Bijlage 1 - Bp II Emmasingelkwadrant-Fellenoord 2013 (Victoriatoren)
Tekst van het document
Per 1 april 2015 zijn de Wet Basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden. In de wet is het Basisnet juridisch verankerd. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Hiermee wordt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) beoogd om duidelijkheid te bieden over het maximaal aantal transporten en de daarbij behorende maximale omvang van de risico's die dat transport mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet weg, Basisnet spoor en Basisnet water. Het Bevt vormt het toetsingskader voor ruimtelijke plannen voor het vervoer over de weg, het spoor en het water. Op basis van het Bevt gelden de volgende normen. De contour van het PR met een kans van 10-6 per jaar geldt als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico dient berekend te worden voor de realisatie van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen een afstand van 200 meter van route die is aangewezen in het Bevt. Daarbij geldt dat: 1. het groepsrisico berekend en (uitgebreid) verantwoord moet worden indien: a. het groepsrisico hoger is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde en het groepsrisico met meer dan 10% toeneemt of, b. de oriëntatiewaarde wordt overschreden. 2.
bij het mogelijk maken van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten in het plasbrandaandachtsgebied (PAG) gemotiveerd moet worden waarom deze objecten toelaatbaar zijn, gelet op de mogelijke gevolgen van een ongeval met brandbare vloeistoffen. 4.5.4
Kwalitatieve risicoanalyse Spoor
In het kader van de beoogde ontwikkeling is een Kwantitatieve risicoanalyse vanwege de ligging nabij het spoor uitgevoerd. De rapportage behorende bij deze risicoanalyse is opgenomen in bijlage 5 bij deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de conclusies van de risicoanalyse. Plaatsgebonden risico Uit het Basisnet spoor blijkt dat het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 per jaar voor het betreffende traject op 2 m ligt. De PR 10-6 risicocontour reikt dan ook niet over het plangebied. Op basis hiervan vormt de PR 10-6 contour geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Plasbrandaandachtsgebied Het plangebied ligt op minimaal 170 meter afstand van de spoorbundel voor het doorgaand verkeer. De beoogde ontwikkelingen zullen dan ook in geen geval binnen het plasbrandaandachtsgebied gerealiseerd worden. Groepsrisico In zowel de huidige als toekomstige situatie is het groepsrisico hoger dan de oriëntatiewaarde. In de toekomstige situatie neemt het groepsrisico beperkt toe met 0,065. Tabel 5.1 Groepsrisico in de huidige en toekomstige situatie Situatie
GR van de totale route
Aantal slachtoffers totale route
Hoogste GR deelroute
Aantal slachtoffers deelroute
Groepsrisico huidige situatie
9,710
4188
9,624
3967
Groepsrisico toekomstige situatie 9,775
4188
9,690
3967
Voor het groepsrisico geldt geen harde norm maar een oriëntatiewaarde en een 84
vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven
verantwoordingsplicht. Door de beoogde ontwikkeling neemt het groepsrisico van het spoor beperkt toe. Wel geldt in de huidige en toekomstige situatie een overschrijding van de oriëntatiewaarde. Hierdoor dient een verantwoording van het groepsrisico opgesteld te worden waarin ingegaan wordt op de bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Deze verantwoording is naar de adviseur brandveiligheid gestuurd ter controle, hieruit zijn geen opmerkingen gekomen. De verantwoording is naar aanleiding van advies van de veiligheidsregio aangepast. De verantwoording is in het bestemmingsplan opgenomen in bijlage 13. Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig.
4.6
Gezonde en toekomstbestendige ontwikkelingen in Eindhoven
Het klimaat verandert en Eindhoven groeit. Om prettig te blijven wonen in een groeiende stad is het nu nodig om maatregelen te nemen. Samen maken we bewuste keuzes in vervoer, groen en energie. Hieronder een overzicht wat we als stad willen en waar dat op gebaseerd is. CO2 reductie Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. In januari 2017 heeft de gemeenteraad in het Klimaatplan 2016-2020 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt. 1A) Aardgasloze verwarming Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk.
We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. 01-07-2018 is de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Te bouwen bouwwerken (in gewone taal: nieuwbouw) voor kleinverbruikers – woningen, winkels, kantoren – mogen niet langer worden aangesloten op aardgasnetten. Daarnaast streeft de gemeente er nadrukkelijk naar te voorkomen dat ALLE nieuwe ontwikkelingen nog op aardgas worden aangesloten. In het Klimaatplan 2016-2020 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en ook daar waar het nog niet wettelijk is bepaalt nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is. 1B) Duurzame mobiliteit Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot in 2050 te bereiken, is een volledig CO2-emissievrije mobiliteit noodzakelijk. Dit betekent dat op termijn voertuigen op fossiele brandstoffen (benzine, diesel en LPG) volledig zullen verdwijnen en vervangen zullen worden door emissievrije voertuigen (elektrisch, waterstof of anderszins).
