CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bidbook B5-steden

Raadsvergadering 19 december 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bod B5 Natuurnetwerk Brabant8.828 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Steden als schakels binnen Natuurnetwerk Brabant Bidbook Brabantse B5-steden

's-Hertogenbosch Logo in FC: Grijs: C=0 / M=17 / Y=34 / K=62

's-Hertogenbosch

Rood: C=0 / M=100 / Y=100 / K=0 Goud: C=0 / M=10 / Y=100 / K=10 Zwart: C=0 / M=0 / Y=0 / K=100

4 oktober 2016

Logo in FC:

Grijs: C=0 / M=17 / Y=34 / K=62 Rood: C=0 / M=100 / Y=100 / K=0 Goud: C=0 / M=10 / Y=100 / K=10 Zwart: C=0 / M=0 / Y=0 / K=100

INLEIDING “Waar stad en land zich vervlechten” Het is voorjaar 2027. Onder een fraai lentezonnetje werken de leden van de burger­ coöperatie ‘Groen Geluk’ zich in het zweet. De moestuin van de geza­ menlijke stadsboerderij moet op orde worden gebracht. Boer Smits is ook aanwezig. Hij heeft zich met zijn biologische varkenshouderij aan­ gesloten bij het bewonersinitiatief. Mede op zijn voorstel is een bijzon­ dere ruilkring ontstaan. Samen met andere boeren in de omgeving van de stad levert boer Smits vlees aan de burgercoöperatie. In ruil daarvoor krijgt hij groenten en fruit plus voer voor zijn vee terug. Even verderop, in het naastgelegen stadspark, genieten Peter en Cindy van de aangename temperaturen én geuren. Ze zijn net terug van een wandeltocht die hen, via het centrum

en het stadspark, naar het buiten­ gebied van hun stad voerde. Een prachtige ontdekkingstocht door de groene long van de stad. Langs be­ ken, door bossen en over grasland. Onderweg hebben zij zelfs in een poel een alpenwatersalamander ge­ spot. Ze ontdekten de knaag­sporen van een beverfamilie en zagen ­zwaluwen uitzwermen. In een van de knotwilgen aan de rand van het bos had zich een steenuil genesteld. Tien jaar geleden besloot Peter de Randstad achter zich te laten. Het werd hem er te druk. Peter zocht naar de voor hem ideale combina­ tie van rust en groen en vond die in Brabant. Spijt van zijn keuze om naar het uitnodigend groene Brabant te verhuizen heeft hij nooit gehad. Hij voelt zich fitter en gelukkiger dan ooit!

2

De wethouder staat aan de rand van het stadsnatuurpark. Zij ziet spelen­ de kinderen, wandelende gezinnen, genietende ouderen, werknemers van de nabijgelegen bedrijven die een gezonde lunchwandeling ­maken – en beseft dat de keuze van haar voorganger om tien jaar eerder, samen met de collega’s van de vier andere grote steden in Brabant, te investeren in natuurontwikkeling in en rond de stad een juiste is ge­ weest. De stad heeft zich daardoor kunnen (door)ontwikkelen. Het is een plek geworden waar mensen graag wonen, werken én vertoeven. Het is ook een broedplaats gewor­ den van nieuwe initiatieven. Van plaatselijke bewonersnetwerken die het groen in hun eigen wijk onder­ houden tot coöperaties die aan de rand van de stad een bijenkolonie houden. Van interessante start-ups die hun oorsprong vonden in de natuurlijke omgeving van de stad tot bestaande bedrijven die hun nieuwbouwpanden onderdeel van het landschap hebben gemaakt - en daardoor nog aantrekkelijker zijn ge­ worden voor potentiële werknemers. De stad bloeit. Letterlijk en figuurlijk. De biodiversiteit is in het voorbije decennium met 100% toegenomen. De tijd dat de stad de migratie van dier- en plantensoorten blokkeerde is voorbij; de migratie heeft juist een extra impuls gekregen. Dankzij de stad. “Onze stad”, zo mijmert de wethouder, “daar waar stad en land zich vervlechten.”

3

CONCEPT

1

HET BOD VAN DE ­BRABANTSE B5-STEDEN Waarom dit bod? De vijf grootste steden van de provincie Brabant (vanaf hier ‘wij’ of ‘de B5-steden’ genoemd) werken al jaren, samen met andere partijen, aan de ontwikkeling van natuur in en rond de stad. In het stedelijk gebied van Breda, Eindhoven, Helmond, ’s-Hertogen­ bosch en Tilburg is groen inmiddels een integraal onderdeel ­geworden van ruimtelijke ontwikkelingen als wonen, werken, recreatie, water­beheer en zorg voor het milieu. Daarnaast is er in de vijf steden groeiende aandacht voor biodiver­siteit, klimaatadaptatie en ­stadsecologie. Het resultaat van alle al geleverde inspanningen is dat natuur in en rond de grote steden een onlosmakelijk onderdeel is geworden van het Natuurnetwerk Brabant. Groene steden zijn schakels geworden binnen het regionale netwerk van groengebieden. Essentiële schakels ook. Voor veel planten- en diersoorten zijn de B5-steden de ‘poorten’ tussen natuurgebieden als Het Groene Woud, Loonse en Drunense Duinen, Strabrechtse Heide, Groote Heide, Markdal, Rijk van Dommel en Aa, Peelvenen en Baronie. De steden vormen geen

barrière meer voor natuurontwikkeling, maar leveren juist een waarde­ volle bijdrage aan het Brabantse natuurnetwerk. De steden en hun directe omgeving zijn door wat ze doen (en hebben gedaan) ‘hotspots van biodiversiteit’ geworden.

Belangrijke impuls Natuurontwikkeling is niet alleen een zaak van overheden. Ook burgers, bedrijven en belangenorganisaties zijn graag bereid daar aan bij te dragen, zo is onze ervaring. Door als grootste steden van Brabant de krachten te bundelen en te investe­ ren in nieuwe natuur, stimuleren wij omliggende gemeenten, partners, bewonersinitiatieven en het bedrijfs­ leven om mee te doen dan wel hetzelfde te doen. Op die manier ontstaat er beweging in Brabant. Wij gaan graag met onze partners in gesprek over hoe wij effectief met hen kunnen samenwerken. Uiteindelijk vormen de ambities van al die betrokken partijen de basis voor de Brabantse natuurprogramma’s, nu en in de toekomst. Wij zijn er van overtuigd dat ons gezamenlijke bod een belangrijke impuls kan zijn voor de versterking van het natuurnetwerk in Brabant, maar zeker ook voor de versnelling van de realisatie ervan.

6

Ons gezamenlijke bod 1.

2.

De Brabantse B5-steden bieden aan om • minimaal 500 hectare aan nieuwe natuur te ontwikkelen. Dat doen we waar mogelijk of nodig samen met manifestpartners, buurgemeenten en andere partijen; • minimaal 40 kilometer aan ecologische verbindingszones te ­realiseren.  De B5-steden dragen ook anderszins graag bij aan het versneld ­realiseren van het Natuurnetwerk Brabant. Wij zijn bereid om, in de rol van ­ambassadeur, een actief appèl te doen op andere partijen om ook een bod uit te brengen;

3.

 e B5-steden zijn er van overtuigd dat cocreatie het bod kan versterken. Wij D gaan daarom actief op zoek naar relevante partners. Onder cocreatie verstaan wij “samenwerking, waarbij alle deelnemers invloed hebben op het proces en het resultaat van dit proces.” Die deelnemers kunnen, naast de manifestpartners, ook lokale en regionale ondernemers, agrariërs, omliggende gemeenten, natuur- en maatschappelijke organisaties en burgerinitiatieven zijn. Cocreatie levert niet alleen betrokkenheid op, maar zorgt ook voor innovatieve ideeën, waardecreatie en cofinanciering;

4.

In de komende jaren wacht de B5-steden ook de uitwerking van diverse ­integrale en daardoor vaak complexe (gebieds-)ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen hebben raakvlakken met diverse provinciale opgaven zoals ­economie, klimaatadaptatie, (verbrede) landbouw, innovatie, energie, water en natuur. We noemen dit meekoppelkansen. Wij willen, als onderdeel van dit bod, in een vervolgproces overeenkomsten sluiten met de provincie over de gezamenlijke uitvoering én financiering van deze gebiedsontwik­kelingen, met meekoppelkansen voor nieuwe natuur en ecologische ­verbindingszones.

