CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Lijst met verschillen voor de gemeente tussen Omgevingswet-Awb en Wro

Raadsvergadering 7 mei 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen verordening nadeelcompensatie Eindhoven761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage bij raadsvoorstel ‘Verordening nadeelcompensatie Eindhoven’ Lijst met verschillen voor de gemeente tussen nadeelcompensatie onder de Omgevingswet/Awb en planschade en nadeelcompensatie onder Wet ruimtelijke ordening (Wro).

1. Op basis van wetgeving moest de gemeente een procedureverordening over planschade 2.

3.

4.

5.

6.

7.

vaststellen. Deze verplichting is vervallen en de gemeente kan procedurebepalingen over nadeelcompensatie in een verordening regelen. Bij planschade onder de Wro moest verplicht een recht worden geheven voor het in behandeling nemen van de aanvraag. In Eindhoven was daarbij de ondergrens van € 100,-gehanteerd. Bij aanvragen om nadeelcompensatie hoefde een dergelijk recht toen niet te worden geheven en dat werd in Eindhoven ook niet gedaan. Bij nadeelcompensatie onder de Omgevingswet is een dergelijk recht niet meer verplicht, maar de bevoegdheid om dit te doen blijft. In de ‘Verordening nadeelcompensatie Eindhoven’ is hiervoor een bedrag van € 100,-- opgenomen voor alle aanvragen om nadeelcompensatie. Bij nadeelcompensatie onder de Omgevingswet wordt een drempelschadebedrag gehanteerd van minimaal € 500,-- voor natuurlijke personen en € 1.000,-- voor rechtspersonen. Dit is in de ‘Verordening nadeelcompensatie Eindhoven’ vastgelegd. Deze drempelbedragen zijn opgenomen omdat de procedurekosten om de zaak af te handelen niet opwegen tegen het totale bedrag aan schade. Deze drempelbedragen waren niet opgenomen in de voorgaande verordeningen ter zake. Bij een positief besluit over planschade onder de Wro konden de bijkomende kosten (bijv.

kosten extern deskundig adviesbureau, ambtelijke kosten, wettelijke rente) niet worden verhaald bij de initiatiefnemer van het schadeveroorzakende besluit. Onder de Omgevingswet kunnen deze bijkomende kosten ook worden verhaald bij de initiatiefnemer van het schadeveroorzakende besluit/activiteit. Grotere lijst met schadeoorzaken onder de Omgevingswet dan onder de Wro. Onder de Wro waren vooral bestemmingsplannen, omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan of een bepaling uit een provinciale verordening schadeoorzaken voor planschade. Onder de Omgevingswet is de lijst met mogelijke schadeoorzaken uitgebreid met bijvoorbeeld omgevingsvergunningen voor de binnenplanse- en buitenplanse omgevingsplanactiviteit, vergunningen voor het wijzigen van een monument, vergunningen voor een milieubelastende activiteit, vergunningen voor het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht en maatwerkvoorschriften. Dus er zijn voor de gemeente meer schadeoorzaken c.q. grondslagen voor schadevergoeding. Verschuiven van het schademoment van planvaststelling naar vergunningverlening bij voormalige planschade. Onder de Wro moest bij planschade worden uitgegaan van een maximale invulling van zowel het oude als het nieuwe planologische regime. Dit vormde een belemmering voor het maken van globale bestemmingsplannen.

Onder de Omgevingswet is het moment dat om schadevergoeding kan worden verzocht verlegd van de planvaststelling (omgevingsplan) naar de vergunningverlening (of moment dat met schadeveroorzakende activiteit wordt gestart of is gemeld). Theoretische schade, die zich mogelijk helemaal niet voordoet, komt hierdoor niet langer voor vergoeding in aanmerking. Hierdoor kan de gemeente ruimere bouw- en/of gebruiksmogelijkheden opnemen in een omgevingsplan en dus globalere plannen maken. Andere wijze van planologisch vergelijken bij voormalige planschade. Onder de Wro werd indirecte planschade bepaald aan de hand van een vergelijking tussen de maximale mogelijkheden van het oude en het nieuwe planologische regime. Onder de Omgevingswet wordt de schade bepaald aan de hand van de feitelijke situatie direct voor en na inwerkingtreding van de schadeveroorzakende vergunning (of activiteit). Voor de gemeente

wordt het moeilijker om in deze procedure te bewijzen wat de feitelijke situatie was voor en na inwerkingtreding van schadeveroorzakende besluit/activiteit. Tijdens inwerkingtreding van een omgevingsvergunning is namelijk nog niet duidelijk of er later een nadeelcompensatieclaim wordt ingediend. Het is vooralsnog niet gebruikelijk om bij iedere inwerkingtreding van een omgevingsvergunning alvast de feitelijke situatie buiten (middels foto’s) vast te leggen. 8. Beperking actieve risicoaanvaarding (voorzienbaarheid) bij voormalige planschade als de benadeelde een woning heeft gekocht ná de vaststelling van het omgevingsplan. Deze regeling geldt alleen voor woningen en dus niet voor andere onroerende zaken zoals een kantoor of een bedrijf. Door deze regeling in de Omgevingswet blijft het recht op nadeelcompensatie bestaan als de benadeelde de woning heeft gekocht ná de vaststelling van het omgevingsplan. 9. De regels ten aanzien van passieve risicoaanvaarding zijn gecodificeerd waardoor de gemeente bij beëindiging of wijziging van onbenutte bouw- en gebruiksmogelijkheden in het omgevingsplan minder snel wordt geconfronteerd met nadeelcompensatie (voormalige planschade). Deze nieuwe regeling kan daarom van belang zijn bij het tegengaan van overcapaciteit (bijvoorbeeld kantoren en winkels) of leegstand. 10.

Het normaal maatschappelijk risico (soort van ‘eigen risico’) was bij (indirecte) planschade minimaal 2% volgens de Wro en dat kon, op basis van de rechtspraak en afhankelijk van de situatie, oplopen tot 5%. Onder de Omgevingswet is het normaal maatschappelijk risico in dit soort situaties altijd 4%. Dit betekent meer rechtszekerheid voor alle partijen en over dit aspect worden dan ook naar verwachting minder rechtszaken aangespannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13920401/1