Naast emissievrije voertuigen, willen we ook minder voertuigen in het centrum van de stad om daarmee de leefbaarheid in onze groeiende stad overeind te houden. Dat betekent meer ruimte voor fietsen, wandelen smart mobility concepten, met een belangrijke rol voor autodelen, autonoom rijden en slimme openbaar vervoerconcepten. 1C) warmte- en energiebesparing Om tot een reductie van 95% CO2 uitstoot te komen in 2050 moeten we naast het vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven
85
dichtdraaien van de aardgaskraan, het overgaan op emissievrije mobiliteit en het zoveel mogelijk duurzaam opwekken, ook naar grote besparingen in energie en warmte. Dit kan door isolatie, mogelijkheden voor opslag, innovatieve technieken enz. 1D) duurzame energie opwekking Naast de reductie in CO2, willen we als stad ook graag in 2045 energieneutraal zijn. Dat betekent dat de hoeveelheid energie die we dan als stad gebruiken, bij voorkeur binnen de grenzen van stad of regio duurzaam opgewekt wordt. Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat alle kansen voor duurzame opwekking genomen worden. Met name op gebied van zonne-energie zijn er kansen in Eindhoven. Circulaire economie Circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. We willen een afvalloze stad worden waar producten in gesloten technologische en biologische kringlopen gebruikt worden. (Grond)stoffen, materialen en producten die we gebruiken hebben geen negatieve effecten op mens en milieu, niet bij winning of productie, niet bij transport of gebruik en dus ook niet aan het einde van de levensduur. In ons plan van aanpak CE 2018-2020 hebben we de rijksambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben onderschreven net als de ambitie om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken.
2A) duurzame materialen Materialen die in gesloten kringlopen steeds weer opnieuw gebruikt kunnen worden zonder schadelijke gevolgen voor mens of natuur,of die biologisch afbreekbaar zijn, zijn duurzame materialen. 2B) geen afval In 2020 willen we 0% restafval hebben. In eerste instantie geldt deze ambitie voor het huishoudelijk afval maar uiteindelijk voor alle afval. 2C) flexibel en demontabel bouwen Om te voorkomen dat gebouwen afgebroken moeten worden, moet bij het ontwerp al rekening gehouden worden met de flexibiliteit en demonteerbaarheid van het gebouw. 2D) deeleconomie/ as a service concepten De deeleconomie biedt een nieuw model voor consumptie en bezit. In plaats van telkens nieuwe goederen aan te schaffen, kunnen we de spullen die we al bezitten delen en zo beter benutten. Betalen voor vervoer, verlichting, werkruimte enz. voorkomt dat we zelf voertuigen, lampen, stoelen enz moeten bezitten. Door diensten als een service aan te bieden en niet als een product, kunnen ze efficiënter gebruikt worden en blijft de verantwoordelijkheid voor het (hergebruik) van het product bij de leverancier. Natuur Eindhoven de groenste! Groene daken en gevels, biodiversiteit, klimaatadaptatie (het wordt steeds warmer en natter), stadslandbouw en aantrekkelijk groen voor recreatie, ontspanning en bewegen.
Hoe dragen nieuwe en herontwikkelingen in Eindhoven hieraan bij? Brengt het schade toe aan bestaande natuur of biedt het kansen voor toevoeging/uitbreiding? 3A) biodiversiteit Om biodiversiteit te behouden wordt op Europees niveau gewerkt aan een duurzaam ecologisch netwerk van grote natuurgebieden met goede verbindingen. Ook in Eindhoven willen we ecologische versnippering in onze stad tegen gaan. 3B) oppervlakte groen We willen geen verlies van groen in de openbare ruimte en daar waar mogelijk het groen 86
vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven
versterken, ook op of aan onze gebouwen. Sociale basisbehoefte The Natural Step neemt de 9 menselijke behoefte van Manfred Max Neef als uitgangspunt. Omdat het hier om ruimtelijke projecten en activiteiten gaat, richten wij ons op de ruimtelijke component van deze basisbehoeften. We hebben het dan over klimaatadaptatie; gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid; openbare ruimte om te ontmoeten en bewegen; bereikbaarheid van voorzieningen en het betrekken van bewoners bij projecten. Daarnaast spelen de sociale menselijke basisbehoeften wel een rol bij de aanschaf van materialen en diensten (we willen dat er maatschappelijk verantwoord ingekocht wordt). 4A) Klimaatadaptatie Extreme regen en onweersbuien, hittegolven en droogte komen steeds vaker voor. In het Klimaatplan 2016-2020 is de ambitie opgenomen dat de gemeente Eindhoven in 2020 klimaatrobuust handelt en dat de gehele stad in 2050 klimaatrobuust is. Met de beleidsregel 'Klimaatrobuust' beogen we in Eindhoven risico op schade in de nabije toekomst te beperken. Nieuwe (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen in de openbare en de private ruimte, waarbij de gemeente een rol heeft, worden voortaan aan de hand van deze beleidsregel ontwikkeld. We hanteren als uitgangspunt de voorkeursvolgorde gebruiken, vasthouden (infiltreren), vertragen en afvoeren van hemelwater.