7

8

Herbegrenzing De B5-steden doen voorstellen voor de ontwikkeling van nieuwe natuur. Daarmee wordt het Natuurnetwerk Brabant versterkt. Om ons bod te kunnen waarmaken is meer flexibiliteit in de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant en de natuurdoel­ typen noodzakelijk én cruciaal. Het gaat er, vanuit het oogpunt van ecologie, niet om waar de hectares nu liggen, maar waar ze het meeste resultaat en effect opleveren. Dat kan betekenen dat huidige grenzen of natuurdoeltypen van het provinciale deel van de Natuurnetwerk Brabant niet altijd passend zijn en daarmee moeten worden aangepast. Wij vragen in dit verband om de medewerking van de provincie Noord-Brabant. Voor de B5-steden is het duidelijk dat gebieden die nu al zijn ingericht -of onderdeel uitmaken van aan­ vullende wet- en regelgeving zoals Natura 2000- beschermd blijven. Daar kunnen én willen wij niet aan tornen.

9

Financiën

Planning

Met de uitvoering van dit bod is een bedrag gemoeid van circa € 40 miljoen euro. De B5-steden vragen aan het Groen Ontwikkelfonds Brabant om de helft van dit bedrag, als cofinanciering, voor haar rekening te nemen. De B5-steden dragen zelf zorg voor het beheer van de nieuw aangelegde natuur. Er wordt voor het beheer dus geen beroep gedaan op provinciale subsidies.

De B5-steden streven er naar om de nieuwe natuur, uiteraard onder voorbehoud van onder meer ­tijdige grondverwerving en eventuele afspraken met grondeigenaren, in circa vijf jaar te realiseren.

2

WAT DOEN DE BRABANTSE B5-STEDEN NOG MEER? De B5-steden zetten zich al jaren in voor meer natuur in en rond de stad. Dat doen wij door natuur een prominente positie te geven in ruimtelijke ontwikkelingen (en vice versa), door ecologisch beheer van bermen en sloten, door met particulieren en/of boeren te werken aan een groenblauwe dooradering van het ­agrarisch gebied en nog veel meer. De steden ontwikkelen zich zo steeds meer tot groene schakels en stapstenen binnen -en daarmee tot een wezenlijk onderdeel van- het Natuurnetwerk Brabant.

De B5-steden ontwikkelen zelf ook natuurgebieden nabij de stad. In ’s-Hertogenbosch ontstaat op maar liefst 250 hectare, aansluitend aan het Natuurnetwerk Brabant, een natuurpark in de Diezemonding. In Tiburg is het stadsbos 013 in ontwikkeling. De gemeente Breda beheert met natuurgebieden als Galderse Heide en Landgoed Wolfslaar circa 300 hectare in het Natuurnetwerk. Helmond heeft met onder meer Stiphoutse bossen, Groot Goor en Bundertjes ruim 600 hectare natuurnetwerk in beheer. Gemeente Eindhoven werkt binnen de Groote Heide zelfs aan grensoverschrijdende natuurontwikkeling. In alle projecten wordt ­(bestaande) natuur kwalitatief verbeterd en worden nieuwe natuurelementen toegevoegd. Wij nemen dus de verantwoordelijkheid om delen van het Natuurnetwerk Brabant zelf te ontwikkelen en te beheren. Daar voegen we bovendien met dit bod nieuwe natuur aan toe.

In de B5-steden liggen fraaie voorbeelden van geslaagde combinaties van stedelijke ontwikkelingen en natuur. Denk aan Brandevoort en de Goorloop in Helmond, Landgoed Haverleij in ’s-Hertogenbosch en de om deze reden zelfs in de Neder­ landse Canon van de ruimtelijke ontwikkeling opgenomen wijk ­Haagse Beemden in Breda. Opgaven voor wonen en werken laten zich goed combineren met natuur, met wateren milieuopgaven en met recreatief medegebruik. Tegenwoordig is groenaanleg en -beheer een vast onderdeel van integrale planvorming en exploitatie. Voor libellen, vlinders, vogels, amfibieën en sommige zoogdieren vormt het schone, het waterrijke en het natuurrijke groen in een stedelijke omgeving een uitstekend leefgebied. Wij gaan nog meer de aandacht vestigen op het combineren van natuur met stedelijke ontwikkelingen. De B5-steden zien ook kansen om braakliggende gronden in te zetten voor tijdelijke natuur. Dat dat een succesvol concept kan zijn bewijzen de broedende kluten, zwartkopmeeuwen en bergeenden op een braakliggend bedrijventerrein in Breda. In Helmond zijn de ‘wachtlanden’ in Suytkade een goed voorbeeld van tijdelijke natuur. Wij gaan het concept van de tijde­ lijke natuur op eigen gronden verder uitrollen. Daarnaast stimuleren en faciliteren wij ook andere grond­ eigenaren om dat te doen. In de B5-steden neemt de aandacht voor biodiversiteit toe.

Binnen de grenzen van de steden wordt gewerkt aan stadsecologie, buurt10

natuur of natuur bij huis. Ecologisch beheer van het openbaar groen in de stad leidt tot natuurrijke bermen en oevers voor bijvoorbeeld vlinders, libellen en sprinkhanen. Gemeente Eindhoven is samen met Proeftuin040 en ProRail bezig om de bermen langs het spoor aantrekkelijker te maken voor de circa tachtig wilde bijensoorten. In de gemeente Helmond wordt een-derde van de gazons in de stad extensief beheerd. Bij ­nieuwe gebouwen of herontwikkeling worden checklijsten gehanteerd voor natuurvriendelijke maatregelen aan g ­ ebouwen. Breda beheert van haar 1100 hectare openbare ruimte 800 hectare als natuur tot aan de randen van het centrum. Daarvoor heeft Breda een eigen ‘eco-ploeg’ in dienst. Tilburg heeft, als enige gemeente in Nederland, een gebiedsontheffing voor soorten die gebouwen bewonen. Bedrijven profileren zich graag met ­nestkasten voor slechtvalken, zwaluwen en vleermuizen. Wij gaan ons nog nadrukkelijker inzetten voor faunavriendelijke maatregelen, toepassen van ­groene daken en ecologisch beheer bij ­bedrijven en particulieren. In en rond de B5-steden liggen agrarische gebieden. Boeren in de omgeving zijn op zoek naar aanvullende inkomstenbronnen. Sommige agrariërs kiezen voor verbreding van hun boerenbedrijf door bijvoorbeeld de verkoop van ­streekproducten, bed & breakfast, kamperen bij de boer en het realiseren van kinder­ opvang.

In ’­s-Hertogenbosch verkopen de Hertogboeren ­streekproducten aan huis en staan 11

zij wekelijks op de markt in de stad. Een bezoek aan een boerderij is daarbij ook onderdeel van recre­ atieve vaar- en fiets­arrangementen. De stichting De Groene Vesting heeft samen met regionale brouwe­ rijen een zestal ‘liniebieren’ in omloop gebracht. De bieren dragen de namen van veldheren onder het bewind van Fredrik Hendrik in 1629.

Voor bedrijven bij de stad is een ­natuurvriendelijke uitstraling een pre. Denk daarbij aan onder meer erfbeplanting, het treffen van fauna­ gerichte maatregelen en groen­ blauwe diensten. Een goed voorbeeld is natuurboerderij Heining & Hoef in Breda die de natte natuurparel Lage Vuchtpolder beheert. Wij stimuleren en faciliteren, waar nodig, de ontwikkeling van natuurinclusieve landbouw. In voorkomende gevallen passen de gemeenten ook zelf extensief beheer toe op de agrarische gronden die in hun bezit zijn. Binnen de stad is stadslandbouw groeiende. Wij gaan in de komende jaren nog meer aandacht besteden aan stadslandbouw en het bevorderen van natuurinclusieve vormen van landbouw. De B5-steden gaan zich nadrukkelijker richten op klimaatadaptatie. De groter wordende wateropgaven bieden een kans voor vergroening en natuurontwikkeling. Niet alleen waar piekbuien voor problemen zorgen, maar ook waar verdroging om een oplossing vraagt. Zo is de gemeente Eindhoven bezig met een klimaatadaptatieplan, waarvoor het concept van de tuinstad (garden city reinvented) de basis vormt. In M ­ ozaïek Brabant zijn vele voorbeelden van het gebruik van watermachines.

