Bijlage 1 - Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Vredeoord (Ovaal)
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen TAM-omgevingsplan ‘Vredeoord (Ovaal)’
Gemeente Eindhoven Ruimtelijke Expertise – Ruimtelijke Ordening December 2025
1 Inleiding Deze nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen hoort bij het TAMomgevingsplan ‘Vredeoord (Ovaal)’. Het ontwerp TAM-omgevingsplan ‘Vredeoord (Ovaal)’ heeft van donderdag 28 augustus 2025 tot en met woensdag 8 oktober 2025 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is iedereen in de gelegenheid gesteld om digitaal, schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerp TAMomgevingsplan kenbaar te maken. Kennisgeving van de terinzagelegging en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is in het Gemeenteblad van 27 augustus 2025 gepubliceerd. Er is kennis gegeven van de mogelijkheid om de digitale versie van het ontwerp TAM-omgevingsplan te raadplegen via de landelijke website https://resolver.omgevingswet.overheid.nl/viewer/document?documentId =NL.IMRO.0772.009Vredeoord-0201 Naar aanleiding van de terinzagelegging zijn 2 zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn in hoofdstuk 2 van deze nota van een gemeentelijk standpunt voorzien. Verder zijn ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Deze zijn in hoofdstuk 3 opgenomen. In deze nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen zijn de zienswijzen opgenomen en samengevat. De samenvatting heeft uitsluitend tot doel om de leesbaarheid van deze nota te vergroten. Bij de beoordeling van de zienswijzen zijn de volledige brieven met bijlagen, zoals deze bij de gemeente zijn binnengekomen, betrokken.
2 Zienswijzen TAM-omgevingsplan Ten aanzien van het ontwerp TAM-omgevingsplan ‘Vredeoord (Ovaal)’ zijn 2 zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend en daarmee ontvankelijk. Hieronder wordt een samenvatting van de zienswijzen weergegeven en worden ze voorzien van een gemeentelijk standpunt. In verband met de privacy zijn de naam- en adresgegevens van de indieners van de zienswijzen in een aparte bijlage opgenomen. Deze bijlage is niet digitaal beschikbaar, maar wel analoog. Ten aanzien van het ontwerp TAM-omgevingsplan zijn zienswijzen kenbaar gemaakt door: -
2.1
Provincie Noord-Brabant, Brabantlaan 1 te ‘s – Hertogenbosch, ontvangen op 17 september 2025. Bewoner 1, Grenenhout te Eindhoven, ontvangen op 8 oktober 2025.
Provincie Noord-Brabant
A. Mitigerende maatregelen Het plan behelst een duurzame stedelijke ontwikkeling in lijn met de regionaal gemaakte afspraken omtrent woningbouw en voldoet daarmee in de basis aan het provinciaal ruimtelijk beleid. Het plangebied ligt aansluitend aan het Natuur Netwerk Brabant (NNB). In het plan wordt daarom ingegaan op externe werking (artikel 5.31 van de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant) en wordt gemotiveerd dat dit project geen negatieve effecten tot gevolg zal hebben. De provincie deelt dit standpunt, maar vraagt wel om aandacht voor de uitvoering van de in het plan beschreven natuur-inclusieve maatregelen. Gezien de hoogte van het nieuwe woongebouw zal er straks wel sprake zijn van invloed o.a. door geluidweerkaatsing. Te nemen maatregelen zorgen voor een betere overgang van bebouwing naar natuur met gelegenheid voor bepaalde soorten. Ook wordt voorgesteld om mitigerende maatregelen rondom de bouwwerkzaamheden te nemen. Dit kan bijvoorbeeld door middel van het niet 's-nachts werken (rust moment voor de natuur) en niet tijdens het broedseizoen. Ook mag er geen bouwverlichting direct het NNB in schijnen.
Pagina 3 van 9
Gemeentelijk standpunt De natuurinclusieve maatregelen hebben voornamelijk te maken met de inrichting van het terrein rond de toekomstige bebouwing. Hoewel dit de feitelijke inrichting betreft en niet is vast te leggen in het plan, zal bij de vergunningaanvraag wel voldaan moeten worden aan de “Rekentool klimaatopgave gemeente Eindhoven”. Dit is geborgd in artikel 17 onder 17.4 van de regels van dit plan. Door de aanplant van groen en het behoud van een aantal bestaande bomen wordt gezorgd voor een goede overgang van bebouwing naar natuur. Voor wat betreft de mitigerende maatregelen wordt opgemerkt dat de werktijden in artikel 7.17 lid 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn geregeld: “Bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden worden alleen op werkdagen en op zaterdag, tussen 7.00 uur en 19.00 uur verricht”. Hierdoor is ’s nachts werken wettelijk niet toegestaan. Voor het niet-werken tijdens het broedseizoen en de bouwlichten kunnen maatwerkvoorschriften aan de te verlenen omgevingsvergunning worden verbonden, maar heeft geen invloed op de voorliggende TAM-omgevingsplanwijziging. Conclusie zienswijze De zienswijze geeft geen aanleiding het plan aan te passen.
