Bijlage 1 - Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bp IX Blixembosch
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Bestemmingsplan: ‘IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)’
gemeente Eindhoven Ruimtelijk Beleid en Ontwikkeling – Ruimtelijke Ordening 25 april 2025
Inhoud 1.
Inleiding
3
2.
Zienswijzen
4
2.1
Bewoner Briljant
4
2.2
Bewoners Aanschot/Briljant (VOHA)
9
2.3
Bewoner Aanschot
20
2
1. Inleiding Deze nota van zienswijzen hoort bij het bestemmingsplan ‘IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)’. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 21 december 2023 tot en met woensdag 31 januari 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is iedereen in de gelegenheid gesteld om digitaal, schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken. Kennisgeving van de terinzagelegging en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is in het Gemeenteblad van 20 december 2023 gepubliceerd. Ook is kennis gegeven van de mogelijkheid om een digitale versie van het ontwerpbestemmingsplan te raadplegen via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. In deze nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen zijn de zienswijzen en de reactie van initiatiefnemers op de zienswijzen opgenomen en samengevat. De samenvatting heeft uitsluitend tot doel om de leesbaarheid van deze nota te vergroten. Bij de beoordeling van de zienswijzen zijn de volledige brieven met bijlagen, zoals deze bij de gemeente zijn binnengekomen, betrokken. Verder zijn ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Deze zijn in hoofdstuk 3 opgenomen.
3
2. Zienswijzen Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan ‘IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)’ zijn drie zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend. De zienswijzen zijn ontvankelijk. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijzen, de reactie van de initiatiefnemers op deze zienswijzen en het gemeentelijk standpunt op de ingediende zienswijzen. In verband met de privacy zijn de naam- en adresgegevens van de indieners van de zienswijzen in een aparte bijlagen opgenomen. Deze bijlage is niet digitaal beschikbaar, maar wel analoog. Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan zijn zienswijzen kenbaar gemaakt door: Naam
1. 1. 2. 2. 3. 3.
Adres
Ontvangstdatum
Bewoner Briljant
1 16 januari 2024
Bewoners Aanschot/Briljant
2 29 januari 2024
Bewoner Aanschot
30 januari 2024
2.1 Bewoner Briljant Samenvatting zienswijze 1. Bewoner geeft aan het idee van een theehuis, dagopvang, winkel en woningen in principe leuk te vinden. Om geluidsoverlast te voorkomen zou het theehuis om 17 uur moeten sluiten en tevens zouden na 17 uur geen feesten georganiseerd moeten kunnen worden. 2. Bewoner vindt dat er te veel verkeer over Aanschot rijdt. Hij vindt de weg niet geschikt voor meer verkeer als gevolg van de nieuwe functies. Er is geen plaats voor wandelaars en fietsers op de weg, kanten, bermen en opritten worden kapotgereden. Voorgesteld wordt dit op te lossen door van Aanschot een éénrichtingsverkeersweg te maken. Tevens is het kruisende fietspad onoverzichtelijk. 3. Er zou tevens een oplossing voor bewoners aan Briljant moeten komen die nu al overlast ondervinden van mensen met auto’s die gaan wandelen in het bos. Dat wordt erger als er niet genoeg parkeerplaatsen zijn voor het theehuis etc. Reactie initiatiefnemers Ad. 1 In artikel 3.3.1 van de regels van het bestemmingsplan zijn specifieke gebruiksregels voor de horeca opgenomen. In dit artikel is de horeca beperkt tot de horeca-activiteit categorie 1b, zijnde een lunchroom met een openingstijd
4
tot maximaal 22:00 uur. Door middel van deze regeling is voldoende geborgd, dat feesten zijn uitgesloten. De openingstijd tot maximaal 22.00 uur is een concrete en toetsbare voorwaarde die overeenkomt met een gangbare openingstijd tot zonsondergang. Ad. 2 Het wegprofiel van de weg Aanschot is 4,5 meter. Dit is een gangbaar wegprofiel voor een rijbaan in 2 richtingen. Verder is sprake van een doodlopende weg vanaf de Briljant, waardoor uitsluitend sprake is van gemotoriseerd bestemmingsverkeer. In paragraaf 3.7 van de toelichting is verantwoord, dat de totale verkeersgeneratie van de toekomstige situatie in het plangebied bedraagt 287,8 mvt/etmaal. In de huidige situatie zijn de buurtwinkel, kantoorruimte (ondergeschikte functie van de boerderijwinkel en overige activiteiten) en twee woningen al aanwezig. Daarnaast komen de verkeersbewegingen van de intensieve veehouderijen, die doorgaans bestaan uit vrachtwagens, te vervallen. Gezien het voldoende brede wegprofiel van de weg Aanschot en het omliggend wegennet kan de toekomstige verkeersbewegingen op basis van CROW-normering verwerken. Het plan heeft geen negatieve verkeersimpact. Met betrekking tot het kruisende fietspad zijn reeds de nodige verkeerstechnische maatregelen getroffen. De wegsnelheid op de weg Aanschot bedraagt maximaal 30 km/h.
Op de rijbaan zijn ter hoogte van het kruisende fietspad markeringen aangebracht om de voorrangsituatie voor het kruisende fietsverkeer te duiden. Tevens is de voorrangsituatie voor het kruisende fietsverkeer aangeduid met bebording. De getroffen verkeerstechnische maatregelen worden als afdoende beoordeeld. Ad. 3 Voor de bezoekers van het paviljoen wordt, in lijn met het horecabeleidsplan, beoogd autoverkeer te ontmoedigen door een beperkt aanbod van parkeerplaatsen. Op 11 maart 2014 heeft de gemeenteraad het horecabeleidsplan 'Kennis maken met een gastvrije stad' vastgesteld. Eindhoven wil aantrekkelijk zijn om er te komen, verblijven, studeren, wonen en werken. Horeca speelt hierbij een belangrijke rol. Het horecabeleidsplan bevat een aantal speerpunten om ervoor te zorgen dat de horeca in Eindhoven kan meebewegen met de ontwikkelingen in de stad. De gemeente wil de vestiging van kwalitatief goede horecabedrijven stimuleren. Daarbij is een wederzijdse versterking van de nabije andere functies belangrijk. Om dit bewerkstelligen maakt het horecabeleidsplan onderscheid gebiedstypen horeca, waarbij de omgeving van het plangebied kan worden aangemerkt als park. Parken worden getypeerd als toelatingsgebied voor horeca. Een (bescheiden) horecainrichting kan het gebruik van Eindhovense parken een meerwaarde geven.
Diverse bestaande horecagelegenheden in parken en recreatieschappen (buiten Eindhoven) bewijzen dit. Horeca in parken moet zich verhouden met de
5
omgeving. De exploitatie van een horeca-inrichting in een park mag dus wel een autonome functie hebben maar mag geen onevenredige afbreuk doen aan de gebruikswaarde van het park. Dit initiatief zet in op lokaal gebruik van het park, waarbij autogebruik door bezoekers wordt ontmoedigd door een beperkt aanbod van parkeerplaatsen. Voor het paviljoen en de boerderijwinkel is daarom voorzien in 8 parkeerplaatsen op eigen terrein. Deze parkeerbehoefte word geheel op eigen terrein bij de betreffende functies opgevangen. Binnen het plangebied is meer dan voldoende ruimte aanwezig om deze parkeerplaatsen te realiseren. Reactie van de gemeenteraad Ad. 1 Met initiatiefnemers is de gemeenteraad van mening dat in artikel 3.3.1 van de regels van het bestemmingsplan specifieke gebruiksregels voor de horeca zijn opgenomen. Naar aanleiding van de zienswijze wordt de tekst van artikel 3.3.1 onder a, aangepast zodat duidelijk is dat alleen een lunchroom, tearoom/koffiehuis is toegestaan. In dit artikel worden de horeca-activiteiten beperkt tot de horeca-activiteit categorie 1a, uitsluitend een lunchroom of 2b, zijnde een tearoom/koffiehuis. De openingstijden die in acht genomen moeten worden zijn van 8.00 uur tot maximaal 22:00 uur. Een openingstijd tot 22 uur biedt voldoende waarborgen om de avond- en nachtrust in de buurt te waarborgen.