Groene maatregelen worden hierbij beloond met een lagere bergingsnorm en dragen tevens bij aan het voorkomen van hittestress. 4B) gezonde verstedelijking Hieronder verstaan we: gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid en mogelijkheden om te bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte 4C) participatieve stad, betrokkenheid van burgers en bereikbare voorzieningen We betrekken onze inwoners graag bij de ontwikkelingen en veranderingen die hen aangaan. Dit leidt tot meer draagvlak en betere eindresultaten. Onze ambities op gebied van duurzame mobiliteit mogen niet leiden tot een geringere bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen. Specifiek Eindhovens Daarnaast zijn er nog een aantal factoren die we specifiek op dit moment en in deze stad belangrijk vinden en die we extra waarderen. Het gaat dan om de zichtbaarheid van de duurzame successen, de duurzaamheid van de betrokken partijen zelf (hun MVO beleid) en het aansluiten bij het DNA van Eindhoven: TDK (technologie, design en kennis). Wat dat laatste betreft sluit innovatie daar dus goed bij aan. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen MVO is een integrale visie op een duurzame bedrijfsvoering.
Een bedrijf dat maatschappelijk verantwoord onderneemt, maakt bij iedere bedrijfsbeslissing een afweging tussen de verschillende maatschappelijke en economische effecten hiervan, en houdt hierbij rekening met stakeholderbelangen. Elke bedrijfsbeslissing heeft immers invloed op de stakeholders (belanghebbenden) van een bedrijf. Dat kunnen medewerkers of klanten zijn, maar bijvoorbeeld ook omwonenden, leveranciers, investeerders en ook 'de maatschappij' in algemene zin. 4.6.1
Planbeschrijving
Algemeen Wat het project betreft wordt ingezet op gebouwen die gerealiseerd worden met milieuvriendelijke materialen die toekomstbestendig zijn. Voor de toekomstige bewoners/gebruikers zijn daarnaast ook gebruikskwaliteit en gezondheid van belang. Dit vertaalt zich niet alleen in goede gebouwen. De aanleg van het Victoriapark levert een wezenlijk bijdrage in hoe de bewoners het gebied ervaren en beleven en draagt bij aan het vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven
87
voorkomen van hittestress. Het Victoriapark is uitnodiging om door het Victoriakwartier wandelend richting Philipsdorp en Strijp S te gaan. Hoogstedelijk wonen met groen en water om je heen! De sleetse plek die er nu is wordt daarmee opgelost. Programma De Victoriatoren biedt appartementen in verschillende huursegmenten. Er wordt voorzien in woonruimte voor sociaal (tot € 720,-), middelduur (tot € 1.000,-) en duur (vanaf € 1000,-). Er wordt geen onderscheid gemaakt in de woonkwaliteit. Naast het wonen worden er commerciële functies gerealiseerd. Dit maakt dat naast het wonen ook recreëren en verblijven aandacht krijgen in de plint. Geen afgesloten, donkere ruimten maar juist leven, ook in de avonduren. Dit sluit aan op de trend die al in gang is gezet in Victoriakwartier. De bouwkundige schil Een duurzaam gebouw begint met een energiezuinig casco. De gebouwen zullen goed worden geïsoleerd met Rc waarden van 4,5 m2 K/W voor nieuwe begane grondvloer, voor nieuwe platte daken geldt een Rc waarde 6.0 m2 K/W en voor nieuwe geveldelen is de R-waarde minimaal 4,5 m2 K/W. Voor de gevelopeningen (ramen) -zijnde de zwakste schakel in de isolatie van de schil- zal een U-waarde van maximaal 1,4 m2 K/W worden gerealiseerd. Er zal in het ontwerp van de gevel worden gezocht naar een optimale verhouding tussen open en dicht.