Een bijzondere watermachine is Waterakkers in ­Breda waar regenwater uit de omringende woonwijken op biologische wijze wordt gezuiverd om voldoende schoon water te kunnen leveren aan de nabijgelegen natte natuurparel Lage Vuchtpolders. Wij gaan bezien op welke wijze watermachines op de grondgebieden van de vijf steden zijn toe te passen. Door in het stedelijk gebied in te zetten op ontharden (een voorbeeld

is de Operatie Steenbreek) wordt niet alleen meer ruimte gecreëerd voor infiltratie van regenwater en de vergroting van het groenareaal, maar nemen ook de beheerkosten af. Daarnaast wordt de buitenruimte van gemeentelijke en particuliere gebouwen vergroend. Niet alleen op ‘maaiveldniveau’, maar ook door de toepassing van dak- en gevelgroen. Ook de maatregelen die worden genomen om hittestress te verminderen, zorgen voor meer groen in de stad. Door ook hier natuurdoelen na te streven dragen wij bij aan het versterken van het Natuurnetwerk Brabant. De B5-steden kunnen het niet alleen. Participatie van bedrijven, zorginstellingen, particulieren, onderwijsorganisaties, vrijwilligersgroepen, et cetera is cruciaal voor het vergroten van hun betrokkenheid en het realiseren van meer draagvlak voor natuurontwikkeling. Wij besteden daar extra aandacht aan. Trefpunt Groen Eindhoven (TGE) is een goed voorbeeld van een organisatie, waarin groepen en individuen samenwerken. Het Trefpunt adviseert de gemeente Eindhoven over natuur, milieu en cultuurhistorie in en om de stad. In ’s-Hertogenbosch wordt rondom de stadsboerderij Eyghentijds en in het bijzonder binnen het Zorglandschap Hooge Heijde samengewerkt tussen particulieren, instellingen en vrijwilligers.

Daarnaast werken wij aan het opzetten van en samenwerken met netwerken van eigenaren en vrijwilligers, die de ontwikkeling en het beheer van nieuwe natuur en aandachtsoorten in de stad volgen. Op initiatief van de IVN Vogelwerkgroep is de huiszwaluw benoemd tot ­ambassadeursoort in Helmond.

12

De B5-steden besteden al veel aandacht aan communicatie over natuurontwikkelingen, natuurbeleving en natuureducatie. Voor recreatie is het ontwikkelen van een aantrekkelijk netwerk belangrijk. Wij gaan in de komende jaren extra aandacht besteden aan het maken en onderhouden van groene routes van stad naar land. Wij stimuleren bovendien natuur­ educatie bij en door scholen, particulieren en maatschappelijke organisaties. De B5-steden gaan hun kennis en ervaring over onder meer beheer, stadsecologie, verdienmodellen, participatie en educatie met elkaar én hun partners delen. Wij spannen ons gezamenlijk in om Europese subsidies voor natuur, biodiversiteit, participatie, communicatie en educatie binnen te halen.

13

3 De natuurambities van de B5-steden leiden tot meerwaarde op tal van (beleids)terreinen. Ze sluiten ook naadloos aan op de belangrijkste provinciale opgaves voor de komende tijd, zoals economie, agrofood, milieu en water, vrijetijdseconomie, erfgoed, mobiliteit, energie en sociale veerkracht.

DE MEERWAARDE VAN DE NATUURAMBITIES VAN DE B5-STEDEN Natuur draagt concreet bij aan onder meer: …een gezonde leefomgeving Uit recente studies blijkt dat investeren in natuur letterlijk en figuurlijk gezond is. Het leidt tot minder ziekteverzuim en lagere zorgkosten. Recreëren in de natuur is goed om bijvoorbeeld obesitas en de kans op hart- en vaatziekten te v­ erminderen. Mensen herstellen ook sneller in een groene omgeving. Alleen al het kijken naar groen vermindert het aantal ligdagen in het ziekenhuis aanzienlijk. De economische baten van natuur op gezondheid zijn groot. Denk in dat verband ook aan natuur als de plek voor recreatie en spirituele beleving. Daarnaast zijn bossen, parken en andere groene gebieden ook de omgevingen waar mensen elkaar ontmoeten. Natuur is daarmee ook van sociaal-maatschappelijke waarde; natuur zorgt voor sociale veerkracht. Goed bereikbare en toegankelijke natuur voor jong en oud is een gezamenlijke ‘zorgtaak’. …economische vooruitgang Een groene stad zorgt ook voor een aantrekkelijker vestigingsklimaat voor bedrijven en kennisinstituten. Bovendien is veel technische en medische kennis ontleend aan de natuur (biomimicry). Werken in een aantrekkelijke, ­groene omgeving draagt er aan bij dat werknemers zich gelukkiger voelen, met meer plezier hun werk doen, creatiever worden en uiteindelijk minder snel afhaken.

Wij kunnen ons als groene metropool steeds meer (inter-)nationaal onderscheiden van andere, sterk verstedelijkte regio’s. 14

…versterking van de toeristisch-recreatieve sector Brabant wint aan belang als ‘de tuin op het zuiden’ van de Randstad. Steeds meer toeristen en ­recreanten weten Brabant te waarderen. Dat komt enerzijds door de ruime aanwezigheid van aantrekkelijke en toegankelijke natuur in de omgeving, maar het toenemende bezoek aan de Brabantse steden kan ook niet los worden gezien van de aantrekkelijke groene stad zelf. ‘Vermarketing’ van de stad doe je ook met ‘groen in en nabij de stad’. Het groen nodigt ondernemers in leisure en horeca uit om te investeren. Het biedt kansen voor meerdaags verblijf en aantrekkelijke arrangementen. ...het verbeteren van de waterhuishouding in en rond de steden De aanwezigheid van veel groen laat zich goed combineren met wateropgaven. Het bergen van afgekoppeld regenwater en het snel kunnen verwerken van grote hoeveelheden hemelwater wordt vanwege de klimaatverandering steeds belangrijker. Het slim vasthouden van water kan weer zorgen voor watervoorraden in drogere tijden. De combinatie met natuur ligt voor de hand. Hergebruik van afvalwater en het verwerken van regenwater of grondwater vraagt om passende stedenbouwkundige én natuur­ inclusieve ‘waterontwerpen’.

15

BIJLAGEN De ambities per stad

Breda - Eindhoven - Helmond - ’s-Hertogenbosch - Tilburg

Maasuiterwaarde Biesbosch

‘s-Hertogen

Langstraat De Donken en Lage Vuchtpolder

Breda

GementBossche B

Loonse en Drunense Duinen

Dorst-Molenheide

Baronie van Breda

Tilburg

Kempische Landgoederen

19

en

nbosch

Maashorst

Broek

Het Groene Woud

Stippelberg Rijk van Dommel en Aa Helmond

Eindhoven

Strabrechtse Heide

De Peel

Groote Heide Legenda Versterken Natuurnetwerk Verbinden Natuurnetwerk EVZ’s ontwikkelen

Natuurnetwerk Breda

De Donken

Meekoppelkansen 1. Zoete Delta

Lage V

Bre

2. Gasthuisvelden

Mastbos

Breda

144 hectare nieuwe natuur 12,6 km ecologische verbindingszone

21

Natuurnetwerk

Vuchtpolder

eda

Vierde Bergboezem 1.

Landgoederenzone Haagse Beemden2. EVZ Benedenmark 3.

Dorst en Molenheide

Lage Vuchtpolder 4.

Landschappelijke Driehoek 5. Dal van Aa of Weerijs 6. EVZ Bavelse Leij 7. EVZ Boomkikker 8.

s

EVZ Hazeldonk 9.

BREDA Profielschets Breda is gelegen op de overgang van zand naar klei en ontstaan op een stroomrug waar de Aa of Weerijs en Mark elkaar ontmoeten. Hierdoor kent Breda een grote diversiteit aan landschappen. Internationaal zeldzame ecosystemen als veenweide, laaglandbeken en heide maken hier deel van uit. Hierbinnen is een grove tweedeling te maken: • In het noorden van Breda zijn veenweidegebieden gelegen, zoals de Lage Vuchtpolder. Vanwege de optredende diepe kwel kennen ze hoge botanische waarden. Daarnaast komen hier nog de grutto, de kievit en de tureluur voor; weidevogels waarvan de populaties sterk achteruitgaan. Vanwege hun ligging in de Zuiderwaterlinie hebben de natuurgebieden ook een hoge cultuurhistorisch waarde.

