Bijlage 1 - Meerjaren Prognose Vastgoed 2021
Tekst van het document
Meerjaren Prognose Vastgoed 2021
INHOUDSOPGAVE • • • • • • • •
Samenvatting Inleiding De vastgoedportefeuille Meerjaren Onderhoudsplanningen (MJOP’s) Voorlopige verkooplijst Sloopobjecten Stand van zaken leegstand Verduurzaming van gemeentelijk vastgoed
Bijlagen I MJOP’s per deelportefeuille en taakveld II Vastgestelde voorlopige verkooplijst III Voorlopige slooplijst IV Overzicht leegstandsbeheer
03 06 07 09 14 16 17 19
21 24 25 26
2
SAMENVATTING Inleiding 2020 Was het jaar van de herijking van het gehele vastgoedbeleid. Op 6 oktober jl. heeft de raad de nieuwe Nota Vastgoedbeleid 2020 vastgesteld, die vervolgens per thema zijn verdere uitwerking heeft gekregen in de vorm van de Spelregels Vastgoedbeleid 2020. Het beleid heeft een nieuw vastgoedmotto gekregen: “Vastgoed als middel voor maatschappelijke impact”. Dit toont een doorontwikkeling op het oude thema “Geen vastgoed, tenzij…”. Dit jaar is ook bepaald dat de raad een nadrukkelijkere rol gaat krijgen in gemeentelijk vastgoed. Dit zal uitgewerkt worden in de Meerjaren Prognose Vastgoed (MPV), een nieuw product dat vanaf nu jaarlijks door de raad wordt vastgesteld, met name voor wat betreft de meerjaren onderhoudsplanningen. Daarnaast wordt ingegaan op verkoop, sloop, leegstand en verduurzaming van vastgoed. Op 1 oktober 2020 bestond de totale portefeuille van de gemeente uit 487 gebouwen, inclusief 104 scholen die juridisch eigendom zijn van het schoolbestuur en waar de gemeente economisch claimrecht op heeft. Van de 487 gebouwen zit 62% in de kernportefeuille, 21% in de randportefeuille en 17% in de restportefeuille. De gebouwen zijn sectoraal ingedeeld in de zogenaamde deelportefeuilles: onderwijs, sport, welzijn, cultuur en RO-overig. Daarnaast beschikt de gemeente nog over eigen huisvesting voor ambtenaren en bestuur.
Financieel kennen de gebouwen uit de verschillende deelportefeuilles diverse koppelingen in de begroting. Er bestaat geen taakveld ‘vastgoed’. In de planning- en control-cyclus van de gemeente wordt thematisch gewerkt volgens programma’s. Deze zijn voor wat het vastgoed betreft onderverdeeld in elf taakvelden, onder andere: onderwijshuisvesting, sportaccommodaties, samenkracht & burgerparticipatie. Het meeste gemeentelijke vastgoed heeft een negatief financieel rendement; dit is acceptabel zolang de panden in voldoende mate erin slagen om onze maatschappelijke doelstellingen te bereiken. Het willen maken van maatschappelijke impact is de voornaamste reden waarom we gebouwen hebben. Meerjaren onderhoudsplanningen (MJOP’s) Alle gehuurde en eigendomsgebouwen van de gemeente beschikken over een MJOP, die vele jaren vooruit kijkt. Op grond van het MJOP worden de noodzakelijke werkzaamheden ingepland voor een specifiek jaar en opgenomen in een jaarplan. De onderhoudsactiviteiten in de onderhoudsplanningen zijn opgedeeld in planmatig onderhoud, contractonderhoud, dagelijks onderhoud en overig onderhoud.
Dit wordt financieel gedekt vanuit drie verschillende bronnen: ▪ Exploitatie (contract- en dagelijks onderhoud) ▪ Vervangingsinvestering/krediet (planmatig onderhoud, conform activabeleid) ▪ Onderhoudsreserve (planmatig onderhoud, niet conform activabeleid) Het MJOP vormt de basis voor de begroting, maar wordt ook getoetst aan de begroting. Er kunnen in principe geen planmatige werken in een MJOP worden opgevoerd, als de vastgestelde begroting daar niet in voorziet en het daardoor in strijd zou zijn met het
3
budgetrecht van de raad. Enkel in het geval van onveilige situaties of absolute noodzaak, kan hier beargumenteerd van worden afgeweken. Via een jaarlijkse storting wordt voor het planmatige onderhoud, niet zijnde vervangingsinvesteringen, een reserve opgebouwd om de fluctuatie in de hoogte van de jaarlijkse onderhoudskosten op te vangen. Planmatig onderhoud dat betrekking heeft op vervangingsinvesteringen, wordt geactiveerd. De jaarlijkse kapitaallasten hiervan (rente en afschrijvingen) komen ten laste van de exploitatie. Inspectie van de vastgoedobjecten en het opstellen van het MJOP gaat vanaf nu volgens de methodiek NEN 2767 (conditiemeting van gebouwen en installaties). De bedragen in dit MPV zijn daar overigens nog niet op gebaseerd, omdat de eerste inspectierondes nog lopen. Bij toepassing van de NEN 2767 worden naast de inventarisatie van de conditiescores van de bouwelementen ook de risicoaspecten van gebreken in kaart gebracht. Borging van alle relevante wet- en regelgeving (compliance) is immers een integraal onderdeel van het MJOP. Dat geldt bijvoorbeeld voor veiligheidszaken en wettelijke verplichte verduurzamingsmaatregelen. Alle vastgoedobjecten worden onderhouden op een omschreven basisniveau. In een relatief klein aantal gevallen is sprake van een ander onderhoudsniveau: het plusniveau of het minimum niveau verkoop / sloop.
De onderhoudsduitgaven voor het MJOP 2021-2024 zien er als volgt uit: Dekkingsbron (x € 1.000) Exploitatie
2021 € 2.417
2022 € 2.591
2023 € 2.287
2024 € 2.143
Vervangingsinvestering
€ 3.418
€ 3.699
€ 5.661
€ 2.380
Onderhoudsreserve
€ 3.175
€ 2.752
€ 2.103
€ 1.208
Eindtotaal
€ 9.010
€ 9.042
€ 10.051
€ 5.732
In het MPV is bovenstaand overzicht verder uitgewerkt naar taakvelden en deelportefeuilles. De bedragen komen voort uit een groot aantal uitgangspunten. De belangrijkste uitgangspunten en een aantal kanttekeningen worden in dit MPV toegelicht. Voorlopige verkooplijst In het MPV wordt ook de verkooplijst van gemeentelijke gebouwen opgenomen. Deze wordt vanaf nu jaarlijks in aanloop naar het MPV door het college geactualiseerd en vastgesteld. We spreken voortaan van een ‘voorlopige verkooplijst’. Het vaststellen daarvan is geen verkoopbesluit, maar behelst een opdracht aan de ambtelijke organisatie om actief te gaan studeren op de beste wijze, om een verkooptraject van een pand op te starten. Bij de verkoop van cultureel gebruikte panden zal het college eerst de mening van de raad ophalen, voordat het verkoopbesluit wordt genomen. De horizon van deze nieuwe voorlopige verkooplijst loopt tot en met 2022. Sloopobjecten In het MPV wordt ook jaarlijks een lijstje panden opgenomen waarbij sloop binnen twee jaar verwacht mag worden. De horizon loopt in deze versie tot en met 2022. Voor de aankomende periode staan er elf objecten op de nominatie om gesloopt te worden.
