CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij brief collegereactie - Advies Clientenraad over Strategische koers Ergon 2027-2032

Raadsvergadering 20 januari 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Strategische koers Ergon 2027 -20322.097 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Cliëntenraad Sociaal Domein Eindhoven Onderwerp : Advies over Strategische Koers Ergon 2027 - 2032 Datum : 24 november 2025 -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Op verzoek van het college kregen wij een adviesaanvraag over de Strategische koers Ergon 2027 – 2032. Inleiding Ergon staat voor de opgave om een nieuwe strategische koers te bepalen voor de periode vanaf 2027. Berenschot is gevraagd een adviesrapport hierover op te stellen in een gezamenlijk proces met gemeenten en Ergon. De CRSD heeft twee (subregionale) bijeenkomsten voor betrokken adviesraden gehad waarbij Berenschot, de Ergon en de gemeente tezamen uitleg en toelichting gaven over de koers voor de aanstaande periode. In ons advies refereren wij aan een eerder uitgebracht advies van 2022 en aan het rijksbeleid, blikken wij terug op het Berenschotrapport en reageren wij op het beleidsplan van de Ergon 2027 – 2032. Eerder advies In 2022 hebben wij een positief advies gegeven over het meerjarenbeleidsplan 2023 – 2026. Wij stemden toen in op de uitgangspunten en de strategische richting die gekozen werd. Wij zien dat de toen gemaakte fundamentele keuzen feitelijk worden voortgezet in het nieuwe beleidsplan.

De gemeente was destijds bereid om extra financieel bij te dragen waardoor een dekkend meerjarenperspectief 2022 -2026 kon worden gegeven. Daar waren wij toen blij mee, omdat wij de Ergon een belangrijke sociale werkvoorziening vinden. Ook gaven wij aan dat wij zorgen hadden over de verdere toekomst vanwege het fragiel financieel bouwwerk. Tot en met 2026 waren de begrotingen weliswaar sluitend maar in de jaren na 2026 ontstonden er weer voorzienbare tekorten die dan niet meer gedekt konden worden uit overschotten van de jaren ervoor. Ook het rijksbeleid in dezen was een onzekere factor. Rijksbeleid De Participatiewet, ingevoerd in 2015, heeft als doel om iedereen met arbeidsvermogen naar werk toe te leiden, bij voorkeur regulier. De wet vervangt de WWB, Wsw en delen van de Wajong, waarbij toegang tot de Wsw en Wajong voor mensen met verdienvermogen is afgesloten. Hierdoor groeit de nieuwe doelgroep binnen de Participatiewet. Mensen die voorheen in de Wsw en/of de Wajong zouden zijn terechtgekomen, behoren nu tot de doelgroep van de Participatiewet. Deze groep (de zogenoemde nieuwe doelgroep) wordt steeds groter. Gemeenten zijn naast de klassieke doelgroep van de WWB en de Wsw verantwoordelijk voor de ondersteuning van de nieuwe doelgroep. Doel is dat de nieuwe doelgroep zo regulier mogelijk aan het werk wordt geholpen.

Een deel van de mensen zal niet aan de slag kunnen bij reguliere werkgevers. Er wordt rekening mee gehouden dat in de structurele situatie circa 1/3e van het oorspronkelijk aantal Wsw-ers afhankelijk is van beschut werk. Daarnaast houdt het ministerie van SZW vanaf 2025 er rekening

