Bijlage 1 bij inspreekbijdrage dhr Limper Geanonimiseerd
Tekst van het document
www.terranostra.nu
Stam & De Koning Bouw bv T.a.v. 5.1.2e Postbus 7050 5605 JB EINDHOVEN
Datum Ons kenmerk Onderwerp Controle
Geachte 5.1.2e
29 januari 2026 1000003594 Verplantbaarheidsonderzoek bomen Emmasingel Eindhoven (aanvulling) 5.1.2e
,
Naar aanleiding van de realisatie van het project “Emmasingel Kwadrant Bouwveld C” te Eindhoven is initieel een verplantbaarheidsonderzoek uitgevraagd bij 7 bomen. De 7 bomen staan aan de Willemstraat, nabij de Emmasingel te Eindhoven. Als aanvulling hierop zijn in dit document 15 bomen (boomnummer 7 t/m 14, 16 t/m 20 en 24) toegevoegd. Doel van dit onderzoek is om de verplantbaarheid in huidige vorm/habitus van de bomen te beoordelen. Op basis van het resultaat van het verplantbaarheidsonderzoek is een advies opgesteld, waarbij ook is ingegaan op de verplantwijze, verplantvoorbereiding en eventuele planning. Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt het veldonderzoek beschreven, zowel de visuele beoordeling van de boom, de beoordeling van de groeiplaats, en de soort specifieke eigenschappen in relatie tot verplantbaarheid. In hoofdstuk 2 wordt de analyse en conclusie beschreven. Vervolgens is in hoofdstuk 3 het advies uitgewerkt. Uitgangspunten project De opdrachtgever heeft de volgende informatie en tekeningen aangeleverd: • 8058.24.01 DEF 2.0 BEA Bouwveld C Emmasingelkwadrant – RHO.pfd • 8058.24.01 DEF Bomentaxatie Bouwveld C –.pfd • Bomen_Emmasingelkwadrant.gpkg • BouwveldC_Bomen.dwg De eerste 2 documenten betreft rapportages van opéénvolgend een Bomen Effect Analyse (BEA) als ook een Boomtaxatie van de bomen binnen het project.
Vanuit de BEA is het advies gekomen om een verplantbaarheidsonderzoek uit te voeren bij de bomen. De boomnummering, toegepast in de BEA, is ten gunste van de leesbaarheid overgenomen. Omstreeks juli 2027 is men voornemens om met de bouw van de woontoren te starten. Dat betekent dat begin 2027 de bomen uiterlijk verplant dienen te worden. Ten noorden van de bebouwing, op een afstand van <250 meter, is het plan om een park aan te leggen waar de bomen in principe naartoe verplaatst kunnen worden. Momenteel vinden hier sloopwerkzaamheden plaats van de ‘oude gebouwen’.
Abbekesdoel 22a2971 VA Bleskensgraaf (ZH) | Tel. 5.1.2e KvK Rotterdam 57.49.92.84| 5.1.2f
| info@terranostra.nu | www.terranostra.nu
Situering De 22 bomen staan de Willemstraat op de kruising met de Vonderweg, in het centrum van Eindhoven. Aan de noordzijde heeft tot 2021 een flatgebouw gestaan. Ook liggen hier weer plannen om een flatgebouw/woontoren te realiseren. Ook zal er een parkje gerealiseerd gaan worden. Aan de westzijde bevinden zich drie volwassen bomen (genummerd 2, 3 en 4) binnen een open heesterbeplanting; deze beschikken over ruime en open groeiplaatsen. De berk (nummer 1) en trompetboom (nummer 23) zijn niet aanwezig. Aan de oostzijde staan de overige bomen, gesitueerd ter hoogte van de parkeerplaats bij het gebouw en aan oostzijde van het gebouw.
Vonderweg
Willemstraat
Figuur 1: Situering van de 22 bomen in het projectgebied, met boomnummering ter oriëntatie. (Bron: ArcGis)
2
15
Foto 1 en 2: Beeld van de bomen aan westzijde (links) en aan oostzijde (rechts), met boomnummering ter oriëntatie.
Verplantbaarheidsonderzoek (aanvullend) Emmasingel te Eindhoven
Pagina 2 van 13
1.
Veldonderzoek
1.1 Resultaten boom beoordeling Het veldbezoek is gestart met een visuele beoordeling (met behulp van klophamer en prikstok) van de 20 nog aanwezige bomen, in januari 2026 is het veldwerk voor de aanvullende opdracht uitgevoerd. In de onderstaande tabel is een overzicht van de resultaten daarvan opgenomen. Bomen 2, 3 en 4 staan op de digitale Monumentale bomenkaart van Eindhoven en hebben beleidsstatus I. Nr.