4
De dekking van de bijbehorende sloopkosten en afwaardering zit veelal in bestaande of te verwachte grondexploitaties, of komt uit de reserve onderwijshuisvesting als het een voormalige school betreft. We spreken van een voorlopige slooplijst, omdat er een element van onderzoek in zit, net zoals bij de voorlopige verkooplijst. In toekomstige MPV’s zal nadrukkelijk worden voorgesorteerd op het proactief omgaan met sloopvraagstukken. In de praktijk staan ‘slooppanden’ vaak nog jaren overeind en worden ze op het minimaal vereiste niveau onderhouden. Dit kan op gespannen voet staan met eisen vanuit veiligheid en gezondheid, die kostbare maatregelen vergen; ‘kosten op sterfhuis’. Stand van zaken leegstand Het MPV gaat ook in op de leegstand in de vastgoedportefeuille; de afgelopen jaren gebeurde dat door een jaarlijkse raadsinformatiebrief. Op de peildatum 1 oktober 2020 was in de gemeentelijke vastgoedportefeuille sprake van 44.000 m2 bruto vloeroppervlakte (BVO) aan leegstand, verspreid over 40 locaties. De trend is dalend en die daling zet zich voort. Vrijwel alle ‘leegstaande’ gebouwen staan feitelijk niet leeg, maar worden in gebruik gegeven via leegstandsbeheerder VPS, vooral aan creatieve ondernemers (‘TDK’). De zes grootste leegstaande panden beslaan ruim de helft van alle leegstand. Het betreft voornamelijk oude schoolgebouwen.
Binnen enkele jaren kan de huidige leegstand gehalveerd zijn, gezien de plannen die voor deze gebouwen bestaan. De huidige leegstand veroorzaakt voor de gemeente een netto kostenpost op jaarbasis van € 765.000,-. Ook daarin is de trend dalend. Driekwart van de netto kosten komt voor rekening van leegstaande schoolgebouwen. Verduurzaming Eindhoven is op weg naar een duurzame stad en onderdeel daarvan is de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed. Vanzelfsprekend wordt daar in het MPV bij stilgestaan. We verduurzamen ons bezit vanuit de programma’s Slim Verduurzamen Gemeentelijke Gebouwen (SVGG, met het consortium !mpuls) en Slim Verduurzamen Vastgoed (SVV). Door ons eigen vastgoed te verduurzamen geven we invulling aan onze voorbeeldrol, het akkoord van Parijs en de Klimaatverordening 040, naast de wettelijke verplichtingen. We willen daarnaast nadrukkelijk fungeren als ‘aanjager’ in de stad, om zo de schaalsprong voor het verduurzamen te stimuleren. Binnen programma SVV voeren we momenteel een selectie van duurzaamheidsmaatregelen aan 125 gemeentelijke panden uit. Er is gestart met de financieel meest rendabele maatregelen: PV-panelen, ledverlichting, isolatie en slimme monitoring van het energiegebruik. In de begroting 2021 heeft de raad middelen aangewezen om dergelijke maatregelen in nog eens zestig gemeentelijke panden uit te voeren.
Tevens is geld ter beschikking gesteld om de komende jaren actief te kunnen werken aan de genoemde aanjaagfunctie. Het volledig verduurzamen van de eigen panden tot nul procent CO2-uitstoot kan niet zonder extra geld, voor zowel (een deel van) de ingrepen zelf, als voor de bijbehorende apparaatskosten. De financieel niet rendabele maatregelen vragen om een gebiedsgerichte lange termijn aanpak.
5
INLEIDING 2020 Was het jaar van de herijking van het gehele vastgoedbeleid. Op 6 oktober jl. heeft de raad de nieuwe Nota Vastgoedbeleid 2020 vastgesteld, die vervolgens per thema zijn verdere uitwerking heeft gekregen in de vorm van de Spelregels Vastgoedbeleid 2020, met besluitvorming door het college in december 2020. Het nieuwe vastgoedmotto “Vastgoed als middel voor maatschappelijke impact” is een doorontwikkeling op het oude thema “Geen vastgoed, tenzij…”. Met deze nieuwe stip op de horizon ontwikkelt de vastgoedorganisatie zich steeds verder door op het gebied van professionaliteit, inzicht, rolzuiverheid, het aangaan van interne en externe samenwerkingsverbanden en matchmakerschap. Dit jaar is ook bepaald dat de raad een nadrukkelijkere rol gaat krijgen in gemeentelijk vastgoed. Dit zal uitgewerkt worden – naar analogie van het MPG dat zich bezig houdt met grondexploitaties– in de Meerjaren Prognose Vastgoed (MPV). Het oude MPV (Meerjaren Perspectief Vastgoed, een collegestuk) is begin 2020 voor het laatst vastgesteld. Hiervoor komt met ingang van 2021 het Vastgoedbericht in de plaats. Een belangrijk verschil tussen het MPG en MPV is dat ze begrotingstechnisch gezien verschillende bloedgroepen zijn.
Waar het MPG direct mutaties kan aanbrengen in de begroting, waarbij deze zich vertalen naar directe winst- of verliesneming in het lopende boekjaar, is dit bij de exploitatie van vastgoed niet mogelijk vanwege de structurele gevolgen voor de begroting. Dergelijke structurele begrotingsafwijkingen dienen als onderdeel van het kadernota-proces en/of de begroting te worden opgepakt. Dit MPV bevat derhalve geen begrotingsaanpassingen die niet in lijn zijn met de door de raad vastgestelde begroting 2021. De beleidspiramide van Vastgoed bestaat nu uit de Nota Vastgoedbeleid (strategisch), de Spelregels Vastgoedbeleid (tactisch) en het Vastgoedbericht (operationeel) en additioneel de Meerjaren Prognose Vastgoed. Het MPV wordt het vehikel voor de jaarlijkse vaststelling door de raad van de Meerjaren Onderhoudsplanningen (MJOP’s) van de gemeentelijke gebouwen, totdat de MJOP’s zijn geactualiseerd op basis van NEN2767-inspecties en we weer terug kunnen van onderhoudsreserves naar onderhoudsvoorzieningen. Vanaf dat moment is conform het BBV vaststelling eens in de vier jaar voldoende. Te zijner tijd zal de verschijningsfrequentie van het MPV worden heroverwogen. De MJOP’s hebben een zeer lange horizon, maar we tonen in het MPV steeds een scope van vier jaar, waarbij het eerste jaar het meest concreet is en de laatste drie jaren de prognose betreffen.
Aanvullend zijn er nog vier thema’s die ter informatie nader uitgelicht worden: verkoop, sloop, leegstand en verduurzaming. Voor alle thema’s hanteren we dezelfde peildatum, namelijk 1 oktober 2020. De horizon kan echter wel per thema verschillen. Het MPV valt qua timing tussen het vaststellen van de begroting (november) en de start van het boekjaar (januari) in. Doordat de begroting voor het nieuwe boekjaar 2021 al is vastgesteld, moeten wenselijke begrotingswijzigingen waar het MPV op aankoerst, via de eerstvolgende ronde van kadernota en/of begroting een plek krijgen in de volgende begroting, in casu de begroting 2022.