1

mee dat een groep zonder indicatie beschutwerk tijdelijk ook afhankelijk is van de infrastructuur van het sociaal ontwikkelbedrijf. Deze groep loopt op naar circa 1/3e van het totaal aantal beschut werkers (opstap/vangnetbanen). De opdracht van Ergon (GRWRE = Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Regio Eindhoven) betreft gezamenlijke uitvoering voor de gemeenten Eindhoven, Heeze-Leende, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre, van de volgende wettelijke taken:  Voormalige Wet Sociale Werkvoorziening (WSW)  Participatiewet: uitvoering van Loonkostensubsidiebanen (LKS Banen) en Beschut Werk (BW) voor mensen met structurele ondersteuningsvraag (vanwege een arbeidsbeperking)  De arbeidsre-integratie voor de deelnemende gemeenten, onder andere met het Huis naar Werk. Rapport Berenschot Berenschot geeft aan dat de ontwikkelingen in de Participatiewet hebben geleid tot een verschuiving van focus bij sociaal ontwikkelbedrijven zoals Ergon. De doelgroep verandert, waarbij het aantal Wsw’ers afneemt en het aantal personen met een beperkte loonwaarde toeneemt. Het doel is om deze nieuwe doelgroep zoveel mogelijk regulier te werk te stellen, idealiter in dienst van reguliere werkgevers. Tegelijkertijd wordt Ergon door de veranderende arbeidsmarkt, het financiële beleid van het Rijk en de sociale infrastructuur uitgedaagd om haar werkinfrastructuur aan te passen.

Dit vraagt om een transitie van (sociale) werkplaats naar een (sociaal) ontwikkelbedrijf voor de toekomst. Deze nieuwe koers is mede van belang voor keuzes ten aanzien van de huisvesting van Ergon in de toekomst. De strategische afweging die sociaal ontwikkelbedrijven moeten maken ten aanzien van de werkinfrastructuur is of de werkplekken vooral dienen als werkvoorziening voor mensen die geen werkplek kunnen vinden bij reguliere werkgevers of dat de werkplekken ook en vooral bedoeld zijn om werknemersvaardigheden aan te leren en een stap richting of naar reguliere werkgevers te maken (werkvoorziening met ontwikkelfunctie). Ergon, zo stelt Berenschot, is in de praktijk nog vooral als een werkvoorzieningsschap (met minder nadruk op ontwikkeling c.q. door- en uitstroom naar regulier werk) en gericht op het realiseren van werkplekken in de eigen werkinfrastructuur (en minder het realiseren van dienstbetrekkingen bij reguliere werkgevers). Berenschot heeft vervolgens een aantal beleidsvarianten uitgewerkt die richting geven aan ‘de beweging naar buiten’ en ‘de versterking van de ontwikkelfunctie’. Het beoogde effect is: in totaliteit meer mensen helpen (van ± 1.900 naar ± 2.600 fte), waarbij er minder mensen een dienstbetrekking bij de Ergon zullen hebben (van ± 1.500 naar ± 1.100 fte) meer mensen (met o.a. loonkostensubsidie) bij reguliere werkgevers werken.

Per saldo per jaar 100 personen minder instroom in de WSW en 100 personen meer instroom met LKS. Het jaarlijks budget voor Egon betreft ruim 80 miljoen euro. De re-integratiefunctie c.q. de begeleidingscapaciteit van de Ergon zal aldus Berenschot versterkt moeten worden. Een heroriëntatie van de organisatie is nodig omdat die meer gericht wordt op begeleiding bij reguliere werkgevers, ontwikkeling, doorstroom, uitstroom en opvang van medewerkers die het even niet redden bij reguliere werkgevers. Er zijn ook risico’s bij deze keuze: als de beweging naar buiten onvoldoende slaagt, is er een grotere doelgroep die toch aangewezen raakt op andere, duurdere, vormen van werk. En als de instroom vanuit het

2

uitkeringsbestand achterwege blijft, is mogelijk alsnog afschaling van interne werksoorten nodig. Bij deze transitie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:  Regulier werk als norm. De inwoners worden zoveel mogelijk ondersteund richting regulier werk. Werk is het vangnet én de opstap naar zelfstandigheid  Ontwikkeling staat centraal – op de werkvloer en naar het hoogst haalbare. Leren en groeien gebeurt in het werk, dicht bij de praktijk. De begeleiding is gericht op het maximaal haalbare per persoon  Begeleide doorstroom: van binnen naar buiten. Na een ontwikkelfase binnen de werkleerbedrijven wordt bemiddeld actief naar passende functies bij reguliere werkgevers – met nazorg waar nodig  Slimme inzet van loonkostensubsidie. De LKS wordt doelgericht en tijdelijk ingezet (bijvoorbeeld via ontwikkelbanen) om instroom en doorstroom te versnellen  Partners in werk, Ergon als regisseur. Ergon bemiddelt en verbindt: we werken werkgevers als partners om duurzame plaatsingen mogelijk te maken  Duurzame arbeidsrelaties en bestaanszekerheid.