Boomsoort
1 2
Carpinus betulus (Haagbeuk) Acer saccharinum (Zilveresdoorn)
3 4 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
Metasequoia glyptostroboides (Watercipres)
Betula ermanii (Goudberk) 20 Metasequoia glyptostroboides (Watercipres) 21 Acer platanoides (Noorse esdoorn) 22 Metasequoia glyptostroboides (Watercipres) 23 24 Acer platanoides (Noorse esdoorn) Tabel 1: Boomgegevens.
Stam Ø (cm) 58
Kroon Ø (m) 14
Hoogte (m) 14
Conditie
Bijzonderheden
Goed
Levensverwachting ≥ 15 jaar
82
16
20
Voldoende
≥ 15 jaar
17
20
Onvoldoende
5 tot 15 jaar
43 39 38 34 44 36 37 40 32 33 37 25 28
5 5 5 5 5 5 5 6 6 5 5 5 8
16,5 16,5 17 17 15 15,5 12,5 16,5 12 15 13,5 10,5 11
Voldoende Onvoldoende Onvoldoende Onvoldoende Onvoldoende Voldoende Onvoldoende Onvoldoende Voldoende Voldoende Voldoende Onvoldoende Voldoende
≥ 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar ≥ 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar ≥ 15 jaar ≥ 15 jaar ≥ 15 jaar 5 tot 15 jaar ≥ 15 jaar
Ingerotte snoeiwonden, takbreuk, rotting & zwamaantasting Ingerotte snoeiwonden, takbreuk, rotting & zwamaantasting Afgestorven tak
122
59
5
15,5
Onvoldoende
5 tot 15 jaar
Afgestorven tak
43
8
12
Onvoldoende
5 tot 15 jaar
Holte, afgestorven takken, zwamaantasting
35
5
15
Onvoldoende
5 tot 15 jaar
Boompalen aanwezig, bruinverkleuring naalden
26
12
10
Voldoende
≥ 15 jaar
Niet aanwezig 3-stam, lijkt visueel op ongunstige aanhechtingen van stammen
Niet aanwezig Vogelnest, afgestorven takken
Afgestorven tak Afgestorven tak Afgestorven tak Afgestorven tak Bestratingsopdruk Afgestorven tak Losse tak Afgestorven tak
Boomkwaliteit: Tijdens het veldwerk zijn er een aantal factoren vastgesteld welke invloed hebben op de huidig boomkwaliteit, namelijk: • Zilveresdoorn – boomnummer 3 – Een vruchtlichaam van (vermoedelijk) de bleke oesterzwam (Pleurotus pulmonarius). Er zijn ingerotte snoeiwonden en oude takwonden in de kroon; • Zilveresdoorn – boomnummer 4 – Twee vruchtlichamen van de echte tonderzwam (Fomes fomentarius). Er zijn ingerotte snoeiwonden, oude takwonden en recente takbreuk in de kroon; • Noorse esdoorn – boomnummer 21 – Een holte bij kroonaanzet en afgestorven takken (niet als gevolg van lichtgebrek) met daarop onbekende vruchtlichamen; • Watercipressen algemeen – Bruinverkleuring en duidelijk verminderde naaldbezetting, dit geldt voor bijna alle aanwezige watercipressen in het projectgebied, in mindere mate bij boomnummer 15. De oorzaak is onbekend, mogelijk het gevolg van ‘te natte’ zomer in 2024 of ‘te droge’ zomer in 2025.