Feesten tot in de nacht zijn daarmee in beginsel uitgesloten. Daarmee wijken we af van het openingsbeleid voor horeca zoals dat is geregeld in de APV (open van 8 uur in de morgen tot 2 uur in de nacht). De specifieke locatie (aan de rand van een rustige woongebied in Eindhoven) in de nabijheid van een gebied met een belangrijke groenfunctie rechtvaardigt een minder lange openingstijd. Een langere openingstijd sluit bovendien ook niet aan bij de wensen zoals de initiatiefnemer van de horeca-gelegenheid heeft aangegeven. Overigens wordt ambtshalve aan de regels toegevoegd dat de openingstijd geldt vanaf 8.00 uur. Daarmee is gegarandeerd dat de opening ook niet in de nacht kan aanvangen. Daarnaast zijn de gronden die als terras ten dienste van de horeca zijn opgenomen op de verbeelding aangegeven met de nadere aanduiding ‘terras’. Naar aanleiding van de naar voren gebrachte zienswijze en de geuite vrees voor geluidsoverlast als gevolg van de horeca, heeft de gemeente nader akoestisch onderzoek gevraagd. In het kader van een goed woon- en leefklimaat is ook het aspect stemgeluid afkomstig van het terras beoordeeld. In de toelichting is dit toegelicht in paragraaf 4.8. Geluidgevoelige functies (woningen) aan Briljant zijn gelegen op een afstand van minimaal circa 115 meter.
Ondanks dat ruim aan de richtafstand wordt voldaan, heeft een korte beoordeling plaatsgevonden Bij de globale beoordeling is uitgegaan van maximaal 50 personen op het terras. Tot dat aantal personen wordt voldaan aan het maatgevende toetsingsniveau van
6
40dB(A) in de avondperiode. Om overlast vanwege geluid afkomstig van het terras in de avondperiode voor omliggende bewoners te voorkomen, wordt in de planregels bepaald dat het terras door maximaal 50 personen mag worden gebruikt. Uit de globale beoordeling volgt dat met voorliggend initiatief sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Ad. 2 De gemeenteraad deelt het hierboven weergegeven standpunt van initiatiefnemers en de conclusie dat de voorgenomen ontwikkeling geen negatieve verkeersimpact heeft, met dien verstande dat de gemeente de verkeersgeneratie voor nr. 76 en 80 berekent op 307 voertuigbewegingen per etmaal in plaats van 287. Het fietspad ter hoogte van de kruising met Aanschot wijzigt als gevolg van de planontwikkeling niet. Zoals onderstaande afbeeldingen laten zien, zijn er verschillende maatregelen getroffen om deze kruising zo veilig mogelijk te maken. De maximum snelheid is hier 30 km/u. Komende vanaf Aanschot 80 is er een drempel neergelegd om de snelheid te beperken. Duidelijk is met borden en haaientanden aangegeven dat er een fietspad ligt met voorrangssituatie voor de fietser. Verder geldt dat het gedeelte van Aanschot na deze kruising alleen door gemotoriseerd bestemmingsverkeer zal worden bezocht omdat aan het einde van Aanschot de weg overgaat in een fietspad.
Bovendien geldt dat de bewoners en bezoekers van de percelen die aan dit gedeelte van Aanschot liggen grotendeels bekend zijn met de verkeerssituatie van de betreffende kruising.
Vanaf Aanschot 80
7
Naar Aanschot 80
De getroffen verkeerstechnische maatregelen worden als afdoende beoordeeld. Wat betreft de weg Aanschot en het kapotrijden van bermen en opritten, kan worden meegedeeld dat vanuit de gemeente richting de bewoners op eerdere buurtbijeenkomsten de toezegging is gedaan, dat de weg Aanschot zal worden verbeterd als de ontwikkelingen op de percelen 76 en 80 doorgang vinden. Dat betekent dat zodra de ontwikkelingen gerealiseerd worden, de gemeente de weg van Aanschot zal aanpakken. Te denken valt daarbij aan het leggen van grasbetonstenen langs de wegkant, waarmee het kapotrijden van bermen kan worden voorkomen. Ad. 3 De gemeenteraad is van mening dat ook voor de voorgenomen horecaontwikkeling op grond van het geldende parkeerbeleid in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein voorzien zal moeten worden. Uit de parkeerberekening blijkt dat voor de ontwikkeling op nummer 80 21 parkeerplaatsen zijn vereist en voor de ontwikkeling bij nummer 76 12 parkeerplaatsen. Beide percelen bieden op eigen terrein voldoende ruimte om het vereiste aantal parkeerplaatsen aan te leggen. Bij de uiteindelijke verlening van de omgevingsvergunning dient vast te staan dat het vereiste aantal ook daadwerkelijk wordt aangelegd. Wij hebben navraag gedaan binnen onze organisatie en bij de wijkagent naar klachten over parkeeroverlast op de wegen Aanschot en Briljant. Daaruit is
8
gebleken dat er geen meldingen over parkeeroverlast op deze locatie bekend zijn. Conclusie zienswijze De zienswijze heeft geleid tot aanvullend onderzoek naar de akoestische situatie als gevolg van het terras voor de woningen. Het resultaat daarvan is een maximum aantal van 50 personen op het terras, alsmede een nadere aanduiding op de verbeelding waar een terras ten behoeve van de horeca geëxploiteerd mag worden. Verder zijn in de regels ter verduidelijking de openingstijden voor de horeca en de soort horeca opgenomen. Tevens zijn nieuwe parkeerberekeningen gemaakt op basis van de Nota Parkeernormen 2024.
2.2 Bewoners Aanschot/Briljant (VOHA) Samenvatting 1. Het participatieverslag maakt geen melding van de in 2020 en 2021 tijdens de 1e en 2e buurtdialoog door Voha ingebrachte bezwaren. Deze zijn bij de zienswijze als bijlage gevoegd. 2. Initiatiefnemers hebben geen overleg gevoerd, maar hun plannen gepresenteerd en vragen daarover beantwoord. Ten onrechte wordt gesproken over buurtdialoog/participatieoverleg. Voha vindt het vreemd dat de bezwaren niet bij de gemeente zijn aangeboden. Deze zijn volgens hen van belang vanwege de invloed van de plannen op woonomgeving en natuur. 3. Het bezwaar is gericht tegen verdere intensivering van het gebruik van perceel 80.Naast het illegale gebruik (verhuur aan diverse bedrijven op nr. 80) vindt er uitbreiding plaats met een blok van 7 woningen, 1 woning achter de schuur, dagbestedingsruimte, workshopruimte, atelier en een horecapaviljoen (buiten de bestaande bebouwingsgrens). Gelet op de natuur- en cultuurhistorische waarden van perceel Aanschot 80 is het niet gewenst dat hier sprake is van een klein bedrijvenpark. 4. VOHA vindt de uitbreiding van de voorgestelde functies qua verkeersbewegingen en verkeersveiligheid een te zware wissel trekken op het relatief smalle en beschermde Aanschot en verwacht veel parkeerproblemen door de functieuitbreidingen. Dit deel van Aanschot is doodlopend. Alle verkeersbewegingen van en naar nrs.