• Ook de natuurgebieden rondom het zuidelijke deel van de stad zijn cultuurhistorisch interessant. Zo is het door de Nassaus aangeplante Mastbos het oudste productiebos van het land en het Liesbos, voormalig jachtgebied van de ­Nassaus, is het oudste Nederlandse zomer­ eikenbos van enige omvang. Daarnaast liggen in en langs de beekdalen veel landgoederen, heidevelden en vochtige bossen met bijzondere kwaliteiten zoals het Natura 2000-gebied Ulvenhoutse bos. Bijzondere soorten die in het zuidelijke deel van Breda voorkomen zijn onder meer witte rapunzel, klokjesgentiaan, moeraskartelblad, bosbeekjuffer, tengere grasjuffer, boomkikker, heikikker, kamsalamander, levendbarende hagedis en ooievaar. Al deze soorten komen onder meer voor in door de gemeente beheerde natuurgebieden.

22

Deze natuurgebieden maken deel uit van de ecologisch beheerde gemeentelijke groenstructuur. Deze fijnmazige structuur loopt door tot aan het hart van de stad en gaat vaak samen met recreatieve ­structuren. In het stedelijk gebied zijn de belangrijkste dragers de spoorbermen en de beekdalen. Deze beekdalen lopen vaak ver door, de Baronie in. In de singelring rond het Bredase centrum komen de stroomgebieden van Mark en Aa of Weerijs samen. Grofweg is dit het gebied tussen Rucphen en Baarle-Nassau. Naar het zuiden strekt het gebied zich uit tot in Vlaanderen waar langs de Mark een aantal Natura2000-gebieden is gelegen. Vanwege de grote

23

ecologische betekenis voor de stad en het achterliggende stroomgebied wordt dan ook veel waarde gehecht aan de ecologische inrichting en beheer van deze structuren binnen Breda. Hierbij wordt aangesloten bij de lange traditie van landschapsgerichte stedenbouw in Breda. Bij grootschalige stedelijke uitbrei­ dingen werd sinds de jaren tachtig het model van een lobbenstad gehanteerd. Dit model voorziet in groene lobben waarin stad en landschap elkaar ontmoeten. Haagse Beemden, met zijn landgoederen­ zone, was een van de eerste wijken in Nederland die volgens dit principe is aangelegd. Het heeft er in geresulteerd dat Haagse Beemden is

opgenomen in de Canon van Ruimtelijke Ontwikkeling in Nederland. Andere schoolvoorbeelden zijn het dal van de Aa of Weerijs (Zaartbos, Zaartpark), de Bavelse Leij in Nieuw Wolfslaar en het recent voltooide Waterakkers. In de laatste structuurvisie van de gemeente Breda is om duurzaamheidsredenen gekozen voor het compacte stadmodel. Deze keuze betekent een grote uitdaging voor de groenambities van de stad. Om tegemoet te komen aan de behoefte aan recreatieve ontmoetingsruimte, klimaatadaptatie en behoud van biodiversiteit zijn nieuwe bouwstenen ontwikkeld. De specifieke kwaliteiten van Breda worden benut om te komen tot een stad waarin het voor mens, plant en dier goed toeven is. Ook wordt met deze bouwstenen ingespeeld op de veranderde, meer integrale groenopgave die onder meer klimaatadaptatie met zich meebrengt. Deze bouwstenen bestaan uit: • een ring rond het centrum waar de groene singelring de hierlangs gelegen groen ingerichte of in te richten terreinen met elkaar verbindt. Naast biodiversiteit zijn ontspanning en klimaatadaptatie de belangrijkste doelstellingen; • een tweede robuuste groene ring rond de stad, bestaande uit natuurgebieden en het daartussen gelegen agrarisch cultuurlandschap, wat onder meer door agrarisch landschapsbeheer ­aantrekkelijker worden gemaakt.

Op langere termijn moet dit resul­teren in een aaneengesloten groene ruit rondom Breda waarin recreatie en ­biodiversiteit de belangrijkste doelstellingen zijn. • ecologische verbindingen en aantrekkelijke recreatieve routes langs

de beken die de ringen onderling met elkaar verbinden; • bovenop de invulling van deze ringenstructuur is het uiteraard van groot belang om de bestaande groene lobben in de stedelijke omgeving groen te houden. Op deze wijze ontstaat een fijnmazig netwerk aan ecologische verbindingen en is natuur voor Bredanaars op korte afstand te vinden. Hierbij zijn ook in de stad bijzondere ontmoetingen mogelijk met soorten als knolsteenbreek, oranjetipje, weidebeekjuffer, steenuil, geoorde fuut, grootoorvleermuis en baardvleermuis.

De ambitie van Breda Dal van de Aa of Weerijs In het ten westen van Breda gelegen dal van de Aa of Weerijs ziet Breda ­kansen om: 1. Een ecologische verbinding te maken tussen de bosgebieden Liesbos, Krabbebossen, Vloeiweiden en Mastbos. Om deze verbinding te realiseren gebruikt de gemeente het instrument van agrarisch landschapsbeheer (STIKA). Aanvullend wil ze een aantal reservaatgebieden aanleggen. Deze zijn de stapsteen voor bos(rand)soorten als boommarter en hazelworm en fungeren als een refugium waar de meer kritische soorten van het agrarisch cultuurlandschap zich blijvend kunnen vestigen. Van hieruit kunnen deze dan het omliggende agrarische gebied koloniseren; 2. De natuurwaarden van hier liggende laaglandbeken versterken door de aanleg van natuurgebieden met beekbegeleidende beplanting en poelen voor onder meer de kamsalamander.

24

EVZ Boomkikker Ten oosten van Breda zijn de beekdalen van de Molenleij en ­Gilzewouwerbeek gelegen. Deze maken onderdeel van de hier aan te leggen EVZ boomkikker. De eerste delen zijn reeds aangelegd door de gemeente en een projectontwikkelaar, als onderdeel van watercompensatie. Breda heeft de ambitie om binnen dit bod 144 hectare aan ecologische hoofdstructuur en 12,6 kilometer aan ecologische verbindingszone te realiseren.

Meekoppelkansen Zoete Delta Het circa 25 hectare grote gebied Zoete Delta kent een strategische ligging, op loopafstand van station en stadscentrum. De EVZ, waar dit gebied onderdeel van is, vormt een ecologische flessenhals voor het achterliggende 750 km2 grote stroomgebied van Aa of Weerijs en de Bovenmark. Naast de ecolo­gische opgave ligt in dit gebied een waterbergingsopgave en wordt nagedacht over een invulling met watergebonden recreatie en de daarbij passende bedrijvigheid. Door de hoge grondprijzen en de ligging in een binnenstede­lijke bedrijvenzone met relatief veel leegstand ligt een integrale aanpak om tot de gewenste duurzame inrichting te komen voor de hand.

25

Hiermee kan op een adaptieve wijze worden ingespeeld op de bedreigingen en kansen die klimaatverandering met zich meebrengt. Deze inzet is een belangrijke onderdeel van de thans in uitvoering zijnde gemeenschappelijke verkenning van de ontwikkel­mogelijkheden op basis van een overeenkomst met eigenaar Corbion. Gezien de doelstellingen uit de Structuurvisie Breda 2030 voor dit gebied en de retentieopgave en -mogelijkheden in en voor dit gebied kan met een dergelijke aanpak de ambitie om hier 5 tot 10 hectare van het Natuurnetwerk (groen én water) te realiseren worden waargemaakt. Gasthuisvelden Het gebied Gasthuisvelden is gelegen op de plaats waar de stroomgebieden van Mark en Aa of Weerijs de Singelring raken. Het oude kazerneterrein, dat in 2018 door Defensie wordt afgestoten, maakt onderdeel uit van de EVZ langs de Singelring. Naast ecologie is recreatie een van de beoogde functies op het terrein. Hierbij wordt onder meer gedacht aan het faciliteren van binnen­stedelijke evenementen en waterrecreatie op het opnieuw

in de stad te brengen water van de Nieuwe Mark. Ook ligt het gebied aan het begin van de groene lob en recreatieve verbinding langs de Aa of Weerijs richting buitengebied. Als beschermd stadsgezicht en dankzij de aanwezigheid van het oude kazernecomplex is het gebied ook cultuurhistorisch waardevol. Een integrale aanpak gericht op water, cultuur(historie) en ecologie met bijbehorende economische dragers ligt hier voor de hand. Bovendien biedt dit kansen om op een duurzame, aantrekkelijke manier op te gaan met de kansen voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Door de ligging nabij sterk versteende wijken in het centrum heeft het gebied namelijk ook een belangrijke functie als koelteplaats waarmee invulling wordt gegeven aan klimaatadaptatie. Daarbij biedt het kansen om het stilstaande water in het reeds aangelegde deel van de Nieuwe Mark te laten stromen, wat voor extra verkoeling in het centrum zorgt. In een nauw samenwerkingsverband van eigenaren en gemeente is een verkenning uitgevoerd en recent gepresenteerd aan het gemeentebestuur.