Verplantbaarheidsonderzoek (aanvullend) Emmasingel te Eindhoven
Pagina 3 van 13
1.2 Resultaten beoordeling groeiplaats In relatie tot de verplantbaarheid is een groeiplaatsonderzoek uitgevoerd. Hierbij is zowel de beworteling als de bodemopbouw beoordeeld. Ook is een visuele beoordeling van de groeiplaats verricht. Deze beoordeling is uitgevoerd door profielsleuven te graven bij de bomen. De 10 profielsleuven zijn gegraven direct buiten de beoogde (potentiële) verplantkluit. De beoogde verplantkluit varieert tussen de 6 en 10x de stamdiameter, in deze situatie richting de 7 à 8x de stamdiameter. Onderstaand zijn de resultaten van het groeiplaatsonderzoek opgenomen in tabel 2, waarna de foto’s ondersteunend zijn aan de beeldvorming. Boomnummer 2: Bodem- en bewortelingsprofiel – 240 cm hart stam aan noordzijde Diepte Grondsoort Beworteling Opmerking (cm -mv) 0 – 50 50 – 80 80 – 150
Donkerbruin, matig fijn zand Geel, matig grof zand Bruin, lichte zavel
Zeer intensief fijne doorworteld Zeer extensief doorworteld Zeer extensief doorworteld
150 – 170
Zwart, zware zavel
Matig extensief doorworteld
Matig humeus. Wortels van 4,0 en 3,5 cm Ø, verder een 3tal wortels tot 3,0 cm Ø Zeer humusarm. Op 60 cm -mv een harde laag! Humusarm, grind/puinhoudend. Roestplekken aanwezig, duidend op grondwaterfluctuatie Matig humeus, veldvochtig
>170
Zwart, zware zavel
Geen wortels aangetroffen
Met vocht verzadigde zone
Boomnummer 2: Bodem- en bewortelingsprofiel – 240 cm hart stam aan oostzijde Diepte Grondsoort Beworteling Opmerking (cm -mv) 0 – 40 40 – 80 80 – 140
Donkerbruin, matig fijn zand Geel, matig grof zand Bruin, lichte zavel
Zeer intensief fijne doorworteld Zeer extensief doorworteld Zeer extensief doorworteld
140 – 160
Zwart, zware zavel
Matig extensief doorworteld
Matig humeus. Wortels van 4,0 en 3,5 cm Ø, verder een 4tal wortels tot 2,0 cm Ø Zeer humusarm. Op 60 cm -mv een harde laag! Humusarm, grind/puinhoudend. Roestplekken aanwezig, duidend op grondwaterfluctuatie. Op 90 cm -mv 1 wortel van 3 cm Ø Matig humeus, veldvochtig
>160
Zwart, zware zavel
Geen wortels aangetroffen
Met vocht verzadigde zone
Boomnummer 15: Bodem- en bewortelingsprofiel – 130 cm hart stam aan oostzijde (parkeerplaats) Diepte Grondsoort Beworteling Opmerking (cm -mv) 0–8 8 – 30
Klinkerverharding Wit, matig grof zand
Matig intensief doorworteld
30 – 110 110 – 130
Geel, matig grof zand Grijs, matig grof zand
Zeer extensief doorworteld Geen beworteling
Ernstige mate van opdruk (>5 cm hoogteverschil) Uiterst humusarm, wortels van 8,0 / 6,0 en 3,5 cm Ø. Op 30 cm -mv een harde laag! Uiterst humusarm Uiterst humusarm. Vochtig, roestvlekken in bodemprofiel
>130 Grijs, matig grof zand Geen wortels aangetroffen Met vocht verzadigde zone Tabel 2: Opbouw bodemprofiel en beworteling van de haagbeuk en watercipres.
In de leeflaag bij de haagbeuk (boomnummer 2), tot ongeveer 50 cm -mv, is de zandgrond als matig humeus te bestempelen. Direct buiten de beoogde verplantkluit treffen we hier een zeer intensief en fijn wortelpakket aan, met wortels tot 4 cm in diameter. Vervolgens gaat het over na een humusarme tot uiterst humusarme matig grove zandgrond, waar op circa 60 cm -mv een fysiek voelbaar harde laag vastgesteld is. Vanaf 80 tot circa 150 cm gaat deze laag over in lichte humusarme zavelgrond, tevens grind/puinhoudend. Ook zijn hier roestplekken waargenomen, welke duidelijk op oxidatie- en reductieprocessen ontstaan door grondwaterfluctuatie. Op 90 cm diepte is bij één profielsleuf nog een wortel van 3 cm in diameter waargenomen. Dan volgt een overgang tot circa 140 à 150 cm, bestaande uit een zwarte, zware en matig humeuze zavelgrond. Tot aan de grondwaterstand, vastgesteld op circa 160 à 170, neemt de intensiteit aan fijne haarwortels hier weer toe. De groeiplaats van de haagbeuk is relatief gunstig ingericht, namelijk met beplanting. Deze beplanting vormt gunstige randvoorwaarden voor het gas uitwisselend en water infiltrerend vermogen van de bodem.