Om de warmtevraag verder te beperken zullen de gebouwen worden voorzien van een energiezuinig, intelligent en gebruiksvriendelijk ventilatiesysteem (CO2) gestuurd op aanwezigheid van de bewoner/gebruiker of voorzien worden van warmteterugwinning. EPC Het Bouwbesluit kent sinds 2015 een minimale EPC-eis van 0,4. Deze zal de komende jaren worden verscherpt naar 0,0 in 2020, hetgeen past in de ambitie van de gemeente om een energieneutrale stad te worden. De gemeente spant zich, binnen haar mogelijkheden, in om bouwers en ontwikkelaars vooruit te laten denken en woningen te bouwen die nu reeds aan de toekomstige eisen voldoen. Voor deze ontwikkeling wordt uitgegaan van ee EPC-eis van 0,4 en een gecombineerde eis van 1. Toekomstbestendig De woningen zijn toekomstbestendig. Er worden lichte scheidingswanden gerealiseerd zodat ruimtes eenvoudig te verplaatsen en te vergroten of te verkleinen zijn. Materialisering Het streven is om zoveel mogelijk herbruikbare materialen toe te passen. Gebruikte materialen dienen vrij van stoffen te zijn die voorkomen op de Rode Lijst van LBC/TNS. Materialen zoals zink, koper en lood worden vermeden. Verwarming De te realiseren woningen worden aardgasloos verwarmd.Het gebouw wordt aangesloten op het distributienetwerk van Ennatuurlijk. De warmtelevering van Ennatuurlijk wordt duurzaam opgewekt.
Verlichting De gebouwen worden voorzien van energiezuinige verlichting. In de gemeenschappelijke verkeersruimten zal zoveel mogelijk LED-verlichting worden toegepast. Het uitgangspunt voor de verlichting is: verlichting trappenhuizen en galerijen middels bewegingsmelder en schakelklok; de buitenverlichting wordt geschakeld door een schemerschakelaar/schakelklok; In de woningen worden verkeersruimten, berging, toilet en badkamer voorzien van bewegingsmelder; 88
vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven
de overige algemene ruimten wordne voorzien van een bewegingsmelders in de ruimte. Mobiliteit Op grond van het gemeenteijke mobileitsplan wordt het aantal parkeerplaatsen geminimaliseerd en worden alternatieve en schone vervoerswijzen gestimuleerd. Daarmee wordt aangesloten bij de ambitie van de gemeente om het autoverkeer in het centrum van Eindhoven te beperken. Het plangebied ligt nabij het station en OV-haltes. Zowel op de begane grond als in kelder worden voorzieningen voor fietsparkeren gerealiseerd. Ook wordt ingezet op Smart Mobility en wordt voorzien in elektrische laadpalen. Klimaatrobuust In een duurzame stad wordt ook duurzaam omgegaan met de afwatering van hemelwater. Met de bergingscapaciteit in De Gender wordt ingespeeld op klimaatverandering die zal zorgen voor grotere hoeveelheden regen in kortere periodes. Door bergingscapaciteit aan de stad toe te voegen kunnen te grote hoeveelheden water op de rioleringsstelsels en afwateringskanalen voorkomen worden. Een gezonde en groene leefomgeving Voorwaarde voor de realisatie van de Victoriatoren en andere ontwikkelingen in het Emmasingelkwadrant, is de realisatie van het Victoriapark. Daarbij wordt de rivier De Gender naar de bovengrond gehaald en weer zichtbaar gemaakt. Daarnaast wordt het te realiseren hof als parkachtige omgeving en zoveel mogelijk onverhard uitgevoerd.
De daken van de blokken D en F worden uitgevoerd als groen dak. Op deze wijze is er altijd, waar je je ook bevindt in het gebouw, zicht op groen. Deze groene ruimtes worden als duurzaam beschouwd doordat ze een gezonde omgeving scheppen voor de bewoners uit omliggende gebouwen en voor de gebruikers van het park en bijdragen aan het verminderen van hittestress. Door de afvang van fijnstof, het bevorderen van beweging, het produceren van zuurstof en het genereren van een mikroklimaat, zorgt de groene ruimte voor een gezonde omgeving en het bevorderen van de biodiversiteit. Zichtbaarheid Onderzocht wordt of in de hoofdentree van het gebouw een scherm kan worden geplaatst dat inzicht geeft in het energieverbruik.
4.7
Bodem
Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om in de toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Verkennend bodemonderzoek Ten behoeve van deze ontwikkeling is in juli 2018 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage van het onderzoek is opgenomen in Bijlage 6 bij deze toelichting. Op basis van het onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV-NL). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, matig tot zeer fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak grindig. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven
89
Er zijn op basis van het vooronderzoek, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met kwik en PCB. De ondergrond is licht verontreinigd met kwik en zink. Het grondwater is licht verontreinigd met molybdeen. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, niet geheel bevestigd. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie, alsmede de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Actualiserend bodemonderzoek In de periode van november 2019 tot februari 2020 is een actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd voor een groter gebied. Op figuur 4.3 is het onderzochte gebied weergegeven.