6
DE VASTGOEDPORTEFEUILLE De gemeentelijke vastgoedportefeuille kent bepaalde demarcaties in complex, gebouw en verhuurbare eenheid. Het MPV en Vastgoedbericht rapporteren op gebouwniveau. Op 1 oktober 2020 bestond de totale portefeuille uit 487 gebouwen (62% in de kernportefeuille, 21% randportefeuille en 17% restportefeuille). Klanten van het vastgoed zijn sectoraal te groeperen en de gemeente heeft dan ook zogenaamde deelportefeuilles vormgegeven: • Onderwijs (gebouwen voor primair, speciaal en voortgezet onderwijs, spilcentra). Deze deelportefeuille bestaat uit 149 gebouwen, inclusief 104 scholen die juridisch eigendom zijn van het schoolbestuur en waar de gemeente economisch claimrecht op heeft; • Sport (sporthallen, zwembaden, kleedlokalen, ijssportcentrum etc.). Deze deelportefeuille bestaat uit 88 gebouwen; • Welzijn (met name buurt-/wijkgebouwen, scouting, kinderdagverblijven). Deze deelportefeuille bestaat uit 55 gebouwen; • Cultuur (o.a. podia, ateliers en ‘parels’ cultureel erfgoed). Deze deelportefeuille bestaat uit 18 gebouwen; • RO + Overig vastgoed.
Deze deelportefeuille bestaat uit 173 gebouwen: o RO-vastgoed: verworven voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen of opgenomen in lopende grondexploitaties, vanwege het strategische belang van de locatie; o Overig: het merendeel van dit vastgoed draagt niet meer bij aan de realisatie van gemeentelijke doelstellingen en kan worden afgestoten. Deze categorie bevat daarnaast enkele objecten die niet goed in de andere categorieën passen maar wel in eigendom blijven. Een buitencategorie is de deelportefeuille Eigen Huisvesting (huisvesting bestuur en ambtenaren en het Van Abbe Museum). Deze deelportefeuille bestaat uit vier gebouwen en zijn nodig als werk- en vergaderlocaties voor het functioneren van het ambtelijke apparaat, raadsfracties en het bestuur, plus het museum. Deze gebouwen en hun onderhoud vallen onder het contract Slim Verduurzamen Gemeentelijke Gebouwen, tussen de gemeente en marktconsortium !mpuls. Financieel kennen de gebouwen uit de verschillende deelportefeuilles diverse koppelingen in de begroting. Er bestaat geen taakveld ‘vastgoed’. In de planning- en control-cyclus van de gemeente wordt thematisch gewerkt volgens programma’s die voor wat het vastgoed betreft zijn onderverdeeld in de volgende taakvelden: Taakveldnummer en omschrijving
Deelportefeuille
TV 42
Onderwijshuisvesting
Onderwijs
TV 52
Sportaccommodaties
Sport
TV 61
Samenkracht en burgerparticipatie
Welzijn
TV 681
Geëscaleerde zorg 18+
Welzijn
TV 54
Musea
Cultuur
TV 53
Cultuurpresentatie, -productie en participatie
Cultuur
TV 55
Cultureel erfgoed
Cultuur en RO+ overig
TV 03
Beheer overige gebouwen en gronden
RO + Overig
TV 11
Crisisbeheersing en brandweer
RO + Overig
7
TV 82
Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
RO + Overig
TV 83
Wonen en bouwen
RO + Overig
Het meeste gemeentelijke vastgoed heeft een negatief financieel rendement; dit wordt ook wel de ‘onrendabele top’ genoemd. Hierbij hoort echter een genuanceerde beoordeling. Deze panden mógen per saldo geld kosten, omdat ze een middel zijn dat wordt ingezet om maatschappelijke doelstellingen te bereiken. De uitdaging blijft uiteraard, de balans van financiële kosten en baten van vastgoed ten minste acceptabel te houden. Het streven is om de maatschappelijke waarde van ons vastgoed voor de stad en zijn inwoners op peil te houden of te verhogen, in balans met de financiële lasten.
8
MEERJAREN ONDERHOUDSPLANNINGEN (MJOP’S) Alle gehuurde en eigendomsgebouwen van de gemeente beschikken over een MJOP, die vele jaren vooruit kijkt. Op grond van het MJOP worden de noodzakelijke werkzaamheden ingepland voor een specifiek jaar en opgenomen in een jaarplan. De onderhoudsactiviteiten in de onderhoudsplanningen zijn opgedeeld in planmatig onderhoud, contractonderhoud, dagelijks onderhoud en overig onderhoud. Deze verschillende onderhoudsactiviteiten zijn financieel in te delen in drie verschillende dekkingsbronnen: ▪ Exploitatie (contract- en dagelijks onderhoud) ▪ Vervangingsinvestering/krediet (planmatig onderhoud, conform activabeleid) ▪ Onderhoudsreserve (planmatig onderhoud, niet conform activabeleid) Er kan alleen sprake zijn van een vervangingsinvestering indien er sprake is van een levensduur verlengende maatregel en dit conform de nota activabeleid is. Het MJOP vormt de basis voor de begroting, maar wordt ook getoetst aan de begroting. Er kunnen in principe geen planmatige werken in een MJOP worden opgevoerd, als de vastgestelde begroting daar niet in voorziet en het daardoor in strijd zou zijn met het budgetrecht van de raad. Enkel in het geval van onveilige situaties of absolute noodzaak, kan hier beargumenteerd van worden afgeweken. Noodzakelijke ingrepen van voldoende omvang worden gemeld in de tussentijdse rapportages en/of jaarrekening.
Via een jaarlijkse storting wordt voor het planmatige onderhoud, niet zijnde vervangingsinvesteringen, een reserve opgebouwd om de fluctuatie in de hoogte van de jaarlijkse onderhoudskosten op te vangen. Planmatig onderhoud dat betrekking heeft op vervangingsinvesteringen, wordt geactiveerd. De jaarlijkse kapitaallasten hiervan (rente en afschrijvingen) komen ten laste van de exploitatie. NEN 2767 inspecties en ‘compliance’ Inspectie van de vastgoedobjecten en het opstellen van het MJOP gaat conform het vastgoedbeleid volgens de methodiek NEN 2767 (conditiemeting van gebouwen en installaties). Bij toepassing van de NEN 2767 worden naast de inventarisatie van de conditiescores van de bouwelementen ook de risicoaspecten van gebreken in kaart gebracht. Met het hanteren van deze methodiek vindt sturing op en beheersing van de totale onderhoudskosten plaats en worden onverwachte kosten als gevolg van achterstallig onderhoud voorkomen. De onderhoudsactiviteiten aan het object worden dusdanig gepland dat het object blijft voldoen aan het vooraf bepaalde onderhoudsniveau. Borging van alle relevante wet- en regelgeving (compliance) is een integraal onderdeel van het MJOP. “Compliance” is het begrip waarmee wordt aangeduid dat een persoon of organisatie werkt in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving.