Verplantbaarheidsonderzoek (aanvullend) Emmasingel te Eindhoven
Pagina 4 van 13
De watercipres (boomnummer 15) heeft een ongunstige bodem- en bewortelingsopbouw. De groeiplaats bestaat voor een aanzienlijk gedeelte rondom uit klinkerverharding. Dit bestaat uit een wit tot geel, uiterst humusarm, matig grof zand. Dit tot een diepte van 110 cm -mv. Daarna gaat het over in een grijs, uiterst humusarm en veldvochtig zandpakket. Op 130 cm -mv is vervolgens de grondwaterstand vastgesteld. De beworteling is met name direct onder de verharding (ook ernstige mate van verhardingsopdruk) vastgesteld, waarbij een matig intensief wortelpakket is waargenomen met wortel tot 8 cm in diameter. Daarna neemt de intensiteit sterk af en is vanaf 110 cm- mv geen beworteling meer waargenomen. Onderstaand is een overzicht weergegeven van de belangrijke informatie van de 10 profielsleuven, inclusief locatieweergave. Op de volgende pagina is een fotocollage toegevoegd met benodigde maatvoering. Nr. 1 2 3 4
Boomnr
Windrichting
Afstand hart stam 240 cm 250 cm 130 cm 110 cm
Wortel Ø en overige?
N-zijde Wortels tot 4,0 cm Ø, op 60 cm een harde laag O-zijde 2 wortels tot 4,0 cm Ø, op 60 cm een harde laag 15 O-zijde Wortels tot 8,0 cm Ø – ernstige mate van verhardingsopdruk W-zijde Wortels tot 3,0 cm Ø in open grond, matig intensief 19 W-zijde Onder klinkers enkel matig intensieve fijne beworteling, wortels 5 110 cm (verharding) tot 1 cm Ø 6 17 W-zijde 150 cm Wortel van 11,0 cm Ø, enkele dikke dode wortels! 7 16 O-zijde 125 cm Wortel van 7,0 cm Ø, meerdere dikke wortels 8 24 Z-zijde 110 cm Wortelbundel, veel wortels tot 4,0 cm Ø 9 7 ZO-zijde 160 cm Wortels tot 3,0 cm Ø, intensieve fijne beworteling O-zijde 110 cm & Wortels tot 2,0 cm Ø, matig extensief, op 160 cm hart stam, 10 12 (verharding) 150 cm datakabel parallel liggend Tabel 3: Overzicht gegevens vanuit de profielsleuven in relatie tot het ontwerp. 2
Worteldiepte mv (intensief) 0-50 cm -mv 0-40 cm -mv 0-30 cm -mv 0-30 cm -mv 0-10 cm -mv 0-30 cm -mv 0-40 cm -mv 0-30 cm -mv 0-50 cm -mv 0-20 cm -mv
Vonderweg
Willemstraat Figuur 2: Situering van de 22 bomen in het projectgebied, met boomnummering ter oriëntatie. Daarnaast zijn met de ruitvormige symbolen en rode letterkleur de locaties van de profielsleuven weergegeven. (Bron: ArcGis)
Verplantbaarheidsonderzoek (aanvullend) Emmasingel te Eindhoven
Pagina 5 van 13
4,0 cm Ø
240 cm
240 cm
2,0 cm Ø
130 cm
3,0 cm Ø 8,0 cm Ø
130 cm
7,0 cm Ø
11,0 cm Ø
Kabels
Foto 4-12: Overzichtsfoto groeiplaatsonderzoek. De gemeten en ook zijn de dikste waargenomen wortels aangegeven.
Verplantbaarheidsonderzoek (aanvullend) Emmasingel te Eindhoven
Pagina 6 van 13
Kabels en leidingen Voorafgaand aan het veldbezoek is bij het Kadaster een oriëntatieverzoek ingediend om inzicht te krijgen in de locatie van kabels en leidingen. Het kenmerk van deze melding is 25O0147297. Volgens deze informatie geldt dat: • Er 3 kabels en leidingen gesitueerd zijn onder of op korte afstand van de beoogde verplantkluit bij de haagbeuk. Daarvan geldt dat de datakabel niet gevonden is en dat de bovenzijde riool (met paarse kleur op onderstaande figuur weergegeven) op ongeveer 140 cm -mv is waargenomen (ter hoogte van de inspectieput). • Op korte afstand (<180 cm hart stam) ter hoogte van boomnummer 7 t/m 12 een kabelbundel, 3 datatransportkabels, gelegen is. • Op korte afstand (<150 cm hart stam) ter hoogte van boomnummer 22 een kabelbundel, zowel laag- als middenspanning en datatransport, gelegen is.
Figuur 3: Uitsnede van de bomen in relatie tot ligging kabels en leidingen, de ruitenvormige symbolen met rode nummerkleur betreft de locatie profielsleuven.