Figuur 4.3: Plangebied actualiserend bodemonderzoek Het actualiserend bodemonderzoek is opgenomen als Bijlage 7 bij deze toelichting. Ter plaatse van het westelijke terreindeel zijn er slechts plaatselijk sterke verontreinigingen met PAK aangetoond in de bodemlagen tussen 0,5 en 1,5 m-mv. De omvang van deze verontreinigingen is niet bepaald. Er is geen sterk verhoogde gehalte aangetoond ter plaatse van Bouwkavel A, maar dat is ook niet uit te sluiten (ook gezien de aanwezige bebouwing). Samen met voorgaande onderzoeken (zie ook Bijlage 6) is er echter een beeld ontstaan van een heterogene verontreiniging met licht tot (plaatselijk) sterk verhoogde gehalten aan PAK. 90
vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven
Gemiddeld genomen is het PAK-gehalte in het westelijk terreindeel, waaronder Bouwkavel A, lager dan de interventiewaarde. Hiermee lijkt er geen sprake te zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In het freatische grondwater is er mogelijk na sanering nog een restverontreiniging van een VOCl verontreiniging aanwezig ter plaatse van bouwblok A en het openbaar gebied van de Gagelstraat (zie ook bijlage 1.4 en afbeelding 2.4). In huidig onderzoek zijn buiten deze verontreiniging maximaal licht verhoogde concentraties aangetoond met barium, naftaleen en (te relateren aan de verontreiniging) “cis” en vinylchloride. Geadviseerd wordt om met de gegevens en uitgangspunten uit onderhavig onderzoek na te gaan waar welke werkzaamheden voorzien zijn en of deze werkzaamheden geraakt worden door de verontreinigingssituatie. De kwaliteit van de grond is op bouwkavel A geen grote belemmering, na sloop van de bestaande bebouwing dient wel overwogen te worden om ter plaatse van dit gedeelte de kwaliteit van de grond te verifiëren. Bij aanleg van riolering of een kelder onder bouwkavel A zal een bronnering mogelijk invloed hebben op de grondwaterverontreinigingen en moet nagegaan worden wat deze invloed is (of er moet direct een deelsaneringsplan/monitoringsplan opgesteld worden).
4.8
Natuur
Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) en het bijbehorende Besluit natuurbescherming (Bnb) en de Regeling natuurbescherming (Rnb) in werking getreden. Door de inwerkingtreding van deze wet zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet komen te vervallen. Het is de bedoeling dat deze nieuwe wet en de bijbehorende Bnb en Rnb uiteindelijk opgaan in de nieuwe Omgevingswet waarvan verwacht wordt dat die in 2021 in werking treedt. Met het van kracht worden van deze wet komen vrijwel alle verantwoordelijkheden bij de provincies te liggen. 4.8.1
Wet natuurbescherming
De nieuwe wet beoogt zoveel als mogelijk aan te sluiten bij de Europese kaders (o.a. vastgelegd in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn). Volgens de wetgever is hiermee sprake van een hoog beschermingsniveau van de natuur. De Europese beschermingskaders zijn met het oog op een goede doorwerking en duidelijkheid over de consequenties daarvan zo veel mogelijk één-op één opgenomen in de wet zelf. Alleen voor zover nodig voor een adequate bescherming van natuurwaarden die niet beschermd worden door Europese regelgeving, voorziet de Wnb in een aanvullende bescherming. Dit betreft bijvoorbeeld de bescherming van diersoorten die niet vallen onder de Europese beschermingskaders. De Wnb voorziet in een instrumentarium in de vorm van beheerplannen en programma's voor gebieden en soorten, teneinde de samenhang tussen gebieds- en soortenbescherming mogelijk te maken. Verder is gekozen voor één vergunning- en ontheffingprocedure en is tegen besluiten rechtsbescherming in twee instanties mogelijk. Zoals eerder al gezegd zijn de provincies in hoofdzaak verantwoordelijk voor de uitvoering van het natuurbeschermingsbeleid. Gelijktijdig met de in werkingtreding van Wnb veranderen de lijsten met beschermde soorten. Zo zijn een aantal plantensoorten (o.a. orchideeën) en insecten- en vissoorten (o.a. kleine modderkruiper en bittervoorn) niet langer meer beschermd.