Er wordt gestuurd op stabiele, langdurige dienstverbanden die mensen zekerheid en perspectief bieden  Meer inwoners duurzaam aan het werk, via een continue/doorlopend proces van instroom tot en met duurzame uitstroom  Minder uitval en lager ziekteverzuim binnen Ergon, dankzij betere matching, preventieve begeleiding en tijdige interventies  Minder uitkeringsafhankelijkheid en meer economische zelfstandigheid voor inwoners  Hoger welzijn en meer werkgeluk door passend, betekenisvol werk  Lagere kosten in zorg en ondersteuning, door de bewezen waarde van werk voor gezondheid en participatie  Sterkere ondersteuning van werkgevers bij het invullen van hun arbeidsvraag met gemotiveerde, goed voorbereide medewerkers  Borging van bestaanszekerheid voor kwetsbare groepen door een vangnet én een opstap Strategisch Koers Ergon 2027 – 2032 De strategische koers wordt door Ergon als volgt verwoord: denken en werken vanuit ontwikkeling op interne werkleerplekken naar werkplezier en verdere groei bij een externe werkgever. Altijd met duurzaam werk als rode draad. Ergon wil ontwikkelen met oog voor mensen, middelen en resultaten, en wil werk maken tot het fundament van sociale en economische participatie. Want werk is meer dan inkomen. Het is een bron van eigenwaarde, groei, verbinding en (werk)plezier: werk is een springplank naar meedoen.

Samen met de partners in werk - gemeenten, werkgevers en onderwijsinstellingen – wil men bouwen aan partnerships waarin ontwikkeling en groei centraal staan. Een omgeving waarin inwoners via werkleerplekken en gerichte begeleiding toewerken naar een duurzame plek op de arbeidsmarkt. Ergon wil aansluiten bij ieders mogelijkheden én bij de behoeften van de werkgevers. Zo wordt samengewerkt aan een inclusieve arbeidsmarkt. Ergon is daarbij zowel springplank als vangnet. Ook wordt hun infrastructuur benut om mensen uit de bijstand te begeleiden naar werk en ontwikkeling. Tegelijkertijd blijft Ergon ondersteuning bieden aan wie (nog) niet volledig kan werken of deze ondersteuning structureel nodig heeft

3

Ergon wil dit alles zorgvuldig doen, met oog voor de mensen en met maatwerk, omdat geen situatie hetzelfde is. Deze koers is niet van vandaag op morgen gerealiseerd. Het is een beweging waar we continu aan gewerkt wordt. Bij Ergon staat ontwikkeling van mensen centraal, zowel voor werkzoekenden als voor medewerkers, met een (structurele) ondersteuningsvraag. Ergon wil een stevige basis bieden voor inwoners die met passende ondersteuning hun weg naar werk vinden en houden. Vanuit hun mensvisie ‘ik kan meer dan iedereen denkt’ ondersteunt Ergon inwoners om hun talenten en arbeidspotentieel optimaal te benutten. Ergon wil werkzoekenden en inwoners met een arbeidsbeperking helpen aan duurzaam passend werk. Dat doen zij in hun werkleerbedrijven (o.a. kwekerij, post, wasserij, groenvoorziening en facilitair/schoonmaak). Daar doen ze ervaring op en op één van de honderden werkplekken bij regionale werkgevers. Samen met gemeenten, maatschappelijke partners, het bedrijfsleven en onderwijs creëert Ergon een arbeidsmarkt waarin, zoals zij stellen, “het wél kan”. Reactie op de nota We hebben de volgende reacties op en vragen over de strategische koers voor de aanstaande periode:  Naar aanleiding van een zwartboek over Ergon is er een paar jaar gelden onafhankelijk onderzoek gedaan naar de aard en omvang van klachten van medewerkers.