76 en 80 gaan alleen vanuit de Diamantring, een ongewenste en onevenredig zware belasting voor dit deel van Aanschot. 5. De veronderstelling in het ontwerpbestemmingsplan dat het horecapaviljoen alleen gebruikt zal worden door recreatieve wandelaars en fietsers, strookt niet met de bij VOHA bekende plannen van de initiatiefnemer van Aanschot 80. Gevreesd wordt voor een fors intensiever gebruik van het paviljoen dan geschetst in het ontwerpbestemmingsplan. De genoemde openingstijd tot 22
9
uur is zodanig ruim dat er gemakkelijk op grotere schaal van het paviljoen gebruik kan worden gemaakt. Dat zal leiden tot veel ongewenste verkeersbewegingen van bezoekers die met de auto naar het paviljoen gaan. 6. Het aantal voorziene parkeerplaatsen van 5 tbv het paviljoen, is dermate beperkt dat dit tot parkeeroverlast op Aanschot en de Briljant zal leiden. Het komt nu al geregeld voor dat bezoekers van de Aanschotse Beemden hun auto in de Briljant parkeren. Ter hoogte van de doorsteek van Briljant naar het fietspad is regelmatig parkeeroverlast. 7. Door het opschuiven van het paviljoen richting het westen, is de oorspronkelijke overlast van Briljant 45 t/m 51 verschoven naar Briljant 31 t/m 45. VOHA heeft bezwaar tegen de geluidsoverlast die door het horecapaviljoen kan worden veroorzaakt. Van de initiatiefnemer is begrepen dat er tijdens openingstijden muziek op het bijbehorende terras wordt gespeeld. 8. In hoofdstuk 4 Doorwerking plangebied, is opgenomen dat een voorziening zoals het horecapaviljoen niet in of nabij een beschermd natuurgebied mag liggen. Er is echter sprake van het nabij gelegen beschermde natuurgebied Aanschotse Beemden. VOHA voorziet een ernstige aantasting van de biodiversiteit in het aangrenzende beschermde natuurgebied. VOHA wijst er op dat het Blixembosch fietspad als stiltegebied is aangeduid.
Aan het begin van het pad ter hoogte van de kruising met Briljant staat een bord met duidelijke regelgeving in het kader van het beschermde natuurgebied. 9. VOHA is van mening dat initiatiefnemer van nr. 80 gelegenheid moet krijgen om een compenserend inkomen te genereren omdat het agrarische bedrijf wegvalt, maar dat moet niet ten koste gaan van de kwaliteit van de directe omgeving, natuur en bewoners. 10. In het bestemmingsplan wordt gesproken over een “theehuis”. In de specifieke gebruiksregels wordt echter verwezen naar Bijlage 2, lijst van horeca-activiteiten, met cat. 1b. Cat. 1b betreft echter de horeca-activiteit ‘restaurant’ ipv ‘theehuis’. 11. Op grond van het voorgaande vindt VOHA het horecapaviljoen ongewenst. Reactie initiatiefnemers Ad. 1 en 2 De bezwaren die tijdens de 1e en 2e omgevingsdialoog zijn geuit, zijn bondig verwoord in het participatieverslag. Zo is aangegeven, dat de omgeving twijfels hebben over o.a. de hoogte van den nieuwbouw op Aanschot 80, drukte op Aanschot, openbare pad, zorg om privacy etc. Naast de 1e en 2e omgevingsdialoog zijn aanvullende gesprekken gevoerd met de omgeving. Met de omgevingsdialoog wordt beoogd om de omgeving te betrekken bij de voorgenomen ontwikkeling. Er is géén vast format op welke wijze dit vorm moet worden gegeven.
De initiatiefnemers hebben ervoor gekozen om de buurt gezamenlijk uit te nodigen voor twee bijeenkomsten, alsmede zijn enkele
10
keukentafelgesprekken gevoerd. Tijdens deze momenten zijn de plannen toegelicht en is gereageerd op de zorgen die er bestaan vanuit de omgeving in relatie tot voorliggend plan. Deze zorgen richten zich met name op verlies van privacy en geluidsoverlast als gevolg van het horecapaviljoen, verkeersdrukte op de weg Aanschot en parkeeroverlast. Voor zover mogelijk, is het plan hierop aangepast. Dit heeft geresulteerd in: • het concentreren van het horecapaviljoen nabij de boerderijwinkel op Aanschot 80, • verplaatsen van de toegang tot het horecapaviljoen op eigen grond in plaats van het naastgelegen gemeentelijke perceel. • Attenderen van de gemeente op de zorgen van de omgeving over de parkeeren verkeersoverlast. • Saneren van het veld met kerstbomen ter versterking van het landschap Kortom, de gevoerde omgevingsdialoog omvat meer dan uitsluitend het informeren van de omgeving en beantwoorden van vragen. NB. in het kader van de omgevingsdialoog hebben enkele omwonenden verzocht om een aanpassing van het programma. Dit richtte zich met name op het horecapaviljoen met het voorstel om dit onderdeel te laten vervallen. In reactie hierop is aangegeven, dat de beëindiging van de twee intensieve veehouderijen alleen haalbaar is vanuit een haalbaar businessmodel met bijbehorend programma (waaronder het horecapaviljoen).
Het gesprek hierover voeren was volgens initiatiefnemers niet zinvol en is inderdaad door hen beëindigd. Om het programma zo goed mogelijk in te passen in de omgeving, is de situering op aangeven van de omgeving meerdere malen gewijzigd. Ad. 3 Het nieuwe programma voor de locatie Aanschot 76 – 80, zoals verankerd in het voorliggende bestemmingsplan, acht de gemeente aanvaardbaar. Dit vanuit de context dat de ontwikkeling gepaard gaat met het saneren van twee intensieve veehouderijen binnen bestaand stedelijk gebied. Naast de gedeeltelijke sloop van de veehouderijbebouwing, is sprake van een sterke verbetering van het woon- en leefmilieu ter plaatse door het saneren van de geurcontouren van de intensieve veehouderijen en het versterken van het landschap. Het bestemmingsplan regelt de nieuwe situatie. In de nieuwe situatie is een bedrijvenpark zoals wordt gevreesd op de locatie Aanschot 80 niet toegestaan. Indien dit in de nieuwe situatie aan de orde is, kan hier handhavend tegen worden opgetreden. Ad. 4 Het wegprofiel van de weg Aanschot is 4,5 meter. Dit is een gangbaar wegprofiel voor een rijbaan in 2 richtingen. Verder is sprake van een doodlopende weg vanaf de Briljant, waardoor uitsluitend sprake is van gemotoriseerd bestemmingsverkeer.
11
In paragraaf 3.7 van de toelichting is verantwoord, dat de totale verkeersgeneratie van de toekomstige situatie in het plangebied bedraagt 287,8 mvt/etmaal. In de huidige situatie zijn de buurtwinkel, kantoorruimte (ondergeschikte functie van de boerderijwinkel en overige activiteiten) en twee woningen al aanwezig. Daarnaast komen de verkeersbewegingen van de intensieve veehouderijen, die doorgaans bestaan uit vrachtwagens, te vervallen. Gezien het voldoende brede wegprofiel van de weg Aanschot en het omliggend wegennet kan de toekomstige verkeersbewegingen op basis van CROW-normering verwerken. Het plan heeft geen negatieve verkeersimpact. Met betrekking tot het kruisende fietspad zijn in het kader van verkeersveiligheid reeds de nodige verkeerstechnische maatregelen getroffen. De wegsnelheid op de weg Aanschot bedraagt maximaal 30 km/h. Op de rijbaan zijn ter hoogte van het kruisende fietspad markeringen aangebracht om de voorrangsituatie voor het kruisende fietsverkeer te duiden. Tevens is de voorrangsituatie voor het kruisende fietsverkeer aangeduid met bebording. De getroffen verkeerstechnische maatregelen worden als afdoende beoordeeld. Ad. 5 In het bestemmingsplan is de omvang en het gebruik van het horecapaviljoen beperkt. Indien in de praktijk blijkt van sprake is van een intensiever gebruik dan het bestemmingsplan toestaat, kan de gemeente handhavend optreden. Ad.