26

27

Natuurnetwerk Eindhoven

Het Groene Wo

Meekoppelkansen 1. Brainport Park

2. Centrum

Eindhoven

Groo Eindhoven

130 hectare nieuwe natuur 20 kilometer ecologische verbindingszone

29

Natuurnetwerk

oud

Aanschot 1.

Rijk van Dommel en Aa

Boktse beemden 3.

Vaartbroek 4.

Karpen 5. Loovelden 6. Karpen - Wasven 5a. Urkhovense zegge 7.

n

ote Heide

Bokt 2.

Gijzenrooij 8. Genneper parken 9.

Dommeldal de Hogt 10.

Strabrechse Heide EVZ’s ontwikkelen

EINDHOVEN Profielschets Zandruggen en beekdalen Eindhoven is kort na 1200 gesticht op de kruising van handelswegen (Den Bosch - Luik en Vlaamse kust richting Rijnland) en op het punt waar de beken Dommel en Gender bij elkaar komen. Tot het begin van de 20e eeuw was het een kleine stad. De komst van Philips leidde tot industrialisatie en een grote behoefte aan woningen voor de arbeiders. De dorpen Woensel, Tongelre, Stratum, Gestel en Blaarthem, Strijp en Eindhoven werden samengevoegd om te kunnen voorzien in de vraag naar woonruimte. De dorpen werden met elkaar verbonden via radialen. De bebouwde omgeving is van nature gescheiden door groen- en waterstructuren. Deze structuren zijn geënt op de landschappelijke ondergrond van Eindhoven e.o., bestaande uit zandruggen en de beekdalen van de Dommel, Tongelreep, Gender en enkele zijbeken. Het tuinstadmodel van Ebenezer Howard is in de nieuwe stedelijke structuur goed terug te zien. De aandacht voor de landschappelijke onderlegger maakt dat Eindhoven ook anno 2016 een aantrekkelijke woon- en leefomgeving heeft, waarbij de focus ligt op gezondheid, economische ontwikkeling en groen-blauwe structuren (natuur).

Groene structuur Een groene omgeving is in Eindhoven nooit ver weg. Groene wiggen die tot diep in de stad doordringen staan in directe verbinding met de grotere groennetwerken in de omgeving, zoals het Rijk van Dommel en Aa, het Groene Woud en de Groote Heide (waar zelfs landgrens­ overschrijdend wordt samengewerkt). De drie grootste wiggen worden ontwikkeld tot landschapsparken: recreatieve uitloopgebieden van de stad, waarvan het karakter wordt bepaald door het aanwezige landschap. Vanuit de landschapsparken is er een fijnmazige door­ adering tot in het centrum. Natuur is in Eindhoven daarom niet alleen in het buitengebied te vinden, maar ook in de stad. De Karpen (noordoostzijde) is een cultuurhistorisch landschap met bijzondere natuurwaarden in het noordoosten van de stad. Dankzij de Dommel, de Kleine Dommel, interessante infiltratie- en kwelgebieden (Urkhovense Zeggen) en de Karpendonkse Plas vormt water in dit gebied de rode draad. Waar de Dommel en de kleine Dommel ­samenkomen zijn onder andere grote keverorchis, bosanemoon, waterviolier en gele dovenetel te vinden. Ook kent het gebied ­diverse beekgeleidende bossen en natte schraallanden. De Dommel vormt niet alleen een ecologische ver­ bindingszone dwars door de stad, maar kent vaak een parallelle recreatieve verbinding tussen het centrum, de Karpen en het Rijk van Dommel en Aa.

30

In het zuiden van Eindhoven ligt het recreatiegebied Genneper Parken. De beekdalen van Dommel en ­Tongelreep komen hier samen. Via de Dommel, dwars door het centrum, staat deze wig in verbinding met de wig aan de noordoostzijde van de stad. Genneper Parken bestaat uit een kleinschalig, open, agrarisch landschap met aan weerszijden bosachtige gebieden (van beekdalen en voormalige heide), die de stad vanuit de open kern aan het zicht onttrekken en tevens diverse recreatieve voorzieningen verbergen. Een fietsroute langs de Dommel verbindt dit gebied met regionaal waardevolle gebieden als Groote Heide. De wig in het noordwesten van Eindhoven herbergt Brainport Park. Typerend voor deze wig zijn ontginningsbos en kleinschalig, agrarisch, Kempisch landschap. Dit mooie landschap wordt gekleurd met bezienswaardigheden uit de ­Philips-geschiedenis en de Tweede Wereldoorlog. De Groene Corridor, een recreatieve ader die het centrum van Eindhoven verbindt met het hart van Oirschot, vormt de ruimtelijke as van het gebied. Deze verbinding vormt tevens de toegang tot Het Groene Woud. Beide gemeenten werken samen Brabants Landschap aan de realisatie van deze stad-landverbinding. De provincie ondersteunt de Groene Corridor in het kader van Landschappen van Allure. De Ekkersrijt en de zone langs het Beatrixkanaal vormen de ruggengraat van de natuur in Brainport Park. 31

De ambitie van Eindhoven Natuur in de stad floreert bij een soortenrijke natuur aan de rand van de stad. Andersom profiteren natuurgebieden van een hoge biodiversiteit in de stad. Dit vraagt om goed functionerende natuurgebieden aan de stadsrand én een netwerk in de stad om natuur te verbinden. Hierin kan het Natuurnetwerk Brabant voorzien. De gemeente Eindhoven heeft de ambitie om 130 hectare ecologische hoofdstructuur en 20 kilometer ecologische verbindingszone te realiseren. Dat wordt in Eindhoven ingevuld door onder meer het: • ontwikkelen en verbeteren van kwaliteit van natuurgebieden aan de stadsrand (bijvoorbeeld Gijzenrooij, Dommeldal aan de oostzijde bestaande uit onder andere Bokt, Vaartbroek, Loovelden etc.) • versterken van de groene lobben die vanaf de stadsrand naar binnen reiken (bijvoorbeeld De Karpen, Genneper Parken, Aanschot); • kwaliteitsverbetering van groene lijnvormige structuren door de stad als ecologische verbindingszones (bijvoorbeeld Eindhovens Kanaal, hoogspanningstracé, de spoorlijnen). Dommeldal Het Dommeldal door en langs Eindhoven geldt als zeer bijzonder. Soorten als vlozegge, paardenhaarzegge en goudveil komen alleen hier nog voor en zijn in de rest van Brabant verdwenen. Het vloweitje in de Urkhovense zeggen is een

van de best ontwikkelde blauwgras­ landen van Brabant. Behoud van hoge natuurkwaliteit vergt een goed functionerend natuurnetwerk. Deze mag door de ligging aan de rand van de stad robuuster begrensd worden dan nu het geval is. In een robuust netwerk kan de waterhuishouding beter afgestemd worden op de natuurwaarden en wordt een gebied minder kwetsbaar voor recreatie. Beiden (natuur en recreatie) kunnen dan prima gecombineerd worden zonder gebieden af te sluiten of de toegankelijkheid te beperken. Zo komt in de relatief kleine Urkhovense zegge het schuwe porseleinhoen voor, ondanks dat het gebied vrij toegankelijk is. Samen met de gemeente Nuenen, Son en Breugel, Brabants Landschap en Waterschap de Dommel wordt aanvullend gekeken naar mogelijkheden om het gebied rondom de Dommelzone tussen Eindhoven en Nuenen (‘Dommeldal uit de verf’) op te pakken. Tracé hoogspanningsmast als verbindingszone In het noorden van Eindhoven loopt dwars door het stedelijk gebied een hoogspanningstracé. Dit tracé verbindt grootschalige natuurnetwerkgebieden in het oosten en westen van Eindhoven en omgeving. Dit tracé kan gaan functioneren als leefgebied voor onder meer vlinders, sprinkhanen en vogels door onder andere soorten en locaties van beplantingen beter af te stemmen op de natuurfunctie.

