Bijlage 1 - Bestemmingsplan XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete)
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan
XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete)
Augustus 2021
XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete)
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Het plangebied
7
1.3
Crisis- en Herstelwet
8
1.4
Vigerend plan
8
1.5
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied
11
2.1
Historisch perspectief
11
2.2
Stedenbouwkundige structuur
15
2.3
Projectprofiel
17
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader
21
3.1
Inleiding
21
3.2
Rijksbeleid
21
3.3
Provinciaal beleid
33
3.4
Gemeentelijk beleid
38
3.5
Volkshuisvesting
44
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
48
3.7
Verkeer en parkeren
50
3.8
Groen
58
3.9
Detailhandel
61
3.10
Kabels, leidingen
63
3.11
Hoogbouwvisie
63
3.12
Windhinder, privacy en bezonning
65
3.13
Explosieven
68
Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf
69
4.1
M.e.r.-beoordeling
69
4.2
Bedrijven en milieuzonering
70
4.3
Geluid
70
4.4
Luchtkwaliteit
76
4.5
Externe veiligheid
78
4.6
Duurzaamheid
88
4.7
Bodem
93
4.8
Natuur
93
4.9
Trillingshinder
97
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf
99
5.1
Inleiding
99
5.2
Beleid
99
2
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
5.3
Beschrijving watersysteem plangebied van de huidige situatie
104
5.4
Toekomstige situatie van het watersysteem
106
5.5
Afspraken waterschap
108
Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving
109
6.1
Algemeen
109
6.2
Planmethodiek
109
6.3
Verbeelding
109
6.4
Planregels
109
Hoofdstuk 7 Handhaving
111
7.1
Algemeen
111
7.2
Handhaving
112
Hoofdstuk 8 Financiële aspecten
115
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
117
9.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1. Bro
117
9.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
117
9.3
Inspraak
117
9.4
Zienswijzen
118
Bijlagen bij toelichting
119
Regels
121
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
123
Artikel 1
Begrippen
123
Artikel 2
Wijze van meten
131
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
133
Artikel 3
133
Gemengd
Hoofdstuk 3 Algemene regels
137
Artikel 4
Anti-dubbeltelregel
137
Artikel 5
Algemene aanduidingsregels
139
Artikel 6
Algemene afwijkingsregels
141
Artikel 7
Overige regels
143
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
145
Artikel 8
Overgangsrecht
145
Artikel 9
Slotregel
147
Bijlagen bij regels
149
Bijlage 1
Lijst van horeca-activiteiten
150
Bijlage 2
Besluit hogere waarden Wet geluidhinder
151
Bijlage 3
Externe veiligheid, berekening Toren
153
Bijlage 4
Bedrijfsactiviteiten bij woonfunctie
169
Bijlagen bij de regels
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
171
3
4
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
Toelichting
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
5
6
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Aanleiding en doel van dit bestemmingsplan is de voorziene transformatie van een locatie aan de PSV-laan - grenzend aan het Philips stadion - van kantoorgebouw tot drie woongebouwen met een gemengde plint. Het project bestaat uit de realisatie van maximaal 480 gestapelde woningen alsmede een gevarieerde invulling (plintfuncties) op de begane grond. Deze herontwikkeling is onderdeel van een nieuw woongebied in Eindhoven gelegen tussen het bestaande centrumgebied en het gebied Strijp S. Het project past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is aldus opgesteld en voorziet in een passende juridische en planologische regeling om de herontwikkeling mogelijk te maken.
1.2
Het plangebied
De bebouwing binnen het plangebied zal deels worden geamoveerd en de locatie (kadastraal bekend gemeente Strijp sectie C nummers 4956 en 4957) zal worden bebouwd met het project. Eurostaete ligt tussen de PSV-laan en de Gerard Philipslaan en grenst aan de reeds ontwikkelde woningen van het Stadion Kwartier. Aan de zuidzijde liggen de woongebouwen 'Rio' en 'Antwerpen' aan de overzijde van de Gerard Philipslaan. Aan de oostzijde ligt het Philips stadion. Aan de noordzijde (PSV-laan) ligt geen woonbebouwing in de directe nabijheid. Aan de westzijde is woningbouwplan “Hartje Eindhoven” in ontwikkeling ter afronding van project Stadionkwartier.
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
7
1.3
Crisis- en Herstelwet
De Crisis- en herstelwet (Chw) is in het leven geroepen ten behoeve van versnelling van ruimtelijke projecten. Dit om de economische crisis en haar gevolgen te bestrijden. Per 25 april 2013 is deze wet permanent geworden (Staatsblad, jaargang 2013, nr. 144 en nr. 145). De Chw is met name gericht op grote infrastructurele projecten en projecten gericht op duurzaamheid, innovatie en energie, alsmede woningbouwplannen, omvattende meer dan 11 woningen. Aldus kan worden geconcludeerd dat de Chw op dit bestemmingsplan van toepassing is.
1.4
Vigerend plan
Het bestemmingsplan Strijp binnen de Ring 2007 (onherroepelijk op 22-07-2011) wordt voor wat betreft het plangebied vervangen door het bestemmingsplan “XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete)”. Hieronder is opgenomen een gedeelte van de plankaart (verbeelding) van het bestaande bestemmingsplan met daarin het plangebied.
8
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
Het gebouw in het plangebied kende de bestemming “kantoren” en “verkeerdoeleinden”.
1.5
Leeswijzer
Het bestemmingsplan “XII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete)” bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Bij (de regels van) het bestemmingsplan behoort het Besluit Hogere grenswaarde Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De toelichting bestaat uit negen hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met de beschrijving van de bestaande situatie in het plangebied en een beschrijving van het project en de randvoorwaarden. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden voor en het beleidskader voor de opstelling van het voorliggende bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is beschreven in hoofdstuk 6. Handhaving komt in hoofdstuk 7 aan de orde. De financiële uitvoerbaarheid is beschreven in hoofdstuk 8 en hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde en te volgen procedure inclusief de maatschappelijke uitvoerbaarheid. (met name de resultaten van het gevoerde overleg en de samenspraak/inspraak).
Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
9
10
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2
2.1
Beschrijving plangebied
Historisch perspectief
Eindhoven Eindhoven is ontstaan op het punt waar de riviertjes de Dommel en de Gender bij elkaar komen. In 1232 kreeg de nederzetting stadsrechten, maar tot het begin van de 19e eeuw blijft de stad klein en heeft deze slechts een beperkte regionale betekenis. Door de aanleg van het Eindhovens Kanaal in 1846 wordt de economische reikwijdte van de stad vele malen groter. De aanleg van de spoorlijn in 1866 versterkt dat proces. Naast de opkomst van de grotere industrieën zoals de textiel aan de randen van de stad, is er ook een opleving van de bedrijvigheid in kleinere industrieën zoals de tabaksverwerking, leerlooierijen, brouwerijen en hoedenmakerijen. In 1874 wordt de stad daartoe uitgebreid met delen van Woensel en Tongelre. In 1891 vestigt Philips zich met een gloeilampenfabriek in het pand Emmasingel 31. Gaandeweg koopt Philips veel grond om naast de fabrieken ook woningbouw en allerlei maatschappelijke en culturele voorzieningen voor haar werknemers te kunnen bouwen. Om de snelle groei die de stad doormaakt te accommoderen worden in 1920 de dorpen Stratum, Strijp, Gestel, Tongelre en Woensel toegevoegd aan de stad. Van een verzameling dorpen groeit Eindhoven zo uit tot een industriële stad, waar de oude dorpslintstructuur nog goed in de huidige stadsplattegrond is terug te vinden.
Om de nieuwe relatie tussen de dorpen en de stad te verbeteren, worden in de loop der tijd verschillende uitbreidingsplannen gemaakt. In alle plannen is de vraag of en zo ja hoe de binnenstad vergroot moet worden, hoe de verkeersfuik van het noord-zuidverkeer in en door het centrum opgelost kan worden en tenslotte, hoe er een structurele verbinding gelegd kan worden tussen de dorpen en de binnenstad. Het meest bekende plan dat gemaakt is, is van de planoloog De Casseres in 1929, dat uitgaat van eerdere plannen, maar waarin de verkeerscirculatie nog verder is verbeterd. Het duurt echter tot na de 2e Wereldoorlog voordat de belangrijkste onderdelen van dit plan, namelijk de Rondweg en haar radiale ontsluitingswegen van en naar het centrum, worden gerealiseerd. In de Tweede Wereldoorlog wordt de binnenstad van Eindhoven meerdere keren getroffen door bombardementen. De Wederopbouwplannen hebben enerzijds herstel van deze schade en opbouw van de stad tot doel, anderzijds wordt de vooroorlogse ambitie om het verkeer rondom en naar de binnenstad te verbeteren voortgezet, samen met hoe de binnenstad vergroot kan worden. De grootste ingreep die gedaan wordt is het aanleggen van het hoog spoor in vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
11
noordelijke richting. Daardoor wordt een deel van Woensel bij de binnenstad gevoegd en ontstaat er een langgerekte zone direct naast het hoog spoor, waar ruimte is voor nieuwe grootstedelijke functies zoals een modern station, een stadspostkantoor, warenhuizen en kantoren. Tevens maakt het hoog spoor een einde aan de barrière tussen het centrum en het stadsdeel Woensel. Dit betekent een grote verbetering voor het doorgaande verkeer in de noord-zuidrichting. De bereikbaarheid van de binnenstad wordt vergroot door het completeren van de binnenring. Vanaf 1961 is Eindhoven qua inwonertal de vijfde stad van Nederland en gaat de verkeersafwikkeling met de opkomst van de auto een bepalende rol spelen in de stadsontwikkeling. Verkeer i.c.de auto wordt als stimulans voor de groei van de stad gezien en als middel om grote functies in de binnenstad te faciliteren. In het midden van de jaren '80 neemt de ruimte en de dominantie van de industrie op de stad af. Dit is vooral merkbaar in het centrum. Leegstaande bedrijfs- en industriegebouwen worden gesloopt of hergebruikt. De gerenoveerde bedrijfsgebouwen bieden plek aan de opkomende creatieve- en kennisindustrie. Bekende voorbeelden hiervan zijn de Witte Dame, de Lichttoren en het gebied Strijp S.
Meer en meer wordt duidelijk dat een prettig (be)leefbare stad, die ruimte biedt aan wonen, winkelen, werken, horeca en leisure van groot belang is voor de aantrekkingskracht van Eindhoven. Het verbeteren en verdichten van de binnenstad wordt daarmee een belangrijk doel, mede in verband met de positie van de stad als 'hart' van de regio Zuidoost Brabant, beter bekend als Brainport.
Het plangebied en haar omgeving Kenmerkend voor het plangebied is de ligging in de wijk “Strijp” tussen het zogenaamde Philipsdorp, het gebied Strijp S, het Philips stadion en de spoorlijn Eindhoven – Boxtel.
Strijp Strijp is één van de vijf dorpen rondom Eindhoven die in 1920 door Eindhoven is geannexeerd. Het centrum van Strijp is het St. Trudoplein en omgeving. Vanuit dit plein liepen wegen naar de omliggende kernen. De Strijpsestraat, de Gagelstaat en de later aangelegde Willemstraat verbonden Strijp met de stad Eindhoven. De Schootsestraat behoorde eveneens tot de oorspronkelijke dorpsstructuur. Deze historische wegen met karakteristieke lintbebouwing zijn ondanks de verstedelijking nog steeds herkenbaar. Ook zijn deze straten nog steeds belangrijk voor de ontsluiting van Eindhoven. Vanaf 1910 begon Philips tussen Strijp en Eindhoven aan de ontwikkeling van Philipsdorp, ontworpen door architect Ir. G.J. de Jongh. Zijn romantische landschappelijke benadering met vloeiende en gebogen wegen die uitkomen in het voormalige centrale park, zijn bepalend voor de stedenbouwkundige structuur van Strijp. Het centrale park werd begrensd door brede groen ingerichte lanen: de Frederiklaan, de Jonghlaan en de Elisabethlaan. De Frederiklaan is ontworpen als een centrale hoofdweg tussen het St. Trudoplein en de Willemstraat en heeft nog steeds deze functie. Het groene karakter van de lanen is verloren gegaan en de 'Green' is inmiddels bebouwd met het PSV-stadion en het Stadionkwartier. De Elisabethlaan bestaat niet meer.