6 Voor het benodigd aantal parkeerplaatsen in de nieuwe situatie te kunnen bepalen, heeft de gemeente Eindhoven een rekentool parkeerbehoefte ontwikkeld. Omdat Eindhoven een duurzame en groene stad wil zijn, wil de gemeente bij een ontwikkeling graag zo min mogelijk autoparkeerplaatsen, zoveel mogelijk fietsparkeerplaatsen en zoveel mogelijk groen. In de bijlage van de toelichting zijn de resultaten van de rekentool parkeerbehoefte opgenomen. In het plan zijn het benodigde aantal parkeerplaatsen opgenomen, met uitzondering van het horecapaviljoen. Voor de bezoekers van het paviljoen wordt, in lijn met het horecabeleidsplan, beoogd autoverkeer te ontmoedigen door een beperkt aanbod van parkeerplaatsen. Op 11 maart 2014 heeft de gemeenteraad het horecabeleidsplan 'Kennis maken met een gastvrije stad' vastgesteld. Eindhoven wil aantrekkelijk zijn om er te komen, verblijven, studeren, wonen en werken. Horeca speelt hierbij een belangrijke rol. Het horecabeleidsplan bevat een aantal speerpunten om ervoor te zorgen dat de horeca in Eindhoven kan meebewegen met de ontwikkelingen in de stad. De gemeente wil de vestiging van kwalitatief goede horecabedrijven stimuleren. Daarbij is een wederzijdse versterking van de nabije andere functies belangrijk.
Om dit bewerkstelligen maakt het horecabeleidsplan onderscheid gebiedstypen horeca, waarbij de omgeving van het plangebied kan worden aangemerkt als park. Parken worden
12
getypeerd als toelatingsgebied voor horeca. Een (bescheiden) horeca-inrichting kan het gebruik van Eindhovense parken een meerwaarde geven. Diverse bestaande horecagelegenheden in parken en recreatieschappen (buiten Eindhoven) bewijzen dit. Horeca in parken moet zich verhouden met de omgeving. De exploitatie van een horeca-inrichting in een park mag dus wel een autonome functie hebben maar mag geen onevenredige afbreuk doen aan de gebruikswaarde van het park. Dit initiatief zet in op lokaal gebruik van het park, waarbij autogebruik door bezoekers wordt ontmoedigd door een beperkt aanbod van parkeerplaatsen. Voor het paviljoen en de boerderijwinkel is daarom voorzien in 8 parkeerplaatsen op eigen terrein. Deze parkeerbehoefte word geheel op eigen terrein bij de betreffende functies opgevangen. Binnen het plangebied is meer dan voldoende ruimte aanwezig om deze parkeerplaatsen te realiseren en bestaat de mogelijkheid om zelfs nog meer parkeerplaatsen aan te leggen. Ad. 7 Goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van hinder en gevaar. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) kan dit gerealiseerd worden.
Het is aan de ene kant zaak om te voorkomen dat er hinder en gevaar voor gevoelige bestemmingen ontstaat en aan de andere kant dient aan bedrijven voldoende zekerheid te worden geboden dat zij niet in hun activiteiten worden beperkt door nieuwe gevoelige functies. Om te bepalen of tussen de milieubelastende activiteiten en de gevoelige functies voldoende afstand in acht wordt genomen, is gebruik gemaakt van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009 (zie paragraaf 4.8 van de toelichting van het bestemmingsplan). Met dit planvoornemen wordt o.a. een horecafunctie mogelijk gemaakt met een terrasfunctie. Een horeca betreft een op basis van de VNG-publicatie een milieucategorie 1 bedrijf met een grootste richtafstanden van 10 meter. De woningen in het plangebied en de bestaande woningen in de omgeving liggen op een ruim grotere afstand dan 10 meter uit het horecapaviljoen en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Ad. 8 In paragraaf 4.1 ‘M.e.r.-beoordeling’ is benoemd dat het plangebied niet in dan wel nabij een beschermd natuurgebied is gelegen. Voor een nadere toelichting van de ligging in dan wel nabij een beschermd natuurgebied wordt verwezen naar het kopje ‘gebiedsbescherming’ in paragraaf 4.7 van de toelichting ‘Flora en Fauna’, waarin de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden nader wordt beschreven.
De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux, bevindt zich op circa 9,8 kilometer afstand. Externe effecten als gevolg van de
13
voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie zijn, gezien de afstand (± 9,8 km) tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden in combinatie met de aard van de plannen (amoveren van opstallen) niette verwachten. De onderzoekslocatie ligt ook niet in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 750 meter. Door de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie in combinatie met de afstand, zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland niet worden aangetast. De Aanschotse Beemden is beleidsmatig niet als beschermd natuurgebied aangewezen. In de huidige situatie zijn binnen het plangebied twee intensieve veehouderijen aanwezig. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden deze twee intensieve veehouderijen gesaneerd (inclusief stikstof, geur, zwaar verkeer, etc) met een positief effect op het woon- en leefklimaat ter plaatse. Voor een nadere toelichting word verwezen naar hoofdstuk 4 van de toelichting van het bestemmingsplan, waarin de milieuhygiënische haalbaarheid uitgebreid is verantwoord. De bebording ter hoogte van het Blixemboschpad fietspad betreft privaatrechtelijke gebruiksbepalingen die de grondeigenaar heeft gesteld aan het betreden van de betreffende gronden. Nadrukkelijk is er géén sprake van een beleidsmatig aangewezen stiltegebied.
Daarnaast is het plangebied gelegen buiten deze gronden, waarop deze privaatrechtelijke gebruiksbepalingen niet van toepassing zijn. Ad. 9 In de toelichting van het bestemmingsplan is verantwoord dat met voorliggende plannen sprake is van een milieuplanologisch haalbare ontwikkeling. Ad. 10 De gemeente hanteert in de regels van bestemmingsplannen de SVBP (Standaard Voorschriften Bestemmingsplannen). In dat kader wordt aan het horecapaviljoen in de regels van het bestemmingsplan categorie 1b toegekend, zijnde een restaurant. Ad. 11 De beëindiging van de twee intensieve veehouderijen is alleen mogelijk vanuit een haalbaar businessmodel met bijbehorend programma (waaronder het horecapaviljoen). Met de voorgenomen ontwikkeling vindt per saldo de omvang aan bebouwing af en is sprake van de toevoeging van een nieuwe functie passend binnen een bestaande woonomgeving. Tot slot is in de toelichting van het bestemmingsplan aangetoond, dat sprake is van een milieuplanologisch haalbare ontwikkeling. De gemeente ziet géén aanleiding om géén medewerking te verlenen aan de realisatie van het horecapaviljoen.
14
Reactie van de gemeenteraad Ad. 1 en 2 Voor de inhoud van het participatieverslag zijn de initiatiefnemers verantwoordelijk. Participatie betekent niet dat er over een initiatief in een buurt eerst draagvlak moet bestaan, voordat aan het initiatief medewerking kan worden verleend. Het is immers in een stedelijk gebied eerder regel dan uitzondering dat initiatiefnemers en omwonenden het niet met elkaar eens zijn of worden over de voorgenomen plannen. Beiden hebben immers uiteenlopende belangen. Opgemerkt wordt dat bij deze overleggen ook vertegenwoordigers van de gemeente aanwezig waren en bij hen de bezwaren van enkele omwonenden bekend zijn. Het feit dat plannen niet of niet volledig naar de wensen van participanten is aangepast, betekent niet dat de participatie niet correct is verlopen. Voor zover iemand meent dat hij of zij als gevolg van een ontwikkeling in zijn of haar belangen wordt aangetast, is nu juist ook de zienswijzeperiode waarin een ieder kan aangeven wat hij of zij van de plannen denkt en om aan te geven welke bezwaren hij of zij daartegen heeft. In dit geval is daar door een aantal omwonenden ook gebruik van gemaakt en zijn de bezwaren duidelijk naar voren gebracht. Ad. 3 Een klein bedrijvenpark aan Aanschot is inderdaad niet wenselijk. Dat is ook niet hetgeen het bestemmingsplan beoogt mogelijk te maken.
Planologisch is de situatie op dit moment dat op nummer 80 een grondgebonden agrarisch bedrijf ten behoeve van de intensieve veehouderij met een bedrijfswoning is toegestaan. Daarnaast is sinds jaar en dag op het perceel een boerderijwinkel aanwezig, waar door veel buurtgenoten gebruik van wordt gemaakt. Andere bedrijfsmatige activiteiten zijn niet vergund.