32

Meekoppelkansen De komende jaren wordt uitwerking gegeven aan de volgende (gebieds-) ontwikkelingen: • Brainport Park • Centrum • Klimaatadaptatie Deze ontwikkelingen hebben raakvlakken met diverse provinciale opgaven zoals economie, energie, water én natuur.

33

Klimaatopgave De opgave voor de stad Eindhoven ligt de komende tien jaar vooral op het gebied van klimaatadap­tatie. Maatregelen zijn onder andere gericht op waterberging in het groen, ontharden en vergroenen van het stedelijk gebied. Door slim te combi­ neren met netwerken vanuit onder andere water, infrastructuur, recreatie en licht worden kansen om de (stedelijke) natuur te versterken en uit te breiden gelijktijdig benut. Het gaat niet alleen om fysieke realisatie, maar ook om kansen zoals het verzamelen van data over de natuur. De ontwikkeling van natuur in het stedelijk gebied vraagt een brede inzet. Dit doen we als gemeente Eindhoven niet alleen, maar in cocreatie met partners uit de stad. Het vergt nieuwe vormen van samenwerken en het combineren van doelen en middelen van diverse programma’s en partijen. Reeds aangevraagd bij Groen Ontwikkelfonds Brabant Voor de ontwikkeling van het ­Natuurnetwerk in het gebied Dommeldal de Hogt, in samenwerking met onder andere de ­gemeenten Waalre en Veldhoven, al een aanvraag ingediend bij het Groen Ontwikkelfonds Brabant. Hiervoor is een beschikking ontvangen. Deze hectaren zijn niet meegenomen in het voorliggende bod van de B5-steden. Het gebied is op de kaart weergegeven om inzichtelijk te maken waar de Eindhovense ambities op het gebied van versterken van het Natuurnetwerk Brabant liggen.

34

35

Natuurnetwerk Helmond

Meekoppelkansen 1. Waterpoort

Rijk van Dommel en Aa

He

2. Aa en Zuid-Willemsvaart

3. Automotive Campus

Helmond

45 hectare nieuwe natuur (op basis van oude mail)

37

Strabrechse Heide

Stippelberg Natuurnetwerk

Bundertjes 1.

elmond Groot Goor2.

Varenschut 3.

De Peel

HELMOND Profielschets Helmond ligt in het Oost-Brabantse dekzandlandschap, aan de westkant van de Peel. Het stedelijk gebied van Helmond ligt in het dal van Aa, Goorloop en Bakelse Aa, en op de Logo in FC: Grijs: C=0 /hogere M=17 / Y=34 dekzandgronden. / K=62 De dekRood: C=0 / M=100 / Y=100 / K=0 Goud: C=0 zandgronden / M=10 / Y=100 / K=10 omsluiten oorspronkeZwart: C=0 lijk / M=0moerassige / Y=0 / K=100 gebieden, die door het graven van waterlopen zoals de Goor’loop’ verbonden en ontwaterd werden. De Zuid-Willemsvaart volgt het ­Aa-dal. Het kanaal en de spoorlijn Venlo-Eindhoven hebben Helmond ontsloten voor industriële ontwikkeling. De afgelopen decennia zijn oude bedrijfsterreinen uit het centrum van de stad verdwenen. ­Terreinen zijn getransformeerd naar andere stedelijke functies, deels ‘tijdelijk groen’. Nieuwe bedrijfs­ terreinen en woonwijken zijn als uitbreidingslocaties ontwikkeld. De Zuid-Willemsvaart is omgelegd buiten het centrum van Helmond. Het oude kanaal blijft de drager van de ontwikkeling van het centrum. Het buitengebied van Helmond is klein in verhouding tot het bebouwd gebied (ca. 1:1), en vormt één geheel met het buitengebied van aangrenzende gemeenten. Op de hogere dekzandgronden liggen bossen met relicten van de vroegere heidevelden. Enkele bos- en natuurgebieden liggen in de beekdalen. Warande, Coovels Bos en Groot Goor zijn oude parkbossen.

Ruim een-derde van het Helmonds buitengebied maakt deel uit van het Natuurnetwerk Brabant. Het agrarisch gebied wordt intensief gebruikt, al is de intensieve veehouderij verdwenen als gevolg van de stedelijke ontwikkeling.

De ambitie van Helmond Groen- en natuurgebieden zijn verweven met het stedelijk gebied en goed bereikbaar vanuit de stad. Ze fungeren mede als ‘groenvoorziening’ voor de stad en deels ook voor de regio. Helmond houdt gebruiksdruk en natuurwaarden in evenwicht. De beken zijn in het stedelijk gebied van Helmond in de loop van de tijd in de verdrukking geraakt en soms helemaal uit het zicht verdwenen. Warande, Coovels Bos en Groot Goor zijn geïsoleerd komen te liggen. Helmond investeert in ruimte voor de beken in de stad en in ecologische verbindingen tussen natuurgebieden. Daarbij speelt ook klimaatverandering een rol. De kanalen maken deel uit van het water-ecosysteem. De grenzen tussen agrarisch gebied en natuur- en bosgebieden zijn scherp. De biodiversiteit van het van

38

oorsprong kleinschalig agrarisch landschap is sterk achteruitgegaan, zoals ook elders in Brabant. Helmond benut kansen om in het agrarisch buitengebied de biodiversiteit te vergroten. Op Helmonds grondgebied behoort circa 1700 ha tot het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Daarvan is ruim 600 hectare in eigendom van de gemeente. In het Groot Goor is nog te realiseren NNB in gebruik voor veehouderij. Dat gebied is, onder meer hydrologisch, belangrijk voor de rest van het Groot Goor, aansluitend bij Sang en Goorkens en bij de Goorloop. Daarmee zou het NNB op Helmonds grondgebied compleet zijn. Helmond wil extra NNB realiseren in de zuidpunt van Varenschut en in de Bundertjes (onderdeel van de Waterpoort).

39

Meekoppelkansen Behalve in Groot Goor, Varenschut en Bundertjes wil Helmond groenblauwe ambities realiseren bij ontwikkelingen en transformaties ten behoeve van infrastructuur, recreatie en wonen en werken. Helmond wil daarmee het NNB de stad in halen en verbindingen leggen. De groenblauwe ontwikkelingen dragen bij aan het NNB en zijn belangrijk voor de stad. Daar versterken de ambities van stad en provincie elkaar. Kansen doen zich voor bij • het Centrumgebied en Suytkade, waarbij de Oude Aa wordt teruggebracht en de ecologische kwaliteit van de Zuid-Willemsvaart wordt versterkt; • de Automotive Campus, die wordt ontwikkeld als kennis-, ­research- en bedrijventerrein met de Schootense loop en het Coovels Bos als ecologische ­drager; • de Waterpoort, die, met voor­ zieningen voor recreatievaart en mogelijk andere vormen van ­recreatie, wordt ontwikkeld als ­entree van Laarbeek en Helmond.

40

41

Natuurnetwerk ‘s -Hertogenbosch

Meekoppelkansen 1. Koornwaarderplas

Maasuiterwaa 2. Haverleij-Engelermeer 3. Bedrijventerrein Rosmalense Plas 4. Landgoed Coudewater 5. Brandse Plas

‘s-Hertogenb Gement

’s-Hertogenbosch

70 hectare nieuwe natuur

43

Loonse en Drunense Duinen

arden

Natuurnetwerk Kanaalpark 1. Diezemonding 2.

bosch Dungense Polder 3.

Bossche Broek

‘S-HERTOGENBOSCH Profielschets

’s-Hertogenbosch is een historische 's-Hertogenbosch

vestingstad. Strategisch gelegen bij Dieze, Maas, Dommel en Aa en gesitueerd op een donk in het landschap. De stad was omgeven door moeras. Het moeras werd gevoed door grondwater, afkomstig van de hogere gronden tot in België. Het was er ook nat door inundaties vanuit de beken en rivieren. In combinatie met de overgang van veen naar zand en klei was het een bijzonder en gradiëntrijk landschap. Veel van de samenhang en kwaliteit van de natuur en abiotiek is verloren gegaan door verstedelijking, bedijking van rivieren, rechttrekken van beken, aanleg kanalen en door intensivering van de landbouw. Binnen de gemeente bleven fraaie en waardevolle restanten natuur over zoals Het Bossche Broek, de Moerputten en de Heinis. Net even buiten de gemeente zijn het vooral de fraaie landgoederen van Haanwijk, Out Herlaer en Wamberg die in het oog springen.