Andersom zijn dieren die voorheen niet beschermd waren (o.a. haas, bosmuis en kleine ereprijs) nu wel beschermd. Voor de soorten die beschermd zijn geldt een verbod om die opzettelijk te verstoren als dat van wezenlijke invloed is op de gunstige staat van instandhouding. Door de integratie van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet in de nieuwe Wnb is er nog maar één natuurvergunning nodig van één bevoegd gezag. Wnb en onderscheid in gebieden De Wnb gaat uit van vijf gebiedssoorten te weten: Natura 2000-gebieden, het Natuur Netwerk vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven
91
Nederland, bijzondere nationale natuurgebieden, nationale parken, bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen. De Wnb verplicht tot het tot stand brengen van het Natuur Netwerk Nederland en tot het aanwijzen van Natura 2000-gebieden, die beide van cruciaal belang zijn voor het nakomen van de verplichtingen uit de Habitatrichtlijn. In de nabijheid van het plangebied zijn geen van de hiervoor genoemde gebieden gesitueerd. Eerder in deze toelichting is geconcludeerd dat de ontwikkeling van het Emmasingelkwadrant geen invloed heeft op stikstofgevoelige gebieden. Het is dan ook niet zinvol om in deze paragraaf uitgebreid in te gaan op de wetgeving omtrent de verschillende beschermde gebieden. De zorgplicht Artikel 1.11 Wnb voorziet in de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nagelaten moeten worden of dat maatregelen genomen moeten worden om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Die plicht is niet alleen van belang voor soorten maar ook voor gebieden. De zorgplicht fungeert als vangnet ten opzichte van de bij en krachtens de Wnb gestelde voorschriften.
Bestuursrechtelijke handhaving van de zorgplicht is mogelijk in kennelijke gevallen van onzorgvuldig handelen en in situaties waarin er geen concreet voorschrift ter bescherming van de desbetreffende natuurwaarde van toepassing is. 4.8.2
Toetsing
Het plangebied en de directe omgeving is een volledig verhard terrein met diverse gebouwen in het centrum van de stad Eindhoven. Het plangebied is daardoor in zijn algemeenheid potentieel ongeschikt voor beschermde flora en fauna en kent geen natuurwaarden. Soortenbescherming Ten behoeve van het planvoornemen zal een gedeelte van de bebouwing van het TAC worden gesloopt. De gemeente Eindhoven zal er voor zorgen dat de betreffende sloop niet in strijd is met de Wnb. In dat kader is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De bijbehorende notitie is opgenomen in bijlage 8. Op basis van de resultaten van deze quickscan dient voor aanvang van de sloop van het TAC gebouw en/of het gebouw aan de Willemstraat 28 aanvullend onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen te worden verricht. Ook dient de eventuele kap van bomen buiten het broedseizoen te worden gepland vanwege mogelijk aanwezige algemene broedvogels. Daarnaast is het van belang dat ten alle tijden de zorgplicht in acht wordt genomen. Daarmee zijn belangrijk nadelige milieugevolgen uitgesloten. De ontwikkeling van het plangebied biedt overigens kansen tot verbetering van groen in de stad. Zo zal aangrenzend aan het plangebied het Victoriapark worden aangelegd met groenvoorzieningen en een waterloop.
Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen beschermd natuurgebied, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op circa 4,7 kilometer en betreft het 'Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux'. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe woningen en commerciële functies. Deze woningen zullen een (beperkte) verkeersaantrekkende werking hebben in de gebruiksfase. Ze zullen daarentegen niet gasgestookt worden. De aanlegfase leidt daarbij ook tot het nodige gebruik van mobiele werktuigen en verkeersbewegingen. De werkzaamheden en wijziging in verkeersstromen zouden kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. In dat kader zijn stikstofberekeningen uitgevoerd. De bijbehorende rapportage is opgenomen in bijlage 9 van deze toelichting. Daaruit blijkt dat er, uitgaande van 'worst-case' scenario, voor de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden van meer dan 92
vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven
0,00 mol/ha/jr. Voor de aanlegfase is eveneens op basis van een 'worst-case' scenario een berekening uitgevoerd. In het eerste jaar van uitvoering is er sprake van een stikstofdepositie van 0,01 mol/ha/jr op Natura2000 gebied. Hiervoor is een aanvraag Wet natuurbescherming bij de provincie ingediend. De provincie heeft geconcludeerd dat de aangevraagde activiteit geen significante gevolgen kan hebben voor de Natura 2000-gebieden ‘Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux’ en ‘Strabrechtse Heide & Beuven’ en heeft de gevraagde vergunning verleend (bijlage 10). 4.8.3
Conclusie
Binnen het plangebied is geen sprake van aanwezige beschermde soorten. Ook is aangetoond dat er geen sprake is van significante gevolgen op Natura2000-gebieden. Daarmee kan geconcludeerd worden dat het planvoornemen niet in strijd is met de Wnb.