Dat geldt bijvoorbeeld voor veiligheidszaken, maar evenzeer voor wettelijke verplichte verduurzamingsmaatregelen. Alle vastgoedobjecten worden onderhouden op het Basisniveau, tenzij… Er worden vier onderhoudsniveaus te onderscheiden (1) Plusniveau, (2) Basisniveau, (3) Minimum niveau verkoop (4) Minimum niveau sloop. Het basisniveau van een object
9
garandeert een redelijke tot goede bruikbaarheid van de gebouwen voor gebruikers en medewerkers. Gestreefd wordt naar een evenwicht tussen enerzijds de uitgaven voor onderhoud en de effecten daarvan en anderzijds de afbreukwaarde van onvoldoende onderhoud aan het pand. De gebouwen, gebouwdelen en bouwdelen verkeren in een redelijk tot goede technische staat, die incidenteel verstoord mag worden door calamiteiten. De uitstraling van het gebouw of een bouwdeel is sober zonder dat de gebouwen een verwaarloosde indruk maken. Het onderhoud wordt planmatig aangepakt. Voor een aantal gebouwen kan voor de publieke en representatieve ruimten echter het “Plusniveau” gelden, gericht op het in een goede tot uitstekende technische staat houden van beeldbepalende, voor het publiek/externen toegankelijke gebouwen of delen hiervan. Daarnaast gelden er minimumniveaus voor sloop- en verkooppanden. Bij deze niveaus wordt gefocust op het beheersen van de aanwezige risicoaspecten op het gebied van veiligheid & gezondheid en het continueren van het bedrijfsproces. Bijzonderheden: monumenten en beheersystematiek “Cultuur Totaal” Voor monumentale panden geldt een aangepaste aanpak: gebreken dienen zoveel mogelijk partieel te worden hersteld waarbij de authentieke uitstraling gehandhaafd blijft. Schilderwerk dient cyclisch vanuit het historisch perspectief te worden uitgevoerd.
Scheurvorming resulteert niet automatisch in herstel. Hierbij wordt tevens een esthetische afweging gemaakt. De onderhoudskosten voor de gemeente in de deelportefeuille Cultuur zijn relatief hoog, omdat het veelal grote, complexe en publiek toegankelijke objecten betreft. Bovendien is bij een aantal grote cultuurobjecten de beheersystematiek “Cultuur Totaal” van toepassing. Hierbij wordt niet alleen het eigenaarsdeel met betrekking tot onderhoud in de MJOP verwerkt, maar ook het huurdersonderhoud zoals het vervangen van lichtspots en zelfs niet-vastgoedgerelateerde zaken als muziekinstrumenten. MJOP 2021 – 2024 Gespiegeld aan de totale vastgoedportefeuille (487 gebouwen), is voor 341 gebouwen een MJOP opgesteld. Dit verschil laat zich hoofdzakelijk verklaren, omdat de gemeente niet verantwoordelijk is voor het onderhoud van scholen die met economisch claimrecht aan de onderwijsinstellingen in eigendom zijn gegeven. Verder is de gemeente bij aantal gebouwen lid van een Vereniging van Eigenaars (VvE) die de MJOP’s verzorgt. Binnen de opgestelde gemeentelijke MJOP’s zijn ook de kosten voor huurdersonderhoudsactiviteiten, voor zover vastgelegd in de beheersystematiek Cultuur Totaal, meegenomen die de gemeente uitvoert in overleg met de huurders. De onderhoudsduitgaven voor het MJOP 2021-2024 zien er als volgt uit: Dekkingsbron (x € 1.000) Exploitatie
2021 € 2.417
2022 € 2.591
2023 € 2.287
2024 € 2.143
Vervangingsinvestering
€ 3.418
€ 3.699
€ 5.661
€ 2.380
Onderhoudsreserve
€ 3.175
€ 2.752
€ 2.103
€ 1.208
Eindtotaal
€ 9.010
€ 9.042
€ 10.051
€ 5.732
In bijlage I is bovenstaand overzicht verder uitgewerkt naar taakvelden en deelportefeuilles.
10
MJOP uitgangspunten, kanttekeningen en toelichtingen Uitgangspunten Het merendeel van de huidige MJOP’s is opgesteld in de geest van de NEN 2767methodiek betreffende de conditiemeting van gebouwen en installaties. Het formeel conform de NEN meten van de condities gebeurt in 2020 en 2021 door externe deskundigen en de resultaten daarvan zijn dus nog niet in dit MPV verwerkt. De opgestelde MJOP’s zijn getoetst aan de begroting en kunnen worden gedekt uit de middelen die beschikbaar zijn gesteld bij de begroting 2021. Er zijn voor een paar panden budget-neutrale begrotingswijzigingen nodig tussen de exploitatie en de voeding van de onderhoudsreserve om de MJOP’s goed op de begroting te laten aansluiten. Deze worden separaat ter besluitvorming toegevoegd. In het MJOP wordt uitgegaan van actuele prijzen, waarbij geen rekening wordt gehouden met toekomstige prijsstijgingen. Het MJOP wordt wel jaarlijks geïndexeerd om de planningen realistisch te houden. Het MJOP omvat het gebouwgerelateerde eigenaarsonderhoud en een deel van het huurdersonderhoud voor zover dit contractueel bij de vastgoedorganisatie is ondergebracht. Het is inclusief BTW indien dit een kostenpost is. De BTW is in dat geval niet of niet volledig te compenseren of verrekenbaar.
Kanttekeningen Conform het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) vervult het huidige MJOP nog niet de randvoorwaarde voor het vormen van een onderhoudsvoorziening om de onderhoudslasten van gemeentelijke gebouwen over een aantal jaren te egaliseren. Egalisatie vindt conform planning tot 2023 plaats door middel van de gevormde onderhoudsreserve. Het huurdersonderhoud van sportgebouwen is op dit moment is nog niet meegenomen in dit MPV, maar bevat wel veel gebouw-gebonden onderhoud, dat past binnen het vastgestelde onderhoudsbeleid. In 2021 wordt de toewijzing van het huurdersonderhoud (afdeling Eindhoven Sport of Vastgoed) verder uitgewerkt, waarna het huurdersonderhoud dat uitgevoerd wordt door de vastgoedorganisatie onderdeel zal uitmaken van het MJOP, Het wordt vanaf dan ook ter vaststelling aan de raad voorgelegd in het MPV 2022 en verder. Bij enkele gebouwen wordt het MJOP extern beheerd en uitgevoerd en is een toetsende rol weggelegd voor de vastgoedorganisatie. Dit geldt voor diverse Verenigingen van Eigenaars (VvE’s), de deelportefeuille Eigen Huisvesting (consortium !mpuls), parkeergarages, speeltuinen en verschillende beheercontracten (Trudo ten aanzien van de prostitutiepanden Baekelandplein; Wooninc. voor de woonwagenstandplaatsen). Deze MJOP’s worden niet ter vaststelling meegenomen in het MPV.