De ambitie De laatste decennia wordt er hard gewerkt aan De Groene Delta. De ambitie is het ontwikkelen van een hoogwaardig netwerk van natuur- en groengebieden. De kwaliteit binnen en samenhang tussen natuurge­ bieden moet beter. Het vraagt niet alleen om nieuwe natuur en verbindingen, maar ook een goede integratie van stad en land. Samen bepaalt het de ecologische en ruimtelijke kwaliteit van stad. Sommigen vatten het, met een knipoog naar het verleden, samen in ‘De moerasdraak herleeft!’. Stad en ommeland waren en moeten weer onlosmakelijk met elkaar verbonden worden. Binnen De Groene Delta streeft ’s-Hertogenbosch, samen met buurgemeenten en vele andere partners, naar verscheidenheid en ­levendigheid. Er is oog voor ­historische landschappen als ook voor compleet nieuw, vormgegeven natuurgebieden. Van het cultuur­ historische waardevolle Bossche Broek tot en met het kersverse ­Kanaalpark met een compleet ­nieuwe beek de Rosmalense Aa. Van patroonmatige natuur waar gemaaid en gehooid wordt tot en met wildernisnatuur met grote grazers en ruimte voor natuurlijke processen. ‘Historische en moderne’ natuur zorgen voor een samenhangend netwerk met een ongekende variatie in kwaliteit en beleving. Van natte tot droge bossen, moeras, heide,

44

schraalland, parken en bermen en een kleinschalig landschap op het zand. Een groen netwerk geschikt voor otter tot boomkikker, pimpernelblauwtje tot muurvaren en ­bruine grootoorvleermuis tot ooievaar. Groene en blauwe slingers gekoppeld aan beken en rivieren zorgen er voor dat er sprake is van een ­aaneengesloten netwerk. De Groene Delta is levendig. Het is genieten van natuur dichtbij huis. Van struinen tot speciale paden voor minder validen. Binnen tien minuten ben je er; te voet of per fiets. Er is een aantrekkelijk en veilig routenetwerk met een verscheidenheid aan voorzieningen. Recreatieondernemers en verbrede

45

landbouw leveren diensten en dragen bij aan de vergroening en beleving. Cultuurhistorie is een belangrijk thema binnen DGD. Niet alleen de linie van 1629, waar De Groene Vesting zich al jaren inspant voor herkenbaarheid en beleefbaarheid. Maar ook het herstel van vestingwerken en forti­ficaties. Daarbij is de kunst om mee te liften op initiatieven van particulieren en overheden. Daarnaast is het behoud en herstel van historische groenstructuren en objecten als bruggen, sluisjes en kapelletjes ook een belangrijk doel binnen DGD. Het inzicht en de ervaring groeit dat natuur in en nabij de stad met elkaar vervlochten zijn. Natuurvriendelijk

beheerde bermen en oevers zijn verbonden met natuurgebieden als Het Bossche Broek en de Hooge Heide. Er bestaat voor sommige soorten ook geen scheiding tussen bebouwd en groen. De slechtvalk die broedt op de ‘brouwerij van Heineken’ jaagt in de Diezemonding of in het Kanaalpark. De muurvarens en zwaluwen kunnen niet zonder stenen leefomgeving. En natuur en water worden steeds vaker geïntegreerd in plannen voor wonen en werken. Het vraagt om creativiteit en vooral ook zien en benutten van de kansen om mee te liften. De realisatie van De Groene Delta gaat over meerdere sporen. Natuurnetwerk Brabant Het Bossche Broek, Gement met Moerputten (samen Natura 2000), de Maasuiterwaarden, Heinis en de bossen van de Hooge Heide maken deel uit van het Natuurnetwerk Brabant. Ze zijn onderling verbonden door droge en natte ecologische verbindingszones zoals de Groote Wetering, Luisbroeksche Wetering, de StadsAa- en Dommel. Het Natuurnetwerk Brabant is regionaal verbonden met Het Groene Woud, Maashorst en de Loonse en Drunense Duinen. De resterende opgave voor de realisatie van het Natuurnetwerk bedraagt circa 100 hectare natuur. Realisatie van nieuwe natuur is vooral een opgave voor de terrein­ beherende organisaties, in het bijzonder Natuurmonumenten. De gemeente treedt in gesprek met de natuurorganisaties ter voorbereiding op een definitief bod in het kader van GOB.

Daarbij wordt ook g ­ esproken over mogelijk te v­ erwijderen delen van het ­Natuurnetwerk Brabant.

Daarnaast is de resterende opgave om over circa 18,5 kilometer EVZ te realiseren. De gemeente treedt in gesprek met het waterschap over het invullen van deze ambitie. Voorgesteld wordt om in ieder geval de huidige status van EVZ voor De Zuid-Willemsvaart en Henriette­ kanaal te laten vervallen. Het gaat daarbij om totaal circa 7 kilometer. Voor 50 hectare bestaand bos en natuur in de Hooge Heide spant de gemeente zich samen met Brabants Landschap en Brabant Water in om deze veilig te stellen door verwerving. Hiervoor wordt en kan geen beroep gedaan worden op het GOB. Extra nieuwe natuur Binnen De Groene Delta is de laatste jaren, aanvullend op het Natuurnetwerk Brabant, al flink geïnvesteerd in extra natuur. De ambitie van de gemeente is om in de komende jaren binnen De Groene Delta nog eens circa 100 hectare nieuwe natuur te ontwikkelen. De voorliggen­ de aanvraag richt zich op circa 70 hectare, te realiseren binnen het Kanaalpark, de Diezemonding en de Dungense Polder. Natuur in de stad De stad is in toenemende mate belangrijk voor natuur. Natuur in de stad is er in vele verschijningsvormen. Van daktuinen tot en met parken. In relatie tot het Natuur­ netwerk Brabant is de fijne dooradering van de stad met ecologisch beheerde parken, (spoor)bermen, oevers en groenstroken belangrijk. De netwerken binnen en buiten de stad versterken elkaar.

Voor libellen, vlinders, bijen, planten en sommige zoogdieren zoals vleermuizen en vogels als (gier)zwaluwen is de stad een steeds belangrijker leefgebied. 46

Eén van de eerste grote projecten op het gebied van natuur in de stad is de aanleg van 7 kilometer aan natuuroevers. Daarnaast gaan we in de wijken en op bedrijventerreinen aan de slag met groene initiatieven. Gemeente ’s-Hertogenbosch was de eerste gemeente die een contract voor tijdelijke natuur aanging met het Rijk. Zij wil de komende jaren inzetten op meer tijdelijke natuur. De totale ambitie van natuur in de stad wordt door de gemeente samen met bewoners en maatschappelijke organisaties uitgewerkt.

47

Meekoppelkansen Natuur lift ook mee met s­ tedelijke, recreatieve functies en water­ opgaven. Door slim functies te combineren wordt hoogwaardige natuur en/of ruimte voor speci­fieke soorten gecreëerd. Het meest in het oog springend is Landgoed ­Haverleij. Binnen het ruim opgezette landgoed, met woonclusters in de vorm van ‘kastelen’, vind je onder meer de grote pimpernel, de blauwborst, de ree, de vroege glazenmaker en sinds kort zelfs de bijenorchis. Maar ook bij de herontwikkeling van ­zorginstellingen als Binckhorst is door sloop en concentratie van gebouwen ruimte gemaakt voor natuur. In het Kanaalpark is bij het ­‘Bedrijventerrein Rosmalense Plas’ waterberging gecombineerd met ruimte voor moeras, open water en vochtige graslanden. Nabij het dorp Rosmalen zorgen enkele nieuwe woningen voor enerzijds de sloop van ongewenste gebouwen en anderzijds voor ‘landgoedontwikkeling’ in de vorm van houtwallen, poelen en kruidenrijke graslanden. Twee voorbeelden van ‘rood helpt groen’. Landbouw Voor een deel van het agrarisch gebied wil de gemeente overgaan tot robuuste, reguliere groenblauwe dooradering. De Hooge Heide heeft voor de gemeente de hoogste prioriteit. Er zijn middelen gereserveerd om voor circa 10 hectare te komen tot groenblauwe ­dooradering.

Voor enkele semi-agrarische gebieden ter grootte van 40 hectare aangrenzend aan het NNB wil de gemeente eveneens overgaan tot aankoop en/of inrichten van kleine landschapselementen en ­recreatieve voorzieningen.