1.3 Soort specifieke eigenschappen De verplanting van een boom wordt alleen succesvol aan de hand van een toetsing en naleving van een aantal factoren. Door vele jaren praktijkervaring is bekend welke soorten slecht, matig of goed te verplanten zijn. Dit hangt samen met het bewortelingspatroon en het herstellend vermogen van de boomsoort. Daarnaast is een succesvolle verplanting ook afhankelijk van leeftijd, conditie, vitaliteit, beschikbare voorbereidingstijd, kluitmaat, huidige standplaats en de nieuw in te richten standplaats inclusief nazorg. Een haagbeuk is door het bewortelingspatroon, herstellend vermogen en ervaringen te bestempelen als een ‘gunstig’ te verplanten soort, waar een watercipres en Noorse esdoorn eerder beoordeeld wordt als een ‘matig gunstig’ te verplanten soort. Voor berken geldt vanuit ervaring dat deze als soort als ‘slecht verplantbaar’ te beoordelen zijn. Verplantbaarheidsonderzoek (aanvullend) Emmasingel te Eindhoven
Pagina 7 van 13
1.4 Nieuwe plantlocatie De potentiële nieuwe plantlocatie is bedacht binnen het huidige projectgebied ‘Emmasingelkwadrant’, namelijk ter hoogte van het nieuwe Victoriapark aan noordoostzijde van huidige plantlocatie. Dit op een afstand van ongeveer <250 meter ten opzichte van de huidige locatie. Onderstaand een overzicht van de huidige groeiplaats op nieuwe locatie, en ook de beoogde potentiële plantlocatie.
Vonderweg
2 Willemstraat
Figuur 4: Uitsnede van de Emmasingelkwadrant met document nummer: OVG-20210066. Boomnummer 2 geeft de ligging van de haagbeuk weer. Met de rode pijlen is grofmazig de verplantroute weergegeven, <250 meter.
Voor de nieuwe plantlocatie zijn de volgende aandachtspunten te benoemen: 1. De huidige actuele groeiplaats is niet geschikt. Volledige uitwisseling van grond is noodzakelijk om een gunstige groeiplaats in te richten. 2. Er is een waterpartij voorzien ter hoogte van de nieuwe plantlocatie. Belangrijk is dat de hoogte van de huidige kluit goed afgestemd wordt op de hoogtes van de nieuwe plantlocatie. De kluit dient minimaal 20 cm boven de grondwaterspiegel te worden aangebracht. 3. Bomen (haagbeuk, boomnummer 2) van dit formaat, namelijk een beoogde kluitmaat van bijna 5,0 bij 5,0 meter dienen ondersteund verplant te worden . Dat wil zeggen dat dat er een soort palletconstructie onder de kluit gerealiseerd dient te worden. Uiteindelijk dient de boom met kluit en palletconstructie verplaatst te worden naar de beoogde plantlocatie. Grof geschat heeft dit een gewicht van 50.000 kilogram. Een geschikte verplaatsmethode is de ‘versleeptechniek’. Het verslepen van de palletconstructie inclusief boom zal via een ‘rails’ naar de nieuwe plantlocatie getrokken worden. Het is niet mogelijk dit in één werkgang uit te voeren. Een mogelijke andere optie is om de boom, rechtopstaand, met één dieplader (speciaal transport) te verplaatsen. De bomen welke in potentie verplantbaar zijn en van kleinere omvang zijn, kennen minder aandachtpunten.
Voor deze bomen geldt dat ze met behulp van een dieplader te verplaatsen zijn naar de nieuwe plantlocatie.
Verplantbaarheidsonderzoek (aanvullend) Emmasingel te Eindhoven
Pagina 8 van 13
1.5 Tijdsplanning en beoogde werkzaamheden In relatie tot het mogelijk verplanten van de bomen speelt er naast de huidige situatie, boomkwaliteit, kluitkwaliteit en nieuwe situatie nog factoren die invloed kunnen hebben op het slagingspercentage van verplanten. Dit betreft namelijk de tijdsplanning en benodigde werkzaamheden. Medio juli 2027 is men voornemens om de bouwwerkzaamheden te starten op de locatie waar de bomen nu gesitueerd zijn. Dat betekent dat medio januari 2027 de bomen al verplant moeten zijn. De ruimte tussen de huidige standplaats als ook de beoogde nieuwe standplaats zal de komende 4 à 5 jaar nog een bouwplaats zijn. Dat betekent dat de verplantroute tijdig afgestemd dient te worden met de mogelijkheden en eventuele obstakels.
Verplantbaarheidsonderzoek (aanvullend) Emmasingel te Eindhoven
Pagina 9 van 13
2.
Analyse en conclusie
2.1 Geschiktheidsbeoordeling verplantbaarheid Op basis van het verplantbaarheidsonderzoek zijn 20 aanwezige bomen aan de Emmasingel beoordeeld. In onderstaande tabel is het overzicht van de analyse verplantbaarheid weergegeven. Alleen de haagbeuk met boomnummer 2 is beoordeeld met een positief verplantbaarheid advies. Nr.
