voor zover deze ziet op de veiligheidszone van het vliegveld, leidt tot wijzigingen in artikel 25.4 van het vast te stellen TAMomgevingsplan.

3. Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen TAM-omgevingsplan BIC Noord – ASML en wegenstructuur Regels 1. Artikel 3.3 Meet- en rekenbepalingen wordt als volgt gewijzigd, de woorden “met uitzondering van” worden vervangen door het woord “inclusief” en de tekst “, voor zover de bouwhoogte hiermee niet meer dan 10% van de maximale bouwhoogte wordt overschreden” wordt verwijderd, waarna de bepaling luidt: “vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, inclusief ondergeschikte bouwonderdelen,

93

zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen, installatieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.” 2. Artikel 7 Bedrijf In lid 7.2 Functieomschrijving wordt na sub l. toegevoegd sub “m. faunavoorzieningen” waarna de subleden m. t/m p. worden vernummerd tot n. t/m q. 3. Artikel 8 Groen In lid 8.2 Functieomschrijving wordt na 8.2 onder c. toegevoegd sub d. “faunavoorzieningen”, waarna de subleden d. t/m h. worden vernummerd tot e. t/m i. 4. Artikel 9 Natuur – 1 In lid 9.2 wordt na 9.2 onder d. toegevoegd sub e. “faunavoorzieningen”, waarna de subleden e. t/m j. worden vernummerd tot f. t/m k. 5. Aan artikel 10 wordt toegevoegd lid 10.3 ‘Specifieke regels over gebruik’ dat luidt als volgt: Ter plaatse van de gronden die zijn aangewezen als ‘Verkeer’ moeten de maatregelen, zoals vermeld in bijlage 7 bij de regels, binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van dit TAM-omgevingsplan zijn gerealiseerd en vervolgens in stand worden gehouden. Aan de bijlagen bij de regels wordt toegevoegd Bijlage 7 ‘Compensatie waterberging gecombineerd plan’. 6. Artikel 11 Verkeer – Verblijfsgebied In lid 11.2 wordt na 11.2 onder e. toegevoegd sub f. “faunavoorzieningen”, waarna de subleden f. t/m j. worden vernummerd tot g. t/m k. 7.

Aan dit artikel wordt toegevoegd lid 3 dat luidt: “11.3 Specifieke regels voor gebruik Bij de aanleg van een voet- en/of fietspad wordt aan de zijde waar de functie grenst aan de functie ‘Natuur-1’ binnen het functievlak een zodanige groenvoorziening aangelegd, dat daarmee een bufferzone wordt gecreëerd die een directe toegang tot de aangrenzende gronden binnen de functie ‘Natuur -1’ vanuit het voet-/fietspad verhindert.” 8. Aan artikel 18 wordt toegevoegd lid 3 dat luidt: 18.3

Specifieke gebruiksregel

Ter plaatse van de gronden die zijn aangewezen als 'Waarde - Waterstaat waterbergingsgebied' moeten de maatregelen worden gerealiseerd en in stand gehouden zoals opgenomen in bijlage 7 bij variant 2 in de volgorde c.q.

94

fasering die ter goedkeuring aan het Waterschap De Dommel wordt voorgelegd en daarbij door het waterschap te stellen termijn ter realisatie. Aan de regels wordt toegevoegd bijlage 7 waarin een deel van het rapport “Compensatie waterberging gecombineerd plan” van Haskoning Nederland, ref. BJ9434-WM-RP-250821-111, d.d. 14-10-2025 is opgenomen. 9. Artikel 25.4 ‘Veiligheidszone – luchtvaart 2’ wordt onder 25.4 ‘Gebruiksverbod’ gewijzigd, zodat dit lid luidt: Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - luchtvaart 2': a. zijn geen grote publiekstrekkers en evenementen toegestaan; b. geldt wat betreft personendichtheid een richtwaarde van 100 personen per hectare. 10. In artikel 34 ‘Bouwwerken ter plaatse van Natuur – 1’ wordt in lid 34.1 ‘Beoordelingsregels van gebouwen – overbouwingen’ onder a na sub 5 toegevoegd sub 6 en 7 welke luiden: “6. de ondersteunende constructies staan tenminste 5 meter uit het hart van de Ekkersrijt; 7. De ondersteunende constructies mogen geen onevenredige afbreuk doen aan eengezond en functionerend ecosysteem van de EVZEkkersrijt. Hiervan is sprake als toepassing wordt gegeven aan mitigerende maatregelen zoals natuurvriendelijke materialen, nestvoorzieningen etc. op, om of nabij de ondersteunende constructies zulks ter beoordeling van de gemeente.” 11.