48

49

Natuurnetwerk Tilburg

Molenheide Meekoppelkansen 1. Spoorzone 2. Werklandschap Wijkevoort

T

Regte Heide Riels Laag Tilburg

136 hectare nieuwe natuur 12 km ecologische verbindingszone

51

Loonse en Drunense Duinen

Natuurnetwerk Landschapspark Pauwels 1.

Het Groene Woud Stadsbos 013 2.

Tilburg

Landgoed Gorp en Roovert EVZ’s ontwikkelen

TILBURG Profielschets In tegenstelling tot veel andere steden is Tilburg niet ontstaan in een beekdal of beekflank, maar juist op een hogere dekzandrug tussen lager gelegen moerasgebieden in. Daarbij heeft Tilburg zich niet ontwikkeld vanuit één centrale binnenstad, maar vanuit een fijnmazig perifeer netwerk van buurtschappen en gehuchten die geleidelijk aan elkaar gegroeid zijn. Deze twee uitgangssituaties hebben geleid tot de huidige ecologische structuur. In deze structuur ontbreken door­ lopende ecologische lijnen binnen de Oude Stad (het deel van Tilburg binnen de ringbanen). Hier is eerder sprake van verspreide groene ‘vlekken’ in de vorm van parken en aaneengesloten achtertuinen. Bij latere planmatige stadsuitbrei­ dingen is wel rekening gehouden met bestaande ecologische struc­ turen. Met name de Dongevallei door stadsdeel Reeshof is hiervan het meest sprekende voorbeeld. Deze natuurzone is integraal opgenomen in het Natuurnetwerk Brabant. Daarnaast gaan aan de noordzijde (Quirijnstokpark), oostzijde (Piushaven) en zuidwestzijde (Blaak) diverse groene ‘inprikkers’ vanuit het landelijk gebied de stad in. Het buitengebied van Tilburg heeft een hoge biodiversiteit, waarbij met name amfibieën het meest in het oog springen.

In De Brand en Leemkuilen zijn kernpopulaties van boomkikker en kamsalamander aanwezig, terwijl in Huis ter Heide de rugstreeppad en heikikker voorkomen. In het Stadsbos013 komt na herintroductie van de boomkikker

en knoflookpad de grootste diversiteit aan amfibieën voor. Echter ook in het centrum worden bijzondere soorten aangetroffen, zoals duizendguldenkruid in de Spoorzone en grootoorvleermuis in Stadspark Oude Dijk. In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 is het ecologische netwerk van Tilburg kernachtig weergegeven. Hierin zijn drie stadsregionale parken en twee ecologische verbindingszones rondom de stad benoemd. De stadsregionale parken vormen de schakels tussen de stad en de omliggende Natura 2000-gebieden.

De ambitie van Tilburg Bijdrage aan Natuurnetwerk ­binnen huidige begrenzing Binnen de gemeentegrenzen van Tilburg liggen alleen rondom de kern Udenhout nog niet-gerealiseerde EHS-gebieden, in en rondom het Natura 2000-gebied Leemkuilen en De Brand. Op enkele kleine landbouwenclaves na zijn deze terreinen al wel verworven door Brabants Landschap. De EHS in Tilburg is dus vrijwel ‘af’. Wel liggen in Tilburg, in het stroomgebied van Waterschap Brabantse Delta, nog opgaven voor ­ecologische verbindingszones. In juni 2016 hebben gemeente Tilburg en Waterschap Brabantse Delta gezamenlijk een GOB-aanvraag gedaan voor de resterende ontwikkeling van alle EVZ’s binnen de gemeentegrenzen.

52

Het gaat om de Groote Leij, Hultensche Leij en Oude Leij/Donge, in totaal 7 kilometer EVZ. Kansen buiten huidige EHS Land van Pauwels - Stadsregionaal Park Noord Gemeente Tilburg heeft de ambitie om het Stadsregionaal Park Noord (werknaam: Land van Pauwels) actief te ontwikkelen als verbinding tussen de stad en Natura2000-gebied Loonse en Drunense Duinen, Leemkuilen & De Brand. Het te ontwikkelen deel vormt een ­brede ­ecologische en ­landschappelijke zone tussen het bestaande ­Noorderbos en De Brand. Tevens vormt het een buffer of overloop voor het recreatief zwaar belaste Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen. Gemeente Tilburg heeft al

53

met zes partners een manifest getekend om samen de schouders onder dit plan te zetten. In dit gebied heeft gemeente Tilburg al veel gronden in eigendom. Hierdoor kunnen we het Stadsregionaal Park concreet gaan ontwikkelen. Gemeente Tilburg heeft de ambitie om in het gebied een waterpark aan te leggen, dat voorziet in water­ zuivering en infiltratie. Deze functie is goed te verenigen met de ontwikkeling van natuur en extensieve recreatie. Andere economische dragers die kunnen bijdragen aan de ecologische en recreatieve waarden, zijn natuurbegrazing en de aanplant van geboortebomen. Het voornemen is om samenwerking te zoeken met lokale initiatieven zoals (biologische) landbouwers voor natuurbegrazing.

De geplande natuurontwikkeling biedt met name kansen voor kwetsbare amfibieën zoals de boomkikker en kamsalamander. Uit historische gegevens blijkt dat deze hier in het verleden algemeen ­voorkwamen. Daarnaast wordt ingezet op ­soorten van kleinschalig agrarisch ­landschap. Met name deze ­soorten staan momenteel sterk onder druk door landbouwintensivering en ­stedelijke ontwikkeling. Drassige Driehoek Ingesloten door het stedelijk gebied van Tilburg ligt een agrarische ­enclave met vochtige graslanden, bekend als de Drassige Driehoek. Het gebied ligt dichtbij woongebieden en kan daardoor een wezenlijke bijdrage leveren aan verbetering van de groene leefomgeving in de stad (natuurbeleving, klimaatadaptatie). De abiotische uitgangsituatie (hoge grondwaterstanden; schoon kwel­water) en korte afstand tot bestaande leefgebieden van bijzondere amfibieën geven het een hoge ecologische potentie. Op een aangrenzend gemeentelijk perceel loopt momenteel al een ­succesvol ­project in samenwerking met ­Stichting ­Korensla, de Stads­akker. Hieruit blijkt dat er grote ­ecologische ­meerwaarde te behalen is en de maatschappelijke betrokkenheid groot is. Het gebied is voor circa de helft in eigendom van de gemeente. Het vormt onderdeel van Stadsregionaal Park Stadsbos013.

54

Meekoppelkansen Zoals eerder vermeld heeft Tilburg geen doorlopende ecologische structuren tot in de Oude Stad. Stedelijke gebiedsontwikkelingen kunnen hier de mogelijkheid bieden om deze alsnog te realiseren. In Tilburg is in de belangrijkste stedelijke gebiedsontwikkeling, de Spoorzone, een toename van groen voorzien. Dit speelt met name op het voormalige Van Gendt & Loos-terrein tussen de Ringbaan West, Hart van Brabantlaan en spoorlijn Tilburg-Breda. Door dit terrein mee te nemen in het bod kunnen ecologische ambities verwezenlijkt worden in samenspel met de overige doelen (recreatief gebruik, klimaatadaptatie etc.). Het gaat om een oppervlakte van circa 6 hectare. Hieraan gekoppeld is het van belang om het Van Gendt & Loos-terrein ecologisch te verbinden met ecologische kerngebieden. De spoorbermen en aangrenzende groenstroken vormen hiervoor de meest voor de hand liggende verbindingszone. Om deze ambitie waar te maken heeft gemeente Tilburg samen met ProRail de Green Deal Infranatuur ondertekend.

55

Logo in FC: Grijs: C=0 / M=17 / Y=34 / K=62 Rood: C=0 / M=100 / Y=100 / K=0

Alle foto’s in deze uitgave zijn afkomstig uit de archieven van 's-Hertogenbosch de vijf gemeenten, met uitzondering van:

Goud: C=0 / M=10 / Y=100 / K=10 Zwart: C=0 / M=0 / Y=0 / K=100

• Cover: Karsten Reiniers (ARK) • Pagina 13/14 (bovenste foto): K. Meyboom • Pagina 24: A. Mikkers • Pagina 25: Domin Dalessi • Pagina 27: M. van de Ven • Pagina 35: Karsten Reiniers (ARK)

Breda - Eindhoven - Helmond - ’s-Hertogenbosch - Tilburg56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13421380/2