Ter voorbereiding van de annexatie van de omliggende dorpen van Eindhoven werd in 1918 het Algemeen Uitbreidingsplan opgesteld. Een belangrijk onderdeel hiervan was het verbeteren van de verkeersstructuur. Ringwegen en radiaalwegen moesten Eindhoven en de randdorpen ontsluiten. De huidige Glaslaan maakte onderdeel uit van de binnenste ring. Deze binnenste ring is nooit afgemaakt. De Kastanjelaan maakte een verbinding tussen de buitenring (de huidige Ring) en de binnenste ring en ontsloot de nieuwe bedrijfsterreinen van Philips. Het plein bij de Essenstraat koppelt de Kastanjelaan en de Glaslaan met de Frederiklaan. Dit plein werd gevormd in een periode waarin de verdere groei van het Philipsconcern en het Philipsdorp niet meer los kon worden gezien van de ontwikkeling van Eindhoven in groter 12
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
verband. Het markeert de historische overgang tussen de fase van Company Town naar moderne industriestad. De aanleg van deze verkeerswegen en de verknoping met het bestaande wegennet bepaalt de stedenbouwkundige opzet van Strijp, de positie van de woonbuurten van Philipsdorp en de planlocatie.
Philipsdorp Philipsdorp is gebouwd in de periode tussen 1910 tot 1923 door de NV Philips Gloeilampenfabriek, om hiermee het probleem van de volkshuisvesting en de toenemende woningnood op eigen kracht op te lossen. door voor hun arbeiders te zorgen voor een gezonde woning met voldoende licht en lucht, goede sanitaire omstandigheden, op korte afstand van het werk en met een moestuin voor het telen van eigen groente en fruit. Het fabrieksdorp vormde nagenoeg een complete leefgemeenschap met winkels, scholen en recreatieve voorzieningen. Men woonde er tussen collega's en directe superieuren, die vaak van verschillende gezindte en nationaliteit waren. Een jonge, gevarieerde, maar hechte wijkgemeenschap was het gevolg. Philips stichtte hiermee een "stralend" fabrieksdorp, met woningen en (winkel)voorzieningen die zich scharen rondom een 'Green'. Deze 'Green' bestond uit een centraal gemeenschapspark met recreatieve en sportieve voorzieningen, zoals een voetbalveld: de bakermat van de huidige voetbalclub PSV. Eromheen liep een brede wandelpromenade begeleid door een watersingel. Verder was er weinig groene verblijfsruimte in de buurt.
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
13
De naoorlogse stedelijke ontwikkelingen hebben er voor gezorgd dat Philipsdorp centraal in het stedelijk gebied is komen te liggen. Fabrieksgebouwen maken plaats voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Het PSV-stadion is uitgebreid en het appartementencomplex Stadionkwartier is op de voormalige 'Green' gerealiseerd. Deze ontwikkelingen hebben er toe geleid dat Philipsdorp als Company Town van de kaart dreigde te verdwijnen. De aanwijzing van Philipsdorp als beschermd stadsgezicht (16 april 2003), de vaststelling van een ontwikkelingsvisie voor Philipsdorp (november 2008) en een concept-beeldkwaliteitsplan voor Philipsdorp kennen als gemeenschappelijk doel is om Philipsdorp duurzaam te conserveren voor de stad.
Strijp S Philips maakte aan het begin van de twintigste eeuw een groei door waardoor uitbreiding van de bebouwing noodzakelijk werd. De locatie Strijp-S werd samen met de gebieden Strijp-T en Strijp-R aangewezen om deze uitbreiding op te vangen. Deze gebieden samen vormen het Philips Strijp-complex. Het complex is strategisch gesitueerd: enerzijds dichtbij het centrum en anderzijds dichtbij de groene wig. De structuur van industrieterrein Strijp-S werd ontworpen door A. I. J. de Broekert, hoofd van de Philips Technische Bedrijven, nadat Philips daarvoor gronden had verworven aan de spoorlijn naar Boxtel. Het terrein werd ingericht volgens rationele principes waarbij de transportlijnen (spoor en leidingen) richtinggevend waren. Dit resulteerde in een orthogonale structuur met lange lijnen uitgaande van een wig aan de Glaslaan waar de spoorlijn zich afsplitste. De latere bebouwing is ook op basis van deze structuur ingepast. Het gebied werd gedomineerd door zeer grootschalige fabriekscomplexen: de apparatenfabriek (Hoge Rug) en de Philitefabriek (klokgebouw) uit 1928/1929. De gebouwen in functionalistische stijl zijn ontworpen door het Philips bouwbureau. Logistiek, multifunctionaliteit en grote raamoppervlakken waren essentiële bebouwingselementen. Philips ontwikkelde hiervoor driebeukige meerlaagse fabrieksgebouwen met een brede centrale straat.
De gebouwen zijn uitgevoerd als hoogbouw in een betonconstructie met stalen raamprofielen. In het verlengde van de Hoge Rug is in 1942 het Veemgebouw gerealiseerd. Dit gebouw bestaat uit een betonskelet met metselwerk. In de ronde hoeken is de invloed van het expressionisme herkenbaar. Na de Tweede Wereldoorlog vond een verdere verdichting van het gebied plaats waarbij nieuwe gebouwen tot stand kwamen. Op basis van een in 1975 vastgesteld masterplan werden veel oude gebouwen gesloopt om plaats te maken voor parkeergelegenheid. Andere gebouwen werden gerenoveerd. In de jaren negentig werd besloten een groot gedeelte van Philips 14
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
vastgoed af te stoten. In 2001 werd daartoe een convenant ondertekend. Strijp-S werd "teruggegeven" aan de stad. Vanaf dat moment zouden alle industriële activiteiten uit het gebied verdwijnen. Voor een groot deel zijn deze verplaatst naar de High Tech Campus. Vervolgens heeft Strijp-S een openbaar karakter gekregen.