-
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling ziet het plan op nummer 80 op het toevoegen van de volgende functies: acht woningen; kantoorgebruik ten behoeve van de boerderijwinkel; dagbestedingsruimte en workshopruimte; opslagruimte ten behoeve van de woningen; een horeca-paviljoen, ten behoeve van een lunchroom/theehuis. Andere functies zijn niet in het plan opgenomen. Bij deze ontwikkeling betrekt de gemeente ook het feit dat twee agrarische bedrijven met bijbehorende geurcontouren uit het bestaande stedelijk gebied verdwijnen. De sloop en herbestemming van een groot gedeelte van de voormalige bedrijfsgebouwen en de uitvoering van het landschappelijke
15
inpassingsplan dragen bij aan een verbetering van het woon- en leefklimaat in de directe omgeving van deze percelen. In het ontwerpbestemmingsplan is de mogelijkheid van atelierruimte opgenomen. Een atelierruimte betreft in feite de werkruimte van een beeldend kunstenaar. Het vestigen van atelierruimtes tbv diverse soorten beeldende kunst met bijbehorende hinder, is niet passend binnen een reguliere woonomgeving. Om die reden wordt de mogelijkheid voor de vestiging van atelierruimte uit de planregels verwijderd. Dit sluit ook aan op hetgeen wat betreft de ontwikkeling in de anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemers en de gemeente is afgesproken. De vestiging van dergelijke bedrijfsruimte past niet bij de beoogde ontwikkeling. Ad. 4 De hoeveelheid verkeer die op basis van de bestaande als nieuwe planologische mogelijkheden op de percelen 76 en 80 te verwachten zijn, is onderzocht. Hieruit is gebleken dat de verkeersgeneratie voor beide percelen 311 motorvoertuigbewegingen per etmaal kent. Van een onevenredige zware en ongewenste belasting van Aanschot is daarbij niet gebleken. De weg is met een profiel van 4,5 meter voldoende breed om deze verkeersstromen af te handelen. Zoals aangegeven in de reactie op de zienswijze van adressant onder 2.1 zal de weg door de gemeente worden aangepakt, zodra de ontwikkeling wordt gerealiseerd.
Wat betreft de verwachte parkeerproblemen, wordt opgemerkt dat de percelen voldoende parkeergelegenheid bieden om het benodigde aantal parkeerplaatsen aan te leggen op eigen terrein, die gelet op de parkeerberekeningen op basis van de meest recente Nota parkeernormen 2024 aangelegd moeten worden. Navraag bij de wijkagent en de gebiedscoördinator wijst bovendien uit dat de parkeerhinder die volgens adressanten wordt ondervonden bij hen niet bekend is. Ad. 5 Wij hebben van de initiatiefnemer geen andere informatie ontvangen dan dat hij in het paviljoen een theehuis/lunchroom wil kunnen exploiteren. Naar aanleiding van de zienswijze wordt in de regels dit gebruik verduidelijkt, door in de regels van het bestemmingsplan het gebruik van het paviljoen te beperken tot dat van een theehuis/koffiehuis/lunchroom. Daarnaast mag het horeca-paviljoen worden gebruikt als cursusruimte, voor workshops en buurtgerelateerde activiteiten, zodat ook in wintermaanden waar minder inkomsten van bezoekers aan de Aanschotse Beemden worden verwacht, het gebouw rendabel gebruikt kan worden. Mocht in de toekomst onverhoopt blijken dat er een andere vorm van horeca wordt geëxploiteerd en/of de ondernemer zich niet aan de
16
gebruiksregels en openingstijden houdt, dan kunnen omwonenden de gemeente verzoeken om handhavend op te treden. Ad. 6 Het plan inclusief de horeca voldoet aan de gestelde parkeernormen, zodat het niet in de lijn der verwachting ligt dat de ontwikkeling parkeeroverlast voor de omgeving met zich meebrengt. Voor zover bewoners aan de Briljant overlast ervaren van bezoekers die komen voor een bezoek aan de Aanschotse Beemden staat dat los van de beoogde ontwikkeling. De Aanschotse Beemden en de bezoekers ervan veranderen immers niet als gevolg van het plan. Navraag binnen onze organisatie en bij de wijkagent naar klachten over parkeeroverlast aan de wegen Aanschot en/of Briljant wijst overigens uit dat bij de gemeente en de politie geen klachten over parkeeroverlast aan Aanschot en Briljant bekend zijn. Ad. 7 Niet duidelijk is wat wordt bedoeld met de “oorspronkelijke overlast” aangezien er tot dit moment geen horeca-paviljoen is. Wat betreft het antwoord op de vraag of gelet op het woon- en leefklimaat een horeca op de voorgestelde locatie aanvaard is, is gebruik gemaakt van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009 (zie paragraaf 4.8 van de toelichting van het bestemmingsplan).
Het plangebied kan worden gekenmerkt als zijnde een ‘rustige woonwijk’ zodat de grootste afstand van een milieubelastende activiteit tot een geluidsgevoelige functie moet worden gehanteerd, deze bedraagt 10 mtr. De dichtstbijzijnde woning aan Briljant ligt op een afstand van ruim 100 meter. Een akoestisch onderzoek naar de gevolgen van de horeca is gelet daarop in beginsel niet nodig. Dat geldt echter niet voor het terras dat de initiatiefnemer ter plaatse inderdaad wil kunnen gebruiken. Om die reden is alsnog onderzoek gedaan naar het geluid als gevolg van het stemgeluid van personen op het terras bij de horeca. Uit het uitgevoerde akoestische onderzoek is gebleken dat als het aantal bezoekers op het terras wordt beperkt tot maximaal 50 het geluidsniveau op de woningen aan Briljant binnen de toegestane normen zal blijven. Om die reden is in de regels het aantal personen dat tegelijkertijd aanwezig mag zijn op het terras beperkt tot 50. Wat betreft de vraag of er tijdens openingstijden muziek op het bijbehorende terras wordt gespeeld, betreft dat een aspect dat wordt geregeld in de exploitatievergunning. In de exploitatievergunning kunnen voorschriften worden opgenomen die beperkingen kunnen stellen aan het gebruik van al dan niet versterkte muziek op het terras, dit met het oog op het woon- en leefklimaat voor omwonenden.
17
Ad. 8 De bewoners doelen met de verwijzing waarschijnlijk op paragraaf 4.7 Flora en fauna uit de toelichting. In deze paragraaf is toegelicht dat de planlocatie niet is gelegen binnen de grenzen of in de nabijheid van een gebied dat is aangewezen als een Natura-2000 gebied en ook niet is gelegen in de nabijheid van een gebied behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabije gebied betreft een gedeelte van het Natuurnetwerk Nederland op ca. 800 meter. Op nationaal en provinciaal niveau geniet de Aanschotse Beemden geen planologische bescherming. Die bescherming is wel geregeld in het vigerende bestemmingsplan VIII Blixembosch (Aanschotse Beemden). De gronden die tot de Aanschotse Beemden worden gerekend hebben daarin de bestemming ‘Groen’ gekregen, maar niet de bestemming ‘Natuur’. De gronden waar de bouw voor het horecapaviljoen is gepland, hebben in dit bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarisch’. Daarmee is niet gezegd dat de Aanschotse Beemden voor Eindhoven geen belangrijk natuurgebied is. Niet voor niets is in ons eigen Groenbeleidsplan 2017 het gebied aangewezen als ‘multifunctioneel groen’. Het plan ziet er op toe dat een groot deel van de gronden die nu voor kerstbomenteelt in gebruik zijn, ingericht zullen worden als natuurinclusieve akker.