2.2
Bewoner 1
Deze zienswijze betreft het aspect ‘omgevingsveiligheid’, zoals dat wordt behandeld in hoofdstuk 7.7 van de motivering en bijlage 6 (onderzoeksrapport Adviesgroep AVIV).
A. Voorschriftengebied Vermeld wordt dat het aanwijzen van een voorschriftengebied is afgewogen en niet nodig wordt geacht. Een onderbouwing hiervan ontbreekt echter. In het onderzoeksrapport wordt slechts aangegeven dat het bevoegd gezag daar toen nog geen besluit over had genomen. De vraag is wat de onderbouwing is om geen voorschriftengebied aan te wijzen.
Pagina 4 van 9
Gemeentelijk standpunt De gemeente Eindhoven heeft het beleid om niet automatisch een voorschriftengebied aan te wijzen. In plaats hiervan moet er per ontwikkeling bekeken worden wat er mogelijk is om ervoor te zorgen dat de mensen hier veilig wonen/verblijven. In dit geval wordt aangegeven dat het scenario ruitbreuk op deze locatie van toepassing is. Conform het beleid van de gemeente Eindhoven dient te worden afgewogen of hier maatregelen voor genomen moeten worden (zo nee, waarom niet). In het geval dat dit niet onderbouwd kan worden, is het voorschriftengebied van toepassing en moeten er bouwkundige maatregelen worden genomen. In casu zullen er bouwkundige maatregelen getroffen worden aan de bouwwerken omdat deze geheel en deels liggen in brand- en explosieaandachtsgebieden. Dergelijke maatregelen zijn o.a.: o Het beperken van de glasoppervlaktes en de gevels die zijn gelegen in het brandaandachtsgebied van het LPGtankstation zullen brandwerend uitgevoerd worden. o De galerijen en (vlucht)trappenhuizen zullen zo veel mogelijk aan de schaduwzijde van het gebouw worden geplaatst, o De trappenhuizen zullen worden uitgevoerd als brandwerende betonnen constructies. o Er zullen geen dakpannen of grind worden toegepast (geen rondvliegende projectielen in geval van een explosie). Door deze bouwkundige maatregelen is het aanwijzen van een voorschriftengebied niet noodzakelijk.
B. Nadere motivering Vermeld wordt dat de veiligheidsregio om advies is gevraagd met betrekking tot zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Dat advies is opgenomen in het onderzoeksrapport en bevat een aantal concrete punten, waaronder de wenselijkheid van extra aandacht voor (aanvullende) omgevingsmaatregelen, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onduidelijk is welke consequenties de gemeente hieraan verbindt – daar wordt in het geheel niets over gezegd, terwijl de veiligheidsregio juist adviseert om er in de paragraaf 7.7.2 op in te gaan. Gemeentelijk standpunt Paragraaf 7.7.2 van de motivering is aangepast.
Pagina 5 van 9
C. Risicocommunicatie Een specifiek aandachtspunt in het advies van de veiligheidsregio betreft risicocommunicatie aan (toekomstige) bewoners. Hierover moet worden opgemerkt dat het explosieaandachtsgebied van het LPGtankstation een gedeelte bestrijkt van het naastgelegen gebouw VS Vredeoord. Dit gebouw wordt bewoond sinds het voorjaar van 2022, d.w.z. vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De bewoners van VS Vredeoord zijn nooit geïnformeerd over de risico’s die het wonen daar met zich meebrengt en dienen derhalve betrokken te worden bij de risicocommunicatie aan de (toekomstige) bewoners van het beoogde appartementencomplex. Gemeentelijk standpunt Met betrekking tot de risicocommunicatie van gebouwen buiten het besluitgebied kunnen er in dit plan geen aanvullende regels worden opgenomen.
D. De conclusie over externe veiligheid is onvolledig De conclusie van hoofdstuk 7.7 luidt dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige wijzigingsbesluit. Die is onvolledig omdat daarbij niet wordt benoemd dat een aantal concrete punten extra aandacht behoeven, zoals aangegeven in het advies van de veiligheidsregio. Gemeentelijk standpunt Paragraaf 7.7.2 is aangepast, maar het leidt niet tot een andere conclusie.
Conclusie zienswijze Naar aanleiding van de zienswijze zijn de paragrafen 7.7.2 en 7.7.3 en bijlage 6 bij de motivering aangepast. De zienswijze geeft geen aanleiding het plan zelf (verbeelding en regels) aan te passen.
Pagina 6 van 9
3 Ambtshalve wijzigingen Een aantal wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan worden ambtshalve doorgevoerd. Hieronder wordt ingegaan op deze wijzigingen en waarom de wijzigingen worden doorgevoerd. Regels Artikel 1 Begrippen 1. De betekenis van het begrip “Nota parkeernormen 2024” (2.27 in het ontwerpplan) wordt aangepast van “Nota gepubliceerd op 19 april 2024 en in werking getreden op 20 april 2024” naar “Nota parkeernormen 2024, d.d. 15 april 2025”. Hierdoor wordt verwezen naar de nu meest recente versie. Artikel 9 Vangnetbepaling strijdig gebruik 1. Artikel 9 is veranderd van “Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met een in Hoofdstuk 3 aan een locatie gegeven gebruiksdoel en de daarop betrekking hebbende regels, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in Hoofdstuk 4.” naar 1. “Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met een in van dit TAM-omgevingsplan aan een locatie Hoofdstuk 3 gegeven gebruiksdoel en de daarop betrekking hebbende regels, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in Hoofdstuk 4 van dit TAMomgevingsplan. 2.