Stadionkwartier Het plangebied is gelegen in het gebied “stadionkwartier” en maakt deel uit van een bebouwingslint langs de spoorlijn. Dit lint vanaf de Herdgang via Strijp naar het centrum van Eindhoven bevat verschillende hoogteaccenten.
2.2
Stedenbouwkundige structuur
Op de onderstaande afbeelding is een deel van de gemeente Eindhoven te zien, waarbinnen met rode pijl globaal aangeduid het plangebied direct naast het markante Philips stadion en aansluitend aan het bestaande woongebied Stadionkwartier. Dit stadionkwartier maakt deel uit van het stedenbouwkundige plan voor Strijp-S, waarvoor het landschaps- en stedenbouwkundige bureau West 8 als supervisor optrad namens de gemeente Eindhoven. Het ontwerp van het stadionkwartier is afkomstig van Cees Vermeulen, destijds architect bij Toon van Aken Architectuur en Vermeulen van Aken Architectuur.
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
15
Het bestaande Stadionkwartier kent verschillende soorten gestapelde woningen, zoals uit onderstaand overzicht blijkt. De appartementen liggen rondom twee grote binnentuinen. Typerend zijn de namen van grote internationale steden die aan de verschillende secties zijn toegekend :
16
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
2.3
Projectprofiel
Met de ontwikkeling van Eurostaete wordt een bestaand kantoorgebouw vervangen door een woongebouw, dat aansluiting zoekt bij de overige woongebouwen van het stadionkwartier. In het verlengde hiervan wordt ook het maaiveld rondom het gebouw getransformeerd, waarbij het verblijfsklimaat en de langzaam verkeersroutes sterk worden verbeterd. Met deze ontwikkeling krijgt het stadionkwartier een volgende kwaliteitsimpuls en wordt daarmee op een hoogwaardige en 'natuurlijke' wijze verder afgerond. Deze ontwikkeling zal een fraaie toevoeging zijn aan de reeds hoogwaardige woongebouwen en openbare verblijfsgebieden in het stadionkwartier. Het nieuwe gebouw bestaat aldus uit drie volumes (bouwdeel 1, 2 en 3). De drie bouwdelen zijn fysiek met elkaar verbonden maar in de architectonische uitwerking wordt evenwel een duidelijke parcelering toegepast. De parcelering komt voort uit het stedenbouwkundige concept waarbij verspringende rooilijnen zijn geïntroduceerd die de spoorlijn begeleiden. De drie verschillende bouwdelen krijgen ieder een eigen identiteit. Dit komt tot uitdrukking in de materialisatie, kleurstelling en de geleding van de gevel. Door puien en kozijnen per bouwdeel te ontwerpen, wordt de eigen identiteit van de bouwdelen kracht bijgezet.
De buitenruimtes (wintertuinen, loggia's, balkons en dakterrassen) zijn per bouwdeel en afhankelijk van de positie in het gebouw ontworpen. De appartementen aan de PSV-laan en vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
17
het Philips stadion worden uitgerust met een wintertuin waarvan de gevel tevens dienst doet als geluidsscherm. De appartementen krijgen hierdoor een hoog akoestisch comfort.
Op de begane grond van de toren is een ruime entree gesitueerd met de allure van een lobby. Vanuit deze ruimte is de stijgkern bereikbaar van waaruit alle woningen worden ontsloten. De stijgkern biedt tevens toegang tot het gezamenlijke dakterras. In het “lagere” deel zit een tweede kern die vanuit de kelder doorloopt tot op het gezamenlijke dakterras.
Stedenbouwkundige inpassing Eurostaete ligt in het stadionkwartier en maakt deel uit van een bebouwingslint langs de spoorlijn. Dit lint begeleidt de treinreiziger vanaf de Herdgang via Strijp naar het centrum van Eindhoven en bevat verschillende hoogteaccenten. Direct naast het Philips stadion wordt een nieuw accent geïntroduceerd. Hiermee wordt een groot stedenbouwkundig gebaar gemaakt als tegenwicht voor het stadion. De hoogbouw past goed binnen de ambities van Eindhoven en draagt bij aan de skyline en herkenbaarheid van de stad. Een herkenbare skyline geeft een stad internationale allure.
18
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
De stedenbouwkundige inpassing, verschijningsvorm en verschillende hoogtematen zijn in nauw overleg met Adriaan Geuze (West8) als supervisor van de spoorzone Eindhoven afgestemd. Het nieuwe gebouw krijgt overigens de voor Eindhoven (en met name de Philipsgebouwen) typerende hoogte waarmee aansluiting wordt gevonden bij de omliggende bestaande en voorgenomen bebouwing in de Spoorzone en op Strijp S. Met de footprint van het gebouw wordt aansluiting gezocht op de rooilijnen van Hartje Eindhoven en het in ontwikkeling zijnde plangebied ten westen van Eurostaete. De nieuwe verschijningsvorm van Eurostaete past goed in zijn stedenbouwkundige context. Zo is rekening gehouden met de zichtlijnen vanuit naastgelegen bebouwing en de Anton Philipslaan richting de PSV-laan.
Inrichting omgeving en maaiveld Met de herontwikkeling van Eurostaete wordt ook het maaiveld rondom het gebouw aangepakt. Om Eurostaete in de beleving onderdeel uit te laten maken van de rest van het stadiongebied, is het essentieel dat het buitengebied van Eurostaete hierin wordt meegenomen en een prettiger verblijfskarakter krijgt voor met name fietsers en voetgangers. De looplijnen rondom het gebouw worden helder gefaciliteerd vanuit het maaiveld en de aangrenzende openbare ruimte. De PSV-laan wordt een steeds belangrijkere verbindingsroute tussen Strijp S en het centrum van Eindhoven. In zijn nieuwe verschijningsvorm zal Eurostaete bijdragen aan een upgrading van de huidige PSV-laan, waardoor ook aan deze zijde van het gebouw het verblijfsklimaat in deze laan verbeterd wordt. Verstening zal plaatsmaken voor vergroening. Door het buitengebied aan de zijde van de Gerard Philipslaan te verbeteren, krijgt deze laan een upgrading tot een verkeersluwe en veilige straat waar voetgangers en fietsers op een prettige wijze kunnen verblijven en verplaatsen tussen de woongebouwen.