De kosten zijn in de begroting opgenomen als bijdragen aan derden. Tussen de MJOP’s en de daadwerkelijke uitvoering zitten regelmatig bepaalde afwijkingen. Dit wordt veroorzaakt doordat maatwerk wordt geleverd afhankelijk de actuele staat van een gebouw. Een werk wordt dan doorgeschoven of juist naar voren gehaald. Of het wordt veroorzaakt door onvoorziene omstandigheden tijdens de
11
werkvoorbereiding en/of uitvoering, waardoor geraamde kosten afwijken van werkelijke kosten. Over de gehele linie wordt gestuurd op het totaalbudget en vallen plussen en minnen veelal tegen elkaar weg. Het streven is om dit soort ontwikkelingen eerder te signaleren en tijdig te verwerken in de vast te stellen MJOP’s, om vervolgens zo realistisch mogelijk te plannen en om zo min mogelijk afwijkingen te hebben in de P&Cproducten. Toelichtingen Bij de jaarrekening 2018 zijn op last van de accountant de onderhoudsvoorzieningen komen te vervallen en omgezet naar onderhoudsreserves. Om op termijn weer terug te kunnen naar onderhoudsvoorzieningen, is het een vereiste dat tenminste iedere vier jaar het MJOP wordt vastgesteld door de raad. Gezien het feit dat de onderhoudsinspecties conform NEN 2767 op dit moment volop in uitvoering zijn en nog een doorlooptijd kennen tot medio 2021, wordt in ieder geval de komende jaren het geactualiseerde MJOP jaarlijks door de raad vastgesteld. Zodra wij definitief terug kunnen naar onderhoudsvoorzieningen (conform planning vanaf begrotingsjaar 2023), is de stabiliteit weer voldoende terug in de planning en uitvoering. Daarna zal worden bepaald of de frequentie weer in lijn wordt gebracht met de BBV-richtlijnen. De focus in dit MPV ligt op het begrotingsjaar 2021.
In 2021 worden tal van reguliere onderhoudswerken uitgevoerd, verspreid over de hele portefeuille. Een aantal opvallende lichten we toe. Met name het grootschalige onderhoud bij een aantal buurthuizen van € 2,1 mln. in 2021 (taakveld 61 Samenkracht en burgerparticipatie) is opvallend. Ook in 2022 staat hier nog voor € 1,1 mln. planmatig onderhoud gepland. Dit planmatig onderhoud is de afgelopen jaren opgeschort, omdat eerst duidelijkheid moest worden verschaft over het toekomstperspectief van enkele buurthuizen via het project “Ons buurthuis bruist”. Duidelijkheid is er sinds het collegebesluit in mei 2019 wel, echter de uitvoering van dit planmatig onderhoud wordt gecombineerd met aanvullende verduurzamingsmaatregelen (Slim Verduurzamen Vastgoed; SVV). Dit vraagt om meer voorbereiding en afstemming en dus een langere doorlooptijd. In 2021 wordt een begin gemaakt met planmatige onderhoud aan de Catharinakerk (taakveld 55 Cultureel Erfgoed) voor circa € 770.000 aan dak-, gevel-, en schilderwerken, die los eventuele andere ontwikkelingen in het gebied noodzakelijk zijn voor het behoud van het monument en het voorkómen van onacceptabele achteruitgang en daardoor hogere renovatiekosten in de toekomst. Tot slot is vermeldenswaard dat in 2021 voor € 250.000 een renovatie wordt uitgevoerd aan de ondergrondse fietsenstalling aan het 18 Septemberplein (taakveld 22 Parkeren).
NEN 2767-inspecties en terugkeer naar onderhoudsvoorzieningen Om de MJOP’s zo objectief en actueel mogelijk te houden, worden de panden vierjaarlijks door een onafhankelijke derde partij geïnspecteerd volgens NEN 2767 (onderhoudsconditie), inclusief ‘compliance’-inspectie (voldoen aan wet- en regelgeving). De tussentijdse herijking van het MJOP binnen deze vierjaarstermijn gebeurt door de vastgoedorganisatie en vaststelling door de raad gebeurt in het MPV. De planning voor de NEN 2767 inspectie bestaat uit verschillende fasen:
12
•
• •
Fase 1: vanaf medio 2020 tot en met 2021 worden de NEN-inspecties uitgevoerd en verwerkt en vindt beoordeling van de opgeleverde MJOP’s plaats. Fase 2: in 2022 worden de nieuwe MJOP’s geïmplementeerd en uitgevoerd. Fase 3: in 2023 terugkeer naar onderhoudsvoorzieningen in plaats van onderhoudsreserves.
Hoewel de huidige verwachting is dat deze NEN-inspecties over de totale portefeuille niet zullen leiden tot grote afwijkingen of veranderingen in de MJOP’s, is pas na de afronding van de inspecties met zekerheid te zeggen of de beschikbare financiële middelen toereikend zijn. Naar verwachting kan in de eerste helft van 2021, bij het opstellen van de kadernota 2022, wanneer het merendeel van de portefeuille geïnspecteerd is, al een redelijke inschatting worden gemaakt van de totale financiële gevolgen, maar tot kadernota 2023 en begroting 2023 blijft dit strikt genomen onzeker.
13
VOORLOPIGE VERKOOPLIJST De gemeente streeft naar een efficiënte en inhoudelijk goed presterende kernportefeuille met behoud van voldoende ademruimte en flexibiliteit. Om daar te komen toetst de vastgoedorganisatie geregeld of haar panden nog het behouden waard zijn. Dat gebeurt zorgvuldig, omdat verkoop en sloop van een gebouw een finale handeling zijn. Na verkoop en overdracht van een gebouw, of na sloop, hebben we één middel minder in handen om maatschappelijke impact te realiseren. Het besluiten tot verkoop of sloop wordt daarom voorafgegaan door een integrale afweging. In mei 2017 en in november 2019 heeft het college een verkooplijst vastgesteld. Dat is in de aanloop naar dit MPV opnieuw gedaan. Hoewel de status en intentie van de lijst nu niet anders is dan voorheen, spreken we voortaan toch van een voorlopige verkooplijst. Daarmee willen we meer recht doen aan de status van de lijst. Het is namelijk niet zo dat het vaststellen van een verkooplijst gelijk staat aan een verkoopbesluit, of dat per direct alle panden op de lijst actief in verkoop staan. Het vaststellen van de lijst behelst wel een opdracht aan de ambtelijke organisatie (ruimtelijk domein) om actief te gaan studeren op de meest wenselijke en kansrijke wijze, om een verkooptraject van een pand op te starten. In die zin zouden we ook van een ‘verkoopstudielijst’ kunnen spreken.
De voorlopige verkooplijst wordt vanaf nu jaarlijks in aanloop naar het MPV door het college geactualiseerd en vastgesteld. Het college stelt de lijst vast, omdat het krachtens de Gemeentewet ook een collegeverantwoordelijkheid is te besluiten tot het verkopen van vastgoed. Specifiek bij de verkoop van cultureel gebruikte panden geldt de bestuurlijke toezegging, dat het college eerst de mening van de raad zal ophalen, voordat het verkoopbesluit (al dan niet, of in gewijzigde vorm) wordt genomen. Aangezien de lijst nu jaarlijks wordt bijgewerkt, vermeldt deze alleen de panden waarvan het daadwerkelijk opstarten of afronden van een verkooptraject binnen twee jaar verwacht mag worden. De horizon loopt in deze versie dus tot en met 2022. De voorlopige verkooplijst (bijlage II) vermeldt per pand: • het adres; • naam en type van het gebouw; • de deelportefeuille waar het onderdeel van uitmaakt; • wie stelt vooraf de verkoopvoorwaarden vast: portefeuillehouder of college; • ambtelijk opdrachtgeverschap verkoop vanuit Grond of vanuit Vastgoed; • de bestemming van de verkoopopbrengst. Op de lijst worden separaat ook de gebouwen vermeld die op de peildatum al wel verkocht zijn (tweezijdige ondertekening van de koopovereenkomst), maar nog niet notarieel overgedragen (leveringsakte). Dat is op de peildatum op acht locaties het geval.