Boomsoort
Stam Ø (cm) 58
Conditie Goed
Levensverwachting ≥ 15 jaar
Beoordeling VP Voldoende [+]
1 2
Carpinus betulus (Haagbeuk)
3
Acer saccharinum (Zilveresdoorn)
82
Voldoende
≥ 15 jaar
Slecht [-]
4
Acer saccharinum (Zilveresdoorn)
122
Onvoldoende
5 tot 15 jaar
Fataal [X]
7
43
Voldoende
≥ 15 jaar
Matig [+/-]
8 9 10 11 12
39 38 34 44 36
Onvoldoende Onvoldoende Onvoldoende Onvoldoende Voldoende
5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar ≥ 15 jaar
Slecht [-]
37 40 32 33 37 25
Onvoldoende Onvoldoende Voldoende Voldoende Voldoende Onvoldoende
5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar ≥ 15 jaar ≥ 15 jaar ≥ 15 jaar 5 tot 15 jaar
Slecht [-]
Metasequoia glyptostroboides (Watercipres)
13 14 15 16 17 18
Matig [+/-]
Matig [+/-]
Slecht [-]
19
Betula ermanii (Goudberk)
28
Voldoende
≥ 15 jaar
Matig [+/-]
20
Metasequoia glyptostroboides (Watercipres) Acer platanoides (Noorse esdoorn)
59
Onvoldoende
5 tot 15 jaar
Slecht [-]
43
Onvoldoende
5 tot 15 jaar
Slecht [-]
21 22
Metasequoia 35 Onvoldoende 5 tot 15 jaar Slecht [-] glyptostroboides (Watercipres) 23 24 Acer platanoides 26 Voldoende ≥ 15 jaar Slecht [-] (Noorse esdoorn) Tabel 4: Analyse verplantbaarheid (VP) van de 20 aanwezige bomen.
Toelichting VP Boom niet aanwezig Voldoende boomkwaliteit. Daarnaast is er een mogelijkheid voor een verplantvoorbereiding Onvoldoende boomkwaliteit, met name zwamaantasting kroon. Ook als soort bij deze omvang ongunstig te verplanten Slechte boomkwaliteit, met name zwamaantasting kroon. Ook als soort bij deze omvang ongunstig te verplanten Matige boomkwaliteit. Voornamelijk vormt het uitgebreid en onsamenhangend wortelgestel een ongunstige factor Onvoldoende boomkwaliteit. Daarnaast ongunstig wortelgestel
Matige boomkwaliteit. Voornamelijk vormt het uitgebreid en onsamenhangend wortelgestel een ongunstige factor Onvoldoende boomkwaliteit. Daarnaast ongunstig wortelgestel Matige boomkwaliteit. Voornamelijk vormt het uitgebreid en onsamenhangend wortelgestel een ongunstige factor Onvoldoende boomkwaliteit. Daarnaast ongunstig wortelgestel Ongunstige soort. Voornamelijk vormt het uitgebreid en onsamenhangend wortelgestel een ongunstige factor Onvoldoende boomkwaliteit. Daarnaast ongunstig wortelgestel Onvoldoende boomkwaliteit, met name zwamaantasting kroon. Ook als soort bij deze omvang ongunstig te verplanten Onvoldoende boomkwaliteit, met name de slechte naaldbezetting. Ook vormt de ligging van middenspanning een conflict Boom niet aanwezig Ongunstige soort en boomkwaliteit. Daarnaast ongunstig wortelgestel
Voor de haagbeuk geldt dat een positief verplantbaarheidsonderzoek samenhangt met een verplantvoorbereiding van minimaal 1 jaar. Dit is verder uitgeschreven in het hoofdstuk advies.
Verplantbaarheidsonderzoek (aanvullend) Emmasingel te Eindhoven
Pagina 10 van 13
De belangrijkste factoren waarop de overige 19 aanwezige bomen negatief beoordeeld zijn, betreft de huidige overwegend onvoldoende tot slechte boomkwaliteit. Dit uit zich in de kroon in de vorm van gebreken, maar met name kent de conditie van de vele watercipressen een opvallend matige naaldbezetting en bruin verkleuring. De oorzaak hiervan is onbekend, wel betekend dit een risico dat de bomen een verminderd herstelbaar vermogen (vitaliteit) kennen. In relatie tot het verplanten van bomen, wat gepaard gaat met het verlies van een aanzienlijk volume aan beworteling en daarmee risico op stress, vormt dit een verhoogd risico op afsterven.