Woningtypologieën en verdeling: De hoofdfunctie in Eurostaete is wonen. In overleg met de gemeente - en in de anterieure overeenkomst concreet vastgelegd - is een woonprogramma gedefinieerd op basis van het vastgestelde woningbouwoffensief van de gemeente Eindhoven. Derhalve wordt in deze ontwikkeling met name rekening gehouden met de middeninkomens door de ontwikkeling van voornamelijk huurappartementen in het middensegment.
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
19
De middel dure huur appartementen zijn bereikbaar voor een grote doelgroep. Een doelgroep die enerzijds niet (meer) in aanmerking komt voor een sociale huurwoning en anderzijds (nog) niet de middelen heeft voor een dure huur- of koopwoning. In de top van de toren is een aantal duurdere appartementen voorzien. Alle appartementen worden gelijkvloers en drempelloos uitgevoerd en zijn daarmee geschikt voor alle doelgroepen: de single starter, de jonge gezinnen (met kinderen) tot en met de empty nesters en oudere echtparen. Naast het woningbouwprogramma, is op de begane grond ruimte (maximaal 499 m2) voor een gevarieerde invulling (plintfunctie). De plint zal verder worden ingevuld met een mix aan functies die ten dienste staan aan de bewoners van Eurostaete. Hierbij valt te denken aan een was- en strijkservice, stomerij, koffiecorner of bikerepair zaak. Ook bevat de begane grond de benodigde techniekruimte en zal voor het “bezoekers-fietsparkeren” in de plint een oplossing worden gevonden. Voor zover in de toekomst aan de orde zal in overleg met de gemeente kunnen worden gekomen tot een invulling met andere functies om te komen tot een meer levendige plint, e.e.a. middels toepassing van de “kruimelgevallenregeling”.
Het gehele gebouw zal worden voorzien van een een-laags-parkeerkelder, waarmee kan worden voorzien aan de normatieve behoefte aan “bewoners-fietsparkeren” en eventueel (op basis van nader onderzoek) enig autoparkeren, e.e.a. zoals nader in paragraaf 3.7 beschreven.
20
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3 beleidskader
3.1
Uitgangspunten, randvoorwaarden en
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de randvoorwaarden opgenomen waar bij de realisatie van het bestemmingsplan rekening mee dient te worden gehouden. De voorgenomen ontwikkeling moet passen in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling in dit hoofdstuk een complete samenvatting te geven van het beleid. Uitsluitend de meest relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven. Niet-ruimtelijk beleid is per onderwerp apart in dit hoofdstuk opgenomen. Het beleid dat gericht is op verschillende milieu- en andere planologische aspecten wordt toegelicht in de milieuparagraaf. Beleid met betrekking tot het aspect water wordt beschreven in de waterparagraaf.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.
Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land.Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk. In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieu's, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
21
de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor.
Realisatie Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke aanpak, waarmee investeringen en ander Rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt. De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van “best practices”). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig).
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro.
Daarin staat: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In paragraaf 3.2.2 en 3.5 wordt hier nader op ingegaan.
3.2.2
Duurzaamheidsladder
Op 1 oktober 2012 is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder vormt daarmee een bindend toetsingskader voor alle gemeentelijke bestemmingsplannen, provinciale inpassingsplannen en provinciale ruimtelijke verordeningen. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6. lid 2 Bro gewijzigd en komen te luiden als volgt : “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het 22
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd en dat eerst als dat niet mogelijk is wordt gemotiveerd waarom die ontwikkeling niet in bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. De volgende stappen dienen doorlopen te worden: 1. Uitgangspunten vaststellen: Wat zal met het bestemmingsplan mogelijk gemaakt worden. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? 2. Afweging locatiekeuze: valt het bestemmingsplan binnen of buiten bestaand stedelijk gebied. 3. Beschrijving van de behoefte: voorzien de diverse functies die het plan mogelijk maakt in een behoefte. Ad. 1 Nieuwe stedelijke ontwikkeling De eerste vraag die aan de orde blijft, is - op basis van planvergelijking - of het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij is van belang wat het voorgaande bestemmingsplan aan ruimtelijke mogelijkheden bood en in hoeverre het nieuwe bestemmingsplan hierop een toevoeging of wijziging mogelijk maakt.
In het Bro (artikel 1.1.1, lid 1, onder i) is voor stedelijke ontwikkeling een definitie opgenomen: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Als een bestemmingsplan voorziet in functiewijziging en nieuwbouw van een zekere omvang dan is in beginsel sprake van een “stedelijke ontwikkeling” als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder i Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Consequentie daarvan is dat dan de plantoelichting een verantwoording aan de Ladder moet bevatten (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Zeer kleinschalige bebouwingsmogelijkheden of functiewijzigingen “sec” die niet voorzien in een toename van het ruimtebeslag kwalificeren niet als een stedelijke ontwikkeling. In dat geval hoeft de Ladder niet te worden toegepast. Het bestemmingsplan voorziet in een transformatie van een locatie met een kantoorbestemming naar een locatie met gestapelde woonbebouwing omvattende maximaal 480 woningen, bijbehorende aan wonen gerelateerde functies en in beperkte mate commerciële functies (maximaal 499 m²) in een plint op de begane grond. Het plan is gelegen op een binnenstedelijke locatie.
De hoeveelheid woningen in het plangebied neemt dusdanig toe, dat op basis van geldende jurisprudentie op dit onderdeel zeker sprake is van een ontwikkeling die de grens van een kleinschalige ontwikkeling overstijg en aldus een stedelijke ontwikkeling vormt als hier bedoeld. Aldus is een laddertoets aan de orde ten aanzien van de functie “wonen”, waarbij de locatiekeuze gemotiveerd moet worden en dat een beschrijving van de behoefte nodig is. Voor andere stedelijke ontwikkelingen, niet zijnde woningbouw blijkt uit vaste jurisprudentie dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Gelet op het aantal m² aan commerciële functies en het feit dat hiertoe geen sprake is van separate nieuwe bebouwing (nieuw ruimtebeslag) is ten aanzien van de invulling van de plint geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zodat een laddertoets dienaangaande achterwege kan blijven.