Het agrarische gebruik verdwijnt feitelijk daardoor op het grootste gedeelte van de bestemming ‘Agrarisch’ bij perceel nummer 80. Op een relatief klein gedeelte van het agrarisch perceel mogen de gronden gebruikt worden ten behoeve van het horeca-paviljoen. Per saldo wordt er daardoor veel meer aan natuurlijke inrichting gerealiseerd die aansluit op het gebied van de Aanschotse Beemden. Dit past binnen de beleidsdoelstellingen voor versterking van het groen. Met het horeca-paviljoen wordt een voorziening geboden die eveneens als een aanvulling wordt gezien op de recreatieve functie die de Aanschotse Beemden heeft. De verwijzing van adressanten naar het bordje in bijlage 3 bij de zienswijze, ziet op een bordje dat is geplaatst door de organisatie Bosgroep Zuid Nederland, waar de grondeigenaren bij zijn aangesloten. Dit is een coöperatie van en voor eigenaren van bos- en natuurterreinen. Het wetsartikel 461 uit het Wetboek van Strafrecht waar op het bordje naar wordt verwezen, is het algemene artikel uit het Wetboek van Strafrecht op grond waarvan het verboden is zonder toestemming van de eigenaar je toegang tot een perceel te verschaffen. Met het bordje wordt namens de eigenaren aangegeven onder welke voorwaarden toegang tot het gebied is toegestaan. Er is geen stiltegebied mee aangegeven. Stiltegebieden zijn door de Provincie aangewezen in de Omgevingsverordening.
De Aanschotse Beemden behoren daar niet toe. Ad. 9 De nieuwe ontwikkelingen mogen het woon- en leefklimaat van omwonenden niet onevenredig aantasten. Wij zijn van mening dat mede op basis van de
18
aangeleverde onderzoeken en de voorwaarden die in de planregeling mede naar aanleiding van deze onderzoeken zijn gesteld, de belangen bij het behoud van een goed woon- en leefklimaat van omwonenden voldoende zijn geborgd. Ad. 10 De bewoners merken terecht op dat in de planregels ten onrechte is verwezen naar Bijlage 2, lijst van horeca-activiteiten categorie 1b. Verwezen had moeten worden naar categorie 1a uitsluitend een ‘lunchroom’ dan wel categorie 2b uitsluitend een tearoom, koffiehuis’. In de planregels is dit aangepast. Ad. 11 Op de eerste plaats zijn wij van mening dat een horeca-voorziening zoals een theehuis/lunchroom kan bijdragen aan de recreatieve waarde van de Aanschotse Beemden. Niet alleen het horeca-paviljoen wordt aangelegd, maar ook het overgrote deel van de gronden die voor kerstbomenteelt in gebruik zijn worden als natuurakker ingericht. Dat levert een bijdrage aan versterking van de bestaande groenstructuur. Daarnaast geldt dat de gronden een agrarische bestemming hebben. Feitelijk zijn de agrarische activiteiten al gestaakt. Met de huidige stikstofcrisis is het opnieuw in gebruik nemen van de agrarische bedrijfsfuncties niet meer wenselijk. Temeer daar de percelen zijn ingeklemd geraakt tussen de woonbebouwing.
Bij het opnieuw ingebruiknemen van een kippen- en een varkensbedrijf zijn stank- en geurhinder daarmee bijna niet te voorkomen, wat per definitie zeker geen verbetering van het woon- en leefklimaat oplevert. Daar komt bij dat sanering van intensieve veehouderijen in Brabant doorgaans plaatsvindt in combinatie met een saneringsregeling. Dit om te komen tot een haalbare ontwikkeling. De provincie Noord Brabant heeft hiervoor de 'Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit' opgesteld (voorheen Ruimte voor Ruimte regeling). Vanwege de ligging in het door de provincie aangewezen ‘bestaande stedelijk gebied’ is deze regeling niet van toepassing op de boerderijen aan Aanschot 76 en 80. Voor sanering van deze boerderijen moet dan ook op een andere wijze invulling worden gegeven aan een verdienmodel. In voorliggend plan bestaat dit verdienmodel uit het realiseren van seniorenwoningen in combinatie met een horecagelegenheid. Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanvullend onderzoek naar de verkeersgeneratie en de akoestische situatie bij de woningen als gevolg van een horeca-terras. Mede op basis daarvan is een nadere aanduiding op de verbeelding opgenomen waar een terras ten behoeve van de horeca geëxploiteerd mag worden en is het aantal terrasbezoekers gemaximeerd.
Tevens is de aanduiding van de toegestane horeca aangepast en is de mogelijkheid tot vestiging van een atelier uit het plan verwijderd. Voor het overige geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassingen in het bestemmingsplan.
19
2.3 Bewoner Aanschot
1.
2. 3.
4.
Samenvatting De bewoner ervaart de plannen van Aanschot 80 als aanzienlijk. Volgens de bewoner kan de oude winkel nog uitstekend dienst doen als opslagfaciliteit, zonder verdere activiteiten. De aanwezige gebouwen bieden voldoende ruimte voor dagbesteding en de multifunctionele bestemming; De 5 geprojecteerde parkeerplaatsen zijn te theoretisch en houden geen rekening met de bestaande parkeeroverlast; Het ontwerp voorziet niet in informatie over de groenvoorziening, inclusief verantwoordelijkheid voor onderhoud en frequentie daarvan. Er is geen duidelijkheid wie de controlerende functie heeft met betrekking tot de groenvoorziening voor zowel Aanschot 76 als 80. De oorspronkelijke plannen bevatten een groene haag tussen Aanschot 78 en 76. Vorig jaar is zonder vergunning een betonnen schutting van meer dan 2 meter hoog geplaatst. Het verzoek is deze schutting door de groenstrook te laten vervangen zoals aangegeven in het plan; Reactie initiatiefnemers Ad. 1 De ontwikkeling op Aanschot 80 voorziet in de sanering van de intensieve veehouderij in een bestaande woonomgeving. Per saldo neemt de omvang aan bebouwing af en is sprake van de toevoeging van een nieuwe functie passend binnen een bestaande woonomgeving.
Met betrekking tot de streekwinkel wordt ervoor gekozen om deze te verplaatsen, waardoor deze functioneel meer nabij het horecapaviljoen komt te liggen en tevens op een grotere afstand van bestaande woningen. De overlast voor deze bestaande woningen zal daardoor reduceren. In de nieuwe situatie is de dagbesteding voorzien in de ruimte waar nu de winkel is gesitueerd. De dagbesteding is zeer kleinschalig van aard, zeker in vergelijking met de huidige streekwinkel. De dagbesteding voorziet slechts in een paar cliënten per dag die middels een busje worden gebracht en gehaald. Omdat de cliënten worden gebracht en gehaald, zijn voor deze activiteit geen parkeervoorzieningen noodzakelijk. De bestaande parkeervoorzieningen tegen de noordoostelijke perceelsgrens worden daarom verwijderd. Onduidelijk is wat reclamant exact bedoeld met niet op de hoogte houden van de plannen. Reclamant is namelijk aanwezig geweest bij beide informatiebijeenkomsten en daar geïnformeerd over de plannen. Tevens is reclamant op 9 juni 2020 persoonlijk gesproken over de plannen tijdens een keukentafelgesprek. Tot slot is reclamant een bezoeker van de winkel en is tijdens deze bezoeken meerdere malen over de plannen gesproken.
20
Ad. 2 Voor het benodigd aantal parkeerplaatsen in de nieuwe situatie te kunnen bepalen, heeft de gemeente Eindhoven een rekentool parkeerbehoefte ontwikkeld. Omdat Eindhoven een duurzame en groene stad wil zijn, wil de gemeente bij een ontwikkeling graag zo min mogelijk autoparkeerplaatsen, zoveel mogelijk fietsparkeerplaatsen en zoveel mogelijk groen. In de bijlage van de toelichting zijn de resultaten van de rekentool parkeerbehoefte opgenomen. In het plan zijn het benodigde aantal parkeerplaatsen opgenomen, met uitzondering van het horecapaviljoen. Voor de bezoekers van het paviljoen wordt, in lijn met het horecabeleidsplan, beoogd autoverkeer te ontmoedigen door een beperkt aanbod van parkeerplaatsen. Op 11 maart 2014 heeft de gemeenteraad het horecabeleidsplan 'Kennis maken met een gastvrije stad' vastgesteld. Eindhoven wil aantrekkelijk zijn om er te komen, verblijven, studeren, wonen en werken. Horeca speelt hierbij een belangrijke rol. Het horecabeleidsplan bevat een aantal speerpunten om ervoor te zorgen dat de horeca in Eindhoven kan meebewegen met de ontwikkelingen in de stad. De gemeente wil de vestiging van kwalitatief goede horecabedrijven stimuleren. Daarbij is een wederzijdse versterking van de nabije andere functies belangrijk.