In lid 34.2 Beoordelingsregels van bouwwerken, geen gebouwen zijnde wordt na sub e toegevoegd sub f en g welke luiden: “f. de constructieve onderdelen van de loopbruggen moeten buiten de feitelijke oevers van de Ekkersrijt worden gesitueerd; g. voor de onder d en e genoemde bouwwerken geldt dat, de betreffende bruggen geen onevenredige afbreuk mogen doen aan een gezond en functionerend ecosysteem van de EVZ-Ekkersrijt. Hiervan is sprake als toepassing wordt gegeven aan mitigerende maatregelen zoals natuurvriendelijke materialen, nestvoorzieningen etc. op, om of nabij de bruggen, zulks ter beoordeling van de gemeente.” 12. In artikel 48 ‘Vergunningplichtige aanlegactiviteiten ‘Leiding – Gas’ wijzigt lid

48.1 ‘Toepassingsbereik’, waarna dit als volgt luidt: Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van ‘Leiding-Gas’, voor zover die bestaat uit: a. het egaliseren, afgraven, ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden;

95

c. het aanbrengen, indrijven of verwijderen van voorwerpen in de bodem, zoals palen, lichtmasten, funderingen of ander straatmeubilair; d. het aanleggen, verharden, verwijderen of wijzigen van wegen, paden, parkeerplaatsen en overige oppervlakteverhardingen; e. het planten, rooien of vervangen van bomen of beplanting die diepwortelend is of kan worden; f. het aanleggen, vergraven, verruimen, dempen of verleggen van sloten, vijvers, bermsloten, drainage of andere watergangen; g. overige werkzaamheden die de bodemroering, belasting, stabiliteit of bereikbaarheid van de gastransportleiding kunnen beïnvloeden. 13. Lid 48.4 wordt gewijzigd in: De in artikel 48.2 genoemde omgevingsvergunning wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de criteria: De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien vooraf advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder en uit het advies blijkt dat de veiligheid van de leiding is geborgd.

14. Lid 61.1 wordt gewijzigd door onderstaande tabel aan de bepaling toe te voegen.

96

Verbeelding 1. Wijziging bouwvlakbegrenzing De grens van het bouwvlak links van de EVZ wordt in het noorden gewijzigd en gelegd van 10 naar 20 meter van de planbegrenzing. In het zuiden van het westelijke bouwvlak, waar de functie ‘Bedrijf’ grenst aan de functie ‘Verkeer’ wordt de bouwvlakgrens op de functiegrens gelegd en daarmee op dat onderdeel ambtshalve gewijzigd. De verbeelding van het ontwerp-TAMomgevingsplan wordt gewijzigd in het vast te stellen TAM-omgevingsplan, e.e.a. conform onderstaande afbeeldingen, welke zijn verwerkt in de verbeelding van het vast te stellen omgevingsplan.

Verbeelding ontwerp-TAM-omgevingsplan

Verbeelding vast te stellen TAM-omgevingsplan

97

2. Wijziging plangrens Spottersweg Vanaf ongeveer 310 meter ten noorden van de hoek SpotterswegLuchthavenweg wordt de westelijke plangrens in oostelijke richting verschoven tot op de kadastrale eigendomsgrens van Eindhoven Airport en daarmee variërend tussen de ca. 2 tot ca. 5,5 meter in oostelijk richting verschoven. De verbeelding van het ontwerp-TAM-omgevingsplan wordt gewijzigd in het vast te stellen TAM-omgevingsplan, e.e.a. conform onderstaande afbeeldingen, welke zijn verwerkt in de verbeelding van het vast te stellen omgevingsplan.

Verbeelding ontwerp-TAM-omgevingsplan

Verbeelding vast te stellen TAMomgevingsplan

98

3. Wijzigingen EVZ De begrenzing van de EVZ wijzigt op enkele plaatsen en als gevolg daarvan het verloop van de functie ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ en de begrenzing met de functie ‘Bedrijf’. De verbeelding van het ontwerp-TAM-omgevingsplan wordt gewijzigd in het vast te stellen TAM-omgevingsplan, e.e.a. conform onderstaande afbeeldingen, welke zijn verwerkt in de verbeelding van het vast te stellen omgevingsplan.

Verbeelding ontwerp-TAM-

Verbeelding vast te stellen TAM-

omgevingsplan

omgevingsplan

99

4. Begrenzing ‘Waarde – Waterstaat waterbergingsgebied’ De aanduiding van de functie ‘Waarde - Waterstaat waterbergingsgebied’ wordt uitgebreid en gelegd op de gronden die binnen het plangebied deel uitmaken van de EVZ met de functie ‘Natuur – 1’, alsmede op gronden die deel uitmaken van de regionale waterberging uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant (met o.a. functie ‘Verkeer-Verblijfsgebied’, ‘Groen’, ‘Waarde Archeologie 5 en Waarde – Archeologie 7’). De verbeelding van het ontwerp-TAM-omgevingsplan wordt gewijzigd in het vast te stellen TAMomgevingsplan, e.e.a. conform onderstaande afbeeldingen, welke zijn verwerkt in de verbeelding van het vast te stellen omgevingsplan.

Verbeelding ontwerp-TAM-omgevingsplan

Verbeelding vast te stellen TAM-omgevingsplan

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16598563/2