Ad. 2 Ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied dient gemotiveerd te worden of deze vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
23
behoefte niet in stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Daarom is het van belang om te weten of het plangebied binnen of buiten stedelijk gebied is gelegen. In artikel 1.1.1 Bro wordt het stedelijk gebied als volgt gedefinieerd : 'Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Dit plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied van Eindhoven.
Zoals in deze toelichting beschreven kiest de gemeente voor toevoeging van gestapelde woningbouw op deze centrumlocatie om hiermee te komen tot afronding van een bestaand woonmilieu. Op basis van vaste jurisprudentie hoeft de gemeente - indien een behoefte bestaat waarin kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied - te beoordelen of ook elders binnen bestaand stedelijk gebied in de gemeente of de regio in deze behoefte zou kunnen worden voorzien.
Ad 3. Beschrijving van de behoefte Woningen Kwantitatief Het bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 480 woningen (appartementen) mogelijk. Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde woningbouw op deze locatie betreft gemeente Eindhoven. Hierbij wordt opgemerkt dat in de gehele regio Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) de woningvraag groter is dan de totale harde plancapaciteit. Binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied is er een behoefte aan zo'n 1.470 woningen in de periode 2018-2028. In de regionale woningbouwafspraken wordt de hoge provinciale woningbehoefteprognose (2017) als uitgangspunt voor de vraagontwikkeling gehanteerd. Daarnaast is in het regionale afsprakenkader Wonen 2017 in het SGE afspraken gemaakt over woningbouwaantallen en dat de provinciale prognose daarbij leidend is voor het aantal toe te voegen woningen. Met dit regionale systeem van afstemming worden planoverschotten voorkomen waardoor er bij het uitgaan van de hoge prognose geen verstorende werking op de vraag- aanbodverhoudingen in de regio zijn te verwachten.
Op basis van de provinciale woningbehoefteprognose zal de woningvraag tot 2028 toenemen met circa 10.800 woningen (zie bovenstaande tabel). In Eindhoven biedt de harde plancapaciteit ruimte voor circa 9.330 woningen. Gelet hierop resteert een woningbehoefte van 24
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
circa 1.470 woningen. Daarmee kan voor dit plan met maximaal 480 woningen ruimschoots in een (kwantitatieve) woningbehoefte voorzien. In aanvulling op de provinciale woningbehoefteprognose kan worden opgemerkt dat op 7 maart 2019 is gekomen tot de “Woondeal BZK-Stedelijk Gebied Eindhoven-provincie Noord-Brabant”, waarmee gemeente Eindhoven, SGE, Provincie en Rijksoverheid afspraken hebben gemaakt omtrent de woningbouw in onder andere Eindhoven. In deze Woondeal is onder meer het navolgende te lezen :
I Afspraken over versnellingslocaties
het
versnellen
van
de
woningbouw
en
specifieke
Versnellen woningbouwproductie Het SGE heeft behoefte aan 27.000 woningen in de periode 2019 tot en met 2023. Deze behoefteraming geldt als richtinggevend bij de versnelling van de woningbouwproductie. De minister, de provincie en het SGE spreken het volgende af : a. Het zwaartepunt voor het realiseren van groen-stedelijke woonmilieus ligt - zoals vastgelegd in het Afsprakenkader Wonen SGE 2017 - in de negen prioritaire locaties: Aarle, Brandevoort, Blixembosch, Ekenrooi Zuid, Nuenen West, Meerhoven, Tongelrese Akkers, Waaire Noord en Zilverackers. De minister, de provincie en het SGE volgen de ontwikkeling van deze locaties als geheel op het gebied van aantallen en exploitatie. Het zwaartepunt voor het realiseren van centrum-stedelijke woonmilieus ligt in Eindhoven binnen de Ring (waaronder het centrumgebied en Knoop XL). b. Onderzoek toont aan dat de woningbehoefte in Eindhoven de komende vijf jaar ca. 15.000 woningen bedraagt (als onderdeel van het totaal van 27.000 voor het SGE). Dit vraagt een forse versnelling van de jaarlijkse woningbouwproductie naar ca. 3.000 woningen gemiddeld per jaar. c. De minister, de provincie en het SGE onderzoeken of de versnelling kan worden uitgevoerd binnen de bestaande mogelijkheden.
Indien aanpassingen nodig zijn in bijvoorbeeld provinciale beleidskaders, regelgeving of instrumenten, dan spannen de provincie en het SGE zich gezamenlijk in om deze wijzigingen doorte voeren. De minister spant zich in om, indien nodig, het toepassen van bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte mogelijk te maken (…)
Ill Afspraken over voldoende plancapaciteit
12. Plancaoaciteit Het SGE heeft de behoefte om tussen 2024 en 2040 tussen de 22.500 en 35.000 woningen te realiseren, waarvan voor Eindhoven tussen de 12.500 en 25.000. Om deze productie mogelijk te maken is ook hier artikel 1 lid c van toepassing. Ter onderbouwing gaat het SGE in 2019, in samenwerking met de provincie, de regionale woningbehoefte nader onderzoeken. De minister stelt hiervoor € 100.000,beschikbaar. De uitkomsten hiervan worden gebruikt voor een actualisatie van het woningbouwprogramma vanaf 2024, als onderdeel van het huidige afsprakenkader.
Hieruit blijkt dat de provinciale woningbehoefteprognose een verouderde weergave is van de werkelijkheid van de Eindhovense woningmarkt, omdat de partijen bij de Woondeal schriftelijk vastleggen dat de woningbehoefte in Eindhoven de komende vijf jaar (zijnde de periode 2019 – 2024) ca 15.000 woningen bedraagt. Aan de hieruit voortvloeiende versnelling naar circa 3.000 vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
25
woningen per jaar wordt middels dit woningbouwplan in beperkte mate invulling gegeven. Hiermee wordt de kwantitatieve behoefte aan de betreffende woningen bevestigd.