Zij zijn dus nog in eigendom van de gemeente, maar de gemeente heeft de plicht tot levering en de koper heeft de plicht tot betaling en afname. Afhankelijk van het type vastgoed en de potentie voor herontwikkeling, kan een verkoop verlopen via het grondbeleid (ambtelijk opdrachtgeverschap vanuit programmalijn Grond) of via het vastgoedbeleid (ambtelijk opdrachtgeverschap vanuit programmalijn Vastgoed). In beide gevallen geldt veelal dat de juridische levering (de
14
eigendomsoverdracht) pas plaatsvindt nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, indien een wijziging nodig is om de beoogde functie te kunnen realiseren. Zeker bij de wat complexere gevallen kan er daarom een periode van maanden tot meerdere jaren zitten tussen verkoop en eigendomsoverdracht. De (finale) betaling door de koper vindt plaats bij eigendomsoverdracht. De voorlopige verkooplijst in bijlage II omvat de gebouwen met het toekomstig doel ‘verkoop’ in de periode 2021-2022 en laat zien dat er op 26 locaties gebouwen staan met de nominatie om verkocht en/of geleverd te worden, of om ten minste te starten met een verkooptraject. Op sommige locaties betreft het meer dan één gebouw. De meeste gebouwen bevinden zich logischerwijs in de deelportefeuille RO + Overig Vastgoed. Op portefeuilleniveau zullen deze verkopen zorgen voor een andere verhouding in rand- en restportefeuille. De verkoopopbrengst komt in een aantal gevallen ten gunste van de verkooptaakstelling van Vastgoed, die loopt t/m 2021. Na beëindiging van de verkooptaakstelling zullen de incidentele verkoopresultaten worden verantwoord binnen het beleidsveld, waarin het vastgoed zich bevindt. Zij komen zonder aanvullende besluitvorming ten gunste van de algemene middelen. Dit geldt in beginsel ook voor het resultaat van grondexploitaties: de resultaten komen terecht in de algemene middelen.
Bij sommige verkooptrajecten is een verkooppand een onderdeel van een grondexploitatie, naast een grondinbreng. In de Spelregels Vastgoedbeleid zijn voor deze combinaties de verdeelsleutels voor het toedelen van de opbrengst vastgelegd. In bepaalde gevallen is de verkoopopbrengst al geoormerkt in relatie tot het betreffende beleidsveld, zoals ook wordt aangegeven op de vastgestelde voorlopige verkooplijst. De opbrengst blijft binnen dat beleidsveld: • Onderwijs (reserve huisvesting onderwijs); • Internationale school Eindhoven (reserve ISE); • Monumenten (revolving fund – tot en met 2022). Wat betreft de opbrengstbestemming van een verkoop heeft de raad op 16 juni 2020 het generieke besluit genomen dat bij verkoop van een gemeentelijk pand de opbrengstbestemming wordt gehanteerd zoals genoemd in de door het college vastgestelde verkooplijst, óók indien de verkoop plaatsvindt met gebruik van een grondexploitatie (waarbij normaliter het resultaat na vrijval naar de algemene middelen zou vloeien), een en ander financieel af te wikkelen via de resultaatsbestemming. De raad heeft daarbij ook bepaald dat alle structurele effecten van het verkopen (c.q. overdragen) van gemeentelijk vastgoed, zowel positief als negatief, regulier worden verantwoord en verwerkt in de begroting via de planning- en controlcyclus.
15
SLOOPOBJECTEN De gemeentelijke gebouwen die in aanmerking komen voor sloop hebben hun einde bereikt in de gebouwlevenscyclus. Veelal worden gebouwen gesloopt, omdat ze onderdeel uitmaken van een toekomstige herontwikkeling. Dit proces kan echter al versneld worden indien de gebouwveiligheid, de (hoge) exploitatiekosten om het gebouw nog in de lucht te houden, of de leefbaarheid van de directe omgeving in het geding komt. Voordat het object het toekomstig doel ‘sloop’ krijgt, is er dus aan de voorkant een zorgvuldige afweging gemaakt. De slooplijst wordt vanaf nu jaarlijks in het MPV geactualiseerd en vastgesteld. Aangezien de lijst nu jaarlijks wordt bijgewerkt, vermeldt deze alleen de panden waarvan het daadwerkelijk slopen binnen twee jaar verwacht mag worden. De horizon loopt in deze versie tot en met 2022. Voor de aankomende periode staan er elf objecten op de nominatie om gesloopt te worden. Deze zijn opgenomen in de voorlopige slooplijst bijlage III. De dekking van de bijbehorende sloopkosten en afwaardering zit veelal in bestaande of te verwachte grondexploitaties, of komt uit de reserve onderwijshuisvesting als het een voormalige school betreft. Indien besluitvorming over de sloop formeel nog niet heeft plaatsgevonden, zal er separaat een voorstel inclusief bijbehorende dekking ter besluitvorming aan het college worden aangeboden.
Bijgevoegde lijst is een voorlopige slooplijst omdat er een element van onderzoek in zit, net zoals bij de voorlopige verkooplijst. In toekomstige MPV’s zal nadrukkelijk worden voorgesorteerd op het proactief omgaan met sloopvraagstukken. In de praktijk staan ‘slooppanden’ vaak nog jaren overeind en worden ze op het minimaal vereiste niveau onderhouden. Dit kan op gespannen voet staan met eisen vanuit veiligheid en gezondheid, die kostbare maatregelen vergen; ‘kosten op sterfhuis’. Er moet een zorgvuldige afweging worden gemaakt tussen voortijdig slopen met de bijbehorende incidentele kosten, versus de besparingen op toekomstige verlieslatende exploitatie.
16
STAND VAN ZAKEN LEEGSTAND In elke vastgoedportefeuille komt leegstand voor en zo ook in die van de gemeente Eindhoven. Elk gebouw kost geld, ook als het leeg staat. Bij leegstand worden dus middelen aan een leeg pand besteed, die bij voorkeur aan het realiseren van de gemeentelijke beleidsdoelen worden uitgegeven. Een beperkte leegstand is wenselijk om fricties te kunnen opvangen, zoals de beschikbaarheid van een wissellocatie tijdens een ingrijpende renovatie of sloop van een voorziening. Veelal wordt tussen de 1% en 5% van een vastgoedportefeuille als ‘frictieleegstand’ aangehouden, afhankelijk van het type vastgoed. Diverse gebouwtypen van gemeentelijke panden kunnen leegkomen: schoolgebouwen, woningen, bedrijfsruimten, kinderopvang etcetera. Tijdelijk worden deze locaties ingevuld met ofwel bewoners (‘anti-kraak’), ofwel ondernemers en maatschappelijke initiatieven. Zo goed als alle leegstaande locaties zijn in gebruik, slechts enkele worden van afstand bewaakt. Leegstand in ons vastgoed mag in beginsel maximaal 18 maanden voortduren. Als de 18 maanden zijn verstreken zonder dat concreet uitzicht bestaat op sloop, renovatie, verkoop of nieuwe verhuur, zal de vastgoedorganisatie aan het college moeten verantwoorden wat hiervan de redenen zijn.