Op basis hiervan heeft de directie een plan opgesteld om de klachten effectief aan te pakken. Is er resultaat bekend van deze aanpak en zijn er zo mogelijk aanbevelingen in de nieuwe koersnota verwerkt?  Ergon verricht zelf medewerkerstevredenheidsonderzoeken (zo hebben we begrepen uit de presentatie) en deze worden met de gemeente en de OR gedeeld. De CRSD is geïnteresseerd in de resultaten van dit soort onderzoeken. Kunnen wij hiervan jaarlijks kennisnemen? Zijn resultaten van dit soort onderzoeken zo mogelijk ook verwerkt in de koersnota?  De gemeente Eindhoven neemt weliswaar voor miljoenen euro’s diensten af van Ergon, maar heeft weinig mensen van Ergon direct zelf in dienst. Wij denken dat dat zou beter kunnen, te meer daar de gemeente voor werkgevers een voorbeeldfunctie heeft in het kader van sociale ondernemerschap. Bent u bereid meer inspanningen te doen wat betreft het afnemen van diensten dan wel het in dienst nemen van personeel?  Een van de risicofactoren is het rijksbeleid.

Mocht de rijksoverheid aanstaande periode bezuinigen, is de gemeente dan bereid om opnieuw bij te passen?  Een spanning die wij zien bij uitvoering van het toekomstig beleid, betreft enerzijds het individueel belang bij uitplaatsing van de meest productieve werknemers en anderzijds het bedrijfsbelang om juist deze mensen te behouden omdat de Ergon bij uitplaatsing van deze mensen beperkte productiemogelijkheden zal krijgen.  Een ander risico betreft de economische situatie. In de koers wordt uitgegaan van hoogconjunctuur, waarbij veel vraag is naar arbeid en de Ergon dus kan meeliften op gunstige omstandigheden. Maar wat als dit gaat tegenvallen, welke inhoudelijk scenario is dan aan de orde?  Een risico is ook een mogelijk gebrek aan daadwerkelijke inspanning van het bedrijfsleven om Ergondiensten af te nemen of Ergonmedewerkers in dienst te nemen. Ondanks mooie convenanten kan dat erg tegenvallen en wat kan de gemeente dan nog doen? Zijn er motiverende maatregelen om gewenst gedrag bij ondernemers te

4

stimuleren en wat kan daarbij als wortel en stok dienen, bijvoorbeeld bij het inkoop- en aanbestedingsbeleid? Financiële dekking voor de aanstaande jaren voor de gemeente Eindhoven is gerealiseerd, maar wij maken ons nog wel zorgen over het gemis van een structureel karakter daarvan. Het financieel bouwwerk blijft daarmee fragiel.

Advies Wij staan positief ten opzichte van de strategische keuzen die voor de periode 2027 – 2032 gemaakt worden. Deze keuzen werden deels ook reeds in 2022 gemaakt en door ons van positief advies voorzien. Vervolgens vinden wij dat de gemaakte keuzen degelijk (inhoudelijk en cijfermatig) onderbouwd zijn en zijn wij overtuigd dat de Ergon op deze wijze de goede richting ingaat. We hebben ook een aantal vragen gesteld waar wij graag antwoord op willen hebben. In de nota van Ergon wordt gesproken over een midterm review halverwege de periode. Wij vinden deze terugkoppeling (een keer in de periode van 6 jaar) voor ons te weinig en zouden graag jaarlijks een voortgangsbericht willen hebben. Wij zijn graag bereid om ons advies nader toe te lichten. De Cliëntenraad Sociaal Domein Eindhoven

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Leden van de Cliëntenraad staan vermeld op de website: www.crsdeindhoven.nl Onafhankelijk voorzitter is Ab Czech (06 2000 4451) en ambtelijk secretaris is Annemiek Schulten Cliëntenraad sociaal domein, Postbus 90.150, 5600 RB Eindhoven, secretariaat_crsd@eindhoven.nl,

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16455062/2