Kwalitatief
In de anterieure overeenkomst is de verplichting opgenomen om te komen tot een mix van woningen. De middeldure huur appartementen zijn bereikbaar voor een grote doelgroep. Een doelgroep die enerzijds niet (meer) in aanmerking komt voor een sociale huurwoning en anderzijds (nog) niet de middelen heeft voor een dure huur- of koopwoning. Alle appartementen worden gelijkvloers en drempelloos uitgevoerd en zijn daarmee geschikt voor alle doelgroepen: de single starter, de jonge gezinnen (met kinderen) tot en met de empty nesters en oudere echtparen. Er is in Eindhoven grote behoefte aan middeldure koop, midden huur en sociale huur, waarin dit plan grotendeels voorziet. Zowel uit het recente regionaal woningmarktonderzoek (2017) als wel het woningmarktonderzoek van Companen (2018) toegespitst op Eindhoven blijkt een grote behoefte aan binnenstedelijk wonen waaronder het centrumstedelijke woonmilieu. Dit plan voorziet hier in waardoor het plan tevens voorziet in een kwalitatieve behoefte.
Publieksgerichte - plint – functies Uitgaande van een totaal ruimtebeslag van circa 499 m² b.v.o., kan worden vastgesteld dat de publiekgerichte - plint – functies als onderdeel van Eurostate niet kunnen worden gezien als een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 lid 2. Bro. Het totale project is zoals aangegeven wel een stedelijke ontwikkeling, doch dit betreft primair de woningbouw. De beperkte toevoeging van aanvullende functies is niet van een aard of omvang dat dienaangaande - als gevolg van de woningbouw waarvan het een onderdeel uitmaakt – een ladderonderzoek noodzakelijk c.q. zinvol mogelijk zou zijn. Wel dient te worden beoordeeld – in het kader van het criterium “goede ruimtelijke ordening” of de wijziging van functies in bestaande gebouwen dan wel een niet substantiële ontwikkeling zodanige leegstand tot gevolg zal hebben dat dit tot een aantasting van het woon-, leef- en ondernemersklimaat zal leiden, die uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbaar moet worden geacht. Uiteraard dient ook het belang van de betreffende functiewijziging en/of niet substantiële ontwikkeling op een inhoudelijke wijze te worden verwoord.
Bij de toets of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening dient beoordeeld te worden of de in het plan voorziene bestemmingen passende bestemmingen zijn (ARRS 25 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2294 (Weert) en of de ontwikkeling voorziet in een behoefte (ARRS 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:943 (Ermelo)). De behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling dient met het oog op de uitvoerbaarheid van het plan te zijn onderbouwd ARRS 18 december 2013, ECLI:NL: RVS:2013:2471 (Weststellingwerf)). In redelijkheid dient ervan te kunnen worden uitgegaan dat binnen de planperiode van in beginsel tien jaar behoefte zal bestaan aan de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt (ARRS 18 november 2015, ECLI:NL: RVS:2015:3542 (Leek)). Wat betreft de overige functies ofwel plintfuncties van plan Eurostaete is duidelijk, dat hierdoor geen sprake is van onnodig ruimtebeslag, omdat al deze functies zijn gelegen binnen de footprint van de primair voor woningen bestemde gebouwen. Gezien de beperkte oppervlakte van de plintfuncties zal deze ontwikkeling geen zodanige leegstand tot gevolg hebben dat dit tot een aantasting van het woon-, leef- en ondernemersklimaat zal leiden, die uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbaar moet worden geacht. De plintfuncties kunnen als ter plaatse passende functies worden gezien, omdat hiermee de 26
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
leefbaarheid van de locatie sterk wordt bevorderd. Enkel een woonmilieu (ook op de begane grond) zou de gebouwen een veel meer gesloten uitstraling geven, waarmee de gewenste verbinding tussen de Eindhovense binnenstad en het nieuwe woon- en werkgebied Strijp S niet tot stand zou komen. Juist de diversiteit ter plaatse middels de plintfuncties maakt het een meer aantrekkelijk gebied, waarbij de plintfuncties bovendien een welkome aanvulling kunnen vormen voor en in een behoefte kunnen voorzien van de diverse bewoners in de nieuwe ontwikkeling alsmede in de omliggende bestaande woongebouwen en woningen. Aldus staat de behoefte aan plintfuncties in het plangebied binnen de planperiode voldoende vast, Consequentie daarvan is dat in de plantoelichting - in aanvulling op het vorenstaande - een verantwoording aan de Ladder ex artikel 3.1.6 lid 2 Bro achterwege kan blijven voorzover het betreft de plintfuncties in dit plangebied. Wat betreft de behoefte aan deze detailhandel als onderdeel van de plintinvulling kan worden verwezen naar paragraaf 3.9 waar het aspect “detailhandel” wordt beschreven.
Conclusie Laddertoets Zoals beschreven voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan de eisen van artikel 3.1.6. lid 2 Bro. Het plan wordt gekenmerkt door diverse soorten woningen, die op een harmonieuze manier tot een samenhangend woningbouwplan zijn gevormd, waarmee een opwaardering van het plangebied en de omgeving hiervan plaatsvindt en het Stadionkwartier wordt afgerond. Gezien de ligging van de locatie in het centrumgebied van Eindhoven zijn de woningen erg geschikt voor een brede doelgroep. De woningtypen sluiten aan op de afspraken die in regionaal en provinciaal verband zijn gemaakt en de inwoners / huishoudensgroei in de gemeente Eindhoven. Het betreft dan niet alleen de kwantitatieve afspraak qua regionale behoefte passend binnen de bestaande beschikbare (regionale) beleidsstukken. Maar de toevoeging past ook binnen de regionale kwalitatieve behoefte, aangezien de woningtypen en het woonmilieu aansluiten op het doel en de ambitie om de groeiende jonge bevolkingsgroep met eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens, expats en studenten (in het kader van de demografische ontwikkeling) binnen Eindhoven te kunnen huisvesten in een dynamisch onderscheidend hoogstedelijk woonmilieu met internationale uitstraling binnen Zuid-Nederland.