In afwijking van het eerste lid is het ter plaatse van ruimtelijke regels tijdelijk deel nog in werking verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan aan een locatie gegeven bestemming en de daarop betrekking hebbende regels over gebruik, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in Hoofdstuk 4, voor zover die van toepassing zijn. 3. In afwijking van het eerste lid is het daar waar een TAMomgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, waarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is vervallen, verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het TAM-omgevingsplan opgenomen regels over gebruik van gronden en bouwwerken, of op een wijze die in strijd is
Pagina 7 van 9
met de regels over gebruik, bedoeld in Hoofdstuk 4, voor zover die van toepassing zijn. 4. In aanvulling op het tweede lid is het daar waar een TAMomgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, zonder dat daarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is vervallen, verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het TAM-omgevingsplan opgenomen regels over gebruik van gronden en bouwwerken.” Door deze wijziging is dit artikel in overeenstemming met de nieuwe standaard voor TAM-plannen. Artikel 11 Wonen 1. 11.1 onder b sub 3: toegevoegd is “ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' uitsluitend”, zodat de regels overeenkomen met de verbeelding van het plan. 2. 11.2: ‘aantal woningen’ is veranderd naar ‘maximum aantal wooneenheden’, zodat de naam van de aanduiding overeenkomt met de naam op de verbeelding van het plan. 3. 11.4.3 is veranderd van “De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk” naar “Bij de aanvraag omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de hoofd- en nevenactiviteiten van het beroep of bedrijf aan huis, zoals: 1. openingstijden; 2. of er producten worden gemaakt of verkocht; 3.
of het alleen het halen van maaltijden betreft of er ook de mogelijkheid is om ter plekke te eten; 4. of er alleen producten worden verkocht of ook afgehaald; 5. door hoeveel personen wordt de activiteit uitgeoefend; 6. hoeveel m² bruto-vloeroppervlakte per functie wordt gebruikt.” Door deze wijziging is dit artikel in overeenstemming met de nieuwe standaard voor TAM-plannen. 4. 11.4.2 en 11.4.4 sub b: “vloeroppervlakte” is veranderd naar “bruto-vloeroppervlakte”. 5. 11.4.4 sub a: “bedrijfsvloeroppervlakte” is veranderd naar “brutovloeroppervlakte”. 6. 11.4.4 sub c: “oppervlakte” is veranderd naar “brutovloeroppervlakte”. Door de aanpassing naar “bruto-vloeroppervlakte” wordt aangesloten bij het begrip bruto-vloeroppervlakte zoals opgenomen in 3.10 van het plan. 7. 11.5.2 is veranderd van “De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan, zijn van
Pagina 8 van 9
overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk” naar “Bij de aanvraag omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. situatietekening met minimaal 2 straten; b. gegevens van de bestaande legale situatie: plattegrondtekeningen met functieaanduidingen van de verschillende ruimtes (zoals: woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer/douche, toilet, berging); c. gegevens van de nieuwe situatie: plattegrondtekeningen met functieaanduidingen van de verschillende ruimtes (zoals: kamer 1, kamer 2, gezamenlijke woonkamer, keuken, badkamer/douche, toilet, berging); d. een tekening van parkeermogelijkheden op eigen terrein, als die aanwezig zijn; e. het resultaat van de rekentool parkeernormen; f. een machtiging als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde.” Door deze wijziging is dit artikel in overeenstemming met de nieuwe standaard voor TAM-plannen. Artikel 14 Het realiseren van een gebouw met een geluidgevoelige functie 1. Aan 14.3 is toegevoegd “bij een overschrijding van de grenswaarde van 70 lden voor hoofdspoorwegen” en aan 14.3 sub “van 70 leden”. Hiermee wordt geanticipeerd op nieuwe wetgeving: “Verlaagde vaststelling Geluidproductieplafonds Spoorwegen, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat”.
Artikel 19 Algemene mogelijkheid om bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit af te wijken van ruimtelijke regels over bouwwerken 1. 19.1 aanhef en sub b: de artikelnummering is aangepast aan het nieuwe Omgevingsplan van de gemeente Eindhoven. 2. 19.1 sub c: toegevoegd is “tot 1000 m² bruto-vloeroppervlakte”. Artikel 20 Vergunningplicht bouwen, in stand houden en gebruiken bouwwerk 1. 20.1 de artikelnummering is aangepast aan het nieuwe Omgevingsplan van de gemeente Eindhoven.
Verbeelding Geen wijzigingen.
Pagina 9 van 9