13
Foto 13: Beeld van de bruinverkleuring en matige naaldbezetting/vertwijging bij de watercipressen.
Daarnaast een oppervlakkig, uitgebreid en onsamenhangend wortelpatroon. Dit getuige de dikke wortels die op de rand van de verplantkluit vastgesteld zijn, welke daarnaast met name in de bovenste 30 cm aangetroffen zijn. Echter aan de zijde van verharding verandert dit wortelpatroon weer, waarmee een onsamenhangend wortelgestel gevormd wordt. Ook speelt bij tenminste 10 bomen dat kabels en/of leidingen onder of op korte afstand van de verplantkluit gesitueerd zijn. Als laatste speelt de kennis en ervaring in relatie tot verplantbaarheid van de boomsoort, als voorbeeld betreft esdoorns en berk een ‘slecht’ te verplanten boomsoort. Samengevat, vormt een opeenstapeling van factoren dat voor 19 van de 20 bomen een negatief verplantbaarheid advies gegeven wordt. 2.2 Conclusie Op basis van het verplantbaarheidsonderzoek komt alleen de haagbeuk (boomnummer 2) in aanmerking voor een succesvolle verplanting. De belangrijkste argumenten hiervoor zijn de boomtechnische staat, de bewortelingsopbouw als de praktische mogelijkheden. Voor de overige 19 aanwezige bomen geldt een negatief verplant advies. In totaal zijn 6 van deze 19 bomen beoordeeld met een ‘matige verplantbaarheid’. Hiervoor geldt dat bij een verplantvoorbereiding van 1 jaar, door de opdrachtgever de afweging gemaakt kan worden om de keuze te maken de bomen wel te verplanten en daarmee het risico op mogelijke uitval te nemen.
Voor de overige 13 bomen is dit niet realistisch. Aanplant van een grotere plantmaat in de toekomstige situatie heeft de voorkeur bij deze 19 bomen. Verplantbaarheidsonderzoek (aanvullend) Emmasingel te Eindhoven
Pagina 11 van 13
3.
Advies
Vanuit het onderzoek wordt geadviseerd de haagbeuk (boomnummer 2) te verplanten. Voor een succesvolle verplanting gelden de onderstaande uitvoerende randvoorwaarden en groeiplaats inrichtende maatregelen voor een succesvolle verplanting. Bij het verplanten dient een kluitmaat van ongeveer 7x tot 8x de stamdiameter op 1,3 m + m.v. te worden aangehouden. Dit betekent concreet een beoogde kluit met een diameter van 410 x 410 tot 470 x 470 cm. Geadviseerd om de boom voor te bereiden op verplanting. Dit door middel van het aan 4 zijden rondgraven van de kluit, waarbij de mogelijk aanwezige dikke wortels (>8 cm Ø geringd worden), vervolgens het injecteren van de verplantkluit met organische vloeibare meststoffen. Dit wat betreft planning zo ver mogelijk voor het feitelijke verplantmoment uitvoeren. Gunstige resultaten zijn haalbaar als de genoemde kluitvoorbereiding minimaal 1 jaar (groeiseizoen) eerder plaatsvindt dan de daadwerkelijke verplanting.
Voorbereiding Voor een succesvolle verplanting moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: • Het verwijderen van de buurboom (tenminste de zilveresdoorn met boomnummer 3); • Het snoeien van de bladmassa van de kroon met ongeveer 20%; • Het voorbereiden van de kluit door rond te graven; • Het aanbrengen van een gietrand of grondwal net buiten de rand van de kluit ten behoeve van watergiften gedurende de bladperiode; • Bij voorkeur de ruimte ‘claimen’, dit door buiten de gietrand/grondwal de kroon af te zetten met bouwhekken; • Het injecteren of soortgelijk stimuleren met vloeibare organische meststoffen van de kluit; • Het op maaiveld aanbrengen: o Op de kluit oppervlakkige groeiplaatsverbetering, op maaiveld, van 2 cm aan schimmeldominante humuscompost aanbrengen, fractie 0-15 mm; o Op de kluit een oppervlakkige groeiplaatsverbetering, op maaiveld, van 5 à 6 cm aan schimmeldominante mulch aanbrengen. • Tijdig voorzien in de benodigde waterbehoefte tijdens de bladperiode vanaf het moment van voorbereiding tot aan de verplanting. Verplantmethode voor de haagbeuk De voorkeur gaat uit naar het verplanten met de ondersteunde verplantmethode, waarbij de bomen aan de ‘palletconstructie’ worden opgehesen. Verplanten in de ‘bladloze periode’, ofwel rustperiode, medio november-februari.