4.9
Windhinder
In Nederland bestaat geen wetgeving ter voorkoming van windhinder of windgevaar. Op basis van artikel 3.1. Wro dient in het kader van de zorg voor een goede ruimtelijke ordening echter bij het opstellen van ruimtelijke plannen het aspect windhinder of windgevaar te worden meegenomen in de afwegingen, indien aard of omvang van de bebouwing en van de omgeving hiertoe aanleiding geeft. Op 26 mei 2020 heeft de gemeente Eindhoven de beleidsregel gemeentelijke normen windhinder vastgesteld. Met ingang van 4 juni 2020 zijn de normen voor Windhinder vantoepassing. Uitgangspunt is een beoordeling 'goed'voor de betreffende functie of onder voorwaarden matig. Slecht of gevaarlijk is niet toegelaten. De gemeente Eindhoven kiest nadrukkelijk voor het toevoegen van hoge gebouwen binnen de stad maar stelt ook eisen aan windhinder en windgevaar. Windhinder en windgevaar moeten conform NEN 8100:2006 in beeld worden gebracht. Voor de openbare ruimte moet als ondergrens een 'goed' (zoals gekwalificeerd in NEN 8100:2006) windklimaat worden nagestreefd. Voor 'langdurig zitten' wordt altijd een kwalificatie 'goed' verlangd. Deze kwalificatie geldt ook voor 'slenteren' wanneer een hoofdentree van een gebouw ineen dergelijk gebied is gelegen.
Figuur 4.4: Eisen voor de beoordeling van het lokale windklimaat voor windhinder Voor nieuwe gebouwen met een grote hoogte, dient door middel van onderzoek de mogelijke windhinder in beeld te worden gebracht. Dit bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid van nieuwbouw van de Victoriatoren. In verband met de geplande bouw van deze 91,99 meter hoge woontoren dienen de gevolgen voor het windklimaat in de omgeving onderzocht te worden. In bijlage 11 van deze toelichting is de rapportage van het onderzoek naar het windklimaat rondom het nieuwbouwproject Victoriatoren opgenomen. Voor de analyse is de Nederlandse norm "NEN 8100: 2006: Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving" gebruikt. Hierbij is een geometrisch model van het gebouw en zijn omgeving opgesteld. Een rekengrid met hoge resolutie is rond deze geometrie opgetrokken als basis voor Computational Fluid vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven
93
Dynamics (CFD)-simulaties van de windstroming. In totaal zijn 12 simulaties uitgevoerd voor 12 corresponderende windrichtingen. Analyse van het windk limaat van de openbare ruimte De resultaten tonen aan dat er een kleine windhinderklasse E zone in de directe omgeving van de Victoriatoren te zien is. Deze windhinderklasse onstaat echter niet door toedoen van de Victoriatoren. De resultaten tonen echter ook aan dat de projectlocatie verschillende zones kent met een windhinderklasse D. Dit kan als zeer hinderlijk worden ervaren als de functie van deze zone niet passend is. Het is dus ook van belang passende maatregelen te nemen om de windhinder in deze zones te beperken.
Figuur 4.5: Windhinder ter plekke van de openbare ruimte nabij Victoriatoren (bron: Winstudie Actiflow) Analyse van het windk limaat van de private buitenruimten Het resulterende windklimaat op de balkons aan de Victoriatoren kan over het algemeen als gunstig worden gezien. De balkons aan het lage gedeelte van het gebouw hebben op enkele plekken een minder comfortabel windklimaat. Dit kan eenvoudig verbeterd worden mocht dit wenselijk zijn. Op de lager gelegen dakterrasen is het windklimaat acceptabel. Op het zuidelijke hoger gelegen dakterras is het van belang bij de indeling van het terras rekening te houden met de verschillende windcomfortzones die aanwezig zijn, aan de hand van de wenselijke indeling kan er dan worden gewerkt met afscherming in de vorm van groen en schermen om zo windluwe zones te creëren waar gewenst. Mocht men het hoogste dak ook willen benutten als dakterras is het noodzakelijk hier een balustrade van minstens 2 m hoog te plaatsen. Aanbevelingen Voor de verschillende zones met windhinderklasse D is het noodzakelijk dat er gekeken wordt naar een manier om de windsnelheid te verminderen. Uit plannen blijkt dat er al groene zones met vegetatie zijn voorzien in de omgeving van de Victoriatoren. Om de windsnelheid te verminderen is het wenselijk om hier met de inrichting specifiek rekening te houden.
Het is wenselijk om in de zones B en C een ruime mate van vegetatie (bomen, hagen en struiken) toe te passen. Het is aanbevolen om een verscheidenheid aan vegetatie toe te passen welke op alle hoogten de wind remt. 94
vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven
Met betrekking tot het (beperkt) risico op windgevaar, en de hoge windsnelheden in de passages is het aanbevolen te kijken of deze passages gewenst zijn. Indien deze wenselijk zijn is het nuttig om te kijken of deze kunnen worden afgesloten om zo doorgang van de wind te verminderen. Uit het onderzoek blijkt dat er een kleine windhinderzone klasse E te zien is in de directe omgeving van de Victoriatoren. Deze ontstaat echter niet door toedoen van de Victoriatoren. Het onderzoek toont wel aan dat er locaties met een windhinderklasse D zijn. Deze kunnen als hinderlijk worden ervaren. Om de windsnelheid hier te verminderen speelt ook de omliggende vegetatie een rol. Er is echter nog geen inrichtingsplan met vegetatie beschikbaar. Zodra het inrichtingsplan vorm heeft en de vegetatie bekend is, wordt een herberekening uitgevoerd. Als deze herberekening heeft plaatsgevonden kan bepaald worden welke aanvullende voorzieningen we maken ten behoeve van een comfortabel windklimaat. Het uitvoeren van een herberekening wordt als voorwaardelijke verplichting opgenomen.