In bijlage IV tonen we het volledige leegstandsbeheer in de vastgoedportefeuille op peildatum 1 oktober 2020, per pand voorzien van een reden waarom de leegstand er is en/of waarom deze nog even mag voortduren. De toelichting staat ook bij panden die korter dan 18 maanden leeg staan. Op de peildatum was in de gemeentelijke vastgoedportefeuille sprake van 44.000 m2 bruto vloeroppervlakte (BVO) aan leegstand, verspreid over 40 locaties. De trend is dalend. In november 2019 was er sprake van 55.000 m2 BVO leegstand, verdeeld over 43 locaties. In november 2017 stond de teller op ruim 76.000 m² BVO, verdeeld over 54 gebouwen. De leegstand is niet gelijk verdeeld: 15% van de panden omvat 54% van de leegstand. Concreet: de zes grootste leegstaande panden (Deken Van Somerenstraat 4-6; Rachmaninowlaan 2; Von Flotowlaan 1; Ruysdaelbaan 106; Heezerweg 347; Jacob Oppenheimstraat 1) beslaan ruim de helft van alle leegstand. De eerste locatie wordt in 2021 afgestoten, de tweede gesloopt en de derde koerst richting nieuwbouw. De drie laatste zijn of worden een ateliergebouw, waarbij de Ruysdaelbaan en Jacob Oppenheimstraat zijn geoormerkt om permanent te worden ingezet als atelierpand. Binnen enkele jaren kan de huidige leegstand dus gehalveerd zijn. Op peildatum waren ongeveer 200 ruimtes in diverse gebouwen onder leegstandsbeheer geplaatst.
Daarvan waren er 115 (58%) ingevuld onder de noemer techniek, design en kennis (TDK) en acht ruimten (4%) met maatschappelijke partijen. Daarmee voldoet leegstandsbeheerder VPS ruimschoots aan de minimaal gestelde 40% voor TDK, echter de maatschappelijke invulling blijft nog achter ten opzichte van de gewenste 20%. Het leegstandsbeheer levert de gemeente sinds 2018 opbrengsten op, dankzij afspraken die toen zijn gemaakt met de nieuwe leegstandsbeheerder VPS. Deze afspraken leidden tot een financiële verbetering voor de gemeente, echter per saldo zullen de opbrengsten nooit opwegen tegen de eigenaarslasten voor deze panden. Er zijn nauwelijks
17
mogelijkheden tot verhoging van de opbrengsten en we moeten daarom de netto kosten van onvermijdelijke leegstand accepteren. Bruikleentarieven zijn zeer laag, omdat anders de discussie ontstaat dat juridisch sprake zou kunnen zijn van huur. De gemeente maakt kosten voor nuts, belastingen, verzekeringen en onderhoud. Als eigenaar hebben we daarnaast ook met kapitaallasten te maken: rente en afschrijving. Op basis van de leegstand op peildatum heeft de gemeente door de leegstand een netto kostenpost op jaarbasis van € 765.000,-. Driekwart van de netto kosten komt voor rekening van leegstaande schoolgebouwen. Voormalige schoolgebouwen zijn in veel gevallen niet rendabel te exploiteren door middel van leegstandsbeheer, vanwege de hoge energielasten en onderhoudslasten voor het pand in verhouding tot het aantal ruimten dat door leegstandsbeheer wordt bezet.
18
VERDUURZAMING VAN GEMEENTELIJK VASTGOED Eindhoven is op weg naar een duurzame stad. De verduurzaming van gemeentelijk vastgoed is een onderdeel van de noodzakelijke maatregelen om daar te komen. Naast het al vermelde programma Slim Verduurzamen Gemeentelijke Gebouwen (SVGG) met het consortium !mpuls, werkt de gemeente aan het programma Slim Verduurzamen Vastgoed (SVV). Het doel hiervan is niet alleen ons eigen vastgoed te verduurzamen en daarmee invulling geven aan onze voorbeeldrol, het akkoord van Parijs en de Klimaatverordening 040, naast de wettelijke verplichtingen. We willen nadrukkelijk ook fungeren als ‘aanjager’ in de stad, om zo de schaalsprong voor het verduurzamen te stimuleren. Belangrijke wapenfeiten vanuit programma SVGG zijn de renovatie en verduurzaming van het Stadhuis en de Stadhuistoren (genomineerd als duurzaamste gebouw in de Cobouw Duurzaamheids-award 2020) en het grootschalig plaatsen van PV-panelen op onder meer de gemeentekantoren Mercado en Nachtegaallaan. Voor het programma SVV heeft de raad begin 2019 de eerste besluiten genomen en kredieten ter beschikking gesteld. De daaruit volgende uitvoering voor ons eigen vastgoed betreft een selectie van duurzaamheidsmaatregelen aan 125 gemeentelijke panden. Er is gestart met de financieel meest rendabele maatregelen: PV-panelen, ledverlichting, isolatie en slimme monitoring van het energiegebruik.
Dit zal medio 2021 gereed zijn. De grootste ingrepen die tot nu toe zijn uitgevoerd betreffen het Pieter van den Hoogenband zwemstadion, het ijssportcentrum, Spilcentrum ‘t Karregat, het Parktheater en de tennis- en turnhallen in Woensel noord. In de begroting 2021 heeft de raad de nodige middelen aangewezen om dergelijke maatregelen ook uit te voeren in nog eens zestig gemeentelijke panden. Een separaat raadsbesluit is nog nodig om voor concrete voorstellen (panden en maatregelen) de bijbehorende investeringskredieten vast te stellen. Dit besluit wordt parallel aan de Meerjaren Prognose Vastgoed voorbereid. Tevens is in de begroting 2021 geld ter beschikking gesteld om de komende jaren actief te kunnen werken aan de genoemde aanjaagfunctie. Met die aanjaagfunctie brengt de gemeente, samen met anderen, een vliegwiel op gang voor verdere verduurzaming van de stad. Bij de uitvoering van de verduurzaming zoeken we slimme combinaties met onze MJOP’s en met subsidiemogelijkheden. Tot najaar 2020 is al vijf miljoen euro aan SDEsubsidie verkregen voor de komende 15 jaar). Daarnaast is samenwerking met andere grote vastgoedeigenaren en met kennisinstituten een succesfactor voor slimme verduurzaming.
We noemen dat een ecosysteem: veel partijen werken tegelijk aan de verduurzaming van het hun vastgoed en vormen verbindingen in een netwerk, om van elkaar te leren en de haalbaarheid van de verduurzamingsopgave te vergroten. De samenwerking van de gemeente met de lokale woningcorporaties en het huurdersplatform is vormgegeven in een pact. De focus lag aanvankelijk op pilots, maar deze verschuift geleidelijk naar een bredere samenwerking, onder andere op het gebied van het gezamenlijk inkopen van bijvoorbeeld isolatiemateriaal. Ook wordt al samengewerkt met schoolbesturen en zijn er verbindingen gelegd ter bevordering van innovatie (met Brainport Development en de TU/e). Voor optimale aansluiting op
19
landelijke ontwikkelingen zijn er contacten met het ministerie van BZK, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de Vereniging Nederlandse Gemeenten Onze MJOP’s ontwikkelen zich dankzij de programma’s SVV en SVGG steeds meer tot een ‘duurzaam MJOP’. Alle verduurzamingsmaatregelen die additioneel zijn aan de wettelijk verplichte maatregelen en uitgevoerd worden via het programma SVGG of SVV, worden na realisatie integraal onderdeel van het MJOP. De financieel rendabele maatregelen die nu worden uitgevoerd binnen het programma SVV zijn niet voldoende om, voor wat betreft het gemeentelijke vastgoed, te voldoen aan de door de raad gestelde ambities. Het volledig verduurzamen van de eigen panden tot nul procent CO2-uitstoot kan niet zonder extra geld, voor zowel (een deel van) de ingrepen zelf als voor de bijbehorende apparaatskosten. De financieel niet rendabele maatregelen vragen een andere aanpak voor het vastgoed van de gemeente. Denk daarbij vooral aan het aardgasloos maken van deze panden. Dit vraagt om een gebiedsgerichte lange termijn aanpak, die moet worden ingepast in onze stedelijke warmtevisie, de landelijke ontwikkelingen (subsidies, belastingen en wetgeving) en mogelijke innovaties.