Om dit bewerkstelligen maakt het horecabeleidsplan onderscheid gebiedstypen horeca, waarbij de omgeving van het plangebied kan worden aangemerkt als park. Parken worden getypeerd als toelatingsgebied voor horeca. Een (bescheiden) horeca-inrichting kan het gebruik van Eindhovense parken een meerwaarde geven. Diverse bestaande horecagelegenheden in parken en recreatieschappen (buiten Eindhoven) bewijzen dit. Horeca in parken moet zich verhouden met de omgeving. De exploitatie van een horeca-inrichting in een park mag dus wel een autonome functie hebben maar mag geen onevenredige afbreuk doen aan de gebruikswaarde van het park. Dit initiatief zet in op lokaal gebruik van het park, waarbij autogebruik door bezoekers wordt ontmoedigd door een beperkt aanbod van parkeerplaatsen. Voor het paviljoen en de boerderijwinkel is daarom voorzien in 8 parkeerplaatsen op eigen terrein. Deze parkeerbehoefte wordt geheel op eigen terrein bij de betreffende functies opgevangen. Binnen het plangebied is meer dan voldoende ruimte aanwezig om deze parkeerplaatsen te realiseren en bestaat de mogelijkheid om zelfs nog meer parkeerplaatsen aan te leggen. Ad. 3 In artikel 13.6 van de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing.
Op deze wijze is de aanleg en instandhouding (onderhoud) afdoende geborgd in het bestemmingsplan. Met betrekking tot bestaande groenvoorzieningen op de erfgrens blijft het onderhoud ongewijzigd, waarbij ieder van de buren zijn eigen kant bijhoudt.
21
Ad. 4 In het kader van de huidige bedrijfsvoering wordt door de buren het aanzicht als rommelig ervaren. De eigenaar is hierover in gesprek gegaan met de buren en heeft voorgesteld om op eigen kosten een erfafscheiding te plaatsen. Door de erfafscheiding op 20 cm uit de perceelsgrens te situeren, biedt dit de buren de gelegenheid om aan de eigen zijde te kunnen voorzien in een passende erfafscheiding. Op basis van het geldende bestemmingsplan is het op basis van de directe bouwmogelijkheden (artikel 4.2.4 lid g) toegestaan om binnen het agrarische bouwvlak een erf- en terreinafscheiding te realiseren met een maximale bouwhoogte van 2 meter. De erfafscheiding voldoet hieraan. Omdat het aansluitende perceel lager ligt dan Aanschot 76, kan de erfafscheiding vanuit het aansluitende perceel als hoger worden ervaren. Gemeentelijk standpunt Ad. 1 Dit onderdeel van de zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Dat de oude winkel als opslagfaciliteit dienst zou kunnen doen, neemt andere gebruiksmogelijkheden immers niet weg of maakt deze niet onjuist. Ad. 2 Voor een antwoord op dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar het antwoord op de zienswijze onder 2.2 onder ad. 4. Ad. 3 In artikel 13.6 is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van de landschappelijke inpassing.
Het betreffende landschappelijke inpassingsplan vormt een bijlage bij de regels en de toelichting. Om de gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken, wordt aan de omgevingsvergunningen(en) de voorwaarde verbonden dat binnen een jaar na onherroepelijk worden van de vergunning het inpassingsplan moet zijn uitgevoerd. De verplichting zal worden aangepast zodanig dat ook duidelijk is dat het uitgevoerde plan ook in stand moet worden gehouden. De verplichting voor aanleg en onderhoud geldt per perceel waar de aanvraag omgevingsvergunning betrekking op heeft. Ad. 4 Uit het meest recente landschappelijke inpassingsplan dat als bijlage 3 onderdeel uitmaakt van de regels, blijkt dat tussen perceel nummer 76 en 78 een groene haag op de grens is opgenomen. Zodra de eigenaar uitvoering geeft aan een omgevingsvergunning voor één of meer van de toegestane woningen, is hij ook verplicht het landschappelijke inpassingsplan uit te voeren en zal ook de groene haag aangelegd en de betonnen schutting verwijderd moeten worden. Uitvoering van het landschappelijke inpassingsplan is immers een voorwaarde voor het verkrijgen van de omgevingsvergunning. Het
22
landschappelijk inpassingsplan bevat geen betonnen schutting tussen de nummers 76 en 78. De sloop van de betonnen schutting is ook in de voorwaardelijke verplichting tot uitvoering van het landschappelijke inpassingsplan opgenomen. Conclusie De zienswijze heeft geleid tot een aanpassing en aanvulling op de voorwaardelijke verplichting aangaande, de sloop van de betonnen schutting en het onderhoud na uitvoering van het landschappelijke inpassingsplan. Voor het overige geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassingen in het bestemmingsplan.
23
Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen Regels Wijzigingen bestemmingsplan “IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)”: 1. In artikel 3 lid 3.1 wordt na sub g. toegevoegd sub h. dat luidt: “parkeervoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de nadere aanduiding 'parkeerterrein'.” 2. In artikel 3 lid 3.3.1 Horeca onder a wordt ‘categorie 1b’ gewijzigd in ‘categorie 1a uitsluitend zijnde een lunchroom of categorie 2b’ en wordt na het woord ‘openingstijd’ toegevoegd de tekst: “van 8.00 uur”, zodat het volledige sublid als volgt komt te luiden: Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - horeca' is uitsluitend toegestaan een horeca, genoemd in Bijlage 2 `Lijst van horeca-activiteiten´ behorende tot categorie 1a uitsluitend zijnde een lunchroom of categorie 2b met een openingstijd van 8.00 uur tot maximaal 22:00 uur; 3. Na artikel 3 lid 3.3.1 onder a wordt ingevoegd lid 3.3.1 b dat luidt: “Ter plaatse van de nadere aanduiding ‘terras’ mogen de gronden worden gebruikt voor een horecaterras ten behoeve van maximaal 50 personen”; 4. Artikel 3 lid 3.3.1. onder b wordt vernummerd tot lid 3.3.1 onder c; 5. In artikel 4 lid 4.1 onder e. worden de woorden “en atelier” verwijderd; 6.
Lid 13.6 Voorwaardelijke verplichting landschappelijk inpassing wordt vervangen door de volgende tekst: “Aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor de bouw van één of meer woningen op de percelen Aanschot 76 en 80 en/of de verlening van de omgevingsvergunning voor een gebouw binnen het bouwvlak op de als 'specifieke vorm van agrarisch - horeca' aangewezen gronden, wordt de voorwaarde verbonden dat: - het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in Bijlage 3 van de regels, moet zijn uitgevoerd binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de betreffende omgevingsvergunning(en) voor het perceel waar de vergunningverlening betrekking op heeft, - alsmede dat de betonnen schutting tussen de percelen 76 en 78 wordt verwijderd,
24
- alsmede dat het dienovereenkomstig uitgevoerde landschappelijk inpassingsplan duurzaam wordt onderhouden en daardoor in stand wordt gehouden.” Verbeelding 1. Op de verbeelding wordt het perceel met de nadere aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – horeca’ voorzien van: een nadere aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - terras’ ten behoeve van de ruimte die als terras in gebruik mag worden genomen;
25
Ambtshalve wijzigingen Regels 1. In artikel 1 ‘Begripsbepalingen’ wordt 1.7 ‘actualisatie nota parkeernormen 2019’ gewijzigd in ‘Nota parkeernormen 2024’ waaronder wordt verstaan: ‘parkeernormen gepubliceerd op 19 maart 2024 en in werking getreden op 20 april 2024.’ 2. In artikel 1 ‘Begripsbepalingen’ wordt na 1.35 toegevoegd het begrip ‘dagbesteding’. Onder ‘dagbesteding’ wordt verstaan: ‘Locatie waar voor zorgbehoevenden activiteiten worden georganiseerd ten behoeve van een bepaalde dagstructuur’. 3. In artikel 3 lid 3.1 onder b wordt na het woord ‘horeca,’ toegevoegd het woord “uitsluitend”, zodat deze bepaling als volgt luidt: “horeca, uitsluitend ter plaatse van de nadere aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – horeca’; 4. Na artikel 3 lid 3.1 sub g wordt toegevoegd sub h. dat luidt: “parkeervoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de nadere aanduiding ‘parkeerterrein’;” 5. In artikel 3 wordt lid 3.2.3 vernummerd tot lid 3.2.3 onder a. Na sub a wordt toegevoegd sub b. dat luidt: “Het aantal bouwwerken ten behoeve van speelvoorzieningen dient beperkt te blijven tot maximaal 3, met een maximale bouwhoogte van 2 meter en een maximale gezamenlijke oppervlakte van 10 m2;” 6. In artikel 3 lid 3.2.4 wordt in de aanhef het woord ‘hulpgebouwen’ vervangen door ‘schuilgelegenheden’.