De marktbehoefte aan het type woningen dat binnen het plangebied wordt gerealiseerd is bovendien groot, temeer het woningtype in een hoogstedelijk woonmilieu in regionaal verband niet of nauwelijks aangeboden wordt. Het plan staat op de prioriteitenlijst van de gemeente Eindhoven en levert een bijdrage aan de regionale woningbehoefte en vormt een onderdeel van het gemeentelijke bouwinitiatief 2018. De publieksgerichte - plint - functies voorzien in een behoefte, zijn passend in het plangebied en leiden niet tot onevenredige c.q. onaanvaardbare effecten, zodat deze functies ter plaatse toelaatbaar zijn.
3.2.3
Ontwerp Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
27
toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het ontwerp NOVI heeft van 20 augustus tot en met 30 september 2019 ter inzage gelegen. Naar verwachting wordt de NOVI eind 2020 vastgesteld. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de ontwerp NOVI opgenomen.
3.2.4
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal NatuurNetwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen, waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd. De 380 Kv hoogspanningsleiding is niet in het plangebied gelegen. Ook valt het plangebied niet in het NNB.
3.2.5
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening
In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Voor onderhavig gebied is het obstakelbeheergebied van militair luchtvaartterrein Vliegbasis Eindhoven relevant. Dit gebied is op onderstaande kaart aangegeven. De kaart behoort bij de Rarro.
28
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
3.2.6
Luchthavenbesluit
In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld. Dit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit zijn het terrein van de luchthaven (het luchthavengebied), de gebruiksmogelijkheden (openstellingstijden, de geluidsruimte voor het militaire luchtverkeer en het burgerluchtverkeer, en het maximum aantal recreatieve vliegbewegingen per jaar) en het beperkingengebied vastgelegd. Op onderstaande kaart is het Luchthavengebied weergegeven. Voor dit bestemmingsplan is vooral het beperkingengebied van belang. Het beperkingengebied bestaat uit: de geluidszone: dit is de weergave van de geluidsbelasting van het gezamenlijke luchtverkeer (hier wordt in paragraaf 4.3.5 op ingegaan). Binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. Het plangebied is niet gelegen binnen de geluidzone, maar wel binnen obstakelbeheergebied en vogelbeheersgebied van luchthaven Eindhoven.
De obstakelbeheergebieden Met de obstakelbeheergebieden wordt geregeld tot welke hoogte gebouwen en bouwwerken gebouwd mogen worden. Dit is om gevaar voor het vliegverkeer op en rondom de luchthaven te voorkomen. De toegestane hoogten worden bepaald door de vliegfunnel, de IHCS en de ILS.
Vliegfunnel De vliegfunnel wordt bepaald door de start- en landingsbaan en het verlengde daarvan. Hier gelden beperkingen ten aanzien van het oprichten van hoge obstakels (van 20 tot 170 meter boven NAP).
IHCS Het IHCS (Inner Horizontal and Conical Surface) is bedoeld om vliegtuigen die in het circuit vliegen (circuitverkeer), voorafgaand aan de landing, te beschermen tegen hoge objecten. Het vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
29
betreft een obstakelvrije zone van 45 meter hoog met een straal van 4 km rond de landingsbaan. De hoogte van deze obstakelvrije zone is gerelateerd aan de ligging van de start en landingsbaan ten opzichte van NAP. Buiten deze zone gaat de maximaal toegestane bouwhoogte geleidelijk omhoog. Op onderstaande kaart is het obstakelbeheergebied voor de vliegfunnels en IHCS aangegeven.
ILS Daarnaast beschikt de Luchthaven over een Instrument Landing System (ILS). Dit wordt gebruikt om een landing in verminderde weersomstandigheden mogelijk te maken. Voor een goed functioneren van het ILS geldt dat een gebied rondom de start- en landingsbaan geen verstoring mag opleveren. Onderhavig plangebied is niet gelegen binnen het ILS-verstoringsgebied.
Het vogelbeheersgebied Binnen het vogelbeheersgebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt.
30
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
In beginsel is een grondgebruik of bestemming binnen de volgende categorieën niet toegestaan: oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare; natuurbeschermingsgebieden en vogelbeschermingsgebieden; vishouderijen met extramurale bassins; extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal; afvalwaterzuiveringsinstallaties. Geen van deze categorieën wordt binnen het plangebied mogelijk gemaakt. Het planvoornemen vormt dan ook geen belemmering voor het vogelbeheersgebied van luchthaven Eindhoven.
3.2.7
Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel
Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de bakens van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.
Bakens luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven zijn bakens (zie figuur 3.1) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. een NDB; Non Directional Beacon. Dit wordt door vliegtuigen gebruikt als navigatiehulpmiddel op luchtroutes. Het is een bakenzender die een radiosignaal uitzendt dat door een peilontvanger in het vliegtuig wordt opgevangen. Hierdoor wordt de richting van het signaal ten opzichte van het vliegtuig bepaald. Door de richting van twee verschillende bakens te peilen kan de piloot zijn/haar positie bepalen. De toetsingsgebieden liggen voor VDF geheel over het plangebied, maar hebben gezien de maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties.
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
31
Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatie-apparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Onderhavig plangebied ligt niet binnen dit radarverstoringsgebied.
32
vastgesteld XIII Strijp binnen de Ring 2007 (Eurostaete) Gemeente Eindhoven
3.2.8
Conclusie Rijksbeleid
Het rijksbeleid heeft 13 nationale belangen. Het bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met deze belangen. Het bestemmingsplan voorziet in een transformatie van een deel van een voormalige kantoorlocatie naar de bouw van diverse woningen en enkele hieraan qua oppervlakte ondergeschikte functies in binnenstedelijk gebied en past binnen de uitgangspunten van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en conflicteert niet met nationale belangen. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan artikel 3.1.6. lid 2 Bro.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie
De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
3.3.2
Structuurvisie
Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden (hierna: Structuurvisie). Deze Structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De Structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking.
Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.