20
BIJLAGE I: meerjaren onderhoudsplanning (MJOP) 2021-2024 MJOP per deelportefeuille & taakveld (x € 1.000) Deelportefeuille CULTUUR
Taakveld TV53 Cultuurpresentatie,-productie en participatie
Dekkingsbron
€
688
€
688
€
688
Investering
€
952
€
2.098
€
831
€
145
Reserve
€
875
€
1.119
€
737
€
212
€
2.515
€
3.905
€
2.256
€
1.045
Exploitatie
€
92
€
93
€
92
€
93
Investering
€
78
€
-
€
46
€
233
Reserve
€
868
€
157
€
590
€
593
€
1.038
€
250
€
728
€
918
2
2
€
Exploitatie
€
€
2
€
Investering
€
-
€
87
€
-
€
-
Reserve
€
-
€
83
€
-
€
-
Totaal TV83 Wonen en bouwen
TV42 Onderwijshuisvesting
2
€
173
€
2
€
2
€
4.020
€
4.055
€
2.974
€
1.968
Exploitatie
€
599
€
544
€
507
€
428
Investering
€
-
€
117
€
16
€
25
Reserve
€
134
€
115
€
50
€
55
€
733
€
776
€
574
€
508
€
733
€
776
€
574
€
508
€
51
€
26
€
26
€
26
€
51
€
26
€
26
€
26
Exploitatie
€
13
€
13
€
13
€
13
Investering
€
-
€
-
€
65
€
-
Reserve
€
39
€
-
€
3
€
-
€
52
€
13
€
81
€
13
€
2
€
2
€
2
€
2
€
2
€
2
€
2
€
2
Exploitatie
€
26
€
26
€
26
€
26
Investering
€
-
€
-
€
-
€
308
Reserve
€
250
€
-
€
-
€
18
€
276
€
26
€
26
€
351
4
€
4
€
4
€
Totaal TV42 Onderwijshuisvesting
TV03 Beheer overige gebouwen en gronden Totaal TV03 Beheer overige gebouwen en gronden TV11 Crisisbeheersing en brandweer
Exploitatie
Totaal TV11 Crisisbeheersing en brandweer TV21 Verkeer en vervoer
Exploitatie
Totaal TV21 Verkeer en vervoer TV22 Parkeren
Totaal TV22 Parkeren TV52 Sportaccommodaties
2
€
Totaal Onderwijs
RO + OVERIG
2024
688
Totaal Cultuur
ONDERWIJS
2023
€
Totaal TV55 Cultureel erfgoed TV83 Wonen en bouwen
2022
Exploitatie
Totaal TV53 Cultuurpresentatie,productie en participatie TV55 Cultureel erfgoed
2021
Exploitatie
€
Investering
€
-
€
-
€
-
€
-
Reserve
€
-
€
-
€
54
€
-
€
57
€
Totaal TV52 Sportaccommodaties
€
21
4
€
4
4
4
TV53 Cultuurpresentatie,-productie en participatie
Exploitatie
€
100
€
70
€
69
€
69
Investering
€
-
Reserve
€
-
€
-
€
162
€
-
€
13
€
32
€
-
€
100
€
84
€
263
€
69
Exploitatie
€
18
€
25
€
18
€
18
Investering
€
-
€
69
€
-
€
-
Reserve
€
-
€
115
€
9
€
6
€
18
€
209
€
28
€
24
5
€
5
€
5
€
Totaal TV53 Cultuurpresentatie,productie en participatie TV55 Cultureel erfgoed
Totaal TV55 Cultureel erfgoed TV57 Openb. groen en (openlucht)recreatie
Exploitatie
€
Investering
€
-
€
-
€
-
€
Reserve
€
17
€
-
€
22
€
1
€
22
€
5
€
27
€
6
Exploitatie
€
84
€
84
€
84
€
84
Investering
€
-
€
-
€
-
€
-
Reserve
€
-
€
-
€
-
€
2
Totaal TV57 Openb. groen en (openlucht)recreatie TV681 Geëscaleerde zorg 18+
Totaal TV681 Geëscaleerde zorg 18+ TV74 Milieubeheer
Totaal TV74 Milieubeheer TV82 Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen
€
84
€
84
€
84
€
86
Exploitatie
€
3
€
3
€
3
€
3
Investering
€
Reserve
€
3
€
€
5
€
Exploitatie
€
276
Investering
€
Reserve
€ €
Exploitatie
€
Investering Reserve
€
-
4
€
-
7
€
3
€
3
€
486
€
282
€
215
-
€
-
€
35
€
-
24
€
7
€
-
€
-
300
€
492
€
317
€
215
128
€
174
€
155
€
156
€
-
€
214
€
546
€
180
€
18
€
538
€
172
€
133
€
146
€
926
€
873
€
469
€
1.060
€
1.878
€
1.788
€
1.270
Investering
€
-
€
-
€
-
€
-
Reserve
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Exploitatie
€
69
€
91
€
53
€
54
Investering
€
897
€
302
€
3.717
€
1.379
Reserve
€
338
€
287
€
249
€
173
€
1.304
€
679
€
4.019
€
1.606
Investering
€
-
€
-
€
-
€
-
Reserve
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
1.304
€
679
€
4.019
€
1.606
Totaal TV82 Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen TV83 Wonen en bouwen
Totaal TV83 Wonen en bouwen Totaal RO + Overig
SPORT
TV22 Parkeren
Totaal TV22 Parkeren TV52 Sportaccommodaties
Totaal TV52 Sportaccommodaties TV74 Milieubeheer
5 -
Totaal TV74 Milieubeheer Totaal Sport
22
-
€
-
€
-
€
-
WELZIJN
TV61 Samenkracht en burgerparticipatie
Exploitatie
€
242
€
239
€
240
€
241
Investering
€
1.491
€
811
€
197
€
111
Reserve
€
576
€
315
€
136
€
16
€
2.309
€
1.365
€
573
€
367
Exploitatie
€
16
€
16
€
16
€
16
Investering
€
-
€
-
€
47
€
-
Reserve
€
34
€
-
€
47
€
-
Totaal TV61 Samenkracht en burgerparticipatie TV681 Geëscaleerde zorg 18+
€
49
€
16
€
109
€
16
Totaal Welzijn
Totaal TV681 Geëscaleerde zorg 18+
€
2.358
€
971
€
682
€
383
Eindtotaal
€
9.010
€
9.042
€
10.051
€
5.732
23
BIJLAGE II: Vastgestelde voorlopige verkooplijst
24
BIJLAGE III Voorlopige slooplijst
25
BIJLAGE IV Overzicht leegstandsbeheer
26