4.10
Explosieven
De Arbeidsomstandighedenwet (kortweg Arbowet) is een Nederlandse wet die regels bevat voor werkgevers en werknemers om de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van werknemers en zelfstandige ondernemers te bevorderen. Doel is om ongevallen en ziekten te voorkomen, die het werk kan veroorzaken. De Arbowet is een kaderwet. Dat betekent dat hierin geen concrete regels staan, maar algemene bepalingen en richtlijnen over het arbeidsomstandighedenbeleid (arbobeleid). Vanaf 1994 geldt vanuit de Arbowet voor alle werkzaamheden een wettelijke verplichting om voorafgaande aan werkzaamheden een risico-inventarisatie en -evaluatie uit te voeren. Doel is vooraf bepalen of er tijdens de uitvoeringsfase van een project risico´s te verwachten zijn en zo ja, de betrokkenen risico’s kunnen wegnemen of kunnen terugbrengen naar een aanvaardbaar veiligheidsniveau. In 1998 is de Arbowet aangescherpt, waardoor verantwoordelijkheden veelal op persoonsniveau zijn gedefinieerd. De belangrijkste regelgeving voor het opsporen van CE volgt uit artikel 4.10 van het Arbobesluit (Staatsblad 2006, nummer 142), de zogenaamde Beoordelingsrichtlijn Opsporen Conventionele Explosieven (BRL-OCE). Dit besluit is in werking getreden met ingang van 31 december 2006 (Staatsblad 2006, nummer 715). In de BRL-OCE werden proceseisen gesteld aan het opsporen van conventionele explosieven (OCE).
Opsporen van CE omvat het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van detecteren, lokaliseren, interpreteren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en het proces-verbaal van oplevering. De BRL-OCE is vanaf 1 juli 2012 vervangen door het Werkveld Specifieke Certificatieschema OCE (WSCS-OCE). Het proces OCE – conform vigerende wet- en regelgeving – is gevisualiseerd in een processchema. Voor het plangebied van het Emmasingelkwadrant is een Risicoanalyse Conventionele Explosieven uitgevoerd (bijlage 15). Uit het historisch vooronderzoek CE is naar voren gekomen dat de projectlocatie in een gebied ligt dat verdacht is op het aantreffen van Conventionele Explosieven (CE). Uit de analyse van het vooronderzoek is gebleken dat het onderzoeksgebied verdacht is op het voorkomen van CE, in de vorm van Duitse en Britse afwerpmunitie van diverse kalibers en Duitse submunitie. Dit betekent dat er tijdens de uitvoering van de geplande civieltechnische werkzaamheden een risico is op het aantreffen van CE en mogelijke detonatie hiervan. De te verwachten CE kunnen tijdens de geplande werkzaamheden middels toucheren of verplaatsen geïnitieerd worden.
Wanneer één van de mogelijk aan te treffen CE tot uitwerking komt, zijn er verschillende uitwerkingsfactoren, zoals luchtdruk- en/of scherfwerking. vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven
95
De geplande civieltechnische werkzaamheden hebben betrekking op herinrichting van de projectlocatie Emmasingelkwadrant. Het betreft hierbij de volgende werkzaamheden: 1. Het plaatsen van straatverlichting; 2. Het aanleggen van kabels, leidingen, riool; 3. Het aanleggen van de Gender als oppervlaktewater; 4. Het (ondergronds) slopen van de bestaande bebouwing; 5. Het (ondergronds) funderen van nieuwbouw; 6. Het uitvoeren van een milieukundige sanering. De te nemen maatregelen die in relatie met CE-opsporingswerkzaamheden tijdens de uit te voeren werkzaamheden toegepast kunnen worden zijn opgenomen in onderstaande tabel. De locaties van bovenstaande werkzaamheden kunnen gedurende het werk worden vrijgegeven middels detectie en (eventueel) benaderen. Hiertoe kan het ongewenst aantreffen en daarbij mogelijk detoneren van CE worden voorkomen.
96
vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven
Bij dit opsporingsadvies is in figuur 4.4 een kaart toegevoegd met daarop aangegeven vanaf welke punt opsporing wordt aanbevolen.
vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven
97
Figuur 4.6: Opsporingsadvieskaart Emmasingelkwadrant
98
vastgesteld II Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Victoriatoren) Gemeente Eindhoven