• De kluit, rondom afsteken; • Het aanbrengen van de palletconstructie; • De palletconstructie oppakken; • De boom direct transporteren, bij voorkeur naar de nieuwe plantlocatie, waar mogelijk dat de bomen met een dieplader (speciaal transport) vervoert kan worden; • Het bij voorkeur ondergronds verankeren van de bomen, dit gezien de nieuwe plantlocatie; • Het inrichten van de nieuwe groeiplaats (zie ook normen HBB 2022). Voorzien is dat gronduitwisseling op nieuwe plantlocatie noodzakelijk gaat zijn. Bij voorkeur hiervoor minimaal de verplantkluit +2,0 m rondom, tot een diepte van minimaal 50 cm -mv, aan grond (bomengrond middels RAG-keurmerk met ongeveer 8-10% aan organisch stofgehalte) uit te wisselen; • Afdekken (aanvullen) van de kluiten met een 2-3 cm aan schimmeldominante humuscompost, fractie 0-15 mm en 6-7 cm dikke laag schimmeldominante mulch, fractie 15-70 mm; Verplantbaarheidsonderzoek (aanvullend) Emmasingel te Eindhoven
Pagina 12 van 13
• •
De palletconstructie verwijderen; Het aanbrengen van een gietrand of grondwal buiten de kluit ten behoeve van watergiften.
Nazorg Aansluitend aan de verplanting is nazorg noodzakelijk voor een periode van 3-5 jaar. Hierin zijn de volgende (periodieke) maatregelen noodzakelijk: • Tijdig voorzien in de benodigde waterbehoefte van de bomen; • Beoordelen hergroei van de bomen aan de hand van de bladgrootte, bladkleur, bladbezetting en scheutlengtegroei; • Monitoren van de bodemvochtigheid, bodemverdichting en voedingstoestand van de bodem; • Bomen controleren op ziekten/aantastingen en verzwakkingen. Bij constatering in overleg met de opdrachtgever voor passende maatregelen; • Het controleren van de werking van het verankeringssysteem en watergeefvoorziening en indien nodig corrigerende maatregelen treffen; • Het toepassen van noodzakelijke snoei, zoals afgestorven takken. De nieuwe groeiplaats inclusief voorzieningen voor beluchting, verankering en watergeefvoorziening kan worden ingericht volgens de normen die zijn opgenomen in het Handboek Bomen 2022. In de praktijk is met name de nazorgkwaliteit en -duur van doorslaggevend belang te noemen op de slagingskans van verplanten. Daarbij geldt bij verplantingen dat de succesfactor voor een belangrijk deel bepaald wordt door een aannemer. De aannemer dient aantoonbare kennis, kunde en ervaring te hebben met het verplanten van (grote) bomen.
Mogelijke keuze voor verplanting van 6 bomen (boomnummer 7, 12, 15-17 & 19) Mocht de keuze gemaakt worden om de 6 bomen, welke beoordeeld zijn met een ‘matige verplantbaarheid’, wel te gaan verplanten dan gelden de volgende voorwaarden: • Een kluitmaat van ongeveer 7x tot 8x de stamdiameter op 1,3 m + m.v.; • Voorbereidingstijd van minimaal 1 jaar; • Voorbereiding van de verplantkluit inclusief groeiplaatsverbetering op maaiveld; • Een optimale inrichting van de toekomstige groeiplaats; • Nazorg tijdens en na verplantperiode; • Verplantmethode ‘stroppen en hijsen’ heeft de voorkeur. Alternatief voor zilveresdoorn met boomnummer 4 Voor de zilveresdoorns, met name voor de buitenste (boomnummer 4) geldt dat een verplanting als ecologisch object wel tot de mogelijkheden behoort. Dat wil zeggen dat enkel de stam, inclusief waterloten op de stam, technisch verplaatst kunnen worden. Afgestemd dient te worden of dit wenselijk is.
5.1.2e
Heeft u, naar aanleiding van dit rapport nog vragen of opmerkingen? Mochten er vragen zijn over het onderzoek dan willen wij deze graag telefonisch toelichten. U kunt contact opnemen met 5.1.2e op telefoonnummer 5.1.2e of per e-mail 5.1.2e Met vriendelijke groet, Terra Nostra B.V.
© Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, scannen of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Terra Nostra BV.
Verplantbaarheidsonderzoek (aanvullend) Emmasingel te Eindhoven
Pagina 13 van 13
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens definitief geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
1, 13
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub f
De bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens
1