In sublid 3.2.4 onder a, wordt aan het woord ‘hulpgebouwen’ gewijzigd in ‘schuilgelegenheden’ en wordt aan het einde van de zin de tekst toegevoegd “als genoemd in artikel 3.1 onder a”, zodat deze bepaling als volgt luidt: “het bouwen van schuilgelegenheden is uitsluitend toegestaan ten dienste van de bestemming als genoemd in artikel 3.1 onder a” 7. In artikel 3 lid 3.3.1 onder c (voorheen b) wordt toegevoegd de tekst: “De openingstijden als hiervoor genoemd onder a. zijn hierop van toepassing.”
26
8. Artikel 3 lid 3.3.1 onder c. wordt gewijzigd en verplaatst naar lid 3.3.2 luidend: “Parkeren Ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' mogen de gronden worden ingericht en gebruikt voor parkeervoorzieningen ten behoeve van de horeca, alsmede voor parkeerplaatsen ten behoeve van de woningen in het aangrenzende bestemmingsvlak 'Wonen', zoals opgenomen in het landschappelijke inrichtingsplan dat als Bijlage 3 bij deze regels is opgenomen.” 9. In artikel 4 lid 4.1. onder c wordt het woord “verkoopvloeroppervlakte” vervangen door “winkelvloeroppervlakte”; 10. In artikel 4 lid 4.1 onder f wordt aan het eind van de zin toegevoegd: “, met een bruto vloeroppervlak van maximaal 47 m2”. 11. In artikel 4 wordt in lid 4.2.1 na het woord “doorlopen” toegevoegd de tekst: “en dient het bepaalde in artikel 8 'Waarde - Cultuurhistorie' in acht genomen te worden”, waarna de gehele tekst luidt: “ter plaatse van de nadere aanduiding 'Onderdoorgang' mag uitsluitend de kapbeëindiging tussen de twee bouwvlakken boven de eerste bouwlaag doorlopen en dient het bepaalde in artikel 8 'Waarde Cultuurhistorie' in acht genomen te worden.” 12. In artikel 4 wordt de tekst uit lid ‘4.2.6 Afwijken van de bouwregels’ in zijn geheel verplaatst naar lid ‘4.3 Afwijken van de bouwregels’ en wordt lid 4.2.6 verwijderd. 13.
In artikel 4 wordt na lid 4.3 Afwijken van de bouwregels ingevoegd lid 4.4 ‘Specifieke gebruiksregels’, en wordt de tekst uit artikel 4.3.1. verplaatst naar 4.4.1. 14. In artikel 4 wordt lid 4.3.2 verwijderd. 15. In artikel 4 lid 4.3.3 ‘Strijdig gebruik’ wordt het lid vernummerd tot lid 4.4.2 en wordt tekstueel aangepast en aangevuld waarna het komt te luiden: “Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 4.1 wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van bijgebouwen voor zelfstandige woonruimte; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
27
c. het gebruik van gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - opslag' voor bedrijfsmatige doeleinden.” 16. In artikel 6.4.2 wordt de tekst onder het woord “Toelaatbaarheid” opgenomen in een apart lid 6.4.3 Toelaatbaarheid; 17. In artikel 8 lid 8.2 wordt na sub a.2. toegevoegd sublid 3 luidend: “3. ter plaatse van de nadere aanduiding 'specifieke vorm van wonen - zichtlijn' mogen geen bouwwerken worden opgericht.” 18. In artikel 8 wordt na lid 8.4 toegevoegd lid 8.5 ‘Specifieke gebruiksregels’ dat luidt: “Gronden ter plaatse van de aanduidingen 'onderdoorgang' en 'specifieke vorm van wonen – zichtlijn’ worden niet aangemerkt als ‘erf’ zoals bedoeld in artikel 1 bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht, zoals dat luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.” 19. In artikel 13 lid 13.1 onder a wordt ‘Actualisatie nota parkeernormen 2019’ vervangen door ‘Nota parkeernormen 2024’; 20. In artikel 13.4 wordt het jaartal ‘2019’ vervangen door het jaartal ‘2024’. 21.
In artikel 13 lid 13.6 wordt de tekst gewijzigd waardoor deze in zijn geheel als volgt komt te luiden: “Aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor de bouw van één of meer woningen op de percelen Aanschot 76 en 80 en/of de verlening van de omgevingsvergunning voor een gebouw binnen het bouwvlak op de als 'specifieke vorm van agrarisch - horeca' aangewezen gronden, wordt de voorwaarde verbonden dat het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in Bijlage 3 van de regels, moet zijn uitgevoerd binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de betreffende omgevingsvergunning(en) voor het perceel waar de vergunningverlening betrekking op heeft, alsmede dat het dienovereenkomstig uitgevoerde landschappelijk inpassingsplan duurzaam wordt onderhouden en daardoor in stand wordt gehouden.” 22. In artikel 13 worden na artikel 13.6 toegevoegd twee voorwaardelijke verplichtingen die als volgt komen te luiden: “13.7
Voorwaardelijke verplichting te slopen bebouwing
Aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor de bouw van één of meer woningen op de percelen Aanschot 76 en/of 80 en/of de
28
verlening van de omgevingsvergunning voor een gebouw in het bouwvlak binnen de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - horeca' wordt de voorwaarde verbonden dat de gebouwen welke zijn voorzien van de nadere aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – te slopen', worden geamoveerd voorafgaand aan de realisering van het bouwplan of een deel daarvan. 13.8 Voorwaardelijke verplichting archeologie Aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor de bouw van één of meer woningen op de percelen Aanschot 76 en/of 80 en/of de verlening van de omgevingsvergunning voor een gebouw binnen het bouwvlak op de als 'specifieke vorm van agrarisch - horeca' aangewezen gronden, wordt de voorwaarde verbonden dat de gronden met bouwvlakken voor de realisatie van nieuwe woningen alsmede een horecagebouw pas overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming mogen worden bebouwd en gebruikt zodra middels een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is. Deze voorwaardelijke verplichting doet niet af aan de verplichtingen op grond van het bepaalde in de artikelen 5, 6 en 7. 23. In de bijlagen bij de regels wordt het landschappelijke inpassingsplan d.d. 11 mei 2022 vervangen door het landschappelijke inpassingsplan d.d. 28 april 2025.
Toelichting 1. In de toelichting wordt de tekst onder paragraaf 9.3 als volgt aangepast: Per 1 oktober 2008 is de "Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008" in werking getreden. Voor dit bestemmingsplan is binnen dat kader aan participatie gedaan. Inmiddels geldt de Nota Participatiebeleid Omgevingswet. Deze nieuwe nota is echter niet van toepassing op onderhavige procedure omdat de participatie voor inwerkingtreding van deze nota al is gevoerd. Het doel van participatie is het betrekken van burgers bij de besluitvorming. In het kader van de voorbereiding van het plan is een omgevingsdialoog gevoerd met de omgeving. Naast de beantwoording van diverse vragen van omwonenden door één van de initiatiefnemers in zijn boerderijwinkel, heeft mede op 15 juli 2021 een informatieavond voor omwonenden plaatsgevonden. Een verslag van deze bijeenkomst is als Bijlage 12 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen.